We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren

We zijn verleerd naar ons lichaam te luisteren

Brainwash – Paul Verhaeghe

Goed in je vel zitten vind ik een prachtige omschrijving voor een gezonde combinatie tussen lichaam en geest – eigenlijk tussen voelen en denken. Dat heb je voor een flink stuk te danken aan de interactie met je ouders, maar de uitbouw van je identiteit en de daarin besloten afstemming op je lichaam gebeurt natuurlijk ook buiten het gezin. Toch zien we dat het lichaam in onze moderne maatschappij steeds vaker te veel onder druk wordt gezet, met grote gevolgen voor je welzijn.

Heel vroeg in de ontwikkeling komen er andere figuren naar wie je als kind opkijkt, en van wie je beelden en woorden overneemt. Dat hoeven zelfs geen figuren van vlees en bloed te zijn: je neemt beelden en woorden over die de ruimere buitenwereld je aanreikt of opdringt. Daar is ook de digitale wereld bijgekomen, die je voortdurend aan een beeldenbombardement blootstelt. Overal zijn er beeldschermen en zelfs als je niet bewust kijkt (misschien vooral als je niet bewust kijkt), neem je de voorgehouden idealen over.

Zo ga je van identificatie binnen het gezin naar identificatie met het cultureel dominante vertoog. Het proces van beïnvloeding blijft hetzelfde, met dezelfde vragen zoals bij de eerste identiteitsontwikkelingen. Sluiten de voorgehouden spiegelingen min of meer aan bij wat ik zelf voel? Gaat het over verwachtingen die aansluiten bij mijn mogelijkheden? In welke mate laten de beelden keuzes toe? Als het antwoord op die vragen negatief is, dan spreken we over vervreemding. Dan nemen we ideeën en beelden over die ons ziek maken. Het gevolg is dat we niet langer afgestemd zijn op wat er binnen in ons en in ons lichaam aan het werk is.

Als begrip is vervreemding, samen met indoctrinatie, bekend vanuit een kritiek op totalitaire politieke systemen, van Nazi-Duitsland tot de DDR. We beseffen te weinig hoe een economische ideologie onze identiteit op een sluipende manier overgenomen heeft, ogenschijnlijk onafhankelijk van een ideologie. De meest doortrapte list bij deze onzichtbare vervreemding is de uitnodiging van de reclame- en mediawereld om onze ‘individualiteit’ belangrijk te maken. In de praktijk betekent dit dat we met zijn allen dezelfde, grotendeels overbodige spullen kopen, dezelfde rommel eten, aan dezelfde vormen van ontspanning doen, collectief steeds harder werken, gevolgd door hetzelfde soort vakantie die we vervolgens op hetzelfde soort Facebookpagina etaleren. En allemaal denken we uniek te zijn. Wij zijn, naar een mooie uitdrukking van de Britse psychoanalyticus Adam Philipps, onbewust gehoorzaam:

‘Als we onbewust gehoorzaam zijn, vinden we onszelf niet gehoorzaam, maar realistisch, normaal of rationeel. We leven alsof we weten hoe het leven echt is.’
Als we ons niet goed voelen bij het leven dat we leiden – voor zover we dat gevoel al toelaten – schrijven we dat toe aan een persoonlijk falen. We moeten nog méér ons best doen, nog harder werken, nog bétere keuzes maken. Tegenwoordig moet alles steeds sneller, ook onze manier van denken, consumeren, werken, ontspannen zoals blijkt uit eigentijdse uitdrukkingen: quality time, short ski, fast food, speed dating, powernaps. Slaap dient om onze batterijen op te laden, niet om uit te rusten. Work hard, play hard.

De oorzaak van vervreemding en versnelling ligt in het alomtegenwoordig concurrentieprincipe gebaseerd op het gevoel constant geëvalueerd te worden. Nosedive, een aflevering van de Britse tv-reeks Black Mirror, toont een wereld die absurd lijkt, maar eigenlijk best dichtbij is. Via onze smartphone beoordelen we elkaar met één klik (van een tot vijf sterren). Je cijfer is voor iedereen zichtbaar en bepaalt je leven; van het soort auto dat je kan huren tot de kwaliteit van de medische zorg die je ontvangt. Alles hangt af van het aantal sterren toegekend door anderen. Lacie is een 4.2 maar wil een 4.5 worden, want dat is de toegangsvoorwaarde voor haar droomappartement. Ze huurt een dure coach in, zoekt de ‘juiste’ vriendinnen op en mijdt de marginale, wil het perfecte kapsel, oefent het verwachte taalgebruik. Ze rent van hot naar her. Het resultaat is een totale ondergang – ze eindigt met score nul.

Fictie? Wie Uber-taxi’s gebruikt, kan de chauffeur een digitale beoordeling geven en krijgt er zelf ook een. De resultaten daarvan zijn publiek zichtbaar en hebben effecten: een passagier met een 4,8 rating heeft ‘recht’ op Uber VIP, met betere auto’s en chauffeurs met een hogere rating. Bij een hyperslechte rating raak je niet van de straat.
Met concurrentie is op zich niks verkeerd en competitie kan best leuk zijn. Het wordt een probleem als heel het leven in het teken van competitie komt te staan. Het idee dat concurrentie alleen maar ons professioneel leven betreft en we thuis lekker kunnen relaxen, klopt niet langer. Ik ben een product dat ik zelf aan de man moet brengen, in voortdurende competitie met andere producten in een omgeving die één grote markt geworden is. Omwille van die concurrentie moet ik mezelf aanprijzen en oppimpen, want enkel zichtbaar succes telt mee, met als typische illustratie het aantal ‘likes’ en ‘vrienden’ op je Facebook en Instagram, het aantal volgers op je Twitter en het aantal contacten op LinkedIn, het aantal dates op Tinder.

De verplichting om steeds meer te voldoen aan het verwachte ideaal maakt dat we steeds harder ons best doen. Tot het helemaal mislukt. Burn-out en depressie zijn de algemene noemers voor een instorting die volgt op een vaak langdurige periode van inspanning, naast alle andere medisch-psychologische gevolgen van stress.

Als het de verkeerde richting uitgaat, laat mijn lijf van zich horen. ‘Mijn lichaam heeft niet dezelfde ideeën als ik’ – de uitdrukking komt van de Franse cultuurfilosoof Roland Barthes. Als ik mij identificeer met – beter: als ik mij vervreemd aan – beelden en idealen die ingaan tegen mijn lichaam, dan is mijn buik de eerste lichaamsregio die protest aantekent, lang voordat ik bewust besef wat er aan de hand is. Onze (onder)buik is de plaats waar affecten voelbaar worden, zoals blijkt uit de wijsheid van onze taal. ‘Het ligt zwaar op mijn maag’; ‘ik doe het in mijn broek van angst’; ‘er ligt iets op mijn lever’. Wanneer ik daar geen gehoor aan geef en ondanks de protesten verder ga op de ingeslagen weg, worden de signalen dwingender en verschuift protest naar ongemak en pijn en vervolgens naar ziekte.

Mijn lijf tekent protest aan. Geef ik daar gehoor aan? Bij gebrek aan een goede afstemming op mijn lichaam doe ik dat niet. Het kan nog erger: vanuit het concurrentieprincipe kan ik een stap verdergaan en de pijn als deel van het ‘offer’ beschouwen dat ik moet brengen om een ideale vrouw of man te worden, als een te betalen prijs voor succes. Een dergelijke interpretatie van pijn illustreert hoe vervreemding erin slaagt ons een voordehandliggende betekenis van signalen te doen negeren of zelfs om te keren. Pijn lezen als een aanmoediging om nog harder door te gaan op de ingeslagen weg – veel gekker hoeft het niet te worden.

De grappige vervreemdingseffecten op ons uiterlijk, van gescheurde broeken tot gekke kapsels, zijn klein bier in vergelijking met de dodelijke vervreemdingseffecten op de binnenkant van ons lijf. Onderzoek legt steeds duidelijker het verband tussen langdurige stress en ernstige ziektes. Ondanks onze langere levensduur en betere gezondheid zien we dat mensen op jongere leeftijd ziektes en stoornissen ontwikkelen waarvoor ogenschijnlijk een duidelijke verklaring ontbreekt. We vinden geen oorzaak omdat we nog te vaak exclusief medisch-biologisch redeneren en omdat we alles netjes in hokjes willen opdelen en benoemen, zelfs als we niet begrijpen wat er aan de hand is. Misschien zelfs vooral wanneer we het niet begrijpen; hokjes scheppen een illusie van veiligheid. Naast de stijging van het aantal mensen dat aan onverklaarbare pijn lijdt, zien we een toename van obesitas, diabetes en auto-immuunziektes. Op mentaal vlak zetten depressie en angst de toon, samen met een veralgemeende ADHD-drukte (we stappen, spreken, eten een flink stuk sneller dan een generatie terug) die heel plots kan omslaan in een totaal energieverlies van burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).

