Nooit meer oorlog? 1918 – 2018…

“Unknown Soldier”

Oh oh oh

Joey is out of school, didn’t fucking ask for much
couldn’t get a job, the marines his last hope
down at the frontline, with a gun not a toy
kill many men, not asking what for

oh oh oh

Joey’s family, the comrades next to him
die one by one, his luck is running out
Joey wrote back home, his parents unemployed
the rich is fucking laughing, profits from the war

oh oh oh

Joey is off to die, for another senseless war
no arms, no legs – his mother cries at home
Joey wears the flag, so proud to fight for us
and for the government, that doesn’t give a fuck

oh oh oh
oh oh oh

Joey is off to die, for another senseless war
no arms, no legs – his mother cries at home
Joey wears the flag, so proud to fight for us
and for the government, that doesn’t give a fuck

Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a fucking sight
Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a way to die

Joey, Joey, Joey tell me what you see now
Joey, Joey, Joey Please come back home now

Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a fucking sight
Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a way to die

Wat een verkwisting van levens! En een mens heeft er maar één. Eén kans om lief te hebben en gelukkig te zijn.

Hoe snel het gaat!

Het jaar is bijna terug om, de tijd vliegt en het lijkt of we al die tijd geslapen hebben, zo vlug is het gegaan, en onmerkbaar…

Passe, passe le temps, il n’y en a plus pour très longtemps…

Hoe snel het gaat!

Zo-even was ik nog kind
Schaterlachend in mijn gladde huid
En nu ben ik al een oude kerel
Die verward zijn laatste garen spint
Dommig uit zijn roodomrande ogen kijkt
En niet meer zo goed rechtop gaan kan.

O wat gaat het verval toch snel:
Gisteren rood, vandaag idioot
Overmorgen dood!
Als mijn liefje mij niet belazerd had
En mijn vrouw me niet verlaten
Liep ik nog zingend door de straten
Lag ik nog bloeiend tussen mijn lakens.

Maar als de vrouwen je niet meer lusten
Laat dan, m’n beste, de moed maar zakken
Zuip je klem met whisky en houd je haaks
Dan is het afmars en naar de kelder geblazen!

Hermann Hesse

Filosoferen over de liefde

Martha Nussbaum is volgens mij de hedendaagse filosofe die het meest openstaat voor de psychologie. En sommige kinderen worden blijkbaar wijs geboren, want haar vader was een racist en haar moeder een alcoholiste.
Bijna alles bij Nussbaum draait rond rechtvaardigheid, empathie en ethiek. Ik heb een paar boeken van haar gelezen, en eigenlijk zou elke politicus en ieder mens die het lot van andere mensen voor een stuk in zijn of haar handen heeft, haar boeken moeten lezen en ter harte nemen. Ze zijn niet altijd even toegankelijk, toch voor mij niet, maar wie moeite wil doen kan er veel uithalen en net zoals ik bevestigd worden in het eigen gedachtengoed, en vermits ieder mens kan denken, is ieder mens ook wel een beetje filosoof.
Ze is twee jaar ouder dan ik, en heeft dus de wereld kunnen meemaken zoals ik die meegemaakt heb, of omgekeerd, en zoveel zullen die werelden die verschillen, vermist ook zij een problematische thuis gehad heeft. Vandaar waarschijnlijk ook haar openheid naar de psychologie toe, en bovendien is het een vrouw en die denken toch ook wel altijd wat meer vanuit hun gevoelens. Eén van die gevoelens is de liefde, onmisbaar om het goede en het juiste te doen, volgens Nussbaum.

Boek: Wat liefde weet

Liefde maakt niet blind, maar juist scherpziend
HANS ACHTERHUIS– 21 augustus 1998 – Trouw.nl

De Amerikaanse filosofe en classica Martha Nussbaum is onder Nederlandse collega-wijsgeren goed bekend. Haar eerste boek uit 1986, ‘The fragility of goodness’, wekte al direct grote belangstelling en werd in kleine kring hartstochtelijk omhelsd.

Op zich was dit enigszins vreemd omdat Nussbaum in dit boek de literatuur boven de wijsbegeerte lijkt te stellen. In zorgvuldige analyses laat zij zien hoe Plato, de oervader van de westerse filosofie, in veel van zijn werken de verwarrende dilemma’s en gevoelens van ons leven miskent door ze op te lossen in het bijtend zuur van de rede.

Boven de filosofie lijkt Nussbaum hier te kiezen voor de literatuur. De grote klassieke tragedieschrijvers doen namelijk, zo laat ze zien, wel recht aan de onoplosbare spanningen en de hartverscheurende emoties waar mensen soms mee te maken krijgen.

Nussbaums tweede grote werk, ‘The therapy of desire’ uit 1994 vormt in zekere zin een rehabilitatie van de filosofie. Zij onderzoekt hierin nauwgezet hoe een aantal hellenistische filosofen van rond het begin van onze jaartelling over emoties dacht.

Denkers als Epicurus, Lucretius en Seneca zagen filosofie uitdrukkelijk als ‘geneeskunde van de ziel’, als onderdeel van wat de Franse filosoof Michel Foucault ‘de zorg voor zichzelf’ heeft genoemd.

