Lentevreugde

Vandaag begint de lente écht, en alles staat er met zijn goesting bij in de tuin. De hommels zijn ook content en uit het nestkastje piept een eerste pimpelmeesje, dat blijkbaar al op huizenjacht is.

Het lentepunt is op een geocentrische hemelbol een van de twee snijpunten van de baan van de zon met de hemelevenaar. Het is de oorsprong van zowel het equatoriale coördinatenstelsel als het ecliptische coördinatenstelsel. Tijdens de maartequinox, die valt rond 21 maart, gaat de Zon door het lentepunt. Wikipedia

Vanmorgen een tuin inspectie gehouden en alle fruitbomen en bessenstruiken staan in knop. Gelukkig hangt aan sommige nog een etiket, want ik weet op den duur niet meer wat ik al allemaal geplant heb. Zo is er de Lonicera, ook honingbes genoemd, die ik herontdekt heb.

LONICERA CAERULEA ‘KAMTSCHATICA’
BLAUWE HONINGBES , HONINGBES, MEIBES, JUNIBES, SIBERISCHE BOSBES

Lonicera caerulea ”kamtschatica”, in het nederlands vaak blauwe honingbes of meibes genoemd, is een kleine tot middelgrote bladverliezende struik met ovale tot lancetvormige grijsgroene bladeren . De lonicera caerulea ”kamtschatica” bloeit reeds zeer vroeg (maart, april) met onopvallende kleine, witte tot geelwitte, lichtgeurende bloempjes, later in mei gevolgd door blauwzwarte ovale eetbare vruchten die rijk aan vitamine b en c zijn. Deze struik houdt van een standplaats in de halfschaduw of volle zon en een goed doorlaatbare, licht vochtige bodem. Hij is gezien zijn siberische afkomst zeer winterhard al kan late lentevorst (> 10°c ) de vroege bloesems schade berokkenen. Honingbes is verder niet echt droogtetolerant, heeft nood aan een goede kruisbestuiver in zijn buurt, verdraagt redelijk zeewind en luchtvervuiling.

Eigenlijk is de struik familie van de kamperfoelie, een meestal klimmende sierstruik, die vooral ’s avonds heerlijk geurt.

Het tuinplezier kan van start gaan, en elke dag zal er wel weer iets nieuws te ontdekken vallen. Voor wie goed kijkt, is de natuur voortdurend in “beweging”, en ook al zorgt het weer af en toe voor spelbreker, er zal wel altijd iets zijn dat onze lentevreugde vergroot.

Leugenaars spotten

Hoe herken je een leugenaar?
‘Leugenaars gebruiken overdreven veel woorden en knipperen te veel met hun ogen’

HUMO – 19.03.2019

‘De leugen heerst,’ zegt Pamela Meyer, een experte in het blootleggen van fraude en leugens. Sinds Oxford Dictionaries na de verkiezing van Donald Trump in 2016 ‘post-truth’ als Woord van het Jaar uitriep, is het officieel: de waarheid wint niet meer. Nu het internet en de sociale media het zo simpel maken om leugens te verspreiden, weet niemand nog wat hij moet geloven. Geen wonder dat Meyers TED-talk ‘Hoe herken je een leugenaar?’ (zie onderaan dit artikel) één van de populairste ooit is, met meer dan twintig miljoen views. ‘Iedereen zoekt wanhopig naar houvast: wie kan ik nog geloven en wie niet?’

HUMO In uw boek ‘Liespotting’ verklaart u de psychologie van het liegen en zet u alle wetenschappelijke kennis over hoe je bedrog kunt opmerken op een rij.

Pamela Meyer «Als je de waarheid wilt achterhalen, moet je eerst en vooral begrijpen dat een leugen op zich geen kracht heeft. Die krijgt ze pas als iemand anders beslist om erin te geloven. Het klinkt hard, maar als je belogen bent, is dat omdat je daarin toegestemd hebt.»

HUMO Waarom doen we dat?

Meyer «Omdat we allemaal blinde vlekken hebben: bepaalde dingen willen we gewoon niet inzien. We hunkeren allemaal naar iets, bijvoorbeeld slimmer, machtiger of rijker zijn. Als je je laat beliegen, is dat vaak in de hoop de kloof te dichten tussen wie je bent en wie je zou willen zijn. Als je erg bezig bent met geld te verdienen, ben je een makkelijke prooi voor oplichters. Als je wanhopig op zoek bent naar liefde, stijgt de kans dat je op een dag je kleren uittrekt voor iemand met foute bedoelingen die je de complimenten gaf die je wilde horen. Je laten beliegen heeft te maken met een gebrek aan zelfkennis. Als je niet weet wat je zwakke plek is, gaan bedriegers ermee aan de haal, zonder dat je het doorhebt.»

