Gaan we daar nog
Tegen kunnen,
Op de koppen kopen
En dag in dag uit
In de file staan?
Gaan we dat
Niet missen,
Die coronarust
Met zuiverder lucht
En stillere stilte?
Micheline Baetens – 16.04.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie.)
Just buy it: hoe carpe diem gekaapt werd door de consumptiecultuur
Brainwash – Roman Krznaric – 2018
In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer filosoof Roman Krznaric over de dag plukken.
Carpe diem, pluk de dag. Dat is een van de oudste filosofische idealen in de westerse cultuur. De oorsprong ervan ligt in een gedicht dat in 23 voor Christus is geschreven door de Romeinse dichter Horatius. Het gedicht bestond uit slechts acht regels. De laatste twee regels vatten samen wat Horatius wilde zeggen:
Terwijl we praten, vliegt de jaloerse tijd voorbij. Pluk de dag en laat zo weinig mogelijk voor morgen liggen.
Veel mensen vinden carpe diem een cliché, maar ik vind dat juist niet. Horatius stelde een belangrijke vraag over het menselijk bestaan. Hoe moeten we leven met de realiteit van onze sterfelijkheid? De klok tikt. Hoe moeten we onze vrijheid uitoefenen in het gezicht van de dood? Hoe leiden we een leven zonder spijt?
Ik vind het bijzonder dat het spreekwoord carpe diem 2000 jaar later nog steeds zo populair is in onze cultuur. Als je het intikt bij een zoekmachine, krijg je meer dan 25 miljoen resultaten. Op haar 81ste verjaardag liet de Britse actrice Judi Dench carpe diem op haar rechterpols tatoeëren. De heavymetalband Metallica brengt het publiek in vervoering met hun nummer Carpe Diem Baby.
Metallica – Carpe diem baby.
Je kent het waarschijnlijk uit die film met Robin Williams, Dead Poets Society. Daarin speelt hij Mr. Keating, de inspirerende leraar Engels op een jongensschool in New England in de jaren 50. Hij zegt tegen de jongens: ‘We zijn voer voor de wormen, want iedereen in dit lokaal zal ophouden met ademhalen koud worden en sterven. Carpe diem. Pluk de dag, jongens. Maak iets bijzonders van je leven.’
Dat is een inspirerend idee. Maar we raken de wijsheid van Horatius, de geest van carpe diem, kwijt. Waarom? Deels doordat we nu leven in een tijd van digitale afleiding. We bekijken het leven op een scherm in plaats van het rechtstreeks te ervaren. We kijken acht tot tien uur naar apparaten. We kijken gemiddeld 110 keer per dag op onze telefoon. Dat is het tegenovergestelde van het beleven van carpe diem.
De vraag is: Hoe krijgen we het ideaal van carpe diem terug dat Horatius ons probeerde mee te geven? Dat kan bijvoorbeeld door na te denken over de betekenissen van carpe diem.
In het Engels wordt het op verschillende manieren vertaald. De gangbare vertaling is ‘grijp de dag’, maar ‘oogst de dag’, ‘pluk de dag’, of ‘geniet van de dag’ zijn ook mogelijk. Die vertalingen komen wat minder agressief over. Die verschillen zijn er omdat carpe diem verschillende betekenissen kan hebben.
Ik raakte erg geïnteresseerd in de betekenissen van carpe diem toen ik een boek schreef met de titel Carpe diem. Ik stelde een onderzoeksteam samen en we voerden een guerrilla-aanval uit op de universiteitsbibliotheek in Oxford. We begonnen manuscripten van 500 jaar geleden te bekijken. We keken hoe mensen carpe diem hebben gebruikt van 16e-eeuwse preken tot moderne popnummers.
Na vele maanden zoeken, ontdekten we een patroon. Er zijn namelijk vijf verschillende manieren die de mensheid heeft ontdekt om de dag te plukken. Vijf verschillende betekenissen van carpe diem in de loop der eeuwen. Ik ga ze even kort samenvatten.
“Carpe diem gaat nu over koopjes jagen en met één klik online shoppen. Ik vind dat het beter moet.”