Deze filosofen functioneerden dan ook als een soort therapeuten die mensen inzicht gaven in het omgaan met emoties. Nussbaum onderstreept de belangrijke inzichten die deze filosofie ook voor ons nog kan opleveren zonder dat zij met de uiteindelijke therapie, die vooral neerkomt op het zoveel mogelijk uitbannen van de emoties, meegaat. Van deze hellenistische denkers leert zij dat emoties een cognitieve functie hebben. Niet alleen rationele inzichten maar ook beleefde emoties verschaffen ons kennis van de werkelijkheid.

Buiten de al genoemde eng filosofische kringen was Nussbaum in ons land tot nog toe nauwelijks bekend. Daar zal ongetwijfeld verandering in komen nu er onlangs een vertaalde bloemlezing uit haar werk verschenen is. ‘Wat liefde weet’, met als ondertitel ‘Emoties en morele oordelen’, is een uitstekende gelegenheid om met één van de belangrijkste hedendaagse filosofen kennis te maken.

Mogen de genoemde dikke Engelse pillen op de modale lezer afschrikwekkend werken, dan verschaft ‘Wat liefde weet’ hem hierin toch enig inzicht. Uit beide boeken is namelijk een hoofdstuk vertaald. Uit haar eersteling stamt een fascinerende beschouwing over de Phaedrus van Plato. Nussbaum laat hierin zien dat deze filosoof in dit latere werk impliciet de rationalistische dogma’s uit zijn jeugd verwerpt. En de interpretatie van Seneca’s tragedie ‘Medea’, die uit ‘The therapy of desire’ afkomstig is, toont aan dat deze Romeinse wijsgeer zijn eigen filosofie deels verlaat als hij zich als literator in een concreet personage inleeft.

Het derde opstel dat deze bundel zijn titel geeft, stamt uit een verzameling artikelen van Nussbaum. Het vergelijkt twee literaire verhalen, van Marcel Proust en Ann Beattie, waarin liefde niet zoals het spreekwoord zegt, blind maar juist scherpziend maakt.

De toegang tot het vaak niet al te gemakkelijke werk van Nussbaum wordt vergemakkelijkt door de heldere inleiding van Marianne Boenink. Een interview met Nussbaum biedt Boenink als slot onder andere de mogelijkheid om op haar meest recente inzichten in te gaan.

In dit interview verheldert Nussbaum haar standpunt over de relatie tussen filosofie en literatuur. Literatuur kan mensen vooral gevoelig maken voor de uniciteit van situaties en relaties. Zij maakt zichtbaar dat er geen universele rationele recepten te bedenken zijn die simpel altijd en overal kunnen worden toegepast. Filosofen kunnen echter wel degelijk hiernaast hun eigen bijdrage in het denken over emoties hebben. Wat zij op grond van hun opleiding vooral “te bieden hebben, is een langdurige, rigoureuze reflectie”.

Nussbaum zelf neemt als filosofe haar uitgangspunt voor reflectie meestal in de literatuur, maar dit kan ook in het dagelijks leven liggen. Hierbij stuurt ze als filosofe zorgvuldig tussen de rationalistische en de emotionele klippen door. Enerzijds zet zij zich af tegen het veelgehoorde adagium dat je altijd je gevoel moet volgen. Je moet je gevoelens onderkennen, onderzoeken en pas dan er vanuit handelen. Anderzijds verwerpt zij de beperkte technische rede die gevoelens als kennisinstrument van geen belang acht. Ook gevoelens leren ons onze plaats in de wereld kennen.

Nussbaums werk kan des te meer genoten worden als de lezer er de literaire of filosofische teksten die zij becommentarieert, naast legt. Mij speelde bijvoorbeeld parten dat ik het verhaal van Ann Beattie dat Nussbaum gebruikt, niet kende. Ook zonder deze kennis blijft haar werk genoeg aansprekend. Als om het belang van de benadering uit Nussbaums tweede grote werk te onderstrepen, is onlangs ‘De weg naar wijsheid’ van Seneca verschenen. Het is een selectie van diens teksten die in de fraai uitgevoerde Sapientia-reeks van uitgeverij Sun zijn verschenen. Deze korte teksten mogen met recht therapeutisch worden genoemd. Niet alleen bij de Romeinse, ook bij de hedendaagse lezer kunnen zij ongetwijfeld tot het soort zelfinzicht leiden dat ieder mens volgens de grote Romeinse denker moest nastreven.

Boek: Politieke emoties

Martha Nussbaum
Marc Hooghe – Gewoon hoogleraar politieke wetenschappen, KULeuven

Op 13 december geeft Martha Nussbaum in het Kunstencentrum Vooruit, Gent, een lezing over haar nieuwste boek Politieke emoties. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan (Ambo, 2014). Daarin houdt ze een warm pleidooi voor meer empathie in het politieke denken. Als politiek filosofe onderzoekt ze in hoeverre empathie een basis kan vormen voor de moderne verzorgingsstaat. Een boodschap die ook aanslaat in ons land.

