Grootmoeders

Zoals ik al meermaals verteld heb, was en is mijn grootmoeder de belangrijkste vrouw in mijn leven geweest.

Bij het lezen van dit stukje van Lieven Joris, gingen ook bij mij in deze paasperiode oude herinneringen “verrijzen”, want ik heb vergelijkbare situaties en emoties gekend.

Mijn grootmoeder

Mijn grootmoeder
was een vrouw
van weinig woorden
en van veel vloeken,
gewapend
met de stille kracht
om te aanvaarden,
zonder anders
te verlangen.

Mijn grootmoeder
was mijn redding.

Micheline Baetens – 08.04.2020

Op mijn beurt ben in nu zelf grootmoeder en ik hoop dat Reinaert later ook dergelijke kostbare herinneringen zal hebben.

——————————————————————————————————————–

De verrijzenis

Mijn bomma en ik, wiegend in de nacht
Door Lieven Joris

Cecilia Houben met Lieve Joris.

Soms droom ik dat ik haar huis binnenloop. In de achterkeuken komt de geur van koffie me al tegemoet. Het is een complexe, intieme geur die door de jaren heen in het gebloemde behang is getrokken, maar die herrijst als ze bonen maalt in haar houten koffiemolen. Zwarte Kat-koffie, geserveerd in gele kopjes.

In de voorkamer zit ze in haar stoel bij de Leuvense stoof te bidden voor de doden. Als ze daar niet is, neem ik het trapje naar de opkamer en tref haar in het halfdonker, verzonken in de fauteuil, een paternoster tussen haar knokige vingers. Het godslampje op de schoorsteen brandt, de kachel ronkt, het schilderijtje dat haar broer meebracht uit Congo, verspreidt zijn gele schittering. Achter haar staat mijn pick-up, waarop ik het singeltje ‘Zwei kleine Italiener’ van Conny Froboess draai, telkens weer.

Ik strijk neer op de sofa tegenover haar. Alles is goed. Hier is het rustig, niet als in het ouderlijk huis aan de overkant, waar mijn acht broers en zussen allemaal om aandacht schreeuwen.

Ik ben nog te jong om haar dramatische levensverhaal te bevatten, dat zal ik pas veel later doen. Ze is 32 als ze trouwt met een man die met zwakke longen uit de loopgraven aan de IJzer is teruggekomen. Nog geen anderhalf jaar later geeft hij op een nacht piepend en fluitend de geest. Vanaf die tijd is ze weduwe – een halve eeuw lang. Ze zorgt voor mijn vader. En daarna, met bijzondere toewijding, voor mij.

Ik maak mijn huiswerk en deel mijn schoolverdrietjes met haar, heb een geheime spaarpot achter haar snoepdoos in de hoge kast, slaap in het bed aan haar voeteinde en soms, in de winter, bij haar. Tot ik haar op mijn vijftiende voor het eerst tegenspreek. Als ze vindt dat ik niet goed schoonmaak, moet ze het zelf maar doen! Vanaf dat moment is niets nog vanzelfsprekend, luister ik minder aandachtig naar haar verhalen, groei ik langzaam van haar weg.

Op mijn negentiende vertrek ik als au pair naar de Verenigde Staten. Vijf maanden later valt een brief op de deurmat. Ik scheur hem open, zijg al lezend neer op de trap en blijf daar zitten, als verdoofd.

Sindsdien zijn de draden waarmee ze aan mijn leven vastzit in de war. Zelfverwijt, spijt, verdriet – ze kunnen op elk moment onverhoeds de kop opsteken.

Ik droom dat het feest is in haar huis, al haar eerwaarde broers-in-soutanes zijn gekomen: heeroom van Congo, heeroom van Brazilië, nonk Phiel, zelfs nonk Gerard zaliger, die allang dood is. Ze heeft haar haren opgestoken, haar konen zijn rood van de opwinding. Een jaar of zeven ben ik, ik ren naar haar toe, omklem haar benen met mijn armen, duw mijn gezicht in haar schoot en huil.

Nog één keer zou ik bij haar willen zijn. Een middag, een avond, of misschien een nacht. Wij samen in haar hoge bed, haar warme flank in de flanellen nachtpon tegen de mijne, de wekker met zijn fluorescerende wijzers en zijn geruststellende cadans op het nachtkastje.

Ik leg mijn arm om haar middel en luister naar haar verhalen. Ik bedank haar voor de beschutting die ze me jarenlang bood tegen het grote, woelige nest aan de overkant.

Dat heeft me gered, daardoor kon ik me later makkelijker losmaken. Ik vertel haar van de wroeging die me verteert over mijn jeugdige opstandigheid, over alle malen dat ik niet naar haar luisterde, over die laatste, fatale keer dat ik wegging en haar achterliet. Kan ze me vergeven? Ze zwijgt. Dan voel ik haar hand over mijn haren strijken, net als vroeger.

Wij samen, bomma en ik, wiegend in de nacht als op een schilderij van Marc Chagall.

Lieve Joris is schrijfster

De Standaard – 06.04.2020

BOEK: Moeder natuur

Niks geen mythe over ‘moeder natuur’, volgens dit boek is de natuur onverschillig

Th. C. W. Oudemans
Moeder natuur. De plaats van de mens in de kosmos.
Ten Have, 320 blz., € 29,99
★★★☆☆

Recensie : Trouw – Sofie Messeman – 4 maart 2020

De auteur

Theodorus Christiaan Wouter Oudemans (1951) was van 1991 tot 2014 hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in Martin Heidegger, maar houdt zich ook bezig met darwinisten als Daniel Dennett en Richard Dawkins. Hij publiceerde onder meer ‘Echte filosofie’ (2007), ‘In natura’ (2012) en ‘Plantaardig’ (2014).

De insteek

Ook in zijn jongste boek wil hij ons ervan overtuigen dat de mens deel uitmaakt van de natuur en er in zijn wetenschap en filosofie niet zomaar buiten kan gaan staan. De natuurwetenschappen gaan sinds Newton immers uit van de foutieve aanname dat de mens een denkend wezen is dat zich kan plaatsen tegenover de natuur.

