Beau et con à la fois!

Etre une heure, une heure seulement,
Etre une heure, une heure quelquefois,
Etre une heure, rien qu’une heure durant,
Beau, beau, beau et con à la fois!

Geen spijt hebben, geen wrok koesteren, en ook geen verwachtingen, maar af en toe enkel  jezelf zijn, een schoon mens en toch ook zo verschrikkelijk gek en onwetend!

Ik heb geleefd

Ik heb gedoold,
maar ben nooit
verdwaald.

Ik heb bedrogen,
maar enkel
mezelf.

Ik ben fout geweest,
maar enkel
uit onwetendheid.

Ik heb geloofd,
maar ook
getwijfeld.

Ik heb gezorgd,
maar niet genoeg
voor mezelf.

Ik heb gezocht,
maar op de verkeerde
plaatsen.

Ik heb geleefd,
en vooral
veel geleerd.

Micheline Baetens – 07.11.2018

 

Herman Brusselmans over burn-out

Te nemen met een hele grove korrel zout!!! Hij mag dat schrijven, het is tenslotte een komiekske. En als dokters onzin mogen vertellen over burn-out en depressie, mag Herman dat zeker ook!

Herman Brusselmans: ‘Een burn-out is voor losers’

HUMO – Maandag 25 maart 2019

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Een burn-out is voor losers. Het is een onnozel modeverschijnsel, een weg te wuiven non-event, een aandoening die honderd keer minder erg is dan een lopende neus, jeuk aan je ellebogen of je sperma of kutvocht dat enigszins ruikt naar de mesthoop op het erf van boer Teunis. Overigens zal boer Teunis nooit een burn-out krijgen. Die heeft daar geen tijd voor. Ik ken boer Teunis uit Waarschoot redelijk goed, omdat ik bij hem het hooi ga halen voor m’n twee konijnen Sam en Goris.

Op een keer gedroeg één van de koeien van boer Teunis zich enigszins raar. Zij at praktisch niks meer, liet haar kop hangen en gaf minder melk dan vroeger. Dus boer Teunis belde de dierenarts. Die kwam algauw aangereden in z’n Volvo XC60, stapte uit, spuwde op de grond, trok aan z’n sigaar en schudde de verweerde klauw van boer Teunis en die van boerin Mai Tai – boer Teunis heeft een paar jaar geleden een vrouw gekocht in Thailand, omdat hij hier geen geschikte kon vinden, al had hij medegedaan aan de voorselecties van ‘Boer zkt vrouw’. Maar hij was niet geselecteerd omdat hij tegen Dina Tersago had gezegd: ‘Laat mij je preut zien, dan steek ik er een voederbiet in.’ Hoe dan ook, de dierenarts onderzocht de koe die zich ietwat mottig voelde, en besloot: ‘Teunis, dit dier heeft een burn-out.’ Dat moet je net tegen boer Teunis zeggen. Hij haalde z’n jachtgeweer en schoot de koe een kogel tussen de ogen. ‘Ze zal nu wel geen burn-out meer hebben,’ zei hij.

Ik haal dat voorbeeld aan om te evoceren dat het volgens universitair geschoolde onderzoekers zover is gekomen dat de burn-out omstandig om zich heen grijpt, en nu zelfs dieren ziek kan maken. Laat mij niet lachen. En lachen is wat ik doe als ik lees wat de zogenaamde kernsymptomen van een burn-out zijn. Ten eerste, fysieke en mentale uitputting. Ten tweede, weerstand tegen het werk. Ten derde, cognitieve ontregeling zoals geheugen- en concentratiestoornissen. Ten vierde, emotionele ontregeling. Met andere woorden, de koe van boer Teunis was mogelijk emotioneel ontregeld omdat de stier te weinig aandacht aan haar besteedde. Doch nu serieus. De burn-out overvalt vaak mensen die de werkdruk niet meer aankunnen. Terwijl praktisch iedereen maar wat aanmoddert op z’n werk, om de twee uur een koffiepauze inlast, bij een lopende neus een doktersbriefje krijgt waarop minstens vier dagen ziekteverlof worden vastgelegd, en in plaats van effectief te werken meer tijd steekt in het flirten met de secretaresse van de baas, een griet die door al dat geflirt mentaal wordt uitgeput en een burn-out krijgt. Nou ja, dan had ze op de werkvloer maar niet moeten rondparaderen in een minirok en met een decolleté tot aan haar voetzolen. Cognitieve ontregeling? M’n reet. De meeste pipo’s weten niet eens wat cognitiviteit betekent, laat staan dat ze erdoor ontregeld zouden worden. Weet je wat het is? Tegenwoordig is nagenoeg iedereen een lamzak die alleen maar vakantie wil, en ontspanning, en ‘er even uit zijn’, en een skireis, en een reis naar de zon en een citytrip, en zwangerschapsverlof en prepensioen en al die shit, met maar één doel, en dat is niet het vermijden van een burn-out, maar wel profiteren op de kap van de weinigen die wél serieus werken, die hun werk leuk vinden, die tevreden zijn met wat ze hebben en die nog liever zouden doodvallen dan zich ooit te onderwerpen aan een debiele burn-out.

Wat opvalt, is dat zelfstandige ondernemers zelden of nooit een burn-out hebben. Die hebben wel wat anders aan hun hoofd. Neem mij nu. Door m’n onafgebroken en bijzonder prettige schrijfarbeid heb ik geen behoefte aan uitputting, weerstand of ontregeling. Of denk je dat ik, terwijl ik bezig ben aan het spannende laatste hoofdstuk van m’n op stapel staande roman ‘Tegen de wind in schijten’, ineens denk: oei oei, wat voel ik een burn-out opkomen, ik moet snel twee weken in m’n bed gaan liggen. Vergeet het. Verder schrijven, godverdomme!

