De buitenstaander

Er is niets mis met jou, er is iets mis met de wereld

Brainwash – Marian Donner(schrijfster)

In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer schrijver Marian Donner over maakbaarheid en zelfhulpboeken.

Ik ben een roker. Echt, daar wil ik niemand mee lastig vallen. Tegenwoordig mag ik zelfs niet meer roken in een afgesloten hok waar ik alleen nog met soortgenoten zit. In Amerika mag ik in sommige staten niet eens meer roken in mijn eigen auto. Of in mijn eigen huis. Ik mag ook niet meer drinken. Nul glazen per dag is het advies van de Gezondheidsraad. Alcohol is vloeibaar gif, kopte HP/De Tijd onlangs. Ik dacht: echt waar? Voor mij is alcohol vooral vloeibare vrolijkheid.

Ik houd van de roes. Ik neem de woorden van Charles Baudelaire ter harte. ‘Wees altijd dronken’, dichtte hij 200 jaar geleden. ‘Wees altijd dronken, want alleen zo voel je niet de helse last van de tijd, die je schouders breekt en je naar de aarde trekt. Alleen in dronkenschap ben je geen gemartelde slaaf van de tijd.’ Volgens Baudelaire kon die dronkenschap ook op andere manieren. Bijvoorbeeld door het lezen van gedichten. Maar dat doen mensen nu nóg minder dan drinken.

Een gemartelde slaaf van de tijd. Dat vind ik zo mooi gezegd. Als we íets tegenwoordig zijn, is dat het wel. Gemartelde slaven van de tijd. Alsmaar doorrennend en ploeterend als muizen in een rad. Altijd haast en altijd druk. Maar met wat? En waarvoor?

Ik mag geen vet meer eten. Suiker? Weet ik niet precies. Ik moet in ieder geval avocado’s eten, quinoa eten en groene smoothies drinken. Ik moet sporten. Ik moet yoga doen en mindfulness. Ik moet gezond zijn, vandaar. Strak en fit moet ik zijn, en ook mijn geest moet strak en fit zijn. Want ik moet gelukkig zijn en succesvol. Hoe? Daar zijn duizenden artikelen, zelfhulpboeken en cursussen voor. Het advies komt meestal op hetzelfde neer.

Ik moet positief zijn. Ik moet mijn comfortzone verlaten, rechtop lopen, mijn huis en ziel Marie Kondo’en, niet uitstellen wat ik vandaag nog kan doen en ik moet leren dat al mijn falen tot nu toe, eigenlijk een les is om het de volgende keer beter te doen. Ik moet lachen, maar dan wel een echte lach, waarbij ook mijn ogen meedoen. Dan vinden mensen me aardig en gunnen ze me dingen. Bovendien reduceert het mijn stress. Ik moet de beste en vrolijkste versie van mezelf worden. Ik moet me door niets en niemand tegen laten houden. Ik moet gaan, gaan, gaan… Mijn dromen achterna. En vooral: ik moet nooit, maar dan ook nooit opgeven. Ook al val ik erbij neer. Ik moet, ik moet… Je wordt gek gemaakt.

Want waarom moet ik dat allemaal? Oke, om gezond, succesvol en gelukkig te zijn. Maar als ik al die zelfhulpboeken en -artikelen bekijk, gaat er iets anders onder schuil. Waar die adviezen toe dienen, is me nog meer een gemartelde slaaf van de tijd te maken. En om me nog harder mee te laten draaien in dat rad. Dit is hoe het tegenwoordig werkt. Eén op de zeven werknemers heeft een burn-out. Net als één op de zeven studenten. Driekwart van de Nederlandse bevolking heeft last van stress, of van andere vormen van uitputting. Misschien is dat ook geen wonder.