Deze ziektes ontstaan nooit plots, ze hebben een jarenlange voorgeschiedenis waarbij ons lichaam al heel wat signalen gaf dat we verkeerde ‘keuzes’ aan het maken zijn, als individu en als gemeenschap. Veel mensen voelen de signalen niet, ook al omdat ze die met de hulp van pillen, lijntjes coke en alcohol het zwijgen opleggen. Maar het lichaam blijft van zich laten horen, het buikgevoel wordt pijn en pijn wordt ziekte, tot we luisteren of helemaal verdwijnen (meestal in een ziekenhuisbed).

Doen alsof moet!

Deze museumdirecteur rekent af met het idee dat kunst ook maar een hobby is

Brainwash – Ann Demeester

Als klein, zesjarig meisje had ik in de eerste maanden van groep drie grote moeite met leren lezen. In het Belgische basisonderwijs leerden we dat destijd door middel van losse woordjes uit een sigarendoosje. Dat leerproces was een enorme bron van frustratie. Het voelde als een combi van hinkstapsprong en hordelopen, waarbij ik tussen elke horde weer tegen de vlakte sloeg. Toen ik het eenmaal onder knie had, ging ik echter in vliegende volle vaart, als een soort razende Roeland door de lokale bibliotheek. Het is een beetje zoals fietsen zonder zijwieltjes: plotseling vind je je evenwicht, zonder dat je weet hoe dat komt. Ik was niet te stoppen noch te stuiten. Het lezen van fictie werd een tweede manier van zijn. Romans, novelles, verhalen, mythes en legendes – het lezen ervan werd een primaire levensbehoefte. Een manier om de geest aan de gang te houden. Brandstof voor het denken.

Ondanks die passie voor lezen heb ik tot aan het einde van mijn studietijd gedacht dat lezen en fictie – de verbeelding, het inleving en de fantasie die daarbij hoort, aan de kant van de schrijver maar ook van de lezer – een vorm van escapisme is, ontkenning van de werkelijkheid.

Fictie was goed en weldadig, maar tegenovergesteld aan kennis, leren, wetenschap. Op de middelbare school had ik 8 uur wiskunde per week, 3 uur natuurkunde, 2 uur scheikunde en 2 uur beschrijvende meetkunde. Dát was kennis. Fictie was een verleidelijke wereld van betekenisvolle verzinselen die naast de tastbare werkelijkheid bestond.
Dat heb ik gedacht tot ik verliefd werd – zwaar platonisch, maar niet minder intens – op een in alle opzichten zeer knappe Italiaanse milieu-ingenieur die stamde uit een familie van exacte wetenschappers. Michele, want zo heette hij, had een stokpaardje. Tijdens bergwandelingen in Noorwegen waar wij studeerden, had hij het altijd weer over het feit dat wiskunde een parallel betekenissysteem was. Een ingenieuze constructie van het menselijk brein dat geen weergave was van de werkelijkheid, maar een constructie, een rationeel spel. Dat was een eye-opener. Wiskunde als een vorm van fictie.

Hoe dat stokpaardje van Michele eigenlijk een hele levensopvatting was, werd pas jaren later duidelijk. Toen Michele al lang uit het oog en het hart was verdwenen (en met een ander was getrouwd). Ik werkte toen al in de museumwereld en was geïnteresseerd in de band tussen beeldende kunst en esoterie, het occulte, ofwel de verborgen aspecten van de werkelijkheid. Via die omweg kwam ik terecht bij het werk van de 19e-eeuwse Duitse filosoof Hans Vaihinger. Hij werd bewonderd door volgelingen van het controversiële medium en occultist Madame Blavastky, maar was zelf geen zweefteef. Integendeel. Hij was theoloog en filosoof. Kantiaan. Ik raakte in de ban van zijn magnus opus, het vuistdikke Die Filosofie des Als Ob, de filosofie van het alsof, uit 1911. Geschreven toen hij geleidelijk aan blind werd.

Wat is de centrale gedachte in dit boek? Vaihinger beweert in essentie dat ficties – het doen alsof – noodzakelIjk zijn voor het leven. Fictie is niet alleen een instrument in de kunst en literatuur, maar het is essentieel voor het functioneren van het menselijke brein en voor het menselijk welbevinden. Vaihinger heeft het over nuttige ficties die gebruikswaarde hebben, of ons denken verder brengen. Wat nuttige ficties precies zijn, laten deze twee voorbeelden zien:

Een begrip als ‘vrijheid’ bestaat niet. Als mensen zijn wij gebonden, aan wetten en regels, maar ook aan onze lichamelijke beperkingen en de condities van het leven op aarde. Maar we hebben een fictie als vrijheid nodig voor het denken over de menselijke wil, het gerechtelijke systeem, moraal en onze rol in de wereld.

Papieren geld is nog zo’n fictie. An sich heeft het geen waarde. Het is geen goud of zilver, maar gewoon papier. We hebben met elkaar afgesproken dat het wel waarde heeft. Zonder die afspraak, die fictie, zou de huidige economie niet kunnen bestaan.
Vaihinger maakt onderscheid tussen ficties en hypotheses. Het begrip hypothese kennen we uit de wetenschap. We nemen iets aan en proberen dan te bewijzen dat het daadwerkelijk zo is. Bijvoorbeeld: de aarde is rond. Of: de zwaartekracht bepaalt hoe onze lichamen zich door de ruimte bewegen. Die aanname proberen we vervolgens te bewijzen. Als we een hypothese niet kunnen bewijzen of als ze ontkracht wordt, heeft ze geen waarde meer. Hypotheses kun je testen, als ze niet kloppen dan zijn ze onhoudbaar en nutteloos. Dat is niet zo met ficties, ficties blijven hun betekenis behouden ook al kunnen we het waarheidsgehalte ervan niet bewijzen. Ze zijn methodes om vooruit te komen in het denken, stappen te zetten, verder te denken dan dat wat je onmiddellijk ziet of aanneemt.

Nog een voorbeeld, en daarmee komt Michele weer in beeld: het principe van de oneindigheid. Niemand kan bewijzen dat de oneindigheid bestaat en toch hebben we een begrip – de fictie – van de oneindigheid nodig om verder te komen in de wiskunde. Wiskundigen hebben deze fictie nodig om bepaalde vraagstukken op te lossen.Een voorbeeld van een heel andere orde: een fictie die niet voorkomt in de wetenschap maar wel in vele geloofssystemen: het leven na de dood, het hiernamaals. Vaihinger zegt: als we met z’n allen geloven of doen alsof er zoiets is als het hiernamaals, dan ontlenen we daar troost aan, dan geeft dat ons leven perspectief. Het is niet van belang of het werkelijk zo is, feit is dat het ons leven in de positieve zin sturing geeft.

Als je Vaihingers’ theorie over ficties aanneemt, dan ga je ook mee in het centrale vraagstuk van zijn boek over het alsof: is het denken in de eerste plaats wel uit op overeenstemming met de werkelijkheid? Of zoals Ger Groot het zegt: ‘Staan, met andere woorden, onze ideeën wel in een één-op-één relatie met de wereld?’

Het antwoord op die vraag is nee. Volgens Vaihinger is de zoektocht naar dé objectieve waarheid nutteloos en zelfs onmogelijk. De hamvraag is niet: is het waar? Maar: wat is het praktische nut van het doen alsof iets waar is? Werkt het? Word je er slimmer of gelukkiger van? Dan is het goed.

Je zou kunnen zeggen: zo’n opvatting is gevaarlijk de dag van vandaag. In een wereld waarin we misleid worden door alternative facts van Trump and truth isn’t truth van Trumps persoonlijke advocaat Rudi Giuliani, kunnen de ideeën van Vaihinger gevaarlijk klinken. Alsof er geen onderscheid is tussen feiten en verzinsels, tussen waarheid en lariekoek. Het grote verschil is dat Vaihinger het heeft over gemeenschappelijke ficties – afspraken die we met elkaar maken – zie het voorbeeld van geld. Trump en Giuliani hebben hun eigen persoonlijke ficties die ze proberen – uit machtwellust – op te leggen aan anderen. Dat is manipulatie, geen fictie.

Persoonlijk vond ik het altijd frustrerend dat er een groot verschil zit tussen de werkelijkheidsbeleving van alfa’s (geesteswetenschappen) en beta’s (exacte wetenschappen): wetenschap is waardevol en echt, kunst is fantasie en een hobby, volgens sommige mensen en ministers. Vaihinger zet dat op losse schroeven. Fictie – het doen alsof – is niet iets leuks voor in de kunst, maar is onmisbaar: het is de crux van ons denken en voelen als mens.

