BOEK: Leven in je leven

Inhoud

Voortbouwend op de principes van de cognitieve therapie zijn de psychologen Jeffrey Young en Janet Klosko erin geslaagd om een uiterst bruikbare gids te schrijven voor een breed publiek. Het boek leert mensen hun negatieve gedachtepatronen, door de auteurs ‘valkuilen’ genoemd, te herkennen. Helder en aansprekend beschrijven Young en Klosko elf van de meest voorkomende valkuilen, waaronder problematische relaties, een irrationeel gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, eenzaamheid. Problemen waar veel mensen mee kampen. Tegelijkertijd bieden zij uitgebreide diagnostische tests en vragenlijsten om elke valkuil te herkennen, en stapsgewijze suggesties om ze in de toekomst te omzeilen. In Amerika hebben al duizenden mensen geprofiteerd van deze directe methode. Het boek Leven in je leven laat niet alleen zien hoe mensen kunnen ontsnappen aan de vicieuze cirkel van negatieve gedachten, het werkt ook inspirerend voor eenieder die over zijn leven wil nadenken.
Een must have op het gebied van cognitieve gedragstherapie.

‘Young en Klosko hebben baanbrekend werk verricht door technieken te ontwikkelen die je kunnen helpen je leven, werk en relatie te veranderen zoals jij dat wilt. Het boek weerspiegelt de enorme betrokkenheid, de deskundigheid en het klinische inzicht van de auteurs.’
– Uit het voorwoord van Aaron Beck

Recensie

Als mensen steeds met dezelfde persoonlijke problemen te maken krijgen in hun leven, is er sprake van een chronisch patroon. Vanuit de cognitieve therapie bezien gaat het daarbij om ‘schema’s’ die in dit boek valkuilen worden genoemd. Elf van deze valkuilen worden door de auteurs behandeld door middel van inzichten en technieken uit verschillende psychotherapeutische disciplines. Na liefst vier voorwoorden opent het boek met een overzicht van de elf valkuilen (onder andere verlatingsangst, extreme aanpassing en emotionele verwaarlozing). Er zijn drie inleidende hoofdstukken over het ontstaan, de stijlen en de veranderbaarheid van valkuilen. Dan volgen elf hoofdstukken over even zovele valkuilen. Per hoofdstuk wordt beschreven hoe je uit een valkuil kunt komen en wat de obstakels kunnen zijn. Het boek sluit af met een korte beschouwing over hoe lastig het kan zijn voor mensen om te veranderen en hoe je een en ander kunt aanpakken. Een frisse, niet-dogmatische kijk op therapie.

Bart Schols – De morgen – 23.08.2018

“Schematherapie komt voort uit de cognitieve gedragstherapie en is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young. Ze legt de link tussen je gedrags- en relationele patronen vandaag, en wat er tussen je tweede en veertiende levensjaar met je gebeurd is: welke belangrijke gebeurtenissen hebben toen plaatsgevonden, hoe hebben je ouders zich toen tegenover jou verhouden, hoe hebben ze voldaan aan je basisbehoeften? Het gaat met andere woorden om diepgewortelde patronen die in je lijf zitten waardoor je altijd in dezelfde valkuilen trapt.”

https://www.demorgen.be/tv-cultuur/bart-schols-verdween-even-uit-de-afspraak-als-je-zit-waar-ik-gezeten-heb-zoek-dan-hulp~ba6c4afbb/?utm_source=demorgen&utm_medium=email&utm_campaign=newsletter&utm_content=ochtend&utm_userid=&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e

“Als ik vroeger over mijn jeugd sprak, ging het meestal over mijn moeder (die zelfmoord pleegde toen Schols dertien jaar was), maar het gaat veel verder dan dat. Ik ben opgegroeid in een gezin waar de grootste onvoorspelbaarheid heerste. Zou er die dag gedronken worden? Zouden er klappen worden uitgedeeld? En aan wie deze keer? (zwijgt even) Waar zou ik dus geleerd hebben dat ik van betekenis ben voor iemand anders? Want dat is net wat ik altijd gedaan heb: betekenis gezocht. In mijn werk, in het sporten, in relaties.”

https://media.standaardboekhandel.be/-/media/mdm/dante/product/5a812d75677e62.49960719.pdf

Leven in je leven 4e druk is een boek van J. Young uitgegeven bij Pearson Benelux B.V.. ISBN 9789026515699

Schoondochters en schoonmoeders

Schoondochters. Ze klagen heel wat tegen hun partner, hun eigen moeder, bij vriendinnen en in forums over hun schoonmoeder. Maar is dat wel het probleem? Is het niet wat kortzichtig te denken dat schoonmoeders per se gemeen zijn? Want ook schoondochters blijken niet altijd gemakkelijk te zijn.

De Britse psycholoog Terri Apter van het Newnham College onderzoekt al twintig jaar de strijd tussen schoondochters en schoonmoeders. Uit haar onderzoek blijkt dat bijna twee derde van de schoondochters de moeder van hun man niet erg graag mag. Ze beschuldigen hen van ’onredelijk jaloers gedrag’ en ’overdreven moederliefde’.

’Het probleem is dat beide vrouwen proberen dezelfde positie binnen de familie te veroveren; die van de belangrijkste vrouw voor de zoon/de partner. Hierdoor voelen ze zich bedreigd door elkaar. Vaak zijn er conflicten omdat de één denkt dat ze wordt ondermijnd en bekritiseerd door de ander.,’ legt onderzoekster Apter uit aan de Engelse krant Daily Mail. ’Schoondochters zorgen meestal voor het eten, het schoonmaken en de kinderen. Dit maakt ze vatbaar voor kritiek van de oudere vrouw die het allemaal al eerder gedaan heeft.’

De onderzoekster opende zelfs een website waar schoonmoeders en schoondochters hun hilarische verhalen over deze traditionele strijd kunnen noteren:

http://www.motherinlawstories.com/

Je schoondochter voelt zich dus bedreigd; ze heeft de indruk dat jij, als schoonmoeder, alles wat zij doet al deed en ervaring hebt. Maar van die ervaring wil ze niet leren…

Blijf steeds positief over haar. Ga nooit bij je zoon klagen over wat je schoondochter in jouw ogen anders hoort te doen. Dat levert jouw respect op en je zoon zal het ook niet toestaan dat zijn partner slecht over jou spreekt. Op die manier blijft de relatie in elk geval ongeschonden.

Probeer je niet te bemoeien met het leven van je zoon. De inrichting van zijn huis, zijn kleding. Het is belangrijk de keuzes van de kinderen te aanvaarden, ook als je schoondochter een andere cultuur of manier van leven heeft dan jij zelf. Dat geldt ook voor de kleinkinderen, zolang ze niet bij jou thuis zijn. Thuis bepaal jij de regels; dat moet duidelijk zijn!

Houd voldoende afstand. Elke dag – of in sommige families elke week – weegt te zwaar voor de familiale relatie. Zorg ervoor dat je een leven hebt naast dat van je kinderen, zodat je niet voortdurend op elkaars schoot zit.

Bron: www.fiftytoo.be

https://www.trouw.nl/opinie/schoonmoeder-blijft-een-vreemde~b3b770c6/

Zijn we er genoeg voor de kinderen?