Onlangs werd bekend dat zelfs een deel van de middenklasse moeite heeft om rond te komen. Dat is een teken. Als zó veel mensen zich zorgen maken of ze het redden, dan is er iets mis in de wereld waarin we leven. Dan is de werkdruk kennelijk te hoog. De studiedruk en de levensdruk. Dan is er te weinig zekerheid. Lonen zijn kennelijk te laag, huren te hoog en dagen te lang. En heel veel werk is ook echt helemaal niet leuk.

Veertig procent van de mensen vindt zelf dat ze een bullshit-baan hebben: een baan die op geen enkele manier iets toevoegt. Daar word je echt niet gelukkig van.

Waar voortdurend op wordt gehamerd, is dat het aan die mensen zelf ligt. Wie een burn-out krijgt, heeft zijn grenzen niet goed aangegeven, en zelf de lat te hoog gelegd. Wie zich zorgen maakt of hij de huur wel kan betalen, die moet gewoon leren relaxen. ‘Weet je wat je moet doen?’, klinkt het dan. ‘Yoga.’ Zet je telefoon eens uit, zit wat minder op sociale media, ga eens op een bankje in het park zitten, en luister naar de ruis in de bomen.

Oke, maar dan? Als ik dat dan allemaal heb gedaan, moet ik weer terug een wereld in die precies hetzelfde is gebleven. Een wereld waarin teveel van me wordt gevraagd en waarin ik te hard moet rennen. Waar al die adviezen uiteindelijk toe dienen – al die yoga, waardoor ik mijn problemen op een lelieblad aan me voorbij zie trekken – is om me het spel mee te laten blijven spelen en om me nog harder te laten kunnen rennen.
Als kinderen nu niet stil kunnen zitten in de klas, of niet goed luisteren, dan ligt dat niet aan overvolle klassen, niet aan veel teveel toetsen, of aan te weinig tijd buiten, maar aan hun hersenen. We geven ze Ritalin, een middel dat ik persoonlijk vooral ken van mensen die dat als vervanging van coke gebruiken. Dat geven we kinderen om ze te laten functioneren in het schoolsysteem. Gek genoeg hebben de meeste kinderen die medicatie niet nodig in het weekend of tijdens de vakanties.

Dit is hoe het tegenwoordig werkt. De oorzaak van al onze problemen en zorgen wordt bij onszelf gelegd, bij het individu. Alsof het aan onze hersenen ligt. Een gebrek aan daadkracht, wilskracht en positiviteit, dat we uitgeput zijn. Alsof we geen gemartelde slaven zijn.

Ik hou van roken. Ik hou van drinken. Ik weet dat het mijn leven waarschijnlijk verkort. Belangrijker dan zo lang mogelijk te leven, vind ik de vraag hoe je moet leven. En wat een goed leven is. Ik vind dat iedereen dat voor zichzelf zou mogen uitmaken. Niet als slaaf, maar als meester. Ik hou van schaduw, duisternis en rafelranden. Ik hou van lelijkheid. Ik hou van mensen die falen en honderd keer tegen dezelfde steen lopen. Ik hou van mensen die niet meedraaien in het rad. De buitenstaanders, de vrijbuiters, de mensen die zich niet conformeren aan de heersende norm. Voor mij vertegenwoordigen dat soort mensen vrijheid. Een vrijheid die vroeger veel groter was. In films of literatuur, bijvoorbeeld, zien we de easy riders op hun motoren, of de tramps van Charlie Chaplin. Of de dronkenlappen in de verhalen van Charles Bukowski. Het was fictie, maar dat soort mensen bestaan echt. Alleen noemen we dat soort mensen tegenwoordig losers.

Tegenwoordig is het leven veel te duur geworden om nog maanden op je motor rond te rijden. Je krijgt een boete als je op straat een biertje drinkt. Die vrijheid van vroeger om buiten het systeem te leven bestaat bijna niet meer. De enige manier waarop je tegenwoordig nog vrij lijkt te zijn, is binnen het systeem. Als je zo rijk bent geworden dat je alles kunt kopen wat je hartje begeert. Er zijn mensen die dat lukt. Ze eten vast héél gezond. Ze werken altijd hun to do-lijst af. En ze yoga-en zich suf, maar dat is niet de vrijheid waar ik van droom.

