Dromen zijn geen bedrog

Ik heb vannacht van mijn man gedroomd, en het was geen mooie droom. Maar dat kan ook bijna niet anders als je meer dan veertig jaar voor een diabetespatiënt
hebt gezorgd.

Dat zorgen bestond de eerste dertig jaar vooral uit in het oog houden dat zijn suikergehalte in het bloed goed stond, vooral omdat hij dat niet altijd zelf voldoend nakeek. Overal waar we waren, overal waar we naartoe gingen was er altijd de bezorgdheid om dat ene onzekere dat ons en vooral hem in de problemen kon brengen. En ik heb vaak meegemaakt dat het uit de hand liep…

Niemand wordt graag geconfronteerd met zijn zwakheden en beperkingen, en al niet een jonge, sportieve man, die van het leven hield zoals ieder ander. Maar het zorgt er wel voor dat de rest van het gezin ook mee “ziek” is.

Mijn man had bij de geboorte al die slechte kaart getrokken, en diabetes is een sluipmoordenaar, je merkt er niets van dat iemand suikerziekte heeft, maar later, bij het ouder worden komen er dan wel de uiterlijk zichtbare sporen van aftakeling bij, want de aders slippen dicht en bij mijn man uitte zich dat vooral in een probleem met een doorbloeding van de tenen, de voeten en ook de benen. En natuurlijk met hartproblemen.

Tot uiteindelijk één been moest geamputeerd worden en hij ook een hartoperatie onderging. Daarna heeft hij nog redelijk mooie zes jaren geleefd, tot in februari 2011 een longontsteking hem fataal werd.

Deze hele coronacrisis maakt bij wijle de herinnering aan dit laatste terug levendig. Gelukkig heeft hij zelf nooit beseft hoe erg hij eraan toe was, en dat dit het einde was.

De droom van vannacht is wellicht een bewijs dat pijnlijke en droevige momenten nooit overgaan en de stress ervan blijft doorwerken je leven lang, ook onbewust. En daardoor ook zijn dromen niet altijd bedrog…

Verjaardagen

11 februari 2011,
Middernacht.
Ik moet een ambulance bellen,
En jij wordt naar het ziekenhuis gebracht.

11 februari 2011.
Ik ben 62 geworden.
Er wordt mij een verjaardagboeket bezorgd,
Door jou besteld vanop je ziekenhuisbed.

13 februari 2011,
’s Avonds,
Telefoon:
“Uw man is overleden.”

19 december 1968.
Op een mooie winterdag:
‘In ziekte en gezondheid.
Tot de dood ons scheidt.’

Micheline Baetens – 04 februari 2012

Beweeg in uw kot

Neen,
ik kan niet
zwemmen,
maar ook niet
vliegen,
zelfs niet lopen
zonder te vallen,
of heel lang
stappen
in de maat.

Maar,
wat ik wel kan
is zitten
zonder te bewegen
en liggen
zonder behoefte
om op te staan,
en dat urenlang
met het hoofd
in de wolken.

Micheline Baetens – 29.05.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

Corona verdeelt ons

“Coronavirus bracht ons eerst samen, nu verdeelt het ons” (VRT NIEUWS)

Inderdaad, al vaak persoonlijk ondervonden en ik ben er zelfs vrienden op FB door kwijtgeraakt. Geen groot erg, want uiteindelijk ben ik al die discussie en frustraties kotsbeu. Bovendien is het heel vermoeiend om de dingen te moeten uitleggen.

Ik lees haast alles over corona, en ik denk dus dat ik genoeg geïnformeerd ben om er op te reageren zoals ik er op reageer. Ik weet ook door mijn vroegere paniekaanvallen tijdens een depressie wat onredelijke angst met een mens kan doen en heb dus ook begrip voor wie er anders over denkt dan ik.

Of ik hierdoor tot de “rekkelijken” behoor weet ik niet, want ik overtreed geen enkele maatregel, ik heb er enkel serieuze bedenkingen en twijfels bij.

Op Facebook zit ik bij een groep die VRT Taal noemt en twee dagen na mekaar kreeg ik daar nogal wat negatieve commentaar op twee van mijn gedichten. Gisteren vonden de meesten het gedicht “Coronapijn” te negatief, en vandaag werd “De derde wereldoorlog” dan weer te positief geacht.

Zeker is dat corona de sfeer grondig begint te verpesten, maar nu ik weet dat dit eerder algemeen is en zoals ik al vermoedde niet aan wat ik denk en schrijf ligt, kan ik enkel maar blij zijn, dat ik niet teveel in aanraking kom met de buitenwereld.

De ego’s lijken buiten alle proporties te groeien, en de onverdraagzaamheid daardoor ook. Alles wordt persoonlijk en het brede plaatje ziet men niet meer.