HUMO Je eigen blinde vlekken zien is niet evident.

Meyer «Klopt. We hebben niet allemaal de tijd en het geld om daarvoor tien jaar in psychoanalyse te gaan (lacht). Maar wat je wél kunt doen, is aan je vrienden en je familie vragen waar je volgens hen iets te gretig naar verlangt. Het zal pijnlijk zijn naar hun verdict te luisteren, maar je bespaart jezelf veel pijn als je niet meer te bedotten bent door mensen die je vertellen wat je horen wilt.»

HUMO Is het ook wegens die blinde vlekken dat de sociale media ons kunnen beliegen?

Meyer «In zekere zin wel. Onderzoek heeft aangetoond dat feiten weinig invloed hebben op mensen hun emotionele overtuiging. Er loopt momenteel een onderzoek naar de vraag: ‘Hoe corrupt zullen mensen Donald Trump vinden als hij straks in staat van beschuldiging wordt gesteld voor witwaspraktijken?’ Nu blijkt dat het grootste deel van de bevolking zal blijven geloven dat hij een eerlijke man is die het land ten goede zal veranderen. Mensen willen in de bubbel blijven leven die hun wereldbeeld bevestigt en ze gaan op de sociale media op zoek naar berichten die dat beeld onderschrijven. Met resultaat: je kunt op het internet zowel bewijs als tegenbewijs vinden voor elke mogelijke visie.»

HUMO Opmerkelijk: u zegt in uw boek ook dat leugens nodig zijn.

Meyer «Niet alle leugens zijn schadelijk. Onderzoek toont aan dat we per dag tien tot tweehonderd keer worden belogen. We zijn allemáál leugenaars. We zeggen heel bewust: ‘Wat zit je haar leuk,’ terwijl we denken: wat voor coupe is dát? Of we beweren: ‘O, ik heb je mail nu pas in de spam gevonden,’ in plaats van toe te geven dat we geen zin hadden die mail te beantwoorden. Formeel keuren we liegen af, maar onderhuids voelen we dat er manieren van liegen zijn die de maatschappij goedkeurt. Meestal liegen we om mensen in hun waardigheid te laten, en de scherpe kantjes van onze sociale omgang te schaven. Als we stoppen met liegen, zou de wereld plots een veel hardere en deprimerendere plek zijn. We zouden elkaar zelfs afmaken, denk ik.

Liegen heeft ook een evolutionair nut. In de prehistorie moesten mensen liegen om te overleven: in het geval van voedselschaarste logen ze over waar hun voorraad lag, zodat ze niet beroofd zouden worden. Dieren doen het ook, bedrog maakt intrinsiek deel uit van de natuur. Kameleons die van kleur veranderen, een vogel die doet alsof hij gekwetst is om een aanvaller van zijn nest jongen weg te lokken. Hoe meer ontwikkeld de neocortex (de bovenste laag van de hersenhelften, red.) is, hoe ingenieuzer het bedrog wordt.

Mensen liegen vanaf het moment dat ze geboren worden. Het is een overlevingsreflex. Baby’s faken pijn omdat ze willen weten of hun moeder in de buurt is. Ze huilen terwijl er niks aan de hand is, stoppen even om te zien of mama al komt aanrennen, en gaan dan weer vrolijk verder met krijsen. Van die overlevingsreflex zie je soms nog resten bij mannen. Zij voelen dezelfde afhankelijkheid van hun vriendin of vrouw, maar liegen om niet te tonen dat ze zich verloren en overgeleverd voelen. Tot op zekere hoogte is het gezond te liegen over je hulpeloosheid. Om te overleven is het soms noodzakelijk je minder kwetsbaar te tonen dan je in werkelijkheid bent.

Als we eenmaal getrouwd zijn, liegen we tegen onze partner in één op de tien interacties. Tegen minnaars of minnaressen doen we dat drie op de tien keer. Net zoals je tegen je beste vriend eerlijker zult zijn dan tegen een verre vriend. Maar de gróve leugens, waarbij er véél op het spel staat als de waarheid aan het licht komt, komen dan juist weer wel vaker voor tussen echtgenoten en close vrienden. ‘Waar was je gisterenavond, schat? Je was niet op kantoor.’ ‘Ja, ik moest tanken en kwam een oude vriend tegen en mijn gsm was plat en…’ Leugenaars gebruiken altijd overdreven veel woorden, verstoppen hun bedrog tussen zoveel mogelijk irrelevante details. Hun verhaal zal ook volledig chronologisch verteld zijn, terwijl een eerlijk verhaal altijd chaos vertoont.»