Waar ik van droom, is van ontsnapping. Ik kan de wereld niet veranderen. Ik kan wel een idee meegeven. Dus vanavond, bij deze, een idee, met dank aan Virginia Woolf. Ze verwoordde het bijna honderd jaar geleden. In haar tijd was het voor een vrouw nog verboden om zonder mannelijke begeleiding naar een bibliotheek te gaan. Woolf had met andere woorden een man nodig om de boeken die ze zelf geschreven had, in te mogen kijken. Wat doe je in zo’n geval?

Woolf had zich een weg naar binnen kunnen vechten. À la Lean In van Sheryl Sandberg. Ze had kunnen leren denken en handelen als een man, zoals Sandberg aanraadt. Ze had zich aan kunnen passen aan het systeem. Ze had zelfhulpboeken kunnen schrijven over hoe je dat doet. Hoe je een plekje aan tafel of in de bieb bemachtigd, waar je dan vervolgens de uitzondering mag zijn. Godzijdank deed ze dat niet.

In plaats daarvan draaide ze het om. Ze zei: Als je het gevoel hebt dat er in deze wereld geen plek voor je is, dan moet je je niet afvragen wat er mis is met jou, maar wat mis is met de wereld. Als je denkt dat het beter kan, dat er meer moet zijn in dit leven, maar dat de wereld jou geen ruimte biedt en jou je vrijheid ontneemt. Oftewel: de volgende keer dat je je te lui, lelijk, ongezond of een loser voelt, of dat iemand je zo noemt, denk dan aan Virginia Woolf. Denk aan Woolf als je, zoals ik, stug door blijft roken, stug door blijft drinken en in geen honderd jaar naar een sportschool zal gaan. Want er is echt niets mis met mij. Er is ook niks mis met de zogenaamde losers. Er is iets mis met de wereld om ons heen.

Nieuws

Gisteren is de krant Het Laatste Nieuws op bezoek geweest in de Vosdelle. Een journalist had mij hiervoor gecontacteerd, nadat ik de op facebook had gezet hoe wij het hier in onze straat aanpakken na de uitbreiding van de spoorweg.

Ik heb mij bescheiden opgesteld terwijl anderen blijkbaar meer zin hadden om het hoge woord te voeren. In plaats van een wij-verhaal werd het jammer genoeg een ik-verhaal, zoals de meeste verhalen tegenwoordig…

Bovendien was het niet mijn bedoeling om er meer van te maken dan het was, want tegenwoordig moet alles spectaculair zijn wil het een beetje aandacht verdienen.

Maar blijkbaar is iedereen tegenwoordig wat mediageil, terwijl een krant enkel maar een vodje papier is dat de modale burger gebruikt om zijn of haar pattatten op te schillen.

Van patatten gesproken, mijn zoon en ik hebben de laatste uitgedaan en eerlijk verdeeld, en David heeft ook de laatste keer dit jaar het gras gemaaid.

Ik ga voor de winter en de vrieskou begint, proberen om nog wat spinazie en veldsla te zaaien en de voorjaarsbloembollen moeten ook dringend de grond in, en dat zal het zowat zijn voor de tuin dit jaar.

Stilaan varen we naar het einde van 2019 toe, en dit weekend begint het winteruur, dus een uurtje langer slapen, en waarschijnlijk komt zondag voor de eerste keer mijn kleinzoon op bezoek. En dat is pas nieuws!!!

Hoera, we gaan naar meter!!!

Vooroordelen over depressie

“Je hebt toch alles om gelukkig te zijn?” Dit zijn de grootste vooroordelen over depressie.
Libelle – Door Charlotte Teugels

Één op de vijf Vlamingen krijgt ooit te maken met een depressie, en toch is er niet altijd evenveel begrip. Deze lezeressen en deskundige reageren er graag op.