De reactie op dit mechanische wereldbeeld, de Romantiek, zit volgens Oudemans evenzeer op een dood spoor. Rousseau bijvoorbeeld klaagt dat de mens de natuur ‘in cultuur’ brengt en haar daarmee van haar oorspronkelijkheid ontdoet. Maar was die ‘oorspronkelijke natuur’ wel zo idyllisch? Oudemans noemt de natuur liever ‘het geheel van evoluties en implosies en dus een nooit eindigende opkomst en neergang zonder plan of doel.’

De overtuiging

Alles in de natuur heeft de neiging te vervallen. Mensen worden geboren en raken in verval, en hetzelfde geldt voor de kosmos, planten en dieren. Maar naast die constatering over het toenemende verval is er ook de vaststelling van het tegenovergestelde: op allerlei gebieden ontstaat er een grotere complexiteit en organisatie. Dat brengt Oudemans tot de conclusie: “Verval en organisatie gaan hand in hand. Dat gebeurt overal.”

De uitkomst

De thermodynamica biedt voor Oudemans uitkomst uit het verwarde discours over de natuur. Volgens de tweede wet van de thermodynamica neemt de entropie (chaos, verval) in een gesloten systeem in de loop van de tijd alsmaar toe, tot het maximum bereikt is. Dat impliceert dat een dergelijk systeem voortdurend van energie moet worden voorzien, wil het blijven bestaan. Dus heeft niet alleen de kosmos voortdurend energie nodig, maar ook de mens. Het is een onomkeerbaar proces. De pijl van de tijd gaat één richting uit. Vaak wordt vergeten dat ook de natuur zelf onderworpen is aan de tijd.

Oudemans’ denken staat dus ver af van de vanzelfsprekende ‘moeder-natuurgedachte’, als zouden de aarde en het leven op aarde elkaar in evenwicht houden. Voor hem geen mythologiseringen. De natuur is onverschillig, ze bestaat uit een hele reeks processen die wij nooit allemaal kunnen kennen.

De toepassing

Oudemans past het schema van toenemende complexiteit versus verval ook toe op menselijke samenlevingen. Zo zou de geschiedenis van het Paleolithicum een grote toename van technologische vernieuwing tonen, maar tegelijk ook een stijging van de risico’s en gevoelens over het onbeheersbare (buitensporigheid).

Vandaag is het onbeheersbare nog veel groter geworden. ‘Terugkeren naar de natuur’ door duurzaam te produceren in een circulaire economie, zoals sommigen bepleiten, noemt Oudemans een illusie die de lessen van de thermodynamica vergeet. We zijn op aarde immers met velen en er is weinig plaats. “Een terugkeer naar een delende verhouding met de natuur is een illusie van een mens die een slurper van energie is, die een zee van afval achter zich aan sleept.”

Redenen om dit boek niet te lezen

Cultuurhistorische studies die alles onder één noemer brengen – de kosmos, het planten- en dierenrijk, maar ook de opkomst en ondergang van menselijke samenlevingen – zijn mooi, omdat ze zo systematisch klinken, maar hebben altijd ook iets aanvechtbaars, omdat ze onvermijdelijk reductionistisch zijn.

Redenen om dit boek wel te lezen

De tweede wet van de thermodynamica is zonder meer een eyeopener waarmee de natuur op een niet-sentimentele manier kan worden beschreven. Dat is ook wat Oudemans doet: de natuur beschrijven als een systeem dat afhankelijk is van energietoevoer en in die zin onderhevig is aan verval op lange termijn. Dat hij ‘duurzame productie’ en ‘circulaire economie’ afdoet als een illusie, is als dissidente kijk best boeiend om te leren kennen.

LOCKDOWN

Via email heb ik een mooie tekst gekregen over onze huidige lockdown.
(Bedankt Trudo)

Binnenkort is het Pasen en dat is toch het feest van een nieuw begin waarin alles herleeft. Dit jaar meer dan ooit!

Een beetje symbolisch vind je onder deze tekst en foto van SLEUTELbloemen…

Lockdown

Ja, er is angst.
Ja, er is isolatie.
Ja, er wordt gehamsterd.
Ja, er is ziekte.
Ja, er is zelfs dood.

Maar,

Ze zeggen dat je in Wuhan na zoveel jaren van lawaai
de vogels weer kan horen zingen.
Ze zeggen dat na slechts een paar weken van rust
de lucht niet langer stijf staat van de smog
maar blauw en grijs en helder is.

Ze zeggen dat in de straten van Assisi
mensen elkaar toezingen
over de lege pleinen
en hun ramen openhouden,
zodat zij die alleen zijn
de geluiden van families
om hen heen kunnen horen.

Ze zeggen dat een hotel
in het westen van Ierland
gratis maaltijden aanbiedt
en bezorgt bij hen die aan huis gebonden zijn.

Vandaag is een jonge vrouw die ik ken
druk bezig om in haar buurt
flyers te verspreiden met haar nummer
zodat ouderen iemand hebben
die ze kunnen bellen.

Vandaag bereiden kerken, synagogen,
moskeeën en tempels zich voor
om dakloze, zieke en vermoeide mensen
te kunnen verwelkomen
en onderdak te bieden.

Over de hele wereld beginnen mensen
te vertragen en te reflecteren.

Over de hele wereld kijken mensen
op een nieuwe manier naar hun buren.

Over de hele wereld worden mensen
ontvankelijk voor een nieuwe werkelijkheid,
voor hoe groot we eigenlijk zijn
en hoe klein onze feitelijke controle,
voor wat er werkelijk toe doet.

Voor liefde.

Dus we bidden en realiseren ons:

Ja, er is angst,
maar er hoeft geen haat te zijn.

Ja, er is isolement,
maar er hoeft geen eenzaamheid te zijn.

Ja, er wordt gehamsterd,
maar er hoeft geen gierigheid te zijn.

Ja, er is ziekte,
maar de ziel hoeft niet te lijden.

Ja, er is zelfs dood,
maar er kan altijd
een wedergeboorte van liefde zijn.

Word je bewust van de keuzes die je maakt
voor je leven nu.

Vandaag: Adem.

Hoor,

achter de fabrieksgeluiden van je paniek,
zijn de vogels weer aan het zingen,
klaart de hemel op,
is de lente in zicht.