Mensen zullen altijd mensen blijven en dus ook verdeeld, vooral wanneer men niets met zekerheid weet…

De lockdown veroorzaakt groeiende ergernis: “Coronavirus bracht ons eerst samen, nu verdeelt het ons”

De samenhorigheid uit het begin van de lockdown lijkt te verzanden in ergernis en frustratie binnen de bevolking. De ene ergert zich omdat de andere de regels niet nauw neemt. De andere stoort zich omdat hij niet mag doen wat hij graag wil. “Het is het verschil tussen de preciezen en de rekkelijken”, zegt socioloog Walter Weyns in “De wereld vandaag”.

VRT Nieuws – Jos Vandervelden – 28.05.2020

Is het de duur van de quarantaine? Is het de vaagheid van de maatregelen? Of is het de verminderde ernst nu de besmettingscijfers in dalende lijn zitten? Duidelijk is dat de naleving van de quarantainemaatregelen begint af te zwakken. Tegelijk groeit de discussie en de ergernis. Een deel van de bevolking zegt “foert”, een ander deel blijft nauwgezet alle adviezen opvolgen. Daartussen zit iedereen die een eigen invulling geeft aan het leven in lockdown. Waar in het begin van de quarantaine nog een gevoel van samenhorigheid bestond, lijkt dat nu weggeëbd in een sfeer van wrevel en onderlinge irritatie.

“Het coronavirus verdeelt”

Voor een socioloog als Walter Weyns van de Universiteit van Antwerpen is de lockdown een fascinerend gebeuren. “In het begin stonden we voor een gemeenschappelijke vijand. Die stond voor onze poort aan te kloppen. We werden collectief bedreigd en wisten dat er mensen getroffen zouden worden. Het ging om een gedeelde angst. In de beginfase heeft corona ons sterk verenigd rond een gemeenschappelijk thema. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een thema zo lang op de agenda stond. Alleen dat al bracht ons samen.”

Maar al vrij snel kwamen er barsten in de solidariteit. “Omdat betrekkelijk snel doordrong dat het virus ons niet allemaal op dezelfde manier treft”, meent Weyns. “Er zijn verschillen tussen generaties, tussen beroepsactiviteiten, wie wel een tuin heeft en wie niet, wie kinderen heeft en wie geen kinderen heeft… Het virus treft mensen op zeer verschillende wijzen. Het coronavirus verdeelt.”

“De preciezen versus de rekkelijken: “De lockdown zorgt voor breuken in de samenleving”

Sommige mensen kunnen heel strikt zijn in het naleven van de quarantaineregels, andere gaan er losjes mee om. Walter Weyns: “Maar er is meer dan het verschil tussen de rekkelijken en de preciezen. Je kan een precieze zijn en andere met het vingertje wijzen. Tot je toch eens een keer soepel bent en van het zonnetje wil genieten, dan ben je plots een rekkelijke. Er is niet één grote breuk. Vergeet het maar, de breuk is niet te trekken tussen alleen maar die twee groepen van uitersten”

“Nog het best te vergelijken met een gebarsten voorruit van een auto”

“Wat je tijdens de coronacrisis ziet gebeuren was al aanwezig”, concludeert Weyns. “Plotsklaps wordt dit nu uitvergroot, versterkt en voor iedereen zichtbaar. De samenleving is vloeibaar geworden, hypergedifferentieerd, super geïndividualiseerd. Het is nog het best te vergelijken met een gebarsten voorruit van een auto die breekt in allerlei stukjes.”

“Ieder past de regels op eigen manier toe”, aldus socioloog Weyns. “Maar er is nog meer aan de hand. De regels veranderden tijdens de lockdown regelmatig. Ze wijzigden of ze verzwakten en daardoor weten we het al helemaal niet meer. Plots zitten we met een erg zwak regelgevend kader. En dan wordt het moeilijk voor een geïndividualiseerde samenleving als de onze. We zijn mensen geworden die willen dat alles wat er gebeurt een gevolg is van de beslissingen die we zelf hebben genomen.
Maar plots is het institutionele kader helemaal onduidelijk geworden en weten we niet meer goed waar we aan toe zijn, wat te doen. Het verklaart waarom het leven in deze periode van quarantaine zo verwarrend is geworden.”

 

De derde wereldoorlog

De derde wereldoorlog
is voorbij,
en onze vijanden
worden terug
onze familie
en vrienden.

Het verzet is opgerukt,
en de geallieerden
die vrede en welzijn
brengen,
strooien hoop en inzicht
om zich heen.

Werp dus
jullie maskers weg
en adem weer
volop vrij,
want de derde wereldoorlog
is voorgoed voorbij!