HUMO We liegen ook makkelijker tegen bazen dan tegen mensen die lager op de ladder staan, schrijft u.

Meyer «Dat heeft te maken met de manier waarop we ons leugenachtige gedrag goedpraten. Je kunt tegen je baas liegen over spullen die je op kantoor hebt gestolen omdat je denkt: die man is zelf corrupt, wat maakt mijn bedrog uit? Dat is één van de belangrijkste dingen die ik mensen tijdens mijn trainingen meegeef: zoek naar de gedachtekronkels waarmee de leugenaar zijn gedrag rechtvaardigt. Een goeie leugenspotter kan zich verplaatsen in het hoofd van bedriegers. Ze gooien allerlei mogelijke rechtvaardigingen op tafel: ‘Die baas van jou bespaart echt wel op alles, hè? Terwijl jij alleen maar harder moet werken. Jij verdient eigenlijk wel een extraatje.’ Vervolgens is het wachten tot de bedrieger toehapt. Er bestaat een handleiding voor die aanpak, met daarin wel achthonderd mogelijke redeneringen waarmee mensen hun bedrog rechtvaardigen. De kunst tijdens zo’n ondervraging is de bedrieger het gevoel te geven dat je hem niet moreel veroordeelt. Als hij zich begrepen voelt, zal hij sneller bekennen.

Ik gebruik die techniek soms ook thuis, bij mijn man. Ik vraag af en toe: ‘Wat is het onnozelste ding dat je dit weekend heeft dwarsgezeten?’ Wegens het woord onnozel zal hij het gevoel hebben dat ik hem de permissie geef echt álles te zeggen, zonder dat ik hem zal veroordelen. En juist daarom zal iemand aan wie je die vraag stelt nooit iets onnozels zeggen. Integendeel. Je zult er een waarheid mee loskrijgen die die persoon anders zou hebben achtergehouden.»

HUMO Wat heeft uw man geantwoord?

Meyer «Dat hij vond dat we veel te veel geld hadden uitgegeven. Dat was kennelijk iets wat hem al lang dwarszat, en het was heel goed dat we dat eindelijk eens hebben besproken.»

HUMO U geeft veel trainingen aan fraudebestrijders binnen bedrijven.

Meyer «Bedrijfsfraude kost Amerika elk jaar bijna een miljard dollar. Ik ben in mijn eerste eigen bedrijfje zelf opgelicht door de assistente die ik had aangenomen en volledig vertrouwde. Ze heeft voor enorme bedragen cheques vervalst en spullen gekocht met mijn creditcard, zonder dat ik enig vermoeden had. Zo is mijn interesse in de materie ontstaan.»

HUMO In hoeveel procent van de gevallen achterhaalt u de leugen?

Meyer «Getrainde leugenspotters achterhalen de waarheid in 90 procent van de gevallen. Bij de rest van de mensen is dat maar 54 procent. Het is dus eigenlijk best makkelijk. Dat komt omdat we allemaal dezelfde technieken gebruiken en dezelfde fouten maken als we liegen.»

HUMO Leg uit. Hoe herken ik een leugenaar?

Meyer «Om te beginnen herken je hem aan de taal die hij gebruikt. Daarnaast zijn er typische minuscule gezichtsuitdrukkingen waarmee hij zich verraadt. Ook de lichaamstaal wijst op oneerlijkheid.

Hét voorbeeld dat ik altijd geef, is de uitspraak van Bill Clinton: ‘I did not have sexual relations with that woman.’ Daarin zitten vaak voorkomende fouten. Ten eerste zegt hij: ‘I did not.’ Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die iets té graag willen ontkennen, overschakelen op dergelijke formele taal. Dat hij het heeft over ‘that woman’, is ook veelzeggend: leugenaars proberen zich onbewust te distantiëren van het onderwerp in kwestie. Clinton startte zijn betoog met: ‘I will say this one more time…’ Het zou nog duidelijker zijn geweest als hij had gezegd: ‘Ik zal nog een keer eerlijk zijn…’ Dat soort taalgebruik is ook kenmerkend voor mensen die iets verbergen. Wat leugenaars verder nog vaak doen, is de vraag herhalen, om meer bedenktijd te hebben om hun verhaal te fabriceren.»