En altijd worden we omringd door Liefde.

Open de ramen van je ziel.

En al ben je niet in staat om de ander over het lege plein aan te raken:

Zing.

Richard Hendrick

De angst voor het coronavirus

De angst voor het coronavirus is gevaarlijker dan het virus zelf

Professor Mattias Desmet stelt dat onze angst voor het coronavirus niet enkel op feiten is gebaseerd. Het virus is gevaarlijk, maar er schuilt een diepere existentiële crisis achter onze angstgevoelens. De maatschappij was al langer aan het wegglijden in een spiraal van angst en psychisch onbehagen. Dat fenomeen aanpakken is de echte uitdaging van de coronacrisis.

Het hoeft niet meer gezegd: onze maatschappij gaat door een ongeziene crisis – een crisis waarvan we de politieke, economische, sociale en psychologische gevolgen nog niet kunnen inschatten. Ze is in de greep van een verhaal over een virus – een verhaal dat ongetwijfeld op feiten gebaseerd is.

Maar welke? We vingen voor het eerst een glimp op van ‘de feiten’ via een verhaal over een virus in China dat de lokale overheden tot de meest drastische maatregelen noopte. Ganse steden werden in quarantaine geplaatst, in allerijl werden nieuwe ziekenhuizen gebouwd, figuren in witte pakken desinfecteerden de publieke ruimte, enz. Hier en daar klonk het dat de totalitaire Chinese staat over-reageerde en dat het nieuwe virus niet erger was dan een griep. En ook het omgekeerde werd gesuggereerd: dat het veel erger moest zijn dan men liet doorschemeren, want geen enkele overheid zou anders dergelijke verregaande maatregelen treffen. Toen speelde alles zich nog ver van ons bed af en gingen we ervan uit dat het verhaal ons niet toeliet om de precieze feiten te kennen.

Het verhaal wordt vooral geconstrueerd door een angst en psychische ontreddering die al geruime tijd in alle geledingen van de maatschappij aan het groeien was

Het is belangrijk dat we stilstaan bij iets waar we ondertussen in paniek aan voorbij hollen: wat onze reactie op ‘het virus’ bepaalt, zijn niet de feiten op zich, maar wel het verhaal dat omtrent de feiten geconstrueerd wordt. Dat verhaal wordt geconstrueerd door hulpverleners die oprecht hun best doen om te helpen, door mensen die hun medemens niet willen zien lijden, door politici die de juiste beslissingen willen nemen, door academici die zo objectief mogelijke informatie willen verstrekken.

Maar het verhaal wordt ook geconstrueerd door politici die onder druk staan van de publieke opinie en zich genoodzaakt voelen om krachtdadig op te treden, door leiders die de controle kwijt waren over de samenleving en nu door het virus de teugels terug in handen kunnen krijgen, door experts die hun onwetendheid moeten verbergen en de vlucht vooruit kiezen, door academici die een gelegenheid zien om zich te laten gelden, door de in de mens inherent aanwezige neiging tot hysterie en dramatiek, door farmaceutische bedrijven die een gouden kans ruiken, door media die gedijen op sensationele verhalen, door getuigenissen van unieke gevallen bij wie het ziekteverloop uitzonderlijk zwaar was, …Psychologische crisis

En het verhaal wordt vooral geconstrueerd door een angst en psychische ontreddering die al geruime tijd in alle geledingen van de maatschappij aan het groeien was. In de jaren en maanden voorafgaand aan de uitbraak van de coronacrisis vielen de tekenen dat de maatschappij op een psychologische crisis afstevende nauwelijks nog te ontkennen. Ziekteverlof door psychisch lijden en gebruik van psychofarmaca volgden een exponentiële curve; de diagnose ‘burn-out’ nam epidemische vormen aan en bedreigde het functioneren van ganse organisaties, bedrijven en overheidsinstellingen; het toekomstbeeld werd meer en meer getekend door pessimisme en perspectiefloosheid. Als onze samenleving niet weggespoeld zou worden door de wassende zeeën, dan wel door de vluchtelingenstroom; enz.

Het Grote Verhaal van deze maatschappij, het verhaal van de Verlichting, leidde om het zacht uit te drukken niet langer tot het optimisme en positivisme van weleer. Vanuit een hedendaags psychoanalytisch perspectief is dát precies het punt waarop de angst zich situeert: het punt waar men niet langer zekerheid vindt in een verhaal over de eigen identiteit.

Zonder de spiraal van angst en psychisch onbehagen te doorbreken, kunnen ergere virussen wel ravages aanrichten.

Dit is mijn stelling: deze crisis is in de eerste plaats een psychologische crisis – een massieve doorbraak van angst in de maatschappij. Angst wordt in eerste instantie maar in heel beperkte mate veroorzaakt door reële problemen … maar ze rechtvaardigt zichzelf door reële problemen te creëren. Die problemen voelen we nu al aan: op politiek vlak het oprijzen van de dictatoriale staat, op economisch vlak de recessie en het failliet van talloze bedrijven en kleine zelfstandigen, op sociaal vlak een blijvende aantasting van de (fysieke) band tussen mensen, op psychologisch vlak nog meer angst en depressie, en jawel … op lichamelijk vlak, in de nasleep van de psychologische en sociale stresstoestand, een collaps van de immuniteit en de fysieke gezondheid.

Men leze er de literatuur omtrent psychogene dood, placebo’s en hypnotische sedatie op na om zich ervan te vergewissen hoe onvoorstelbaar sterk de impact van psychische factoren op lichamelijke ziekte en gezondheid kunnen zijn. Zonder dat we de spiraal van angst en psychisch onbehagen kunnen doorbreken waarin we als maatschappij al decennia aan het wegglijden zijn, kunnen virussen die nu nog relatief onschadelijk zijn, in de toekomst wel degelijk ravages aanrichten.

Er moet niet in de eerste plaats een materiële barrière tegen een virus opgeworpen worden, maar wel een symbolische barrière tegen de angst.

Angst heerst al langer

We moeten de huidige angst als een probleem op zich beschouwen, een probleem dat zich niet laat herleiden tot ‘de feiten’ van ‘een virus’ maar een oorzaak op een volledig ander niveau heeft, op het psychologische niveau, het niveau van het (falen van het) Grote Verhaal van onze maatschappij.