Micheline Baetens – 28.05.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

Het eerste roosje

De laatste voorgezaaide struikbonen zitten in de grond en ik heb dit jaar patatten zonder er geplant te hebben.

De reuzegrote rabarber die heel graag overvloedig bemest wordt heeft het getroffen met zijn standplaats, want ik heb hem geplant op het stukje grond waar het vorige kippenhok en de ren stonden!

Het eerste roosje is altijd het mooiste en het Engels gras heeft de brexit overleefd…

Coronapijn

Woordpijn
want we praten
niet meer
met elkaar.

Luisterpijn
want we horen
elkaar
niet meer.

Bezoekpijn
want we ontmoeten
elkaar
niet meer.

Huidpijn
want we knuffelen
elkaar
niet meer.

Coronapijn
want we leven
niet meer
met elkaar.

Micheline Baetens – 26.05.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

De begrafenisondernemer

‘Je kunt al die regels niet consequent handhaven. Ik wil een mens zijn, niet een robot’

‘Het is ne covid.’ Of: ‘Het is gene covid.’ Zo klinkt het dagelijks door de telefoon van Gert Verhaert (42). De Antwerpse begrafenisondernemer kent het sterven: hij staat dagelijks kniehoog in het coronaverdriet. Dezer dagen is Verhaert op Eén te zien in drie nieuwe afleveringen van ‘Komen te gaan’, dat mooie document over mensen die om den brode een put graven voor een ander. Zelden vallen ze er zelf in.

HUMO – Jeroen Maris – 25.05.2020

GERT VERHAERT (Rustpunt Begrafenissen) «Het is soms het eerste wat je als begrafenisondernemer te horen krijgt van het ziekenhuis of het woon-zorgcentrum: gaat het om een coronadode of niet? Ik vind dat verschrikkelijk. Kun je mij niet eerst vertellen wie gestorven is? Hoe die man of vrouw geleefd heeft? Wie de geliefden zijn die achterblijven?

»Zoals iedereen zie ik elke dag de coronacijfers. Ik begrijp dat dat turven belangrijk is – natúúrlijk begrijp ik dat – maar ik hoop dat we een generatie doden niet gaan reduceren tot ‘de covids’. Mensen zijn meer dan het virus waaraan ze sterven, toch?

»Bovendien: hoe graag we de dingen ook in overzichtelijke tabellen gieten, in dit geval lukt dat gewoon niet. Stel: iemand sterft nu in een verkeersongeval. Dan wordt het lichaam niet getest op corona, en wordt die dood als een klassiek overlijden genoteerd. Maar dat sluit niet uit dat die persoon misschien wél besmet was, hè. Ik merk ook dat er veel meer thuisoverlijdens zijn dan gewoonlijk. Vermoedelijk zijn er veel mensen die zich niet lekker voelen, maar niet naar het ziekenhuis durven te gaan. En: ouderen die vermoedelijk corona hebben, maar bang zijn voor de isolatie en dus zwijgen. Als huisartsen daaraan meewerken, vind ik dat eerlijk gezegd alleen maar van menselijkheid getuigen. Als de bomma van 87 longproblemen en koorts heeft, ga jij haar dan doorverwijzen naar het ziekenhuis, in de wetenschap dat ze daar allicht in quarantaine moet, en de kans dus groot is dat ze in totale eenzaamheid sterft?

»Enfin, ik denk dat we rustig kunnen stellen dat er behoorlijk wat coronadoden níét in de statistieken zitten.»

HUMO Het zijn veelal snelle overlijdens: een corona-ziekbed duurt doorgaans niet lang.

VERHAERT «Onlangs belde een man me om alvast eens te informeren hoe het praktisch allemaal in z’n werk gaat na een coronaoverlijden. Zijn vader had net positief getest, en de vooruitzichten waren somber – de kans was reëel dat hij een paar weken later zou sterven. Een kwartier later belde de man me al terug: zijn vader was overleden.

»We behandelen een coronadode als een onverwacht overlijden. Het is nog het best te vergelijken met een dodelijk verkeersongeval: het komt snel en onverwacht. In zo’n geval is het belangrijk dat de begrafenisondernemer zijn tijd neemt. Want net na het overlijden zijn de nabestaanden in shock. Verder dan ‘Doe maar, meneer’ komen ze doorgaans niet. Ik geef de familie dan twee dagen de tijd om enigszins te bekomen. Want daarna zijn mensen wél in staat om uit te drukken hoe zij afscheid willen nemen.»

BRICO-BEGRAFENIS

Het sterven ontsnapt niet aan regels en reglementen. Tussen het gedroomde afscheid en de werkelijkheid staan wetten in de weg en praktische bezwaren – om eens een niet-coronadode te citeren.

