BOEK: Wijs, grijs en puber

Jean Paul Van Bendegem: “Het is tijd voor seniorenprotest”

Jean-Paul Van Bendegem
 Thomas Sweertvaegher Jean-Paul Van Bendegem
Wie 65-plus is wordt betutteld, buitenspel gezet of gereduceerd tot een kostenpost van de vergrijzing. En dat mag wel eens ophouden, zo betoogt wetenschapsfilosoof Jean Paul Van Bendegem (67) in zijn vurig pamflet Wijs, grijs en puber. “Het is tijd voor seniorenprotest”, vertelt hij aan De Morgen.

Herhaaldelijk rinkelt tijdens ons gesprek de bel in het Gentse bel-etagehuis van Jean Paul Van Bendegem. Een pakjesbezorger levert vers gedrukte exemplaren van zijn nieuwe boek, die de emeritus in de logica, wiskunde en wetenschapsfilosofie glunderend uit de doos grist. Niet veel later belt de fotograaf aan en host hij opnieuw de steile trap op en af. Dat doet hij gezwind en energiek.

Misschien omdat hij deze specifieke trap al jaren kent? Want in zijn nieuwe boek staat: “Als jongere mens stormde ik trappen op, twee treden per keer, indien echt nodig zelfs drie. Op dit ogenblik ben ik nog niet oud genoeg om trappen per trede op of af te gaan. Daardoor zit ik halverwege, op ‘anderhalve’ trede. Wat is het onvermijdelijke gevolg? Ik struikel af en toe omdat ik even terugval in het tweetredenscenario en mij dan meteen herpak naar het ééntredescenario, maar die overgang verloopt niet vlot.”

Waren uw eigen beginnende ongemakken met ouder worden de aanleiding voor dit boek?

(lacht) “Deels wel. Vanaf midden de zestig kom je in een andere dimensie terecht. Je lichaam hapert wat, de buitenwereld gaat je anders bekijken en je wordt afgesneden van het zogenaamde ‘actieve’ leven. Tijdens mijn laatste twee jaar aan de VUB liet zich dat al merken. Ik was 62 en wilde een aanvraag doen bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) voor een doctoraat. Maar dat kon niet meer want een doctoraat duurt vier jaar. Dat was schrikken. Hoeveel geld je kan binnenhalen is een van de grote parameters in de academische wereld. Oei, ik mag het spel niet meer meespelen, dacht ik.

“Maar zelf heb ik geluk. Ik heb een mooi pensioen en ik ben nog voor 10 procent verbonden aan de VUB om les te geven. En ik ben af van de competitiestrijd en de administratieve rompslomp aan een universiteit. Ook geef ik nog altijd veel lezingen. Niet iedereen heeft die kansen nog. Plots voel je je  dan ‘nutteloos’. En mensen gaan je anders benaderen, alsof je niet meer mee bent. Ze nemen je telefoon uit je handen omdat ze denken te moeten tonen hoe die werkt.”

Is het echt zo erg?

“Ja, dat is de basishouding tegenover senioren. Op Wikihow staat zelfs een handleiding met als titel: ‘Hoe voer je een conversatie met oudere mensen?’ Toen ik eens zonder ticket op de trein Gent-Brussel gestapt was omdat dat altijd de lijn was waar ik een abonnement voor had, legde ik dat uit aan de conducteur. Tot mijn uiterste verbazing ging hij mij luider en trager toespreken. Ik voelde me toen erg opstandig. Als een puber. Dat idee ben ik gaan verkennen en zo heb ik ontdekt dat er erg veel gelijkenissen zijn tussen senioren en pubers. Ouder worden is helemaal niet langzaam uitdoven. Het is heftig en intens. Per toeval werd ik eens gevraagd om een lezing te geven over het thema. Hoewel dat wat onwennig was, merkte ik dat mijn visie een gevoelige snaar raakt bij een seniorenpubliek en ook bij zorgverleners. Vandaar dit boek.”

Jean Paul Van Bendegem
 Thomas Sweertvaegher Jean Paul Van Bendegem

Hoezo zijn senioren net pubers?

“Fysiek verandert je lichaam zonder dat je er controle over hebt. Ik slaap nu minder maar heb vaker een dutje overdag nodig. Plots moet ik vaker plassen door een vergrote prostaat. Seksualiteit moet je herontdekken. Dat geeft stunteligheid en onkunde. Zowel als het over pubers gaat als over senioren bekijkt de buitenwereld seks als taboe.

“En de wilde stormen in het puberbrein zijn bekend, maar dat is bij senioren niet anders. Het cliché wil dat een ouder brein aftakelt. Maar onderzoek toont dat het nog veel nieuwe verbindingen aanmaakt en nog volop verandert. Sommige elementen verzwakken, andere versterken. Zo weten we nu dat het geheugen niet zozeer verzwakt maar dat er verschuivingen zijn. Informatie die voor jou belangrijk is, onthoud je goed. Senioren twijfelen wel vaker aan de bron van bepaalde informatie maar niet aan het waarheidsgehalte. Ook blijkt dat ouderen beter goede strategieën kiezen om een specifiek probleem op te lossen, wat natuurlijk te maken heeft met levenservaring.