De grote bevrijding die Vaihinger voor mij bracht is dat ficties dus niks te maken hebben met irrationaliteit, wilde fantasie of woeste verbeelding, maar dat ze efficiënte instrumenten of methodes zijn die ons kennis of geluk brengen. Ficties zijn collectieve aannames of theorieën waarvan we eigenlijk weten dat ze niet honderd procent juist of correct zijn. Die ficties zijn echter niet misleidend. Ze kunnen mooi, suggestief, maar ook nuttig zijn. Waarom nuttig? Omdat ze ons helpen om te gaan met wat anders de onbeheersbare complexiteit van de wereld zou zijn. Zonder ficties worden we overmand door de ingewikkeldheid van de dingen.
Fictie is dus onvermijdelijk in de existentiële zin, het is de essentie van alle religieuze systemen, maar ook het basisprincipe van alle vormen van kennisverwerving in de humane wetenschappen en in de harde wetenschappen. Ficties zijn niet alleen toelaatbaar, maar essentieel. Fictie mág niet (als hobby), het móet. Zonder fictie geen denken, zonder fictie geen geluk.

Een tsunami aan burn-outs

Generatie Z is nog minder weerbaar tegen depressie en burn-out dan millennials
De Morgen – 20.09.2018 – Cathy GalleJongeren die binnenkort op de arbeidsmarkt komen, zullen nog veel vatbaarder zijn voor burn-outs. “Als we niet ingrijpen, komt er een tsunami van burn-outs op ons af.”
Dat millennials (24- tot 38-jarigen) vaak last hebben van burn-out en depressie, is ondertussen bekend. Maar de generatie die na hen komt, Generatie Z (8- tot 23-jarigen), is er zo mogelijk nog erger aan toe. Dat blijkt uit een nieuwe studie van trendbureau Trendwolves, die zopas is voorgesteld.

“Als die groep de arbeidsmarkt opstroomt, dreigen er grote problemen”, stelt Willemijn van Dommelen van vzw ’t Hart voor Iedereen, een organisatie die mensen met psychosociale problemen ondersteunt en die de studie over Generatie Z bestelde.

Van Dommelen: “De aandacht ging tot nu toe vooral naar de millennials, die zichzelf hoge verwachtingen opleggen en zo vatbaar zijn voor stress en burn-out. Maar nu zien we de jongste slachtoffers van overmatige stress over het hoofd. We moeten de focus verschuiven, anders komt er een tsunami aan burn-outs op ons af. En dan kunnen we spreken over de generatie ‘burning boomers’.”

Weinig illusies

De Gen Z’er, zoals ze vaak genoemd worden, groeit op in tijden van economische onzekerheid en dat heeft grote gevolgen, stelt Trendwolves. In tegenstelling tot de millennial, die opgevoed werd met het idee dat hij alles kon krijgen en worden wat hij wil, is de Gen Z’er veel realistischer. Hij beseft dat hij hard zal moeten werken en vooral ook het heft in eigen handen zal moeten nemen. “Dat leidt tot stress en druk”, staat in het rapport te lezen.

Bovendien is de Gen Z’er vertrouwd met snel veranderende technologie. Het is de always-on-generatie, die uren per dag online doorbrengt, vaak op verschillende schermen tegelijk. Ze zijn de meest verbonden generatie ooit, maar echte rusttijd weten ze niet zo gemakkelijk te vinden. Door het overmatige smartphonegebruik slapen ze vaak ook slechter, en ook dat maakt hen vatbaarder voor depressies.Enerzijds leggen de jongeren zichzelf druk en stress op die voor meer psychosociale problemen zorgt. Maar de Gen Z’er past ook niet echt in de arbeidsmarkt zoals die nu georganiseerd is, menen ze bij Trendwolves. “Om met de overvloed aan keuzes te kunnen omgaan, meten Gen Z-jongeren zich een flexibele houding aan. Ze willen zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze werken, zodat ze meerdere jobs met meerdere passies kunnen combineren.”

Zelfstandigheid

Het sleutelwoord is ‘absolute vrijheid’, bleek ook uit een bevraging die Trendwolves al in 2016 deed bij Generatie Z. Een op de twee jongeren wil ooit een eigen zaak opstarten of zelfstandig werken. Ze willen niet gebonden zijn aan materiële rijkdom. Stabiliteit, een hoog loon en een prestigieuze titel zijn minder belangrijk. Het gevoel hebben nuttig werk te leveren, des te meer.

“Gen Z-jongeren worstelen ook met de traditionele, verticale hiërarchie”, staat in het recente rapport te lezen. “Vroeger waren experts mensen die een bepaald diploma en jarenlange ervaring hadden. Nu kan iedereen met een verhaal op een blog of YouTube-kanaal dat zijn. Jongeren respecteren je niet langer omdat je ouder bent of hoger op de ladder staat, maar op basis van wat je bereikt hebt. Hiërarchie en autoriteit op grond van leeftijd lijkt hun niet fair.”

Beter dan jongeren te verplichten om zich in de traditionele werkvisie te wringen, waardoor ze bijna vanzelfsprekend ongelukkig zullen worden, moet er nagedacht worden over oplossingen, meent Willemijn van Dommelen.

“Hun verwachtingen en het huidige werkbeeld zijn gewoon niet altijd even verzoenbaar. Er moet dringend meer aandacht komen voor dit probleem, want het komt razendsnel op ons af. Wat nu vooral nodig is, is een diepgaandere studie over het fenomeen. En een allesomvattend actieplan. Jongeren moeten weerbaarder gemaakt worden, maar we moeten ook bedrijven sensibiliseren. Doen we dat niet, dan ziet de toekomst er niet rooskleurig uit.”Het kabinet van federaal minister Maggie De Block (Open Vld) liet weten de studie ernstig te nemen.

En het is nog gezond ook!

Hoe zelfbevrediging Eva Daeleman verzoende met zichzelf
‘Ik heb mezelf nooit als preuts ervaren’

De Standaard – 20.09.2018 – Eva Berghmans

‘Mijn eerste orgasme was een gamechanger’, zegt Eva Daeleman. Ze bereikte dat orgasme al masturberend, op haar 25ste. En dat moment verdient een hoofdstuk in haar boek, ‘Omdat het kan’. ‘Ja, natuurlijk hoort seks thuis in een boek over spiritualiteit.’ 

‘Het was alsof ik me eindelijk ­volledig voelde’, zegt Eva Daeleman over de eerste keer dat ze een orgasme had. Ze was 25 en op aangeven van haar chiropractor masturbeerde ze ­dagelijks, eerst onwennig, tot ze na een paar weken training klaarkwam. ‘Het was een kantelpunt. Ik voelde zo’n kracht, zo’n flow, alle spanning viel weg, mijn lijf en mijn geest kalmeerden. De schaamte viel van me af. Ik had me al stilaan neergelegd bij het idee dat het orgasme waarover je zo vaak hoort, misschien voor mij niet weggelegd was. Ik durfde daar met niemand over te praten – niet omdat ik preuts ben, maar omdat het voelde alsof ik faalde, alsof ik iets niet kon. Dat ik het wel kon, en dan nog op eigen kracht, was een opluchting. Daar gaat mijn boek over, daar draait mijn hele herstelproces na mijn burn-out om: dat je je leven in ­handen moet durven te nemen. En, zo leerde ik in mijn masturbatiesessies, dat betekent dat je ook jezelf vast moet durven te nemen. Als je zelf een muur geschilderd hebt, voel je je toch ook trots?’

Life coach

Daeleman benadrukt dat het om meer gaat dan de chemie van het orgasme op zich – die bedwelmende cocktail van oxytocine en dopamine die je volledig doet ontspannen en die maakt dat je naderhand heerlijk slaapt in de armen van je geliefde. ‘We doen nog veel te veel alsof seks alleen geiligheid is, een rechte lijn richting orgasme. Terwijl het ook een helende energie is. Seks is ook iets spiritueels, in de tao speelt seksualiteit een ­belangrijke rol. Spiritualiteit gaat over energie, en hoe je je leven zo kan inrichten dat je met zo weinig mogelijk wilskracht heel veel energie terug krijgt. Masturbatie heeft me niet alleen geleerd wat klaar­komen is, het heeft me ook ge­holpen om de band met mezelf en mijn lichaam te herstellen. Dat was ook de bedoeling van mijn ­chiropractor: hij wist dat mijn hoofd geen enkele voeling had met mijn lijf. Dat mijn lichaam voor mij niet meer was dan een vehikel om ruimte in de wereld in te nemen.’