VERHAERT «Er is een omslachtig protocol dat we moeten volgen. Als we coronadoden gaan ophalen in een ziekenhuis of een woon-zorgcentrum, moeten we een beschermingspak en een chirurgisch mondmasker dragen. En het draaiboek is heel strikt en klinisch. Binnengaan in het mortuarium. Het lichaam meteen in de kist leggen, in een dubbele lijkwade. De kist ontsmetten. En bij het buitengaan: al het beschermingsmateriaal weggooien. In theorie is dat logisch en verstandig, maar de praktijk laat zich moeilijker hanteren. We horen ons FFP2-masker na eenmalig gebruik weg te gooien, maar onze voorraad is klein. (Cynisch) En we weten allemaal dat je die chirurgische mondmaskers overal vlotjes kunt bestellen.

»Hoe logisch ook, iets in me revolteert tegen die maniakale voorzichtigheid. Je wordt verplicht om zo’n lichaam als een bacteriehaard te zien, in plaats van als een mens die net opgehouden is met denken, voelen en herinneren. In het crematorium sta ik vaak tussen een hoop kisten met een grote sticker erop: ‘Biohazard!’ Vanuit praktisch opzicht begrijp ik dat, maar moeten we dat écht doen? ‘Gevaarlijk biologisch afval’: dat is niet hoe ík iemand die net gestorven is wil noemen.»

HUMO De gesprekken met de familie horen jullie vervolgens op kantoor te voeren, en liever nog online.

VERHAERT «Er zijn collega’s die dat effectief doen, met de nabestaanden praten via Skype. (Schudt het hoofd) Ik kan me dat echt niet voorstellen.
»In het begin volgden we de maatregelen strikt op en vroegen we de mensen dus om naar ons rouwcentrum te komen. Dat heeft maar standgehouden tot het eerste thuisoverlijden. Toen moesten we dus het lichaam gaan ophalen en vervolgens zeggen: ‘Kom maar naar ons kantoor om daar alles te regelen.’ Volkomen absurd. Dus ja, wij gaan nog naar de mensen thuis. Maar we houden afstand, we nemen alcoholgel mee, we zorgen ervoor dat balpennen en foto’s niet van hand tot hand gaan. Opnieuw: heel logisch allemaal, maar het kost veel energie – energie die ik liever in de familie zou steken.»

HUMO Kan er nog een laatste groet gebracht worden aan een coronadode?

VERHAERT «Dat laten we over aan het ziekenhuis, want we hebben hier in ons rouwcentrum simpelweg de middelen niet om het protocol te volgen. Iedereen moet een beschermingspak aantrekken, en handschoenen en een mondmasker dragen. Het groeten hoort snel te gebeuren en vanop anderhalve meter afstand. Dat heeft niets meer te maken met hoe ik zo’n laatste groet zie: als nog één keer dichtbij komen. In een marsmannetjespak een geliefde dag zeggen: dat gaat niet, hè. Zeker als je dan ook nog eens te horen krijgt dat je je tranen maar moet laten lopen, ‘want je mag absoluut niet aan je gezicht komen’.

»Mensen die niet aan corona gestorven zijn, kunnen we wel nog steeds opbaren in het rouwcentrum. Maar ook dat is niet evident. Onlangs belde een man me huilend op: hij was besmet met corona, en dus kon hij zijn gestorven schoonvader niet komen groeten. Ik heb hem meteen geantwoord dat dat wél kon. We spraken een moment af waarop we zelf even niet aanwezig waren, lieten de deur openstaan en vroegen de man om niets aan te raken. En voilà: zo kon hij toch nog die laatste groet brengen.»

HUMO Misschien wel de droevigst stemmende maatregel: er werden aanvankelijk maar vijftien mensen toegelaten op een afscheidsplechtigheid – intussen zijn het er dertig.

VERHAERT «’We kunnen het afscheid beter in de Brico organiseren,’ zei een vrouw van wie de moeder gestorven was aan corona. ‘Want daar mag je met vijftig mensen komen binnenlopen.’ Je krijgt het niet uitgelegd aan mensen: in de IKEA ben je welkom, voor de Action staan lange rijen, in de kledingboetieks mag je vrolijk een nieuwe outfit kiezen. Maar in een gigantische kathedraal moet je met vijftien mensen afscheid nemen van iemand die gestorven is. Ik had een uitvaart in de Sint-Lambertuskerk in Ekeren: daar kunnen bijna vijfhonderd mensen binnen. Er zaten er zeven – want omdat de nabestaanden geen onmogelijke keuzes wilden maken, hadden ze alleen de allerdichtste familie uitgenodigd. Het was even onthutsend als surrealistisch: de dochter van de overleden vrouw las een tekst voor waar ze dagenlang op gezwoegd had – haar hele ziel zat erin, uit elk woord stroomde ontroering – in een galmende, lege kerk. Dat heb je met algemene regels: ze zijn nodig, maar ze leiden ook tot absurde toestanden.