Het Grote Verhaal van onze maatschappij is het verhaal van de mechanistische wetenschap; een verhaal waarin de mens gereduceerd wordt tot een biologisch ‘organisme’. Een verhaal ook dat de psychologische en symbolische dimensie van het menselijke wezen totaal miskent. Dat mensbeeld is de kern van het probleem. Elke behandeling van welke epidemie ook die vanuit dit mensbeeld vertrekt, zal het probleem uiteindelijk alleen maar erger maken. Of zoals Einstein het stelde: men kan een probleem niet oplossen door hetzelfde soort denken dat het veroorzaakte.

Dit is de échte opgave waar we als individu en als maatschappij voor staan: een nieuw verhaal construeren, een nieuwe grond voor onze identiteit, een nieuwe grond voor onze maatschappij, een nieuwe grond voor het samenleven met anderen. Hannah Arendt had dat al door in 1954, dat het oude verhaal aan het aflopen was en dat we daarom geconfronteerd werden met ‘the elementary problems of human living-together’. Er moet niet in de eerste plaats een materiële barrière tegen een virus opgeworpen worden, maar wel een symbolische barrière tegen de angst. Dat in gedachten houden, kan misschien helpen om op het juiste niveau te handelen in deze crisis.

Mattias Desmet
Mattias Desmet is professor klinische psychologie aan de Universiteit Gent.

Bron: www.vrt.be

25 maart 2020

Vandaag is Reinaert zes maanden oud, en vandaag ook zou zijn opa Jean-Pierre vijfenzeventig jaar geworden zijn.

Winteruur

Goed nieuws: vanavond zit Lydia Chagoll in Winteruur. O ja, en er komt ook een zesde seizoen! 🎉

Geplaatst door Canvas op Dinsdag 24 maart 2020

Lieve jongen

Lieve jongen,
misschien kan je later
aardedokter worden
en onze planeet genezen
van de opwarming
en vervuiling,
en de prachtige natuur
van de verwoesting.

En als je dan
daarin geslaagd bent,
er hopelijk voor zorgen
dat de mensheid
niet meer in de hemel
moet geloven,
omdat die voortaan
aan hun voeten ligt.

Micheline Baetens – 28.08.2019

Regelmatig

Ik denk nog regelmatig ’s nachts
dat hij naast mij ligt,
en draai mij dan voorzichtig om in bed,
tot ik mij realiseer
dat het enkel de gewoonte is.

En soms gaat overdag de deur open
Zonder dat er iemand binnenkomt…

Micheline Baetens – 8 november 2015

Fruitbomen in de lente – Isidore Verheyden

Mijn schoonmoeder zei altijd dat toen mijn man geboren werd de fruitbomen al bloeiden…

Alice Nahon: miskend omdat ze vrouw was?

Ik hou van Alice Nahon, omdat zij volgens mij niet echt het o zo lieve meisje was, waarvoor men haar hield. Dat blijkt trouwens uit haar gedichten. Volgens mij was ze, in een tijd die daar nog niet rijp voor was, emancipeerder dan sommige vrouwen nu.

En natuurlijk speelt het feit dat zij in Overijse, mijn geboortedorp, destijds school gelopen heeft, ook een rol.

Alice Nahon wordt geboren in Antwerpen in 1896. Haar vader is boekhandelaar, afkomstig uit Nederland, en haar moeder een onderwijzeres uit Putte bij Mechelen.
Ze schrijft haar eerste gedichten tijdens haar schooltijd in Overijse. In 1913 – ze is dan 17 jaar – begint ze een opleiding aan de verpleegsterschool van het Antwerpse Stuivenbergziekenhuis. Ze wordt verliefd op de hoofdverpleegster Anne Voeten, een vrouw van 24. Of dit louter platonisch is, weten we niet…
Alice wordt ziek en moet haar verpleegopleiding stopzetten. Een diagnose bestempelt haar als tbc-patiënt en ze wordt opgenomen in een sanatorium. Ze zal vele jaren verblijven in verschillende sanatoria en rusthuizen. Later zal blijken dat die diagnose foutief was.
In 1917 debuteert ze als dichteres en in 1920-21 publiceert ze enkele poëziebundels die succesvol worden ontvangen. In tegenstelling tot haar brave imago van het godvruchtige, ietwat seutige dichteresje is Alice Nahon een onafhankelijke, zelfs behoorlijk vrijgevochten vrouw, ook op seksueel vlak, zoals blijkt uit het gedicht Verlangen dat eigenlijk gaat over haar ontmaagding. Ze raakt bekend in artistieke middens en knoopt vriendschaps- én liefdesrelaties aan met avant-gardistische en non-conformistische kunstenaars en schrijvers. In 1923 reist ze naar Zwitserland voor een herstellingskuur. Daar ontdekt een arts dat ze helemaal niet lijdt aan tbc, maar gewoon aan een chronische bronchitis.
In 1927 krijgt ze een job als bibliothecaresse aan de Stedelijke Volksboekerij, de stadsbibliotheek van Mechelen. Maar reeds drie jaar later moet ze haar ontslag geven wegens gezondheidsredenen. In de jaren ’30 woont ze in het Antwerpse en knoopt daar opnieuw vriendschapsbanden aan met Anne Voeten, de vrouw op wie ze als 17-jarig verpleegstertje-in-spe verliefd was geworden. Alice Nahon overlijdt op 21 mei 1933. Ze is met ruim 250.000 verkochte poëziebundels één van de meest succesvolle Vlaamse poëten.

