Als je lichaam begint te protesteren

Psychoanalyticus Paul Verhaeghe: als je lichaam begint te protesteren

In Brainwash Talks van Human delen invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers verrassende ideëen voor persoonlijke en maatschappelijke problemen. Deze keer psychoanalyticus Paul Verhaeghe.

Wij leven in een paradijs. Het is goed dat we dat beseffen. We leven in een paradijs in de zin dat we nog nooit zo lang geleefd hebben. We hebben nog nooit zo’n lange periode gehad zonder oorlog. En we zijn nog nooit zo hoog opgeleid geweest als vandaag. Als je de onderzoeksgegevens van geluk bekijkt, dan blijkt telkens opnieuw dat de Nederlanders tot de gelukkigste mensen ter wereld behoren. De Belgen ook, maar net iets minder.

Aan de andere kant moeten we vaststellen dat depressie volgens de World Health Organization straks ziekte nummer-1 is. Ook in Nederland en in België. We hebben nog nooit zoveel mensen gehad die uitvallen met langdurige ziekte. En we moeten vastellen dat we straks op zoek moeten gaan naar een kind dat geen stoornis opgespeld gekregen heeft.

Hoe rijm je die twee zaken? Als we zo gelukkig zijn, waarom zijn we dan zo ongelukkig? Er klopt ergens iets niet. Er is een fundamentele discrepantie tussen die ene vaststelling, die juist is, en die andere vaststelling, die ook juist is. Om dat proberen te begrijpen zal ik drie zaken koppelen. Identiteit, vervreemding en pleonexia. Dat laatste klinkt een beetje vreemd, maar dat wordt straks duidelijk.

Als ik het heb over identiteit, start ik met het corrigeren van twee vooronderstellingen waar we allemaal bij vertrekken, ikzelf inbegrepen. Ten eerste het idee dat onze identiteit redelijk vroeg in de kindertijd, rond de leeftijd van 10, gevormd is. Dat-ie er simpelweg is. Je identiteit verandert nog wel een beetje, we worden intelligenter. We doen kennis op, ervaring. Maar in de kern blijven wij eigenlijk dezelfde.

De twee aannames die daaraan ten grondslag liggen, zijn dus dat identiteit onveranderlijk is, en diep van binnen zit. In werkelijkheid is exact het tegenovergestelde het geval. Identiteit is een constructie die van buitenaf aangereikt wordt en die heel ons leven lang verandert. Soms zeer ingrijpend kan veranderen. Ik kan dat wetenschappelijk gezien goed onderbouwen, maar ik ga een overtuigend voorbeeld geven, dat is makkelijker. Een voorbeeld dat overtuigend is omdat het alle kenmerken vertoont van een wetenschappelijk experiment. En bovendien is het een voorbeeld waar je zelf ook voorbeelden van kent: adoptie.

Een baby’tje dat geboren wordt in India en hier in Nederland geadopteerd wordt door Amsterdamse ouders die hier al zeven generaties lang wonen, wordt een Amsterdamse mevrouw met alles erop en eraan. Was datzelfde baby’tje geadopteerd door Amerikaanse ouders in de Midwest, dan was zij nu een Amerikaanse mevrouw die op de Republikeinen zou stemmen en voor Trump zou staan juichen. Een compleet ander iemand.

Hoe komt dat? Door de input van buitenaf. Onze identiteit wordt geconstrueerd door de interactie die we hebben met onze omgeving. En die omgeving houdt ons voor wat we kunnen worden en wat we moeten worden. Dat gebeurt via woorden en beelden: die nemen we over, slikken we in. En als we volwassen worden kunnen we zelf keuzes maken. Kunnen we dingen opnemen en andere dingen laten vallen. Maar hoe jonger we zijn, hoe minder keuze we hebben. Dat gaat eigenlijk onmiddellijk na de geboorte al van start. Onze ouders zullen ons vertellen wat we voelen, waarom we dat voelen, hoe we daarmee kunnen omgaan. Hoe we daarmee het beste niet omgaan. Ruimer: wie we zijn.

Al die zaken nemen we over, en daarmee wordt onze identiteit geleidelijk geconstrueerd. Het is natuurlijk ook duidelijk dat die boodschappen, die beelden en woorden die op ons afkomen, zich niet beperken tot de ouders en de onmiddellijke omgeving. Die invloedssfeer wordt alleen maar ruimer en ruimer.

We groeien op in een cultuur, een maatschappij en samenleving, die ons beelden en woorden aanbieden, die we vervolgens overnemen. Volwassenheid betekent onder andere dat wij ons bewust zijn van wat wij kunnen overnemen en van wat wij beter niet overnemen. Op dat vlak hebben wij de laatste vijftien tot twintig jaar een ingrijpende wijziging doorgemaakt. We zijn terechtgekomen in een beeldcultuur. Digitale beelden. Er zijn overal schermen en we kijken voortdurend naar beelden. Er is heel veel onderzoek dat nadrukkelijk aantoont hoezeer die beelden ons beïnvloeden.

Bovendien toont dat onderzoek ook aan dat we die beelden overnemen zonder het te beseffen. Dus de bewustwording ontbreekt daarbij. En daarmee kom ik bij mijn tweede begrip: vervreemding. Dat is een begrip dat we allemaal wel kennen vanuit een politieke invalshoek. Dan denken we aan de totalitaire regimes van Stalinistisch Rusland, de DDR en Korea. Totalitaire regimes die een systeem georganiseerd hadden waardoor de mensen die eronder gebukt gingen hun denken volledig moesten modelleren naar datgene dat voorgehouden werd. Niet alleen hun denken, maar zelfs ook hun uiterlijk. Als we die landen bekijken, zien de mensen er allemaal hetzelfde uit.

Daar zien we hoe die constructieprocessen – identificatie en mirroring in psychologische termen – vervreemding worden. Uiteindelijk is vervreemding hetzelfde proces als identificatie, met één belangrijk verschil: de beelden en woorden die voorgehouden en opgelegd worden gaan eigenlijk in tegen het wezen van die mensen. Wat dat wezen is, is moeilijk te definiëren. Maar laten we zeggen dat de kern zeker het lichaam is, het lijf.

Als je beelden en woorden moet overnemen die ingaan tegen het wezenlijke van je lichaam, dan is de uitkomst daarvan vrij duidelijk. Dan word je ziek. Vervreemding zorgt voor stoornissen: psychologische stoornissen, psychiatrische problemen en simpelweg organische ziektes.

Die term, vervreemding, en de mechanismen daarvan, werden heel mooi beschreven door George Orwell in zijn roman 1984. Hij laat zien hoe het manipuleren van de taal het denken stuurt, bijvoorbeeld door het wegnemen van bepaalde woorden, het nieuw introduceren van bepaalde woorden, of het opleggen van bepaalde woorden. En hij had ook al door dat een beeldcultuur daar een heel sterke rol in speelt.

Als ik die twee dingen nu samenbreng, dan is mijn stelling de volgende: wij zijn allemaal, zonder dat we het beseffen, vervreemd. Beetje bij beetje, dag na dag, maand na maand, jaar na jaar. Door de beelden die op ons afkomen, en die wij opnemen zonder dat wij het beseffen. Deze beelden sturen ons in een bepaalde richting, en bepalen onze identiteit. Onze identiteit in de betekenis van denkpatronen, en ook in de betekenis van ons lichaam. Hoe we eruitzien en hoe wij met ons lichaam omgaan.

En daarmee kom ik bij het derde begrip: pleonexia. Pleonexia is het volgende: de onweerstaanbare aandrang die in ons zit om altijd meer te willen hebben. Meer bezit, maar ook meer roem en eer. En ook meer veiligheid. Aristoteles zegt dat dit een zeer gevaarlijk kenmerk is. De samenleving bij monde van de overheid en bij monde van ons, burgers, moet erop gericht zijn om de pleonexia in te perken. Want als dat niet gebeurt en zeker als mensen in een onderlinge concurrentie gaan treden, dan wordt het zeer gevaarlijk.

Hoe deze maatschappij eenzame individuen creëert

Hij beschrijft hoe dat spiraalsgewijs effecten heeft. Het begint met onrust, een maatschappij vol onrust. De volgende stap is: conflicten die overal ontstaan. En de volgende stap is oorlog. Dus, zegt Aristoteles: één van de zaken waar we beslist aandachtig voor moeten zijn, is dat kenmerk van de pleonexia. We moeten dat zoveel mogelijk proberen in te perken en zoveel mogelijk proberen bewust te maken, zodat we daar op een verstandige manier mee omgaan.

Als we nu naar ons tijdperk en onze maatschappij kijken, zien we dat wij exact het tegenovergestelde doen. Wat vertelt de vervreemding die we ervaren ons? Wat zijn de beelden die ons voorgehouden worden? Het zijn beelden die ons zeggen dat wij steeds meer moeten hebben. En steeds meer moeten zijn. Binnen de economie spreken we over groei. Dat is de fetisj van deze markteconomie: alles moet groeien. Ik snap dat niet goed. Je kunt toch niet blijven groeien? En die groei beperkt zich al lang niet meer tot de effectieve productie van dingen. Nee, het gaat ook over ons. Wij moeten excelleren. Wij moeten beantwoorden aan een ideaal.

Dat ideaal is een soort verschuivend doelwit. We raken er nooit bij, maar we moeten het wel blijven proberen. Daarvoor moeten wij ons ontzettend hard gaan inspannen en bovendien de voortdurende concurrentie met anderen aangaan. Sociale media zijn daar natuurlijk helaas een instrument bij, waardoor we de concurrentie niet alleen met anderen, maar ook met onszelf aangaan.

Zoals ik zei leven we in een paradijs. Eén van de kenmerken van het paradijs waarin wij nu leven, is dat wij nog nooit zo vrij geweest zijn. In Nederland en België zijn wij vrijer dan elders. Maar er is wel een belangrijke voorwaarde aan gekoppeld. Vrijheid betekent dat je kunt kiezen. Maar om te kunnen kiezen moeten we ons bewust zijn van een aantal dingen. Van de vervreemding zijn we ons nou net niet bewust.

Ik eindig met een pleidooi voor bewustwording. Wij hebben daar een zeer goede aanwijzing voor: ons lichaam. Als ons lichaam begint te protesteren, als ons lichaam de effecten van die vervreemding letterlijk begint te tonen, dan is er iets dat niet klopt. Via deze bewustwording kunnen we dan gebruik maken van de vrijheid die ons paradijs ons biedt. En andere keuzes gaan maken.

BRON: Brainwash

Verbeter je seksleven, omarm de clitoris

Verbeter je seksleven, omarm de clitoris

HUMO – Zondag 13 januari 2019 – Emma Curvers

Heterovrouwen krijgen nog steeds veel minder orgasmes dan mannen. Hoe lossen we die orgasmekloof op? Het antwoord begint bij de clitoris. En nee, dat is dus geen klein knopje.

Ik was 13 toen de wetenschap de clitoris ontdekte. Precies op tijd voor een puber aan de vooravond van haar seksleven, zou je denken, maar helaas: ik zag het hele plaatje, zoals in volle glorie in 1998 onthuld door de Australische uroloog Helen O’Connell, pas voor het eerst in 2017 – toen was ik al 32.

Nee, 1998 is geen tikfout: de mens was al op de maan geland, vloog in Concordes twee keer sneller dan het geluid over de oceaan en verkende met de Hubble-telescoop de ruimte, vóór iemand de moeite nam te bekijken hoe het vrouwelijk geslachtsorgaan precies in elkaar steekt. Pas toen ontdekte O’Connell door dissectie dat wat wij kenden als de clitoris slechts het topje van de ijsberg is. Ja, sinds mensenheugenis wordt er in lichamen gesneden voor medisch onderzoek, denk alleen al aan De anatomische les van Rembrandt, maar nee, nog nooit eerder had iemand de moeite genomen om dit deel van het vrouwelijk lichaam volledig in kaart te brengen, hoe ongelooflijk het ook klinkt.

Knopje

Het biologieboek op mijn middelbare school sprak nog van ‘een gevoelig knopje’, verder werden er geen woorden aan vuilgemaakt. Omhoog ging het vingertje weer, over het vermijden van soa’s en dan met name de allerergste soa van allemaal, een zwangerschap.

In Teen Mom, het enige MTV-programma dat door mijn ouders werd getolereerd, zagen we hoe het leven van zo’n teen mom – teen dad was altijd aan het lasergamen of motorcrossen ofzo – door één moment van zwakte voorgoed ontspoorde. Natuurlijk, de Amerikaanse voorlichtingsmoraal was (en is) een tikje conservatiever dan de onze, maar gymleraar Carr uit de highschoolfilm Mean Girls (2004) vatte de boodschap toch behoorlijk goed samen toen hij zei: ‘Don’t have sex, because you will get pregnant and die.’

Seks, leuk? Je moest het eerst maar overleven. ‘De rest gaat vanzelf,’ stamelde onze biologieleraar, waarmee hij maar wilde zeggen: plezier heb je vanzelf. Genieten gaat van nature.

Dat klopt. Tenminste, voor die biologieleraar, vrijwel alle mannen en een deel van de vrouwen. Een ander – niet onaanzienlijk – deel ligt hoopvol naar het plafond te staren in een kloof die groter is dan de pay gap: de orgasm gap, oftewel de orgasmekloof. Volgens onderzoek van het Kinsey Institute uit 2017 krijgen vrouwen bij heteroseks in 66 procent van de gevallen een orgasme, waar dat de heteroman 95 procent van de keren lukt. Lesbiennes komen vaker klaar (86 procent) en ook homoseksuele mannen scoren goed met 89 procent. De cijfers van verschillende onderzoeken naar het onderwerp lopen wat uiteen (een studie onder studenten rapporteerde zelfs een verschil van 52 procent), maar de orgasmekloof tussen heteroman en -vrouw bedraagt in het gunstigste geval nog altijd 22 procent.

Maar er gloort hoop, menen mensen als hoogleraar seksuologie Ellen Laan – dankzij de clit. Het was dus pas bij een lezing van Laan, bij een stijf uitverkocht Cliteracy-evenement in 2017, dat ik die clitoris zag. Verwarde geluiden klonken in de zaal: geen knopje of bultje, maar een vuistgroot centraal station van plezier dat zich al die tijd had schuilgehouden in de schaamheuvel. Het knopje, de glansclitoris, is slechts de kroon op twee veel grotere, inwendige structuren, armpjes als het ware, die in een hoefijzervorm de vagina omhullen. Qua formaat is de clit vergelijkbaar met de penis. O, en het bleek dus clí-toris te zijn, met de klemtoon op cli, en niet cli-tó-ris – zeg het maar even hardop.

Na eeuwenlang ontkend, genegeerd en weggegumd te zijn uit de boeken is de clitoris namelijk bezig aan een opmars, of eigenlijk, haar eigen coming-of-age-verhaal. Cliteracy, een samentrekking tussen literate (geletterd) en clitoris, is oorspronkelijk de naam van een in 2015 gestart project van de Amerikaanse kunstenaar Sophia Wallace. In dat jaar lanceerde ook het Amerikaanse Omg Yes hun website, waarop ze hun onderzoek naar vrouwelijk genot met abonnees delen. In filmpjes op de site zie je gewone, echte vrouwen die openhartig vertellen en met full frontal-foef demonstreren waar zij zoal van genieten. Vervolgens kun je proberen hen op je touchscreen tot een digitaal hoogtepunt te vingeren, wat nog niet meevalt.

Inmiddels is de clit overal: je ziet haar aan de kutkettinkjes van kunstenares Denise Rosenboom bungelen, ze heeft haar eigen Instagramkanalen (@clubclitoris bijvoorbeeld, of @the.vulva.gallery) en ze treedt op in animatiefilms (van de Canadese filmmaakster Lori Malépart-Traversy). Hanni Jagtman, oprichter van de Amsterdamse (vrouwen-)sekswinkel Mail & Female spreekt van ‘een virus’. In haar winkel zijn tig clitorisjes te vinden: op buttons, geborduurd en als 3D-modellen.

Vulvatekeningen

Ook de vulva, het uitwendige deel van de vagina, is uit de schaduw gekomen. Zo wist de Amsterdamse illustrator Hilde Atalanta met haar Vulva Project in twee jaar tijd 242.000 volgers te verzamelen op Instagram. Ongetwijfeld komen haar vulvatekeningen aan een wand in het eerste Vaginamuseum, waarvoor in Engeland plannen worden gemaakt – het Penismuseum (open sinds 1997) staat op IJsland, mocht u benieuwd zijn. Ook vulvavlijt is populair: op het afgelopen Linda-festival kon de vulva worden gebreid, gekleid en gebakken.