Het is ook de reden waarom ­Daeleman nu zelf als life coach met haar cliënten over seks en masturbatie praat. ‘Bij 90 procent van de mensen die tegen een burn-out aan lopen, of verloren lopen in hun leven, is er geen band meer tussen hun lichaam en hun geest, emoties, energie. Ik zorgde niet voor mezelf, nam geen tijd om te voelen wat ik wou. Ik zocht erkenning in de buitenwereld, maar mankeerde elke eigenliefde. Zonder het te ­beseffen, wees ik mezelf fysiek af. Ik hield niet van mijn lichaam. Masturberen heeft me geholpen om mijn lichaam graag te zien, mijn stressniveau verlaagd, me stevig op mijn voeten gezet, me ­gecenterd – zoals yoga dat ook doet. Yoga en masturbatie zijn voor mij twee manieren gebleken om meer lichaamsbewustzijn te creëren. Al wil ik nu ook niet gezegd hebben dat je door seks alleen ineens veel bewuster gaat leven. Ook seks kan een vluchtweg zijn, een manier om een gemis te ­dempen.’

Stoere praat

Vies van seks was Daeleman nooit. Hoe het dan komt dat het zo lang geduurd heeft voor ze de weldaden van de masturbatie ontdekte, is ook haar een raadsel. ‘Ik weet niet waarom ik niet masturbeerde, ik heb mezelf nooit als preuts er­varen. In de scouts werd er stoere praat verkocht, en dat choqueerde me niet. En ik heb altijd genoten van seks, ook voor ik wist wat een orgasme was. Alleen is het intenser nu, en besef ik dat je wel een tijd zonder seks kan, maar dat je er ­zeker niet vrolijker van wordt. Dat het echt een behoefte is die je mag invullen voor jezelf. Niemand – mijn ouders niet, maar de lessen seksuele opvoeding op school ook niet – had me ooit uitgelegd dat seks over zoveel meer kon gaan, dat het een bij uitstek positieve, energieopwekkende ervaring is, laat staan dat je jezelf kan aan­raken. Natuurlijk wist ik dat masturbatie bestond, maar het leek nooit iets wat ik nodig had om in tune te zijn met mijzelf. Bij mij thuis werd eigenlijk nooit over seks gesproken. En ook met vriendinnen ben ik er pas op latere leeftijd over gaan praten. Pas op mijn 24ste bekende ik aan een vijf jaar ­oudere vrouw dat ik nog nooit was klaargekomen. “Ik ook niet”, zei ze. Dat was een pak van mijn hart – echt onnozel dat ik er zo lang ­alleen mee had rondgelopen.’

Ontdek jezelf

Dat ze nu, door dat ene hoofdstuk in haar boek, uitgeroepen wordt tot de moedige taboedoorbreker van de week, wringt een beetje. ‘Toch bizar dat het nieuwswaardig is dat een ex-mediafiguur masturbeert en 25 was voor ze haar eerste orgasme had. Ik wou geen taboe doorbreken, ik wou gewoon open zijn over alles wat ertoe doet. Het toont toch aan dat er nog altijd heel veel ongemak rond het vrouwelijke orgasme is. Tel daarbij dat we ook niet leren om te zeggen wat we willen, of om naar onze emoties te luisteren – een kind dat boos is, krijgt meestal te horen dat het niet boos moet zijn. Wat wil je dan? Ik roep bij deze op om jezelf te ontdekken en op te komen voor wat je wil, in bed en vooral ook daarbuiten.’

BOEK‘Omdat het kan’ van Eva Daeleman verscheen bij uitgeverij Horizon. 

Het grootste psychisch probleem van onze tijd

Is het vooral eenzaamheid die depressies veroorzaakt?
De Morgen – 19.09.2018 – Marnix Verplancke

Een kleine 1,2 miljoen landgenoten neemt net als minister Sven Gatz antidepressiva om de dag enigszins onbekommerd door te komen. Journalist-auteur en ervaringsdeskundige Johann Hari ziet de oorzaak van deze depressie-epidemie vervat liggen in ons verbroken contact met andere mensen. Ook psychiater Eric Kandel meent dat praten een wezenlijk onderdeel is van genezing.

Hij droomde van zonnen op goudgele Spaanse stranden, van baden in cultuur in het Louvre en van heerlijk tafelen in Italiaanse restaurants. Dat draaide wel even anders uit voor de Londense Johann Hari, toen hij op zijn achttiende dan eindelijk die grote Europa-reis maakte. Hij lag te huilen op het strand in Barcelona, stond te janken op de Matterhorn, barstte in tranen uit in een Venetiaanse gondel en stond te grienen als een klein kind in het Praagse huis van Kafka. Oké, besefte hij, hij had net zijn eerste blauwtje gelopen, maar was dat nu niet wat overdreven?

Net zoals het niet gewoon was dat hij nog voor de reis iedere dag wel een keer huilde. Dus ging hij naar de dokter, die zei dat hij aan een depressie leed en hem meteen antidepressiva voorschreef. Hari nam die netjes, merkte hoe hij steeds zwaardere doses kreeg en als gevolg daarvan steeds heviger ging zweten, maar zich echt beter voelen deed hij niet. Toch ging hij door met pillen slikken, dertien jaar lang, tot hij ervan overtuigd was dat ze in feite niet werkten.

Depressie is het grootste psychisch probleem van onze tijd. Een paar dagen geleden haalde de aandoening de krantenkoppen met het heuglijke nieuws dat het aantal landgenoten dat antidepressiva voorgeschreven krijgt vorig jaar voor het eerst sinds 2007 is gedaald, van 1.202.040 naar 1.199.586. Een te verwaarlozen daling dus, want nog steeds zit meer dan een tiende van de Belgen aan de antidepressiva, en daar horen dus ook ministers bij, zoals Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) vorige week in Gert Late Night verklapte. Erg, denk je dan, maar als je weet dat het aantal depressies dat tot zelfmoord leidt ontstellend hoog is, ga je pas echt de omvang van deze epidemie beseffen.

Traditioneel wordt gesteld dat depressie het gevolg is van een tekort aan serotonine in de hersenen, waardoor de bijnieren cortisol gaan produceren, het belangrijkste stresshormoon in ons lichaam. Dat hormoon zorgt ervoor dat er synaptische verbindingen vernietigd worden tussen neuronen in de hippocampus, het gebied dat belangrijk is voor het opslaan van herinneringen. Het gevolg daarvan is emotionele vervlakking en geheugen- en concentratieproblemen.

Biologisch zal dat wel kloppen, merkt Johann Hari op in Verbinding verbroken, maar een mens is meer dan biologie. Hij is ook een sociaal agerend wezen en dat sociale oefent een grote invloed uit op het biologische. Of om het anders uit te drukken: dat serotoninetekort zal er wel zijn, maar waardoor ontstaat het? Dus ging Hari op zoek naar mogelijke verklaringen en stuitte daarbij op een onderzoek, uitgevoerd door de sociale wetenschappers George Brown en Tirril Harris in de Zuid-Londense arbeiderswijk Camberwell.

Afstompende job

Zij volgden een tijd lang ongeveer vijfhonderd vrouwen uit die wijk, interviewden hen en waren vooral geïnteresseerd in grote stresserende gebeurtenissen uit het recente verleden. Wat ze vonden was verbluffend. Van de vrouwen die geen depressie ontwikkelden, had ongeveer een vijfde in het jaar ervoor een significante negatieve ervaring meegemaakt. Bij vrouwen met een depressie lag dat cijfer op 68 procent. En ook eenzaamheid bleek een bepalende factor. Bij proefpersonen zonder partner of geliefden steeg dat cijfer tot 75 procent. Brown en Harris ontdekten dat drie soorten factoren aan de basis liggen van depressie: biologische, psychologische en sociale, wat sindsdien het bio-psycho-sociale model wordt genoemd.

Depressie – en de stress die eraan ten grondslag ligt – had heel veel te maken met het verbreken van sociale verbindingen, onthield Johann Hari uit het onderzoek en hij ging op zoek naar welke verbindingen precies. Hij vond er negen, die stuk voor stuk typisch zijn voor onze manier van leven die veel stress en weinig voldoening oplevert. Uit een Gallup-opiniepeiling waar miljoenen mensen uit 142 landen aan meewerkten, blijkt bijvoorbeeld dat slechts 13 procent zich werkelijk betrokken voelt bij zijn of haar werk. Hoe afstompender en onbelangrijker je job, hoe meer kans je loopt in een depressie te belanden, zo blijkt.

Hari is niet alleen opgeleid in de sociale wetenschappen, hij is ook nog eens een steengoede journalist die door Amnesty International UK al twee keer tot journalist van het jaar is gekroond. Dat merk je. Verbinding verbroken is geen droog en saai vehikel dat je meeneemt in zware en moeilijk te begrijpen theorieën. Hari neemt je integendeel mee de straat op, naar een groepje internetverslaafden bijvoorbeeld, die in multi-player games het sociale contact terug proberen te vinden dat ze in het echt verloren zijn. Intens eenzaam zijn veroorzaakt een cortisolopstoot in de hersenen die even groot is als wanneer we zomaar door een onbekende geslagen zouden worden, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Dat we de verbinding met andere mensen verloren zijn, is dus significant voor de huidige depressie-epidemie, net zoals ons materialisme trouwens, dat stoelt op het najagen van uiterlijke junkwaarden. Veel bezitten maakt je niet gelukkig. Het levert stress op, omdat je buur altijd nog meer bezit dan jij.