“De sterkste overeenkomsten is wellicht de onzekerheid over de toekomst. Plots ligt alles open en weet je niet waar je binnen een paar jaar zal staan, zitten of liggen. En met wie. Alles lijkt mogelijk, zowel fijne als vreselijke scenario’s. Je bent vreselijk benieuwd, maar ook erg onzeker. Omdat alles vanaf nu de laatste keer kan zijn, zie je bij senioren ook vaak een soort zottigheid, de zin om grenzen af te tasten.”

U noemt het een ‘tweede puberteit’?

“Inderdaad. Ik doel niet op krampachtig willen vasthouden aan je jeugd. Dat kan alleen maar eindigen in frustratie. Maar het is een periode waarin je je geen blijf weet met de vele veranderingen die je overvallen. Er is geen handleiding en de buitenwereld lijkt je niet te begrijpen.

“Bovendien wordt er in het publieke debat over onze hoofden heen gesproken, wat kinderen en pubers ook overkomt. De kosten van de vergrijzing, de pensioenleeftijd, medische ontdekkingen om het leven  te rekken. Veel actuele debatten raken de senior, maar hij komt zelf weinig of niet aan bod.

“Na je vijftigste heb je nauwelijks nog kansen op de arbeidsmarkt. Maar gepensioneerden zijn zogezegd te duur, terwijl ze een heel leven werkten voor een pensioen. In jullie krant vroeg RTL-journalist Maarten Veeger zich zelfs af of het niet zinvol zou zijn om ouderen hun stemrecht af te nemen. En terwijl het vaak gaat over wat een last senioren zijn, lezen we ook hoe de wetenschap steeds meer ziektes overwint en hoe onsterfelijkheid mogelijk zou worden. Je blijft dan verweesd achter met de vraag: Wat willen ze nu eigenlijk van ons? Zijn we nog welkom of lopen we in de weg?

“De coronacrisis toont het ook. Het gaat de hele tijd over ouderen, maar ze komen zelf nauwelijks aan het woord. Je hoort zelfs dat het niet noodzakelijk een slechte zaak is dat ‘het dorre hout wordt gesnoeid’ en dat ‘de natuur alleen maar haar werk doet’.”

Jean-Paul Van Bendegem
 Thomas Sweertvaegher Jean-Paul Van Bendegem

Virologen kregen al de wind van voor omdat ze suggereerden dat we ouderen extra moeten afschermen. Vanuit hun standpunt bekeken lijkt dat wel logisch, toch?

“Als wetenschapsfilosoof besef ik dat de exacte wetenschapper abstract denkt. Dan lijkt het logisch een streep te trekken tussen de groep die veel risico’s loopt en de anderen. Maar wij zijn geen moleculen in een petrischaal. Die objectivering van de oudere maakt mij kwaad. Mijn fantasie slaat dan ook op hol. Gaan ze ons allemaal verzamelen en in Center Parcs stoppen?”

Waarom roept u senioren op tot burgerlijke ongehoorzaamheid?

“Om al die redenen samen. Als senioren pubers zijn, dan kan de rest van de wereld er maar beter rekening mee houden dat ze opstandig, vervelend en irritant zullen zijn. Niet alleen omdat ze geen blijf weten met zichzelf, maar ook omdat de perceptie over de senior zo scheef zit. Met mijn pamflet roep ik hen op om zich te laten horen, tegenwicht te bieden.

“Met burgerlijke ongehoorzaamheid bedoel ik zeker niet gebouwen beschadigen of strafbare feiten plegen. Het is meer een houding. Dat kan ook in taal, met woorden. Wanneer iemand opmerkt dat ik wellicht een mooi ambtenarenpensioen heb, antwoord ik: ‘Basisinkomen, zul je bedoelen’.

“Het gaat erover die foute denkbeelden over de oude uitdovende opaatjes en omaatjes te bestrijden. Een prachtig voorbeeld staat in De eeuw van mijn vader van Geert Mak. Zijn vader is terminaal maar vraagt in het ziekenhuis iets te eten. Dat krijgt hij; maar de arts zegt: ‘U beseft toch dat u in de laatste trein zit’? Hij antwoordt: ‘Ja, maar dan wel in de restauratiewagen.’ Ik pleit trouwens voor de nieuwe term ‘grijsisme’.”

Pardon?

“Racisme en seksisme zijn bekend, maar in onze taal hebben we geen woord voor wat in het Engels ‘ageism’ heet, discriminatie op basis van leeftijd. ‘Grijsisme’ lijkt me een goede optie. (lacht) ‘Met die uitspraak bent u een grijsist, mevrouw’.”

Denkt u aan actiegroepen die protesteren?

“Waarom niet? Zelf vind ik het protest van tachtiger Jane Fonda (die opgepakt werd bij klimaatprotesten, BDB) erg inspirerend en ben ik ambassadeur van Grootouders voor het Klimaat. Het staat mij tegen dat er soms vijandigheid tussen generaties wordt aangewakkerd. Dat komt omdat er eenzijdig gedacht wordt vanuit de zogenaamde ‘actieven’. Die generatie maakt aan beide kanten kosten, voor de kinderen en voor de oudjes. Maar we moeten vanuit zeker drie generaties denken. Dan zie je dat er in alle richtingen gegeven en genomen wordt en kan worden. En dat jongeren en ouderen misschien het best samenspannen als ze meer gehoord willen worden.

“Zeker als het over klimaat gaat, is dat logisch. De toekomst van jongeren komt in het gedrang en ondertussen is het onder senioren dat hier de eerste klimaatdoden vallen. Door de laatste hittegolf was er een oversterfte van 1.100 mensen in ons land en het gros waren ouderen.”