Ouders hebben horloges, kinderen hebben de tijd

De Standaard – Peter De Lobel – 08.08.2019

Vroeg of laat knaagt het bij elke ouder. Het is druk, we moeten zoveel, en soms lijkt er nauwelijks echt vrije tijd. Hoe maken we dan nog genoeg ruimte voor de kinderen? ‘Goed naar hen luisteren helpt.’

Hey Peter, jij hebt toch kinderen, hè? En heb jij niet een hele tijd vier vijfde … Ja toch, hè? Perfect. Zeg, wat ik je wou vragen … Zo onschuldig en op kousenvoeten worden opdrachten bij de krant soms aangebracht. In dit geval voor een artikel over hoeveel tijd je als ouder wilt/moet/kunt doorbrengen met je kinderen.

Van die kinderen heb ik er inderdaad twee rondlopen. En dat van die vier vijfde klopt ook. Vaderschapsverlof, ouderschapsverlof, gemotiveerd tijdskrediet, op, op, alles is op. Al toen onze meisjes nog in de conceptfase zaten, vond ik het bijna een evidentie om tijdelijk minder te gaan werken. Gelukkig doe ik dat op een plek waar leidinggevenden er ook zo over denken.

Mijn eerste blik ouderschapsverlof trok ik meer dan tien jaar geleden open toen ze nog erg klein waren. Terugkijkend vond ik dat de gemakkelijkste leeftijd om met hen thuis te zijn. Alles is nog leuk, er wordt nog niet met deuren geslagen, jij bent een held en met een protzoen op hun buik gieren ze het uit. Fantastisch! En zijn ze ziek of hangerig, in wiens armen liggen ze dan beter dan in de jouwe?

‘Er zijn’

Alle kinderen zijn natuurlijk anders, het volstaat om er twee te hebben om dat vast te stellen. Daarom bel ik Johan Meire van het Onderzoekscentrum Kind & Samenleving. Hij schreef het boek Over vrijbuiters en ankertijd, over hoe kinderen en jongeren zelf kijken naar tijd en naar de tijd die ze met je doorbrengen. Hij sprak daarover met eindeloos veel meer kinderen dan ik er in huis heb en vindt die eerste periode de belangrijkste om ‘er’ gewoon te zijn. ‘Als kinderen echt klein zijn of in de lagere school zitten, is bereikbaarheid heel belangrijk. Er moet iemand anders in huis zijn, die ze erbij kunnen roepen als dat nodig is. “Er zijn” kan op verschillende manieren en net die diversiteit vinden ze prettig. Je hoeft dus niet de hele tijd met je kinderen te spelen. Thuiswerken kan ook. Maar als het keihard werken wordt, waarbij je niet gestoord mag worden, daar houden ze dan weer niet van.’

Mooi meegenomen is dat ze dan nog te klein zijn om een vinger in de pap te hebben bij hoe de dag ingedeeld wordt. Als jij beslist dat je samen een leuke wandeling gaat maken in het bos, dan gebeurt dat gewoon. Idem als jij beslist dat het tijd is voor een puzzel, lego, een boek, boodschappen of een doordeweeks museumbezoek om hen wat cultuur in te lepelen. Moet je vijf jaar later niet meer proberen.

‘Je deelt de tijd nu eenmaal in omdat er een hoop dingen moeten gebeuren. Wat zij willen, wordt dan ondergeschikt’, zegt Bruno ­Vanobbergen, directeur van het Vlaams Agentschap Opgroeien. Ook de momenten waarop je thuis bent en niet op het werk, worden vaak nog altijd gedomineerd door dat werk, zegt hij. Het klinkt verdomd herkenbaar. ‘En op zondag slepen we ze dan mee naar familie, het bos … Ook dát vullen we weer in voor hen!’ Mmmh. Klinkt een pak minder rooskleurig dan die ‘mooi meegenomen’ van zonet. ­Vanobbergen sust. ‘Ik maak die fouten ook, maar goed naar hen luisteren helpt.’

Dan hebben we het nog niet gehad over die vier andere dagen in de week. En voor wie niet voor minder werken wil of kan kiezen zelfs vijf. Minstens! Dagen waarop de tijd je van ’s morgens al door de vingers lijkt te glippen. Vanobbergen schreef er vorig jaar een treffende blog over. Zijn bottomline: kinderen vragen tijd, daar is weinig romantisch aan.

‘Maar toch is het voor kinderen heel moeilijk om gehoord te worden als het gaat over tijd. Hen een stem geven in maatschappelijke debatten, is een evenwicht dat moeilijk te vinden is. Ik heb het als kinderrechtencommissaris tien jaar lang ervaren. “Waarom zouden we naar hen luisteren, zij zijn nog veel te klein”.’

Taxi Lobel

Luister ik te weinig? Het is toch wat Vanobbergen zegt, er moeten nu eenmaal een hoop dingen gebeuren in een dag. Maar ze vragen inderdaad tijd. Altijd. Ook als jij ziek, moe, bweuh of gehaast bent. Oh! Gehaast! Dat ruiken ze. Dan treuzelen ze met hun eten, huilen ze omdat je ze hebt wakker gemaakt, willen ze stokken en steentjes oprapen langs de kant van de weg terwijl jij gewoon wil voort-maken, willen ze die broek niet aan maar een rok. Of neen, díe rok. Of andersom. Of allebei. Enzovoort, en zo eindeloos voort. Lang geleden, maar het lijkt alsof het gisteren was.

Blij dat ik het destijds opgeschreven heb, want het was duidelijk niet allemaal qualitytime die ik met hen doorbracht. Helpt dat trouwens? Meire lijkt geen grote fan. ‘Qualitytime komt meestal voort uit een schuldgevoel. Dat je op zo’n moment speciale dingen gaat doen, vinden kinderen uiteraard wel leuk, maar voor hen bestaat dat soort vrijgemaakte tijd eigenlijk niet.’

Toen ik een paar jaar later voor gemotiveerd tijdskrediet ging, waren onze meisjes al wat ouder, midden en eind lagere school. Zelfstandiger ook. Veel van wat ik net aanhaalde, ging toen al een pak vlotter. Maar ze kregen wel drukkere agenda’s. Zwemmen, dansen, atletiek, muziekschool, huiswerk, boekenjury. Wat heb ik hier nu aan? Dat vraag je je dan weleens af terwijl je met taxi Lobel van a naar b, c, terug naar a, d, b en e rijdt. ‘Kinderen zijn omnivoren op die leeftijd. Ze willen alles proberen en ze vinden bijna alles leuk’, zegt Meire. ‘Ook wanneer ze zes, zeven keer een activiteit na school hebben, ervaren zij dat niet als drukdrukdruk. Wij wel, maar dat is omdat wij met hen van de ene plek naar de andere hollen.’

Maar wat is dan de beste periode om veel tijd met je kinderen door te brengen? Als ze nog klein zijn? Tussenin? Of later, als tiener en puber? Hebben ze dan niet liever het rijk voor zich alleen, zonder ouders in huis? ‘Als ouder sta je dan plots wat aan de kant, dat klopt’, zegt Meire. ‘Het is geen eenvoudige periode. Ze mogen nog niet alles wat ze zouden willen. Maar toch verwachten ze tegelijk nog de veiligheid die je hen biedt. Hun beoordelingsvermogen staat zacht gezegd nog niet helemaal op punt. Het is dus aan de ouders om grenzen te stellen. Ze zullen daarover zagen en klagen maar het in zekere zin ook appreciëren.’
Mooi. Ik onthoud: luisteren en niet panikeren. Ik bel naar huis. Vanobbergens advies volgen en eens horen hoe zij het zelf allemaal ervaren. ‘Huh? Boeie, papa. Ben jij bijna thuis?’