De eerste is: grijp de kansen in het leven voor ze voorgoed verdwijnen, of het nu gaat om een nieuwe carrière of het redden van een relatie.
Een tweede betekenis is: aanwezig zijn in het hier en nu. Leven in het moment. Dat is een radicaal nieuwe betekenis die een eeuw geleden niet bestond, maar dateert uit de afgelopen vijftien jaar deels door de mindfulness-beweging.
Een derde betekenis is die van spontaniteit. Gooi je elektronische kalender weg en ga experimenten aan in je leven.
Een vierde betekenis, die in de 17e eeuw erg populair was was carpe diem als hedonisme, het najagen van genot. Dan heb ik het niet over comazuipen, vreemdgaan of een overdosis drugs, maar over je zintuigen volgen; over proeven en voelen en de wereld zintuiglijk waarnemen.
Een vijfde vorm van carpe diem is een politieke vorm. Daarbij komen we massaal bijeen om politiek de dag te plukken om de wereld om ons heen te veranderen.
Demonstranten in Berlijn grepen in 1989 de gelegenheid aan om de Muur te laten vallen. Denk ook aan de Occupy-beweging of de Women’s March tegen Trump. Die mensen plukten de dag. Ze pasten het ideaal van Horatius toe op het collectief. Ze zeiden: ‘Carpamus diem. Laten we samen de dag plukken’.
Ik vind dat we die vijf manieren om de dag te plukken, moeten cultiveren. Dat is wat vrijheid in de 21e eeuw betekent. Maar ik wil me nu richten op de eerste, populairste vorm van carpe diem, die van het grijpen van kansen. De oorsprong van het Engelse woord voor kans, opportunity, is interessant. Het komt van de Latijnse uitdrukking ob portum veniens. Dat betekent: naar een haven komend. Het sloeg op een gunstige wind die je schip de haven in zou blazen. Je kunt je een kans dus voorstellen als een gunstige wind.
De vraag is: hijs je de zeilen om gebruik te maken van die wind? Of doe je dat niet omdat je bang bent om op de rotsen te lopen? Als je in het leven kansen wilt grijpen, stuit je op een aantal obstakels. Een daarvan is dat dit idee gekaapt is door de consumptiecultuur. Just do it betekent nu vooral just buy it. Carpe diem gaat nu over koopjes jagen en met één klik online shoppen.
Maar ik betwijfel of Horatius bij carpe diem zou hebben gedacht aan shoppen met één druk op de knop. Ik vind dat het beter moet.
Dit is volgens mij een van de grote existentiële tragedies van onze tijd: het marktdenken heeft onze vrijheid gekoloniseerd. Vrijheid is teruggebracht tot een keuze tussen merken. Tussen iPhone en Samsung of Nike en Adidas. Dat moet beter.
Maar er is nog een tweede obstakel als we kansen willen grijpen in het leven. Dat is onze natuurlijke aversie tegen risico. We zijn bang voor verandering en houden vast aan wat we al kennen. Daar is psychologisch bewijs voor geleverd door Daniel Kahneman en Amos Tversky. Ze vroegen mensen te wedden op het opgooien van een munt. Bij munt zouden ze honderd dollar verliezen. Maar hoeveel moet je bij kop winnen om de weddenschap aan te gaan?
Als het verlies bij munt honderd dollar was en de winst bij kop ook honderd dollar zouden de meeste mensen niet meedoen. Bij honderd dollar verlies en 150 dollar winst zou de meerderheid nog niet meedoen. Pas als het verlies honderd dollar was en de winst tweehonderd dollar zouden de meeste mensen meedoen. De pijn van verlies is dus dubbel zo groot als de vreugde van winst. Zo’n grote hekel hebben we aan verliezen.
Als je opeens de kans krijgt in Berlijn met een nieuwe baan te beginnen zul je denken aan wat er mis kan gaan en niet aan wat er goed kan gaan. Daardoor kun je die kans laten schieten. Hoe rekenen we af met die obstakels? Ik geef jullie één idee.
Ik vind dat we moeten nadenken over de dood. Je moet gaan nadenken over je eigen dood. We ontkennen de dood en reclames beweren dat we eeuwig jong blijven. We stoppen ouderen weg in verzorgingshuizen. Maar als we niet aan de dood denken, raken we de mogelijkheid kwijt vrij te zijn en de dag te plukken.