De universitaire onderzoekers hebben een test verzonnen, bestaande uit een aantal vragen, en uit de antwoorden kan opgemaakt worden of je een burn-out hebt, ofwel een dipje. Een dipje? Laat me alweder niet lachen! De stier van boer Teunis, díé heeft een dipje, want van al die koeien te neuken is hij ietwat in de war en krijgt hij jeuk aan z’n ellebogen. We kunnen besluiten dat onderzoekers zich beter zouden bezighouden met ernstige zaken, en niet met ridicule tekenen van deze slappe tijden, zoals de uit de lucht gegrepen burn-out en het van de pot gerukte dipje.

Ik wens Herman van harte een burn-out toe,  want het geeft je een totaal andere kijk op de dingen van het leven, en dat kan alleen maar inspirerend werk, maar ik lees hem nu ook al graag!

BOEK: De zin van denken

Hoe kan het denken ons een richting geven in de wereld van vandaag, waarin verstandige reflectie verder weg lijkt dan ooit?

Deze vraag pakt Markus Gabriel op in zijn boek ‘De zin van het denken’. Hij laat de lezer zien op welke manier filosofisch nadenken ons kan wapenen tegen de stroom van propaganda, nepnieuws en andere onzin die ons dagelijks overspoelt via de sociale en andere media.

Hij laat zien op welke manier echt denken verschilt van de logica die aan deze uitingen ten grondslag ligt. Kunstmatige intelligentie is volgens Gabriel nadrukkelijk zonder intellect. Gevoeligheid voor het verschil tussen beide vormen van intelligentie maakt ons weerbaar tegen de macht van data, informatie en technologie.

Voor Gabriel is denken een zintuig. Net als horen, zien, proeven en voelen, betasten wij al denkend de werkelijkheid. Het is deze specificiteit van het denken die tegenwoordig in de vergetelheid is geraakt doordat denken doorgaans wordt geduid in termen uit het techno-wetenschappelijke discours. Volgens Gabriel doet dit het denken ernstig tekort en is het van levensbelang te achterhalen wat denken eigenlijk is, alleen op die manier voorkomen we dat we het slachtoffer worden van de digitalisering en veranderen in hopeloze info-junks en technozombies.

Markus Gabriel (1980) is de jongste hoogleraar filosofie die ooit in Duitsland werd benoemd. Hij werkt aan de Universiteit Bonn en publiceert zowel wetenschappelijke filosofische werken als meer populair wetenschappelijke boeken. In Nederland was hij een van de filosofen van de G8, de door Filosofie Magazine georganiseerde bijeenkomst met de acht belangrijkste filosofen van vandaag.

Wanneer de lente komt

Wanneer de lente komt,
en als ik dan al dood ben,
zullen de bloemen net zo bloeien
en de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is.

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
en het was overmorgen lente,
zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zo is als het moet zijn;
daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
want alles is werkelijk en alles is zo als het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.

Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben.
Dat wat zal zijn, wanneer het zal zijn, zal zijn dat wat het is.

FERNANDO PESSOA (1888-1935)

BOEK: De Nietzsche-biografie: ‘Ik ben dynamiet’

De Nietzsche-biografie: ‘Ik ben dynamiet’
De man achter de walrussnor

Doorbraak – 22 maart 2019 – Chris Ceustermans

Friedrich Nietzsche (1844-1900) is een van de meest invloedrijke denkers van de moderne tijd. Tegelijk lijkt hij de meest ongrijpbare en tegenstrijdige filosoof ooit. In de trefzekere biografie Ik ben dynamiet brengt schrijfster Sue Prideaux het niet-alledaagse leven van ‘de filosoof met de hamer’ in kaart.

Een ongrijpbaar denker

Ik ben dynamiet: een uitstekende titelkeuze voor een Nietzsche-biografie. Zoals het Darwinisme of de relativiteitstheorie onze kijk op de wereld voorgoed veranderden, schudde ‘de filosoof met de hamer’ onherroepelijk het mensbeeld door elkaar. Zijn nietsontziende aanval op het metafysische denken en op religie trok diepe sporen door het Westerse zelfbeeld.

Nietzsches grote roeping was de mens los te weken van de ‘decadente’ illusies. De christelijke godsdienst en de kleinburgerlijke moraal hadden de mensen, in zijn ogen, zwak en slaafs gemaakt, te veel gericht op blinde sympathie met alles en iedereen die zwak is en lijdt. Dat ondermijnde de dionysische levenskracht en genialiteit van de ware mens en leidde, aldus Nietzsche, tot een slavenmoraal zoals die van het socialisme, waarvan vooral een manipulerende ‘priesterkaste’ profiteert. De mens moet zichzelf durven zien zoals hij is: eeuwig in wording en altijd op zoek naar macht.

Nietzsches weinig systematische en dikwijls in aforismen verwoorde ideeën zouden in de meest tegenstrijdige stromingen opduiken: in de sociobiologie, het linkse deconstructivisme en relativisme, het nazisme dat Nietzsches concepten Wille zur Macht en Übermensch misbruikte… Ook August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Henry van de Velde, de oprichters van het eerste moderne Vlaamse culturele tijdschrift Van Nu en Straks, waren fervente lezers van Nietzsche en Tolstoi. Alleen al om dat niet te overschatten culturele belang van de Nietzsche-figuur is een kennis van diens leven belangrijk.

De filosoof als jazzpianist

Bijna de helft van Prideaux’ biografie zoomt in op Nietzsches jeugd en op de cruciale, alles verschroeiende relatie die hij tot halfweg de jaren 1870 met de componist Wagner had. In die periode publiceerde hij slechts een handvol jeugdwerken zoals De geboorte van de tragedie uit de geest van de muziek. Prideaux, naast biografe ook romanschrijfster, toont met sprekende details dat die vormingsjaren een sleutel zijn tot Nietzsches werk.

Nietzsche was voorbestemd om dominee te worden zoals zijn aan ‘hersenverweking’ gestorven vader Karel Ludwig. Nietzsche was vier toen die stierf. Zijn moeder en zijn zus Elisabeth projecteerden al hun maatschappelijke en religieuze ambities op die enige zoon. Nietzsche werd niet alleen een ‘vadervervanger’, maar ook hun levensproject. Niets was voor de ‘Bildung’ van Friedrich te veel.