Hartstikke mooi allemaal natuurlijk, maar genieten gaat dus bepaald niet vanzelf, als we het orgasme als genotsgraadmeter nemen. Hoe kunnen we die orgasmekloof dichten? Een deel van het antwoord ligt in andere cijfers: 1) het verschil tussen lesbische en heteroseksuele vrouwen, en 2) het verschil tussen vrouwen die seks hebben met een man en vrouwen die seks hebben met zichzelf. Van masturbatie komt 83 procent van de Nederlandse vrouwen klaar volgens een studie uit 2016, wat suggereert dat het gros van de heterovrouwen ook in gezelschap best wat vaker zou mogen klaarkomen.

Psycholoog en seksuoloog in spe Bonne van Rees (30) onderzocht hoe het komt dat lesbische vrouwen vaker klaarkomen dan heterovrouwen. Van Rees: ‘Het leek mij logisch dat het kwam doordat zij meer aan stimulatie van de clitoris doen, maar het verband was nog niet onderzocht.’ En jawel: dat verband was er. Van Rees wijst er ook op dat lesbische stellen gemiddeld langer seksen dan hetero’s: ‘Als je langer vrijt, heeft het clitorale complex meer tijd om op te zwellen en dat bevordert een orgasme.’ Want het is net als bij een man eigenlijk: als de clitoris goed doorbloed is – zoals de penis goed doorbloed raakt voor een erectie – is de kans op een orgasme het grootst.

Dat vrouwen vaker klaarkomen van stimulatie van de (glans)clitoris dan van penetratie was al bekend sinds het Hite Report uit 1976 van seksvoorlichter Shere Hite. Helaas zit het idee dat een stevig potje seks om penetratie draait bij zowel mannen als vrouwen nogal diep. Van Hollywood-vanilleseks tot gonzo (een harde pornovariant), penetratie is voor een vrouw de grootste traktatie. Op het scherm dan, niet in de slaapkamer: daar leidt penetratieseks maar bij zo’n 1 op de 4 vrouwen tot een orgasme. Intussen denkt volgens biologieprofessor Elisabeth Lloyd nog zo’n 30 procent van de mannen dat coïtus de beste manier is om een vrouw hun naam te laten schreeuwen.

Clitpionier Helen O’Connell zei in 2018 tegen The Huffington Post dat ook vrouwen een verantwoordelijkheid hebben deze fabel te ontkrachten: ‘Vrouwen gaan hier gewoon in mee, alsof dat pompen hun een soort seksuele voldoening zal brengen. Tot die leugen ontkracht is en de realiteit van vrouwen op de voorgrond is getreden, blijft die mythe in stand.’ Het moge duidelijk zijn dat een vrouw die penetratie niet gigantisch genieten vindt op termijn niemand een plezier doet door er een hoogtepuntje bij te faken; je stuurt je minnaar zo het bos in, met het fabeltje stevig onder de arm geklemd.

Ook in de wetenschap lag de focus nog gedurende de hele 20ste eeuw op mannelijke seksualiteit, schrijft onderzoeker Emily Nagoski in haar bestseller Kom als jezelf (2015): ‘Zo werd bijvoorbeeld aangenomen dat omdat mannen orgasmes krijgen van penis-in-vaginaseks (gemeenschap), vrouwen dat ook zouden moeten kunnen, en kunnen ze dat niet, dan is dat omdat ze stuk zijn.’

Sigmund Freud

Deze kul hebben we grotendeels te danken aan de grondlegger van de psychoanalyse, Sigmund Freud, die – overigens zonder anatomisch onderzoek te verrichten – oordeelde dat vrouwen die niet klaarkwamen van vaginale stimulatie rijp waren voor het dolhuis. In 1947 nog gumde ene Dr. Charles Mayo Goss, in de geest van Freud, het ‘bolletje’ uit eerdere afbeeldingen van een vulva mét clitoris, in het standaardwerk Gray’s Anatomy. Weg was de clit. Ook na de seksuele revolutie stond vrouwelijk genot niet hoog op de agenda, memoreert Hanni Jagtman (67) over de begintijd van Mail & Female: ‘Het ging niet over het genot van vrouwen. We waren seksueel vrij, we hadden de pil, maar met genot, liefde of kennis van de eigen seksualiteit had het weinig te maken.’

Als gezegd: pas in 1998, met de onthulling door uroloog O’Connell van het hele inwendige zwellichaam dat aan het ‘knopje’ vastzit, begon de clitoris aan haar opmars. Er bleken achtduizend zenuwuiteinden te schuilen in de clit, twee keer zoveel als de penis heeft. Het knopje van de clitoris lijkt zelfs op een penis, vooral als het zich, net als een pik, bij opwinding vult met bloed. Niet de vagina is dus het vrouwelijke equivalent van de penis, benadrukken Ellen Laan en Rik van Lunsen in hun boek Seks!, maar de clitoris. Volgens hen is het daarom ook logisch dat vrouwen eerder clitoraal dan vaginaal klaarkomen, omdat de vagina zelf niet zo gevoelig is: ‘Als vrouwen ‘vaginaal’ klaar lijken te komen, dan komt dat doordat de clitoris van binnenuit is gestimuleerd tijdens de coïtus.’

Van Rees is het daarmee eens: ‘Het strenge onderscheid tussen vaginaal en clitoraal orgasme ligt wel achter ons. Er zijn ook mensen die klaar kunnen komen doordat hun tepel wordt gestreeld. Hoe noemen we dat orgasme dan?’ Volgens neurowetenschapper Nicole Prause gebruiken de meeste vrouwen (64 procent) zowel clitorale als vaginale stimulatie om klaar te komen. Daarnaast is een vaginaal orgasme onmogelijk te definiëren, omdat vaginale gemeenschap ook de clitoris stimuleert – die zit immers rond de hele vaginale opening.

Wie iets aan de hetero-orgasmekloof wil doen kan dus beginnen door de clitoris even hoog aan te slaan als penetratie: seks ≠ penis + vagina.

Gebruik je fantasie. Of volg de raad van Elisabeth Lloyd op en gebruik het ‘gouden trio’ van genitale stimulatie, tongzoenen en orale seks: daarvan zegt 80 procent van de heteroseksuele vrouwen bijna altijd klaar te komen – zonder dat er per se penetratie aan te pas komt, dus.

De penis mag af en toe even pauze, zegt ook Van Rees: ‘Een verrassing in het onderzoek was dat lesbische vrouwen vaker klaarkwamen door penetratie met vingers dan heterovrouwen door penispenetratie. Vingers werken dus eigenlijk beter dan penissen. Dat kan ook kloppen, omdat de vinger een kromming kan maken en de clitoris van binnenuit kan stimuleren.’ Dat brengt ons bij de zogenoemde G-spot, die volgens Laan en Van Lunsen niet bestaat, of tenminste: niet als apart orgaan. Wél wordt daarmee een plekje bedoeld aan de achterkant van de clitoris, dat je vanbinnen uitstekend kunt bedienen door een ‘kom maar hier’-beweging te maken met een vinger in de vagina. Je krult daarbij je uitgestoken wijsvinger met de handpalm omhoog naar je toe, wat het inwendige deel van de clitoris stimuleert en zo tot een orgasme kan leiden. Laan en Van Lunsen schrijven in Seks! troostend: ‘De G-plek bestaat niet, maar iedere vrouw heeft een clitoris.’

Bij de clit is what you see níét what you get. Een beetje basiskennis is dus een pre. Mannen raken hun piemel dagelijks aan, krijgen erecties en komen er zo makkelijker achter hoe alles werkt. Vrouwen kunnen die signalen van opwinding minder goed waarnemen en kennen hun geslachtsdelen ook minder goed dan mannen. Daarnaast zijn vrouwen en mannen zich er minder van bewust dat niet alleen bij mannen, maar ook bij vrouwen lichamelijke opwinding essentieel is voor goede seks. Zo’n 1 op de 10 vrouwen heeft weleens pijn bij het vrijen, vaak het resultaat van vaginale droogte door te weinig opwinding. Naarmate een vouw opgewondener is, is de vagina vochtiger en de clitoris beter gezwollen, wat ook nog eens als een natuurlijk stootkussen fungeert.

Lesboek

Helaas is van de ontdekking van de clit uit 1998 nog niets te zien in bijvoorbeeld het biologieboek van schoolboekenuitgever Malmberg, Biologie voor jou (2013), dat op 60 procent van de middelbare scholen wordt gebruikt: er wordt verwezen naar ‘een ‘knopje tussen de kleine schaamlippen’. In het lesboek staat wél een doorsnede van een penis en de zwellichamen die voor een erectie zorgen, maar geen spoor van de clit in opperste staat van paraatheid.

Om de kenniskloof te overbruggen lanceerden pedagoog Belle Barbé (26) en illustrator Marilyn Sonneveld (28) in 2015 Wipsite, een voorlichtingssite voor mensen van 12 tot 30 jaar die plezier uitstraalt. Sonneveld: ‘Op veel sites zie je nog steeds dat stipje! Natuurlijk, sommige vrouwen gaan hun eigen lichaam ontdekken en die komen er uiteindelijk wel. Maar zolang mannen niet óók weten hoe het werkt, blijft het vrouwelijk orgasme ondergeschikt aan het mannelijke.’ Barbé: ‘Hoe het leuk wordt vind je nergens terug. Ja, je kunt porno kijken of met een beetje mazzel met je ouders praten, maar veel meer is er niet. Porno is prima, maar het is geen realistische weergave van seks.’

Plezier is een belangrijk onderwerp bij voorlichting, vinden Barbé en Sonneveld, maar het ligt soms gevoelig. Zo leidde het openhartige programma over seksualiteit van Schooltv, Dokter Corrie, in 2013 nog tot een petitie van achtduizend ouders tegen het vertonen van de serie op school. In de Spaanse regio Extremadura ontstond een controverse nadat een aantal gemeenten daar de voorlichtingscampagne Pleasure Is in Your Hands lanceerde, waarin jongeren aangemoedigd werden om seks en zelfbevrediging te ontdekken. Ook Barbé en Sonneveld kregen felle reacties toen de NOS aandacht besteedde aan hun site.

Sonneveld: ‘Mensen noemden ons vieze wijven en zeiden dat we seks promoten.’ Zo wordt op Wipsite verteld hoe een orgasme voelt en hoe je er een kunt krijgen. Barbé: ‘Vooral op het hoofdstuk technieken wordt veel geklikt: hoe vinger je nou? Wij willen plezier in seks vooropstellen en we proberen het niet belerend of beangstigend te maken. In die zin promoten we seks inderdaad.’ Sonneveld: ‘Lékkere seks, ja!’

Barbé ziet dat voorlichting over de emotionele en plezante kant van seks op scholen erbij inschiet: ‘Op middelbare scholen zijn docenten vaak ontzettend druk. Als ze soa’s en zwangerschappen hebben afgetikt zijn ze al blij. Het is onduidelijk onder wiens verantwoordelijkheid zoiets als plezier valt: het valt niet per se onder biologie. Daarnaast vinden veel leraren het ook genant. Dus wie moet het doen?’

Anticonceptie

Nou, de leerlingen zelf bijvoorbeeld. Nienke Heeg (17) en Fauve Lagarde (17) van het Montessori Lyceum in Groningen ontwierpen voor hun school een nieuw voorlichtingsprogramma. Heeg: ‘Onze seksuele voorlichting was niet best: het ging over anticonceptie, de docent deed een condoom over een dildo en toen was het klaar. Het aspect plezier zat er niet in.’

Dus maakten Heeg en Lagarde als profielwerkstuk een nieuw lespakket. ‘Docenten vonden het alleen maar fijn dat wij het hun uit handen namen,’ vertelt Lagarde. ‘Iedereen wist dat de lessen slecht waren. Wij wilden nadrukkelijk benoemen dat seks leuk is, dat het niet alleen om voortplanting draait. En dat vrouwen niet van penetratie alleen klaarkomen. Voor hen is alles eromheen wat belangrijker.’

Dat ‘alles eromheen’ mogen we heel ruim nemen: ook alles wat buiten de slaapkamer en in je hoofd gebeurt speelt mee bij seks. Zo hangt het bereiken van een orgasme ook samen met seksuele autonomie, volgens eerdergenoemd onderzoek van seksuoloog Van Rees. Zo is het heel seksueel autonoom om initiatief te nemen, bijvoorbeeld om een nieuw standje te proberen, te bellen of te sms’en met wat dirty talk, je fantasieën kenbaar te maken, of juist te zeggen dat je iets absoluut niet geil vindt. Maar om dat te doen moet je je comfortabel voelen met je voorkeuren en je lichaam. Het is kortom wat complexer dan een paar jarretelletjes of een buttplug aanschaffen.

Weten wat je tegenhoudt kun je leren. In Kom als jezelf hanteert Emily Nagoski het duale model van acceleratoren en remmingen, ses en sis: iedereen heeft een sexual excitation system en een sexual inhibition system. Je ses ontvangt seksuele signalen die vanuit je brein je genitaliën ‘aanzetten’ en is altijd – ja, echt altijd – op een onbewust niveau op zoek naar relevante seksuele signalen. Bij sommige mensen is het systeem gevoeliger dan bij anderen. Je sis is het remsysteem, dat op zoek is naar een reden om níét geil te zijn of worden. Dit systeem stuurt ‘uit!’-signalen, die extern kunnen zijn (de kinderen stormen de slaapkamer binnen) of intern (je opeens herinneren dat je de btw-aangifte nog moet doen).

Waar veel mensen aannemen dat ze te weinig acceleratoren hebben, is het probleem vaker te veel rem. En ja, vrouwen hebben gemiddeld een gevoeligere rem en een minder gevoelige accelerator, hoewel dat van vrouw tot vrouw erg verschilt. Iedereen kan volgens Nagoski onderzoeken wat zijn of haar acceleratoren en remmen zijn, zodat je erachter komt wat je opwindt, wat je tegenhoudt, en waarom het soms gewoon niet lukt. In het kort hoe je de rem eraf haalt: ‘Verminder stress, wees aardig voor je lichaam en laat foute ideeën over hoe seks zou moeten werken los om plaats te maken in je leven voor hoe seks écht werkt.’

Porno heeft een complexe rol bij seksuele autonomie. Volgens de vrijzinnige blik is het dé manier om jezelf te verlossen van een bekrompen seksuele moraal – wie kritiek uit op die onuitputtelijke bron van seksfantasie is algauw frigide. Maar socioloog Gail Dines schrijft dat onze verwachting van seksualiteit in toenemende mate gevormd wordt door het mannelijke perspectief van gonzo. Dat beantwoordt volgens haar aan een fantasiebeeld van een vrouw die het woord ‘nee’ niet kent, geen eigen seksuele fantasieën heeft en altijd klaar is voor seks. Die mal betekent volgens Dines slechte seks voor met name vrouwen.

Pornovrouw

Zo lijden veel vrouwen volgens Nagoski aan het idee dat ze, zoals een pornovrouw, spontaan zin zouden moeten hebben in seks, terwijl vrouwen juist vaker dan mannen ‘responsieve’ opwinding beleven. Daarbij voel je geen ‘bliksemschicht in je genitaliën’, zomaar als je achter je bureau zit bijvoorbeeld, maar voel je langzaam verlangen ontstaan wanneer je al seksueel geprikkeld bent. Ook helemaal oké.

Moet je porno daarom mijden? Zeker niet. Nagoski geeft een pragmatische tip: ‘Als je naar films, tv of porno kijkt, vraag jezelf dan af: ga ik me hiervan beter voelen over mijn lichaam zoals dat nu is, of slechter? Is het antwoord: ‘beter’ doe hier dan meer van! (…) Is het antwoord: ‘slechter’, stop met kijken.’

Ook ideeën over je lichaam kunnen in de slaapkamer de boel versjteren. De invloed van de pornokut, het opgeruimde model met de binnenste schaamlippen keurig binnenboord, valt in deze context lastig te ontkennen: in 2016 werden wereldwijd 50 procent meer schaamlipoperaties uitgevoerd dan in het jaar ervoor. Uit een Belgisch onderzoek van Goedele Liekens uit 2017 bleek dat 55 procent van de vrouwen haar vulva maar lelijk vindt. Volgens onderzoek van Ellen Laan leidt het kijken naar vulva’s in allerlei soorten en maten tot een beter genitaal zelfbeeld. En dat is goed, want dat hangt dan weer gunstig samen met een superseksleven.

Fijne plekken

Seksuoloog Van Rees: ‘Veel vrouwen hebben zichzelf nog nooit bekeken in de spiegel. Je moet toch weten wat daar zit? Leer je lichaam kennen en leer wat voor jou fijne plekken zijn om aangeraakt te worden. Dan kun je dit ook beter duidelijk maken aan een eventuele partner.’ Zelfstudie kun je bijvoorbeeld verrichten met de speciale vulva-versa-spiegel van kunstenaar Michèle Degen – al werkt een gewone ook prima.