De welvaartsstaat kan enkel overleven dankzij een behoorlijke dosis solidariteit. De rijkste groepen in de samenleving weten dat ze nooit het geld dat ze investeren in het systeem, zullen terugzien. De fundamentele vraag is dan waarom dit systeem van herverdeling toch kan blijven bestaan. Een eenvoudig antwoorden is dat de staat nu eenmaal op een dwingende manier inkomens en winsten afroomt door een progressief belastingsysteem. Solidariteit kan ook het gevolg zijn van een rationele afweging: een samenleving zal stabieler zijn en meer harmonieus functioneren als de maatschappelijke ongelijkheid beperkt blijft. De meeste filosofen die in een Kantiaanse traditie werken, gaan uit van een vergelijkbaar rationeel inzicht. We beseffen allemaal dat het moreel verkeerd is een persoon van armoede te laten sterven, en daarom investeren we in sociale zekerheid.

MEER DAN REDE ALLEEN

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum stelt in haar jongste boek Politieke emoties dat dergelijke rationele overwegingen te zwak zijn om een solidaire samenleving op te grondvesten. Verbondenheid of empathie is voor haar een essentiële voorwaarde om ervoor te zorgen dat mensen bereid zijn te investeren in een gemeenschap. Net zoals in haar vorige werk pleit Nussbaum daarmee voor een opwaardering van de emoties: met louter rationele inzichten komen we er volgens haar niet. De droom van Kant is altijd geweest dat we door rationeel inzicht een meer rechtvaardige en vredevolle samenleving zullen bereiken. De rode draad in het werk van Nussbaum is dat ze zich verzet tegen deze eenzijdige cognitieve benadering van moraliteit. In haar meest bekende boek Wat liefde weet (Nederlandse vertaling, 1998) paste ze dat inzicht toe op onze manier om betrouwbare kennis te verzamelen. Wetenschap mag voor haar niet alleen bestaan uit een kille, afstandelijke observatie, maar het is juist onze gevoelsmatige band die er voor zorgt dat we mensen en dingen ook echt kunnen begrijpen. Door liefde en een positieve betrokkenheid komen we tot waarachtige kennis.

In Politieke emoties trekt Nussbaum die lijn consequent door. Een rechtvaardige samenleving kan volgens haar onmogelijk tot stand komen louter op basis van strenge logische regels, zoals we die in het werk van Immanuel Kant of John Rawls vinden. De essentie van een rechtvaardige samenleving berust op een gevoel van verbondenheid en van mededogen met wie het moeilijk heeft. Liefde is met andere woorden belangrijk: een economisch of sociaal beleid moet ook durven uitgaan van het feit dat we als mens meevoelen met wie het moeilijk heeft.

Het moet worden gezegd dat de theorie van Nussbaum bijzonder relevant wordt in de huidige Europese context van harde bezuinigingen. Die bezuinigingspolitiek wordt vooral gevoerd op basis van louter economische argumenten: hoeveel procent van het nationaal inkomen moet er getransfereerd worden van gezinnen naar bedrijven? Het emotionele discours wordt daarbij geschuwd, omdat dit in veel gevallen te soft klinkt. Maar in werkelijkheid is het volgens Nussbaum belangrijk dat we meevoelen met iemand die zijn of haar job verliest, die medische zorgen uitstelt bij gebrek aan financiële middelen, of die geen enkel toekomstperspectief meer heeft. Het is juist dat elementaire besef van mede-menselijkheid dat het verschil kan maken tussen een kille bezuinigingspolitiek of de keuze voor een solidaire samenleving. Die keuze mag volgens haar niet alleen berusten op rationele economische argumenten.

VERBONDENHEID

Martha Nussbaum is natuurlijk niet de eerste auteur die kiest voor een dergelijke benadering. Ze verwijst uitvoerig naar het werk van Jean-Jacques Rousseau, die al pleitte voor een vorm van ‘burgerlijke religie’. Hij bedoelde daarmee dat de moderne samenleving niet alleen een zaak kan zijn van abstracte principes en anonieme regeltjes. We moeten van de samenleving ook een moderne ‘religie’ kunnen maken. Een van de belangrijkste functies van godsdiensten is altijd geweest dat ze zorgen voor een sterke verbondenheid van mensen met een groep. Die groep overstijgt dan zelfs het individu, en juist daardoor zijn mensen geneigd hun eigen belang opzij te schuiven voor het ‘hogere’ belang van andere groepsleden. In het verleden waren dit soort religies altijd gebaseerd op een godsgeloof, maar het is volgens Nussbaum belangrijk om ook in de huidige geseculariseerde tijden die verbondenheid nog altijd te cultiveren.

De ‘burgerlijke religie’ heeft dus niets meer met godsdienst te maken, maar er blijft wel het besef dat we onlosmakelijk verbonden zijn met een groter geheel. Liefde, of je zou in niet-geseculariseerde termen haast zeggen ‘naastenliefde’, blijft hiervoor onmisbaar.