»Het is telkens weer zo’n moeilijke, pijnlijke vraag: wie mag komen, en wie niet? En ik ben er niet van overtuigd dat het makkelijker wordt nu er dertig mensen toegelaten worden. In zekere zin is dat moeilijker dan vijftien, want dat komt in de praktijk meestal neer op de kinderen en de kleinkinderen. Bij dertig moet je kiezen uit de kring daarrond. Het was beter geweest om gewoon de graad van verwantschap te definiëren, in plaats van er een concreet getal op te plakken. Bijvoorbeeld: alleen de kinderen en de kleinkinderen, en – als die er zijn – de partner en de ouders.

»We raden aan om op de rouwbrief het tijdstip van het afscheid te vermelden. Zo kunnen mensen er tenminste toch in gedachten bij zijn. Soms staat er zelfs expliciet de vraag bij om op dat moment een kaarsje te branden, of op een andere manier de overledene te herdenken. Bij de kist of de urne leggen we ook altijd bloemen die de mensen symboliseren die er niet bij mogen zijn.»

HUMO Wat als er toch meer mensen dan toegelaten naar een afscheidsplechtigheid komen?

VERHAERT «Goh, hoe zal ik hierop antwoorden zonder mezelf in de nesten te werken? Laat ik het zo zeggen: wat doe ik als nonkel Luc ook absoluut binnen wil, terwijl dat niet de bedoeling is? De politie bellen? Nee, hè.»

HUMO Kan zo’n kleine kring ook een voordeel zijn? Er zijn op een afscheidsplechtigheid ook altijd mensen die uit beleefdheid komen, bij wijze van sociale verplichting, maar het grote verdriet van de nabestaanden niet delen. Of mensen die de overledene helemaal niet konden luchten.

VERHAERT «Inderdaad: het helpt soms dat er mensen níét bij zijn. We kennen in onze samenleving geen sociaal verband waarbinnen er zoveel suddert, sluimert en schuurt als in een familie. Er zijn altijd spanningen, nooit verteerde ruzies en ongemakkelijke relaties. Door de maatregelen is er nu een excuus om die ene tante niet uit te nodigen die al jaren niets meer met de familie te maken wil hebben, of die broer met wie de band volkomen verzuurd was.

»Nog een voordeel: kleiner betekent vaak persoonlijker. Onlangs stierf er iemand uit een grote familie die ik goed ken. In normale omstandigheden zou dat een barokke plechtigheid worden, wist ik, volgens de klassieke regels en met de gekende rituelen, en zonder eigen inbreng. Maar nu, in die kleine kring, was beslist dat iedereen foto’s van de overledene zou meebrengen naar de plechtigheid. En er was afgesproken dat ze die niet op voorhand aan elkaar zouden tonen. Dat leverde een heel spontaan, ontroerend afscheid op, ver weg van het klassieke protocol.»

HUMO ‘Gij zult anderhalve meter afstand houden’ geldt ook in de kerk of de aula.

VERHAERT «In het begin was ik daar ook heel strikt in. Altijd waken over die anderhalve meter, géén contact. Mensen waren daar soms zelfs té flink in. Dan kwam een gezin samen in de auto aan, en ging iedereen vervolgens netjes op anderhalve meter van elkaar zitten (lacht).

»De rauwe wreedheid van dat centimeters tellen zit voor mij vervat in één beeld: dat van een tachtiger die onlangs zijn vrouw moest begraven. In de kerk zat hij helemaal alleen – links en rechts van hem waren drie stoelen leeg gelaten. Dan wordt verdriet iets héél eenzaams, hè. Op het kerkhof zag ik hem moeizaam zijn rollator voortduwen, de familie op anderhalve meter achter hem. Plots stopte hij: het lúkte niet meer. Hij kon alleen nog hartstochtelijk huilen, maar niemand durfde te bewegen. Op zo’n moment wil ik een mens zijn, niet een robot die een paragraafje uit een protocol keurig volgt. En dus heb ik die man bij de arm gepakt. (Schudt het hoofd) Je kúnt al die regels niet consequent handhaven. Het is onmenselijk: je vraagt te veel van mensen met verdriet. Afstandelijkheid druist fundamenteel in tegen hoe ik een afscheid zie.»

HUMO Ook de koffietafel is nu verboden. Dat lijkt een detail, maar ik vind het telkens weer de enig denkbare manier om van stilstaan naar weer voortgaan te kunnen.