Zo kocht moeder Nietzsche niet alleen een piano, ze leerde zichzelf pianospelen opdat ze die vaardigheid aan haar zoontje zou kunnen overbrengen. Nietzsche bleek trouwens als gauw een muzikaal ‘wonderkind’. Hij verbaasde zijn strenge leraren met zijn talent om muziek van het blad te lezen en vooral door de woeste improvisaties op piano die zijn publiek in vervoering kon brengen. Zelfs Wagner en zijn minnares zouden later bewondering hebben voor Nietzsches improvisatiekunst — zij het veel minder voor zijn ambities als componist. De zoektocht naar een roes bleek diep in de jonge Nietzsche geworteld. Later zou hij die artistieke, dionysische roes in zijn taal en in zijn wilde gedachtesprongen laten weerklinken.

De klassieke filoloog en de componist

Op zijn dertiende werd Nietzsche toegelaten tot de Pruisische eliteschool Pforta. Prideaux schetst in detail het zware programma dat de leerlingen daar van zes uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds volgden. Het leerplan hield in dat de leerlingen zich klassieke Griekse en Latijnse teksten eigen maakten. De toen reeds door dagenlange hoofdpijnen gekwelde Nietzsche maakte er grote indruk: hij studeerde af op een diepgaande in het Latijn geschreven studie over de obscure, zesde-eeuwse Griekse dichter Theognis van Megara. Daarnaast manifesteerde hij zich als een briljant en hypnotiserend pianist. Het wekt dan ook geen verwondering dat Nietzsche reeds op zijn vijfentwintigste buitengewoon hoogleraar klassieke filologie in Basel werd.

Wikimedia Commons

De familie Wagner: Richard en Cosima bovenaan rechts en midden
Het was bij Basel dat Nietzsche de veel oudere componist Richard Wagner leerde kennen. Binnen de kortste keren leken beide mannen zielsverwanten. De ex-revolutionair en voormalig democratisch activist Wagner componeerde in die periode aan zijn mythische Ring-cyclus waarmee hij oude Germaanse oermythes tot leven wilde wekken om de steriliteit en eenzijdige intellectualisme van de Westerse cultuur te overwinnen. Ik ben dynamiet beschrijft meesterlijk hoe Wagner en Nietzsche elkaar die eerste jaren omarmden; een tandem dat de te cerebrale Duitse cultuur wilde wakker schudden. Nietzsche werd een intieme gast in het Wagner-huis te Tribschen, waar hij een eigen werkkamer kreeg. Nietzsche leek bovendien een semi-erotische relatie te onderhouden met Wagners minnares, pianist Liszts dochter Cosima. Die vereerde Nietzsche niet alleen als revolutionair filosoof, maar ook als pianist met wie ze graag quatre-mains speelde.

Wonderprofessor wordt stateloze zwerver

Prideaux neemt alle ruimte om de barsten in de relatie tussen Wagner en Nietzsche te schetsen. Die barsten waren deels emotioneel: Nietzsche kon moeilijk verkroppen dat de grote componist Wagner weinig interesse toonde voor Nietzsches uitgeschreven, muzikale composities. Wagner werd steeds meer een prestigeproject van de romantische Beierse koning Ludwig. Deze liet uit Wagner-verering in Bayreuth een grootse concertzaal liet bouwen. Voor de ziekelijke individualist Nietzsche leek dit op een ‘uitverkoop’.

Vooral filosofisch groeide er tussen de mannen een kloof. Na Duitse overwinning in de Frans-Duitse oorlog van 1870, waarin Nietzsche als verpleger dienst neemt, zwolg Wagner in de overwinningsroes. Hij stelde zelfs dat Pruisen dat door Frans-Joodse trivialisering verziekte Parijs moest ‘plat leggen’. Nietzsche nam afstand van dit lokaal nationalisme. Hij werd met een barbaarse zijde van dat dionysische levensgevoel geconfronteerd en zocht naar een rationeel tegengewicht.

Dat rationele verliep bij hem steeds moeizamer. Nietzsche leed te vaak aan gruwelijke hoofdpijnen en oogkwalen om zijn professoraat in Bazel te kunnen vervullen. Gelukkig had hij daar beschermheren die ervoor zorgden dat hij met een uitkering op non-actief kon worden gesteld.

Nadat Nietzsche zich losmaakte van Wagner en de universiteit, begon het eindeloze zwerven met een koffer vol boeken, tussen het warme Italië en het Duitse hooggebergte. In deze derde levensperiode wordt Nietzsche een eenzaat, op enkele oude vrienden na en een handvol verliefdheden op knappe, begaafde vrouwen als de sensuele en kosmopolitische Lou Salomé — die ook de hoofden van Rilke en Freud op hol zou brengen. Prideaux beschrijft met veel inlevingsvermogen hoe tijdens de reizen Nietzsches langs de ravijn dansende oeuvre op korte tijd tot stand komt; in een onleesbaar handschrift gepriegeld en grotendeels op eigen kosten uitgegeven.

Zachte man achter militaristische walrussnor

Nietzsche verkocht in zijn productieve periode nooit meer dan enkele honderden exemplaren. Intussen had hij af te rekenen met zijn moeder en zuster die steeds meer ontgoocheld waren nu hun ‘dominee-project’ zich ontpopte als moordenaar van god. Zus Elisabeth ontpopte zich bovendien als een antisemitische militante en huwde de anti-Joodse agitator Bernhard Förster.

Voor een niet-Nietzsche-specialist zoals ikzelf, is het verrassend om te lezen hoe diplomatisch de zo radicale filosoof met zijn opdringerige vrouwelijke familieleden omgaat. Hoewel Nietzsche een afkeer had van antisemitisme, hoedde hij er zich voor om frontaal tegen zus Elisabeth in te gaan. Een van de verrassingen van de biografie is hoe zacht en hoffelijk de man achter de walrussnor meestal was tegenover zijn omgeving.