Waarom besteedt u in uw boek ruim aandacht aan het verschil tussen wetenschappelijke kennis en ‘wijsheid’?

“Omdat het brede publiek een onrealistisch beeld heeft van de wetenschap. Het wordt gezien als de allerhoogste vorm van kennis, waarbij alles beantwoordt aan vaste procedures en wetmatigheden, terwijl we wijsheid onderschatten. Griekse filosofen zoals Plato beschouwden beide als evenwaardige vormen van kennis. Maar vandaag wordt wetenschap op een voetstuk geplaatst en doen we meewarig over wijsheid.”

De coronacrisis toont iedereen nu toch hoe wetenschap vooral zoeken, missen en opnieuw beginnen is?

“Gelukkig. Eindelijk zien we de backstage van het toneel. Zelfs in de wiskunde, de tak van de wetenschap waarin waarheden het meest vaststaan, is er nu al twee jaar discussie over één enkele stelling. Het is cruciaal dat we niet te veel ontzag hebben voor grote waarheden en abstracte fundamenten en dat we ons telkens, geval per geval, moeten afvragen wat in de praktijk de beste keuze is, gebaseerd op goeie argumenten.”

Wat is wijsheid en waarom hebben senioren daar per se meer van?

“Wijsheid is geen wazige tegelspreuk, maar door praktische kennis en ervaring weten hoe je met wetenschappelijke kennis moet omgaan en hoe je ze moet toepassen. Behendig een lamp vervangen, stoelt op een stuk theoretische maar ook praktische kennis en ervaring. Een goede huisarts past de theorie anders toe bij verschillende patiënten. Wijsheid wordt vaak gezien als tegenpool van wetenschappelijke kennis. De harde data versus het ongrijpbare buikgevoel. Maar ze is evenwaardig aan wetenschappelijke kennis en beide hangen samen. Dat wisten de Grieken, wij zijn dat vergeten.

“En omdat senioren al langer leven, hebben zij al veel vaker moeten uitzoeken hoe theoretische kennis te vertalen in praktische toepassingen die het best zijn voor hen, in specifieke situaties. Daarom zou ik het mooi vinden, mochten de kennis en de wijsheid die senioren bezitten doorgegeven worden aan jongeren. Vroeger ging wie een stiel leerde in compagnonnage bij iemand met erg veel ervaring. Nu zetten we senioren buitenspel. Dat is jammer. Hun wijsheid is erg waardevol.”

Jean-Paul Van Bendegem
 Thomas Sweertvaegher Jean-Paul Van Bendegem

Bent u zelf ook al bezig met de laatste levensfase?

“Het is maar sporadisch dat ik eraan denk. Bijvoorbeeld wanneer ik een lezing geef in een woon-zorgcentrum. Dat is zo confronterend dat ik telkens echt een drempel over moet. Ik ben vooral bang om de taal en verstandelijke vermogens kwijt te spelen. Daarom hoop ik op een plotse dood. En net zoals Hugo Claus en Etienne Vermeersch ben ik daarom blij dat euthanasie bestaat in dit land. Dat kun je plannen en dan kun je nog afscheid nemen.”

Wat hoopt u met dit pamflet te bereiken?

“Meestal is het publiek uitgelaten na mijn lezing over het thema. Ik hoop dus bij nog veel meer ouderen minstens een glimlach te veroorzaken. Ik zou blij zijn mocht het hen aanzetten om meer weerwerk te bieden tegen al die clichés. Dat meer en meer senioren maar eens een Jambonneke doen en op de zoveelste betuttelende uitspraak reageren met ‘Da gade gij nie bepale’.” (schaterlach)

Wijs, grijs en puber. Academic Scientific Publishers. 199 pagina’s, 18,50 euro.

Massavorming

OPINIESTUK

‘In de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen’

Knack – Mattias Desmet – 29.08.2020

Mattias Desmet

Professor klinische psychologie Mattias Desmet (UGent) legt uit waarom een groot deel van de bevolking tijdens de coronacrisis opvallend gemakkelijk maatregelen aanvaarden die diep in hun plezier, vrijheid en welvaart ‘snijden’.

Kijk eens goed naar deze figuur hieronder. Welk van de lijnstukken A, B en C is even lang als lijnstuk 1? Dat was de vraag die de Amerikaanse psycholoog Solomon Asch stelde aan de deelnemers van zijn experiment over groepsdruk. In elk groepje van acht proefpersonen zaten zeven medewerkers van Asch. Ze antwoordden allemaal zonder te verpinken ‘lijnstuk B’.

De achtste deelnemer – de enige echte proefpersoon – gaf overwegend hetzelfde antwoord als zijn voorgangers. Slechts 25 procent sprak consequent uit wat zelfs een blinde kan zien: niet lijnstuk B maar lijnstuk C is even lang als lijnstuk 1.

Na het experiment vertelden sommige proefpersonen dat ze wel degelijk het juiste antwoord kenden maar niet durfden ingaan tegen de groep. Nog interessanter is dat anderen toegaven dat ze onder druk van de groep aan hun eigen oordeel waren beginnen twijfelen en uiteindelijk het absurde groepsoordeel voor waar aannamen.