En als je toch naakt bent: specialisten zijn het erover eens dat veelvuldig oefenen met soloseks je kansen op een orgasme met partner verbetert.

Oefenen kan sowieso nooit kwaad, bijvoorbeeld met voornoemde website Omg Yes. Volgens Omg Yes is het credo ‘iedere vrouw is anders’ lange tijd een manier geweest om het taboe van vrouwelijk genot te omzeilen: er zijn wel degelijk betrouwbare technieken die bij veel vrouwen tot spetterende orgasmes leiden. Er had gewoon nog niemand onderzoek naar gedaan. Elke vrouw moet aan de bak, is de boodschap, om te ontdekken welke methode haar sterretjes doet zien.

‘Ja, dat is lekker,’ zegt Amber, als je met je vinger over haar geanimeerde clitoris cirkelt, en ‘hmm, oké?’ als je te snel gaat. Maar volg Ambers aanwijzingen op en kijk, daar komt ze. Het enige jammere is dat je van Omg Yes geen punten per behaald orgasme krijgt. Maar ach, die beloning komt in de slaapkamer wel.

BRON: © de Volkskrant

Patiënt of cliënt?

Ben ik te veeleisend als ik zeg dat mensen, die al dan niet tijdelijk, verzorging nodig hebben, nog teveel als patiënt en te weinig als cliënt behandeld worden?

Ik mag dan wel mijn arm gebroken hebben en mij daardoor niet kunnen verzorgen zoals het zou moeten – en in mijn geval is dat hulp nodig hebben bij het wassen – maar ik voel me echt geen patiënt, maar enkel iemand die tijdelijk moet gedepanneerd worden, zoals dat af en toe ook het geval is met andere defecten en ongemakken.

“Elke dag opnieuw bieden onze thuisverpleegkundigen kwaliteitsvolle zorg met veel respect en op maat van de patiënt.”, lees je op de site van die thuiszorgverpleegkundigen.

En toch, heb ik vaak het gevoel dat het de zorgvrager is die op maat moet zijn van de zorgverlener.

Natuurlijk zal er altijd wederzijds met elkaar rekening moeten gehouden worden, tenslotte ben je niet de enige die moet “bediend” worden. Maar zowel thuis als in een verzorgingstehuis is de afhankelijkheid van de goodwill van de zorgverstrekker nog altijd veel te frustrerend en helemaal niet op maat van de vragende partij. En van die afhankelijkheid moeten we verlost worden zodat er wat meer gelijkwaardigheid in de relatie komt.

Er zal wel meer geld en personeel voor nodig zijn, om dit verwezenlijkt te krijgen, en daar zal de politiek dan wel weer moeten voor zorgen, plus een maatschappelijke mentaliteitsverandering tegenover mensen die zorgbehoevend zijn. Het kan immers iedereen overkomen, en mensen worden steeds mondiger en assertiever. Gelukkig maar!

Waarom we allemaal depressief zijn.

Waarom we allemaal depressief zijn. In gesprek met Paul Verhaeghe, psycholoog en schrijver

In de praktijk van klinisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe (63) in Laarne zie ik niks dan werkinstrumenten. Rechts een comfortabele bank voor zijn patiënten. Links een bibliotheek met de geschriften van collega-schrijvers die hem de wereld en de mens helpen begrijpen. En recht voor ons een computer op een werktafel; daar tikt hij zijn boeken die, hoewel niet makkelijk, hun weg vinden naar tienduizenden lezers. Na ‘Identiteit’ en ‘Autoriteit’ is er nu ‘Intimiteit’. ‘Yoga is geen slecht idee als je je niet goed voelt. Maar je moet je ook afvragen hoe het komt dat je lijf vol stress zit.’

HUMO Laten we beginnen met een citaat van een jonge Vlaamse filosoof, Maarten Boudry: ‘Het is aantoonbaar onjuist dat de westerse mens zich nog nooit zo slecht heeft gevoeld, zoals cultuurpessimisten als Paul Verhaeghe beweren.’ Zit ik hier voor een cultuurpessimist?

PAUL VERHAEGHE «Niet Paul Verhaeghe, maar de Wereldgezondheidsorganisatie zegt dat depressie tegen 2030 wereldwijd de belangrijkste aandoening zal zijn. Waarom zou ik zo’n instantie tegenspreken?

De kritiek dat ik een cultuurpessimist zou zijn, neem ik wel ernstig. Alleen, als iemand dat 37 keer herhaalt, speelt er misschien iets anders (lachje).

Op mijn faculteit aan de UGent heeft men mij gevraagd of ik mijn insteek van de voorbije jaren in een vak ‘Cultuur- en maatschappijkritiek’ wilde gieten. Daar ben ik zeer blij om. Het is een cadeau, iets waarmee ik mijn carrière kan eindigen. In mijn eerste college vorig jaar heb ik het over het vooruitgangsdenken versus het doemdenken gehad. Wat zijn de beste argumenten? Dan blijkt dat je op langere termijn de optimisten gelijk moet geven: vrouwenemancipatie, gezondheidszorg, onderwijsniveau… het is er allemaal op verbeterd. Maar op heel korte termijn hebben de pessimisten gelijk. Denk maar aan een paar ronduit gevaarlijke evoluties zoals de toenemende ongelijkheid en de klimaatverandering. 60 procent van de diersoorten sterft uit! Als je pessimisten wilt horen, moet je met biologen gaan praten: die zien het echt niet meer zitten – ook niet op lange termijn trouwens.»

HUMO Tegenover cijfers die op een depressiegolf wijzen, staan ook andere cijfers. In het World Happiness Report scoren de Lage Landen goed.

VERHAEGHE «We leven in het paradijs. Nederlanders horen steevast tot de gelukkigste mensen ter wereld. Vlamingen ook, maar ietsje minder. Maar tegelijk zie je in Nederland, net als bij ons, de depressiecijfers de pan uit rijzen.»

HUMO We zijn ongelukkig in het paradijs?

VERHAEGHE «Precies, dat is een mooie samenvatting. Maar waarom is dat zo? Mijn antwoord is: vervreemding. We worden constant gebombardeerd met beelden die ons vervreemden van ons lichaam. Beelden van het perfecte lijf waarmee we perfecte partners kunnen verleiden, beelden van topprestaties, van successen. Kijk naar Facebook: dat is één groot succesverhaal, iedereen moet zijn pluspunten voortdurend tonen.»

HUMO Dat onze gedachten vrij zijn, is een illusie van deze tijd, schrijft u. ‘De indoctrinatie gaat verder dan Orwell ooit heeft kunnen bedenken.’

VERHAEGHE «Ja! Orwell had het over een vervreemding die werd opgelegd door een tastbare instantie – de pastoor of de dominee, Stalin of Mao. Daartegen kun je je nog verzetten. Maar de bron van de huidige vervreemding is nauwelijks identificeerbaar. Bovendien gebeurde de vroegere indoctrinatie vooral via woorden – de Bijbel, het rode boekje. Dat we vandaag vooral via beelden worden beïnvloed, maakt dat we ons er veel minder bewust van zijn. We hebben te maken met een ideologie die zich geen ideologie noemt.»

HUMO En die ‘nieuwe opgelegde dwang’, zoals u hem noemt, gaat zo ver dat hij ziekmakend is?

VERHAEGHE «Er worden ons idealen voorgehouden die realiseerbaar zouden zijn als we maar genoeg ons best doen. Mensen zijn daar erg mee bezig, ze hollen voortdurend vooruit in een poging die idealen waar te maken. Daardoor nemen ze de signalen van hun lichaam niet meer ernstig en worden ze ziek. Het psychologische beïnvloedt het lichamelijke. Het is onzin lichaam en geest radicaal te scheiden.»

HUMO En dus krijg je steeds meer depressies en burn-outs.

VERHAEGHE «Ja, maar ook veel andere ziekten. Drie jaar geleden heb ik een sabbatical van zes maanden genomen, en die tijd heb ik gebruikt om me in te lezen in de medische literatuur. Veel onverklaarbare aandoeningen zoals multiple sclerose, auto-immuunziekten en diabetes type 2 gaan bijna allemaal terug op een geschiedenis van chronische stress. Men noemt die ziekten onverklaarbaar, omdat men geen biologische oorzaak vindt, maar als je er het psychosociale veld bij betrekt, worden ze wel verklaarbaar.

Er is uitstekend experimenteel onderzoek gedaan om het belang van stress te onderstrepen. Het sterkste voorbeeld is het onderzoek waarbij men eerst het stressniveau meet bij de deelnemers en hun vervolgens virusstammen toedient die verkoudheden kunnen veroorzaken. Wat blijkt? Mensen met het hoogste stressniveau zullen het snelst verkouden worden. Zelfs een banale verkoudheid kun je dus koppelen aan een chronisch stressniveau.

In een ander experiment bleek dat wondjes trager helen bij mensen met stress. Weer een bewijs dat een opdeling tussen lichaam en geest onzin is. En ook bij meer dramatische aandoeningen heeft stress een invloed. Ik beweer absoluut niet dat stress kanker veroorzaakt, dat zou onzin zijn. Maar je ziet wel dat er een voedingsbodem voor kanker ontstaat als een aantal factoren samenkomen.»

HUMO Daar wordt weleens een boodschap aan gekoppeld: zorg dat je met spanning kunt omgaan, dat je voldoende weerstand opbouwt.

VERHAEGHE «Dat je weerstand hebt, is inderdaad belangrijk. Maar het loopt fout als men zoals vandaag voortdurend de indruk wekt dat die weerstand je eigen verantwoordelijkheid is. Een prachtig onderzoek van de Amerikaanse psychologe Emmy Werner toont aan dat bepaalde mensen weerstand kunnen opbouwen, en andere niet. Dat hangt af van allerlei factoren, zoals de sociale klasse waartoe ze behoren. Iemand een gebrek aan weerstand verwijten is ongeveer hetzelfde als iemand verwijten dat hij veel kleiner is dan anderen.»

HUMO U pleit voor een holistische aanpak in de ziekenhuizen, over de grenzen van de hyperspecialisatie heen. Dat zou een revolutie betekenen, waarbij de bordjes van de verschillende afdelingen – neurologie, endocrinologie, immunologie – worden neergehaald.

VERHAEGHE «We zullen in de geneeskunde zeker hyperspecialisatie behouden – ze is nodig, het kan niet anders. Maar het is primitief om je in die specialisaties op te sluiten en niet samen te werken. In het UZ in Gent hebben ze een aantal jaren geleden een nieuw systeem ingevoerd: alle verschillende diensten zijn met elkaar verbonden. Ga je van de ene afdeling naar de andere, dan is men al op de hoogte en is je dossier daar vaak al besproken. Uiteraard zijn er specialisten, maar nu overleggen ze met elkaar. Vroeger was het aan de patiënt om te zeggen: ‘Pas op, ik heb ook nog diabetes!’

Een doorgedreven holistische aanpak zal misschien nog vijftien of twintig jaar op zich laten wachten. Maar er zal iets moeten gebeuren, ook al omdat de gezondheidszorg anders straks niet meer betaalbaar is. Op de arbeidsmarkt zie je steeds meer verzuim en langdurig zieken. In ondernemingen met een horizontale structuur, die minder bogen op hiërarchie en meer op samenwerking tussen alle werknemers, zie je het ziekteverzuim trouwens pijlsnel dalen.»

HUMO Over de kosten van de gezondheidszorg gesproken: minister Maggie De Block wil naar een vastgelegd aantal dagen ziekteverlof per ziekte. Zegt u het maar: hoeveel dagen krijg je voor een depressie?

VERHAEGHE «Dat is een gevaarlijke, onzinnige evolutie. Elk geval is zó verschillend.

Achter elke hervorming van de laatste tien jaar schuilt een besparing. Telkens weer worden die besparingen verkocht met het argument dat ze op onderzoek berusten, terwijl ze daar niks mee te maken hebben. Zolang men zich niet concentreert op de oorzaken, komen er alleen maar zieken bij die hulp verdienen. Dáár moet iets veranderen.»

dood door orgasme

HUMO Wie geen toegang heeft tot zijn gevoelens, schrijft u in ‘Intimiteit’, loopt meer kans op ziektes.

VERHAEGHE «Met het woordje gevoelens heb ik het zelf moeilijk. Voor je het weet, zit je in de emocultuur: ‘Volg je gevoelens!’ en dat soort praatjes. Dat is niet de kant die ik op wil. Ik heb het over lichaamservaringen; affecten noem ik ze, om ze te onderscheiden van emoties. We beseffen het te weinig, maar gevoelens zijn in eerste instantie een lichamelijke ervaring, die eventueel een psychologisch staartje krijgen. Onze taal drukt dat mooi uit: ‘Ik krijg het op mijn heupen,’ zeggen we, of ‘Er ligt iets op mijn maag.’ Pas als je zo’n lichamelijke ervaring bewust gaat beleven, wordt het een emotie, die overigens een evolutionair nut heeft. Het is een signaal van je lichaam, dat je in een bepaalde richting wil sturen.»

HUMO Of je een goeie afstemming met je eigen gevoelswereld hebt, zo gaat uw stelling verder, hangt sterk af van de interacties in de kindertijd. Daar bemerk ik een dubbele boodschap. Enerzijds is het ontzettend belangrijk dat ouders hun kinderen een opvoeding bieden die een ‘veilige hechting’ mogelijk maakt, anderzijds heet het dat ouders maar eens moeten stoppen met hun stinkende best te doen. Durf falen!

VERHAEGHE «Dat is een heel moeilijke kwestie. De passages daarover heb ik wel tien keer herschreven. Het zou dwaas zijn te ontkennen dat ouders hier een grote verantwoordelijkheid hebben. Tegelijk is het één van de klassieke valkuilen van de psychoanalyse en de psychiatrie om de ouders alle schuld te geven. Loopt er iets verkeerd: het is de moeder!

Ouders hébben een enorme verantwoordelijkheid, maar ze leven niet in een ideale wereld. Neem nu een gezin van een moeder en een vader, midden 30, en drie kinderen – twee jonge kinderen, één puber. Beide ouders hebben een voltijdse job, één van de twee staat elke dag in de file. Die mensen kunnen niet anders dan opgejaagd door het leven gaan. Komen ze ’s avonds thuis, dan moeten ze nog met die jongere kinderen aan de slag. Als er één ding is dat je dan nodig hebt, is het wel geduld! Maar mensen met veel stress, verliezen hun zelfbeheersing. Is het dan de schuld van die ouders dat het af en toe verkeerd loopt?

Mijn zoon en schoondochter krijgen een kind. Ze wonen in Gent en hebben drie maanden lang op hete kolen gezeten omdat ze maar geen crèche konden vinden. Ja, eentje in Melle, rij daar maar eens naartoe in de spitsuren. Pas enkele weken geleden kregen ze bericht dat er een plaatsje was in Gent, zij het pas wanneer zij al lang weer aan het werk moet zijn. Dat levert veel stress op, en dat is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De overheid moet investeren in crèches. En in scholen, want ook die zijn er te weinig. Je vraagt je af waarom. Hoe moeilijk kan dat zijn? Je hebt een geboortecijfer, en dus weet je precies hoeveel kinderen er over drie jaar starten in het onderwijs. Dat is toch geen hogere wiskunde?»

HUMO ‘Intimiteit’ heeft enkele hoofdstukken over de zoektocht naar het goede leven. Geld als nieuwe zingever wijst u resoluut af. Is het dan zo verkeerd te denken dat geld wél gelukkig kan maken – zeker voor wie er weinig van heeft.

VERHAEGHE «Uit elk onderzoek blijkt dat een tekort aan financiële mogelijkheden mensen zeer ongelukkig maakt, dat klopt. Maar het geluk dat geld je kan bezorgen, stabiliseert eens je een bepaald niveau van rijkdom hebt bereikt. Elke euro die er dan nog bovenop komt, draagt niet meer bij tot je geluk. Maar dat wil dus niet zeggen dat die rijke mensen op dat punt stoppen met nog meer te willen.

De laatste tijd herlees ik vaak Aristoteles, omdat hij prachtige dingen te zeggen heeft over een ideale samenleving. Bijna terloops heeft hij het in zijn ‘Ethica Nicomachea’ in het hoofdstuk over rechtvaardigheid over de pleonexia, het altijd maar meer willen. Aristoteles beschouwt het als een intrinsiek kenmerk van de mens. Volgens hem moet de opvoeding erop gericht zijn om die neiging binnen de perken te houden. Anders krijg je een maatschappij vol onrust, conflict en oorlog. Onze maatschappij dus: wij stimuleren het altijd maar meer willen hebben, we sturen aan op conflict. En als het verkeerd afloopt, hebben we straks opnieuw oorlog.»HUMO In uw woorden: ‘Een slecht leven is een gevolg van een gebrek aan mate.’