Peter De Lobel

Piekeren

Computer leert je stoppen met piekeren

Je gepieker een halt toeroepen alvorens het ontaardt in een depressie. Onderzoekers aan de UGent ontwikkelden daarvoor een computerprogramma dat onze hersenen leert om niet te blijven roeren in de negatieve gedachten.

De Standaard – Jens Vancaeneghem – 07.08.2019

Iedereen piekert af en toe. Geen reden dus om ons dáár zorgen over te maken. Een relatie die op de klippen loopt. Een ontslag. Logisch dat we daar stil bij staan, en ja, in de put zitten. Dat zijn normale gedachten die ons helpen om bepaalde gebeurtenissen te verwerken. ‘Piekeren kan zelfs positief zijn en ons helpen om een oplossing te bedenken voor een probleem of om te vermijden dat we bepaald gedrag in de toekomst opnieuw stellen’, zegt Jasmien Ver­vaeke, doctoraatsstudente aan de faculteit Psychologie van de UGent.

Tot zover het goede nieuws. Want dat gewoel en gedraai in het hoofd kan bij sommige mensen ook buitensporige proporties aannemen en rechtstreeks richting mentale kortsluiting leiden.

‘Bij haast alle mentale stoornissen is er sprake van gepieker’, zegt Ernst Koster (UGent), hoogleraar klinische psycho­logie en promotor van Jasmien Vervaeke. ‘Het type gepieker verschilt wel. Mensen met angstproblemen piekeren meer over een mogelijke dreiging in de toekomst. Een ongeval dat de kinderen zou kunnen overkomen, bijvoorbeeld, wanneer ze met de fiets van school komen. Mensen met een depressie denken meer inwaarts: waarom ben ik niet gelukkig?’

Negatieve spiraal

Om te voorkomen dat mensen vast komen te zitten in een negatieve spiraal, heeft de UGent een computertraining uit­gewerkt die nu op grote schaal zal worden getest. De proefpersonen moeten binnen de veertien dagen tien sessies van een kwartier vervolledigen. Ze krijgen complexe wiskundige oefeningen voorgeschoteld die niemand foutloos kan oplossen, te meer omdat de tijd beperkt is. ‘Dat is frustrerend en het brengt stress met zich mee’, zegt Jasmien. ‘Alleen door hun aandacht bij de taak te houden en niet stil te staan bij hun fouten, kunnen ze die toch tot een goed einde brengen. We leren hen eigenlijk om die negatieve gedachten te negeren en heel hard te focussen op de opdracht.’

Klinkt eenvoudig, maar volgens Jasmien Vervaeke is een stevige ­dosis wilskracht nodig om de oefening tot een goed einde te brengen. Het verhoopte resultaat? Hersenen die nadien structureel veranderd zijn om ook in het dagelijkse leven de negatieve gedachten naast zich neer te leggen. Kleinere steekproeven van Vervaeke en haar collega’s tonen dat op zijn minst een deel van de piekeraars geholpen is. De onderzoekster zoekt nu enkele honderden mensen om te achterhalen wie gebaat is bij de training en wie niet.

Nieuw wapen

In ieder geval zijn de eerste ­resultaten veelbelovend. Een nieuw wapen tegen overmatig gepieker, zo u wil. Nieuw, want de strijd tegen gepieker loopt al langer.

Amerikaans onderzoek toonde enkele decennia geleden al aan dat twee op de vijf mensen dagelijks piekeren. Intussen bieden psychiaters, psycho­logen en mutualiteiten allemaal cursussen aan om ons van het gepieker af te helpen. ‘Het verschil met ons onderzoek is dat die gaan over de inhoud van de gedachten’, zegt Vervaeke. ‘Hoe je negatief gepieker kan herkennen en er iets aan kan doen. Met onze training willen we bepaalde hersenstructuren versterken zodat mensen vanzelf minder gaan piekeren.’

In een ideaal scenario wordt de training in de toekomst voor iedereen beschikbaar op de computer. ‘De psycholoog zou de training dan kunnen voorschrijven aan mensen die er volgens ons onderzoek baat bij hebben’, zegt Vervaeke.

Samen of alleen?

Mijn eigenwijs nest

De Standaard – 05.08.2019 – Eva Berghmans

Geen gezanik over de dop van de tandpasta, alle ruimte om uit te gaan en te reizen: de vrijheid van de single kan verleidelijk zijn, en toch verlangen de meeste mensen ernaar om samen te wonen. Kun je ook het beste van twee werelden hebben?

‘Juist omdat mijn man en ik elkaar zo graag zien, zijn we opnieuw apart gaan wonen.’ Helen B., ontwerpster van vrolijke dingen allerhande, is geen vrouw van de conventionele oplossingen. Na de scheiding van de vader van haar dochter was ze vast van plan om nooit meer te gaan samenwonen. De routine, de verwachtingen, de discussies over de taakverdeling: ze had het ermee gehad. En meer nog: ze was perfect gelukkig in het tweevrouwshuishouden met haar dochter. Toch ging ze na een jaar van daten en grote verliefdheid samenwonen met haar huidige man – die net als zij gescheiden was en een jonge dochter had.

Toen het nieuw samengestelde gezin van het platteland naar centrum-Gent verhuisde, werd het kot letterlijk te klein. ‘Meer en meer kreeg ik het gevoel dat ik in een situatie zat waarin ik niet wilde zitten, zeker toen we weer kleiner gingen wonen om dichter bij mijn winkel te zijn. Ik moet me mentaal kunnen afsluiten om te ontwerpen. En mijn dochter vroeg ook wanneer we nog eens met zijn tweeën iets gingen doen, zoals vroeger – je hebt meer aandacht voor elkaar als je met zijn tweeën bent. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik durfde toe te geven dat ik meer ruimte wilde. Veel mensen begrijpen het niet – dat je vrijwillig niet samenwoont met de man van je leven. Maar mensen die me goed genoeg kennen, zien het wel: dat het niet is omdat ik hem niet graag zie, maar omdat ik mezelf verlies als ik die ruimte niet heb. Het is net omdat ik de liefde tussen ons te mooi vind om ze te verkwanselen in dagelijksheid en wrevel, dat we opnieuw apart zijn gaan wonen. En ja, ik mis hem als hij er niet is. Maar ik ben ook telkens blij als ik hem zie.’

Balanceren tussen verbondenheid en afstand

‘Liefde is altijd een beetje lijden’, zegt relatietherapeute Rika Ponnet. ‘Het is een eeuwige zoektocht naar een goede balans tussen het verlangen om samen te zijn en je noden als individu. In elke relatie, of je nu samenwoont of niet, staat er spanning op de verhouding tussen verbondenheid en afstand.’