Hoe moeten we aan de dood denken? Ik stel voor dat je een nieuwe gewoonte ontwikkelt, een doodspauze waarbij je elke dag even aan je eigen dood denkt. Je hoeft je niet voor te stellen hoe je bleek en koud in een doodskist ligt. Het is meer een gedachte-experiment. Het etentje van het hiernamaals.
Stel je voor dat je dood bent en in het hiernamaals naar een etentje gaat. Daar zitten alle versies van jezelf die je had kunnen zijn als je andere keuzes had gemaakt. De versie die een saaie baan opzegde om het eerste filosofische strandcafé ter wereld op te richten.
De versie die zich niet inspande om je huwelijk te redden, waardoor je gezin uiteenviel. De versie die bijna omkwam bij een ongeluk en je leven drastisch omgooide. Dan is er de versie die alcoholist werd en nooit meer van de drank af kwam. Je kijkt naar die alternatieve versies van jezelf. Sommige benijd je. Je wilt met ze in gesprek. Andere vind je saai en wil je uit de weg gaan. Maar je kunt rondkijken en jezelf de vraag stellen: zitten er versies van mezelf bij die ik liever zou willen zijn of nog wil worden?
Als we zo’n gedachte-experiment doen om ons leven in perspectief te zien beseffen we een belangrijke waarheid over de kunst van het leven: Het leven draait om het maken van zinvolle keuzes. Kiezen kan soms heel moeilijk zijn maar je kunt het kiezen beschouwen als een creatieve ruimte waarin we de kans krijgen om het script van ons eigen leven te herschrijven.
Wat is een mens? Dat vraagt de existentiële therapeut Viktor Frankl. Zijn antwoord was: een mens is iemand die voortdurend beslist wat hij is. Als je die waarheid over het belang van kiezen begrijpt, ben je daadwerkelijk begonnen te leven volgens het credo van carpe diem: ik kies, dus ik ben.
Roman Krznaric
Later
Later bestaat niet,
Later is de dood,
Een gemiste kans,
Een onvervulde droom.
Later is een zoethouder,
Een slechte herinnering,
Een uitvlucht…
Later is van de lafaard
En de vrek,
Later is voor wie
Niet kan geven
En toegeven.
Later is niet van ons,
Maar harteloze onzin.
Later is groot beginnen
En klein eindigen
Voor wie niet bewust
Nu leeft.
Micheline Baetens
Nu heb ik het begrepen! De minister van Binnenlandse Zaken heeft het ons eens goed uitgelegd, tijdens het televisiejournaal. Wij moeten in ons kot blijven omdat de overheid bang is dat bij teveel zieken de ziekenhuiskapaciteit niet groot genoeg is om die vele patiënten op te vangen.
https://www.standaard.be/cnt/dmf20200415_04923089
Dus, de regering is niet in de eerste plaats bang voor ons welzijn, maar wel zijn ze bang wat jarenlange besparingen en stiefmoederlijk behandelen van de gezondheidszorg aan het licht zal brengen.
Niemand had dit zien aankomen, niemand op deze wereldbol. Wereldwijd werd bespaard op onder andere gezondheidszorg of het bestaande gewoon afgeschaft, dit ter meerdere eer en glorie van de globale economie. Een economie die zogezegd voor welvaart zorgt maar in zijn kielzog onnoemelijk veel leed bij bevolkingsgroepen en individuen achter zich aan sleept samen met de verwoesting van onze leefomgeving, milieu en natuur.
Pas op niet alleen de overheid treft schuld, maar wij allemaal die welvaart willen ten koste van ons welzijn.
Veelal gedragen we ons als verwende kinderen die elke dag een nieuw speelgoedje of snoepje willen zonder daarbij te beseffen dat we hiervoor en hierdoor onze gezondheid en ons welbevinden schade toebrengen. Alles moet mogen en alles moet kunnen, zonder rekening te houden met de verwoestende invloed dat dit heeft op de rest van de wereld, en hoe onrechtvaardig dit is tegenover mens en natuur.