HUMO Verraadt de bedrieger zich niet vooral met zijn lichaamstaal?

Meyer «Freud zei het al: ‘Geen sterveling kan een geheim bewaren. Als zijn lippen zwijgen, spreken zijn vingertippen.’ Liegen vergt veel van ons cognitief vermogen, en daarom verraadt de bedrieger zich altijd. Het kost moeite om bij elk woord dat je zegt na te denken en toch spontaan te lijken. Je hersenen moeten op zo’n moment met zoveel zaken tegelijk bezig zijn dat je ongewild signalen uitstuurt die je verraden.»

HUMO En die zijn?

Meyer «We denken dat leugenaars friemelen, maar dat doen ze juist níét. Hun bovenlichaam verstijft helemaal. We gaan ervan uit dat een bedrieger je niet in de ogen kijkt, maar hij kijkt je meestal eerder te véél in de ogen. We hebben het gevoel dat uit een lach eerlijkheid spreekt, maar een getrainde leugenspotter ziet onmiddellijk wanneer die lach fake is. Je mondhoeken kun je bewust optrekken, maar de echte lach zit in de ogen; en de spieren die je kraaienpootjes bezorgen, kun je niet bewust opspannen. Als de ogen niet met de mond meelachen, weet je dat er iets niet in de haak is.

Vaak is er een veelzeggende discrepantie tussen wat een leugenaar zegt en doet. Je ziet hem dan, bijvoorbeeld terwijl hij iets heel stelligs beweert, heel hard met zijn hoofd van neen schudden. Heb je de beelden van acteur Jussie Smollett uit de serie ‘Empire’ niet gezien? Hij beweerde dat hij het slachtoffer was van racisme en homofobie, maar nu is er een sterk vermoeden dat hij de beelden van de aanval zelf in scène heeft gezet – vermoedelijk omdat hij kwaad was dat er maar weinig reactie was gekomen op een homofobe dreigbrief die hij openbaar had gemaakt. Je moet maar eens kijken naar de beelden waarop hij ontkent dat de aanval fake is. Hij schudt ondertussen ook flink met z’n hoofd.

Nepvideo’s zijn het grootste probleem van dit moment. Intussen kunnen we fake news binnen de kortste keren achterhalen: er zijn systemen bedacht die snel verdachte geldstromen detecteren en zulke constructies blootleggen. Maar er is een nieuwe dreiging: met deepfake software kun je beelden zodanig manipuleren dat je een bekende figuur alles kunt laten zeggen wat je wilt, mét geloofwaardige gezichtsuitdrukkingen. Zelfs ik kan die valse beelden niet van echte onderscheiden. Dat is een taak waar wij, fraudebestrijders, nog een vette kluif aan zullen hebben.»

HUMO Moet ik nu onmiddellijk twijfelen aan iemands oprechtheid als hij me té recht in de ogen kijkt en te veel woorden gebruikt?

Meyer «Nee. Je moet je pas zorgen gaan maken als je bij iemand meerdere signalen tegelijk opmerkt. Ik geef in mijn boek een checklist van alle indicatoren. Ik noem er nog een paar: leugenaars knipperen te veel met hun ogen en wrijven ook vaak met hun handen in de ogen. Hun voeten staan vaak naar de deur gericht – omdat ze eigenlijk aan de situatie willen ontsnappen (lacht). Tijdens het gesprek bouwen ze soms onbewust barrières met spullen die voor hen liggen, omdat ze zich eigenlijk het liefst zouden verschansen. Ze spreken ook meestal met een lagere stem dan anders.

Weet je wat ik vaak zeg tegen mensen die bedriegers uit hun omgeving willen weren? Leg mijn boek gewoon op tafel. Je hoeft het niet eens te lezen. Als jij heel expliciet aangeeft dat je werk maakt van je morele code, mijden de meeste leugenaars je vanzelf.

Het probleem is wel dat we in een tijd leven waarin we niet erg worden aangemoedigd het nauw te nemen met de waarheid. Politici, kerkvaders: allemaal liegen ze erop los. En voor jonge mensen is de waarheid helemaal een diffuus begrip. Dat komt omdat ze tegenwoordig zoveel verschillende identiteiten hebben: eentje op Instagram, eentje op Snapchat…. Vroeger was je één iemand, één persoon met ideeën waar je achter moest gaan staan. Jongeren van nu zijn gewend om regelmatig van identiteit te wisselen, voelen zich er comfortabel bij om het ene moment te doen alsof ze blond zijn en het andere moment bruin. Sjoemelen is alledaags geworden. Ze vinden ook dat ze daar recht op hebben.