Vooroordeel 1: Depressie zit tussen de oren
Psychiater dr. Hannelore Tandt: “Een depressie is een psychiatrische aandoening, waarbij daadwerkelijk dingen gebeuren in je hersenen en lichaam. Er kan bijvoorbeeld een onevenwicht zijn in je neurotransmitters of hormonen, waardoor je te weinig serotonine aanmaakt of te veel stresshormonen. Het kan ook zijn dat je immuunsysteem verstoord is, of dat de informatieverwerking in je hersenen niet goed verloopt. We zien zelfs dat een depressie een soort litteken achterlaat in de hersenen: veranderingen in de zenuwbanen, die ervoor zorgen dat je nadien gevoeliger bent om opnieuw depressief te worden.

Daarnaast is er vaak sprake van een genetische aanleg: als depressie voorkomt in de familie, heb je tot drie keer meer kans om zelf ook depressief te worden. In feite is een depressie dus een heel complexe combinatie van neurobiologische en genetische factoren. Dat afdoen als ‘inbeelding’ is absoluut onjuist.”

Psychiater Hannelore Tandt
“Een depressie is geen inbeelding. We zien zelfs dat het een soort litteken achterlaat in de zenuwbanen, waardoor je nadien gevoeliger bent om weer depressief te worden”

Vooroordeel 2: Iemand met een depressie is gewoon niet zo’n goeie vechter
Lezeres Lien (24): “Mensen met een depressie zwak? Integendeel. Als je een depressie hebt, vecht je net kéihard. Elke dag opnieuw. Ik weet waarover ik spreek, ik vecht al bijna tien jaar. Ik was amper 15 toen het begon. Ik voelde me apatisch, gevoelloos, alsof ik overal buiten stond. Ik begon mezelf te snijden om toch maar iéts te voelen. Ik kreeg medicatie en therapie voorgeschreven, maar ik voelde me steeds slechter. Op een keer sneed ik mezelf zo hard dat ik in het ziekenhuis belandde. Ik werd opgenomen op de psychiatrische afdeling, waar ik nog dieper leek weg te zinken. Op een dag werd het me allemaal te veel, ik kon niet meer. Heel even gaf ik het gevecht op, ik wilde er een einde aan te maken, maar een verpleegster vond me net op tijd. Is dat zwak? Ik vind van niet. Ik was op dat moment gewoon moe gestreden van te lang sterk te willen zijn.

Ik was niet blij dat ze me op tijd hadden gevonden, nee, dat ben ik nog altijd niet. Ik heb sindsdien niets anders gekend dan pijn. Geen enkele arts kan verklaren wat er aan de hand is. Waarom ik zo ongelukkig ben. Ook zelf weet ik het niet. Het is niet dat ik niet wil leven. Dat wil ik wél. Maar niet op deze manier. Niet in deze depressie. Mijn gedachten gaan er regelmatig met mij vandoor. Dan denk ik: wat doe ik hier nog? Ik kijk naar mezelf in de spiegel, en vraag me af: wat is mijn toekomst? Ik volg therapie, en neem nog steeds medicatie, maar het lijkt niet te helpen.

Het enige dat ik doe, is vechten. Vechten, vechten, vechten. Vechten tegen het mes om mezelf te snijden. Vechten tegen mijn eigen gedachten. Vechten om te overleven. Vierentwintig uur per dag woedt die strijd in mijn hoofd: haak ik af, of ga ik door? Zeg me dus alsjeblieft niet dat mensen met een depressie zwak zijn. Geloof me, als ik niet zo sterk was als ik ben, dan was ik hier al lang niet meer…”

Vooroordeel 3: Een avondje met je vrienden zal je deugd doen
Caroline (57): “Voor de meeste mensen is een avondje met vrienden ontspannend. Ik begrijp dus wel waar dit misverstand vandaan komt. Maar voor mensen met een depressie is het verschrikkelijk. Sociale contacten vragen heel veel energie, zeker in een groep, en die energie heb je gewoon niet als je depressief bent. Ik heb het de eerste jaren nog geprobeerd. Ik wilde niet altijd ‘nee’ zeggen als vriendinnen me meevroegen, ik was bang dat ik op den duur niemand zou overhouden. Maar het waren telkens vreselijke avonden. Uiterlijk lachtte ik, praatte ik mee.