Vanavond eert Wim Helsen haar – Winteruur-gewijs – in ‘Meer vrouw op straat’ op Canvas en canvas.be.
#meervrouwopstraat #mechelen

______________________________________________________________________
BOEK

Magda Michielsens
uit: Ria van den Brandt (1996) Alice Nahon:
1896-1933. Kan ons lied geen hooglied zijn.
Antwerpen, Houtekiet, 1996, p. 139-147

In 1996 hebben een aantal Nederlandse en Vlaamse feministische vrouwen en enkele mannen een boek gepubliceerd over het werk van Alice Nahon, populaire Vlaamse dichteres die in 1896 geboren was en in 1933 stierf.
Mijn bijdrage ging over de plaats van Alice Nahon op de markt der symbolische goederen: Ingebonden.
Het boek is uitvoerig besproken in de Vlaamse en Nederlandse pers. De vertegenwoordigers van de Hoge Cultuur, die denken te weten wat Kwaliteit is hebben zich (nogmaals) als gieren op de arme Nahon gestort om te belichten hoe triviaal en conservatief ze was. De verdedigers van de Populaire Cultuur loofden (nogmaals) haar volksgevoel. Wij, auteurs van het boek, leken enkel een bemiddelende rol te spelen in een woordenstrijd over wat Cultuur is en wat Emancipatie is. Drukte op de markt.

De poëzie van Alice Nanon behoort niet tot De Literatuur. Dat heb ik altijd geweten: ik heb het op school geleerd en heb het goed onthouden. Ik was een goede leerlinge. Ik heb in de lessen Nederlands op de humaniora geleerd wat Cultuur is. Ik heb leren zien wat deel uitmaakt van het patrimonium en wat daar buiten valt en hoort te vallen. Ik heb geleerd wat van waarde is.

Dat heb ik op school geleerd – tussen 1956 en 1962. Ik leerde dat poëzie van Van de Woestijne en Elsschot is en hoorde dat een Alice Nahon versjes had gemaakt. Ik leerde dat zij te vrouwelijk, te sentimenteel, te romantisch en te klein was om Cultuur te zijn. Ik leerde haar wereld schuwen. Zij behoorde tot de wereld van overgevoelige moeders en romantische vrouwen. Een te mijden wereld voor wie (m/v) iets wilde weten en iets wilde worden. Erg vaak heb ik haar naam niet gehoord. Enkele duidelijke waarschuwingen werden blijkbaar voldoende geacht. Voor mij was het alsof Nahon alleen van mijn moeder was.

Ik heb het allemaal met gretigheid geleerd, de wiskunde, de Grote Schrijvers, de Romeinse oorlogsverhalen. Ik snapte het toen en snap het nu nog steeds. Een breuk met de dagelijksheid, afstand van bindende gevoelens, weerstand tegen opslokkend medegevoel is nodig om goed te kunnen denken. Sic itur ad astra [1], zei een prof mij op het einde van een examen. Ik had mijn les geleerd, maar bleef mij afvragen waarom men naar de sterren zou willen.

Uit de nalatenschap van mijn moeder heb ik de bundels van Nahon bewaard. Ik heb ze allemaal – in originele uitgave hoewel niet allemaal in de originele staat. Ze zijn vergeeld en stukgelezen. De meeste hebben eenvoudige crème kaftjes; twee echter hebben een harde grijs-gevlekte kaft. Ze zijn heringebonden. Het gevolg is dat ik niet meer kan zien wat de originele titel was van deze ‘Keurgedichten’ die verzameld werden uit de bundeltjes Vondelingskens 9º uitgave en Op zachte Vooizekens, 7º uitgave. Ook het jaar van uitgave is door de boekbinder weggewerkt. Zelfs een genummerd exemplaar van Schaduw, in groot formaat uitgegeven door de Nederlandse Boekhandel in 1928, zit in een verstevigd harnas. Mijn moeder kreeg de bundels cadeau van haar verloofde. Een duidelijk gewaardeerd geschenk. De harde kaften kwamen twintig jaar later. Ze waren een ongewenste ingreep van dezelfde man, mijn ordelijke vader. Zij beschouwde de inbinding als een ontvreemding.

De eerste pagina van de keurgedichten draagt een handgeschreven datum en naam: het was van haar en de datum is deze van haar zestiende verjaardag. Het is er vast later opgeschreven, als één van de vele rituelen om zich de poëzie toe te eigenen, te verbinden met het eigen leven, eigen herinneringen en emoties. 12 mei 1928 staat er in de linker bovenhoek, haar meisjesnaam in de rechter. Het meest verbaast mij dat formuleringen, versregels en uitdrukkingen een leven lang zijn meegedragen, terwijl ze gelezen werden in wat nu een jeugdboek zou heten. Zij was ook maar een meiske toen men haar verloofde. De inleiding van Dr. Tazelaar over het leven van Alice Nahon eindigt met de volgende woorden ‘Onze letterkunde is met dit arme meiske rijk.’ Alice Nahon was toen de dertig voorbij, maar het Vlaamsche dichteresje was zo ziek, zo eenvoudig en ontroerend dat zij steeds het arme kind bleef.

Ik heb steeds geweten dat mijn moeder de bundels van Nahon koesterde en dat zij van haar (poëzie) hield. Toen ik geleerd had dat Nahon geen kunst was, schaamde ik mij wel een beetje voor mijn moeders grote bewondering. Ik schaamde mij er niet voor dat zij enkel lager onderwijs had gedaan; dat was zo in die jaren, in die generatie. Pseudo-cultuur leek mij echter veel gevaarlijker dan geen cultuur. Verkeerde smaken leken te leiden naar verkeerde paden. Geen cultuur echter gold voor de meeste kinderen om mij heen. Dat was veranderbaar, daarvoor bestond de school. Daarvoor leefden we in de jaren vijftig: de mannen bouwden de puinen weer op en alle kinderen konden leren. De moeders moederden. De oorlog was gewonnen.

Ondertussen wist ik hoe mijn moeder met Nahons verzen omging. Intensief. Tijdrovend, maar aan tijd had zij geen gebrek. In schriftjes, agenda’s en op kleine papiertjes vond ik later de gekopiëerde regels. Soms kan ik de auteur moeilijk achterhalen. Soms is het beslist Nahon, overgeschreven om redenen die nog moeilijk na te voelen zijn. Misschien enkel om het te doen, het schrijven, het smaken, van buiten leren. Een enkele keer is het Hélène Swarth, soms denk ik dat het een eigen probeersel moet zijn geweest. Vaag, bescheiden, bedroefd. Niet de inhoud van de verzen, maar de oude woorden en het oude verlangen ontroeren mij.