VERHAERT «Ik ben blij dat je dat opmerkt. Nu komen we op de begraafplaats, houden we daar nog een kleine ceremonie, en dan is het gedaan. Hop, iedereen naar huis! De auto in, alleen met je verdriet! Dat is hartverscheurend.

»Het is zo’n cruciaal ritueel, die koffietafel. Ik hou van het moment waarop de sfeer kantelt: de tranen zijn gedroogd, de stropdassen worden wat losser geknoopt, aan elke tafel hoor je het geroezemoes van de grote familieverhalen die verteld worden. Een koffietafel verzacht de dingen. Dat is nu bruutweg geschrapt.»

DE HEILIGE GRAAL

De dood is altijd weer een inbreker die met beschimmelde handschoenen een stuk van je geluk komt jatten. Corona heeft het allemaal nog zwaarder en zwarter gemaakt, ziet Verhaert.

VERHAERT «Het zijn onbehaaglijke tijden. Je mag niet onderschatten hoe bang mensen zijn. Angst regeert: angst voor het virus, angst voor een boete, angst voor een ontslag. Angst voor een toekomst die even geleden nog zo vanzelfsprekend leek. Als je dan ook nog eens met verlies geconfronteerd wordt, is dat van een haast ondraaglijke zwaarte.

»Voor de plechtigheid vraag ik nu altijd of iedereen comfortabel zit. Of er niemand is die zich op z’n ongemak voelt omdat er iemand te dichtbij zit. En daarna zeg ik dat ik het de rest van de dag niet meer over het c-woord zal hebben. Telkens weer zie ik dan een dankbare glimlach bij iedereen. Want zo’n virus is er te veel aan op een afscheid. Je wilt je verdriet, en alleen je verdriet.»

HUMO Door de quarantainemaatregelen hebben de nabestaanden de overledene vaak al lang niet meer gezien. En hebben ze dus ook geen afscheid kunnen nemen.

VERHAERT «Onlangs stierf een vrouw van wie de man ook besmet was met corona. Ze lagen beiden in het ziekenhuis, en mochten hun kinderen dus niet zien. Toen de mama stierf, mocht de papa geen laatste groet brengen, omdat een coronapatiënt niet in een andere afdeling van het ziekenhuis mag komen. Dat levert littekens op, hè. De doden zijn niet de enige slachtoffers van corona: ook van de achterblijvers wordt een stukje leven verwoest.

»Wie iemand verliest aan corona, krijgt te kampen met iets dat neigt naar het posttraumatisch stresssyndroom. Dat meen ik: die mensen maken iets mee dat én keihard én volkomen onverwacht én ontzettend bevreemdend is. En dan moet je hun een uitvaart aanbieden waarbij ze hun verdriet nauwelijks mogen ventileren, en al helemaal niet kunnen delen. Terwijl er maar één manier is om een trauma van je af te schoppen: erover vertellen – tientallen keren, honderden keren – en elkaar vastpakken. Dat kan nu allemaal niet, en ik verwacht dat de weerslag groot zal zijn.

»Om die reden leg ik de nadruk vooral op wat wél nog kan. Ik probeer mensen uit te leggen dat aan hun eigen grote verdriet, aan hun eigen verwerkingsproces, niet zo gek veel verandert. Een lege of een gevulde kerk: voor de eerste drie rijen maakt dat eigenlijk niet uit. Want pijn is pijn als je moeder sterft. Daarom blijft het belangrijk om van die plechtigheid iets moois te maken.»

HUMO Mensen kiezen er soms voor om het afscheid uit te stellen.

VERHAERT «Vooral in het begin van de crisis, toen we allemaal nog dachten dat het iets van een paar weken zou zijn, gebeurde dat. We hebben nog een aantal urnen bij ons staan van mensen die in de eerste week van de lockdown gestorven zijn. Ik vrees dat van uitstel afstel komt: ik denk niet dat je na pakweg een halfjaar nog de behoefte voelt om zo’n plechtigheid te organiseren.»

HUMO Je praat heel bevlogen over je vak. Is elke begrafenisondernemer zo betrokken bij het verdriet van z’n – opgepast: cynische term in aantocht – klanten?

VERHAERT «Helaas niet. Corona wordt soms zelfs misbruikt om te zeggen dat niets nog mogelijk is. ‘De maatregelen, meneer.’ En los van het virus zie ik al een poos een kwalijke tendens: grote ketens kopen zowat alle familieondernemingen op, en installeren daar hun koele, zakelijke manier van werken. Het gaat er ook allemaal zo snel: lichaam binnen, lichaam zo snel mogelijk weer buiten. Als zelfstandige begrafenisondernemer kun je daarentegen echt je ziel in je werk steken. Dat is gewoon anders. Een supermarkt is geen speciaalzaak.