Baviaan

Status is dus heel belangrijk in onze maatschappij. Hari haalt er de bekende baviaandeskundige Robert Sapolsky bij om aan te tonen hoe negatief dat statusbewustzijn wel werkt. Een troep bavianen wordt altijd gedomineerd door een alfamannetje. Hij kiest de mooiste en vruchtbaarste vrouwtjes eruit en geeft zijn rivalen een flink pak rammel wanneer zij in de buurt van die schoonheden durven te komen. Zolang geen van die mannetjes het in zijn hoofd haalt de versiertoer op te gaan, leidt zo’n alfadier een stressloos leven.

Alleen worden ook bavianenmannetjes ouder natuurlijk, dus op een gegeven moment maakt een jonge rivaal zijn opwachting. Van dan af zet de nimmer aflatende stress in. Niet alleen moet het alfamannetje op zijn hoede zijn voor een aanval, uiteindelijk delft hij het onderspit en nemen alle andere mannetjes die hij de voorbije jaren onder de knoet wist te houden wraak. De baviaan gaat ten onder aan de stress, wordt depressief en verlaat niet veel later de troep. Moraal van Sapolsky’s verhaal, en van heel wat wetenschappelijk onderzoek bij mensen ook: hoe ongelijker een samenleving, hoe meer de leden ervan geplaagd zullen worden door psychische aandoeningen, en dus ook door stress en depressie.

In een tweede deel van zijn boek gaat Hari dieper in op manieren om de verbroken verbindingen te herstellen. Hij geeft voorbeelden van zinvol werk, volgt Rutger Bregman in zijn pleidooi voor een basisinkomen en laat zich eindeloos gaan in een hoofdstuk over meditatie. Misschien dat ondergetekende daar iets te nuchter voor is, maar met heia howa Hare Krishna gaan we de wereld niet redden. Beetje teleurstellend dus, Hari’s alternatieven voor onze huidige deprimerende manier van leven. De man wil al te veel een brenger van goed nieuws zijn en iets te weinig de strikte sociale wetenschapper. Soms gaat hij daarbij ook weleens uit de bocht, zoals wanneer hij beweert dat de psychiatrie een zuiver biologische en dus farmaceutische kijk zou hebben op depressie.

Fabels en legendes

Om precies te weten te komen wat die psychiatrie denkt, namen we er De gestoorde geest bij, van Eric Kandel, een Amerikaanse winnaar van de Nobelprijs Geneeskunde. In dat boek geeft hij een overzicht van de verschillende psychische aandoeningen die er zijn, telkens met vermelding van oorzaken en behandelingsmogelijkheden, van autisme over schizofrenie en dementie tot verslaving.

Zoals van een psychiater verwacht mag worden, legt hij inderdaad de nadruk op wat er in de hersenen gebeurt, en beschrijft hij dit op een ongekend duidelijke en trefzekere manier, waarbij hij genadeloos afrekent met fabels en legendes.

Dat er een correlatie zou bestaan tussen geestesziekte en creativiteit wijst hij bijvoorbeeld rechtstreeks naar de prullenmand. Een romantisch verhaaltje zegt hij. Vincent van Gogh, Jack Kerouac en Brian Wilson waren inderdaad artistiek begaafd, maar dat was ondanks hun psychische toestand en niet dankzij. Creativiteit maakt gewoon een essentieel deel uit van de menselijke natuur en je wilt gewoon niet zien wat de meeste gekken op papier of doek zetten.

Kandel is een psychiater. Het is dus logisch dat hij zich op fysieke fenomenen concentreert en niet op de eventuele oorzaken ervan. Hersenen dus in plaats van verbroken sociale verbindingen. Maar aan Hari’s cliché dat hij alleen aan pillen zou denken, voldoet hij hoegenaamd niet. Wanneer hij het over depressie heeft, geeft hij bijvoorbeeld grif toe dat slechts een minderheid van de patiënten echt iets heeft aan medicijnen en dat de beste remedie een combinatie is van antidepressiva en gesprekstherapie.

Waarom dit precies zo is, kan de hersenwetenschap nog niet van naaldje tot draadje uitleggen, maar dat die gesprekstherapie wel degelijk iets verandert in de hersenen is duidelijk. Dat tonen ons beelden uit de scanner. Net zoals een Londense taxichauffeur zijn hersenen verandert door het hele stratenplan van die stad uit het hoofd te leren, praat een depressief iemand de kronkels uit zijn brein tijdens een sessie gesprekstherapie.

Volstrekte onzin

Kandels strikt fysiologische kijk op psychische stoornissen heeft een belangrijk sociaal gevolg, aldus de psychiater. Het gaat heel wat leed tegen omdat het moralistische benaderingen van ziekten uitsluit. Zo kwam psychoanalyticus Bruno Bettelheim midden twintigste eeuw met het idee dat autisme veroorzaakt werd door ‘koelkastmoeders’.

Hun afkeer van emotionele en fysieke toenadering zou van hun kinderen ijskoude autisten maken. Dat tienduizenden moeders van autistische kinderen het slachtoffer geworden zijn van deze theorie, hoeft wellicht geen betoog, want de psychologie had het nu ook echt aangetoond, wist de goegemeente, het was hun eigen schuld dat ze een autistisch kind hadden. Nee, zegt Kandel, dan is de neurologische kijk op psychische stoornissen, die in de hersenen kan aanduiden waardoor autisme ontstaat, een veel betere manier om naar de zaken te kijken.

Een dergelijke verfrissende kijk heeft Kandel ook op seksuele differentiatie in de hersenen en genderidentiteit. Menselijke en dierlijke hersenen zijn biseksueel. Zowel de anatomische als de genderidentiteit komen al in de foetus tot ontwikkeling en verschillen soms van elkaar. De bedradingen voor mannelijk en vrouwelijk gedrag zijn allebei aanwezig in ons brein en welke geactiveerd wordt, hangt voor een groot deel af van feromonen. Daardoor kunnen mannelijke dieren opeens ‘vrouwtjesgedrag’ vertonen, of omgekeerd. Mannetjesmuizen hebben bijvoorbeeld de gewoonte kleintjes dood te bijten, behalve wanneer hun vrouwtje kleintjes heeft, dan zijn ze opeens heel vaderlijk. Vrouwtjesmuizen bestijgen elkaar dan weer om hun dominantie te tonen.

Niets is dus zwart-wit. Ons brein is geen blok beton, maar een plastische grijze massa gericht op zijn eigen voortbestaan. De vaststelling dat genderidentiteit biologisch is, heeft trouwens ook sociale gevolgen, benadrukt Kandel. Wanneer transgenders zeggen dat ze als kind al wisten dat ze in het verkeerde lichaam zaten, iets wat ze trouwens allemaal zeggen, is dat dus geen illusie. Sociale omstandigheden oefenen daar geen enkele invloed op uit. Het in la Flandre profonde nog vaak gekoesterde maar misschien niet altijd even luidop geuite idee dat media-aandacht voor transgenders fout zou zijn omdat het jongeren ‘op het verkeerde spoor zou zetten’, is dus volstrekte onzin.

Schuld en boete

Over transgenders heeft Johann Hari het niet in zijn boek, maar hij heeft het wel over de biologische oorzaken van depressie. Natuurlijk zijn die er, schrijft hij. Depressie is bijvoorbeeld genetisch bepaald. Wanneer de ene helft van een eeneiige tweeling aanleg heeft voor depressie, is de kans 50 procent dat dit ook voor de andere helft geldt. De aanwezigheid van een bepaalde variant van het gen 5-HTT maakt dat we een veel groter risico lopen om depressief te worden. Maar dat is enkel de aanleg. Of iemand met die variant ook echt depressief wordt, hangt af van de omgeving. Al bij al, schat Hari, is slechts 1 procent van de depressies aan biologische factoren te wijten, de andere 99 aan psychologische en sociale.

En ook met de sociale gevolgen van Kandels objectief-wetenschappelijke kijk op depressie heeft hij het moeilijk. Door alles te reduceren tot neurologie legt de mens zich neer bij het bestaande, beweert hij. Wat zouden we ons inzetten om mensen betere leef- en werkomstandigheden te bezorgen? Depressief worden ze toch, bewijst de neurologie. De psychiatrie is een bijzonder conservatieve tak van de psychische zorgverstrekking die zich laat misbruiken door het neoliberale kapitalisme, schrijft Hari. Wanneer mensen ziek worden moeten ze zo snel mogelijk opgelapt worden om opnieuw efficiënt mee te draaien. Je moet vooral geen moeilijke sociale vragen stellen, want dan raakt alles uit balans.