VERHAEGHE «Ja, een interne rem is nodig. Denk maar aan het experiment van James Old. In een proefopstelling bezorgde hij ratten een elektrische stimulus in een bepaalde hersenzone als ze een knop indrukten, wat die beestjes een lustgevoel gaf vergelijkbaar met seks. Die ratten gingen de knop tot 3.000 keer per uur indrukken, ze vergaten te eten en te drinken. En ze gingen dood.»

HUMO ‘Kapitalisme kan nooit zin geven aan het leven’ was eens de kop van een Humo-interview met u. Maar identiteiten nemen nieuwe vormen aan, zegt u zelf. Is het dan toch niet denkbaar dat er nieuwe generaties opstaan die wél een genotsvol bestaan hebben als shoppende mens?

VERHAEGHE «Dat denk ik niet. Zingeving komt voort uit iets waar je naar streeft, waarbij het haast een voorwaarde is dat je zo’n project met iemand deelt. Genot, heeft in veel gevallen te maken met spanningsopbouw en ontlading. Als er alleen nog spannings-opbouw is, en geen ontlading – als je nooit klaarkomt, om het wat plat te zeggen – dan zit je met een serieus probleem. Dan ben je verslaafd, zoals die ratten die op de knop bleven drukken. De roes wordt steeds weer nagejaagd, maar er is geen afsluitend einde. Men blijft de spanning opbouwen tot men erbij neervalt. Shop until you drop.»

HUMO Dan liever een goed potje seks: spanning én ontlading. Wie zei het alweer: ‘An orgasm keeps the doctor away’?

VERHAEGHE «Onlangs zei Eva Daeleman dat haar osteopaat haar had aangeraden dagelijks te masturberen, dat was beter voor haar spanningsniveau. Daar zijn enorm veel reacties op gekomen. Maar het klopt wel: een orgasme is één van de krachtigste manieren om spanning te ontladen.

Vroegere generaties hadden veel meer problemen met seksualiteit. Omdat er veel verboden was, kwam men seksueel niet aan zijn trekken. Vandaag is dat, zeker voor jonge mensen, veel minder het geval. Zij hebben begrepen dat je seksualiteit ook kunt zien als een gezondmakende spanningsontlading. Ik las eens een onderzoek naar het masturbatiegedrag van studenten: het is niet eens zo verrassend dat er het meest werd gemasturbeerd in de examenperiode.

Voor jongeren hoeft seks zich niet per definitie af te spelen binnen een liefdesrelatie waarin men zich voor 100 procent engageert. Die jongere generatie is scherp gaan aanvoelen dat er een verschil is tussen seksualiteit en intimiteit, en dat is nieuw. Ik kreeg van een jongen eens letterlijk te horen: ‘Met seksualiteit heb ik geen probleem, wel met intimiteit.’

Het moeilijke in de relatievorming op dit ogenblik lijkt me vooral dat het nooit goed genoeg is. Dat hoor ik dikwijls bij jonge mensen: ‘Is deze partner wel goed genoeg voor mij? Is er geen betere?’ Natuurlijk is er een betere, is mijn antwoord dan, dat kan niet anders: er zijn drie miljard mannen, drie miljard vrouwen! Iets anders is: ga je hem of haar ook tegenkomen?»

HUMO ‘Het zijn verwarrende tijden voor mannen,’ schreef u in een eerder boek. ‘Je moet vriend én vader zijn van je kinderen, huisman én macho voor je vrouw, collega en carrièrehaantje op je werk.’ #MeToo-tijden maken het allicht nóg verwarrender voor mannen?

VERHAEGHE «Mannen krijgen nu de rekening gepresenteerd voor een paar duizend jaar misbruik, openstaande rekeningen worden vereffend. Met de aanklacht van het misbruik in de kerk is de deur geopend, nu zien we het misbruik overal. Dit zal nog wel even aanhouden.

Oudere mannen zien nu hoe de hen aangeleerde genderpatronen in tien jaar tijd van tafel zijn geveegd, je zou voor minder in de war zijn.»

HUMO Als ik nog even terug mag naar Eva Daeleman: na haar burn-out is ze begonnen met een yogastudio. Vindt u dingen als yoga, mindfulness en meditatie zinvolle bezigheden in stressy tijden?

VERHAEGHE «Ik moet zeggen dat ik daar lang sceptisch over geweest ben: ik heb die beweging zien opkomen toen ik nog student was. Vaak waren het meisjes met lange rokken. Het was af en toe leuk om zo’n meisje te versieren, dat wel, maar voor de rest vond ik het zweverig gedoe. Intussen zijn de neurologische en fysiologische effecten ervan wetenschappelijk aangetoond en is duidelijk dat ze voor psychologisch welbehagen zorgen. Yoga en mindfulness zijn dus zeker geen slecht idee voor iemand die zich niet goed voelt. Liever dat dan allerlei spullen te gaan slikken, die veel meer neveneffecten hebben. Maar je moet je óók afvragen waar de oorzaak ligt van je problemen: ‘Hoe komt het dat ik met een lijf vol stress zit? Waarom slaat mijn hart twintig keer meer dan gemiddeld?’»

het einde van samenwonen

HUMO In ‘Autoriteit’ schreef u: ‘Als economische groei neerkomt op een toename van de CO2-uitstoot, van grondstoffenverspilling en van milieuverontreiniging, dan is het pleidooi voor groei een misdaad tegen de mensheid.’ Forse taal. Wordt u er nooit op aangesproken?

VERHAEGHE «Merkwaardig genoeg niet. Ook economen kunnen mij niet verklaren waarom wij aan zo’n waanzinnig model vasthouden. ‘Opgelet, de groei bedraagt slechts 0,2 procent!’ hoor ik dan in het nieuws. Maar we moeten helemaal niet meer groeien, we moeten naar duurzaamheid.»

HUMO Vereist de gezondheidsproblematiek in eerste instantie een politiek antwoord?

VERHAEGHE «Ja, maar niet in die zin dat we moeten roepen: ‘Ze moeten het maar oplossen in Brussel!’ Wel in de originele betekenis van het woord politiek: als samenleving moeten we een aantal keuzes maken. In het paradijs waarin wij wonen hebben wij meer vrijheid dan ooit, maar dat betekent ook dat we de verantwoordelijkheid hebben keuzes te maken. Als je uit de ratrace wilt stappen, komt het er meestal op neer dat je bereid moet zijn het met minder financiële middelen te doen.»

HUMO Wat u uiteindelijk als ideaal naar voren schuift voor een goed leven is: autonomie in verbondenheid.

VERHAEGHE «Over die uitdrukking heb ik lang nagedacht. Ze geeft aan dat ik zeker niet terug wil naar vroeger. Ik heb de jaren 70 heel bewust meegemaakt, en ik wil echt niet terug. Er was te veel verplichte groepsvorming, vond ik. De uitdaging is nu, in té individualistische tijden, opnieuw een verbondenheid te creëren tussen de mensen. Dan is het risico meteen dat je die verbondenheid creëert op verkeerde gronden, bijvoorbeeld op basis van nationalisme. Help, ik mag er niet aan denken! Maar het moet mogelijk zijn mensen met elkaar te verbinden rond gemeenschappelijke projecten.»

HUMO Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

VERHAEGHE «Wat me dezer dagen erg boeit, zijn nieuwe vormen van architectuur. Alles komt daarin samen, omdat men er op zoek gaat naar samenlevingsvormen waarbij men de autonomie van mensen respecteert, maar waarbij men tegelijk toch samenleeft.

Het klassieke samenwonen is voorbij, dat is vrij duidelijk. Een individueel huis als dit, hoe aangenaam ook, is iets van het verleden. Als je mensen wilt doen mislukken, moet je hen in een klassiek huwelijk duwen en hen vervolgens in een appartement in de stad laten wonen, zeven verdiepingen hoog. Mislukking gegarandeerd! We zijn gewoon niet gemaakt om met z’n tweeën in een kotje te zitten, we zijn groepsdieren. Dat model pikten mensen alleen omdat er een enorme dwang was, vanuit verschillende instanties, de religie en de politiek. Die dwang is nu weggevallen en het is heel spannend welke ruimtelijke vormen in de plaats zullen komen. Meerdere gezinnen samen?

Hedendaagse clanstructuren? We gaan naar allerlei vormen van cohousing, en ruimte bepaalt de relaties. Er zullen zich daar automatisch koppels vormen, maar die zullen waarschijnlijk niet eeuwig samenblijven, waarop zich weer andere koppels vormen.

Ik ken een aantal jonge architecten die daarmee bezig zijn, en die onvermijdelijk ook moeten nadenken over de man-vrouwverhouding, opvoeding, arbeidsvormen… Al die dingen komen samen. Fascinerend! Alleen al om te zien hoe dat evolueert, zou ik graag nog honderd jaar leven.»

Alcoholmisbruik bij jongeren

Happy hour in de zuipzone

De Standaard – 13.11.2018 – Ignaas Devisch

Onlangs bleek dat het alcohol­misbruik bij Leuvense studenten alarmerend fors is toegenomen (DS 31 oktober). Er zijn goeie redenen om te vooronderstellen dat het op andere plaatsen niet anders of misschien zelfs erger is. Neem nu de beruchte Overpoort in Gent, samen met het Glazen Straatje de beroemdste straat uit de Arteveldestad. Helaas staat ze vooral symbool voor geweld, drugs, verloedering en drankmisbruik. Dat is trouwens oud nieuws. Zowat tien jaar geleden verscheen in ­deze krant een alarmerend artikel met als titel ‘Overpoort is een zorgenkind’ (DS 10 oktober 2008). Toen ging het om onveiligheid, drankmisbruik en geweld en heette het dat er dringend een plan van aanpak zou worden opgesteld. We zijn tien jaar verder en nil novi sub sole. De klachten nemen zelfs toe: bendes die van buiten de stad komen om amok te maken, jonge meisjes die worden lastiggevallen.

De rode draad door dit alles? Bovenmatige alcoholconsumptie. Vorige week nog zag ik een, naar schatting, veertienjarige een volle maaginhoud naar buiten werken. Het was toen vijf uur in de namiddag. Dat is helaas geen uitzondering. Mijn observaties zijn anekdotisch, maar dagelijkse fietspassages tussen auditoria leveren aardig wat pijnlijke vaststellingen op. Met stip op nummer één: er wordt niet gedronken, maar gezopen. De vele bars en dansclubs trekken jongeren aan met maar één bedoeling: zo snel mogelijk iedereen het delirium injagen. Niet plezier maar geld is het doel en studenten zijn daartoe het middel. Met structureel drankmisbruik op jonge leeftijd tot gevolg. Dag na dag. Nacht op nacht. En de centen blijven rollen.

Tijdens piekmomenten zet de politie de buurt af met dranghekken, zodat de ergste uitwassen beperkt blijven tot deze moderne versie van The waste land zoals T.S. Eliot het beschreef. Dat zal ongetwijfeld goedbedoeld zijn, maar het heeft een averechts effect. Je creëert een zuipzone met spelregels die ergens anders niet gelden, waardoor je onwillekeurig alcoholmisbruik aanmoedigt. Want daar mag – of moet – het. Ambulances rijden ondertussen op en af om de ergste gevallen af te voeren. De dag erna ontwaken de slachtoffers uit hun alcoholcoma, een beetje zoals de echte Lazarus ooit door Jezus uit de dood zou zijn opgewekt. Tijdens het ochtendkrieken komt ondertussen de dagelijkse schoonmaakploeg langs die de goorste smeerlapperij wegpoetst. Waarna het feest (?) kan herbeginnen. Wie denkt dat ik overdrijf, nodig ik uit tot een vroege ochtendwandeling. Trek gerust stevig schoeisel aan om je door de kotsplassen en het vuilnis te waden.

De vraag is even eenvoudig als afgrondelijk: waarom tolereren we dit? Waarom sluiten we onze ogen voor een goor winstmodel dat jongeren het drankmisbruik induwt? Terwijl we op andere plaatsen affiches uithangen in het kader van preventiecampagnes ­tegen alcoholmisbruik organiseren we daar een collectieve zelfdestructie op de kap van mensen die letterlijk nog aan het groeien zijn. Uiteraard is die straat maar één triest voorbeeld van een breed gedeeld probleem: de aanmoediging van gezuip en de economische exploitatie ervan. We reageren haast panisch als jongeren wat jointjes rollen, twijfelen over hun seksuele identiteit of vaak naar porno kijken. Maar alcohol in sloten naar binnen werken, is blijkbaar geen probleem. Dat is behoorlijk inconsequent.

Natuurlijk mogen studenten feesten. Het liefst zo veel mogelijk zelfs. Student zijn is heerlijk. Zelf heb ik er met volle teugen van genoten en vrienden gemaakt voor het leven. Dus: proef de wereld, ga uit, dans, lach, vrij en zing. En een glas kan daar zeker bij. Laten we daarom vooral niet de fout maken om voortaan iedereen die wat wijn of bier drinkt scheef te bekijken. De moralisering van ons gedrag is al ver genoeg doorgeschoten. Jongeren moeten bovendien de kans krijgen om grenzen af te tasten en zich op het latere leven voor te bereiden. Kortom: lang leve het gefeest, de overdrijving en de gulzigheid. Niets mooiers dan je te verliezen in het leven.

Maar een zuipzone organiseren in een stad die zichzelf zo graag als gezellig omschrijft, heeft weinig tot geen uitstaan met het leven ontdekken. Veel jongeren die naar de Overpoort gaan, zijn al dronken door het gulzige ‘inpilsen’ vooraf. Of ze worden het snel door de vele happy hours die pronken op de ramen van de bars. Vaak verkopen die flessen sterkedrank tegen spotprijzen die vervolgens met hoge snelheid ad fundum naar binnen worden gewerkt. Waarna de nacht nog moet beginnen. Dan moet je kapot.

Bij deze mijn oproep aan de onderhandelaars van een nieuw stadsbestuur: mag het, zodra de posten verdeeld zijn, over dit soort problemen gaan? Er is niets progressiefs aan het laten voortbestaan van deze aberratie. Zoals die ene zin uit The waste land bloklettert: SCHIET ALSJEBLIEFT OP HET IS TIJD.

Ignaas Devisch doceert medische filosofie en ethiek aan de UGent en de Artevelde-hogeschool. Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.

Boek: Intimiteit

Paul Verhaeghe over intimiteit: “Samen slapen is intiemer dan vrijen”
Hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe pleit voor warmte, weerloosheid en imperfecte seks
De Morgen – 09-11-2018 – Barbara Debusschere

Hij hoort veel vrouwen en steeds meer mannen in zijn consultaties klagen: “Ik verlang naar intimiteit en het enige wat ik krijg, is seks”. In zijn nieuwe boek Intimiteit legt hoogleraar psychologie Paul Verhaeghe uit hoe we op dit vreemde punt beland zijn. “We willen vastgehouden worden, zodat we ons opnieuw beter in ons vel voelen.”

“Kijk, dit is ze.” Enthousiast toont Paul Verhaeghe op zijn smartphone een filmpje van zijn schattige kleindochter Edith, 2,5, aan wie zijn nieuwe boek Intimiteit is opgedragen. Haar armpje zit in het gips, maar het lijkt haar niet te deren. Vrolijk babbelt ze tegen haar mama. “Dit is toch fantastisch?”, zegt hij.

Wie is Paul Verhaeghe?
• Geboren op 5 november 1955 In Roeselare
• Studeerde klinische psychologie en psychoanalyse aan de Universiteit Gent
• Schreef twee doctoraten: het eerste over hysterie (1985), het tweede over psychodiagnostiek (1992)
• Verwierf in 1998 nationale en internationale faam met zijn spraakmakende bestseller Liefde in tijden van eenzaamheid
• Bestudeert sedert 2000 vooral de invloed van maatschappelijke veranderingen op psychologische en psychiatrische moeilijkheden
• Publiceerde ook de boeken Het einde van de psychotherapie (2009), Identiteit (2012) en Autoriteit (2015), die een groot publiek bereikten

De professor psychologie, die in 1998 faam verwierf met zijn boek Liefde in tijden van eenzaamheid, staat bekend als cerebrale academicus met strenge blik, maar nu staat hij glunderend naar het filmpje van zijn kleinkind te kijken. Het is een beeld dat we zelden van hem te zien krijgen. “Maar ja, alle clichés over grootouders blijken dus gewoon waar. Ik heb twee kleinkinderen en er is er een derde op komst. Ik geniet er heel erg van.”

Is dat nog meer zo omdat u als hoogleraar psychologie de ontwikkeling van kinderen erg goed kent?