‘Ze heeft er deugd van’, dachten de mensen dan. Maar vanbinnen ging ik kapot. Het kostte me zoveel energie om dat masker op te houden, en na zo’n avond was ik meestal zó leeg, dat ik nadien dagenlang m’n bed niet uitkwam. Intussen ga ik nog maar zelden weg in groep. Wat wel deugd kan doen, is afspreken met één vriendin. Dat doe ik af en toe. Ik ken mijn beste vriendin al meer dan dertig jaar, en bij haar kan ik mezelf zijn en tonen wat ik voel. Dat geeft rust. Ergens klopt het dus wel, dat sociale contacten goed doen als je depressief bent. Maar – althans toch in mijn geval – dan enkel als je afspreekt met één vriendin, niet met een hele groep.”

Vooroordeel 4: Je hebt toch alles om gelukkig te zijn?
Nancy: “Ik heb het vaak moeten horen: ‘Je hebt een man, gezonde kinderen, een mooi huis en een goede job. Waarom zou jij depressief zijn?’ Ik snap die redenering niet. Alsof je ervoor kiest om je slecht te voelen?”

Anneleen: “Depressie is een ziekte. Dat je – in de ogen van anderen – alles hebt om gelukkig te zijn, betekent niet dat je de ziekte niet kunt krijgen.”

Sofie: “Sommige mensen durven niet te zeggen hoe slecht ze zich voelen, uit angst om deze reactie te krijgen.”

Sandra: “Ik kreeg dit van mijn eigen moeder te horen. Wat een klap in mijn gezicht.”

Lieve: “Er wordt soms geprofiteerd van de ziekte om niet te hoeven werken. Dat maakt mensen achterdochtig. Heel jammer voor wie er écht in zit, en daardoor minder begrip krijgt.”

Annick: “Nog zo’n dooddoener: ’Je moet de knop omdraaien’. Elke keer zou ik het wel willen uitschreeuwen: ik héb geen knop!”

Sanne: “Soms zou je hopen dat mensen met deze vooroordelen het zelf eens meemaken. Maar eigenlijk wens ik het niemand toe.”

Carine: “’Je bent nog zo jong, je hebt nog een heel leven voor jou, denk aan de goede dingen…’ Goed bedoeld, maar er is maar één iemand die weet hoe jij je voelt, en dat ben je zelf.”

Vooroordeel 5: Iedereen heeft weleens een dip
Psychiater dr. H. Tandt: “We hebben inderdaad allemaal wel eens een mindere dag, maar zo’n dipje is niet te verwarren met een depressie. Van een depressie spreken we pas als aan drie voorwaarden is voldaan:

Je hebt minstens vijf van de negen symptomen van een depressieve stoornis: de hele dag door een depressieve stemming hebben, geen of minder plezier in iets hebben, gewichtstoename of –verlies, slaapklachten, een gejaagd gevoel, vermoeidheid, schuldgevoelens, concentratieverlies en terugkerende gedachten aan zelfmoord.
Het sombere gevoel, het interesseverlies of de verminderde plezierbeleving duurt langer dan veertien dagen.

De sombere stemming heeft een duidelijke impact op het functioneren, bijvoorbeeld thuis of op het werk.”

