November Rain

When I look into your eyes
I can see a love restrained
But darlin’ when I hold you
Don’t you know I feel the same

Nothin’ lasts forever
And we both know hearts can change
And it’s hard to hold a candle
In the cold November rain

We’ve been through this such a long long time
Just tryin’ to kill the pain, oo yeah
But love is always coming and love is always going
And no one’s really sure who’s lettin’ go today
Walking away

If we could take the time
To lay it on the line
I could rest my head
Just knowin’ that you were mine
All mine
So if you want to love me
Then darlin’ don’t refrain
Or I’ll just end up walkin’
In the cold November rain

Do you need some time on your own
Do you need some time all alone
Everybody needs some time
On their own
Don’t you know you need some time all alone

I know it’s hard to keep an open heart
When even friends seem out to harm you
But if you could heal a broken heart
Wouldn’t time be out to charm you

Sometimes I need some time
On my own
Sometimes I need some time all alone
Everybody needs some time
On their own
Don’t you know you need some time all alone

And when your fears subside
And shadows still remain, oh yeah
I know that you can love me
When there’s no one left to blame
So never mind the darkness
We still can find a way
‘Cause nothin’ lasts forever
Even cold November rain

Don’t ya think that you need somebody
Don’t ya think that you need someone
Everybody needs somebody
You’re not the only one
You’re not the only one

Don’t ya think that you need somebody
Don’t ya think that you need someone
Everybody needs somebody
You’re not the only one
You’re not the only one

Don’t ya think that you need somebody
Don’t ya think that you need someone
Everybody needs somebody
You’re not the only one
You’re not the only one

Don’t ya think that you need somebody
Don’t ya think that you need someone
Everybody needs somebody

 

Onbetaalbaar

Het belangrijkste in het leven kunnen anderen je niet geven, daar moet je zelf voor zorgen. En anderen voordelen krijg je dan weer gratis en voor niks in de schoot geworpen.

Zoals levenslust, passie, talent, verbeelding, volharding… Of is het toch het leven en onze ervaringen die daar voor zorgen?

Vandaag is het naar het schijnt “Singles Day”. Weer iets uitgevonden om vooral de commerce te doen draaien, want zijn we niet allemaal alleen, en is tevreden zijn met mezelf, je eigen capaciteiten, uitdagingen en je mogelijkheden, niet de eerste vereiste om positief in het leven te staan?

En die dingen kan niemand je gegeven, die heb je ofwel meegekregen van Moeder Natuur,  ofwel verworven door op zoek te gaan naar wat je graag doet en wilt, en zijn van onschatbare waarde om het leven met vallen en opstaan aan te kunnen.

Verlang niet constant naar maneschijn en rozengeur, geloof niet in sprookjes, noch in onmogelijke dromen.

Blijf wel verlangen met een grote V, en gebruik het als je dagelijks paswoord om te ontdekken waar je voor in de wieg bent gelegd, want dat is de beste methode om je niet “single” te voelen, en vooral goed voor jezelf te kunnen zorgen.

“Levenskunst”, noemen ze dat. Onbetaalbaar!!!

Dus sta op

Sommigen lopen krom
van eenzaamheid,
met de kramp in hun gelaat
en rond hun hart
omdat het leven
hen aan de kant heeft geduwd
en op de knieën gekregen.

Maar op je knieën
smeek je, kruip je,
word je vertrappeld
en verguisd.

Dus sta op,
recht je rug,
ontspan je vuist
en de kramp in je gelaat.

Zorg dat men naar je kijkt,
en nog eens,
en nog eens,
en nog eens…

Micheline Baetens – 21 oktober 2014

Laat me

Vroeger waren het onze ouders, familie, de kerk en onze omgeving die vertelden hoe we moesten leven.

Nu is dat vooral de media en de politiek. Om nog maar te zwijgen van de vele verenigingen die aan hun subsidies moeten geraken! Je wordt door hen overladen met “goede raad” en activiteiten die er vooral voor zorgen dat ze een reden van bestaan hebben.

Af en toe eens je vuile vinger opsteken en er eens hard mee lachen, leidt alles terug tot de juiste proporties en redelijkheid.

Ik heb geleefd

Ik heb gedoold,
maar ben nooit
verdwaald.

Ik heb bedrogen,
maar enkel
mezelf.

Ik ben fout geweest,
maar enkel
uit onwetendheid.

Ik heb geloofd,
maar ook
getwijfeld.