(wuift de vraag weg) “Ach nee. Ik zit echt niet door mijn academische bril naar hen te kijken. Ik zie dat ze goed in hun vel zitten, maar ben gewoon een grootvader die smelt als ik hen bezig zie. Ik ben er geen fan van om mijn privéleven te delen met de buitenwereld, maar kijk, ik wilde nu toch heel graag dat filmpje van Edith laten zien. Dat zegt toch genoeg?”

Als u ziet dat Edith zo jong al goed in haar vel zit, dan weet u wel als geen ander dat dat de basis is voor duurzame intimiteit later?

“Als die basis in de eerste jaren gelegd wordt, is dat duidelijk een enorme boost om je ook later, als volwassene, goed in je vel te voelen. En dat is een voorwaarde voor intimiteit. Loopt het mis, dan kan dat wel rechtgetrokken worden, maar het is beter wanneer dat niet nodig is.”

Is niet vooral onze geliefde doorslaggevend voor kwaliteitsvolle intimiteit?

“Niet in de eerste plaats. We denken dat intimiteit vooral gaat over wat je met iemand anders doet en wat iemand anders jou biedt. We verwarren het ook met seks. De twee vallen wel vaak samen en net zoals seks is intimiteit wel lichamelijk. Maar het is niet per se seksueel. Je kunt een goed seksleven hebben zonder intimiteit. En als vrijen alleen maar neuken is, is het zelfs een manier om intimiteit te vermijden. Omgekeerd kun je ook intimiteit beleven zonder seks.”

Seks gaat meer over macht?

“Ja. Het bevreemdende is dat het van de man een noodzakelijk geweld vraagt, een overgang van het tedere naar het harde. Met een zachte erectie kun je niet veel aanvangen. Ook van de vrouw vraagt het een grensoverschrijding, passief omdat ze het binnendringen ‘toelaat’, actief omdat ze de man opslokt. Macht speelt dan een rol. De man kan fysiek geweld gebruiken om over die grens te gaan. De kans op misbruik is altijd reëel. Sommige vrouwen aarzelen dan weer niet om een man te verleiden tot het punt waarop hij niets liever wil dan over die grens heen te gaan, zelfs als hij dat aanvankelijk niet wou.”

Intimiteit is zachter?

“Het betekent ‘het meest naar binnen’. We laten iemand binnen in ons nest en eventueel in onszelf. Het is je overgeven aan iemand, psychologisch en lichamelijk. Samen slapen is bijvoorbeeld zachter en ook intiemer dan vrijen, want in onze slaap zijn we weerloos. Dat weerloze kan beangstigend zijn, maar we verlangen er wel sterk naar.”

Waarom een boek over intimiteit?

“Het is me in mijn consultatiekamer beginnen opvallen dat veel vrouwen, maar steeds vaker ook mannen, zeggen: ‘Ik verlang naar intimiteit en het enige wat ik krijg, is seks’. Hoe komt het toch dat we, in deze bevrijde, taboeloze tijd, met zo’n tekort zitten?”

Is er een verband met #MeToo?

“Dat is niet de oorzaak, maar dat debat is nu wel zo oververhit dat beide seksen straks zodanig angstig zullen zijn dat er enkel nog iets mogelijk wordt als alles op voorhand in een contract staat. Welke seks kan er, welke niet? Niet verbazend dat we steeds vaker over ‘bindingsangst’ horen.”

We hebben wel meer bedpartners dan ooit.

“Ja, Tinder-contacten met seks, maar zonder relatie. Het voorspelbare resultaat is dat velen alleen blijven. Daardoor neemt de behoefte aan contact, zelfs in de meest primaire vorm van huidcontact, alleen maar toe. We willen vastgehouden worden, zodat we ons opnieuw beter in ons vel voelen. Wij zijn huidhongerig. Patiënten die vol emoties zitten maar niet kunnen spreken, raad ik eerst massages aan.”

Psychotherapie gaat toch over gedachten en gevoelens?

“Het is een grote misvatting dat die niet fysiek zijn. De wetenschap weet al geruime tijd hoezeer de scheiding tussen lichaam en geest achterhaald is. Emoties zijn bewuste ervaringen van wat er zich in ons lichaam afspeelt, als reactie op anderen, de buitenwereld. Je bloost eerst, dan noem je dat schaamte. We gebruiken medicatie die inwerkt op ons lichaam om gevoelens te verzachten. Niet-lichamelijke zaken, zoals verwachtingen en uitspraken van anderen, hebben een op scans waarneembare fysieke impact, zoals placebo-onderzoek aantoont. Chronische stress, een psychische factor, maakt fysiek ziek. Negeren wat je lijf je vertelt, leidt zowel tot psychische klachten als tot ziekte.”

Waarom benadrukt u dat zo in een boek over intimiteit?

“Omdat intimiteit in de eerste plaats de verhouding met je lijf is. Kom je er goed mee overeen of niet? Intieme kennis van wat jouw lichaam beweegt en hoe het reageert op de buitenwereld, is de voorwaarde voor een goed intiem leven. De soms mooie maar vaak ook moeilijke verhouding die wij hebben met anderen, heeft te maken met de mooie maar vaak ook moeilijke verhouding met ons lichaam.”

Hoe komt dat?

“Omdat alles daar start. Tot ongeveer een jaar of drie zíjn wij ons lichaam. Daarna hébben we een lichaam, omdat we ons ervan bewust worden. Het kan ons genot en plezier, maar ook pijn verschaffen. De mensen met wie we onze eerste liefdesverhoudingen hebben, meestal onze ouders, bepalen mee hoe onze relatie met ons lichaam zal zijn. Zij helpen ons verwoorden wat we voelen via en in ons lichaam. Dat is de basis voor wie we zullen worden.”Concretiseer dat eens?

“Wie als kind altijd voelde hoe een ouder veel te dicht kwam, wordt vermijdend, zo’n volwassene die op recepties achteruit deinst wanneer er een omhelzing ‘dreigt’. Een dochter die van haar vader hoort dat ze mooi is, zal zich mooi voelen en zich daarnaar gedragen. Een kind dat systematisch negatieve reacties kreeg toen het huilde uit angst, zal angst onderdrukken en later onverklaarbare paniekaanvallen krijgen. We leren via anderen herkennen wat er in ons lichaam gebeurt en wat we mogen voelen. Daarop stoelt onze identiteit.”

Het lichaam is dus niet enkel de verpakking?

“Vergeet dat maar. Vanaf onze prille kindertijd bouwen we er een band mee op. We merken hoe het reageert op de buitenwereld, wat het bij anderen oproept, en geven daar een betekenis aan. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben groot. Mensen vinden mij groot. Dat voelt goed. Ze kunnen niet naast me kijken.’ Ons hele leven hebben we zo een relatie met ons lichaam. We houden er in meer of minder mate van. Het is de meest intieme band die we ooit zullen hebben en die bepaalt onze intimiteit met anderen.”

En als het misloopt, is het schuld van de ouders?

“Zeker niet. Parent blaming is een hardnekkige fout. De realiteit is veel complexer. Er zijn, naast de opvoeding, ook biologische en maatschappelijke redenen waarom het misloopt. De meeste ouders doen alles voor hun kroost en ze zijn ook ingebed in een maatschappijbeeld. Ik ben bijvoorbeeld streng opgevoed in een tijd waarin religie centraal stond en het lichaam zondig was. Maar dat neem ik mijn ouders niet kwalijk. De maatschappelijke norm kun je niemand verwijten.”

Heeft u onder die harde opvoeding geleden?

(grijnst) “Dat valt wel mee. Ik heb me uiteraard tegen dat religieuze verzet, maar ik kreeg zelfs te weinig weerwerk. Toen ik een jaar of vijftien was, ben ik gestopt met naar de kerk gaan en mijn ouders reageerden amper. ‘Doe maar’, zeiden ze.

“Zelfs toen ik al met mijn vrouw samen was en mijn eerste job had, eind jaren 70, woog het religieuze dictaat nog zwaar door. Ik herinner me hoe riskant het eigenlijk was dat ik met een gescheiden vrouw samenleefde terwijl ik in een katholieke instelling werkte. Was dat uitgekomen, dan riskeerde ik mijn baan. Dat is nu ondenkbaar.”

En hoe zit het met uw eigen verhouding met uw lichaam?

“Daarin ben ik geëvolueerd. Ik doe al zeker dertig jaar aan hardlopen met twee vrienden. Onze running gag is dat we ons afvragen: ‘Lopen we nu met of tegen onze opvoeding? Met of tegen ons lichaam?’ Want onze opvoeding was dus vrij hard. Pijn moest je negeren. Wie ziek was werd, zowel bij mij thuis als op het internaat, aan zijn lot overgelaten tot het over was. Wij drieën hebben marathons gelopen, een van ons behaalde een zwarte gordel in karate. Hardlopen was lange tijd iets om ons lichaam te harden. We liepen tégen ons lijf en pijn was een goed teken, alleen dan was de training goed geweest. Nu lopen we mét ons lichaam. Dat is veel plezieriger. Vroeger was het lichaam slecht, nu mag het er zijn.”

Maar ondanks de seksuele revolutie haperen onze intieme levens?

“Ja. Ik zie vanuit mijn praktijk wel vooral de problemen, natuurlijk. Maar die zijn vaak alleen maar een extremere vorm van wat breder speelt. Gelukkig is er sinds eind vorige eeuw dus een einde gekomen aan het eeuwenlange conflict met ons lichaam dat ‘bedwongen’ moest worden. Niemand dicteert ons nog van achter een altaar hoe we ermee moeten omgaan. Ik wil mensen echter wijzen op een nieuw, meer onzichtbaar dictaat dat onze intimiteit nu op andere manier verstoort.”

Een nieuwe Big Brother?

“Zoiets. Vanuit het monsterverbond tussen politiek, markt en samenleving worden ons heel specifieke beelden voorgehouden die ondertussen meer invloed dan onze ouders hebben op hoe we onze intimiteit en identiteit opbouwen. Het is een combinatie van maakbaarheid, wat op zich mooi is, en het idee dat je ‘nooit goed genoeg’ bent of genoeg hebt. Je lichaam kan vandaag niet mooi, strak, jong genoeg zijn. We moeten beantwoorden aan een ideaal waar we nooit aan kúnnen beantwoorden.

“Er is een permanente concurrentie met anderen én met jezelf. Dat zit in alle aspecten van onze levens. We wanen ons vrij van moralistische beperkingen, maar we zien niet dat alles in het teken staat van hedendaagse geboden: zo succesvol mogelijk zijn en dat zo veel mogelijk etaleren. Kinderen moeten ondernemers zijn van zichzelf. Talenten moet je te gelde maken, anders ben je een loser. Collega’s zijn concullega’s. Bescheidenheid is geen deugd, maar een reden om je op assertiviteitscursus te sturen. Zelfs mijn hardlopen zit nu via loopapps in een concurrentiemodel.”

Zijn competitie en prestatiedrang dan slecht?

“Zeker niet, en genieten van je succes ook niet. Wat wel nefast is, is de voortdurende dwang om dat te doen en het idee dat het nooit genoeg is. Er zijn nu volwassenen die in de put zitten wanneer ze te weinig likes hebben op Facebook. We moeten de anderen verslaan maar we hebben ze ook nodig om de hele tijd applaus te krijgen, wat van een enorme onzekerheid getuigt. En als we niet voldoen, als we zo niet gelukkig worden, falen of ziek zijn, is het onze eigen schuld en moeten we maar meer ons best doen. Maar van wie eigenlijk?”

We zijn toch meer bezig met zelfzorg, wellness?

“We staan stijf van de stress, dus zo vreemd is dat niet. Maar zelfs zelfzorg is door de commercie opgeslorpt. Onze bezorgdheid om ons lichaam is niet zorgzaam. Het is een bezorgdheid over de afstand die we nog moeten afleggen om dat ideale lijf te verwerven. Ongeveer iedere vrouw let op haar gewicht; gezondheid en schoonheid zijn een verplichting. En hoeveel stappen heb je vandaag gezet? Zelfs yoga en meditatie zijn consumptieproducten geworden om je imago op Instagram mee te boosten.

“De meest doortrapte list van de reclame is de boodschap om onze ‘individualiteit’ waar te maken. Resultaat: we kopen dezelfde, grotendeels overbodige spullen, doen aan dezelfde vormen van ontspanning, werken collectief steeds harder, gevolgd door hetzelfde soort vakantie dat we op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren.”

U noemt die evolutie ziekmakend?

“Er is geen honger meer, maar er zijn wel meer eetproblemen en obesitas. Er is geen oorlog, maar we zitten de hele tijd in concurrentie met anderen en met onszelf. Mazelen en de pest zijn verleden tijd, maar het aantal diagnoses van depressie, burn-out, angststoornissen, auto-immuunaandoeningen, diabetes en bepaalde kankers nemen toe, allemaal aandoeningen die vaak verband houden met chronische stress. Ik zie ook veel schaamte. Zou dat allemaal toeval zijn? Zou het niet zeer goed kunnen dat die nieuwe normen de band met ons lichaam verstoren, ons vervreemden van onszelf, constant opjagen en dus ook ziek maken?”

Schaamte? In deze tijden?

“Wees maar gerust. Vroeger voelden we ons vooral schuldig want we hadden zondige verlangens, nu is er veel schaamte want we denken dat we falen. Ik hoor succesvolle hoogopgeleiden in mijn praktijk geregeld zeggen: ‘Op een dag gaan ze mij doorhebben en zien dat ik eigenlijk niets voorstel’. Die angst voor ontmaskering, voor falen is nieuw en alomtegenwoordig. Als perfectie de norm is, dan is elke fout een reden tot schaamte en angst voor ontmaskering.”

Heeft u zelf last van stress en schaamte?

“Toen er aan de Gentse universiteit een bikkelharde competitie was voor bevorderingen en fondsen, heb ik ervaren wat stress met je doet. Ik had al last gehad van lumbago en hernia door een verkeerde manier van spitten in mijn moestuin, en toen blokkeerde mijn rug helemaal. Nu heb ik veel minder last van stress. Ik leef bewuster en daardoor rustiger, ik draag meer zorg voor mijn lichaam en voor de mensen die ik graag zie.

“En omdat ik behoor tot de generatie die een schuldgevoel opgelepeld kreeg, zeker rond lichamelijkheid, heeft vooral daarvan loskomen mij zeer veel moeite gekost. Tot vandaag moet ik mij vaak verzetten tegen mijn inwendige, altijd strenge rechter.

Schaamte heeft vooral te maken met de beoordelende blik van anderen, vaak over je uiterlijk en daar heb ik minder last van dan de jongere generatie, ook al omdat ik mij ver verwijderd hou van sociale media.”

Zeg nu niet dat het vroeger beter was.

(met klem) “Absoluut niet. Toen waren lichamelijkheid in het algemeen en seksuele gevoelens in het bijzonder verboden. Daar wil niemand naar terug. Maar nu moeten we heel veel, zonder te weten van wie. Ik hoor geregeld: ‘Ik moet naar de sportles’. Hoe absurd is dat? Vroeger konden we ons verzetten tegen bisschoppen en rijkswachters, nu gaan we gebukt onder een anoniem dictaat dat we via de beeldcultuur geïnternaliseerd hebben zonder dat we het beseffen. Je daartegen afzetten is veel lastiger. Ik zie mensen die fysiek een puinhoop zijn, maar die geen idee hebben van wat er met hen gebeurt, die verlangens nastreven die niet echt van hen zijn. Ze zijn een intieme onbekende voor zichzelf. Het zijn er veel meer dan je vermoedt.”

Wat die nieuwe normen met ons doen verklaart dat gebrek aan intimiteit?

“Ja. Met al het gedoe om er aan de buitenkant zo verkoopbaar mogelijk uit te zien, zijn we steeds minder afgestemd op de binnenkant. Dan wordt intimiteit helemaal moeilijk. Wanneer seks perfect moet zijn, tussen twee het liefst zo strak mogelijke lijven, dan is een vrijpartij een opvoering met spelers die toeschouwer en beoordelaar zijn. Wanneer een interne criticus de hele tijd zegt dat we niet goed genoeg zijn, dan remt ons dat heel erg af om ons over te geven aan een ander. Wanneer anderen vooral beoordelaars, potentiële critici en concurrenten zijn, is intimiteit onmogelijk. Dat is ook zo wanneer de competitieve buitenwereld ons privéleven binnendringt, en we de strijd om ter best, snelst, meest, meenemen naar huis. Dat we elkaar steeds minder live zien, waardoor onze capaciteit voor empathie afneemt, helpt ook niet. Om elkaar graag te zien, moet je elkaar zien.”

We zien onszelf niet graag genoeg, maar waren we niet net individualistischer dan ooit?