Door zijn existentiële, lichamelijke en emotionele worstelingen slaagde hij er nochtans nooit in om een duurzame relatie met het andere geslacht uit te bouwen. De enige seksuele sporen die Prideaux opdiept, tonen een zeer sporadische prostituee-bezoek. Wagner uitte zich tegenover een bevriende arts trouwens erg bezorgd over Nietzsches gezondheid omdat hij vermoedde dat die door masturbatie ziekelijk werd. (Deze gênante ontboezemingen van Wagner kwamen Nietzsche later ter ore en waren niet bevorderlijk voor de relatie tussen de Germaanse reuzen.)

Pijnlijke epiloog

In het laatste deel van haar biografie behandelt Prideaux sober en zakelijk Nietzsches totale implosie vanaf 1889. Hij belandde in de psychiatrie en werd daarna in huis gehaald door zijn moeder en zus, die de steeds meer catatonische Nietzsche verzorgen.

Ironisch genoeg is het net in de periode waarin Nietzsche niet meer leest, schrijft en zelfs niet meer spreekt dat hij in West-Europa een reputatie als authentiek denker begint te verwerven, zoals bij de Van Nu en Straks-beweging in Vlaanderen en Brussel. Tijdens de laatste jaren van Nietzsche leven weet Elisabeth fondsen te verzamelen voor een Nietzschearchief in Weimar — mede optrokken door de Belgische Van Nu en Straks-oprichter Henry van de Velde.

Daar brengt Nietzsche zijn laatste jaren door als lege schelp. In 1900 sterft ook dat omhulsel. Elisabeth eigent zich alle rechten op Nietzsches nalatenschap toe en flanst op basis van ongepubliceerde fragmentjes het boek De wil tot macht in elkaar. Daarmee weet ze Nietzsche in een nationaalsocialistisch kamp te schuiven. Het is niet voor niets dat Hitler in 1933 het Nietzschearchief zal bezoeken.

Wie gedetailleerde informatie zoekt over hoe Nietzsche door zijn zus als manier als instrument van nazi-gedachtegoed werd ingeschakeld, blijft in Prideaux’ boek grotendeels op z’n honger. Over die pijnlijke epiloog bij Nietzsches leven zijn andere en meer uitvoerige boeken geschreven. Wie echter zoekt naar de menselijke en sociale achtergronden van Nietzsches zo invloedrijk en fascinerende boeken op het kruispunt van filosofie, poëzie en waanzin, die heeft aan Ik ben dynamiet een stevige en soepel geschreven brok die zich ook makkelijk door niet-filosofen laat lezen.


Titel
Ik ben dynamiet
Subtitel
Het leven van Nietsche
Auteur
Sue Prideaux
Uitgever
De Arbeiderspers
ISBN
978-90-295-2379-0
Onze beoordeling

Aantal bladzijden
455
Prijs
€ 41.99

De caissière

Voor mijn schoondochter.

De caissière

Je auto kent de weg naar de supermarkt: bevroren
wacht de kudde bewusteloze beesten
op de parkeerplaats; binnen voel jij je verloren
als een werktuig dat zoekt naar zijn meester.

Sainsbury’s is een boomgaard, een aardappelveld:
bedremmelde broden kennen hun plaats,
de zalm zwijgt stug, het lam is uitgeteld,
bonen berusten in hun blik, en jij weerkaatst

je dwalende soortgenoten. Overal kalkwitte schemering.
De melk. De blote kip. Geen hoeve om je te verwarmen.
Dan is het postume jagen en plastic verzamelen voorbij

en ben je een schakel in een volautomatische rij
die naar een caissière sjokt. Ze kijkt op: je bent een ding
dat stil zou willen vallen in haar armen.

Benno Barnard

Het vuur

De Engelse stand-up-comedian, acteur,schrijven, presentator, en activist, Stephen Fry, legt hier op merkwaardige wijze, b.m.v. de Griekse mythologie van Prometheus en de opgang van het internet, uit hoe hij de toekomst van de mensheid ziet.Zes minuten en twintig seconden voedsel voor mensen voor wie nadenken een hobby is…

Geplaatst door Renaat Van Poelvoorde op Maandag 19 maart 2018

 

De Engelse stand-upcomedian, acteur, schrijver, presentator, en activist, Stephen Fry, legt hier op merkwaardige wijze, d.m.v. de Griekse mythologie van Prometheus en de opgang van het internet, uit hoe hij de toekomst van de mensheid ziet. Zes minuten en twintig seconden voedsel voor mensen voor wie nadenken een hobby is.

Mooi uitgelegd! Sommige mensen hebben toch wel al degelijk het vuur vind ik, maar men negeert hen omdat men er bang voor is. Ze zijn zo vrijdenkend!

Natuurlijk

Natuurlijk
houdt niemand
echt van jou,
waarom
zouden ze ook,
je bent geen toetje
en nog minder
een lepeltje
honing,
integendeel
je bent
een bittere pil
waarin menigeen
zich verslikt,
en het ergst
van al,
je bent niet te koop.

Micheline Baetens – 19.03.2018

De legende van de Waarheid en de Leugen

Tableau : “La Vérité sortant du puits” Jean-Léon Gérôme, 1896.

Selon une légende du 19e siècle la Vérité et le Mensonge se sont rencontrés un jour. Le Mensonge dit à la Vérité :
” Il fait très beau aujourd’hui”

La Vérité regarde autour d’elle et lève les yeux au ciel, le jour était vraiment beau. Ils passent beaucoup de temps ensemble jusqu’au moment d’arriver devant un puits. Le Mensonge dit à la Vérité :
“L’eau est très agréable, prenons un bain ensemble !”

La Vérité encore une fois méfiante touche l’eau, elle était vraiment agréable. Ils se déshabillent et se mettent à se baigner.