Ik heb gezorgd,
maar niet genoeg
voor mezelf.

Ik heb gezocht,
maar op de verkeerde
plaatsen.

Ik heb geleefd,
en vooral
veel geleerd.

Micheline Baetens – 07.11.2018

Als woorden ontbreken

Als woorden ontbreken om over een trauma te praten

Bron: Brainwash – Marion Uphoff

In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer schrijver Marion Uphoff over trauma en slachtofferschap.

Wie in het woordenboek op zoek gaat naar het lemma ’trauma’, vindt dat het een verstoring of een disruptie van weefsel betreft. Bij psychisch trauma is dat psychisch letsel aan het brein: een verstoring van het denken en het voelen. In de chirurgie is het een doorbreking van de continuïteit van het weefsel. Hele mooie en accurate beschrijvingen. Verstoring die meestal optreedt door ingrepen en invloeden van buitenaf. Toch hebben we het als we over trauma spreken vaak over bezit: iemand ‘heeft’ een trauma. Als je spreekt over trauma in termen van bezit, dan heb je geen aandacht meer voor het gegeven dat het onderdeel is van een systeem. Dat het net zo goed deel uitmaakt van de omgeving en de samenleving waar je in leeft, waar je in bestaat.

In De Metamorfose van Franz Kafka verandert Gregor Samsa op een ochtend in een groot en griezelig insect. Hij herkent zichzelf niet meer en sluit zich op in de slaapkamer. Zijn ouders willen eigenlijk liever niets meer met hem te maken hebben. Hij is als het ware onherstelbaar veranderd. We komen maar weinig over hem te weten als we niet tegelijk kijken naar het weefsel om hem heen. Zijn relaties, met zijn ouders, met zijn werkgever, met zijn zusje. Je zou kunnen zeggen dat in Gregor Samsa een verstoring, een disfunctie van de omgeving en de samenleving wordt uitgedrukt. Hij bewaart binnen zijn skelet het taboe van de samenleving. En we hebben de neiging met elkaar om dat op afstand te drukken en niet toe te laten. Dat betekent dat iemand met een trauma rondloopt alsof hij een paria is, een uitgestotene. Met een vuilniszak, zo heb ik het weleens omschreven, waarin allerlei ongewenste artikelen zitten. En wat kan je doen? Je kunt niet zomaar bij iedereen die vuilniszak neerzetten.

In Vloedgolf schrijft Sonali Deraniyagala over de tsunami bij Sri Lanka uit 2004. Met die vloedgolf verliest ze haar man, haar kinderen, haar ouders. Tien jaar later verwerkt ze dit enorme trauma, deze verschrikking, in een prachtig boek. Ze beschrijft hoe ze op een avond in een bar zit – het leven is weer enigszins mogelijk voor haar, ze bestaat weer, ze kan weer lachen en plezier hebben – en ze raakt in gesprek met iemand die ze heel aardig vindt. Ze wisselen wat beleefdheden uit. De man vertelt over zijn leven en wie hij is. En dan vraagt hij haar over haar leven en wie zij is. Dan zegt ze dat het haar onmogelijk is om te praten: ze kan toch niet met zo’n enorme bom aan komen, het gesprek volledig lam leggen en verstoren met datgene wat haar is overkomen? Haar trauma scheidt haar als het ware van alle andere mensen om haar heen. Ze voelt zich verbannen uit de menselijkheid. Dat is één van de gevolgen van slachtoffer zijn, van een trauma hebben. Dat je het gevoel hebt dat je met je verhaal geen deel meer uitmaakt van de gewone, normale mensenwereld.

In 2004, hetzelfde jaar dat dat boek verscheen, was ik zelf een tijd in Srebrenica. Het Nederlandse bataljon Dutchbat was in 1995 aanwezig bij de val van de moslimenclave. Srebrenica moest een veilige haven zijn, maar dat is niet waargemaakt. Er heeft de grootste massamoord in Europa na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden. Achtduizend mannen en jongens zijn daar toen vermoord, hun moeders en zussen zijn achtergebleven. Ik merkte toen ik daar was dat ik op geen enkele manier met die vrouwen durfde te praten. Ik wilde wel met ze praten, maar ik had het idee dat hun verhaal ze bijna tot buitenaardse wezens maakte. Dat er een onoverbrugbare kloof tussen deze vrouwen en mij was. Een kloof die heel moeilijk in taal is te overbruggen.