In haar praktijk komt Ponnet ze geregeld tegen: de mensen die ervan overtuigd zijn dat ze beter af zijn in hun eentje. ‘Dat is heel logisch als mensen een trauma opliepen, zoals door zwaar bedrog of mishandeling. Dan heb je een paar jaar rust nodig om te herstellen. Maar het beeld van de happy single, met al die witte wijn en citytrips, klopt niet met de realiteit. Single zijn is zelden een lifestylekeuze. De mens kan wel alleen zijn, maar we voelen ons het best als we in verbondenheid met een levend wezen samenleven. Dat hoeft niet per se een geliefde te zijn. Het kunnen ook je kinderen zijn, een huisgenoot die je niet zo goed kent, zelfs een hond maakt al een verschil voor je stressniveau. We zijn een sociale soort, we hebben de groep nodig om moeilijkheden mee te delen. Singles rapporteren in onderzoek de laagste levenskwaliteit. Je bent beter af met een middelmatig huwelijk dan zonder, tenzij het héél slecht is. De meeste mensen die op zoek zijn naar een partner, zijn vooral op zoek naar een warm nest, waarin ze tot op hoge leeftijd veilig zullen zijn. De meeste mensen op de datingmarkt zouden die hele fase van daten, verliefdheid en onzekerheid het liefst overslaan.’

Koppelvorming als overlevingsinstinct: is het dat wat mensen ertoe aanzet om met een nieuwe geliefde onder één dak te nestelen, en desnoods elkaars kinderen te omarmen?

‘Geliefden die niet toegeven aan het verlangen om hun leven te delen, laten zich vaak tegenhouden door hun angst’, zegt Anja Pairoux, plusouderconsulent en erkend bemiddelaar. ‘Mensen die scheiden, voelen zich schuldig, en willen voor hun kinderen alles zo rustig mogelijk houden. Op lange termijn is dat niet zo slim. Als je je eigen verlangens ondergeschikt maakt aan het belang van je kinderen, geef je hen de boodschap dat je niet voor je eigen geluk mag kiezen. Je verliefdheid opzijzetten, is dus niet in het belang van het kind. Het is wel in zijn belang dat ouders hun issues oplossen – met elkaar, en met zichzelf.’

Makkelijk is het niet altijd, het leven als nieuw samengesteld gezin, bevestigt Pairoux. De balans tussen verbondenheid en afstand is vaak nog moeilijker te vinden dan in een relatie tussen twee geliefden zonder al te veel voorgeschiedenis. ‘Je moet vooral niet proberen om het klassieke kerngezin te imiteren, je moet een andere manier van samenleven vinden’, zegt Pairoux. ‘Vaak helpt het als je net minder doet. Als je partner moeilijk grenzen kan stellen aan zijn of haar kinderen, hoef je dat vooral niet in zijn of haar plaats te doen. Als je partner ruzie heeft met zijn ex, moet je daar niet in willen tussenkomen. Niet reageren is vaak productiever. Je hoeft niet mee te stappen in negativiteit. Je moet elkaar meer afstand laten, en over verschillen en ongemakken moet je praten. Dat is lastig, maar eigenlijk is een nieuw samengesteld gezin een cadeautje vol leerkansen.’

Een mozaïek van mensen

‘Als ik op mezelf woon, zit ik in mijn eigen wereld. Daar is alles perfect, maar ik voel dat er patronen in mijn denken sluipen. Mijn denken is uit zichzelf weinig mobiel. Als je op jezelf woont, beperk je je al snel tot je eigen leefwereld.’ Sinta Wibowo, consulente in de artistieke sector, heeft zo haar eigen manier gevonden om haar leermomenten te creëren, zonder dat ze permanent samenwoont met haar vriendin uit Phnom Penh, die ze in Jakarta leerde kennen. Haar huis, in de schaduw van het Atomium, is een open huis. Het is er een komen en gaan van vrienden, kennissen, artiesten op doorreis, via via aangewaaide toeristen, nieuwkomers in Brussel en mensen die tijdelijk een plek zoeken omdat hun leven op zijn kop staat. Sommige passanten blijven een paar dagen, andere een paar maanden. Dat klinkt altruïstisch, maar zo is het niet bedoeld. ‘Ik wil zo goed mogelijk leren hoe ik met anderen moet samenleven. Ik zoek niet per se mensen die hetzelfde levensritme of dezelfde interesses hebben. Mensen mogen best ver van mijn manier van leven af staan. Iedereen heeft zijn eigen rituelen en gewoontes, zijn manieren om met mensen en moeilijkheden om te gaan. Ik zie mensen als wandelende bibliotheken van gedachten, gevoelens en gedragingen. Als ik vast zit in mijn eigen patroon, kan ik ook eens andere manieren van reageren uitproberen. Ik hoef bijvoorbeeldt niet altijd meteen te reageren als iemand iets zegt of doet, ik mag ook afwachten, zwijgen, observeren. Een andere stijl van reageren creëert een andere situatie – niet per se beter of slechter, maar anders dan gewoonlijk. De anderen halen me uit mijn hoofd, dat altijd productief wil zijn. Zo verword ik tot een eclectische mozaïek van stukjes en beetjes van alle mensen, situaties en omgevingen die voorbijkomen, waartussen ik slechts als lijm fungeer.’

helenb.be
duetrelatiebemiddeling.be
www.plusouderconsulenten.be

 

Wanen

Psychiater Jim van Os: iedereen heeft last van psychotische wanen

BRAINWASH – Jim van Os – 02.08.2019
deel tweet link

In Brainwash Zomerradio van Human interviewt presentator Floortje Smit denkers aan de hand van muziek. Hierboven terug te luisteren. Welke nummers zijn vormend geweest voor hun identiteit en denken? Deze lessen kunnen we leren van psychiater Jim van Os.

1. We hebben allemaal last van psychotische wanen

In een psychose verlies je de grip op de werkelijkheid. We hebben allemaal in meer of mindere mate last van psychotische wanen. Als je een enge griezelfilm hebt gezien en je gaat daarna in een bos lopen, ben je zeer vreesachtig. Je ziet achter elke boom een verschijning, omdat je bang bent. De emoties die je in de greep hebben, hebben een belangrijke rol op wat je ziet. Je kunt bijvoorbeeld een collega op de gang tegenkomen, die je straal voorbijloopt, en jij denkt dan dat die persoon een appeltje met je te schillen heeft. Als dat een paar keer voorkomt, kun je daar zo mee bezig zijn dat je je gedrag gaat veranderen en je hem tot de orde roept, waarna blijkt dat hij zijn bril niet bij zich had.

De manier waarop wij signalen uit de wereld opnemen kan bepaald worden door emoties. In een psychose bekijk je de wereld sterker door de bril van je emoties. Dat kan een eigen leven gaan leiden, vooral als je al veel hebt meegemaakt. Het basale gevoel van onveiligheid dat je hebt, kan gaan bepalen hoe je de wereld bekijkt. Je kunt sneller tot de conclusie komen dat mensen het kwaad met je voorhebben. Dat kan ertoe leiden dat je te angstig wordt om het huis te verlaten, of dat je het idee krijgt dat je bedreigd wordt en dat het beter is jezelf te gaan beschermen. Dan heb je hulp nodig, dat is heel eenvoudig.

Schizofrenie is een woord dat gebruikt wordt voor mensen die in de greep zijn van een psychose. Maar als je het gedrag van die mensen bekijkt vanuit het hele spectrum aan menselijke emoties, is het eigenlijk niet zo gek anders dan wat je doet als je een horrorfilm hebt gekeken. De verschillen die er zijn, zijn kwantitatief van aard, niet kwalitatief. We denken te weinig in gradaties als we het hebben over psychose. Een zestienjarige jongen vertelde me laatst dat hij stemmen hoorde, maar bang was om naar de GGZ te gaan, omdat hij dan de diagnose schizofrenie zou krijgen. Het is fijn voor mensen om te weten dat het om menselijke ervaringen gaat. Je kunt dingen horen, je kunt dingen zien, of ongewone gedachten hebben. Als je begint bij het idee dat het onderdeel is van het menselijk repertoire, dan schrikt het niet zo af. Bij een psychose geef je eigenlijk te veel betekenis aan dat wat neutraal is. Je kijkt er met andere ogen naar.