Hopelijk ziet men dit nu toch enigszins in en komen er maatregelen om het anders aan te pakken. Ik ben bereid, al was het maar voor de volgende generaties. Het kan immers zo niet verder, en dat is de voornaamste les die corona ons “geschonken” heeft.
https://www.eoswetenschap.eu/natuur-milieu/zo-klimaat-zo-corona
Ouderen beschermen, niet bestraffen
Doorbraak – Vrije Tribune – 13/04/2020 – Marijke Roscam
We moeten zowel gezondheid als rechten van ouderen beschermen.
Zeker in crisistijden is het volgen van nieuws heel belangrijk voor studenten. Zo hoopte ik informatie, cijfers en inzicht te krijgen over de invloed van de coronacrisis op het dagelijkse leven van ouderen. Als studente ouderencoaching had ik vooral interesse in het menselijke aspect van de crisis. Ik stelde vast dat het opbod aan maatregelen een enorme invloed heeft op de leefwereld van ouderen. De grens tussen bescherming en opsluiting is dun.
Ouderen en terminaal zieken
Op 26 maart zag ik een fragment in het nieuws op de regionale zender ATV dat me sterk aangreep. Twee agenten van de zone Rupel waren op pad om te controleren of de coronamaatregelen goed opgevolgd werden. Ze kregen bericht dat iemand thuis de regels niet volgde. Een kleindochter was met haar kinderen op bezoek bij de grootouders. Beiden zijn in de negentig, de oma is terminaal. De politie dwong de familie onmiddellijk afscheid te nemen en niet meer terug te komen. Het ging er emotioneel aan toe. De kleindochter is bang dat ze haar grootouders niet meer zal zien. Hoe de grootouders verder ondersteund zullen worden en waar de familie terecht kan voor steun en raad, wordt niet duidelijk. Maar de taak van de politie zit erop: de coronaregels worden gevolgd.
Het leek wel of ze opgesloten was
Op 31 maart is er weer een fragment op ATV dat ethische vragen oproept. Het gaat dan over beelden van de lockdown in de 4000 serviceflats van het Zorgbedrijf Antwerpen. Mantelzorgers mochten er niet meer in. Bewoners mochten niet meer buiten. De sloten werden vervangen. De brievenbussen afgeplakt. Die postbussen hadden in deze crisis echter een belangrijke dubbele functie. Ze dienden namelijk ook als doorgeefluik voor medicatie en kleine boodschappen. Het leek wel of ze opgesloten was, vertelde een bewoonster geëmotioneerd. Een mantelzorger sprak haar bezorgdheid uit over de strenge maatregelen: ‘Hier gaan nog ongelukken gebeuren’.
Beschermen mag geen bestraffen worden
Uiteraard besef ik dat de gezondheid van oudere mensen kwetsbaar is. Voor ik aan de opleiding tot ouderencoach begon, studeerde ik af als verpleegkundige. Ik deed ook stage op een geriatrische afdeling. Ik weet dus uit de praktijk hoe broos ouderdom mensen kan maken. Vaak wil het lichaam niet meer zo goed mee, en is er een opeenstapeling van gezondheidsklachten die op elkaar inwerken. Het risico op vallen is groter bij ouderen, en een val of infectie zal moeilijker genezen dan bij een jongere persoon. De gevolgen van een COVID-19-besmetting kunnen dodelijk zijn voor ouderen. Toch blijf ik met een dubbel gevoel achter bij het beleid dat vandaag gevoerd wordt ten aanzien van ouderen. De bescherming van oudere bevolkingsgroepen is enorm belangrijk, maar hun levenskwaliteit ook. Men mag het emotionele en het praktische niet uit het oog verliezen. Beschermen mag geen bestraffen worden.