Dát is waar bedrijven erg mee worstelen: jonge werknemers zijn vooral met zichzelf bezig. Zij vinden vaak dat de ideeën die zij ontwikkelen niet van het bedrijf zijn, maar van hen, en dat zij ermee mogen doen wat ze willen. Kijk maar naar CIA-klokkenluider Edward Snowden. Als er één vraag is die we in de fraudebusiness krijgen van bedrijven, is het wel: ‘Hoe herkennen we een Snowden in onze onderneming?’ Snowden was geen hacker. Hij kraakte geen computers, hij kraakte mensen. Hij ontfutselde mensen hun paswoord door langs zijn neus weg te vragen: ‘Hoe heet je hond? Wat is je favoriete voetbalploeg?’ Het zijn de gevaarlijkste bedriegers van deze tijd en we zijn hard aan het werken om hun karaktereigenschappen in kaart te brengen.»

HUMO U gelooft nog steeds dat eerlijkheid het langst duurt.

Meyer «Net als iedereen. Waarom denk je dat mensen naar mijn TED-talk blíjven kijken?»

 

Het vuur

https://www.facebook.com/renaat/videos/10216070962152861/UzpfSTEyMTMzNTIzMDM6MTAyMTE0MzIyNjgyMjE3MzI/?source=bookmark

 

De Engelse stand-upcomedian, acteur, schrijver, presentator, en activist, Stephen Fry, legt hier op merkwaardige wijze, d.m.v. de Griekse mythologie van Prometheus en de opgang van het internet, uit hoe hij de toekomst van de mensheid ziet. Zes minuten en twintig seconden voedsel voor mensen voor wie nadenken een hobby is.

Mooi uitgelegd! Sommige mensen hebben toch wel al degelijk het vuur vind ik, maar men negeert hen omdat men er bang voor is. Ze zijn zo vrijdenkend!

Natuurlijk

Natuurlijk
houdt niemand
echt van jou,
waarom
zouden ze ook,
je bent geen toetje
en nog minder
een lepeltje
honing,
integendeel
je bent
een bittere pil
waarin menigeen
zich verslikt,
en het ergst
van al,
je bent niet te koop.

Micheline Baetens – 19.03.2018

Dag van de zorg

“Evenmin als men de ogen zonder het hoofd of het hoofd zonder het lichaam moet proberen te genezen, net zo min moet men het lichaam willen genezen zonder de ziel.” Socrates (469-399)

Wreed wijs van Socrates, ons hoofd staat tenslotte op ons lichaam, en bovendien wordt van daaruit al onze handel en wandel gestuurd.

Dit jaar tijdens de “Dag van de zorg” was er extra aandacht voor ons brein en onze geestelijke gezondheid. Onderstaand artikel illustreert dat er nog veel misvattingen en fabels bestaan over psychische aandoeningen en o.a. depressie.

Een depressie is de ziel die ziek is. Wanneer iemand zegt dat hij een periode van verschillende weken en/of maanden nergens nog zin in heeft en dat de treurige gevoelens en het gevoel van leegheid blijven duren, dan lijdt deze persoon waarschijnlijk aan een depressie. Niets interesseert hem nog. Hij denkt in die periode alleen nog maar aan negatieve zaken. Zijn hele bestaan lijkt beheerst te worden door die somberheid. Een depressie is dus een langdurige aandoening.

Maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen krijgen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.

Voedingssupplementen beschermen niet tegen depressie
EOS – Wetenschap – Psyche & Brein

Het dagelijks slikken van voedingssupplementen vermindert de kans op het ontwikkelen van een depressie niet.

Voedingssupplementen beschermen niet tegen het ontwikkelen van een depressie bij mensen met een verhoogd risico. Ook helpt het niet om in een therapie te gaan die zich focust op gezond eten. Dat blijkt uit onderzoek van onder meer wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het onderzoeksteam wilde weten hoe je het risico op een depressie kunt verminderen. Daarvoor onderzochten ze twee strategieën: het slikken van voedingssupplementen en een therapie die zich richt op een gezond voedingspatroon. Ze onderzochten ook of een combinatie van die twee een effect had. Naar de relatie tussen voeding en depressie wordt veel onderzoek gedaan. Uit eerdere onderzoeken bleek bijvoorbeeld dat gezond eten de psychische gezondheid bevordert.