»Ik krijg gigantisch veel families over de vloer die die afstandelijkheid niet willen, die een mens willen begraven in plaats van een factuur.»

HUMO Je ziet het ook aan de prioriteiten bij het versoepelen van de lockdown: alles is economie.

VERHAERT «Ja. En er is nog iets wat me stoort: we leven in een overwetenschappelijke maatschappij. Harde feiten zijn de heilige graal. Kennis en controle. Alleen wat bewezen is, is waar, en iets bestaat pas als het een plaats kan krijgen in grafieken en tabellen. Ik voel me daar heel onbehaaglijk bij. Waarom moeten we alles absoluut kunnen meten? Waarom is er geen plaats meer voor wat we niet kunnen verklaren, voor verbeelding en intuïtie? Je merkt het aan de stelligheid waarmee de mogelijkheid van een leven na de dood weggelachen wordt. Ik durf niet zeggen dat er hierna niets meer volgt, hoor. Want ik wéét dat simpelweg niet. Zomaar zeggen dat er niets is, dat vind ik pretentieus.

»Enfin, dat is een voorbeeld, maar het gaat nog veel verder. In zo’n maatschappij van de feiten moet alles clean en comfortabel zijn. Wat groter is dan de wetenschap, wat ons uit evenwicht zou kunnen brengen omdat het niet te vatten is in een wiskundig bewijs, stoppen we weg. De dood is daar het beste voorbeeld van. We negeren die, we doen alsof ze niet bestaat. Vroeger was dat anders: zestig jaar geleden stierven mensen thuis, en schoten familie, buren en vrienden je een week lang te hulp. De dode werd gewassen, er was plaats voor rouw, mensen dronken samen koffie – zo is trouwens de koffietafel ontstaan. De dood was zichtbaar en aanwezig. Letterlijk: iedereen in het dorp zag weleens een dood lichaam. Nu sterven de meeste mensen in een ziekenhuis of een woon-zorgcentrum. En hoe reageren we – vooral dan de mensen van mijn generatie? We maken het einde liever niet mee. We willen de bomma niet zien in haar laatste uren. En we vinden het te confronterend om een laatste groet te brengen.

»Ik heb zelf al vier keer de hand vastgehouden van iemand die stierf: dat is iets móóis. Maar als je je afwendt van verval en vergankelijkheid, als je je terugtrekt in je leven van zakelijkheid, competitie en succes, dan wordt de dood plots iets lelijks. Ik zie vaak een soort van boosheid: mensen zijn gechoqueerd omdat uitgerekend in hún familie iemand doodgaat. Want ze weten niet meer dat dat de natuurlijke gang van zaken is, dat elke familie z’n verliezen telt. De dood is een vergissing geworden, of erger nog: een nederlaag.»

BLOEMEN EN KRANSEN

Zes jaar zit Verhaert intussen in het vak, en hij praat erover met een kristallen enthousiasme. Bijzonder is dat, want ‘Later wil ik begrafenisondernemer worden’ treft men eerder zelden aan in poëziealbums van lagereschoolkinderen.

VERHAERT «Het is een roeping. Een late roeping, weliswaar: mijn ogen zijn opengegaan toen mijn schoonvader stierf. De schoonheid van de stiel van begrafenisondernemer trof me. Ik heb toegepaste psychologie gestudeerd, en ik zocht naar een manier om van betekenis te zijn voor mensen. En plots zag ik het: dat kon ik het best als begrafenisondernemer.

»Een uitvaart is een middel om verlies te verwerken. Geen doel op zich. Dat is niet gewoon een nuance, wel een cruciaal verschil.»

HUMO Leg ’s uit?

VERHAERT «Drie generaties geleden waren begrafenisondernemers timmermannen. Ze maakten een kist en droegen die naar de kerk. Al de rest was voor de pastoor. Zo eenvoudig zat de maatschappij zestig jaar geleden in elkaar. De volgende generatie dacht: we doen er wat bloemekes bij. En de generatie daarna begon oog te hebben voor de kracht van mooie woorden. Zo is alles beginnen te schuiven, maar nog steeds zijn er veel begrafenisondernemers die vinden dat ze gewoon voor een mooie uitvaartplechtigheid moeten zorgen: een geschikte kist, voldoende bloemen en een troostend muziekje. Alleen: dat volstaat niet meer. De seculiere samenleving rekent niet meer op de pastoor, die vroeger het hele menselijke aspect op zich nam – de nabestaanden laten praten, mensen troosten, verdriet omarmen. Nu is daar een leegte. Mensen verliezen iemand en weten niet hoe ze vervolgens voort moeten.