Bij de beelden van het bezoek aan de terminale grootouder en de strenge maatregelen in de serviceflats kwamen mijn gevoel en verstand in opstand. Daarom kroop ik als toekomstige ouderencoach voor de gelegenheid even in de rol van advocaat. Iemand moet namelijk de rechten van onze ouderen verdedigen. In deze coronacrisis worden vaak oorlogstermen gebruikt. De ziekenhuizen, dat is het front. Corona de vijand. De wapens zijn mondmaskers, beademingsapparaten en draconische maatregelen. Maar dan laat men de coronacrisis veel te veel over aan generaals. In hun dagelijkse staf zouden ze best ook de sociale assistenten, palliatieve werkers en een ouderencoach opnemen. Want een crisis moet je breed bekijken. En de impact van elke maatregel moet goed afgewogen worden.
Gezondheid én rechten beschermen
Je moet erover waken dat ondoordachte maatregelen geen nieuwe slachtoffers creëren. Bij een terminale patiënt is menselijkheid de enige juiste behandelingswijze. Natuurlijk moet je bij die contacten in de laatste levensfase niet alle veiligheidsnormen zomaar overboord gooien, maar er zijn toch tussenoplossingen mogelijk. Zorg voor begeleiding in plaats van repressieve maatregelen. Sociale diensten van de gemeente, ziekenfondsen en gespecialiseerde diensten zoals PHA (Palliatieve Hulpverlening Antwerpen) kunnen mee ingeschakeld worden. Door zulke mogelijkheden aan te reiken en met mensen in gesprek te gaan, voorkom je trauma’s. En bewijs je dat we ook in crisistijd in een moderne en warme samenleving leven. Laten we hopen dat de regels dus bijgestuurd worden. En dat er voor elk verbod ook maatregelen komen die werkzame oplossingen bieden.
Bescherm niet enkel de gezondheid van ouderen, maar ook hun rechten.
Dus, overheid, er is werk aan de winkel. Zorg voor voldoende personeel. Geef onze helden in de zorg de juiste bescherming. Zorg voor steun aan de mantelzorgers. Stimuleer vrijwilligerswerk. Toets elke maatregel ook af met experten uit het sociale veld. Bescherm niet enkel de gezondheid van ouderen, maar ook hun rechten.
Regels voor ouderen bijsturen
Heeft de overheid ouderen dan totaal in de steek gelaten? Dat zou ook te kort door de bocht zijn. Op 1 april verscheen bijvoorbeeld het bericht dat de coronamaatregelen in de serviceflats van het Zorgbedrijf opnieuw versoepeld werden. Dit na kritiek op de zeer strenge lockdownmaatregelen door het Agentschap Zorg en Gezondheid. Serviceflats zijn anders dan woonzorgcentra. Het zijn privéwoningen. De bewoners zijn extra afhankelijk van hun mantelzorgers, zeker als ze zelf niet buiten kunnen komen.
Volgens de bijgestuurde maatregel mag er nu één mantelzorger per bewoner binnen. Die persoon moet zich registreren. Het moet ook altijd dezelfde persoon zijn die langskomt. Afwisselen met familie of vrienden mag dus niet. Men staat er echter niet bij stil dat alles zo op de schouders van één persoon terechtkomt. Het gevaar bestaat dat diens draagkracht daardoor overschreden wordt. Maar goed, het was toch al een belangrijke bijsturing die ten goede komt aan de oudere en zijn mantelzorger.
Het zijn bijzondere tijden, met grote uitdagingen. Maar ook in crisistijd verdienen onze ouderen een VIP-behandeling. En daartoe moeten we zowel hun veiligheid, individualiteit als persoonlijke rechten beschermen.
Marijke Roscam
Marijke Roscam is studente bachelor-na-bachelor Ouderencoaching aan Thomas More Geel. Ze studeerde in 2019 af als verpleegkundige aan AP Hogeschool Antwerpen.
https://www.standaard.be/cnt/dmf20200413_04921465
Van bij het begin van de coronacrisis, tot de voorbije laatste dagen, heb ik vertrouwen gehad in de beslissingen en de maatregelen die door regering en experts genomen werden om deze crisis te overwinnen.
Tot de voorbije laatste dagen, zoals ik al aangaf. Tot in het nieuws kwam hoe het er in de rusthuizen aan toe ging en hoe de minister van Volksgezondheid de ene flater na de andere beging.
Opeens was mijn vertrouwen en goede wil veel minder.