/

We moeten het onder ogen zien: ook in de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk dat het gerapporteerde aantal coronadoden in woonzorgcentra veel te hoog was omdat men àlle doden telde, maar ook tal van andere gerapporteerde cijfers, bijvoorbeeld de besmettingsgraad en het reproductiegetal, waren onrealistisch.

Hoe verkeerd ook, dergelijke boodschappen bepalen de publieke opinie. Ze worden naar voor geschoven door experts, vaak op de nationale televisie, waardoor het lijkt alsof ze algemeen aanvaard worden. Net als in het experiment van Asch volstaat dit voor veel mensen als bewijs van hun juistheid: ‘Het kan toch niet dat iederèèn verkeerd is’, ‘Ze zouden het toch niet zeggen als er niets van aan is’, enz.

Er dienen zich hier een aantal vragen aan: waarom is een boodschap die door een massa gedragen wordt, zelfs als ze niet correct is, zo overtuigend? Hoe komen intelligente mensen – de experts – ertoe om zulke discutabele boodschappen de wereld in te sturen? Welke gevaren zijn er aan dergelijke massapsychologische fenomenen verbonden en hoe moeten we er als maatschappij mee omgaan?

In de coronacrisis is de publieke opinie in de greep van absurde oordelen.

Massavorming rijst vaak op in een maatschappelijk klimaat verzadigd van onbehagen, angst en gebrek aan zingeving (zie bv. de 300 miljoen dosissen antidepressiva per jaar in België en de burn-outepidemie). In zo’n sfeer is de bevolking buitengewoon gevoelig voor verhalen die de oorzaak van hun angst benoemen en op die manier een gemeenschappelijke vijand in het leven roepen – het virus – die vervolgens ‘vernietigd’ moet worden.

Dit levert psychologische winst op. Ten eerste wordt de angst die voorheen onbestemd aanwezig was in de maatschappij, nu heel concreet en daardoor mentaal beter beheersbaar.

Ten tweede vindt de uiteenvallende maatschappij in de gemeenschappelijke strijd met ‘de vijand’ een minimale samenhang, energie en zinverlening terug; het gevecht tegen corona wordt een met pathos en groepsheroïek beladen missie.

Verengd

In extremere gevallen brengt dit de maatschappij in een soort roes die ook optreedt in een massa die samen zingt of leuzen scandeert (bv. in een voetbalstadion). De stem van het individu lost daarbij op in de overweldigend vibrerende groepsstem; het individu voelt zich gedragen door de massa en ‘erft’ haar zinderende energie. Wàt er precies gezongen wordt, doet er niet toe; wat telt is dat men het samen zingt. Het experiment van Asch toont de cognitieve variant daarvan: wàt men denkt doet er niet toe, wat telt is dat men het samen denkt.

Zoals Gustave Le Bon, een Frans socioloog, rond 1900 al opmerkte, lijkt het effect van massavorming op dat van hypnose. In beide gevallen zuigt een eng verhaal alle aandacht naar zich toe en vernauwt het bewustzijnsveld zich. Vergelijk het met de lichtcirkel van een lamp die inkrimpt en alles wat erbuiten valt in de duisternis laat verdwijnen (zie figuur).

/

In de coronacrisis zie je dat bijvoorbeeld hierin: slachtoffers die door de maatregelen vallen (bv. sterfgevallen door emotionele en fysieke verwaarlozing in woonzorgcentra, niet-corona patiënten waarvan de behandeling uitgesteld werd, slachtoffers van agressie binnenshuis, …) krijgen, alleszins in vergelijking met coronaslachtoffers, nauwelijks aandacht en empathie (van deze slachtoffers geen dagelijkse statistieken, gevalsbeschrijvingen, getuigenissen van familieleden, etc.). Zij vallen buiten de lichtcirkel.

Dit gebrek aan empathie mag niet verward worden met ordinair egoïsme. Le Bon noteerde dat zowel massavorming als hypnose ervoor zorgen dat individuen hun egoïstische strevingen, ja, zelfs hun eigen pijn, radicaal kunnen negeren. Met een eenvoudige hypnotische procedure kan men patiënten dermate verdoven dat men tijdens operaties probleemloos insnijdingen kan maken. Op dezelfde manier aanvaardt een groot deel van de bevolking tijdens de coronacrisis merkwaardig gemakkelijk maatregelen die diep in hun plezier, vrijheid en welvaart ‘snijden’.

Maar er is ook een belangrijk verschil tussen massavorming en hypnose. Bij hypnose is enkel het bewustzijnsveld van de gehypnotiseerde vernauwd; degene die het hypnotiserende verhaal uitspreekt (de hypnotiseur) is ‘wakker’. Bij massavorming is ook degene die het verhaal articuleert – in deze crisis de expert – mentaal in de greep van het verhaal. Meer zelfs: het aandachtsveld van de viroloog is door zijn opleiding (die eenzijdig op virussen gericht is) en door de secundaire voordelen die het verhaal hem brengt (excessief aanzien, autoriteit, onderzoek financiering, enz.) nog meer vernauwd dan dat van de bevolking. Dit verklaart de bevreemdende vaststelling dat experts fouten maken die een leek niet snel zou maken (een fenomeen dat soms ‘expert blindness wordt genoemd).

Degenen die fanatiek vertrouwen op de experts èn degenen die hen volledig wantrouwen (en er complotteurs in zien) maken hier dus wellicht dezelfde fout: ze schrijven aan de experts een te absoluut weten (en macht) toe, de eerste groep in positieve zin, de tweede in negatieve. De eigenlijke meesters van de toestand zijn niet de experts maar de verhalen en hun achterliggende ideologieën; de verhalen bezitten iedereen en behoren niemand toe; iedereen speelt er een rol in, niemand kent het volledige script (ook all American hero Bill Gates niet).