Vooroordeel 6: Mij overkomt het niet
Myrthe (33): “Drie jaar geleden had ik een postnatale depressie, en het heeft maanden geduurd voor ik dat zelf inzag. Ik voelde wel dat ik slecht in m’n vel zat, maar daar had ik zoveel redenen voor. De zwangerschap was sneller gekomen dan verwacht, mijn relatie liep niet goed, ik had een heel zware bevalling gehad, het prille moederschap viel me zwaar… Bovendien was ik meteen weer voltijds aan de slag gegaan, en had ik weinig hulp van mijn (intussen ex-) partner, waardoor ik de zorg voor ons zoontje haast helemaal alleen droeg. Dat ik wat moe en prikkelbaar was, leek me dus niet meer dan normaal. Zelfs toen vriendinnen voorzichtig polsten of er toch niet meer aan de hand was, had ik niks door.

Een depressie, dat was iets voor anderen, voor mensen met een melancholisch karakter. Toch zeker niet voor mij? Ik, die normaal gezien altijd zo vrolijk en actief van aard ben? Het besef kwam pas toen ik enkele weken later besloot om toch eens met iemand te gaan praten, en op advies van een vriendin een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg binnen stapte. Ik las er een folder over depressie, en toen ik het lijstje met symptomen afging, kon ik niet anders zeggen dan: check, check en check. Ik had ze allemaal. Eindelijk zag ik in wat er met me aan de hand was. Sindsdien praat ik heel open over wat ik toen voelde. Postnatale depressie is nog steeds een beetje taboe, en dat is jammer, want ik heb zelf gemerkt dat het iederéén kan overkomen.

Het heeft helemaal niks te maken met je karakter, wél met wat je meemaakt en hoe je lichaam en brein daarop reageren. Dat wil ik graag meegeven aan andere jonge mama’s, die het, net als ik toen, moeilijk hebben. Want het is pas als je beseft wat er écht aan de hand is, dat je ook gepaste hulp kunt zoeken.”

Vooroordeel 7: Depressie is iets voor vrouwen
In Vlaanderen krijgt ongeveer 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen ooit in hun leven te maken met een vorm van depressie. Het komt dus inderdaad vaker voor bij vrouwen, maar dat het mannen niet kan overkomen, is onjuist.
“‘Ah, genezen?’ zeiden de mensen als ze me op straat zagen. Niemand begreep dat buitenkomen bij de therapie hoorde. Dat ik eigenlijk veel liever in bed lag met de gordijnen dicht”

Vooroordeel 8: Als je op een terras kunt zitten, kun je ook gaan werken
Christel (55): “Toen de diagnose depressie viel, en de arts me voor het eerst ziekteverlof voorschreef, zei hij heel nadrukkelijk: ‘Sluit je vooral niet op’. Hij raadde me aan om elke dag naar buiten te gaan, al was het maar voor een korte wandeling. Zo zou ik mensen tegenkomen, een praatje maken, mijn gedachten verzetten…

‘Als je tussen die vier muren blijft, ga je alleen maar meer piekeren’, zei hij. Natuurlijk wilde ik zijn raad opvolgen, maar makkelijk was het niet. Als je depressief bent, heb je heel sterk de neiging om je te verstoppen, wil je het liefst de hele dag met de gordijnen dicht in bed liggen. Toch probeerde ik het. Zo vaak ik kon, ging ik naar buiten. Het trof me hoe snel ik reactie kreeg. Hoe snel mensen hun conclusies trokken.

‘Ah, weer op de been!’ zeiden ze dan. Alsof het feit dat je buitenkomt, meteen ook betekent dat je ‘genezen’ bent. Dat is natuurlijk niet zo. Het betekent enkel dat je aan je genezing werkt, dat je al je moed bij elkaar hebt geschraapt om door die deur te gaan, gewoon omdat je zo graag beter wilt worden. Nog erger werd het toen collega’s me een keer op een terras een kop koffie zagen drinken. Mijn mama had me overtuigd om het te proberen, en voor het eerst in lange tijd voelde ik inderdaad dat iets me deugd deed. Tot ik ’s avonds van mijn man, die in hetzelfde bedrijf werkt, hoorde hoe ze over mij hadden geroddeld.