De Franse psychiater Clérambault beschreef het syndroom van psychotische verliefdheid. De-Phazz maakte er het nummer Chez Clérambault over: ‘psychotic rendez-vous, obsession avenue’, zingt de zangeres over de obsessie met de ander die optreedt bij deze waanstoornis. Maar ook ‘gewone’ verliefdheid is een soort psychotische ervaring. Je kunt in je angst om afgewezen te worden tot een wanhopige overtuiging komen dat de ander jou liefheeft, en daar zo van overtuigd raken dat je niet meer van het tegendeel overtuigd kunt worden. Iedereen weet hoe verliefdheid je waarneming van de werkelijkheid verandert: niet alleen hoe je de kleuren waarneemt of geluiden hoort, maar ook de waarneming van de ander. Het is voorstelbaarder dat je daar zo in door kunt schieten dat er een zorgbehoefte onstaat. Zo komt psychose dicht in de buurt van wat we allemaal herkennen.

2. Je genen bepalen niet of je psychisch ziek wordt

Psychiater René Kahn zei: ‘Schizofrenie kan je zien.’ Dat is de droom van elke wetenschapper: die ingewikkelde ziekte, die kan ik hier in het brein zien. Toch is dat niet zo. Als je honderd mensen met de diagnose schizofrenie in een hersenscan legt, zie je gemiddelde, hele kleine verschillen in hersenvolume. Daarvan weten we niet precies of dat door gevoeligheid voor schizofrenie komt, of veroorzaakt wordt door een jeugdtrauma, of anders eten en slapen of uitgesloten worden. Al die zaken hebben effect op het brein. Dus ja, je ziet iets, maar je weet niet of dat aangeboren is, of door de omgeving komt.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de genetische factoren voor psychisch lijden. De mate en manier waarop je reageert op je omgeving is genetisch bepaald. Maar deze bepaaldheid gaat alleen over de gevoeligheid van het individu voor een bepaalde gemoedstoestand. De een reageert bijvoorbeeld heftiger op stress dan een ander. Bij de een gaat die reactie vaker gepaard met angst, bij een ander met somberheid of paranoia. Maar of dat zich ooit tot ziekte ontwikkelt, en of je daar ooit hulp voor nodig hebt, is nog altijd een kwestie van waarschijnlijkheden, niet van zekerheid. Dat maakt het zo ingewikkeld.

Het is dus niet zo dat je genetisch voorbestemd bent voor de diagnose schizofrenie. We hebben allemaal duizenden risicovarianten, die in bepaalde omstandigheden aanleiding kunnen geven tot een psychose. Die varianten zijn ook nuttig, omdat ze je helpen om betekenis te geven aan de wereld om je heen, en daar gevoelens bij te genereren. Dat hebben we allemaal nodig. Om veilig op te groeien moéten we angstig of met een beetje wantrouwen naar de omgeving kunnen reageren, anders ontkom je niet op tijd aan gevaar. Een psychose is in feite niets anders dan een overdrijving van een manier van reageren op de omgeving, die ons in staat stelt om te overleven via betekenisgeving.

3. Mensen kunnen veranderen (en een meta-perspectief helpt daarbij)

De gevoeligheid die we voor invloeden van buitenaf hebben is bij iedereen anders afgestemd, en we ontwikkelen onze eigen manieren om daarmee om te gaan. Je kunt bijvoorbeeld gevoelig zijn voor de psychotrope effecten van bedwelmende middelen, zoals alcohol. Sommige mensen verlangen er niet naar, die kan je een glas voorschotelen zonder dat ze ernaar omkijken, en anderen zijn zeer gevoelig voor het ontwikkelen van zuchtigheid: na het ene glas hebben ze alweer dorst naar het andere.

Zij zijn gevoelig voor het belonende effect van alcohol. Het gevaar is dat je – in stressvolle situaties waarin je jezelf wilt ‘helpen’ – je je beloningssystemen gaat kortsluiten met chemie. Bij de een is dat alcohol, bij de ander cocaïne of heroïne.

De vraag of je dat kan veranderen is cruciaal. Dat is dan ook dé vraag waar de psychiatrie om draait: hoe veranderen mensen? Hoe ze dat doen is best wel raadselachtig. De psychiatrie probeert mensen te initiëren tot verandering. Het is opvallend hoe vaak dat mogelijk wordt gemaakt door een metaperspectief, waarbij je uitzoomt van je eigen situatie en jezelf van een afstandje gaat bekijken. Dan heb je de eerste stap te pakken voor verandering als je verslaafd bent, of tegen probleemdrinken aan zit. Mensen beschrijven turning points die ze hebben meegemaakt in hun proces van verandering. Dat zie je ook vaak bij mensen die leren leven met ernstig psychisch lijden, die zichzelf snijden en in het psychiatrisch ziekenhuis leven. Zij vertellen vaak: ‘Ik kwam iemand tegen, en die zei dit of dat tegen me.’ En zij zeggen dat wat hen door die ander verteld werd over henzelf, hun leven veranderde. Toen ik in mijn studententijd een moeilijk te lessen dorst naar alcohol had, waarschuwden mensen mij dat ik tegen probleemdrinken aan zat. Dat heeft mij toen wel de ogen geopend. Mensen met een verslaving die in therapie zijn geweest vertellen soortgelijke verhalen. Je kunt dan zeggen dat dit een interpretatie achteraf is en het eigenlijk de behandeling was die het verschil maakte, maar we komen er steeds meer achter dat het aannemen van zo’n meta-perspectief heel belangrijk is bij verandering.

Jim van Os
Hoogleraar Psychiatrie

 

Vijf levenslessen

De 5 levenslessen

Geike Arnaert

‘Hoe graag je het ook in je eentje klaart: je hebt anderen nodig’
Geike Arnaert geeft niet graag advies, want ze krijgt er zelf ook liever geen. En ze noemt zichzelf hardleers, al helemaal wat haar eigen levenslessen betreft. Daarom formuleert ze die het liefst voorzichtig. Ines Minten

1.
Aanvaard dat je samen iets groters kunt maken dan alleen

‘Ik ben zelf nogal hardleers, ook wat mijn eigen levenslessen betreft. Deze is daar een goed voorbeeld van. Van nature klaar ik de dingen graag in mijn eentje. Als ik songs schrijf, bijvoorbeeld, zal ik altijd vanuit mezelf vertrekken, omdat ik mezelf graag wil bewijzen. Maar het kan gebeuren dat je ergens vast komt te zitten, en als je het dan hardnekkig voor jezelf houdt, eindigt het in frustratie. Ik heb het daardoor ooit bijna opgegeven. Als iemand als Joost Zweegers je dan voorstelt om samen te werken, kun je het al wat sneller aan de kant schuiven en de samenwerking accepteren. En dan merk je hoe bevredigend het kan zijn om samen iets te maken waar je trots op kan zijn. Het resultaat wordt beter en groter dan je in je eentje had gekund. Je wordt er zelf ook beter van, want je neemt er altijd iets van mee. En uiteraard gaat dat verder dan werk. Uiteindelijk heb je op alle domeinen van het ­leven andere mensen nodig.’