Massavorming zorgt ervoor dat het gedeelde maatschappelijke verhaal immuun wordt voor kritiek en zichzelf tot in het absurde toe bevestigt. Bijvoorbeeld: Op een paradoxale manier worden de slachtoffers die dòòr de maatregelen vallen (bv. door eenzaamheid in woonzorgcentra), gebruikt als argument vòòr de maatregelen. Men telt ze argeloos op bij de algemene oversterfte en gebruikt hen zo om de maatregelen te rechtvaardigen.

De VN waarschuwde dat hongersnoden ten gevolge van de lockdowns straks miljoenen slachtoffers kunnen maken. We lopen het risico dat ook die ten onrechte bij de coronaslachtoffers geteld worden en dat de angst en daarmee ook het draagvlak voor strengere maatregelen exponentieel toeneemt. Op die manier kan de maatschappij in een vicieuze cirkel belanden: hoe strenger de maatregelen, hoe meer slachtoffers; hoe meer slachtoffers, hoe strenger de maatregelen.

De maatschappij riskeert in een vicieuze cirkel te belanden: hoe strenger de maatregelen, hoe meer slachtoffers; hoe meer slachtoffers, hoe strenger de maatregelen.

Onderschat niet waartoe dit in de toekomst kan leiden. De idee die geopperd werd omtrent het onderbrengen van besmette individuen in isolatiecentra wordt nu nog als een ‘disproportionele’ maatregel beschouwd. Maar in zoverre de maatschappij mentaal aan een eng virologisch verhaal gekluisterd blijft, is er enkel een stijging van de angst nodig om ook dit als ‘noodzakelijk voor de volksgezondheid’ te beschouwen.

In combinatie met de manipuleerbaarheid van coronatests en een feodale herverdeling van de macht (gouverneurs en burgemeesters krijgen door de impasse van de nationale politiek ongeziene macht) zie je wat er aan de horizon verschijnt: naar willekeur oppakken, isoleren en ‘behandelen’ van ‘besmette’ mensen. Maatschappelijk systemen die naar het totalitaire toe tenderen, hanteren een verschillend discours maar ze doen allemaal ongeveer hetzelfde.

De massapsychologische dynamiek die oprijst rond de reële kern van de corona-epidemie vertoont alle kenmerken van een psychologisch symptoom en moet ook als dusdanig geanalyseerd worden. Net zoals een individueel symptoom heeft het een signaalfunctie. Het verwijst naar een onderliggend maatschappelijk probleem, dat we hogerop beschreven hebben als een gebrek aan zinverlening en eraan gekoppelde, epidemische angst en depressie.

Dat laat zich onder andere voelen op de werkvloer. Nu de lockdown en het erbij aansluitende verlof (dat niet echt als een verlof aanvoelde) zowat achter de rug zijn, moeten we zo langzaam terug naar het oude werkregime. Velen van ons zullen daar opnieuw geconfronteerd worden met de ervaring die in de bestseller Bullshit Jobs beschreven wordt: de werkdag lijkt een aaneenschakeling van verplichtingen die men jachtig moet nakomen zonder goed te weten wie er eigenlijk wel bij vaart.

Zoals iemand me onlangs zei: je zou bijna verlangen naar een nieuwe lockdown. Voor nogal wat mensen lijkt dit de enige manier om te ontsnappen aan de uitputtende ratrace en op zijn minst in de strijd tegen het virus wat zinvolheid en verbondenheid met de ander te ervaren. Zo vinden we in de huidige massavorming nog een kenmerk van psychische symptomen: het zijn pogingen om het onderliggende probleem op te lossen … die op termijn nefast zijn.

Dit is de opdracht waar we voor staan: zin en verbondenheid vinden in het leven zonder dat we daar een oorlog met een virus voor nodig hebben. Waar zit er in ons westerse wereldbeeld een opening die uitzicht geeft op een zinvol bestaan als mens?

MATTIAS DESMET

https://www.knack.be/nieuws/belgie/hartenkreet-van-een-rusthuisbewoner-vrijheid-is-alleen-nog-een-recht-voor-wie-jonger-is-dan-80/article-opinion-1634343.html

In verband met dit opiniestuk las ik de volgende bemerking: Maar al te vaak gaat de algemene leugen door voor waarheid…
Oppassen met massavorming want de huidige situatie met corona doet mij stilaan denken aan Duitsland in de jaren dertig…
Gelukkig kan ik nog zelf denken en mezelf een mening vormen!

 

Iemand stelt de vraag

Tijdens deze coronacrisis stelt een gezond mens zich vele vragen, o.a. ook over de maatregelen die moeten gevolgd worden, en het nut en de gevolgen ervan. Daarbij kwam dit gedicht van Remco Campert mij weer heel goed van pas. Vooral 2 en 3 spreken mij al mijn ganse leven aan, of is het eigenlijk omgekeerd?

Vandaag reageerde iemand met de woorden: “Jij stelt een vraag, maar je beantwoord ze zelf.” Misschien is dat wel de essentie van vragen stellen, ze in alle eerlijkheid, zelf durven beantwoorden.

Iemand stelt de vraag

1.