Dat deze louter neurologische visie op depressie steeds meer gecontesteerd wordt, mag ook blijken uit de officiële verklaring van de VN vorig jaar op Wereldgezondheidsdag. Daarin werd gesteld dat het heersende biomedische verhaal over depressie gebaseerd is op vooringenomenheid en selectief gebruik van onderzoeksresultaten. Hoewel medicatie een rol kan spelen in de behandeling van depressie, mag deze volgens de VN niet louter gebruikt worden om symptomen te behandelen die nauw verband houden met maatschappelijke problemen. We moeten de focus verleggen van een chemisch onevenwicht naar een machtsonevenwicht, en daar iets aan doen, aldus de VN.

Door depressie te zien als het gevolg van onze cultuur die een onevenwichtig leven oplegt, ga je iedere vorm van schuld en boete uit de weg, besluit Hari zijn boek. Het kan iedereen overkomen. “Depressie is niet iets vreemds”, schrijft hij, “het is een universele, menselijke bron van kwetsbaarheid.” En ook ministers blijken daar vatbaar voor.

BOEKENJohann Hari, Verbinding verbroken, De ware oorzaken van depressie en de onverwachte oplossingen, Nijgh & Van Ditmar, 398 p., 24,99 euro. Vertaald door Marga Blankestijn en Monique Eggermont. ★★★☆☆

Eric Kandel, De gestoorde geest, Wat ongewone hersenen ons vertellen over onszelf, Atlas Contact, 318 p., 24,99 euro. Vertaald door Frits van de Waa en Henny Corver. ★★★★☆

De kers op de taart

Nog nooit een orgasme gehad? Seksuologen vertellen waar het misloopt en hoe het wél moet.

Het Nieuwsblad – 18.09.2018 – Lien Lammens

Presentatrice Eva Daeleman schrijft erover in haar nieuwe boek ‘Omdat het kan.’ En wie herinnert zich nog Alizé Bouw die in 2013 in het Vijf-programma ‘Singl3s’ vertelde dat ze nog nooit een orgasme had? Het is niet zo uitzonderlijk dat een vrouw pas ver voorbij de puberteit voor het eerst klaarkomt. Hoe komt dat? Hoe kunnen vrouwen in die situatie toch tot een hoogtepunt komen? En moeten hun partners zich schuldig voelen?

Dat vrouwen hun eerste orgasme beleven (lang) na de puberteit is volgens klinisch seksuologe Chloé De Bie best logisch. “Dat heeft onder andere te maken met ons plasgedrag. Een man komt bij het plassen al vrij snel in contact met zijn penis. Hij neemt hem vast om te richten en ontdekt onbewust dat sommige aanrakingen fijn aanvoelen. Bij vrouwen ligt dat anders. Hun geslachtsdeel komt voornamelijk in aanraking met toiletpapier waardoor een vrouw wel de bewuste keuze moet maken om haar vagina aan te raken en verder te ontdekken. En zo komen vrouwen minder snel tot masturbatie en het ontdekken van het orgasme.”
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180918_03756859?_section=60190892&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=avondupdate&adh_i=dddb289286a3ccee862a43b152eba115&imai=&M_BT=37861881530
Daarnaast hebben we anno 2018 nog steeds af te rekenen met culturele dogma’s. “In bepaalde culturen wordt de seksuele ontplooiing van vrouwen afgeremd”, zegt seksuoloog Wim Slabbinck. “Om een voorbeeld te geven: de clitoris werd pas ontdekt na de maanwandeling in 1969. We hebben dus eerst iemand naar de maan gestuurd voordat we onderzoek verrichtten naar het vrouwelijk geslachtsorgaan. Inmiddels is de situatie verbeterd, door onder meer de emancipatie van de vrouw, maar we hebben nog een lange weg af te leggen alvorens de clitoris aanvaard wordt als een cultureel symbool.”

Hoe krijgen vrouwen dat orgasme?

Begin met te kijken. “De vagina is voor veel vrouwen nog onbekend terrein. Mannen zien hun penis gewoon hangen”, zegt De Bie. “Vrouwen hebben al een spiegel nodig om hun vagina te bekijken. Dat kan een drempel zijn, maar toch raad ik vrouwen aan om hun geslachtsdeel te bekijken en eraan te voelen. Alleen zo kan je ontdekken wat je lekker vindt en welke zones gevoeliger zijn dan andere.” Dan kan je nog een stapje verder gaan: neem wat glijmiddel of speeksel en laat een vinger naar binnenglijden en ga daar op verkenning.

Ook ervaringsdeskundige en eigenares van de Antwerpse eroticawinkel ‘ Erotische Verbeelding’ Ann Cuyvers is van mening dat vrouwen aan de slag moeten met zichzelf. “Je kan in de zetel blijven hopen op een mirakel, maar het zal niet helpen. Het begint allemaal bij de zin en de wil om een orgasme te bereiken.”

OMGYES

Daarnaast heb je als vrouw ook een portie lef nodig. “Sommige vrouwen durven het woord masturberen amper uitspreken of schamen zich bij het aanraken van hun geslachtsdelen. Je moet er gewoon voor durven gaan.” Slabbinck verwijst daarbij naar OMGYES, een educatieve website waarbij vrouwen hun seksuele ervaringen delen met andere vrouwen en dat met maar een doel: genieten. “Het is geen pornowebsite en het is ook niet bedoeld om lust op te wekken. Het geeft aan de hand van filmpjes een realistische kijk op seksueel genot van vrouwen en kan anderen vrouwen helpen in hun ontdekkingstocht.”

https://www.omgyes.com/

Kunnen seksspeeltjes helpen?

“Het gebruik van een dildo, vibrator of ander seksspeeltje kan bijdragen tot het vrouwelijk orgasme. Er zijn nu eenmaal plaatsen waar je vingers niet bij kunnen. Soms is enkel het kopen van een speeltje al een reden om opgewonden te zijn”, zegt Cuyvers. Maar je hoeft niet meteen aan de slag te gaan met je nieuwe plastic vriend.

“Je moet opwarmen. Je moet zin hebben en de drang voelen om te gaan experimenteren met je speeltje en met jezelf. Ga het niet snel even gebruiken omdat je het net kocht. Je kan het gerust even in de kast laten liggen tot je er helemaal klaar voor bent. En dan: actie!”

En als het misloopt net voor het orgasme?

Verwacht niet meteen mirakels. Het zogenaamde ‘plateau’, waarbij je het orgasme kan proeven maar net niet bereikt, kan verschillende oorzaken hebben. “Voorafgaand aan het orgasme is het nodig om los te laten. Daarom is de fase voor het orgasme bij uitstek een solofase. Wie met zijn gedachten te veel bij de partner zit, bij het to-dolijstje van de dag, of een druk voelt om te moeten klaarkomen, kan maar moeilijk in de zone van het zenit komen”, zegt Slabbinck.

Een andere verklaring is de angst om de controle te verliezen. “Films geven vaak een onrealistisch beeld weer als het gaat om seks”, zegt De Bie. Het lijkt wel dat een vrouw na een orgasme helemaal het noorden kwijt is. We moeten ervan bewust zijn dat een orgasme vaak maar drie seconden duurt en dat het eigenlijk niets meer is dan een fijn gevoel en enkele spieren die even samentrekken. Als we de irreële angst om de controle te verliezen loslaten en we beseffen dat een orgasme eigenlijk het gevolg is van wat lichamelijke opwinding, blokkeren we mogelijk wat minder snel.”

Wat als het echt niet lukt?

Laat dan vooral de moed niet zakken. “Hoe meer je het doet, hoe beter het op termijn zal gaan”, zegt Cuyvers. “Het is een soort van huiswerk dat je maar beter geen maand laat liggen. We moeten ook af van het idee dat we enkel mogen masturberen onder de douche of in de slaapkamer. Als je zin hebt of een drang voelt, dan moet je dat gewoon doen: of het nu drie uur in de namiddag is of niet. Op termijn zal je merken dat je jouw lichaam beter leert kennen waardoor het seksueel genot zal toenemen.”

Moet je partner zich schuldig voelen?

Nee. Je bent zelf verantwoordelijk voor je orgasme.

Maar dat betekent niet dat hij of zij geen belangrijke rol kan spelen in de opbouw. “Ontspan samen en probeer even alle zorgen te vergeten: als je hoofd niet leeg is, kan je toch niet genieten”, zegt Cuyvers. Daarnaast is communicatie erg belangrijk. “Laat je partner weten wat je leuk en lekker vindt – dat hoeft zelfs niet met woorden, maar kan ook door gebruik te maken van je zintuigen. Als hij of zij toch iets meer informatie nodig heeft, kan je altijd na de vrijpartij nog aangeven wat je de volgende keer graag wil stimuleren of voelen.”