‘Werken kan ze niet, maar op een terras zitten lukt wél.’ Ik kan je niet zeggen hoe hard dat aankwam. Ik was zo trots geweest op het feit dat het me was gelukt, dat ik daadwerkelijk op dat terras had gezeten. Het had me meer energie gekost dan ik had, en ik voelde al dat ik het de dagen nadien zou bekopen. Maar tegelijk beschouwde ik het als een kleine overwinning, een stapje in de goede richting. En dan kreeg ik zo’n reactie? Dat deed pijn. Ik begreep het ook niet. Op een terras hoef je eigenlijk niets te doen, je zit er gewoon. Dat is toch iets helemaal anders dan aan het werk gaan, achter de computer gaan zitten, en je acht uur lang concentreren? Dat moesten de collega’s toch ook begrijpen?

Ik ben na die dag een tijdlang niet buiten geweest, gewoon uit angst om bekenden tegen het lijf te lopen en weer op dat onbegrip te botsen. Gelukkig is mijn mama altijd blijven proberen om me mee te trekken. Eerst samen tot aan de bakker, dan een korte wandeling… Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor, want alleen was het me misschien niet gelukt. Na enkele weken merkte ik wel dat de opmerkingen minder werden. Dat mensen zelfs begonnen te vragen hoe het met me ging. Blijkbaar moet je langere tijd thuis zitten, voor anderen geloven dat er écht iets mis is, en je niet zomaar wat wilt ‘profiteren’.”

Bron: Libelle –  Evelien Roels

KOKEN: Pannenkoeken

Je hebt zin in pannenkoeken, maar verdorie, vergeet jij ook telkens weer het recept? Simpel: onthou gewoon deze basisverhoudingen en je kunt aan de slag!

Pannenkoeken bakken is helemaal niet moeilijk en je hebt er ook niet veel voor nodig. Alleen moet je wel een beetje de juiste verhoudingen van de ingrediënten kennen. Met dit trucje kun jij voortaan ook pannenkoeken bakken zonder recept!

Nodig voor pannenkoeken uit de losse pols
Dit heb je nodig voor ongeveer 4 stuks:
1 ei
1 kopje melk (een kopje, geen mok)
1 kl olie
1 el suiker
5 el zelfrijzende bloem
Een geheugensteuntje: 5 ingrediënten, van alles 1 behalve van de bloem, daar heb je 5 eetlepels van nodig.

Zo maak je ze
Klop het ei los met de melk en de olie.
Meng de bloem met de suiker.
Giet de helft van de melk bij de bloem en roer goed los, tot er geen klontertjes meer zijn. Leng dan aan met de rest van de melk en roer nog eens goed door.
Bakken maar!

Méér pannenkoeken?
Vermenigvuldig alle ingrediënten volgens het aantal eieren. Met één doosje van 6 eieren bak je ongeveer 24 pannenkoeken. Dat is natuurlijk ook een beetje afhankelijk van hoe groot je pan is, of er veel pannenkoeken mislukken en of je dikke of dunne pannenkoeken bakt. Je kunt het beslag trouwens nog een beetje aanlengen met extra melk (of bier!) als je de pannenkoeken liever dunner hebt, zoals een flensje.

BRON: Libelle

Een gezond hoofd

Ik heb twee levens,
eentje overdag
en het tweede ’s nachts,
en over beiden
kan ik boeken
vol schrijven.

Spielberg
zou er spannende films
over kunnen maken
en Stephen King
zou er jaloers
op zijn.

Ontdekkingsreizen
en uitvindingen
wegen niet op
tegen wat een
menselijk brein
aan spectaculaire
verhalen
kan vertellen.

Geen ontdekking
van leven
op de maan
wens ik ons,
maar zelfkennis
en intuïtie,
en vooral
een gezond hoofd.

Micheline Baetens – 22.10.2019