D’un coup, le Mensonge sort de l’eau, met les habits de la Vérité et s’enfuit. La Vérité furieuse sort du puits et court partout afin de trouver le Mensonge et de récupérer ses habits. Le Monde en voyant la Vérité toute nue tourne le regard avec mépris et rage.

La pauvre Vérité retourne au puits et y disparait à jamais en cachant sa honte.
Depuis, le Mensonge voyage partout dans le monde habillé comme la Vérité, en satisfaisant les besoins de la société, et le Monde ne veut dans aucun cas voir la Vérité nue.

Ontmasker de leugen en schaam je nooit voor de waarheid, wanneer je niet je leven lang in die put wilt zitten!

“Het is makkelijker mensen voor de gek te houden dan ze ervan te overtuigen dat ze voor de gek gehouden zijn.” Mark Twain

Boek: Identiteit

Francis Fukuyama: “Protesteren voor het klimaat is een privilege voor wie het economisch goed heeft”

De Morgen – 09-03-2019 – Maarten Rabaey

Francis Fukuyama stelde zaterdagavond in Gent niet enkel de vertaling van zijn nieuwste boek Identiteit voor, de wereldberoemde politiek wetenschapper waarschuwt ook dat de EU het populisme over zichzelf uitroept indien ze niet verandert. “De EU zorgde door arbeidsmigratie voor een braindrain in het oosten en zuiden maar ook voor lagere lonen in het westen van Europa. Dat zorgt voor een populistische terugslag.”

Francis Fukuyama (66) komt doodmoe en hongerig aan als we hem zaterdagochtend vroeg kunnen spreken in Brussel. Na een hels ritme van lezingen in Nederland, Duitsland en Oostenrijk werd hij voor dag en dauw naar hier gereden vanuit Amsterdam – maar de wereldberoemde Amerikaanse politiek wetenschapper van Stanford University laat zijn Engels ontbijt (boontjes met worst) al snel koud worden om staccato te antwoorden op onze vragen over zijn nieuwste boek waarin hij de voor- én nadelen van een sterke nationale identiteit omzichtig afweegt.

Zijn de identitaire, populistische, staatshoofden in Europa zoals Viktor Orbán een bedreiging voor de EU in zijn huidige vorm?

“Zéker. Een probleem is dat deze populistische leiders denken dat ze een speciale legitimiteit hebben om hun eigen doelen te verwezenlijken. Ze zijn niet meer toegewijd aan het liberale onderdeel van democratie, de grondwettelijke beperkingen en het respecteren van checks & balances tussen de gescheiden machten. Je ziet in Polen en Hongarije hoe de regerende partijen de rechterlijke macht overnemen en de media willen controleren opdat ze geen kritiek zouden krijgen, iets wat Donald Trump ook zou willen – al is hij niet zo succesvol.”

Bestaat de kans dat Orbán, de Italiaan Matteo Salvini en anderen de krachten bundelen met als doel de EU te deconstrueren?

“Tot dusver bundelden ze hun krachten nog niet expliciet maar je voelt dat ze daar wel naar toe willen. Ze hebben een gemeenschappelijke agenda om de EU minstens te verzwakken. Toch denk ik niet dat ze de EU kunnen vernielen. Kijk naar het Hongarije van Orbán. Zij krijgen 5 procent van hun bbp in EU-subsidies, en zijn dus afhankelijk van Brussel. Dat maakt het des te ergerlijker dat Orbán de EU bekritiseert zoals hij nu doet. De identitaire politici gebruiken hun kritiek uiteindelijk vooral voor eigen doeleinden, waaronder een shift in het Europese buitenlandbeleid. De meeste van deze groepen zijn zielsverwanten van Vladimir Poetin en willen een softere houding van Europa tegenover Rusland.”

Is Orbán nu al te vergelijken met historische autocraten uit de Europese geschiedenis?

“Ik ben niet zeker dat er een makkelijke vergelijking is. Een van de precedenten is Silvio Berlusconi in Italië geweest, die politieke macht gebruikte om zijn zakenbelangen veilig te stellen. Het is ook dit model dat Trump nu volgt, en navolging krijgt in Europese oligarchen die in de politiek gaan – Babic in Tsjechië bijvoorbeeld. Je kan dit type leiders niet vergelijken met eerdere autoritaire leiders in Europa, zoals Hitler en Mussolini. De hedendaagse institutionele beperkingen zouden de opkomst van een volwaardige autocraat in Europa moeten tegenhouden – al hebben al diegenen die u noemt allemaal autoritaire neigingen. Ze proberen binnen hun mogelijkheden hun macht te concentreren.”

In Europe flakkerde identiteitspolitiek op dankzij onzichtbare kiezers die zich vervreemd voelen van de kosmopolitische elite, schrijft u. Zoals de gele hesjes tegenover Macron nu?

“Zo ziet het er naar uit. De hesjes zijn wel geen goed georganiseerde beweging, ze hebben een linker- en een rechtervleugel, geen gemeenschappelijk politiek plan en een minderheid bestaat uit hooligans die vandalenstreken uitvoeren. Ik denk daarom niet dat ze een lange termijnimpact zullen hebben.”

Tegelijk komen ook jonge klimaatactivisten op straat in diverse landen. Zij identificeren zich dan weer méér met het Zweedse meisje Greta Thunberg dan hun eigen politici. Evolueren zij in tegenovergestelde richting, naar een globale identiteit?

“Dat valt te bezien. Protesteren voor het klimaat is nu nog een privilege voor mensen die het economisch vrij goed hebben. De Franse gele hesjes daarentegen protesteren tegen hogere brandstofaccijnzen, wiens doel net was om de CO2-emissies te verminderen. Als laagbetaalde arbeiders moeten kiezen tussen betogen voor klimaatheffingen of tegen hogere brandstofprijzen kiezen ze uiteraard het laatste. De klimaatprotesten vertegenwoordigen weliswaar het ecologische bewustzijn van hoger opgeleiden maar zetten ook de groeiende kloof met lager opgeleiden in de verf.”