Onthou ook dat niet alles draait om het bereiken van een orgasme. “We zien het orgasme als de kers op de taart, maar vergeet niet dat de taart zelf ook superlekker is”, zegt De Bie. “Als het bereiken van het orgasme het enige doel is van een vrijpartij, dan zal het genot sterk afnemen voor de vrouw. Probeer het idee van ‘ik moet een orgasme krijgen” te laten varen en geniet van elkaar.”

“Focus je niet op de bestemming maar op de weg die je aflegt”, zegt Slabbinck. “Je mag tijdens het masturberen of tijdens een vrijpartij geen druk voelen. Als de vrouw tijdens een vrijpartij met haar partner klaarkomt, zal de man hieraan een deel van zijn mannelijkheid ontlenen. Het toont als het ware dat hij een goede minnaar is. Maar niets is minder waar: niemand doet je klaarkomen. Je doet het zelf.”

Minder is meer

De idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten raakt stilaan aangevreten
De Morgen – 17-09-2018 – Barbara Debusschere

Economische groei laten we best los als heilig mantra, zo stellen 238 Europese academici in een pleidooi voor ‘post-groei’. “Want in naam van groei, die hier hoe dan ook steeds moeilijker wordt, maken we steeds meer schulden, versoepelen we de milieuwetgeving, verlengen we de werkweek en snoeien we in de sociale bescherming.”
Wat moeten we dan wel doen? Beperking van grondstoffengebruik; belastingen op vervuilende consumptie waarvan de opbrengst dan gaat naar het wegwerken van sociale ongelijkheid; een basis- en een maximuminkomen zodat het niet meer vooral draait om winsten van kapitaalhouders te verhogen. Minder ratrace en overconsumptie dus, en meer zinvol werk, levenskwaliteit, zorg voor onszelf en onze omgeving.

Gekken of revolutionairen

Die boodschap doet erg veel pijn aan de oren van de meeste economen en politici. Want, zoals Brits econoom Tim Jackson stelt: “Groei in vraag stellen zien we als iets voor gekken, idealisten en revolutionairen.”

Toch wordt dit pleidooi deze week luid verkondigd in Brussel. Niet op een manifestatie van een linkse ngo, maar in het Europees Parlement. Niet door gekken of revolutionairen, maar door een resem professoren van onder andere de universiteiten van Oxford en Columbia en de London School of Economics.Het is erg onwaarschijnlijk dat Europa een grote ideologische switch weg van groei kan of wil maken, alleen al omdat wij geen eiland zijn in de wereldeconomie. Maar dit pleidooi wegzetten als gezwets is ook onzin. Want op kleine schaal, hier en daar, tonen mensen en bedrijven al hoe het kan en hoe het voor hen klopt – bloeien door te minderen.

Plofkip

Een voorbeeld is het Antwerpse bedrijf REstore, dat erg goed boert door grote energieslokoppen te helpen om minder energie te consumeren, waardoor er in piekuren geen extra energiecentrales moeten draaien en zware kosten worden vermeden.

Natuurlijk kunnen we niet stoppen met leven en moeten we onze rekeningen kunnen betalen. Maar druppelsgewijs raakt de idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten aangevreten. Steeds meer mensen vereenvoudigen hun leven, zoeken weer connectie met niet-materiële zaken en de natuur. Steeds meer mensen zien dat ze niet gelukkiger worden van plofkip tegen knalprijzen, tien kilo ellende-T-shirtjes voor drie euro per stuk en de zoveelste smartphone. Ze willen af van de steeds dwingender druk om te voldoen aan allerlei perfecte plaatjes gebaseerd op ‘koop nu’.

Slimme ondernemers zien dat helemaal niet als een ideologisch welles-nietesspelletje, maar als inspiratie.

https://www.demorgen.be/economie/we-groeien-ons-kapot-238-academici-pleiten-in-open-brief-voor-rem-op-economie-b0c3330e/?utm_campaign=newsletter&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=demorgen&utm_content=ochtend&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e

Schrijven als therapie

Schrijven als therapie

Doorbraak – 14 september 2018 – Guido Lauwaert

Vorige week las ik het artikel Frankrijk stopt met het terugbetalen van pillen tegen alzheimer omdat ze niet of te weinig werkzaam zijn (DS maandag 3 september 2018). De kop bij de foto is een citaat uit een standpunt van Thierry Christiaens, professor klinische farmacologie (UGent): ‘Nut pillen tegen alzheimer zeer twijfelachtig.’

Vervelende akkefietjes

Als aanstormend ouderling heb ik heel wat vrienden met een verzwakking van hun kortetermijngeheugen. Om het euvel af te wenden nemen ze pillen, maar inderdaad, het helpt weinig tot niets. Ze klagen dat ze verplicht zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met de sleutel van hun huis om de nek te lopen en om de vijf voet zijn ze hun mobiel toestel vergeten. Dat soort vervelende akkefietjes leidt vaak tot huiselijk gekibbel. Tevens tot stoornissen in de vriendenkring. Afspraken worden slecht nageleefd, wegens een zoektocht naar de portefeuille of de plaats van afspraak.Verregaande hallucinaties

Persoonlijk heb ik er haast geen last van, alhoewel, al is de reden van mijn geheugenverzwakking vermoedelijk te wijten aan een narcosemiddel. Ik kreeg het toegediend bij de diverse hartoperaties en een zeer grote hoeveelheid bij mijn tweede harttransplantatie. De operatie op zich, zonder het voor- of naspel, duurde 11 uur. Het leidde tot verregaande hallucinaties maar tastte ook mijn geheugen aan. Het onthouden van namen van vrienden was het minste. Veel erger was dat een verleden zo goed als geheel was weggeveegd. Met het verminderen tot verdwijnen van de hallucinaties kwamen de herinneringen weer boven, echter gehavend.

Vergilius, Horatius en Etienne Vermeersch

Ook mijn goede vriend, professor emeritus Etienne Vermeersch maakte hierover zijn beklag in een persoonlijk gesprek, voor de duidelijkheid, niet om de dokters de schuld van de waardevermindering van zijn geheugen te geven. ‘Voor de narcose,’ zei hij, ‘kon ik heelder gedichten van Vergilius, Horatius of Shakespeare foutloos voordragen, met de juiste klemtonen en het perfecte ritme, sinds mijn hartoperaties enkel een vers!’Hemelse vreugde

Medicatie tegen opkomend geheugenverlies en al wat men onder alzheimer verstaat wens ik niet te nemen. De stap wordt stroever, het denken ook, met het ouder worden. Maar ik wil er persoonlijk wel wat aan doen. Wil het toeval dat ik er wat op heb gevonden. En het helpt zeer goed, tot mijn hemelse vreugde. Het is een heel eenvoudig middel en kost zo goed als niets. Je moet er enkel de tijd voor nemen. Met het schrijven van je eigen belevenissen, van de oudste tot de jongste. De opmerking dat het geheugenverlies de herinneringen zwaar hebben aangetast is geen reden om niet te schrijven, integendeel. Schrijven werkt therapeutisch, is zelfbehandeling.

Activering geheugen

Ik spreek uit eigen ervaring, zoals eerder gezegd. Vorig jaar werd ik benaderd door de uitgeefster van Houtekiet met de vraag mijn memoires te schrijven. Aanvankelijk had ik er geen zin in. Ik had het eerder een paar maal geprobeerd, op aansturen van vrienden als Leen van Dijck, Karel De Boeck en Dorian van der Brempt, maar het pover resultaat wilde ik de boekenliefhebber besparen. Door het concrete aanbod van de uitgeefster ben ik er serieus voor gaan zitten, en kijk, in november verschijnt Alvorens alles vervaagt. Dat is goed nieuws, maar beter nieuws is – en daar mogen de wetenschappers ter zake wat meer aandacht aan besteden – dat door het schrijven het geheugen in die mate geactiveerd werd dat niet enkel verloren gebeurtenissen weergevonden worden, maar bovendien de details ervan. Extra cadeau is dat wat verloren was niet opnieuw verdwijnt, maar blijft. Het maakt dat de communicatie met vrienden verbeterd werd en het eigen leven een verse meerwaarde kreeg.Schrijven als therapie

Het zal niet voor iedereen gelden, maar als het mij hielp, zal het ook anderen helpen, want ik ben een mens onder de mensen. Dus waarom als behandeling niet de ‘slachtoffers’ van alzheimer papier en pen, of een tablet in de handen gestopt met het dringend, op een haar na dwingend, verzoek het eigen leven te schrijven. Daarom niet om openbaar gemaakt te worden, maar simpelweg als therapie. Daarenboven zal het de verwanten helpen in het verwerken en het reageren op wat als last ervaren wordt bij een alzheimerverwant. Gebeurt de voorgestelde therapie al in een vroeg stadium is het schrijven ook voor de verwanten een hulpmiddel, een medicijn.Tot slot: schrijven als therapie is zo goed als kosteloos. Al zullen er dokters en wetenschappers zijn die dat zullen betwisten. Maar dat zijn alchemisten die mordicus de nieuwe Paracelsus willen worden en goed bevriend zijn met de farmaceutische industrie.