2.
Neem het niet persoonlijk

‘Ik geef niet graag raad, omdat ik het zelf ook niet zo tof vind om raad te krijgen. Zeker op creatief vlak kan wat goede raad is voor de één, helemaal verkeerd uitdraaien voor een ander. Maar de dingen niet persoonlijk nemen, dat is toch wel iets… Iets wat je raakt of waar je je geviseerd door voelt, is zelden écht tegen jou als persoon gericht. Heel vaak speelt er nog iets anders. Evident is het niet, maar als je dat in je achterhoofd houdt, kan het je wat rust geven. Ik merk het elke keer: als je je door iemand gekwetst voelt en je kunt er vanop wat meer afstand op terugblikken, dan zie je altijd wel iets anders wat meespeelt. De ene heeft een persoonlijk probleem, de ander worstelt met wat anders. Het is iets wat echt begint op te vallen na een tijd. Ik zeg niet dat je alles zomaar moet ontwijken of dat je moet proberen om niets te voelen. De kwetsuur is er, maar afstand nemen en er zo naar kijken, helpt om ze een plaats te geven.’

3.
Zeg op tijd wat je te zeggen hebt

‘Ook dat is een les die ik zelf opnieuw en opnieuw te leren heb. Soms kom je in een situatie terecht die je wat doet twijfelen aan jezelf. Of je bent bang om iemand te kwetsen. Maar als je niet uitspreekt waar je mee zit, blijf je ermee lopen. Uiteindelijk raak je daar net mensen mee kwijt, want ooit is het te laat. Je loopt altijd het gevaar dat zulke onuitgesproken dingen de afstand tussen twee mensen te groot maakt. Maar zeker als het gaat om mensen van wie je houdt, móét je die afstand overbruggen. Het is te belangrijk. Op sommige momenten lukt het me beter dan op andere – het is iets wat ook afhangt van je persoonlijkheid. Maar het is altijd een voornemen en een heel groot werk. (lacht)’

4.
Geef wat je hebt en eis waar je recht op hebt

‘Een vriend van me zegt geregeld: “Al wat je niet gegeven hebt, gaat verloren.” Ik kan nogal gesloten zijn en afstand houden, ook en misschien vooral op werkvlak. Zo heb ik de neiging om heel lang op een idee te blijven zitten en er almaar aan te blijven sleutelen zonder het ooit aan iemand te laten horen. Maar het gaat almaar beter. Intussen vind ik het zelfs prettig om zo’n idee voor te leggen en het desnoods te laten afschieten, want het helpt me vooruit. En dat eisen waar je recht op hebt? Ook dat is een moeilijke, maar het helpt evenzeer om je eigen werk te waarderen.’

5.
Slaap

‘Ik merk dat slaap gewoon heel belangrijk is om optimaal te kunnen functioneren. Ik ken mensen die het kunnen trekken met vier uur slaap, maar bij mij lukt dat niet. En al zeker niet als je een paar nachten na elkaar niet voldoende hebt kunnen slapen. Je voelt je somberder, bent minder alert en het leven lijkt een stuk zwaarder. Ook je creativiteit gaat eronder leiden. Als je een volle nachtrust hebt gehad wordt alles lichter, vrolijker en makkelijker. Slapen is dus de max.’

Geike Arnaert werd bekend als zangeres van Hooverphonic. Nadat ze de band had verlaten, zocht ze een hele tijd naar haar eigen muzikale pad. Dat vond ze nu in een samenwerking met Joost Zweegers (Novastar). De eerste single, ‘Off shore’, werd goed onthaald. De volledige plaat komt na de zomer uit. Op 2 augustus komt Geike naar ­M-idzomer in Museum M, Leuven.
Meer info:

De Standaard – 01.08.2019

Zomerdepressie

Zomerdepressie
Zonnige dagen kunnen ook donker zijn: ‘Ik voel de nood om me terug te trekken’

De Morgen – Fernand Van Damme – 29.07.2019

‘Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij’, zegt Klara-presentator Bart Stouten.

Ervaart u dezer dagen een somber, rusteloos gevoel? U bent niet de enige. Een op de duizend Vlamingen heeft last van een ‘zomerdepressie’. Ook Tele-Onthaal ziet het aantal eenzamen in deze periode licht stijgen.

“Op dit moment is de zomer zo hyperbolisch, zo overdreven zichzelf dat ik haast geneigd ben om naar het tegenovergestelde te verlangen”, zegt Klara-presentator Bart Stouten. Hij is niet gelukkig wanneer het weer “een valse belofte van geluk suggereert”. “Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij. Op zulke dagen voel ik een nood om mij terug te trekken, te slapen, boeken te lezen en te schrijven.”

‘I got that summertime, summertime sadness’, zong de Amerikaanse popzangeres Lana Del Rey al in haar gelijknamige hit uit 2012. Zomerweemoed: zo heet het sombere, rusteloze gevoel dat u misschien ervaart terwijl u dezer dagen naar de hemelsblauwe lucht kijkt. Ook Tele-Onthaal merkt een dipje bij zijn bellers en chatters, zegt woordvoerder Jennifer Pots. “De zomer werkt ontwrichtend.”

‘Netwerk op vakantie’

In de afgelopen maand kreeg de anonieme telefoon- en chathulplijn niet meer oproepen dan anders, wel praatten Vlamingen vaker over eenzaamheid. Tussen 1 juli en 21 juli had gemiddeld 12,3 procent van de bellers het over eenzame gevoelens tegenover 11,9 procent tijdens de eerste zes maanden van 2019. Bij de chatters is de tendens nog sterker: 7,3 procent in juli tegenover 5,8 procent tijdens de rest van het jaar.

Pots: “Vrienden en familie trekken op reis, maar ook psychologen en huisartsen knijpen er even tussenuit. Dat valt sommigen zwaar. Hun netwerk, hun luisterend oor valt weg. Zo is het gemakkelijk om in een isolement te vervallen.”

Geen routine

In extreme vorm kunt u over een ‘zomerdepressie’ spreken, een seizoensgebonden depressie zoals de bekendere winterdepressie. Het is een aanhoudende neerslachtigheid die jaarlijks terugkomt, altijd in hetzelfde jaargetijde. Ongeveer 0,1 procent van de Vlamingen zou met de zomerse variant te kampen hebben, zo schatte Dominique Van Praag, diensthoofd klinische psychologie aan het UZ Antwerpen, recent in Humo.

Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van een depressie. Die is vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van factoren: erfelijkheid, persoonlijke eigenschappen en iemands levenspad.

Professor Filip Raes, klinisch psycholoog aan de KU Leuven: “Bij zomerdepressies speelt het veranderen van de seizoenen een rol, maar even goed het verdwijnen van routine. Het is vakantie, mensen moeten niet naar kantoor, de kinderen zijn thuis… Bij sommigen hebben dergelijke veranderingen in routines een negatieve weerslag op hun stemming.”

Melatonine

Ook de veranderende hoeveelheid licht heeft een impact. In de zomer is het ’s avonds langer en ’s morgens vroeger licht. Daardoor kan ons dag-nachtritme worden ontregeld en wordt er minder melatonine aangemaakt, een hormoon dat ’s nachts door onze hersenen wordt afgescheiden en ons slaperig maakt. Een tekort eraan heeft een invloed op onze slaap en stemming.