Ruim 1000 vrijwilligers uit Nederland, Spanje, het Verenigd Koningrijk en Duitsland namen deel aan het onderzoek. Alle deelnemers hadden overgewicht en eerder al eens een depressie gehad. Wie al eens last had van een depressie, heeft een grotere kans er opnieuw een te krijgen.

De deelnemers werden willekeurig in vier groepen ingedeeld. Een eerste groep kreeg zowel de voedingssupplementen als de therapie. Een tweede groep kreeg de supplementen maar geen therapie. De derde groep kreeg in plaatst van supplementen placebo’s, en therapie. En de laatste groep kreeg placebo’s en geen therapie. De vrijwilligers namen de supplementen of placebo’s dagelijks gedurende één jaar. In de supplementen zaten omega-3-verzuren, selenium, foliumzuur, vitamine D3 en calcium. De therapie werd ook voor een jaar gevolgd en bestond uit 21 sessies. Na twaalf maanden werden de deelnemers opnieuw getest op depressieve symptomen.

Na twaalf maanden bleek tien procent van de deelnemers die placebo’s slikten en geen therapie kregen een depressie te hebben ontwikkeld. Ook tien procent van de deelnemers die wel in therapie waren en placebo’s kregen, kreeg opnieuw te kampen met een depressie. In de groep met de voedingssupplementen en zonder therapie, kreeg twaalf procent een depressie en van de deelnemers die zowel de supplementen als de therapie kregen, ontwikkelde negen procent een depressie.

De wetenschappers concluderen hieruit dat beide interventies de kans op nog een depressie niet verminderen. In ieder geval niet als je ze voor twaalf maanden toepast.

Een depressie is de ziel die ziek is. Wanneer iemand zegt dat hij een periode van verschillende weken en/of maanden nergens nog zin in heeft en dat de treurige gevoelens en het gevoel van leegheid blijven duren, dan lijdt deze persoon waarschijnlijk aan een depressie. Niets interesseert hem nog. Hij denkt in die periode alleen nog maar aan negatieve zaken. Zijn hele bestaan lijkt beheerst te worden door die somberheid. Een depressie is dus een langdurige aandoening.

Maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen krijgen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.

Taboe or not taboe?

“Hou je bek en bef me!”: feminisme of verruwing?

François Levrau – Opiniestuk – Liberales

De Nederlandse zangeres en actrice Merol heeft een nieuw lied, ‘Hou je bek en bef me’. In een interview laat ze weten dat ze zich bewust is van het feit dat de tekst wat expliciet is, maar ze ziet er geen graten in, wel integendeel.

Ze geeft aan van directe teksten te houden, niet te begrijpen waarom seksualiteit zo in de taboesfeer moet zitten en wil (mede door dit liedje) bijdragen aan de emancipatie van de vrouw. Dat ze door haar tekst is terecht gekomen in ‘Dag Allemaal’ ziet ze als een droom die uitkomt. De zangeres deelt ook mee dat een tekst als ‘Hou je bek en pijp me’ even niet kan. Er is immers volgens haar ook qua lyrics ‘positieve discriminatie’ nodig. In het korte interview rakelt Merol veel zaken op die het verdienen wat te worden genuanceerd.

Taboe

Laat me eerst iets zeggen over het taboe. Voor de primitieve mens was het taboe een elementaire manier om een zekere orde en structuur op te leggen aan die voor hem onbegrijpelijke, onherbergzame en onvoorspelbare wereld. Bepaalde zaken waren taboe, andere niet en dat meestal in functie van wat de eigen overleving en die van de eigen groep in gevaar kon brengen. Wie toch in aanraking kwam met het ‘getaboeëerde object/persoon’ of wie toch een ‘getaboeëerde handeling’ had gesteld, was bezoedeld en moest daarom gereinigd worden. Die reiniging gebeurde aan de hand van magie – gewoonlijk een aantal rituele handelingen of bezwerende formules. Wie vaak contact had met het taboe maar desondanks bleef leven werd beschouwd als iemand die over bijzondere krachten beschikte. Tovenaars en heksen waren personen die het taboe overstegen – het is geen toeval dat er in toverboeken en heksenboeken veel objecten aanwezig zijn waarop een taboe rust, zoals ongedierte, bloed, haar/nagels van lijken. Zo beschouwd ging het taboe samen met een tremendum (men was er bang voor en men zocht het contact niet moedwillig op) en een fascinans (aantrekking of bewondering voor wie het oversteeg). Ook nu zijn er nog steeds taboes en tovenaars aanwezig. Denk aan Philippe Geubels die een tijdje terug tijdens zijn tv programma ‘Taboe’ datgene deed wat eigenlijk niemand doet of durft, namelijk openlijk de spot drijven met kwetsbare groepen, zoals mensen die terminaal zijn, mensen die in armoede leven, mensen met een handicap. Dat hij dat deed in het bijzijn van die mensen en daarmee ook weg kwam, fascineerde Vlaanderen (het programma was een groot succes). Geubels had als een soort tovenaar het taboe overstegen. Hetzelfde kan gedacht worden over Merol, zij doet immers wat de meeste mensen niet doen/durven, namelijk een taboe doorbreken, in dit geval als vrouw seksueel getinte taal gebruiken. In die zin valt het succes en de commotie rond Merols lied goed te begrijpen – het is een tovenares, of, voor wie het negatiever ziet: een heks.