Het was een geweldig feest
er stierven drie mensen
een van ouderdom
een door alcohol
een omdat hij vocht met de slang

O maar er werd gezongen
gedanst en gedronken!
De pijp ging rond en de pruim
oude verhalen werden nieuw
opa’s stonden in hoog aanzien
die zeiden dat het zo altijd was geweest
en altijd zo zou blijven
en de kinderen bleven erbij
tot ze niet meer konden.
O maar er werd gedanst
en gevrijd bij het leven
een dag een nacht en een dag!

Tot het zout op was
de kruiken leeg
en de schelpen door de kroegbaas
weer afgepakt
toen wankelden ze lachend de berghelling op
sliepen hun roes uit in het lange gras
een nacht en een lange dag

Terwijl ze sliepen
reden
beladen met het werk van hun handen
in kratten en balen verpakt
in bewaakte colonnes
de vrachtwagens naar de stad

de stad van de banken en congressen
de stad van de krotten en open riolen
de stad van de mooie dames met chauffeur
de stad van de hoeren voor een knaak
de stad waar iedereen verdient het zout in de pap
iedereen die een vinger in de pap heeft
de stad waar ze altijd van droomden
de stad die ze nooit zouden zien.

2.

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

3.

Iemand weigert de schelp
iemand houdt op met dansen
iemand smijt de kroegbaas de kruik in ’t gezicht
iemand zegt opa de pest met je oude verhalen

iemand wil het alfabet leren
iemand pakt de opzichter z’n zweep af
iemand steelt een geweer
iemand zegt dit is mijn grond

iemand staat zijn dochter niet af aan de landheer
iemand antwoordt niet met twee woorden
iemand houdt zijn graan verborgen
iemand viert geen feest als de vrachtwagens komen

iemand spuugt op de grond als hij de soldaten ziet
iemand snijdt de banden door
iemand verschuilt zich in het woud
iemand droomt niet meer

iemand richt zich op
iemand is voor altijd wakker
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich

en dan nog iemand
en nog iemand
en nog.

(‘Iemand stelt de vraag’ – Remco Campert, uit: Dichter, Amsterdam 2011)

Zeveraars

Zeveraars

De Standaard – Zaterdag 1 augustus 2020 om 3.25 uur

Antwerpenaren zijn tot nieuwe pest­lijders gebombardeerd. En we waren al niet zo populair voorbij de Ring. Al een geluk dat die brug over de Schelde er nooit is gekomen, anders had men ze nu opgehaald. Sluit de poorten! Hijs de brug! Alarm! Op Facebook circuleert er een event om de Kennedytunnel dicht te metsen, dat men op de Parking nét iets te enthousiast onthaalt. De Antwerpse randgemeenten worden verplicht om mee de melaatsenratel te zwaaien. Een chirogroep was niet welkom in Lille, niet omdat ze hun leeuwenvlag mee­hadden, maar vanwege hun foute afkomst: het Antwerpse Kontich. En alles binnen de muren van de provincie is onrein. Boos wijzen de gemeenten naar het centrum. ‘Omdat zij de beest uit­hingen, worden wij allemaal klassikaal gestraft! Niet eerlijk!’

Laten we een kat maar een kat noemen, vrienden; wij zijn niet de schuldigen, het ligt aan de ‘superverspreiders’! Dat zijn ogenschijnlijk gewone mensen die de bedenkelijke superkracht bezitten om bij elk woord onnodig veel speeksel alle kanten op te sturen. Zeveraars dus. Zij zijn de boosdoeners. Hoelang nog voor we hen bijeendrijven en met pek en veren de stad uitjagen? En voor u weer in het rond begint te wijzen naar bepaalde bevolkingsgroepen; ­superverspreiders komen voor in de beste families. Sommigen zijn zelfs gedoopt bij de studentenclub Reuzegom.

Rond met corona besmette mensen hangt intussen eenzelfde soort stigmatisering als rond pakweg mensen met chlamydia. Ik heb mezelf er ook al op betrapt. Toen ik hoorde dat iemand in mijn ruime kennissenkring positief testte, hoorde ik mezelf denken: ‘Och, ja, Sandra, tuurlijk. Zij weer … Dankzij Sandra moeten wij nu binnenblijven. Tss …’ Sterker nog, ‘is onze maatschappij ondersteboven gegooid’. Alle plezante dingen mogen niet meer: roepen, zingen, dansen, tieren. Zelfs een skater in elkaar meppen, vinden mensen blijkbaar al op het randje. Een minuscuul virus kreeg gedaan wat de boze baarden van IS met geen honderd bommen en granaten ­gedaan kregen: een totale gedragswij­ziging, inclusief sociale controle. We dragen allemaal de voorgeschreven gezichtsbedekkende kleding buitenshuis (binnenshuis mag die af), we weigeren nog handen te schudden (behalve getrouwde koppels) en de alcohol­consumptie wordt beteugeld met sluitingsuur en avondklok. Sterker nog, we controleren elkaar op deze voorschriften. Wie zijn doek niet draagt, wordt nagestaard en beschimpt. Overal loert de coronapolitie.