Pas na drie weken, na ze eerst geïsoleerd en opgesloten te hebben – afgezonderd van de rest van de maatschappij – was er weer aandacht voor de kwetsbaarste groep mensen onder ons: de ouderen en de gehandicapten.
Er was geen plan, er waren geen veiligheidsvoorzieningen, er was geen deskundig personeel, er was zelfs geen zuurstof!
Dit heeft mij heel fel geraakt en heel boos gemaakt. Onredelijk misschien, maar in elk geval menselijk en oprecht.
Wetende dat het niet de eerste keer is dat burgers bedot worden en met een falend beleid te maken krijgen, vind ik dat mijn houding begrijpelijk is.
Mijn argwaan is in elk geval gewekt en mijn goede wil getemperd.
Nog tot eind april wil ik mijn best doen, en dan is het bij mij op, dat best, en wil ik meer realistische maatregelen.
Ik ben ook maar een mens…

——————————————————————————————————————–
Analyse een snelle lockdown, maar er was geen plan B tegen het virus
Hoe de rusthuizen sterfhuizen werden
Terwijl de ziekenhuizen de coronacrisis de baas bleven, kon het virus genadeloos toeslaan in de woonzorgcentra. Hoe kon het zo fout lopen? Vijf verklaringen en een onzekere vooruitblik.
De Standaard – Veerle Beel – 12.04.2020
1. Lockdown zonder plan
De Vlaamse woonzorgcentra zijn al sinds 11 maart in lockdown: alleen de medewerkers mogen er nog in en uit. ‘Zorgnet-Icuro heeft daar hard op aangedrongen’, zegt gedelegeerd bestuurder Margot Cloet. ‘Er was enige discussie over of dit wel raadzaam was. Ik vind het nog altijd de beste beslissing die we konden nemen.’
Bewoners konden van toen af aan alleen nog vanachter het venster ‘contact’ hebben met de buitenwereld. We stonden met z’n allen te zwaaien voor het raam, in de illusie dat onze ouders en grootouders veilig waren. Vier weken later blijkt dat dit in minstens de helft van de woonzorgcentra niet gelukt is. Covid-19 is er toch binnengeslopen, wat niet zo gek is, want het personeel gaat er elke dag binnen en buiten. Dat velen onder hen bang zijn, leest u elders in deze krant. Ze zijn niet alleen bang voor hun eigen gezondheid, ze hebben ook schrik dat ze de bewoners zouden besmetten of besmet hebben.
Wie terugkijkt, kan alleen vaststellen dat er aan de lockdown geen verder plan was gekoppeld. Minister Wouter Beke (CD&V) zei daarover deze week in het parlement: ‘Ik kon de woonzorgcentra toch niet dichtmetselen?’
Uiteraard niet, maar door het personeel zonder mondmaskers en beschermende kledij te laten werken, heeft men wel toegelaten dat het virus binnenkwam en dat heel wat centra uitgroeiden tot een broeihaard van covid-19. Waar bleef het plan van aanpak voor de woonzorgcentra die met besmettingen te maken kregen? Hoe moesten ze hun medewerkers beschermen? Waar konden ze extra medische hulp vragen? Die zaken beginnen nu een beetje vorm te krijgen, maar de plannen hadden er al veel eerder moeten liggen. Als plan A mislukt, moet je een plan B hebben.
2. Ziekenhuizen eerst
Het was alle hens aan dek toen na de krokusvakantie de eerste bevestigde gevallen van covid-19 in ons land opdoken. We hadden allemaal de apocalyptische beelden uit de Italiaanse ziekenhuizen gezien, waar zieke mensen op de gang lagen te wachten op hun dood: te weinig bedden, te weinig handen, te weinig apparatuur. In allerijl begonnen de Belgische ziekenhuizen aan een ongeziene reorganisatie, waarbij vleugels leeggemaakt werden om plaats te maken voor covid-19-patiënten. Muren werden opgetrokken tussen propere en ‘besmette’ afdelingen en de intensive care-units werden uitgebreid. Er zat een vloedgolf zieken aan te komen, en alle ziekenhuizen stonden paraat om die op te vangen.