Merol geeft aan versteld te staan van de vele ‘preutse reacties’ die ze heeft gekregen. Ze lijkt het te betreuren dat seksualiteit in de taboesfeer zit. Er is nochtans niks fout met het behoud van het taboe – sterker nog, in het taboe ligt net een groot stuk van de aantrekking (lees: de fascinans) van de erotiek. Als alles werkelijk open en bloot mag gezegd en getoond worden, dan verwordt de seksualiteit tot wat het volgens Merol blijkbaar in essentie is, namelijk een basisbehoefte die zo af en toe moet bevredigd worden (‘Ik heb zin, kom, bef me nu maar gewoon eventjes.’). Natuurlijk doen mensen aan seks, maar mensen gaan ook naar het toilet, zweten en laten boeren. Misschien moeten we dan ook maar het taboe dat daarmee samenhangt laten varen, want het is toch allemaal ‘des mensen’? Waarom ons fatsoeneren en ons verontschuldigen voor een oprisping – iedereen heeft er toch wel eens last van, toch? Waarover maken we ons druk?

Hoewel taboes tijdruimtelijk zijn bepaald en dus kunnen veranderen zijn ze wel nodig omdat ze meebepalend zijn voor de orde en de beschaving van een samenleving. Die beschaving kan veranderen of zelfs verdwijnen in de mate dat bepaalde taboes worden geassumeerd. De vraag is dus of het wenselijk is dat we op de radio voortdurend liedjes zouden te horen krijgen met daarin expliciete teksten. Natuurlijk is dat al bezig – veel Engelstalige liederen zouden wellicht niet gespeeld worden indien ze zouden vertaald worden naar het Nederlands. Maar opnieuw, is dat wenselijk en moet het een strijdpunt van feministen zijn?

Positieve discriminatie?!

Ik ben de laatste om te ontkennen dat vrouwen op heel wat fronten worden achtergesteld en dat er gendergelijkheid moet worden nagestreefd, maar Merol lijkt me op een verkeerd element te focussen. Ze geeft aan dat vrouwen blijkbaar minder bedreven zijn in het schrijven van expliciete teksten en meent dat er een soort inhaalbeweging nodig is – het ‘Kom hier en pijp me!’ moet volgens haar even on hold gezet worden daar het vanaf nu tijd is voor het ‘Kom hier en bef me!’. Positieve discriminatie, zo noemt ze het. Niet alles moet echter uit naam van gendergelijkheid geëgaliseerd worden. De vraag waarover het moet gaan is of het een goede zaak is dat seksualiteit volledig uit de taboesfeer komt en dat het dan via allerhande radioliedjes op een expliciete wijze aan de man/vrouw wordt gebracht. Ik meen van niet. Vrouwen moeten zich wat dat betreft niet benadeeld voelen, maar kunnen misschien een voorbeeldfunctie aannemen – kijk, muziek kan blijkbaar ook nog steeds zonder expliciete teksten en pikante videoclips. Natuurlijk pleit ik niet zomaar voor censuur en natuurlijk moet er dus niet op de tekstuele/visuele rem worden gestaan, maar de idee van een ‘inhaalbeweging’ inzake de productie van expliciete teksten en clips door vrouwen lijkt me vreemd. Ik meen dat er wereldwijd wat vrouwenemancipatie en -gelijkheid betreft ander en belangrijker werk te verrichten valt. De aanmoediging tot meer expliciteit lijkt me om minstens tweeërlei redenen funest.

Kama sutra?