Die kloof groeit. Hoe overbruggen we ze?

“Er is geen duidelijke handleiding. Ik denk dat de gematigde politici, instellingen en media eerst vollediger moeten doorgronden wat er aan de hand is, en vooral met iets meer begrip. Er is nu een tendens om populistische kiezers weg te zetten als simpele zielen die niet begrijpen hoe de wereld werkt. Dat is fout. Tot zekere hoogte worden sommige kiezers gedreven door racisme en xenofobie maar veel van hun kiezers voelen zich gewoon genegeerd door de elites. Mensen met universitaire opleidingen kunnen de voordelen van Europa uitbuiten door rond te reizen, opleidingen volgen in andere lidstaten of daar zelfs iemand huwen. Ze begrijpen soms niet dat dit zo niet werkt voor laagopgeleide of slechtbetaalde werknemers…”

…voor wie vrij werknemersverkeer vooral lagelonen-competitie betekent?

“Ik denk dat Europa zijn vrij verkeer van werknemers moet herdenken, want het zorgt voor negatieve politieke effecten. Er is een populistische terugslag in het land dat arbeid krijgt van elders in de EU en het ontvolkt Oost-Europa waar de werknemers vertrekken. Op de Balkan, in Polen, enz. vertrekt iedereen met een diploma naar Duitsland, Nederland, België,… Hun landen van oorsprong zijn de voorbije decennia tot twintig procent van de beroepsbevolking verloren. Ze staan voor een braindrain-crisis en verliezen hun meest ambitieuze mensen, terwijl West-Europa van ze profiteert als lageloon-werknemers. Dit is geen goed systeem . Als je de arbeidsmobiliteit wil behouden zal je het moeten vertragen en duurder maken voor werkgevers om Oost-Europeanen in te huren.”

Kan het Schengensysteem van open binnenlandse grenzen dan nog stand houden?

“Het huidige Schengensysteem van open binnenlandse grenzen kan niet overleven als de buitengrenzen niet beter beveiligd worden. Hoewel het aantal migranten dramatisch viel sinds 2015 is dat enkel het resultaat van een akkoord met Erdogan om mensen in Turkije te houden. Dat is geen lange termijn-oplossing. De zuidelijke landen Italië, Griekenland en Spanje staan er nu nog altijd feitelijk alleen voor. Het huidige migratiebeleid werkt niet. Er is een eenduidig Europees migratiebeleid nodig.”

Bij de Europese verkiezingen eind mei wordt winst verwacht voor de populistische identitairen. Hoe moeten klassieke formaties met ze omgaan: samenwerken of afblokken?

“Voor de volgende verkiezingen moeten liberalere mensen eerst het hardere werk van hun politiek doen: campagne voeren met goede kandidaten en communiceren met burgers. Of ze daarna samenwerken met identitaire politici of niet moeten ze van thema tot thema bekijken. Inzake migratie bijvoorbeeld is er mogelijk ruimte voor een compromis. Openlijk racistische ideeën, zoals Salvini er heeft, daar moet je je tegen afzetten, net zoals de wijze waarop Orbán zich uitsprak tegen Soros en Juncker.”

Wat moet de EVP binnenkort met Orbán doen?

“De EVP zou gelijk hebben om Orbán daarom nu uit de partij te zetten. Ze hadden het eigenlijk al lang geleden moeten doen.”

Ook de democratische weeffouten van de EU dragen volgens u bij aan de opkomst van populistische identitairen. De Commissie heeft te veel macht, het parlement te weinig?

“Elke parlementaire democratie geeft betekenisvolle macht aan zijn parlement. Dat is de meest democratische vorm van overheid. Het parlement moet macht delegeren aan de executieve. In Europa gebeurt het omgekeerde. Het parlement is de zwakste en de machtigste schakel de Commissie, die de minste democratische legitimiteit heeft. Het is dus maar een natuurlijke reflex dat de burgers voelen dat de EU in de huidige ontwerp van zijn instellingen niet responsief genoeg is voor hun zorgen.”

Welke rol ziet u voor de Raad van staats- en regeringsleiders?

“Geen enkel EU-lichaam is nu perfect in zijn ontwerp. Als je de EU echt wil democratiseren loopt de enige weg via het parlement, wiens verkiezingen je betekenisvoller moet maken. Daarom heb je ook meer populisten in het Europese dan de nationale parlementen. Europeanen weten dat het geen machtige instelling is, dus kunnen ze veiliger proteststemmen uitbrengen dan nationale parlementen waar beleid onmiddellijk een impact heeft.”

Bent u dan ook voorstander van transnationale kieslijsten?

“Het zou een goed idee kunnen zijn om mensen
te doen nadenken over het soort Europees beleid dat ze willen in plaats van enkel te kijken naar hun nationale kiesdistricten.”

Toch staan we nog ver van een pan-Europese identiteit die je dan wel nodig hebt?

“Idealiter zou een pan-Europese identiteit de nationale vervangen op lange termijn maar dit idee kan nu niet werken. Zeer weinig Europeanen voelen zich nu loyaler tegenover de EU dan hun natie. Ooit is het misschien mogelijk.”

Nu staat onze eigen geschiedenis ons in de weg?

“Ja, vooral sinds alle Oost-Europese lidstaten werden toegelaten. Roemenië en Bulgarije zijn volstrekt verschillend als West-Europa. Daar heerst nog veel corruptie. Polen en Hongarije stappen uit de liberale consensus… Dit zal een probleem blijven. De zaken kunnen veranderen als het oosten moderniseert maar dan moet je daar eerst groei bewerkstelligen, en dat wordt nu dus belet door de braindrain waar ik naar verwees.”

Om de integratie voor minderheden te vergemakkelijken bepleit u voor vele Europese landen ook verandering van geboorterecht, van jus sanguinis (nationaliteit op basis van afstamming, zoals hier in België, nvdr) naar jus soli (nationaliteit op basis van de plek waar je werd geboren, zoals in de VS)?