»De afscheidsplechtigheid moet uiteraard onberispelijk zijn, maar voor mij zit de essentie van mijn werk in de week die daaraan voorafgaat. In die dagen moet iedereen het gevoel hebben dat hij of zij op een persoonlijke manier kan bijdragen aan een mooi afscheid. Dat staat haaks op hoe het in dit vak lang ging, en soms nog gaat. ‘Oei, er is iemand gestorven? Wij zullen het allemaal wel regelen.’ Daar help je mensen niet mee. Je moet ze vragen wat ze willen, wat ze zelf kunnen doen, waar de gevoeligheden liggen. En wat er nog allemaal gezegd moet worden. Want het gebeurt zo vaak dat mensen vinden dat hun relatie met de overledene niet klaar was. Dat er nog een gesprek had moeten zijn, dat er dingen niet uitgeklaard werden, dat de grote verzoening er niet gekomen was. Hol je daar als begrafenisondernemer gewoon overheen, dan zal de plechtigheid geen groot louterend effect hebben op die mensen. Dan laat je ze achter met spijt of rancune.»

DE KOLIBRIE

Ik vertel Verhaert over de mooiste mensen die ik ken. Hilda en Jozef, Rosa en Frans, mijn grootouders, gestorven vóór corona, die ik zo erg mis. Van die vier begrafenisplechtigheden herinner ik me telkens het einde: het schuifelen over de koude plavuizen in de kerk, dan weer de deur naar de wereld door. En het warme zonlicht dat buiten zonder waarschuwen op me regende, en riep dat alles voortaan anders zou zijn, en toch hetzelfde.

VERHAERT (knikt) «Heel herkenbaar. Een mooie uitvaart is een cadeau: we komen als andere mensen terug van een begrafenis. Het is de beste cursus mindfulness die er bestaat. Zelf heb ik ook al ervaren hoe ingrijpend het kan zijn: mijn vader en ik werden veel fysieker met elkaar na de dood van mijn grootouders. Op de begrafenis hebben we elkaar eens goed vastgepakt, terwijl we voorheen elkaar nooit meer dan een hand gaven.

»(Denkt na) Ik kom mezelf heel erg tegen in deze periode. Ik besef nu hoe hard ik dat nodig heb, iets betekenen voor mensen die net de grond onder hun voeten voelden openscheuren.»

HUMO Dat begrijp ik. Maar de consequentie is wel dat je voortdurend omgeven bent door de dood.

VERHAERT «Eerlijk: ik heb nauwelijks behoefte aan iets anders. Het vervult me helemaal. Dit is één van de enige sectoren waarin je de naakte mens te zien krijgt. Je wordt binnengelaten in families, in mensenlevens, en niemand doet zich anders voor dan hij is.»

HUMO Betekent die passie dat je heel gevoelig bent? Of net het omgekeerde: dat je een vaccin tegen verdriet hebt?

VERHAERT «Het eerste: als je het goed wilt doen, móét je gevoelig zijn. De helft van de tijd sta ik mijn tranen te verbijten. Het gaat over inleving. Over dingen – in weerwil van het cliché – wél mee naar huis nemen. Als je na de uitvaart van een kind niet huilend in je auto zit, moet je iets anders gaan doen. In heel drukke periodes gebeurt het soms dat ik het allemaal niet meer zo intens voel. Zodra ik dat merk, ga ik een eindje wandelen. Een afgestompte begrafenisondernemer is een slechte begrafenisondernemer.

»Ken je dat Japanse verhaal van de kolibrie? Een groot bos staat in brand, en alle dieren staan aan de rand te kijken naar het vuur dat hun huis vernietigt. De kolibrie vliegt naar een nabijgelegen beekje, pikt daar een druppel water op, en laat die los boven het bos. En dat herhaalt hij de hele tijd. De andere dieren vragen wat hij in hemelsnaam aan het doen is. En de kolibrie antwoordt: ‘Ik doe wat ik kan.’ Dat is wat wij doen: wat we kunnen.»

https://www.humo.be/meningen/waarom-moet-de-hele-economie-stilgelegd-worden-als-de-ouderen-spijtig-genoeg-toch-het-slachtoffer-van-corona-worden~b84926c8/?utm_medium=Social&utm_source=Facebook&fbclid=IwAR2MTdOUlDPzpkIZ8ShcpTaTwnGGSwudW2DbLk7ek3PpZLAmNh279R–ae8#Echobox=1590428145

https://www.humo.be/meningen/de-psychiatrische-patient-wordt-opnieuw-de-dupe-van-een-maatschappelijke-crisis~b1ba37e8/?utm_source=messagent&utm_medium=email&utm_campaign=Humo%20Vandaag-2020-05-25-1721&utm_content=artikel&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e