Wat me misschien nog het meest ­irriteert, is de zelfgenoegzaamheid van de onheilsprofeten. Het soort dat alsnog hoopt op een bloedbad in Zweden, op een Bijbelse afrekening van Sodom. De blèters die de voorbije maanden bij elke afwijking van de regels riepen: ‘Over twee weken komt er een opflakkering! Ge zult het zien!’ Na een drukke paasmaandag (niks gebeurd), na de opening van de stranden (niks gebeurd), na de Black Lives Matter-betogingen (niks gebeurd), na de heropening van de horeca (niks gebeurd). Zij krijgen eindelijk een bot toegeworpen. Dat mocht ook wel, na die reeks blindgangers.

Ik weet wel dat de regels er voor ­elkaars welzijn zijn. Rebelleren is niet stoer. Je brengt jezelf niet in gevaar, maar de ouderen en zwakkeren om je heen (misschien) wel. Dat maakt van elke overtreder feitelijk een asociale beunhaas. En toch, als ik eerlijk ben, heeft de bullshitdetector in mijn brein het lastig met het kritiekloze conformisme. Met het buigen naar absurde regels. De rebel in mijn hoofd duelleert met de moraalridder. Dat conflictgevoel stijgt evenredig met de graad van medische nutteloosheid; je hond niet mogen uitlaten in de provincie Antwerpen om 23.31 uur, bijvoorbeeld, of wandelen door de akkers van Arendonk zonder mondmasker op. Men koos voor simpele regels. Dat geeft het voordeel van de duidelijkheid, maar ook het risico op absurditeit. Simpel dus in de beide betekenissen van het woord: 1. eenvoudig, 2. onnozel. Met sancties tot 1.600 euro boete en twee weken ­gevangenisstraf. Als we toch belachelijke bedragen gaan hanteren, pak dan ineens een miljoen boete en 20 jaar dwang­arbeid. Komaan,let’s go all the way!

Kijk, ik snap het wel, dat men niet à la tête du client kan werken of overal wetten op maat bedenken. Voor regels die een hoger doel dienen, wil ik het onzingehalte gerust even tolereren. Maar mijn brein kan die discrepantie maar heel even aan. In maart had ik nog begrip voor het feit dat je wel elektrisch mocht fietsen (in je blote gezicht), maar niet mocht motorrijden (met een helm op). Er was geen tijd voor fijnmazigheid, de situatie overviel toen iedereen. Vier maanden verder heb ik minder begrip. We wisten dat deze tweede golf er aankwam. Je zou denken dat er sindsdien toch keihard gewerkt is aan allerlei scenario’s en draaiboeken. Intussen mogen we niet meer naar het openluchttheater in Antwerpen (maar nog wel met het vliegtuig naar Spanje) en moeten dorpjes en steden in avondklok, allemaal om te vermijden dat Franky en zijn maten na sluitingsuur nog op straat blijven zeveren met een blik bier van de nacht­winkel. Dat is op een mug schieten met een artilleriebataljon.

Té lang moet deze discrepantie niet duren. Vier weken wordt al een uit­daging. Benieuwd hoe we straks met de derde golf om zullen gaan. Maak de schuilkelders alvast gereed. Tijd om snel wat toiletpapier in te slaan. U hebt nog tot halftwaalf.

Michael Van Peel is stand-upcomedian. In deze rubriek wikt hij de week.

BOEK: Luie ouders hebben gelijk

Eén van de grote voordelen dat ik niet per auto kan rijden, is dat ik ook niet voor chauffeur moet spelen, niet voor de kinderen en ook niet voor anderen. Bovendien zo verschrikkelijk handig is auto kunnen rijden niet, en dat nog voor veel meer zaken.

David is momenteel een boek aan het lezen geschreven voor luie ouders en in de korte samenvatting zie je op de achterflap het volgende staan:

David is één keer mee geweest met de scouts, daarna nooit meer. Zijn vriendjes kwamen hier spelen, en voor de rest kon hij zich heel goed alleen bezig houden.

De schrijver van dit boek heeft gelijk: laat kinderen zelf ontdekken wat ze graag doen en waar ze bijzonder creatief in zijn, zo stimuleer je hun fantasie en handigheid. En weten  wat  je graag  doet kan bovendien ook in je volwassen leven een bron van troost zijn in moeilijke momenten.

Chronische mobiliteit

De mensheid lijdt aan chronische mobiliteit. We willen altijd maar weg, zeker nu in de zomermaanden.

Vakantie betekent voor de meeste mensen dat ze ergens naartoe moeten, weg van thuis alsof ze er zeker van zijn dat het elders beter is, terwijl ze vaak minder comfort, minder rust en meer stress hebben door zich te willen verplaatsen.

Maar misschien komt dat ook omdat voor velen thuis thuis niet meer is. Ze zijn er haast nooit, en misschien worden ze thuis ook teveel geconfronteerd met waar ze bang voor zijn, met een leven waar ze eigenlijk niet voor gekozen hebben, en worstelen ze thuis ook meer met zichzelf, dan wanneer ze ergens zijn waar genoeg afleiding is om daaraan te ontsnappen.

Voor mij is het haast onbegrijpelijk dat niet iedereen een thuisgevoel heeft, want ik ben niets liever dan thuis, en het is ook de plek waar ik het meest mezelf en ongedwongen kan zijn.

Waarschijnlijk hangt het ook af van de manier waarop je tot rust komt, je ontspannen en veilig voelt. Want om die dingen te ervaren hoef je niet eens mobiel te zijn, dat gebeurt in je brein.

