Kerstmis
En je merkt
Wat je allemaal mist
De boom
Die steeds schraler wordt
Zoals moeder
Die wegkwijnt van schuld
En de hoop op vrede
Voor een kind
Van goede wil
Moeder zat op de bank
Een hoopje koppigheid
En wrok
Weerloos toch
En alleen gelaten
Zonder man en kinderen
Zelf een kind nog
En niet meer
Om bang van te zijn
Maar even onbereikbaar
Ik hoor nergens bij
Heb geen vaderhuis
Ken geen moedertaal
De hond
In het kegelspel
Toegeroepen door iedereen
Losgerukt
En het recht kwijt
Op de streling van de meester
Een hond
Zonder recht van bestaan