Er is ook iets anders. Wat vaak gebeurt in het omgaan met trauma en daar een gemeenschappelijk verhaal van proberen te maken, is dat je juist wordt teruggedrongen in je rol van slachtoffer. Er vindt geen ontzag plaats, maar een beperking van je zijn, van je individualiteit. Een mooi voorbeeld van wat er dan kan gebeuren, vinden we in het verhaal De schapen met de blote billen van de Japanse schrijver Kenzaburō Ōe. We bevinden ons in een bus, die vol zit met passagiers. Een groep militairen dringt de bus binnen en dwingt de helft van de passagiers om zich tot op de blote billen uit te kleden. En als schapen – op handen en voeten, neus aan achterwerk – in de bus te gaan zitten. De andere rij passagiers hoeft dat niet te doen en mag de kleding aanhouden. Het wordt een tamelijk helse rit. Die eindigt uiteindelijk. De militairen verlaten de bus weer.

Toch is de wereld in de bus voorgoed veranderd. Eén van de geklede passagiers – een leraar – begint een van de schapen door alle straten van de stad te achtervolgen. En zegt dat dit schaap iets verschrikkelijks heeft doorgemaakt en dat hij daarover moet vertellen. Dat hij zijn verhaal moet houden, dat hij aangifte moet doen. In het verhaal probeert het arme schaap te ontsnappen, wil niet meer herinnerd worden aan wat hij heeft meegemaakt. Maar ontsnappen is bijna niet mogelijk. Dat is iets wat vaak gebeurt. Als we het hebben over trauma en ergens slachtoffer van geweest zijn. Dat je voelt dat je teruggedrongen wordt en beperkt tot die ene identiteit.

Dat gebeurt ook in de taal, we spreken over daders en slachtoffers. We drukken daarmee de mens die iets ernstigs heeft meegemaakt uit onze eigen wereld een andere wereld in. Waarin die tot in lengte van dagen gedwongen is zich te verhouden tot een bijna asymmetrische wereld. Want wat is het gevolg? Wij zeggen: het is jouw bezit, jouw ellende. ‘Wij waren daar niet bij.’ ‘Wij maakten die oorlog niet mee.’ ‘Wij waren niet bij dat misbruik.’ ‘Neem je verhaal maar, dat akelige verhaal, waar wij geen zin in hebben, waar wij niet op willen lijken en breng het maar terug naar de bron.’ En die bron, de daders, diegenen die ervoor hebben gezorgd dat de disruptie van het weefsel de continuïteit is doorbroken, die onttrekken zich vaak aan iedere verantwoordelijkheid.

Of ze zijn dood, of ze zijn weg, of ze erkennen de asymmetrische relatie en machtsverhoudingen niet. En dan is het slachtoffer in feite stateloos: hij heeft geen land en geen plek meer om te zijn, en geen taal meer om te kunnen spreken.

Waar ik als schrijver moeite voor doe is om te kijken: kunnen we dat verhaal van vertelling uit de eenzijdige dader-slachtoffer-verhoudingen trekken, en de mens met een trauma gewoon weer zien als een mens met een trauma? Niet meer, niet minder. Gewoon een wezen dat net als iedereen tot de groep van mensen behoort, en daar een plek in hoort te krijgen zodat de verbanning wordt opgeheven.

Wat je ook overkomt

Wat je ook overkomt,
weiger
slachtoffer te zijn,
maar aanklager,
niet degene die
aangewezen wordt,
maar zelf
met de vinger wijst,
niet degene
die schuilt
maar blootlegt.

Veeg de angst
en de tranen
uit je ogen
en beschuldig.

Micheline Baetens – 19.06.2018

 

Kom gauw nog eens terug

Vandaag Allerheiligen, en de natuur voelt met me mee vandaag. Het is een donkere, druilerige dag, hij past perfect in het plaatje…

Ze zijn met velen de doden die ik vandaag zou moeten herdenken, maar als ik er overdag niet aan denk, spoken ze ’s nachts wel door mijn dromen, en dat het ganse jaar.

Ik heb vooral, nu nog, veel deugd aan de gezellige dagen die we samen doorbrachten en die sfeer verwoord in een gedicht.

Die dagen waren écht de goeie ouwe tijd, vooral toen mijn grootmoeder nog leefde, de schooltijd en sommige familiefeestjes. En natuurlijk de mooie dagen met ons drietjes, toen ieder van ons nog gezond was en tevreden met het dagelijkse reilen en zeilen..