“Er is een enorm verschil tussen het huidige narcisme en jezelf graag zien. Zie je jezelf onvoorwaardelijk graag, of hangt het af van het oordeel van anderen? Voldoe je aan allerlei eisen omdat je dat echt graag doet, of omdat het goed is voor je imago? Jezelf echt graag zien, is je goed in en met je lichaam voelen, zonder publiek dat een score geeft. Zoals in je eentje dansen, zonder dat iemand je ziet, en daarvan genieten. Dat is intimiteit. Je goed in je vel voelen en daardoor dicht bij de ander kunnen komen zonder dat je applaus nodig hebt. Dat zijn we aan het kwijtspelen.”

En? Hoe kunnen we onze intimiteit herstellen?

“Er zijn geen recepten, wel aanwijzingen. We kunnen eerst en vooral meer naar ons lichaam luisteren en er echt voor zorgen, niet in naam van een heersende norm. We kunnen meer stilstaan bij wat we van buitenaf opgedragen krijgen, en zien dat niets ons verplicht om die mallemolen te gehoorzamen. We kunnen uitzoeken wat we echt voelen, wat een goed leven echt voor ons betekent. Niet een beter leven of het beste leven, maar een goed leven dat bij jou past. Dat klinkt makkelijker dan het is. Ik zie hoe moeilijk mensen het vinden om hun werkelijke emoties en verlangens onder woorden te brengen.”

U put ook inspiratie uit uw eigen liefdesverdiet?

(glimlachend) “Ja. Ik was een prille twintiger. Het was zomer en ik voelde me doodongelukkig na een mislukte liefdesaffaire. De wereld was somber en leeg, mijn gedachten waren grijs en pijnlijk, goedbedoelde pogingen van vrienden om mij op te vrolijken maakten alles nog erger. Vanwaar het idee kwam, weet ik niet meer, maar ik besloot te gaan vissen. Avonden lang zat ik geconcentreerd te kijken naar het puntje van de dobber, dansend net boven het wateroppervlak. De zeldzame keren dat ik beet had, ergerde ik me blauw omdat het mijn gedachtestroom onderbrak. Op het einde van de zomer was mijn liefdesverdriet over. Ik voelde me zelfs stukken beter. Pas decennia later, toen ik praktijken zoals emdr (Eye Movement Desensitization and Reprocessing, een traumatherapie gebaseerd op oogbewegingen, red.) en meditatie leerde kennen, begreep ik waarom.”

Waarom?

“Omdat het een combinatie van die twee was, exact wat ik toen nodig had. We begrijpen niet hoe het werkt, maar de bewijzen voor de helende effecten van meditatie en emdr, yoga en aanverwanten stapelen zich op. Die meer fysieke methodes werken goed in combinatie met klassieke therapie en zijn zeer goeie manieren om van de vele spanningen in ons lichaam af te raken en beter met onszelf in contact te komen. Zelfs diehard wetenschapper Sam Harris publiceerde een boek met een pleidooi voor meditatie en spiritualiteit.”

Die zomer was u vooral ook alleen.

“Ja, ik wilde dat iedereen me met rust liet. Ook dat had ik toen niet door, maar om je beter in je vel te gaan voelen, is het cruciaal stilte toe te laten en te horen wat er dan komt over je angsten en verlangens, je kwaadheid en verveling, je pijn en genot.

“Ook daarvan krijgen we de aanzet al mee als kind, zoals Donald Winnicott dat in The Capacity to Be Alone beschrijft. Een peuter speelt in een hoekje, in zijn eigen wereld, en laat de ouder met rust. De ouder is er wel, maar is ook bezig en laat het kind met rust. Toch zijn ze samen. Ze zijn niet samen eenzaam. Bij de minste hapering reageren ze op elkaar. Ze zijn verbonden, zonder dat ze elkaar en elkaars applaus nodig hebben of elkaars afkeuring vrezen, zonder dat ze elkaar als een bedreiging ervaren. Die emotionele volwassenheid is nodig voor intimiteit. Maar dan moet je eerst met jezelf alleen kunnen zijn. En dat blijkt nu erg moeilijk.”

In welke zin?

“Ondanks de toenemende gevoelens van eenzaamheid zijn we nooit meer echt alleen en kunnen we het steeds minder goed. Onderzoekers ontdekten dat mensen nog nauwelijks in staat zijn gedurende een kwartier rustig alleen te zitten, met hun eigen gedachten. Na zes minuten waren velen zelfs bereid zichzelf een lichte elektrische schok toe te dienen om te ‘ontsnappen’. De vraag is aan wie of wat.”

Kunt u goed alleen zijn?

“Ik vind het niet onaangenaam en heb het ook nodig. Jarenlang sliep mijn vrouw al toen ik van mijn therapiesessies thuiskwam. Maar toen ze op pensioen ging, zat ze daar plots wel ’s avonds. Dat vond ik erg lastig na de intense gesprekken met mijn patiënten. Ik wilde toen echt even alleen zijn. Gelukkig begreep ze dat.”

We hadden het over hoe kritisch we voor elkaar en anderen zijn. Hoe goed kunt u zelf tegen kritiek?

“Kritiek op de psychoanalyse waarin ik gespecialiseerd ben, is soms op de man en niet op de bal en daar ging ik wel eens onder gebukt. Maar meestal is de kritiek van een erg zwak niveau want gebaseerd op algemeenheden en achterhaalde clichés, en dan heb ik er weinig last van.

Bent u hoopvol over de toekomst van onze intimiteit?

“Hier ben ik een vooruitgangsoptimist: we zijn vrijer dan ooit om ons te verzetten tegen huidige dictaten en voorgehouden beelden, alleen beseffen we het nauwelijks, maar dat bewustzijn neemt toe. Ik ben ook hoopvoller dan tien jaar geleden omdat er nu steeds meer bottom-upbewegingen komen, van stRaten-generaal tot kleinere projecten, kinderopvang na school of stadstuintjes. Daarin gaat het niet over competitie, maar zoeken mensen weer naar verbondenheid. Ik denk ook dat we steeds gezonder zullen omgaan met digitale communicatie.

“En ik zie meer mensen, die vervreemd waren van zichzelf, echte veranderingen in hun leven aanbrengen, waardoor intimiteit meer mogelijk wordt. Het hoopvolle is dat het allemaal van onderuit komt, zowel uit ons lichaam als uit het ‘sociale lichaam’. En wat van onderuit komt, dat hou je niet tegen.”

Intimiteit van Paul Verhaeghe verschijnt op 15 november bij De Bezige Bij, 23,99 euro

De troost van de filosofie

De ene filosoof over de andere, de levende over de dode, en de levende is Alain de Botton, wiens meeste boeken ik gelezen heb, en waarvan “De troost van de filosofie” het boek is dat mij het leven beter heeft leren begrijpen en inderdaad ook troost geboden heeft. Ik vind het nog altijd het beste filosofieboek dat ik ooit gelezen heb, en heel toegankelijk voor iedereen.

De dode filosoof is Nietzsche, de meest omstreden filosoof ooit. Als Epicurus de filosoof  van het geluk is, is Nietzsche de filosoof van het lijden. Het lijden aankunnen is het lijden aanvaarden als iets positiefs: “Wat je niet doodt, maakt je sterker”, zegt Nietzsche. En gelijk heeft hij, en ook dat is een troost.

Alternatieve geneeskunde

Dossier alternatieve geneeskunde: waarom de miljardenbusiness van oosterse kruiden zo gevaarlijk is.

HUMO – Maandag 5 november 2018

De Wereldgezondheidsorganisatie wijdt in haar lijst met ziektebeelden voor het eerst een hoofdstuk aan de traditionele Chinese geneeskunde. Dat veroorzaakt veel opschudding in de medische wereld, want het nut van die eeuwenoude Chinese geneeswijzen blijft zeer twijfelachtig. Maar de Chinese kruidenindustrie is een miljardenbusiness, en die richt zich nu op de grote markt van de westerse patiënten. Dankzij Humo slikt u geen andere onzin.

’80 tot 90 procent van de lichte aandoeningen geneest vanzelf, maar dat zul je in het alternatieve circuit niet horen: die willen middeltjes en therapieën verkopen’

HUMO Wat is die lijst van de WHO eigenlijk?
Patrik Vankrunkelsven (docent huisartsengeneeskunde aan de KU Leuven en directeur van het Centrum voor Evidence-Based Medicine) «Die lijst, de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD), is een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beheerd register van alle mogelijke aandoeningen en diagnoses, van astma en clusterhoofdpijn tot een longontsteking en een tenniselleboog. Die staan er gedetailleerd in beschreven en zijn van een code voorzien. Zo weten artsen wereldwijd dat ze het over dezelfde ziektebeelden hebben.

Bij ons is het een belangrijk instrument voor ziekenhuizen, het RIZIV en de ziekenfondsen. Zij baseren zich op die codes om behandelingen terug te betalen.»

HUMO Behandelingen zelf staan er dus niet in?
Vankrunkelsven «Nee. Dat wil dus zeggen dat de WHO niet heeft gezegd dat acupunctuur werkt.»

HUMO Voorstanders hopen dat de beslissing van de WHO zal helpen om de traditionele Chinese geneeskunde erkend te krijgen. Zit dat erin?
Vankrunkelsven «Het is niet omdat de traditionele Chinese geneeskunde in die lijst wordt opgenomen, dat onze ziekenfondsen ze als een ernstige vorm van geneeskunde zullen beschouwen. Maar indirect kan de opname wel een invloed hebben.

Acupuncturisten die voor de erkenning van hun geneeswijze lobbyen, zouden kunnen verwijzen naar de ICD, waar dan ziektebeelden in beschreven staan als ‘pijn in de leverstreek die het gevolg is van een onevenwicht van yin en yang in de lever, zodat het lichaam verhit raakt’. Want over dat soort formuleringen gaat het dus.

Ik heb niet het gevoel dat het in België enige invloed zal hebben op het terugbetalingssysteem, toch niet op korte termijn.»HUMO Wat houdt de traditionele Chinese geneeskunde eigenlijk precies in?
Norbert Fraeyman (emeritus hoogleraar farmacologie aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent) «80 à 85 procent van de Chinese geneeskunde is gebaseerd op kruidengeneeskunde. Die is zeer onoverzichtelijk en maakt gebruik van een paar honderd planten.»

HUMO Is de werking van die kruiden bewezen?
Fraeyman «We weten dat veel planten geneeskrachtige stoffen bevatten. In de taxus, een heester die bij veel mensen in de tuin staat, zit bijvoorbeeld een stof waarmee je tumoren kunt behandelen. Maar je moet de werkzame stoffen uit die planten kunnen halen. De roze maagdenpalm bevat vinblastine en vincristine, die ook werkzaam zijn tegen kanker, maar het heeft bijna dertig jaar geduurd voor men van die stoffen een medicijn kon maken.

Vaak heb je geen idee van de samenstelling van Chinese kruidenextracten. In zo’n extract zitten duizenden ingrediënten. De concentratie van de actieve stoffen in een plant is ook in sterke mate afhankelijk van de bloeiwijze, de bodem en zelfs het tijdstip van de dag waarop de plant wordt geoogst. Maar daar wordt in China geen rekening mee gehouden. Je weet nooit wat je koopt en of het wel werkt. Dat is een belangrijk verschil met de klassieke geneesmiddelen. Die worden op een gestandaardiseerde manier geproduceerd en hun werking is bewezen.»

Vankrunkelsven «Het gebruik van Chinese kruidenextracten kan zelfs tot ongevallen leiden. Soms zitten er te veel actieve stoffen in, zodat ze giftig zijn, of zijn ze met insecticiden of andere troep vervuild.»

Fraeyman «Een ander probleem is dat ze een invloed kunnen hebben op de werking van klassieke medicijnen. Sommige kruiden verhinderen dat klassieke middelen in de lever worden afgebroken. Daardoor heeft die medicatie een sterkere werking en dat kan gevaarlijk zijn. Omgekeerd kunnen ze de werking van klassieke geneesmiddelen afremmen.»

HUMO In de jaren 70 werd in Beijing aan de Academie voor Traditionele Chinese Geneeskunde artemisinine ontdekt, een zeer goed middel tegen malaria. De ontdekker kreeg in 2015 de Nobelprijs voor Geneeskunde.
Vankrunkelsven «Een Nobelprijs is helaas niet altijd een garantie voor kwaliteit (lacht). Linus Pauling, een Amerikaanse scheikundige die beweerde dat hoge doses vitamine C goed waren tegen zowat alle ziektes, iets wat ondertussen door de wetenschap is weerlegd, heeft hem óók ooit gekregen. Maar artemisinine is wel een werkzame stof. Omdat bestaande medicijnen vaak niet meer helpen tegen malaria, is elk nieuw middel zeer welkom.

Ook andere Chinese kruiden kunnen nuttig zijn, maar de meeste zijn nog niet grondig getest. Van die duizenden kruiden zijn er vast tientallen bruikbaar, maar zijn er ook honderden potentieel zeer gevaarlijk. En duizenden zijn misschien minder onschuldig dan ze lijken.»

Fraeyman «We hebben daar al ervaring mee in ons land. Aan het eind van de jaren 90 werden in de Antwerpse regio een tiental vrouwen ernstig ziek. Ze hadden voor een vermageringskuur een Chinees kruidenmiddel geslikt dat de giftige plant aristolochia bevatte. Die vrouwen hebben daar onherstelbare nierschade aan overgehouden.»

Vankrunkelsven «Een populair ingrediënt in die preparaten is neushoornpoeder, dat de potentie van mannen zou verhogen – een neushoorn kan erg lang copuleren, vandaar. Wel, zo’n hoorn bestaat uit keratine, net zoals onze vingernagels. Je kunt dus evengoed je eigen nagels opeten. Maar ook uit kikkers, slangen en exotische dieren worden stoffen gedestilleerd.»HUMO Een ander veelgebruikt ingrediënt is berengal. In kwekerijen in China, Laos, Zuid-Korea, Myanmar en Vietnam zitten duizenden beren in krappe kooien opgesloten, en wordt de gal via een katheter afgetapt. Dat brengt veel geld op: het zou om een markt van 2 miljard dollar gaan.
Vankrunkelsven «Aan gal worden al lang geneeskrachtige kwaliteiten toegeschreven. De oude Grieken hadden het over de gele en zwarte gal die onze gemoedstoestand zouden bepalen. Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, heeft daarop voortgebouwd. Ook in de Chinese ziekteleer speelt het om de één of andere reden een rol. Nu, we weten heel goed wat er in gal zit: als medicijn draagt het niets bij aan je gezondheid.»

HUMO Eén van de populairste kruidengeneesmiddelen is ginseng. Werkt dat?
Vankrunkelsven «Ginseng wordt als een energierijk product beschouwd omdat de wortels meestal tweeledig zijn en daardoor op een menselijk wezen lijken. De plant bevat wel allerlei actieve stoffen, maar de geneeskrachtige werking is onvoldoende bewezen.»

Fraeyman «Ginseng zou zowel je immuunsysteem verstevigen als je bloeddruk verlagen, alsof je twee geneesmiddelen zou slikken. Medisch gezien is het zeer onwaarschijnlijk dat twee totaal verschillende aandoeningen met dezelfde stof kunnen worden behandeld.»

4 centimeter diep

HUMO De andere grote pijler van de Chinese geneeskunde is de acupunctuur. De grondbeginselen daarvan lijken meer met filosofie dan met geneeskunde te maken te hebben.
Fraeyman «Dat geldt voor de hele Chinese geneeskunde. De acupunctuur gaat ervan uit dat ons lichaam bedekt is met een netwerk van meridianen, waar de levensenergie of qi door stroomt. Je hebt een reeks kleinere meridianen en twaalf hoofdmeridianen, die telkens verbonden zijn met een orgaan. Als je een nierprobleem hebt, zal de acupuncturist op de niermeridiaan prikken. De dunne naalden kunnen tot 3 of 4 centimeter diep gaan. Het hangt er uiteraard van af waar de acupuncturist prikt: op plaatsen waar een stevige spier zit, kun je dieper steken dan op een plek waar een bot zit, zoals de pols. Acupuncturisten met voldoende opleiding weten dat ook, maar anderen hebben minder notie van anatomie. Als ze bij de behandeling van rugpijn in een zenuw prikken, ga je tegen het plafond (lacht).

Er bestaan verschillende varianten: soms wordt er elektriciteit door de naalden gejaagd, en bij luxopunctuur wordt de huid met een sterke lichtbundel gestimuleerd. Zo behandelen acupuncturisten kinderen of volwassenen die bang zijn van naalden. Een andere vorm is moxibustie of moxatherapie: dan gebruiken ze naalden met bovenaan een klein platformpje waarop smeulende kruiden liggen. De warmte komt via de naald in het lichaam en zou de qi-stroom bevorderen of herstellen.»