“Het is een andere manier om te bepalen wie burger wordt. Jullie ‘jus sanguinis’ versterkt net de etnische invulling van burgerschap. Je wordt burger als je ouders al autochtone burgers zijn. Maar als je de naturalisatieregels versoepelt voor iedereen die in het land geboren wordt, dan doe je dat ook voor mensen van andere culturen. Het zou geen rol mogen spelen wat je etniciteit is, zolang je maar participerend burger bent van je natie.”

Daarom bent u ook tegen dubbele nationaliteit?

“Ja, dat vormt weliswaar geen probleem zolang je paspoorten hebt van twee veilige democratieën, maar wel als je bijvoorbeeld een Europees en een Turks paspoort hebt. Turkije is niet langer een volwaardige democratie. President Erdogan heeft burgers van EU-lidstaten opgeroepen om te stemmen in het Turkse belang in plaats van de belangen van de landen wiens burgers ze ook zijn. Dat is niet correct.”

Tegenover burgerrechten plaatst u plichten. U bepleit in uw boek één jaar nationale dienst, voor een burgerdoel of in het leger. Waarom?

“Veel EU-lidstaten, ook jullie, hadden legerdienst. Na de Koude Oorlog werd het overbodig. Toch zorgt het nu in landen als Zuid-Korea of Israël nog altijd voor nationale cohesie. Op een relatief vredelievend continent als Europa of Noord-Amerika zou je ook kunnen denken aan een jaar werk in onderwijs, publieke werken,… Zo breng je mensen samen die anders elkaar hun hele leven nooit zouden ontmoeten. Het zorgt er ook voor dat burgers beseffen dat ze in een natie niet alleen rechten hebben maar ook plichten tegenover het algemeen belang.”

Dreigt net dat in Europa niet de nationale identiteiten te versterken ten nadele van de pan-Europese gedachte?

“Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten. Je zou ook kunnen voorstellen dat er een Europese dienst- of burgerplicht mogelijk is, waarin je mensen van verschillende nationaliteiten mengt. Het kan een manier zijn om een gedeelde Europese identiteit na te streven.”

De identitaire politiek heeft ook uw land in zijn greep. Uw president, Donald Trump, wil nu een muur bouwen op de zuidelijke grens?

“De muur vind ik een idioot idee. Wat Amerikanen vooral stoort aan de migratiecrisis aan de zuidelijke grens is dat de overheid de controle kwijt is. Meer dan de helft van de illegale immigranten in de VS kwam het land met een legaal visa binnen maar bleef langer dan ze mochten, en ze werken ondergronds. We probeerden werkgevers te verplichten enkel legale mensen tewerk te stellen maar wij hebben geen centrale registratie voor nationale identiteitspapieren. Er is wel een enorme markt in fake id’s… Dit zijn dus allemaal oplosbare problemen maar de politieke wil om migratie gewoon beter te reguleren ontbreekt.”

In uw boek haalt u veel voorbeelden aan van historische denkers en politici die identiteit verschillend interpreteren. Bij wie sluit Trump aan?

“(lacht). Géén enkele! Hij is géén denker. Hij is één van de meest anti-intellectuele mensen die ik ken…. Hij zou nog nooit een boek hebben uitgelezen.”

In uw boek noemt u hem ronduit een narcist?

“Ja, hij is een narcist, én een racist. Hij kwam mee aan de macht door de theorie te verspreiden dat president Obama niet in de VS was geboren. Niet alleen was dat nonsens, zelfs nadat Obama met een geboortecertificaat kwam zei Trump dat het fake was. Hij hield gewoon niet van het feit dat we een zwarte president hadden.”

‘Identiteit kan je gebruiken om verdeeldheid te zaaien maar ook om mensen te verenigen, en dat is de remedie tegen de populistische politiek vandaag’, besluit u uw boek. Ziet u dat gebeuren in uw land, de VS?

“Nee, of toch niet op dit moment. Het blijft afwachten of er een Democratisch kandidaat is die dat verhaal kan brengen. Op dit moment zie ik niemand die dat doeltreffend kan doen. Ik zou zelf een linkse kandidaat willen die er voor kan zorgen dat president Trump niet herkozen kan worden maar om dat te bereiken moet je ook een visie van nationale identiteit omhelzen, wat links niet wil doen. Ze willen niet geassocieerd worden met patriottisme en het land in het algemeen. Ze zijn gefocust op engere groepen en dat is volgens mij een verkeerde keuze, omdat de kiezers die je moet weghalen van de populisten daar wel om geven.”

Focusten ook de Europese sociaal-democraten te lang enkel op focusgroepen en te weinig op overkoepelende identiteit?

“Veel mensen op de linkerzijde vieren afgelijnde identiteiten, waaronder gender, etniciteit, sexuele geaardheid enz. Waar ze niet van houden is nationale identiteit, omdat ze dat associëren met oubollig nationalisme. Ze hebben ook van nature uit meer aandacht voor mensen die gemarginaliseerd zijn, een vluchteling uit Birma of Syrië bv. Door enkel dat te doen verloren ze aan rechts veel kiezers die wel nog in een nationaal patroon denken.”

Kan nationale identiteit wel nog bestaan bij een jonge generatie wiens leefwereld zich ook steeds meer op het wereldwijde web afspeelt dan in hun samenleving?

“Internet, identiteitspolitiek en populisme kwamen allemaal samen op. Er is volgens mij een oorzakelijk verband. Internet stelt je makkelijker in staat je aan te sluiten bij mensen waarvan je houdt maar je kan ook makkelijker anderen uitsluiten. Dat zorgt er voor dat identiteiten nu sneller verankeren. Maar mensen hebben van nature uit nood aan een bredere, geïntegreerde, identiteiten in plaats van zich enkel maar te identificeren met de allerkleinste groep gelijkgezinden. Om dat te veranderen zullen we een cultuurverandering, en leiderschap, nodig hebben. Daarom blijven volgens mij naties wel nodig, als vliegwielen van integratie.”