“Dat horen wij ook bij onze bellers en chatters”, zegt Jennifer Pots van Tele-Onthaal. “Mensen geven aan dat ze door slecht te slapen in hun piekergedachten worden versterkt.”

De Zuid-Afrikaanse psychiater Norman E. Rosenthal heeft het fenomeen van seizoensgebonden depressies voor het eerst beschreven in de jaren 1980. Hij wijst ook op de sociale druk die met zomers gepaard gaat en sommige mensen beïnvloedt. “Het gevoel leeft dat de zomer leuk hoort te zijn, en als mensen niet ongelooflijk veel plezier hebben, moet er wel iets mis zijn met hen”, zo zei hij eerder aan The New York Times.

Mislukt

Oud-politica Mieke Vogels gaat niet zo ver om zich ‘zomerdepressief’ te noemen, maar herkent wel die zomerse druk waarover Rosenthal spreekt. Het kan haar soms neerslachtig maken: “In een stad als Antwerpen is er nu ongelooflijk veel te doen. Je krijgt continu brochures in de brievenbus. Eerst denk ik altijd: ik wil daarheen en dat concertje wil ik meepikken, en amai, dat ziet er plezant uit. Maar dan bestel ik toch weer geen kaarten, het aanbod is gewoon te overweldigend. Dan zit ik weleens triest in de zetel. Verdorie, waarom ben ik nu niet op dat festival, kan ik dan denken.”

Ook sociale media spelen een rol in zomerweemoed. Naar vakantiekiekjes van anderen kijken kan ons beïnvloeden, zegt Rosenthal aan de Times. “In de zomer lijkt het alsof iedereen er op z’n best uitziet en in geweldig gezelschap vertoeft op de meest adembenemende plekken.” Als jij dan thuis in je eentje in de zetel zit, kan je je mislukt voelen. Al vinden andere wetenschappers die socialemedia-uitleg te gemakkelijk. Naar verluidt dateert de eerste wetenschappelijke vermelding van een man die aan een zomerdepressie leed van 1854 – meer dan 150 jaar voordat we selfies op het strand van Knokke-Heist bij zonsondergang begonnen te posten.

Klara-presentator Bart Stouten zal je dezer dagen alleszins niet in de zandbak van Knoks burgemeester Leopold Lippens aantreffen: “De zomer is door het dolle heen. Dat het maar snel herfst is.”

Wie nood heeft aan een gesprek, kan terecht bij Tele-Onthaal op het gratis nummer 106 en op de website www.tele-onthaal.be.

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

Brainwash – Damiaan Denys – 28.07.2019

We zijn gelukkiger dan ooit en tegelijk ook depressiever dan ooit. Nederland staat bovenaan de lijstjes van gelukkigste landen ter wereld, onze levenskwaliteit is beter dan ooit en we zijn nog nooit zo rijk geweest. Tegelijkertijd gaan jaarlijks een miljoen mensen in behandeling voor psychische klachten. Filosoof en psychiater Damiaan Denys over deze vreemde paradox.

Waar gaat het mis?

‘We zijn het vermogen verloren om het lijden te omarmen. Met onze rijkdom en technologie hebben we een maatschappij geschapen die op korte termijn heel aangenaam lijkt en ons van alle gemakken voorziet, maar ons mentaal ongezond maakt. Dat is iets dat we ons niet realiseren.’

We zijn gelukkiger en tegelijk ook ongelukkiger dan ooit?

‘De hemel is zo aantrekkelijk omdat hij niet bestaat. Mensen verlangen datgene wat eigenlijk niet goed voor hen is. Als je dát weet, dan wordt het veel makkelijker om te leven. Het verlangen zelf maakt het leven uit, en niet datgene wat je wilt bereiken. Al vanaf jonge leeftijd ontwikkel je allerlei verlangens: je wilt speelgoed en een puppy. Later wil je een huis, een baan en kinderen. Naarmate je ouder wordt, veranderen je verlangens. Maar het punt is dat je nooit datgene kan bereiken wat je verlangt. Er moet een tekort blijven om je als mens te drijven, want het bereiken van je verlangens is teleurstellend. Die mooie zeilboot is hooguit een paar dagen interessant, professor worden ben je na een week gewend, een fantastische partner is geweldig tijdens de huwelijksreis, maar bij thuiskomst kom je de eerste tekortkomingen al tegen. Het onbereikbare van geluk is de essentie ervan.’

Best wel tragisch.

‘Het vinden van geluk maakt gelukkig, het zoeken naar geluk ongelukkig. Zoeken naar geluk, zoals we het nu najagen, is tragisch, in de klassieke betekenis van een Griekse tragedie. De Griekse tragedie gaat niet zozeer om de dramatiek, maar om wat de hoofdrolspeler bewerkstelligt wat hij wil vermijden. Deze tragische essentie is het ultieme kenmerk van het Westerse denken. Het individu wil iets vermijden, uit hoofde van de maakbaarheid, en brengt daardoor juist tot stand wat hij niet wil. Willen we angst vermijden, dan juist worden we bang. Willen ongeluk vermijden en geluk omarmen, dan juist worden we ongelukkig.’

Zijn onze mentale klachten te danken aan de maatschappij waarin we leven?

‘Als je kijkt naar de mentale gezondheid in een land als Nigeria, een land dat veel minder welvarend is dan Nederland, dan zou je daar meer mentale klachten verwachten. Maar dat is niet het geval. In Nederland kampt 7,4 procent van de bevolking met een post-traumatische stressstoornis (PTSS). In Nigeria is dat minder dan 0,03 procent. Daarmee staat Nederland op de tweede hoogste plek in de wereld, Nigeria op de laatste plek.’

Dat is een opmerkelijk verschil.

‘Niet alleen op het gebied van PTSS doet Nigeria het beter. De prognose van schizofrenie is veel beter en toch neemt 84% geen medicijnen. Vier keer zoveel beter dan in Nederland. In de samenleving van Nigeria worden mensen nog geconfronteerd met de tekortkomingen van de werkelijkheid, en blijven mensen die psychisch lijden geïntegreerd in de dorpsgemeenschap. Zij kunnen blijven functioneren in de samenleving.’

Waarom doen wij het zoveel slechter?

‘Wij kunnen niet alleen het lijden, maar ook de abnormaliteit niet meer verdragen. Vandaar dat Nederland dat bizarre woord ‘verwarde personen’ heeft. Dat bestaat elders ter wereld niet, het is een uitvinding van de Nederlandse politie. Wij kijken op een vreemde manier naar dat wat niet strookt met ons maatschappelijk bestel. De onverdraagzaamheid van abnormaliteit – het anders zijn dan de norm – en van het lijden, dat zijn belangrijke ankerpunten die gepaard gaan met een hoogtechnologische, rijke en verwende samenleving die steeds meer doet waar ze zin in heeft.’

Is onze goede gezondheidszorg een verklaring voor het hoge aantal diagnoses, omdat het taboe minder groot is en mensen hier snel de weg vinden naar een psycholoog?

‘Nee. De beschikbaarheid van de geneeskundige zorg is al vijftig jaar hetzelfde in Nederland, toch zijn in de afgelopen twintig jaar psychische klachten toegenomen. Burn-out, stress en eenzaamheid zijn geen aspecten die te maken hebben met een betere toegankelijkheid in de geneeskundige zorg. Bovendien verklaart het niet waarom de effecten bij mensen die behandeld worden voor schizofrenie in Nigeria beter zijn. De crux ligt bij een andere manier van kijken naar mentale problemen. Wij stoppen medicijnen in mensen, nemen ze op, en vinden het lastig om hen te laten integreren in de samenleving. In Nigeria doen ze dat allemaal niet. Ze halen mensen niet eens uit de maatschappij, maar laten ze gewoon functioneren.’