En we moesten met z’n allen ‘in ons kot blijven’, om ‘de curve af te vlakken’, want anders zouden de ziekenhuizen het niet bolwerken. Het goede nieuws is dat dit alles geloond heeft. De – uitgebreide – afdelingen intensieve zorg kunnen de stroom aan. De reserveploeg artsen die klaar stond, hoeft niet in actie te komen. We overschrijden de maximumcapaciteit niet. Dokter Geert Meyfroidt, voorzitter van de Belgische vereniging intensieve zorg, kon met trots melden dat het ergste scenario voorkomen is. Het was toch wrang om dat te horen in de week waarin voor het eerst ook de overlijdens uit de woonzorgcentra meegeteld werden in de rapportering van Sciensano. Zo leerden we dat er nu meer mensen in de woonzorgcentra sterven dan in de ziekenhuizen.
Hebben we ons van battlefield vergist? Feit is dat de woonzorgcentra pas op de tweede rij stonden toen er mondmaskers en beschermingskledij overgevlogen en uitgedeeld werden. Sommige centra die deel uitmaken van een grotere groep, hebben het geluk dat hun managers op tijd orders voor maskers en schorten in het buitenland plaatsten. In kleinere woonzorgcentra moesten de directeurs zelf dagenlang op zoek naar alcoholgel. Burgers die thuis zaten, begonnen massaal mondmaskers te naaien voor de zorgsector, maar die kunnen de beschermende FFP2-maskers die nodig zijn als je een patiënt of bewoner met covid-19 moet verzorgen, niet vervangen. Of als je een test moet afnemen, waarbij je met zo’n stokje in de neus priemt: veel kans dat de bewoner dan in je gezicht niest.
3. Testen of niet
Eerst mochten de bewoners van de woonzorgcentra niet getest worden. Tot eind maart vond de overheid dat niet nodig. ‘Daardoor kon het probleem in de woonzorgcentra onder de mat geveegd worden’, zegt meent Eddy Awouters (68), wiens vader Louis (96) besmet raakte met covid-19 en nog altijd niet genezen is. ‘Hij krijgt zuurstof en ligt aan een pijnpomp. We vrezen het ergste.’
Op 26 en 27 maart stapte Awouters met zijn verhaal naar de media. Hij wou ermee aanklagen dat de bewoners in de woonzorgcentra niet getest werden. ‘In een reactie heeft Zorg en Gezondheid toen aan de directie laten weten dat vier bewoners toch getest mochten worden, onder wie mijn vader. Ze waren alle vier positief. Intussen is een veertiental bewoners overleden, onder wie tien zeker aan corona’. Eddy Awouters zegt: ‘Iedereen heeft dit onderschat. Niet alleen de woonzorgcentra zelf, maar ook de politici en zelfs de experts. Zij keken allemaal in de verkeerde richting. Daar zijn mijn vader en vele anderen nu het slachtoffer van.’
Van nul bewoners testen, veranderde het advies naar één tot twee bewoners testen en vervolgens maximaal vijf. Als er meer bewoners ziek werden, moest men er maar van uitgaan dat ook zij het nieuwe coronavirus te pakken hadden. Alleen is dat een strategie die voorbijgaat aan het feit dat je dan ook echt iedereen in de groep besmet.
Pas deze week veranderde de teststrategie. Nu wordt in de meest getroffen woonzorgcentra iedereen getest. Niet al te vroeg hoera roepen: tot vrijdagavond waren er nog steeds woonzorgcentra die de testkits nog niet ontvangen hadden. Het gaat allemaal veel trager dan gehoopt. En het liep ook mis, toen bleek dat bij de eerste tests een verkeerde wisser in de neus van de mensen gestopt werd. Probleempje met de handleiding, een letterlijk pijnlijke zaak voor de bewoners die hier het slachtoffer van werden.
Dat het ook anders kan, blijkt uit het relaas van de Limburgse huisarts Erik Pinxten. Nadat hij in de krant en op televisie verteld had hoe vijf van zijn patiënten – allemaal bewoners van een rusthuis – gestorven waren, werd besloten om alle bewoners ervan te testen. Vijftien bijkomende bewoners bleken positief.