Wat mijn leraars er ook van vonden, mijn moeder was niet de enige die zeer aan Nahon gehecht was. Ik vind een achttiende druk – 40º tot 44º duizendtal uit 1942 van Op zachte Vooizekens. De cijfers zijn bekend. Een oplage van 70.000 voor Vondelingskens, 60.000 voor ‘Op zachte Vooizekens’, 40.000 voor Schaduw en ook voor Maart-April zegt Erik Verstraete (1983: 8)[2]. En nog steeds kent iedereen ”t is goed in eigen hert te kijken’.

Uit de staat waarin de bundels zich bevinden lees ik af wat eenvoudige poëzie heeft betekend voor eenvoudige vrouwen. De versleten bundels vormen een klein pakketje C/cultuur dat echt van haar was. Het is het enige. De dichtbundels wijzen mij de weg in gevoelens die ik gedeeltelijk wel aanwezig wist. Een folder, een gedroogde bloem, een bidprentje en een enkele doodsbrief geven de plaatsen aan waar Nahons gedichten wellicht geholpen hebben.

De pagina van Armoe (VG, 118) heeft vieze plekken gekregen, omdat er al zovele jaren gedroogde meiklokjes op vastzitten.

‘k Heb zo’n honger naar een lied
In dit huis van eenzaam wezen,
Waar ‘k nog in geen blik mocht lezen,
Dat een mens me geren ziet.

Voor Nahon sloeg het gedicht op haar beleving in het sanatorium. De eerste strofe ligt gemakkelijk in de mond en kon herhaald worden telkens de vervreemding haar naar de keel grijpt. Ik verbind de zinnen ook met wat we nu weten over hoe vrouwen zich voelden als huisvrouwen. Het is niet haar particuliere eenzaamheid, noch van Nahon, noch van mijn moeder. Het is de institutionalisering van vrouwelijkheid. Het is ‘dit huis van eenzaam wezen’. ‘Mother’s little helpers’ moesten nog uitgevonden worden, maar de vervreemding was er al.

Vervreemding is vaak anders voor mannen dan voor vrouwen. Er is de vervreemding door routines in de wereld van arbeid en discipline. Men weet niet waarom en waartoe, maar de machine draait door. Er is ook de vervreemding door de afhankelijkheid van mensen om zich heen, door de kilte van de nabijheid. Mensenogen (VG, 169) is in het interbellum geschreven, maar ook na de oorlog ondersteunde het gedicht vrouwen die zich onwennig voelden bij het algemeen onvermogen om te rouwen, te bewegen, te handelen.

Ik hou van ogen, door weemoed gewijd;
Ik hou van ogen, die hebben geschreid,
Die hunkrend uitzien van groot gemis
Of starlings staren van droefenis.

Nahon beschrijft romantisch liefdesverdriet, maar ook de domheid om alleen een liefdesideaal te hebben om zich aan vast te houden.

Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij mij niet bemind.
(VG, 191)

Dacht mijn moeder hieraan, toen ik haar in de jaren zestig probeerde uit te leggen dat het huwelijk gevaarlijk was voor vrouwen en monogamie een vorm van ontrouw aan zichzelf ? Zij wist zelf al jarenlang wat er gevaarlijk was voor vrouwen.

Ik droom mijn liefde blijer,
(…)
Ik droom mijn liefde sterker,
(…)
Ik droom mijn liefde wijder,
(…)
(VG, 209)

Wie niet? Bij dit gedicht is in mijn bundel het doodsprentje van Nahon bewaard. Voor haar bleef het bij dromen. Voor haar ging alles teloor omdat gezegd was dat zij aan een dodelijke ziekte leed. Zo schreef ze, tot het een verkeerde diagnose bleek te zijn. Een betere diagnose bracht haar echter geen betere gezondheid. Ik zie niet in dat haar tbc-doodsangst andere gevoelens induceert dan wat existentiëel toch al zo is. Ook AIDS-kunstenaars vandaag leven niet in een andere wereld dan de (voorlopig) niet zieken. Ze zien de wereld duidelijker, afgelijnder, scherper en versneld. Artsen en biografen hebben Nahon onrecht aangedaan door haar toestand aan tuberculose toe te schrijven.
De doodsbrief van mijn vader zit bij het volgende vers. Ik zal hem er nooit weghalen.

Toe mijn ogen, weest nu stil,
vertelt niet wat ik zwijgen wil
want lachen door mijn triestigheid
is wonderschone logen.
Och, doet maar juist als waart ge blij
en lacht maar, lacht maar allebei
de schone lach van kinderogen.
Toe, mijn harte, zing nu weer,
ge deedt het al zo lang niet meer,
en zingen is de vlucht naar God
voor wereldmoede mensen;
zing hoger dan dat oud verdriet,
zing warmer dan dat lauwe lied
van ijdele hoop
en ijdele wensen
(…) (VG, 210)

Verdriet en bevrijding gaan hand in hand. Het raakt mij. Vanwege de persoonlijke band, uiteraard. Evenzeer vanwege de gedachte aan al die vrouwen, één à twee generaties ouder dan ik, die troost hebben geput uit de gedachte ‘God moet mij geren zien’ en lang moesten wachten voor zij als weduwe aan zichzelf konden beginnen denken.

Ik hoorde de Nahon-verhalen pas in de jaren vijftig. Uit de diepste lagen van mijn herinnering zou ik een Antwerpse stadswandeling kunnen samenstellen vol lieux de mémoires die met Nahon te maken hebben. Maar ook toen ik als jong kind door Antwerpen liep was Nahon al enkel heimwee. Haar echte populariteit was voorbij.