Ten eerste leidt het tot seksuele verschraling. De expliciete taal zal wellicht goedgepraat worden middels een verwijzing naar assertiviteit en seksuele bevrijding – kinderen moeten volgens Merol leren wat beffen is – maar volgens mij wordt de seksualiteit daardoor niet bevrijd, eerder wordt ze erdoor beperkt. Net zoals de pottenbakker zijn vaas creëert rond een leegte, zo ook ontleent de seksualiteit haar uniek karakter aan de fantasie, het geheim waarrond zich dan een (persoonlijke) cultuur kan ontwikkelen. Wanneer alles (te) open en bloot is, is de fantasie weg en valt er niet veel meer te boetseren, cultiveren en te ontdekken. Want ja, als kinderen moeten leren wat beffen is, dan moet hen misschien ook de Kama Sutra aangeboden worden, want zo weten ze meteen ook hoe de cunnilingus het best wordt gedaan. Zoals gesteld, wat overblijft is de loutere behoefte – ‘Hou je bek en bef me!’ – aangevuld met een zekere ‘know how’. De gebiedende toon van Merol lijkt bovendien een nieuwe seksuele imperatief te indiceren: van het ‘Gij niet!’ naar het ‘Geniet!’ Het genot is geen verbod, maar lijkt eerder een gebod.

Fatsoen

Ten tweede gaat het niet enkel om het ‘Bef me!’, maar ook om het ‘Hou je bek!’. De traversering van het seksuele taboe gaat blijkbaar samen met een traversering van collectieve richtsnoeren van talig fatsoen. Het seksuele bevrijdingsdiscours lijkt hand in hand te gaan met de idee dat men overal en altijd vooral zichzelf moet kunnen zijn en dus moet kunnen opkomen voor zichzelf. Hoe zelfbewuster men is, hoe meer men zijn ongezouten mening kan geven, hoe beter en hoe meer ontzag iemand verkrijgt. Deze mondigheid, dit op je strepen kunnen staan, lijkt een moderne deugd. Onder het mom van assertiviteit lijkt te worden gesteld dan men zichzelf tot het centrum van de wereld hoort te maken. Dat geldt ook voor de vrouw die, wil ze erbij horen, toch maar best een beetje een ‘bitch’ moet zijn die dan op een ‘zelfbewuste’ wijze haar seksualiteit opeist. De onomwonden geseksualiseerde taal en de verruwing (die het wellicht ook in de hand werkt), heeft volgens mij niet zoveel met feminisme te maken. Het lijkt eerder een levensstijl te zijn die het vandaag goed doet.

Het lijkt me bovendien ook zo te zijn dat vrouwen vandaag veel meer mogelijkheden hebben tot seksualiteit en het is wellicht deze mogelijkheid/macht die in de lyrics van Merol wordt weerspiegeld. Vrouwen zijn niet passief, maar net zo actief als mannen. Daar is vanzelfsprekend niks mis mee; ik betreur alleen dat die seksuele bevrijding samengaat met een cultuur van zelfexpressie waarbij de directheid hoger wordt ingeschat dan de zin voor decorum waarop beleefdheid en respect stoelen. Het doet me denken aan diegene die met zijn voeten/schoenen op de bank in de bus ligt en wie hem daarover aanspreekt antwoordt: ‘Hou je bek; ik ben tenminste mezelf en niet schijnheilig en leg dus gewoon mijn vermoeide benen op de bank.’ Wanneer het ‘ik’ centraal staat, dan zijn ‘mondigheid’, ‘assertiviteit’ en ‘het opkomen voor jezelf’ kwaliteiten die inderdaad handig zijn. ‘Hou je bek, het gaat om mij… ik wil dat je me pijpt of beft!’, zoiets dus… Wie echter voortdurend opkomt voor zichzelf en meent sociale conventies (taboes dus) met de voeten te moeten treden uit naam van authenticiteit, die etaleert daarmee zijn weerstand tegen ‘zelfverbetering’ – denk aan de persoon die zou beslissen dat hij zich niet moet fatsoeneren omdat uiteindelijk iedereen zweet en wel eens een boer laat. Willen we echter zelfrespect en respect voor anderen hoog houden, dan is het belangrijk net niet altijd toe te geven aan de menselijk-al-te-menselijke behoeften.

François Levrau is Doctor Sociale Wetenschappen en als Doctor-Assistent verbonden aan het Centrum Pieter Gillis.

De buien van maart

Het jonge loof
is zich
aan het verschieten!

De viooltjes knipogen
vanuit de bloembakken,
en drie speelse katten
houden mijn handel
en wandel
genoegzaam
in de gaten.

Nu nog wat
ontluikende
bloesemtakken
in een vaas,
zodat ook het huis
mee kan genieten,
en dan houden
de buien van maart
de lente
niet langer tegen.

Micheline Baetens 15.03.2019