Foute ideeën over seks

Twaalf mythes over seks ontkracht
Bron: Sensoa
De Standaard – 14.09.2018
https://www.seksualiteit.be/

Volgens het expertisecentrum voor seksuele gezondheid Sensoa kampen heel wat Vlamingen met misvattingen over seksualiteit. En die staan een positieve beleving van seksualiteit in de weg, meent Sensoa. Met een nieuwe campagne wil het centrum die mythes nu ontkrachten.

‘Met deze campagne willen we een aantal veelvoorkomende misvattingen over seks ontkrachten’, licht Sensoa toe. ‘We sporen de algemene bevolking aan een “reality check” inzake seks te doen, zich te informeren en te toetsen in welke mate hun verwachtingen realistisch zijn.’

‘Seksuele gezondheid is meer dan enkel de afwezigheid van ziekte en het voorkomen van risico’s: het houdt ook mentaal en seksueel welzijn in en behandelt dus ook de aangename kanten van seksualiteit’, aldus Sensoa. ‘Net die seksmythes kunnen een gezonde en aangename beleving van seksualiteit in de weg staan. Seksuologen geven aan dat steeds meer koppels zich zorgen maken over onrealistische verwachtingen en nood hebben aan “normaliserende” boodschappen.’

Foute ideeën
De seksmythes impliceren volgens Sensoa vaak nog andere foute ideeën. Zo zou de mythe dat enkel seks met penetratie écht volwaardige seks is, niet enkel een impliciete norm opleggen voor de eigen seksualiteitsbeleving, maar ook voorbijgaan aan de verschillende manieren waarop mensen seks kunnen hebben. ‘Door deze mythe te weerleggen, kunnen we bijvoorbeeld het belang van intimiteit en voorspel benadrukken’, klinkt het.

‘We duiden ook dat homoseksuele mannen niet enkel anale seks hebben en dat lesbiennes niet bij uitstek seks hebben met vibrators en dildo’s. Ook voor ouderen en mensen met een beperking neemt penetratie een minder dominante plaats in. Voor jongeren kan het een tegenwicht bieden voor de genderstereotypen die vaak in porno opduiken: de penetrerende man als actieve partner, de vrouw als passieve ontvanger. Ten slotte geven we aan dat een fijn seksleven ook mogelijk is zonder penetratie, als je bijvoorbeeld pijn ervaart bij penetratie.’

Concreet wil Sensoa komaf maken met volgende mythes:

Veel seks is een teken van een goede relatie
De beste seks is spontane seks
Voor een orgasme moet de penis altijd in de vagina
Jongeren hebben steeds vroeger seks
Seks is iets voor jonge mensen
Zwanger worden is gewoon een kwestie van goed plannen
Met hiv kan je geen seks meer hebben
Enkel seks met penetratie is echte seks
Aan pijn bij het vrijen is niets te doen
Jongens zijn de jagers, meisjes de prooi
Het belangrijkste bij seks is dat de man klaarkomt
Iedereen heeft het voor zijn 20ste al eens gedaan

De weerlegging van één mythe heeft dus impact op heel diverse denkbeelden bij verschillende groepen. Op de campagnewebsite kunnen geïnteresseerden meer toelichting vinden bij de verschillende seksmythes.

Het kan iedereen overkomen

‘Ook als postbode zou ik last gehad hebben van depressie’

De Standaard – 13.09.2019 – Simon Grymonprez

De scepsis over antidepressiva komt niet uit de lucht vallen. Minister Sven Gatz (Open VLD) maakte het mee. ‘Ik voelde weerstand tot het moment dat ik dacht: “Haal me hier uit!”’

Bart Kaëll ging hem voor, en ook partijgenoot Guy Vanhengel deed het: in Gert Late Night sprak minister van Cultuur en Jeugd Sven Gatz (Open VLD) openlijk over de oorzaken en behandeling van zijn depressie, die rond zijn dertigste levensjaar de kop opstak.

‘Het lucht op’, zegt Gatz aan De Standaard. ‘Ik vind het niet meer zwaar om erover te praten. In het verleden heb ik er hier en daar over verteld, maar ik vond het belangrijk mijn verhaal uit de doeken te doen in zo’n breed programma als Gert Late Night. Zo wilde ik aangeven dat het niet om een politiek, maar om een persoonlijk probleem gaat.’ De reacties zijn overweldigend, geeft de minister aan. ‘Veel commentaren zijn positief. Maar sommigen willen niet geregeerd worden door een minister met een depressie.’ (lacht)

‘Heel goed en noodzakelijk’, vindt Koen Demyttenaere, hoofd van de onderzoeksgroep Pyschiatrie aan de KU Leuven. ‘Zo’n openbare getuigenis van een publiek figuur heeft een ongelooflijk positief effect op mensen die met dergelijke problemen kampen. Dat effect is goed in de literatuur beschreven: het destigmatiseert.’ En ja, vindt Demyttenaere, ‘hoewel verminderd over de jaren heen, bestaat het stigma nog steeds. Er zijn nog altijd mensen die een depressie beschouwen als een gebrek aan karakter.’

Terug aan het stuur

In Gert Late Night vertelde Gatz ook over zijn weerstand tegen antidepressiva. ‘De eerste keer dat ze antidepressiva voorstelden, vond ik dat niet nodig’, zegt Gatz aan De Standaard. ‘Het zat tussen mijn oren.’ Demyttenaere herkent de weerstand tegen antidepressiva. ‘De meerderheid van de mensen wijst pillen eerst af. Bij mensen met een depressie staat ook maar een kleine minderheid van 20 tot 30 procent daarvoor open. Maar het wantrouwen bestaat ook tegenover psychotherapeutische behandelingen.’

Er bestaat een aantal hardnekkige vooroordelen tegenover pillen, die Demyttenaere grotendeels mythes noemt. ‘Blijf je wel in controle als je antidepressiva neemt? Word je niet door een substantie geleid die ook aspecten van je persoonlijkheid verandert? Werkt het niet verslavend? Word ik er afhankelijk van? Dat antidepressiva de problemen niet oplossen, hoor ik ook vaak. Daarin geef ik de mensen voor een stuk gelijk: ze lossen niet alles op. Depressie is altijd een mengeling van oorzaken: een biologische predispositie, persoonlijkheidskenmerken, ervaringen in je leven, enzovoort.

Geneesmiddelen lossen dat niet op, maar maken wel dat je “Terug aan het stuur” kunt zitten. Een depressie kruipt in je lichaam en beïnvloedt alle lichamelijke processen. Pillen stellen je in staat het heft terug in handen te nemen.’

Boeken lezen

Bij Sven Gatz duurde die weerstand meer dan tien jaar. ‘Op de duur voelde ik me zo slecht, was ik zo hard op zoek naar houvast dat ik pillen wou. Ik was radeloos. “Haal mij uit mijn depressie!’”, dacht ik. Gatz had pas bij de derde poging de juiste medicijnen te pakken. ‘Bij de eerste werd ik onrustig. Ik weet niet of dat door het medicijn of door de depressie kwam. De tweede maakte gewoon geen verschil. Bij de derde zat het goed. Niet elk medicijn is een wondermiddel.’

Volgens Demyttenaere zijn zes patiënten op de tien geholpen met het eerste voorgeschreven antidepressivum. Voor wie het niet werkt, zal de helft baat hebben bij het tweede voorgeschreven medicijn. Dat gaat zo door, maar de kans op een passend medicijn neemt wel met elke poging af. ‘Per slot van rekening valt dit te vergelijken met pillen voor een te hoge bloeddruk. Daar is het soms ook wat experimenteren.’

Demyttenaere zegt dat slechts een klein deel van de mensen niet met pillen kan worden geholpen. ‘Dat neemt niet weg dat antidepressiva – net als psychotherapie – wel vaak werkt.’

Pyschotherapie was uiteindelijk niets voor Gatz. Boeken lezen over het onderwerp wel. Dat de minister uiteindelijk toch voor antidepressiva koos, had te maken met het besef dat de depressie zich ook buiten de politiek zou hebben gemanifesteerd. ‘Politiek kan een trigger zijn door het publieke karakter van de stiel. Dat is dubbel, want we houden het ook in stand door zo actief te zijn op sociale media.

Maar het besef dat ik er ook last van zou hebben gehad als postbode of bakker, bood wel een nuchtere en rationele kijk.’