Op de humaniora (godzijdank: vrijzinnig, gemengd, progressief, latijn-wiskunde, druk en streng) bond niets mij nog aan Nahon. Tenzij dat ene beeld in mij dat zij gelaten had: op eigen benen wandelend in Antwerpen. Ook thuis hoorde ik nog weinig over haar poëzie. Ik herinner mij enkel nog dingen over haar flinkheid en haar zelfstandigheid. Mijn moeder was mij kwijt: ik ‘studeerde’. Van de vele betekenissen die Nahon voor haar had werd het feit dat Nahon niet gestrikt was in een huwelijk en dat zij dichteres was het belangrijkste. Een schrijfster, een intellectuele. Verfijnd, slim, moedig, autonoom. Dat was het enige wat aan mij nog een legitieme boodschap was. Het enige wat zij mij nog luidop durfde zeggen. Er werd haar uiteraard niet verboden om iets anders te zeggen, maar wat zeg je nog over wat je zelf doet en voelt als ‘emancipatie’ en ‘leren’ de nieuwe waarden zijn. Je selecteert en het verhaal van Alice Nahon had genoeg wat wél bij een nieuwe wereld voor meisjes paste: kunnen schrijven en niet afhankelijk zijn, geen kostwinner om aan te gehoorzamen, niemand die je inbindt, verwoorden en begrepen worden, een beroep hebben, ook al vraagt het moed en brengt het eenzaamheid. De foto’s, gemaakt door de professionele ambulante fotograaf op de grote Antwerpse stadsaders, lenen zich perfect tot identificatie. Zo gaat het goed: alleen op stap. Natuurlijk en zwierig, spontaan geposeerd. De flinkheid van alledag.

Zelf heb ik het werk van Nahon lange tijd niet gelezen. Uiteraard niet. Ik werd te rationalistisch om iets met poëzie te hebben. Ik ben te geëmancipeerd om met verkleinwoorden te spelen en bloempjes rond te strooien. Ik heb niets met godsdienst, niets met katholieke scholen of priesters, ik heb helemaal niets met de Vlaamse beweging. Ik ben echt van een andere tijd en ideologisch is de kloof onoverbrugbaar. Maar toch. Ik heb iets met vrouwen en ik heb iets met populaire cultuur. Uiteindelijk moest ik haar wel lezen, om vrouwen uit het interbellum en de eerste jaren na de oorlog beter te begrijpen. Het is mijn vak en mijn passie.

Terwijl ik mij nu in Nahon verdiep, interview ik vrouwen die van Nahon hebben gehouden. Zij noemen mij de namen van Vlaamse schrijfsters die ik niet ken en nooit eerder heb gehoord. Niet gecanoniseerd, gemarginaliseerd. Als ik de namen opzoek en het werk bekijk, prijs ik de heren die mij hebben gevormd dat dit mij bespaard is gebleven. Ambivalentie aan alle kanten. Ik ervaar verstikking met terugwerkende kracht bij de gedachte dat ik ze vroeger wel gelezen zou hebben. Vrouwen hebben geen (opgeschreven en maatschappelijk gewaardeerde) geschiedenis, zodat voorbeelden ons onthouden zijn. De speurtochten naar teksten van vrouwen, die sinds de jaren zeventig begonnen zijn, leveren nochtans veel materiaal op.[3] Een zuivere beoordeling van deze teksten is onbegonnen werk: het is historisch niet gebeurd, en daardoor is het `cultureel kapitaal’ [4] geworden dat buiten elke maatschappelijke context staat. Er heeft nooit een koers voor bestaan.

Françoise Collin [5] heeft de afwezigheid van een vrouwelijke intellectuele geschiedenis geanalyseerd als zijnde ‘een erfenis zonder testament’. Wat vrouwen van vrouwen hebben geleerd is nooit opgeschreven, nooit tot theorie gemaakt. Vrouwen hebben zelf niet voor een theoretische en symbolische transmissie gezorgd en mannen hebben het helemaal niet ofwel vertekenend gedaan. Pas bij het begin van de tweede feministische golf zijn vrouwen bewust begonnen aan het neerschrijven van inzichten als een gemeenschappelijk cultureel en symbolisch erfgoed.

De kwestie is echter nog ingewikkelder dan Collin verwoordt. Er is de afwezigheid: het weggedacht zijn, het niet gewaardeerd zijn, geen deel uitmaken van de canon en het patrimonium. Wat vrouwen wel deden heeft nauwelijks een neerslag gevonden in teksten. Dat is echter slechts één aspect. Wat vrouwen – ondanks alles – wél schreven kan vervolgens niet met gangbare criteria beoordeeld worden. Het is tot het Andere gemaakt, en dus extra gehaat en/of extra geliefd.

’t is goed in ’t eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan;
Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei;
Of ik aan liefdeloze mensen
Een woordeke van liefde zei.
(…) (VG,173)

Wat kan er tegen zijn? Wie kan hier argumenten tegen hebben? Symbool van kitsch of een korrel zuivere waarheid? Waarom zou poëzie geen checklist voor goedheid mogen zijn? Het is vandaag de basisfilosofie van de populaire televisiedame OprahWinfrey. Zij haalt er gigantische kijkcijfers mee, mondiale roem en een keizerlijk fortuin. Oprah gebruikt het systematisch voor de empowerment van vrouwen. Ik vermoed dat Alice Nahom ook zo werkte. De vrouwen die ik erover sprak ervoeren het zo. Bidden is niet enkel knielen: met Nahon bogen zij onderwerping om tot `in stilte weten van elkander’. Ook vandaag blijkt het nog door te leven. In een huisblad van een zorgcentrum voor ouderen – de Orangerie in Nijmegen – werd in juni 1995 `Avondliedeke’ ingestuurd door een bewoonster. Het werd afgedrukt met haar begeleidende woorden: `Als kind bad ik vroeger voor het slapengaan het avondgebed. In die vorm doe ik dat al jaren niet meer.

In plaats daarvan zeg ik heel vaak het mooie gedicht “avondliedeke” op, geschreven door Alice Nahon, eenVlaamse dichteres die in 1933 op 37 jarige leeftijd is overleden:
Troost, steun en empowerment – waarom niet gewoon power? De zelfreflectie wordt gebruikt als middel om zichzelf te versterken, te ondersteunen, te trainen. Het roept respect op, het is mooi. Het heeft echter niets vanzelfsprekends, het straalt geen `né(e) dans le jeu” uit. En daarom kan ons lied geen hooglied zijn.

Kan ons lied geen hooglied wezen,
Laat ons na de oogst van ’t graan,
Lijk de povere vrouwen lezen
De aren, die verloren gaan.
(VG, 156)

Er het beste van maken. Zich schikken. Het is te constructief om er tegen te zijn. En toch: I hate it. Het heeft vrouwen vastgehouden. Net zoals in de lofzang van Tazelaar over Nahon mij elk woord revolteert, houd ik niet van de `vrouwelijke’ eigenschappen die dit soort waardering steeds opnieuw blijken uit te lokken. Mijn leermeesters en (enkele) leraressen hebben mij beschermd tegen vrouwenwijsheden.