HUMO Als we het goed begrepen hebben, speelt die qi een essentiële rol in de acupunctuur.
Fraeyman «Het valt op dat elke alternatieve geneeswijze veel nadruk legt op het bestaan van die levensenergie. In de homeopathie spreekt men van aangeboren energie, de osteopathie en chiropraxie hebben het over de energy flow. Let wel, de klassieke geneeskunde erkent die inwendige energie ook: dat is de capaciteit die een patiënt heeft om zonder hulp te genezen. De mens heeft voldoende energie om lichte aandoeningen als een griep of een verkoudheid te overwinnen.

De meridianen en de qi zijn maar een deel van het verhaal. Diagnoses worden gesteld op basis van het yin en yang-principe, de shen, de geest, en de jing, de originele levenssubstantie. Ook de vijf elementen – water, vuur, aarde, hout en metaal – spelen een rol. Die elementen kunnen elkaar voeden of controleren – hout voedt bijvoorbeeld vuur, water controleert vuur – en zijn allemaal gekoppeld aan organen, kleuren, smaken, seizoenen, planeten, lichaamsvloeistoffen, emoties, enzovoort. Hun geneeskunde is gebaseerd op een filosofie, en je moet bijna Chinees zijn om die te kunnen snappen. Het is allemaal hopeloos ingewikkeld.»

HUMO De Chinese geneeskunde heeft ook een aparte manier om een diagnose te stellen.
Fraeyman «Dat gebeurt op basis van de kleur en het uitzicht van de tong. De diverse delen van de tong corresponderen met verschillende organen. De Chinezen voelen de twee polsen ook niet op één plek, maar op drie verschillende punten, en elk punt levert andere informatie op. Maar door de pols loopt één slagader waarop je je vinger kunt leggen, en die geeft informatie over het hartritme. Als je nog iets anders voelt, is dat wishful thinking.»

HUMO Met solide wetenschap lijkt het allemaal weinig te maken te hebben.
Fraeyman «We moeten medisch-wetenschappelijk eerlijk blijven. De interactie tussen organen is in de westerse geneeskunde ook bekend, maar dan onder de naam comorbiditeit. Iemand kan bijvoorbeeld eczeem hebben en korte tijd later darmproblemen krijgen. De huid en de darmen staan met elkaar in verbinding, en ze kunnen allebei allergisch reageren op een stof. Het kan dus best zijn dat bepaalde organen met elkaar verbonden zijn, zoals de Chinese geneeskunde zegt. Maar diagnoses stellen op basis van hun filosofie is een brug te ver.»
HUMO Is de werking van acupunctuur ooit bewezen?
Vankrunkelsven «Men heeft het vaak geprobeerd, maar het is nog nooit wetenschappelijk aangetoond. We weten wel dat een naald inbrengen een groot effect heeft, ook in de klassieke geneeskunde: mensen zullen zich beter voelen als je een medicijn inspuit in plaats van het oraal toe te dienen, zelfs al is het geneeskrachtige effect hetzelfde. Het zit overigens niet alleen tussen de oren. Het placeboeffect zet in ons lichaam chemische processen in gang die pijnstillend kunnen werken. Dat effect is heel sterk aanwezig bij acupunctuur.»

HUMO Er zijn in ieder geval mensen die zich door acupunctuur geholpen voelen.
Fraeyman «Er is één prikpunt dat vrij goed werkt bij misselijkheid en maagproblemen. Kankerpatiënten hebben door hun medicatie vaak maag- en darmklachten. Zij kunnen er dus zeker baat bij hebben. Bij zwangere vrouwen kan het ook helpen tegen ochtendmisselijkheid.»

Vankrunkelsven «We weten niet waarom acupunctuur bij sommige lichte aandoeningen werkt, maar ook bij chronische pijn werkt het soms. Of dat te verklaren valt door het placebo-effect, zullen we nooit weten. Maar we weten wel zeker dat er nog nooit iemand van borstkanker is genezen door acupunctuur. Toen ik in de jaren 80 als arts begon, wist ik dat een patiënt met borstkanker binnen de vijf jaar bijna zeker overleden zou zijn. Nu kan zo’n patiënt genezen of nog heel lang leven. Dat hebben we aan de klassieke geneeskunde te danken. Als ernstig zieke mensen te lang bij acupunctuur of andere alternatieve geneeswijzen blijven hangen, kunnen ze wél snel overlijden. Ik verwijs patiënten nooit door naar een acupuncturist.»

HUMO Acupuncturisten behandelen mensen met slaapproblemen, stress, migraine, zwangerschapskwalen, menstruatieklachten, vruchtbaarheidsproblemen, ADHD en zelfs mensen die willen stoppen met roken.
Vankrunkelsven «Alles wat duur genoeg is, helpt om te stoppen met roken. Naarmate iets duurder is, hebben mensen de indruk dat het beter werkt. Als ik een handoplegging zou doen tijdens een gewone consultatie, zal die veel minder effect hebben dan die van één of andere goeroe die er 1.000 euro voor vraagt en je verzekert dat je dan zult stoppen met roken. Of het na drie jaar nog werkt, durf ik wel te betwijfelen.»

HUMO Er bestaat ook een westerse versie van de klassieke acupunctuur: dry needling. Werkt die?
Fraeyman «Dry needling laat de Chinese filosofie achterwege en heeft het niet over acupunctuurpunten, maar over trigger points. Dat zijn knooppunten tussen spierweefsel, zenuwen en pezen die gevoeliger zijn voor pijn en die je kunt aanprikken. Je kunt ze ook stimuleren met warmte of trillingen. Over hoe je die triggerpunten moet omschrijven, bestaat nog discussie in de medische wereld, maar dat het in sommige gevallen werkt, is zeker.»

Vankrunkelsven «Ik ben er niet zo’n voorstander van. Kinesitherapeuten passen dry needling soms toe bij aandoeningen waarvoor al een goede klassieke behandeling bestaat. Het wordt nog verder onderzocht, maar veel overtuigende studies over het nut zijn er niet.»

HUMO Ook voetreflexologie of reflexzonetherapie is een onderdeel van de traditionele Chinese geneeskunde.
Vankrunkelsven «In die discipline wordt de voetzool ingedeeld in zones die corresponderen met delen van het lichaam, bijvoorbeeld het brein, de lever of de maag. Aan de voetzool kun je zogezegd voelen met welk orgaan of lichaamsdeel er iets mis is. Door bepaalde punten op de voet te masseren kan je de energiedoorstroming herstellen en zo het zieke orgaan genezen. Een goede voetmassage kan ongetwijfeld deugd doen, maar ook voor het medische nut van die behandeling is er geen enkel wetenschappelijk bewijs.»

Netjes terugbetaald

HUMO Hoe is te verklaren dat veel mensen hun heil blijven zoeken in de Chinese geneeskunde en andere alternatieve geneeswijzen?
Fraeyman «Vaak gaat het om patiënten met chronische ziekten die de klassieke geneeskunde niet zo goed kan genezen. Die zoeken dan een alternatieve behandeling, en therapeuten spelen daar maar al te graag op in. In de klassieke geneeskunde is één van de opties niets doen, want 80 tot 90 procent van de lichte aandoeningen geneest vanzelf. Iemand met griep kun je bijvoorbeeld beter laten uitzieken. Die optie zul je in het alternatieve circuit niet snel horen. Elke kruidendokter of homeopaat vindt dat hij een middel móét geven. Ze spelen ook in op de kwetsbaarheid van de patiënt: ze geven hem aandacht, waardoor hij zich aanvaard en veilig voelt, en alleen al daardoor schat hij de therapeut hoog in. Een alternatieve behandeling kan ook een licht placebo-effect hebben. Mensen denken dan dat ze genezen zijn door de behandeling, terwijl ze anders óók weer gezond waren geworden.

Als het gaat over levensbedreigende aandoeningen, is het een ander verhaal: dan is de kans op spontane genezing zo goed als nul. Kankerpatiënten voelen zich doodziek, niet door de tumor, maar door de bijwerkingen van de medicatie. Op een bepaald moment zoeken ze hun heil bij een alternatieve therapeut. Als die zegt dat de patiënt moet stoppen met de medicatie, voelt die zich na veertien dagen genezen. Niet omdat de tumor verdwenen is, maar omdat de bijwerkingen weg zijn. Als hij een jaar later overlijdt, is hij al vergeten dat hij de enige manier om te genezen heeft laten vallen. Gelukkig komt dat minder voor dan vroeger.»

HUMO Acupunctuur en andere alternatieve geneeswijzen hebben bij ons een dubbelzinnig statuut. Ze zijn als geneeswijze niet helemaal officieel erkend, maar het RIZIV betaalt de behandelingen wel onder voorwaarden terug.
Fraeyman «Een ziekteverzekering is gebaseerd op solidariteit. Je kunt je afvragen of iedereen moet meebetalen voor een behandeling waarvan bekend is dat ze niet helpt. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block beklemtoont graag dat ze elke euro twee keer moet omdraaien. Wel, er bestaan goede geneesmiddelen tegen kanker die nu weinig worden gebruikt, omdat ze zeer duur zijn. Is het dan verantwoord om behandelingen met alternatieve geneeswijzen terug te betalen, als het nut daarvan op zijn minst twijfelachtig is? Daar zouden we ons toch over moeten bezinnen.»

HUMO Waarom neemt de WHO een vorm van geneeskunde op in de ICD-lijst als het nut ervan omstreden is? Is het een eerste stap om, onder druk van Beijing, de traditionele Chinese geneeskunde wereldwijd aanvaardbaar te maken?
Vankrunkelsven «Dat is de vrees van veel waarnemers. Het vorige hoofd van de WHO, de Chinees-Canadese Margaret Chan, was een groot voorstander van de traditionele Chinese geneeskunde. Zij heeft de organisatie van 2006 tot 2017 geleid en ze heeft hard haar best gedaan om de Chinese geneeswijzen in de klassieke geneeskunde te integreren.»

Fraeyman «De WHO heeft al herhaaldelijk haar voorkeur voor Chinese geneeskunde en andere alternatieve geneeswijzen geuit. In 2000 heeft ze een publicatie pro acupunctuur uitgebracht, maar die moest ze na luid wetenschappelijk protest weer intrekken.

Deze nieuwe stap vind ik in ieder geval geen goede zaak. Volgens de Chinese geneeskunde is er bijvoorbeeld een orgaan dat ‘de drievoudige verwarmer’ heet. Ze hebben het ook over ‘de acht principes’, ‘de drie schatten’ en ‘de vijf elementen’. Ik zie niet in hoe je die begrippen in de westerse geneeskunde kunt inpassen.

Het idee om de traditionele Chinese geneeskunde in kaart te brengen en te uniformiseren is op zich niet verkeerd, maar het is vooral zinvol voor de regio waar die wordt beoefend. Het lijkt me niet nuttig om ze te willen mengen met onze westerse geneeskunde. De WHO maakt beter twee aparte lijsten.»

HUMO Het zou volgens sommigen ook passen in de strategie van de Chinese president Xi Jinping, die in de traditionele Chinese geneeskunde een grote bron van inkomsten ziet. Nu al lokken centra voor Chinese geneeskunde in het buitenland massa’s klanten. Een erkenning door de WHO is dan mooi meegenomen.
Vankrunkelsven «Het zou me niet verbazen dat er een verborgen economische agenda achter zit. De uitvoer van Chinese kruiden is een miljardenbusiness. Ik wil Xi Jinping geen dictator noemen, maar het valt wel op dat dictatoriale regimes zich vaker aangetrokken voelen tot alternatieve geneeswijzen. De homeopathie was in het begin van de 20ste eeuw bijna verdwenen in Duitsland, maar nazibonzen Albert Speer en Rudolf Hess hebben ze weer op de kaart gezet. Er zijn ook heel wat experimenten mee gedaan in de concentratiekampen.

Mao is op een bepaald moment ook de Chinese kruidengeneeskunde beginnen te promoten. Hij geloofde er zelf niet in, maar hij zag het als een voor alle Chinezen toegankelijke vorm van geneeskunde en een goedkoop alternatief voor degelijke medische zorg. De huidige Chinese leiders beschouwen die traditionele geneeskunde als een belangrijke economische activiteit. En mensen willen bedrogen worden, hè. Als rijke Saudi’s en Russen in dure kuuroorden hun geld willen vergooien, vind ik dat nog niet eens zo erg. Maar dat de WHO en ernstige wetenschappers dat spel meespelen, vind ik zorgwekkend.»

HUMO Kortom, voorlopig hoeven we de huisarts niet te verruilen voor de kruidendokter of voetreflexoloog?
Vankrunkelsven «Zolang serieuze mensen het hier voor het zeggen hebben en zolang ik argumenten kan aanbrengen, zal dat niet gebeuren. Over mijn lijk!»

 

Polyamorie

Polyamorie

Waarom steeds meer koppels buiten de monogame lijntjes kleuren
Wat monogame koppels kunnen leren van polyamoristen

De Morgn – 02-11-2018 – Eline Delrue

Steeds meer koppels breken hun relatie open voor een extra romance erbovenop. Monogamie als norm is voorbijgestreefd, vinden ze. ‘Een bestaande liefde brandt niet op als er een nieuwe bijkomt.’

Een avond op café, zo’n half jaar geleden. “Fuck, wat een lekker dier is dat.” Nima (37), wild van een vrouw aan de bar, port zijn vriend in zijn zij. “Mij moet je het niet vertellen”, lacht zijn compagnon. Hij en de schone aan de toog hebben een relatie, al dertien jaar lang. Alleen: dat weet Nima nog niet. “Achteraf bekeken was dat hilarisch. Zelfs toen ik haar die nacht vroeg om met me mee te gaan, maar ze – half tegen hem aangevlijd – weigerde, had ik het nog niet door. (lacht)”

De toon was gezet en niet veel later sloeg de vlam in de pan. De vriend – ‘het lief’ – vond het allemaal best. Voor Nima werd het zijn entree in “een polyamoreuze formule”. Ook híj is nu ‘het lief’.

Nima: “Ook in mijn vorige, monogame relaties had ik die nood om nog met anderen te connecteren. Niet dat ik puur uit was op meer seks. Ik wilde eerder op zoek naar een affectieve, romantische verbinding. Maar ik zat zelf nog hard vast in die traditionele liefdesethiek. Ik ging ervan uit: een koppel is met twee, en je moet het maar doen zoals je ouders en grootouders het hebben voorgetoond. Om dan eerder heimelijk je goesting te doen. Zo heb ik meer dan eens een scheve schaats gereden. Al hoefde dat voor mij niet het einde van mijn bestaande relatie te betekenen. Nu ja, krijg dat maar eens uitgelegd.”

Polyamorie, een draak van een woord uit het Grieks en het Latijn, betekent zoveel als: ‘houden van velen’. Polyamoristen geloven dat liefde zich niet tot één partner moet beperken, en gaan, in alle openheid, meerdere diepzinnige relaties ­tegelijk aan.
Opvallend: seksuologen begeleiden de jongste tijd steeds meer monogame koppels en singles die de meerminnende toer op willen. “Het taboe is verminderd”, merkt Wim Slabbinck op. “Polyamorie is niet langer de olifant in de kamer bij seksuele zorgen.”

Ook seksuologe Nina Callens, verbonden aan de UGent, ziet in haar praktijk meer koppels met hoofdbrekens hierover. “Het zijn mensen die het silhouet van de liefde aan het hertekenen zijn. Ze stellen zich vragen als: ‘Hoe kunnen we tot een nieuwe relatievorm komen die ons niet afsluit van anderen, of van onszelf?’ ‘Hoe kunnen we elkaar toch ‘trouw’ blijven, zelfs als seksuele exclusiviteit niet langer hét criterium is?’ ‘En hoe vaak kunnen we die anderen dan zien?’”

Buiten de monogame lijntjes kleuren, is ­aanlokkelijk, bevestigen de cijfers. Een rondvraag van Charlie Magazine en Het Nieuwsblad toonde vorig jaar nog aan dat 35 procent van de Vlamingen weleens nadenkt over alternatieve relatievormen. Zo’n 8 procent heeft ervaring met een open relatie – dus met instemming van alle partners –, onder wie 3 procent met polyamorie.

Ook bij Polyamory Belgium, vijf jaar geleden opgericht, spreekt coördinator Bo Standaert van een “exponentiële groei”. De groep telt intussen 980 leden en ruim 1.300 likes. “Stellen buitenstaanders er vragen over, dan kijken ze tegenwoordig ook vaker nieuwsgierig dan veroordelend”, ondervindt Standaert.