‘Dit geeft de mogelijkheid om zaken te bespreken en families in te lichten’, zegt Pinxten. Een ziekenhuis uit de buurt heeft spontaan hulp aangeboden, studenten geneeskunde kwamen helpen. ‘En misschien nog het belangrijkste: ze gaan een corona-afdeling uitbouwen voor de positief geteste bewoners. Patiënten die niet erg ziek zijn, kunnen er normaal rondlopen. Ze kunnen er aan tafel eten met hun medebewoners en hebben zo een veel betere kwaliteit van leven.’
4. Ze gaan toch snel dood
Sterven er veel heel oude mensen aan covid-19? Of is de ziekte slechts het laatste duwtje over de drempel van de dood? Eerder vroeg dan laat zou het er toch wel van gekomen zijn, zoiets. Aan de griep sterven jaarlijks ook veel ouderen. Het gevaar van die redenering is dat we een hoop mensen opgeven die nog een goed leven hadden, en daar zonder de epidemie nog jaren, zo niet maanden, van hadden kunnen genieten. Tegen een griep kun je je laten inenten, tegen het nieuwe coronavirus niet. Gemiddeld verblijven bewoners 1,5 jaar in een woonzorgcentrum, maar gemiddelden vertellen niet alles.
Hoe we naar ouderen en hun toekomst kijken, kan ook weleens meespelen in hoe we naar de zorg voor deze ouderen kijken, en hoe we de crisis in de woonzorgcentra hebben beoordeeld. Er circuleren net iets te veel verhalen van families en huisartsen die zeggen dat hun ouder/grootouders/patiënt nog naar het ziekenhuis wou, maar daar niet toegelaten werd. Wellicht daarom heeft viroloog Steven Van Gucht vrijdag op de briefing van Sciensano beklemtoond dat er geen reden is om ouderen of mensen met een handicap van medische zorg in het ziekenhuis uit te sluiten. Het is aan artsen om daarover te oordelen, in samenspraak met de patiënt en de familie. Er zijn nog ziekenhuisbedden genoeg. Ouderen hoeven hun zuurstoffles nog lang niet te weigeren voor een jongere patiënt.
5. Te weinig expertise
Het personeel in de woonzorgcentra is veelal laaggeschoold. Bachelor-verpleegkundigen vinden het niet meer interessant om er te werken. Zorgkundigen hebben geen medische kennis of expertise. Medewerkers van Artsen zonder Grenzen die deze week gingen helpen, stelden vast dat de zorgkundigen niet eens de basisregels van de hygiëne kenden of in acht namen. Terwijl het zorgprofiel van de bewoners zwaarder werd, is de personeelsnorm niet mee omhooggegaan. ‘Er wordt al te lang bespaard in de woonzorg voor ouderen. Er zijn weinig agogische medewerkers, er is geen middenkader, de directeur staat er vaak alleen voor om beslissingen te nemen’, zegt Margot Cloet.
Moet het straks over een andere boeg? Het liefst wel. De vraag is of men van de woonzorgcentra verpleeghuizen moet maken, of dat men ze toelaat om woon- en leefcentra te zijn, met voldoende omkadering, en steun van de nabije ziekenhuizen. Op diverse plaatsen in Vlaanderen is daar deze week mee begonnen. Niets te vroeg.
6. Wat nu?
Er zullen na deze coronacrisis in bepaalde woonzorgcentra veel lege kamers zijn. Ze zijn er nu al, en ze kunnen niet direct gevuld worden. Naast de psychologische en morele klap die dat met zich meebrengt, betekent het ook een ernstig financieel verlies. Zal dat ook gecompenseerd worden, zoals andere sectoren een compensatie kregen?
Fundamenteler is de vraag of de woonzorgcentra zelf hiermee niet de doodsteek gekregen hebben. Wie wil daar nog gaan wonen? Wie wil zijn ouders daar nog achterlaten?
Veerle Beel
De paashaas
geraakt dit jaar
zijn ei
nergens kwijt,
want corona
is in het land
en dat is
wreed ambetant
voor wie her en der
in de vrije natuur
nu eitjes
leggen moet.
Blijf dus maar
in je kot
haastig dier,
en eet
je eieren maar
lekker zelf op.
Micheline Baetens – 11.04.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)