Nussbaum bouwt verder op het werk van Rousseau met haar stelling dat die burgerlijke religie, of het gevoel van groepsverbondenheid, er niet vanzelf zal komen. Net zoals bij alle andere religies is er nood aan rituelen en instellingen die er voor zorgen dat we telkens opnieuw aan de ‘juiste’ emoties worden herinnerd. De bereidheid mee te investeren in een collectief project komt er immers nooit vanzelf. Een groot gedeelte van het boek gaat dan ook over vooral Amerikaanse rituelen van groepsvorming. Daar kijken wij als Europeanen altijd een beetje verwonderd naar. Is het samen groeten van de vlag nu echt zo’n mooi en na te volgen symbool van verbondenheid? Afgaande op de resultaten van dit soort Amerikaanse toestanden krijg je niet de indruk dat zo’n collectieve rituelen er toe leidt dat de Amerikanen bereid zijn hun arme landgenoten structureel te helpen.

Voor een stuk heeft Nussbaum natuurlijk wel gelijk. Omdat we een hekel hebben aan overdreven sentimentaliteit en grote symboliek houden we het in Europa vaak bij een steriel en afstandelijk discours over rechten en plichten. Diegenen die de sociale verzorgingsstaat willen verdedigen, doen dat meestal aan de hand van een lange verzameling tabellen en grafieken. Maar is dat voldoende om een maatschappelijk draagvlak voor herverdeling te verdedigen? Daar kunnen we allicht wel iets leren van het Amerikaanse debat over de betaalbaarheid van gezondheidszorg. In de Verenigde Staten werd vaak onbeschroomd geschermd met zeer emotionele voorbeelden. Wat te denken van een ‘normaal’ gezin met een laag inkomen, en zonder ziekteverzekering, waarvan de moeder bedlegerig blijft omdat ze geen 3000 dollar kan betalen voor een routine-ingreep die haar weer op de been zou brengen? Met dat soort heel eenvoudige, maar pakkende voorbeelden, heeft president Obama geprobeerd steun te verwerven voor zijn hervorming van het systeem voor gezondheidszorg. In Europa doen we dat niet: we houden het bij cijfers en overzichten, zodat het allemaal heel rationeel blijft.

Maar de gevolgen van armoede en uitsluiting zijn heel tastbaar. Het gaat om gezinnen die nauwelijks of niet kunnen rondkomen, en die hun kinderen niet meer op een normale manier naar school kunnen sturen. Als we Nussbaum volgen, dan moeten we onbeschroomd dat soort emotionele voorbeelden uitspelen om de solidariteit van de moderne verzorgingsstaat te rechtvaardigen. Emotie is volgens haar een uiterst belangrijke bron van intermenselijke solidariteit.

ZIJN EMOTIES BETROUWBAAR?

Daarmee zitten we echter meteen bij een zwak punt van haar redenering. In Europa hebben we vooral geopteerd voor een moreel-neutrale omgang met solidariteit. We hebben het geheel in regels en instellingen gegoten, en er wordt geen moreel appel meer gedaan aan de modale burger. De solidariteit is institutioneel en anoniem geworden. Een dergelijk systeem heeft ook zijn limieten. Er zijn steeds minder groepen en organisaties die actief opkomen voor de versterking van deze solidariteit. Maar tegelijk voorkomt die institutionalisering ook willekeur, en die overweging ontbreekt grotendeels in het werk van Nussbaum. Ze gaat er van uit dat verbondenheid en liefde algemene gevoelens zijn, die zich tot iedereen binnen de groep uitstrekken. Maar dat klopt natuurlijk niet. De hardwerkende alleenstaande moeder, die haar kind niet meer naar de universiteit kan sturen, is een voorbeeld dat aanspreekt, en het is relatief gemakkelijk in dit geval empathie aan de dag te leggen. In dat soort gevallen komen emoties los, en kan er sprake zijn van een sterke vorm van solidariteit. Maar stel nu dat een dronken chauffeur een verkeersongeval veroorzaakt, en daardoor zelf gehandicapt blijft. Als we het enkel van emoties laten afhangen, dan is de kans groot dat veel mensen weinig medelijden zullen hebben met deze chauffeur, die het ‘zelf gezocht heeft’.

Uit onderzoek weten we ook dat er veel meer bereidheid is tot solidariteit met mensen die op ons lijken, dan met mensen die bijvoorbeeld een andere etnische afkomst hebben. Emoties zijn bijna per definitie ‘partijdig’, en het is heel moeilijk dit te verzoenen met de objectieve toepassing van rechtsregels. Emoties kunnen bovendien uiterst gemakkelijk gemanipuleerd worden en zijn niet altijd een even betrouwbaar moreel kompas bij het nemen van beslissingen. Een mooi voorbeeld daarvan is de manier waarop een goed georkestreerde reportage van de openbare omroep onlangs veel sympathie wist op te wekken voor een veroordeelde moordenaar, terwijl de familie van het 19-jarige meisje dat hij vermoordde, gewoon niet aan bod kwam. In andere gevallen zullen de media enkel aandacht hebben voor het slachtoffer, en is er juist geen enkele opdracht voor de dader. Als je emoties als enige grondslag neemt voor een sociaal beleid, riskeer je voortdurend op dat soort toestanden te botsen, waarbij je een onderscheid maakt tussen ‘goeden’ (die dan geholpen worden) en ‘slechten’ (die dan blijkbaar aan hun lot mogen worden overgelaten).