BOEK: Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, door Francis Fukuyama. Uitgeverij Atlas, Contact Amsterdam/Antwerpen.

Taal

Talenkennis werkt als hefboom voor al je andere vaardigheden

‘Wie vele talen spreekt heeft de wereld in zijn binnenzak, maar talenkennis is niet louter functioneel’, schrijft Luc Nijs. Hij reageert op enkele leden van het Vermeylenfonds die de alarmklok luidden over de achteruitgang van de kennis van vreemde talen in Vlaanderen.

Knack – 06.03.2019 – Luc Nijs

Het gaat niet zo bijster goed met de kennis van het Nederlands in Vlaanderen. Hetzelfde kan gezegd worden van de kennis van de andere talen, te beginnen met de andere twee landstalen. Het stond een beetje in de sterren geschreven. De media leerde onze jongere generaties dat het prima is dat er regionale effecten doorklinken in je taalgebruik. Sociale media en wat vrijere omgangsvormen deden de rest. Vrije expressie, ook in de taal. Méér dan twee decennia mocht ik reeds zaken doen in allerlei landen en culturen over de hele wereld. Dat leverde toch wat andere inzichten op. Samengevat komen die neer op het feit dat mijn talenkennis belangrijker is geweest voor het welslagen van heel wat dingen in mijn (beroeps)leven dan mijn diploma’s.

Laten we beginnen met het demystificeren van het Engels, dat te vaak wordt gezien als een loper voor een (internationale) loopbaan. Engels is een functionele taal. Het werkt perfect voor interactie en uitwisseling van info en kennis. Het is de taal die macht in de wereld vertegenwoordigt. Gedegen kennis van die taal heeft dus zijn voordelen. Ik zeg wel ‘gedegen’ kennis en niet het lamlendige niveau van het school-Engels of erger nog TV-Engels.

Maar daar houdt het zo ongeveer op. Ik kan met mijn hand op het hart bekennen dat ik in mijn loopbaan niet één ‘deal’ heb binnengehaald omwille van mijn kennis van het Engels. Zakendoen is namelijk ‘altijd’ persoonlijk, en respect voor de tegenpartij toont zich door (al is het maar summiere) kennis van zijn taal en cultuur. Mensen nemen beslissingen via hun emotionele kanaal om dat nadien rationeel af te dekken met argumenten.

Dat emotionele kanaal loopt volgens mij ‘altijd’ via je moedertaal. Zelfs als je contracten, voorbereidingen etc. in het Engels geschreven zijn of plaatsvinden. En dus zal je, desnoods gedwongen, je moeten inlaten met de lokale taal en cultuur. We kunnen dus alleen maar bewenen dat in ons land het niveau van het Frans achteruitgaat maar ook dat Duits nog nauwelijks aandacht krijgt. Probeer in Duitsland maar eens iets in het Engels te regelen. Ze zullen je met véél tegenzin antwoorden maar ‘echt’ zakendoen zit er niet in.

Talenkennis verschaft je intellectuele wendbaarheid. Taal is cultureel verankerd en continu moeten wisselen van taal vraagt en kweekt mentale beweeglijkheid en inlevingsvermogen. Daarom dat Latijn en Grieks nog altijd een prima basis zijn voor een kritische levenshouding. Het vertraagde leerproces, de verschillende kenlagen en de diverse aanvliegroutes tot dezelfde tekst kweken mentale flexibiliteit. Die vaardigheid lijkt nadien ook een goede basis voor een succesvolle STEM-loopbaan. Meer nog, wie zich de moeite getroost om excellent te leren (publiek) spreken en schrijven heeft de wereld in zijn zak.

Degene die die vaardigheid beheerst zal aandacht krijgen, mensen overtuigen, opportuniteiten toegeworpen krijgen, en toegang krijgen tot kapitaal en beslissingscentra om zijn ambities, ideeën en projecten te realiseren. Maar dat vraagt doorgedreven inspanning en catharsis om je geschreven en gesproken taal continu uit te zuiveren. Schrijf dagelijks voor jezelf, dwing jezelf gedachten op papier te zetten, dwing jezelf specifiek(er) te zijn in wat je wil zeggen, welke woorden die dimensie het best dragen en overbrengen en oefen uren voor de spiegel, iedere dag opnieuw. Er is geen STEM-topper die het maximale uit zijn kennis haalt zonder omhelzing door uitmuntende taalvaardigheid, zowel geschreven als gesproken. Het werkt als een hefboom, het vergroot het onderliggende potentieel.

En dat begint dus met je moedertaal. Er mag geen millimeter twijfel over bestaan welke dat is en hoe die is opgebouwd. Het is de minachting voor onze eigen taal die er voor zorgt dat we onze kennis van de andere talen zwaar overschatten. En dus ben ik blij dat onze zoon thuiskomt met extra minpunten voor spellingsfouten in zijn godsdienstoets of maatschappijleer, hij leert dat fouten in zijn wiskundetoets vaak ‘leesfouten’ zijn, en dat hij met plezier wekelijks naar de woordacademie in het DKO gaat. Die laatste is te vaak en ten onrechte ondergesneeuwd naast zijn grotere dominante muziekbroer.

Taal is de manier waarop de mens vorm geeft aan de wereld en de wereld benoemt. Het bepaalt daarmee dus zijn plaats in die wereld. Hij vormt de natuur om tot cultuur. Taal kennen is dus jezelf begrijpen, je wereld vergroten maar ook je beperkingen aanvaarden. Ik blijf daarom ook gefascineerd door de taalfilosoof Ludwig Wittgenstein en zijn ‘Tractatus Logico-Philosophicus’, waarin hij héél duidelijk maakt dat ‘de beperkingen van je taal bepalen de beperkingen van je wereld’.

Luc Nijs is CEO en bestuursvoorzitter van investeringsmaatschappij The Talitha Group en doceert o.a. ‘Internationale kapitaalmarkten’ aan de Universiteit Leiden.