Zij komen niet meer terug en die dagen ook niet, maar elke uitdaging heeft zijn goede kanten, ook als het niet meer zoals vroeger is, en nooit meer zal worden. Het leven is mooi en de moeite waard, en daar moet een mens ondanks het verlies, blijven naar streven.

Amen!

Kom gauw nog eens terug

Ik zet ze hier allemaal rond de tafel:
mijn man en mijn grootouders,
mijn ouders, mijn nonkels en tantes,
mijn neven en nichten,
mijn onderwijzers en vrienden…

En ik laat ze het eens vertellen,
over hierboven en hieronder
en of ze nog willen terugkeren,
en wat ze na al die jaren
van de wereld vinden.

Ik serveer hen koffie
met kaastaart en pruimentaart
van hun bakker om de hoek
en als afsluiter een elixirke
zodat alles goed verteert.

Samen gaan ze dan terug
naar hierboven of hieronder
en ik wuif hen uit met een
“kom gauw nog eens terug.”

Micheline Baetens – 24 september 2013

Koken: Zonderlinge vlaai

Zonderlinge vlaai

Deze vlaai werd door de Vlaamse schilder Bruegel in beeld gebracht op een van zijn meest bekende schilderwerken en dat op zich maakt deze taart al ‘zonderling’. Dit oeroude dessert mag dan wel een gekke naam hebben, de combinatie van smaken is nog steeds een schot in de roos. De vulling van rijstpap en vanillepudding met een vleugje amandel past namelijk perfect bij de gekruide appelcompote.

https://visit.brussels/nl/article/herdenking-van-450-jaar-pieter-bruegel-in-2019

Ingrediënten – 4 personen
1 liter melk
1 vanillestok
6 eieren
270 g kristalsuiker
20 g puddingpoeder
100 g dessertrijst
100 g amandelen (of amandelpoeder)
een scheutje rozenwater
4 appels
20 g gember (geraspt)
1 kaneelstokje
een scheutje verjus (of vlierbloesem siroop)
een snuif poedersuiker

Benodigdheden
een taartvorm (22 cm Ø)een raspeen blendereen keukenmachine met menghaak

Bereiding

1 liter melk 1 vanillestok
Verwarm de melk in een pan op het vuur. Voeg de zaadjes en de peul van de vanillestok toe.

3 eieren 45 g kristalsuiker
Scheid de eidooiers van de eiwitten en doe de dooiers in de mengkom van de keukenmachine. Klop ze samen met de suiker tot een witte ruban.

20 g puddingpoeder
Meng het puddingpoeder onder de ruban.

100 g dessertrijst
Giet 3 dl vanillemelk in een aparte pot en laat 7 dl melk op het vuur staan. Laat de dessertrijst garen in de melk op het vuur gedurende 30 minuten.

Giet een klein scheutje van de warme melk die je apart hebt genomen bij de ruban met puddingpoeder en roer los met een garde.

Giet het puddingmengsel terug bij het restje van de warme melk en zet het op een zacht vuur. Laat binden tot een romige pudding. Haal de pot van het vuur wanneer de pudding klaar is.

Verwarm de oven voor op 175°C.

100 g amandelen (of amandelpoeder)
Maal de amandelen fijn tot poeder in een blender of gebruik amandelpoeder dat je in de winkel koopt.

3 eieren
Kluts de eieren los in een kom.

Haal de vanillepeul uit de rijstpap en meng de rijstpap met de pudding.

een scheutje rozenwater 125 g kristalsuiker
Voeg een scheutje rozenwater, het amandelpoeder en de suiker toe.

Doe ook de losgeklutste eieren erbij en meng alles tot een mooi beslag.

Boter de taartvorm in en bestuif met bloem. Stort het beslag in de taartvorm en bak de taart gedurende 30 minuten op 175°C.

Appelcompote

4 appels
Schil de appels en snijd ze in blokjes.

Smelt een klont boter in een pan en stoof de stukjes appel aan.

20 g gember (geraspt)1 kaneelstokje100 g kristalsuikereen scheutje verjus
Rasp er de gember bij en voeg de kaneel en de suiker toe. Laat het appelmengsel garen tot compote. Voeg tenslotte nog een scheutje verjus toe en laat afkoelen.

een snuif poedersuiker
Haal de taart uit de oven en laat afkoelen. Bestuif de taart met een laagje bloemsuiker.

Serveer een stuk zonderlinge vlaai met een lepel verse appelcompote. Smakelijk!

Bron: Dagelijkse kost