Er zijn dus wel ernstige vragen te stellen bij het pleidooi van Nussbaum om emoties een grotere rol te laten spelen in de politiek. Emoties zijn per definitie weinig stabiel en vormen daardoor een wankele basis om een structureel systeem van herverdeling mogelijk te maken. Toch merken we dat haar boek bijzonder succesvol is, ook binnen een Europese context. Daar zijn twee redenen voor.

SUCCES NUSSBAUM

Ten eerste lezen haar boeken altijd bijzonder vlot, door de manier waarop ze abstracte filosofische concepten weet te illustreren door mooi uitgewerkte literaire en muzikale voorbeelden. Het is best knap om te lezen hoe je vanuit een analyse op Mozarts Le Nozze di Figaro kunt komen tot een duidelijke visie op gelijkheid en solidariteit. Tegelijk blijft hier natuurlijk de kritiek gelden die ook werd geformuleerd op haar vorige boeken: Nussbaum is soms zo enthousiast over haar literaire analyse dat het filosofische argument wat ondergesneeuwd raakt.

De tweede reden voor haar succes is dat ze een bijzonder reëel probleem aankaart. In zowat alle Europese landen merken we dat het huidige model van herverdeling en solidariteit onder druk staat en niet langer beschouwd wordt als een groot wervend project. De louter rationale overwegingen waar Kant voor pleitte, zijn duidelijk niet langer voldoende als basis voor de legitimiteit van de verzorgingsstaat. Het meenemen van andere legitimiteitsgronden, zoals emotie en empathie, is dus geen overbodige luxe. Het grotere verhaal van de verzorgingsstaat is er een van solidariteit en mededogen en het willen vermijden dat onze medeburgers in onmenselijke omstandigheden moeten leven. Het kan geen kwaad af en toe ook aan deze basisvoorwaarde te herinneren.

Bron: Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 51 tot 55
Nussbaum Martha figuur in de kijker
Samenleving & Politiek is een uitgave van Stichting Gerrit Kreveld


Nog een kopje koffie?

Laat ons wat vaker samen koffie drinken, een gezellige babbel doen, onze dromen vertellen aan elkaar, en lachen om de grootste onzin.

One More Cup Of Coffee

Your breath is sweet
Your eyes are like two jewels in the sky
Your back is straight, your hair is smooth
On the pillow where you lie
But I don’t sense affection
No gratitude or love
Your loyalty is not to me
But to the stars above

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Your daddy he’s an outlaw
And a wanderer by trade
He’ll teach you how to pick and choose
And how to throw the blade
He oversees his kingdom
So no stranger does intrude
His voice it trembles as he calls out
For another plate of food

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Your sister sees the future
Like your mama and yourself
You’ve never learned to read or write
There’s no books upon your shelf
And your pleasure knows no limits
Your voice is like a meadowlark
But your heart is like an ocean
Mysterious and dark

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Bob Dylan

 

Boek: Terra insecta

“Het verdwijnen van insecten zou meteen een ravage aanrichten”

De Morgen – 01-11-2018, 10.43u – Naïm Derbali – Bron: Trouw

Insecten hebben hun imago tegen, zegt entomoloog Anne Sverdrup-Thygeson. Met haar nieuwe boek wil ze laten zien dat juist insecten de wereld draaiende houden.
De ogen van Anne Sverdrup-Thygeson (52) gaan zoekend langs de grillige lijnen van de boomstam. Haar hand rust op de enorme boomschors van de plataan. De Noorse hoogleraar insecten­ecologie bracht net haar boek ‘Terra Insecta’ uit.

Haar boek komt uit in negentien talen. De Noorse is zelf een bewonderaar van de soort die ze onderzoekt en die de wereld draaiende houdt, of, in haar eigen woorden ‘het tandwiel is in de natuur die de wereld als een klok laat tikken’.

Het insect is klein, maar zijn daden zijn groot, vindt Sverdrup. En de wezens worden in haar ogen niet op waarde geschat. Insectenpopulaties zijn de voorbije eeuw sterk uitgedund. In minder dan dertig jaar tijd verdween meer dan driekwart van alle vliegende insecten. De oorzaken? Overmatig gebruik van insecticiden, verstedelijking, de manier waarop we landbouw bedrijven en klimaat­verandering.

In haar majestueuze vertrek in Hotel Ambassade schenkt Sverdrup water in. Twee speldjes trekken haar bruingrijze, golvende haren strak in een middenstreep. Vanaf haar shirt kijkt een Aziatische boktor, een kever uit de familie boktorren, je recht aan. Als jong meisje speelde ze al in de natuur met insecten en bouwde ze dammetjes en huisjes, vertelt Sverdrup. “Ik had al snel geleerd om niet zo hysterisch te worden rond insecten.”