‘Gedoemd om te falen’

Al bots je soms nog tegen een muur van ­clichés, vertelt Nima. “‘Dat is vragen om ­problemen’, zeggen ze dan. Of: ‘Het is een recept gedoemd om te falen.’ Tja, alsof de klassieke monogamie nooit bewezen heeft dat ze faalt.” (lachje)

Waarheid, beamen experts. Kijk naar het torenhoge aantal echtscheidingen: een op de drie huwelijken in ons land loopt op de klippen. En kijk naar alle schuinsmarcheerders: een op de vier Vlamingen gaat vreemd, zo legde de Seksenquête van Telefacts bloot.
“Anno 2018 kunnen we niet zeggen dat ­monogamie de enige plausibele relatievorm is”, stelt seksuologe Goedele Liekens. “Het is geen universeel model dat voor iedereen werkt. Vergeet ook niet dat de meervoudige liefde in heel wat culturen ingebakken zit. Maar dan in de vorm van polygamie of polyandrie, waarbij je met verschillende vrouwen of mannen huwt.”

Polyamoristen zijn immatuur, zo spuwen ­kwatongen. Het zijn eeuwige twijfelaars, ze ­hebben bindingsangst en gaan het liefst zo veel mogelijk van bil. Nogal wat kwalijke misvattingen doen de ronde, betreurt Nina Callens. “En dat ­terwijl polyamoristen er helemaal niet lichtzinnig mee omspringen. Hun communicatie getuigt van een openheid en eerlijkheid die vaak groter is dan bij monogame koppels. Bij die laatsten moet het dikwijls eerst tot een crisis komen vooraleer je tot een eerlijke discussie kunt overgaan: ‘Wat zijn jouw grenzen, wat betekent exclusiviteit voor jou?’ Polyamoristen klaren dat allemaal van ­tevoren uit. Bij hen staat communicatie voorop. Zelf maken ze daar weleens het grapje over: ‘Swingers hebben seks, wij hebben gesprekken.’”

Maar hoe doe je dat, verspreid beminnen? Voorgekauwde scenario’s zijn er niet, klinkt het. Ieder stel schrijft zijn script. Zo vind je koppels waarvan elke partner nog één liefje heeft – ­seksueel of platonisch. Je hebt er die een driehoek maken, of een vierkant. Bij sommigen geldt: ‘Alleen als je elders bent, kan het. Op congres, maar niet hier.’ Anderen kiezen een liefje uit voor elkaar: ‘Alleen met haar mag het.’

Nina Callens: “You name it, en het bestaat. Maar er zijn wel degelijk afspraken. Je slaapt niet zomaar met Jan en alleman, zoals weleens verkeerdelijk wordt gedacht. Het gaat altijd over een gedeelde ‘constructie’, een gedeeld ­zeggenschap. Dat staat haaks op overspel, waar het om een eenzijdige beslissing gaat. Op dat vlak zou je kunnen zeggen: polyamorie is de nieuwe ­monogamie.”

Ethisch slettebakken

Consensuele non-monogamie, zo wordt het ook wel genoemd. De term dook voor het eerst op in het Amerikaanse boek The Ethical Slut uit 1997, de Bijbel voor al wie polyamoreus in het leven staat. Schrijfsters Dossie Easton en Janet W. Hardy gebruikten het woord ‘slet’ als een ­geuzennaam. Volgens hen was het voor vrouwen perfect mogelijk om meerdere liefdesrelaties tegelijk te onderhouden, zonder dat we dat per se als ‘hoerig’ moeten afschilderen. Kortom: ­verantwoord ‘slettebakken’ kan, zolang je het doet met instemming van alle partners.

Is het heet in de VS, dan lopen wij warm. Zo kwam de polyamorie eind jaren 90 ook naar onze contreien overgewaaid. Dat de voortrekkers van verspreide vrijerijen vaak vrouwen zijn, mag niet verbazen, stelt schrijfster Heleen Debruyne, die onder meer in Vuile lakens over het onderwerp publiceerde. “Voor vrouwen kan polyamorie absoluut een bevrijding zijn. Oké, ze hebben de emancipatie gehad, de anticonceptie, ze kunnen buitenshuis werken. Maar als je kijkt hoe de zorg wordt verdeeld – de kinderen, het huishouden –, dan ligt het grootste deel van het werk nog altijd bij hen. Zij ondervinden nog altijd het meeste nadeel van het strikt monogame kerngezin. Veel polyamoristen richten hun leven zodanig in dat ook hun zorgnetwerk groter wordt. Een ziek kind, een emotionele dip: ze hebben dan niet alleen hun partner om op terug te vallen.”

Op dat vlak kunnen we als samenleving nog wat opsteken van de polyamorie, meent Debruyne. “Het is een manier om niet al je ­verwachtingen bij die ene andere te leggen. Nu is je geliefde én beste vriend(in), én vader/moeder van je kroost én moet hij/zij je ook nog eens in hogere sferen brengen in bed. Op die enorme ­verwachtingen lopen veel huwelijken stuk. Zonder daarom zelf polyamorist te worden, kan het wel ons besef doen groeien: wow, misschien moet ik die eisen toch wat bijstellen.”

Polyamorie is een dagtaak, hoor je weleens. Meer zelfs: een carrière. Want iedereen wil ­aandacht, en elke bijkomende relatie vergt tijd en energie. Daarin staat het meerminnen mijlenver af van de vrije liefde in de jaren 60, waar ­wildwippen zonder meer was toegestaan, en ­vrijheid-blijheid het hoogste goed. “Polyamorie is geen hof van Eden”, vertelt Isabelle* (43), die er als twintiger een tijdlang mee experimenteerde. “Het is een kunst die nogal wat mentale ­veerkracht en een aardige dosis emotionele ­intelligentie vereist.”

Aanvulrelaties

Isabelle was nog jong en onbeschreven toen ze haar man leerde kennen. “Ik wist: hij is het. Maar ik dacht ook: ‘Shit, mag ik nu de komende zestig jaar met geen enkele andere man een verbintenis aangaan?’ Erg beklemmend vond ik dat. Toen hebben we allebei een tijdlang een aanvulrelatie gehad – of hoe noem je zoiets? Tussen ons als koppel ging dat prima. Maar na verloop van tijd konden onze liefjes niet meer aanvaarden dat zij niet op de eerste plaats kwamen. Voor ons was dat best lollig, wij hadden onze pleziertjes. Maar in de liefde draait het niet alleen om plezier, wij deden hen op die manier ook wel pijn. Daarop zijn die relaties dan gestrand. Al bij al zijn er maar weinigen die het lang volhouden, denk ik.”

Heel wat polyamoristen worstelen daarmee, erkent Goedele Liekens. “Velen haken af. Niet per se vanuit een teleurstelling, vaak zijn de uitdagingen gewoon te groot. Eerlijk gezegd, het lijkt mij ook ontzettend vermoeiend. My god! (slaakt een speelse zucht) Ik vind het al zo moeilijk om met één iemand een relatie te hebben. Nochtans, ­ polyamoristen vertellen me net dat ze er zoveel energie van krijgen, omdat ze bij elk van hun ­partners een ander deel van hun behoeftes ­ingevuld krijgen. Maar dan maak ik me de ­bedenking: hoe veeleisend kunnen we zijn? Moeten al onze verlangens beantwoord worden? Dat is ook weer de tijdsgeest. We nemen geen genoegen meer met één keer per jaar naar de zee te rijden, zoals vroeger. We willen ook op citytrip én op skiverlof. Dat uit zich ook in de liefde.”

Verandering van spijs doet eten? Daar is ­helemaal niks gulzig aan, vindt de Nederlandse schrijfster-filosofe Simon(e) van Saarloos (28). Als “eeuwige single in verbinding” onderhoudt ze meerdere open relaties met mannen en vrouwen. “Denk aan het bekende gezegde: ‘It takes a village to raise a child’. In onze kindertijd worden de liefde en de lessen van verschillende mensen als een noodzakelijke verrijking gezien. Waarom zou dat belang op latere leeftijd zomaar wegvallen? Waarom staat daar de onuitgesproken overtuiging tegenover dat er maar één partner nodig is om ons als volwassene compleet te maken?”

In haar boek Het monogame drama pende Van Saarloos een pleidooi neer voor meer multi-intimiteit. “Kijk naar Facebook, waar je drie opties hebt”, vertelt ze. “Je bent single, je hebt een relatie of ‘it’s complicated’. Ik zou willen zeggen: het is altijd ingewikkeld. Niet dat we de romantiek ­moeten verwerpen, we moeten haar alleen meer delen. De gehamsterde vorm ervan zoals we die nu zien – exclusief beleefd en geuit tussen twee mensen – moet verdwijnen.”

Maar toch: een relatie openstellen, het gebeurt niet zelden met een klein hartje. ‘Hoe groot is het risico dat mijn partner het met die ander zal afbollen?’ Het is een vraag die seksuologen wel vaker voorgeschoteld krijgen van wie het ­polyamoreuze pad op wil. “Open grenzen zullen de intimiteit binnen het koppel niet noodzakelijk uithollen”, stelt Nina Callens gerust. “Integendeel, het kan versterkend werken. Ga het maar eens na bij jezelf: wanneer voel jij je het meest aangetrokken tot je partner? Het antwoord is dikwijls: ‘Wanneer een ander zich tot mijn lief aangetrokken voelt.’ De triangulaire blik heet dat. Niks zo erotisch als je partner door de ogen van een derde te zien.”

Maar als die ander zo leuk is, ben ik dan ­minder tof? Krijg ik dan minder liefde? Het idee alleen al jaagt ons makkelijk de daver op het lijf. ‘We leven in een starvation economy’, schrijven Dossie Easton en Janet W. Hardy in The Ethical Slut. ‘We zijn bang om uit te hongeren: hoe meer liefde mijn partner voor een ander voelt, hoe ­minder er voor mij overblijft.’ Maar, zo sussen ze, kijk naar ouders met twee kinderen: zij houden toch niet minder van hun tweede kind dan van hun eerstgeborene?

Klopt, zo maakt Simon(e) van Saarloos zich sterk: “Als niet-monogaam persoon ervaar je waarschijnlijk net méér liefde. Want een bestaande liefde brandt niet per se op wanneer er een nieuwe bij komt.”

Veel buitenstaanders zien de liefde als een taart, vertelt Peter* (37), bijna een jaar ingewijd in de polyamorie. “Verdeel je die taart in tweeën, dan heeft iedereen minder. Zo zit er altijd verlies op. Terwijl wij net het gevoel hebben dat de taart alleen maar groter wordt.”

De vrouw met wie Peter lief, lijf en leed deelt, is al acht jaar getrouwd. Een huwelijk bezegeld met twee jonge kinderen. Als we Peter spreken, heeft hij net de oudste zwemles gegeven. “De kinderen vragen me soms ook om een verhaaltje voor te lezen. Eerst had ik dat niet verwacht, maar die band is geleidelijk gegroeid.”

Dat Peter met mama de lakens deelt, weten ze niet. Nog niet. “We wachten op het juiste moment. Mijn lief heeft wel al in bedekte termen gepolst. Of het oké zou zijn als mama met andere mensen zou kussen? ‘Nee’, antwoordden ze ­stellig. (lacht) Maar zodra ze eraan toevoegde: ‘En wat als papa ermee akkoord zou gaan?’ ‘Ha ja, dán wel.’”

Jaloezie

Opgroeien in een polyamoreuze setting is “onschadelijk” voor kinderen, zo gaf de Amerikaanse expert Elisabeth Sheff al aan. Ja, ze botsen soms op niet-begrijpende blikken van ­buitenaf. Maar ze hebben wel meer figuren rondom zich voor een veilige hechting. “Ook wij zien het als een win-win-winsituatie”, zegt Peter. “De man van mijn lief werkt vaak in het ­buitenland. Voor hem is dat een pluspunt: weten dat ik thuis kan bijspringen, zonder een extra papa te zijn.”

Zowat een jaar geleden gebeurde het, op ­teamweekend met het werk: zij was ziek, Peter bezorgd. Op het terras van het hotel spraken ze ook hun gevoelens uit. “Daar hebben we meteen beslist: hier gebeurt niks, zonder dat haar man er oké mee is. Daar zit het grote verschil met wat we in onze omgeving weleens zien: wij wilden niet in een situatie terechtkomen van leugens en bedrog. Vrienden hebben me al gezegd: ‘Maak je geen ­illusies, ze zal nooit met haar man breken voor jou.’ Maar dat is ook helemaal mijn bedoeling niet. Meer nog: het zou voor mij bijna een falen zijn mocht hun relatie niet standhouden.”

Tuurlijk is polyamorie geen hoeraverhaal. Ja, er is verdriet. En ja, de jaloezie sluipt er weleens in als een gif. “Maar terwijl die jaloezie bij monogame koppels vaak tot een afschuwelijke crisis leidt, zal ze bij polyamoristen eerder de basis vormen voor een goed gesprek”, vergelijkt Heleen Debruyne fijntjes.

Isabelle, ondertussen weer jaren monogaam, moet er smakelijk om lachen: “Eerlijk waar, nu is er veel meer jaloezie tussen ons dan toen. (lacht) De context was helemaal anders. Als mijn man nu nog maar met een andere vrouw afspreekt, denk ik al: hela, wat krijgen we nu? Omgekeerd ook: je zou zijn blik moeten zien als een andere man mij nog maar een compliment geeft. ­(schatert)”

Maar hoe groen lach je dan als je, zoals Nima, te slikken krijgt hoe fijn die stomende seks met de ander was? “Er kan zeker jaloezie opspelen”, bekent hij. “Maar ik voelde het nog nooit ­tegenover haar lief. In het begin van onze relatie had ik het wel lastig, toen ze me op een keer ­doodleuk vertelde dat ze met nog een ander naar bed was geweest. Dat maakte me erg onzeker: zal híj mijn plaats nu innemen?”

Veel belangrijker dan jaloezie, zo benadrukken kenners, is het haast tegenovergestelde gevoel: dat van compersie. Ook bekend als het ‘jalief-gevoel’. Je bent oprecht blij voor je partner omdat die het naar zijn zin heeft met die ander, hoe ­hitsig het er ook aan toegaat.

Peter: “Voor sommigen is dat moeilijk te ­vatten. Een vriend van mijn lief gaf ooit aan dat hij zijn vrouw dat nooit zou kunnen toelaten. Hij moet haar enige provider van liefde zijn. Maar hoe bezitterig is dat? Hoe romantisch is die ­exclusiviteit?”

Niet voor binnenvetters

Volgens een recent grootschalig onderzoek in de VS, afgedrukt in The Journal of Sex & Marital Therapy, had een op de vijf Amerikanen al ­ervaring met non-monogamie. Niet zo’n ­zeldzaam fenomeen meer dus. Zullen ook wij hier meer naar evolueren? “Graag”, hoopt Heleen Debruyne. “Nu zijn we vooral naar seriële ­monogamie geëvolueerd. Zijn we klaar met de ene, dan gaan we – hop – naar de volgende partner. Nogal deprimerend, niet? Polyamorie kan daar een uitweg uit zijn. Je zou dan met die ene partner een huis en diepe vriendschap kunnen delen, om daarnaast andere romances aan te gaan. In plaats van, zoals nu vaak gebeurt, ­meteen alles overboord te gooien.”

Al is de polyamorie niet voor iedereen ­weggelegd, benadrukt Goedele Liekens. Al zeker niet voor de binnenvetters onder ons. “Het kan alleen maar slagen als je bijzonder goed met je partner kunt praten, ook over de moeilijke ­gevoelens. Je moet toch sterk in je schoenen staan. Als je ziet dat je partner de hele tijd loopt te whatsappen met zijn lief, om dan een romantisch weekendje Parijs te boeken. Dan denk je: ­verdorie, dat heeft hij met mij de voorbije vijf jaar niet gedaan. Maar laten we wel wezen: dat gebeurt in monogame relaties ook, maar dan achter het gat.”

Ontrouw

Al zal de meervoudige liefde het overspel nog niet uit de wereld helpen, voegt Nina Callens eraan toe. “Ook binnen de polyamorie kan ontrouw bestaan. Cru gezegd: er zullen er altijd over het hek klimmen, zelfs al staan de deuren wagenwijd open.”

Afgelopen zaterdagavond, op café. Op Nima’s telefoon flitst een foto binnen. Zijn lief. Een luide lach: “Heeft ze die nu vanuit een toilet verstuurd?” (verliefde grijns) “We lijken wel pubers die berichten sturen.” Dat hij haar best wel vaker zou willen zien, vertelt hij. Maar ook: dat hij die ruimte nodig heeft, het kúnnen missen. Het kúnnen opgaan in vrijerijen met anderen. Nima: “Al heb ik daar niet veel nood aan nu. Ik ben zo hard aan het flashen op haar, niet normaal. Weet je, mijn hele leven al heb ik het gevoel dat er niet zoiets bestaat als dé juiste. Tot nu.”

(*) Omwille van de privacy zijn de namen van sommige getuigen veranderd.