Ik geloof dat het Godfried Bomans was die ooit zei dat het grootste probleem van de mens is, dat die zich voortdurend wil of moet verplaatsen. Het is echter niet alleen een probleem van de mens, maar voor onze hele leefomgeving, want geen enkele uitvinding heeft de wereld zo verwoestend veranderd dan de automobiel, de trein, het vliegtuig, de boot…

Nog een aantal citaten van Bomans, die een hele leuke man was, ondanks het feit dat hij Nederlander was (lol):

“Het meeste verkeer komt voort uit de angst om alleen te zijn. Indien de mens erin slaagde te berusten in zijn eenzaamheid, zou het gras tussen de straatstenen groeien.”

“Wie zich alleen maar thuis voelt in zijn eigen straat is de ware kosmopoliet, de reiziger par excellence. Hem is de gave der verwondering geschonken. Hem is gegeven wat de kenner onthouden wordt: verrassing.”

“Men gaat op reis om thuis te komen.”

“Wie veel reist, ontdekt ten slotte het eigen vaderland.”

“Wie veel reist, zal ervaren dat hij het waarlijk interessante aan de mensen ooit in zijn eigen straat had kunnen opmerken.”

En nog van Bomans, is dit mooi citaat:  “De kunst van te leven is, thuis te zijn alsof men op reis is”.

Het zal waarschijnlijk bij de mens zijn zoals bij onze gevleugelde vrienden, daar heb je ook trekvogels, en huismussen tussen. Maar die huismussen zie je jammer genoeg steeds minder en minder…

Mijn straat (Vosdellestraat)

Mijn straat
is waarlangs
spoorlijn 161 loopt,
en waar de trein rijdt
of niet rijdt,
en waar spoorwegwerken
eeuwig duren.

Mijn straat
aanvaardt geen sluipverkeer
en sluikstorten,
maar wel honden en katten,
ratten en muizen,
en schapen en bokken
uit verre landen.

Mijn straat
is een internationale
en creatieve straat,
met schilders en dichters,
met mensen van hier
en steeds meer
van ginder.

Mijn straat
is waar onze kinderen
zijn opgegroeid en uitgeweken,
en waar de eerstelingen
elke dag
een beetje ouder worden,
en uiteindelijk zullen sterven.

Micheline Baetens – 18.10.2019


De IJsebroeken: Allemaal beestjes

De mooiste plek op aarde telt vele inwoners en bezoekers. De foto’s heb ik weer eens “gepikt” van een vriend op Facebook: Jacques Hertogh.

Een plek (De IJsebroeken)

Ieder mens
heeft een plek nodig
waar je alleen kan zijn
in voor- en tegenspoed.

Een plek,
waar het water
zuiver is
en de rust
intenser.

Een plek,
waaruit  de natuur
nieuw leven put
en waar schoonheid
magisch wordt.

Een plek,
waar het gras
hoger is
en de wortels
sterker en dieper.

Een plek,
waar dag en nacht,
fauna en flora
veilig is,
voor nu en later.

Een plek,
waar dat ongrijpbare gevoel
dat men ziel noemt,
naar antwoorden zoekt
en telkens opnieuw
een andere waarheid vindt.

Micheline Baetens – 12.10.2019

FOTO’S: Jacques Hertogh
12.07.2020

De IJse

Wat ik als kind graag deed was van in de Leegheid in de IJse naar de brug van de Kouterstraat stappen.
Destijds mochten de kruideniers nog hun afval van fruit en groenten in de IJse gooien en af en toe kwam je dan een appelsien of een bloemkool tegen. Later wist ik dat daar ook sommige toiletten in uitmondden…
Ik zou het nog wel eens graag doen. Zou dat nog mogen?

BOEK: Houd afstand raak mij aan

https://www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/we-zullen-meer-nadenken-over-wie-we-een-hand-kus-willen-geven?fbclid=IwAR1jIoBTOCqb4Les2_rQ6Xb3GI2OqtMxgllwTEImZNj_eriznQRGVxOUZnE

Samenvatting

De wereld staat op z’n kop. De coronacrisis raakt iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen aan een samenleving die we nog niet kenden. Dit brengt een onvermijdelijk besef met zich mee: de ongebreidelde groei waar we eeuwenlang naar streefden is niet langer verdedigbaar.

Paul Verhaeghe betoogt dat we deze crisis moeten aangrijpen om ingrijpend andere keuzes te gaan maken. Welke kant willen we op met onze economie? Hoe moeten we ons verhouden tot elkaar, en tot het milieu? Tegelijkertijd analyseert hij de impact van deze crisis op individueel niveau. Welk effect heeft dit “nieuwe normaal’ op ons welbevinden? Hoe kunnen we omgaan met eenzaamheid en onzekerheid, en is het vol te houden
om niet te worden aangeraakt?

Als geen ander is Paul Verhaeghe in staat om de maatschappij en het individu met elkaar in verband te brengen. Hij toont wat we weten, wat we moeten vrezen, waarop we kunnen hopen en wat we kunnen doen – om sterker uit dit tijdperk te komen dan we erin gingen.

https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/artikel/paul-verhaeghe-%E2%80%98straks-weer-business-usual-ik-denk-het-niet%E2%80%99

Afstand houden

Niet te dicht komen,
afstand houden
en je plaats kennen,
we gaan hier niet
zitten intiem doen
terwijl de dood
afwachtend toekijkt.

Afstand houden
en vertrek al maar,
alleen.

Micheline Baetens – 07.07.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200714_97616520