Insecten redden dagelijks ons leven, schrijft u in uw boek. Is dat niet een beetje gechargeerd?

“Zeker niet, dat gebeurt op allerlei manieren. Zo zijn ze te vergelijken met een schoonmaakteam, die rol nemen zij op zich in de natuur. Ook bestuiven ze, en staan ze op het menu van vogels en vissen tot amfibieën en reptielen. Insecten lijken op ons en wetenschappelijk onderzoek naar hun functioneren draagt bij aan medische vooruitgang. Nog zoiets: in de tijd van Napoleon wisten ze al dat je maden kunt gebruiken voor het schoonmaken van complexe wonden.

“Genetisch hebben we meer gemeen met insecten dan we denken. Wist je dat honingbijen tot vier kunnen tellen? Of dat wespen ­elkaar als individu kunnen herkennen op basis van hun gezicht? Ook inspireren ze architecten bij het ontwerpen van gebouwen. Door de werkwijze van termieten af te kijken kunnen die energiezuinig bouwen.”

Op internet kan je een kit kopen waarmee je een kakkerlak op afstand kunt besturen. Waar komt die onverschilligheid tegenover insecten vandaan?

“Ze voelen voor ons zo waardeloos aan vergeleken met de rest van het dierenrijk, omdat ze zo anders lijken. We begrijpen hen niet. Ze hebben een eenvoudigere bouw dan de mens. Maar ook al hebben ze een brein ter grootte van een sesamzaadje, toch zijn ze in staat wonderlijke zaken te verrichten. We denken te veel vanuit ons perspectief als mens. We geloven nog steeds dat insecten niet in staat zijn pijn te ervaren, zoals de mens. Maar dat betekent niet dat we een vrijbrief krijgen om met ze te doen wat ze willen. Hun grootte speelt hen parten. Hoe groot je brein is of hoe groot je lichaam is, zou niet de waarde van een wezen moeten bepalen.“Veel mensen zijn bang voor insecten, maar de meeste zijn niet echt gevaarlijk. Ja, wespen kunnen gevaarlijk zijn als je allergisch bent, maar dat is ook zo bij noten. En van noten zijn we niet bang toch?

“In tropische regio’s vormen insecten een gevaar: ze brengen ziektes over. Malaria bijvoorbeeld. Waarom we dan toch overal ter wereld insecten vrezen? Misschien omdat het wendbare wezentjes zijn, die snel bewegen? Een insect dat je been opkruipt, geeft een oncomfortabel gevoel. Insecten voelen als indringers. Dat is iets intuïtiefs.”
Drie van de tien plagen van Egypte in de Bijbel zijn insecten: vliegen, sprinkhanen, luizen. Gaat de afkeer al zo lang terug?

“Ja, het bewijst dat ook toen al de appreciatie heel laag was. Mensen wisten weinig over wat insecten voor hen doen. De meeste van de honderdtal bijbelpassages waarin insecten voorkomen zijn negatief. Maar er is ook de ­bekende tekst: ‘Ga tot de mier, gij luiaard! Zie haar wegen, en word wijs’. We moeten een voorbeeld nemen aan de mieren, omdat ze hard werken.

“Er is ook het bijbelverhaal over het mirakelvoedsel, manna genoemd, wit spul dat naar honing smaakte. Toen de Israëlieten door de woestijn reisden, zou God dit goedje ’s nachts uit de lucht hebben laten vallen. Op dat voedsel konden ze overleven.
“Biologen hebben hier een theorie over, dat schildluizen een soort gekristalliseerde honing produceerden, afkomstig van de boomsoort Tamarisk. Het zou dus kunnen dat het insecten waren die de Israëlieten hebben gered.”

Insecten doorstonden vijf periodes waarin soorten massaal zijn uitgestorven en ze ­dwalen al zeker 479 miljoen jaar op aarde rond. Hoe slagen deze kwetsbare schepsels er telkens weer in te overleven?

“Het is een drievuldigheid. Ze zijn klein, flexibel en sexy en hebben een enorm vermogen om zichzelf op te bouwen. Dan zijn het ook nog veelzijdige, ingenieuze schepsels. Sommigen kunnen zuigen, anderen vliegen, nog anderen kunnen kauwen. Ze kunnen op heel wat plaatsen overleven en zeer uiteenlopende dingen eten. Anders dan planten, zijn ze in staat zich te verplaatsen.”

Hoe bedoelt u, sexy?

“Met sexy bedoel ik vooral dat ze zich op gigantische schaal kunnen voortplanten. Een voorbeeld: plaats twee fruitvliegen een jaar lang in ideale omstandigheden en ze produceren 25 generaties. Neem je dan alleen de vijfentwintigste generatie, en tel je die, dan kom je op een septiljoen, een getal met 42 nullen. Bal je al die fruitvliegjes samen, dan zou die bal tot aan de zon reiken. Zo’n potentie hebben ze dus.”

Zullen ze de klimaatverandering ook over­leven?