Maakt de individualistische samenleving waarin we leven ons ziek?

‘Het is zeker zo dat wij in een samenleving leven waarin het individu de hoeksteen is, en waar we op onszelf zijn aangewezen. Het lijden, de angst of emoties die wij hebben kunnen niet meer gedeeld worden met de gemeenschap. Dat doen we alleen op een hysterische manier: kijk naar voetbalwedstrijden van Oranje, of de ramp met MH17. Dan zie je dat we ons cognitief individualisme compenseren met emotioneel collectivisme. Maar het individualisme bestaat al lange tijd in het Westen en de isolering van de mens is niet de enige verklaring. Een belangrijker concept is de maakbaarheid. De ambitie van de generatie millennials die denkt: ‘Ik kan alles worden wat ik wil, als ik maar hard werk.’ Dat heeft meer te maken met het idee dat alles maakbaar is, dat alles in mijn handen ligt als persoon. We eigenen onszelf een goddelijke status toe. Zo werkt het niet, de werkelijkheid is veel weerbarstiger.’

Hoe komt het dat de Nederlandse omgang met mentale problemen steeds meer kost en minder oplevert?

‘We stoppen meer en meer geld in de geestelijke gezondheidszorg, terwijl de problemen steeds groter worden: er zijn meer wachtlijsten, het personeel loopt weg, en psychiaters en patiënten zijn meer ontevreden. In vergelijking met twintig jaar geleden nemen de investeringen in zorg en personeel toe, maar alle parameters die zouden moeten verbeteren, worden slechter.’

‘Mijn analyse is dat de overvloed op den duur een tekort creëert. Zo worstelen we met een tekort van te veel investeringen in de gezondheidszorg, worstelen we met het feit dat we een tekort ervaren van te veel rijkdom, te veel pamperen, te veel luxe. Dat gaat ook over niet willen inzien dat het lijden bij het leven hoort, het niet kunnen aanvaarden van dat lijden. Het gaat ook over de psychiatrie als vak, waar we veel te hoge verwachtingen van hebben, en waarvan we willen dat ze ons pasklare oplossingen geeft. Er is geen pragmatische oplossing meer mogelijk, meer geld werkt niet meer. Er moet een verandering in attitude komen op drie dimensies, naar de organisatie van de gezondheidszorg, én naar onze verwachtingen naar de psychiatrie én onze omgang met het lijden.’

Mogen we bij de psychiater aankloppen voor hulp bij ons lijden en ons verlangen om gelukkig te worden?

‘Nee. Als we de psychiatrie willen redden, moet ze kleiner worden. De psychiatrie is een discipline van de geneeskunde die zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van psychische stoornissen. We hebben daar veel te hoge verwachtingen van. We willen dat behandelaars ons helpen om gelukkig te worden, gezond te blijven en veerkrachtig te worden. Daar heeft een psychiater helemaal niet voor geleerd en dat kán hij ook helemaal niet. We komen naar een behandelaar en zeggen: ‘Help mij, los het op!’ Daar is de psychiatrie niet voor bedoeld, en dat is maar goed ook. Stel je voor dat het wel zo zou zijn, dan word je geboren en wordt er voor het leven een psychiater aan je gekoppeld. Sommige dingen in het leven kun je beter zelf doen.’

Binnenkort komt Het tekort van het teveel uit, waarin Damiaan Denys de paradox van de geestelijke gezondheidszorg ontrafelt. En hij spreekt op Brainwash Festival over de mythe van geluk. Damiaan Denys is filosoof en psychiater.

Kraambezoek

KRAAMBEZOEK

LibelleMama 17.07.2019

Ga je binnenkort op babybezoek of ben je zelf net bevallen en wil je je bezoekers wat richtlijnen geven? Dankzij onze regels voor kraambezoek komt het helemaal goed.
Natuurlijk willen de ouders pronken met hun baby, maar wanneer iemand net bevallen is, is het niet het moment om onaangekondigd langs te komen en om een tasje koffie te vragen. Je houdt je dus best aan de planning van de kersverse mama zodat het bezoek aangenaam verloopt.

Regels voor kraambezoek

1. Geef geen ongevraagd advies
Dit is ongetwijfeld de belangrijkste regel. Een jonge mama is nog erg onzeker, dus ongevraagd advies kan al snel in het verkeerde keelgat schieten. Als ze zelf vragen stelt, kun je natuurlijk wel vertellen over jouw eigen ervaring.

2. Laat je eigen kinderen thuis
Door je eigen kinderen thuis te laten, gaat je volledige aandacht naar de mama en de baby. Als dat niet lukt, vraag dan zeker op voorhand of het oké is dat jouw kroost meekomt. En zorg er bovendien ook voor dat je kinderen grenzen kennen. Jij vindt het misschien geweldig als je zesjarige de pasgeboren baby wil vasthouden, maar mama vindt dat misschien niet…

3. Dring niet aan om op bezoek te komen
Iedere mama is anders, maar de meesten hebben eerst wat quality time nodig met hun baby voor ze bezoek willen. Respecteer die keuze en dring niet aan om langs te komen. Vraag liever eerst of mama klaar is om bezoek te ontvangen, in plaats van meteen een datum en tijd voor te stellen. Wanneer ze er klaar voor is, zal ze graag tijd voor je vrijmaken.

4. Houd je aan haar planning
Jonge mama’s zijn overweldigd en uitgeput, dus houd je aan haar planning als ze je groen licht geeft om langs te komen. Kom op het afgesproken uur, niet te vroeg en niet te laat, aangezien er een goede reden zal zijn waarom ze dat specifieke uur heeft gegeven.

5. Blijf niet te lang
Zoals hierboven vermeld, zijn kersverse moeders vaak moe en willen ze het liefst op hun gemak zijn. Beperk je bezoek dus tot ongeveer een uurtje, tenzij mama zelf vraagt of je langer wil blijven.

6. Breng eten mee
Boodschappen doen en een deftige maaltijd bereiden zit er bij veel kersverse moeders niet in (en soms hebben ze de pech dat papa geen keukenprins is), dus ze zal je dankbaar zijn als jij vers eten meebrengt.

7. Vraag of je de baby mag vasthouden
Mama heeft de baby negen maanden gedragen, dus is het logisch dat ze zich wat bezitterig voelt. Vraag daarom eerst of je de baby mag vasthouden en pak hem niet zomaar op. Ook wanneer je merkt dat mama vindt dat het genoeg is geweest, geef je de baby best terug aan haar.

8. Zeg haar dat ze een dutje kan doen of een douche kan nemen
Als je close bent met de moeder en ze jou 100 procent vertrouwt, kun je haar aanbieden om even een dutje te doen of een douche te gaan nemen. Dat kan enorm veel deugd doen. Als ze zegt dat het niet nodig is, dring dan zeker en vast niet aan.

9. Zeg “nee” als mama vraagt of je iets wil eten of drinken
Zij heeft al genoeg te doen, dus als ze je vraagt of je iets wil eten of drinken, zeg dan dat je het zelf wel zal nemen als het nodig is.

                          Ooievaarsbek