“Het zullen de zeldzame soorten zijn die het moeilijk krijgen, terwijl de veelvoorkomende soorten zich juist zullen handhaven. Het gevolg daarvan? De zogenaamde ecologische homogenisering, waarbij de natuur over de hele wereld een eenheidsworst wordt.
“Door de opwarming van de aarde is in het regenwoud van Puerto Rico het aantal insecten sinds de jaren zeventig sterk gedaald. Er zijn scenario’s in Centraal-Amerika, een belangrijke plaats voor koffieproductie, waarin binnen een kwarteeuw de productie van koffie enorme klappen krijgt door een gebrek aan bestuivers. Maar ook andere gewassen, zoals chocolade komen op termijn in het gedrang.”

Dit jaar stelde de Europese Unie een totaalverbod in op pesticiden die gevaarlijk zijn voor bijen, de neonicotinoïden. Waarom nu pas?

“De pesticidenindustrie is een miljardenbusiness. Net als de tabaksindustrie en suikerindustrie die zeggen dat roken en zoetigheid niet schadelijk zijn, ontkent de pesticidenbranche dat haar product de gezondheid schaadt, in dit geval die van bijen. Ze beschikt over het geld om een mythe te promoten. Deze enorme lobby wil ons doen geloven dat pesticiden niet alleen ongevaarlijk, maar zelfs nodig zijn. Dat we geen keuze hebben. Wetenschappers en ngo’s voeren hier een bittere strijd tegen. Eentje met ongelijke middelen.

“Een andere reden dat we achterlopen met maatregelen tegen natuurschade, is dat onze referentiekaders verschuiven. Wat we als normaal beschouwen is aan verandering onderhevig. De natuur die ik ken uit mijn kindertijd is niet meer dezelfde. Voor kinderen die nu opgroeien is de aangetaste natuur het enige wat ze kennen. Zo schuift het beeld elke generatie op. De visser van deze tijd verwacht geen gekke schildpadden of bijzonder grote vissen aan te treffen in de oceaan, omdat hij die nooit heeft gezien. Maar zouden vissers uit de negentiende eeuw vandaag de oceaan opvaren, dan schrokken zij zich een ongeluk. Alle grote vissen uit hun tijd zijn verdwenen. We zijn ons dus niet altijd tijdig bewust van die ontwikkelingen, omdat die normaallijn geruisloos verschuift.”

Hoe ziet een wereld zonder insecten eruit? Een apocalyps?

“Zo’n Hollywoodscenario valt niet uit te sluiten. De precieze gevolgen zijn voor ons nog onbekend. Wat wel zeker is: het verdwijnen van insecten zou meteen een ravage aanrichten, de natuur zoals we die nu kennen zou uiteenvallen. De mens zou geen schijn van kans maken om te overleven. Bedenk even: minstens 60 procent van de vogels eet insecten. Ook vissen en wilde planten zouden voedsel mislopen.

“Stel de wereld voor als hangmat. Het verdwijnen van insecten is als de draden die een voor een uit de hangmat worden gehaald. Nu ligt de mens nog comfortabel in de mat, hier en daar een gat is geen probleem. Maar te veel gaten zorgen voor instabiliteit en de uiteindelijke verbrokkeling van het ecologische evenwicht. Zo zullen wij verdwijnen voor de insecten verdwijnen. Dat is zeker.”

Anne Sverdrup-Thygeson: ‘Terra insecta – Over de fascinerende beestjes die de wereld draaiende houden’
De Bezige Bij, 224 blz. € 19,99

Voor wie alleen achterblijft

Juli 2008, mijn moeder – januari 2009, mijn vader – december 2010, mijn schoonmoeder – februari 2011, mijn man. Voor de dood buig je het hoofd en leg je de duimen.

Nu

nu moeten wij aan veel meer traagheid wennen,
aan liefde die verdween en aan wat nog resteert
aan teerheid in wat najaarslucht en geur van dennen
en aan hoe-het-kon-zijn-gedachten die je nooit verleert.

aan bijna-niets, en aan voortdurend vier dezelfde muren
en aan een belsignaal dat nooit weerklinkt,
aan twintig keer per dag door ramen naar de verte turen
en altijd jezelf met wie je ’s avonds drinkt.

en wat ik overhou is niets om weg te geven:
wat ik nog ben, ben ik alleen voor mij.

Herman de Coninck

Maskers

Als we dan toch dit lang weekend de doden moeten herdenken, waarom dan niet een dode dichteres?

Blijkbaar zijn we enkel in de dood allemaal gelijk en vallen dan pas alle maskers af…

MASKERS

De mensen doen hun maskers af,
ze kijken vreemd elkander aan
verwonderd dat ze naast elkaar
lijk vreemden staan.

Nochtans ze stonden zij aan zij
in zelfde strijd voor zelfde brood;
Sleepten zij niet dezelfde sleur
van zorg en nood?

Viel niet dezelfde klacht en scherts
van uit hun bitter-blije mond?
Was ’t niet of men de hele dag
elkaar verstond?

De mensen gaan zover vaneen
wanneer de schemering is nabij;
ze worden er niet triestig om
of ook niet blij.

Ze speelden immers maar een spel
waarin de ziel geen teken gaf;
ze deden enkel met elkaar
wat lief, wat laf.

En met een gauw-vergeten groet
een scheiding zonder lach of leed,
gaat ieder naar zijn eigen huis
dat stilte heet.

Daar zijn er die te dromen gaan
langs paden mul van schemering,
naar ’t land dat ’s avonds schoner wordt,
herinnering.

En velen worden stil-devoot
om rein profiel van lief gelaat
dat in de voorhal van hun ziel
gebeeldhouwd staat.

Ik weet er ook die sprakeloos
en moede van d’ondankbre strijd
de avond danken om zijn uur
van eenzaamheid.

De mensen doen hun masker af,
hun mooie-spelen moe-gedaan,
och arme, zij die levenslang
gemaskerd gaan.

Gemaskerd door hun eigen trots,
vergulde lach of kranke lust.
Zij krijgen van geen enkle dag
wat avondrust.

Ze gaan, ‘lijk zwervers, altijd door
langs dageraad en avondrood;
ze vinden nergens ’t eigen huis
dan in de dood.

Alice Nahon

De eerste sneeuw

Naar het schijnt is vandaag in de provincie Namen de eerste sneeuw gevallen. Hier nog niets, maar de winter is dus al wel begonnen, en blijkbaar vroeg genoeg…

Eerste Sneeuw

ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit,
ik kon het niet geloven, maar voor de vensterruit,
viel zacht naar beneden, de eerste sneeuw.
Mijn mama kwam naar boven, ’t Is tijd om op te staan,
mijn mama kwam naar boven, kom trek je kleren aan,
mama, lieve mama, kijk eens naar beneden,
ga je met mij mee, in de eerste sneeuw.
Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
Waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
en ergens in de kelder ligt toch nog die slee,
papa moet me duwen door de eerste sneeuw.
Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
Nu twintig jaren later, heb ik geen zin om op te staan,
nu twintig jaren later, kijk ik weer uit het raam,
mijn mama zal niet komen, mijn mama is lang dood,
ze ligt al lang beneden, in de eerste sneeuw.
Kijk eens omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken.
‘k Wou dat dit kon blijven duren,
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
in de eerste sneeuw

Jan de Wilde

Vrouw met jou

Je fréquentais alors des hommes un peu bizarres
Aussi légers que la cendre de leurs cigares
Ils donnaient des soirées au château de Versailles
Ce n´étaient que des châteaux de paille
Et je perdais mon temps dans ce désert doré
J´étais seule quand je t´ai rencontré
Les autres s´enterraient, toi tu étais vivant
Tu chantais comme chante un enfant
Tu étais gai comme un italien
Quand il sait qu´il aura de l´amour et du vin
Et enfin pour la première fois
Je me suis enfin sentie :

Femme, femme, une femme avec toi
Femme, femme, une femme avec toi

Tu ressemblais un peu à cet air d´avant
Où galopaient des chevaux tous blancs
Ton visage était grave et ton sourire clair
Je marchais tout droit vers ta lumière
Aujourd´hui quoi qu´on fasse
Nous faisons l´amour
Près de toi le temps parait si court
Parce que tu es un homme et que tu es gentil
Et tu sais rendre belle nos vies
Toi tu es gai comme un italien
Quand il sait qu´il aura de l´amour et du vin
C´est toujours comme la première fois
Quand je suis enfin devenue :

Femme, femme, une femme avec toi
Femme, oh! femme, une femme avec toi
Femme, femme, une femme avec toi.

Maandag is mijn laatste grote liefde jarig. Ik hoop dat hij gelukkig is, zonder mij. En voor mezelf wens ik dat het niet mijn allerlaatste grote liefde is, maar ooit nog iemand mij zoveel vrouw kan laten voelen als in dit prachtige liedje. De liefde is altijd welkom!

Ik wil nog niet gaan

Gaan

Ik zal gaan
O met genoegen zal ik gaan
met diepe vreugde en trompetgeschal
ik zal gaan

Als jij roept zal ik gaan
mijn werk mijn eten en mijn handen
zal ik laten staan
als jij roept zal ik gaan

Als jij roept in de morgen
in de middag in de avond
in mijn dromen in mijn waken
als jij roept zal ik gaan

Ik zal gaan
al breken ze mijn benen
al moet ik kreupel gaan
engelen binden dan mijn wagen
vleugels aan

Ik zal gaan

Remco Campert

Maar ik wil nog niet gaan! Het wordt nu pas plezant! Alle frustraties en gevoeligheden zijn weggewerkt, alle angsten en geremdheid onder controle, alle twijfels en illusies weggewerkt, en alle verdriet van vroeger en nu aangekund. Zelfs zekerheden moeten niet perse kunnen, en efficiëntie is ook niet altijd nodig.

Dus laat die engelen en die wagen nog maar een tijdje in de garage, ik flierefluiter hier nog graag een tijdje rond, en als iedereen gezond blijft zal dat zeker lukken.