Hoe dieper ik mij buig over wat vrouwen in Nahon hebben gevonden hoe beter ik de dubbelzinnigheid van moderne intellectuele vrouwen begrijp. Vrijzinnig, geëmancipeerd, goed opgeleid – en daar zeer tevreden en dankbaar over – weet ik via Nahon nog beter wat Rina Van der Haegen [7] bedoelde met `mondige hysterie’ en `moederlijke maatschappelijke productiviteit’. Van der Haegen zag de hysterische positie (niet de hysterie dus) als kenmerkend voor vrouwen. Het is een positie waarin willen en niet willen, verwerping en aanhaling, insluiting en uitsluiting in extreme vormen voortdurend en inherent samen voorkomen. In die positie hebben vele vrouwen `gekozen’ voor zwijgen, sporadisch onderbroken door gillen.

Ook de traditioneel moederlijke eigenschappen en activiteiten kunnen omgebogen worden, zodat ze niet meer tegen, maar vóór vrouwen zouden werken. Ze zijn onmisbaar en dierbaar. Alleen, ze hollen vrouwen uit. Het moet toch mogelijk zijn om ze in te zetten voor andere doelen dan enkel de opvoeding van eigen kinderen, binnen de opgeslotenheid van huis en haard. Moederen kan ook een denk-houding zijn. Dezelfde zorg en beschermende aandacht waarmee moeders (hun) kinderen omringen zou ook aanwezig kunnen zijn buiten de huiselijke kring, bij mannen en vrouwen in de buitenwereld. `Moederlijke maatschappelijke productiviteit’ vorm geven, in de strijd om een vrouwelijk bestaan.

Als dat zou kunnen, vervallen vele argumenten die over en weer voor en tegen Nahon worden gebruikt. Als dat zou kunnen hoeft zorgen geen dienen te zijn en hoeft niet elke wandeling naar de sterren te leiden. Als dat zou kunnen zou liefde minder verstikkend zijn, zowel voor de gever als voor de ontvanger.

Het arme Vlaamsche meisje, het lieve kind, de lijdende ziel kon als schrijfster blijkbaar heel goed omgaan met de mondigheid van haar hysterie en met de maatschappelijke productiviteit van haar moederlijkheid. Mijn moeder heeft wat zijzelf daarbij voelde gefilterd en vertekend om het aan mij door te geven als een beeld van stille kracht, waarbij de strijd tegen de verbittering en het verzet tegen de disciplinering belangrijker waren dan het liefdesverdriet.

Bij het gedicht `Mist’, in mijn bundel Op zachte hooizekens uit 1942 probeer ik de droge gele vlinder tussen pagina zes en zeven niet te kwetsen door mijn speurwerk.

‘k Ben bang dat ik eens zelve word
Gelijk deez overtrokken dag;
Een kind dat nimmer tegenmort
Maar nooit meer zingen mag.
(VG, 144)

———————-
1. Zo bereikt men de sterren; Vergilius, Aeneas 9, 641.
2. Erik Verstraete, Alice Nahon. Verzamelde gedichten, Antwerpen 1983, 8.
3. Dale Spender, Women of Ideas, London 1982, 2-42.
4. Pierre Bourdieu, La Distinction. Critique sociale du jugement, Paris 1979.
5. Francoise Collin, `Un héritage sans testament’, Les Cahiers du Grif, 1986, 81-82.
6. Pierre Bourdieu, Le sens pratique Paris 1980.
7. Rina Van der Haegen, In het Spoor van Seksuele Differentie, Nijmegen 1988.

http://www.moh.be/NahonIngebonden.htm?fbclid=IwAR15aVgRdDtsPE_nONl6K0l5LHLuVgtaDg9wppsrjSQLiVHMTK6cCgTy3gY

 

Een steentje

De wereld draait door en staat op zijn kop. En vermits we dezer dagen niet buiten kunnen, chatten we tot een kot in de nacht en slapen tot een stuk in den dag.

Mijn katten zien scheel van de honger als ik hen rond de middag eindelijk eten geef en ontbijten doen we tegen de noen.

En we krijgen dus ook veel meer aandacht dan vroeger, ook al mogen we niet bij elkaar op bezoek gaan. De virtuele knuffels, goede raad, spirituele- en gezondheidsberichten stromen binnen via internet, dé poort naar elkaar.

En de verstandigste raad deel ik zoals onderstaand bericht dat ik van Ingrid kreeg. Bedankt lieve Ingrid.

En op mijn beurt deel ik het dan tevens via het wereldwijdeweb met de rest van de wereld! Ik draag dus mijn steentje bij en dat moeten we in deze barre (en ook goede!) tijden  met z’n allen blijven doen.

Waarom leren we onze mensen niet hoe ze hun immuunsysteem kunnen versterken?


Beste mensen, familie, vrienden en kennissen, patiënten en collega’s,

Als arts voel ik me genoodzaakt te spreken in deze tijden van verwarring en deze informatie te delen. Indien u ze nuttig vindt, gebruik ze, en zo niet, staat het u vrij ze naast u neer te leggen.

Wat kunnen we doen om ons immuunsysteem te versterken, om ons niet weerloos overgeleverd te voelen aan die grote onzichtbare, microscopische vijand die alomtegenwoordig is, in de lucht die we inademen, in elke handdruk, elke kus, elk menselijk contact? Als ratten in de val voelen we ons, benauwd, met of zonder virus. Onze huidig geneeskundesysteem biedt geen antwoord op deze virale pandemie, tenzij hygiënische maatregelen, isolatie, het ondersteunen van de vitale functies bij ernstig zieken en mogelijks het anti-malariamedicijn chloroquine, dat nu ook in quarantaine geplaatst is en alleen nog beperkt beschikbaar is. Eén positieve noot: deze pandemie roept wereldwijd op tot solidariteit, bescherming van de zwakkeren in onze maatschappij, waarvoor nu allen een inspanning moeten doen.

Maar is er echt niets dat we kunnen doen om onszelf te versterken, ons immuunsysteem te ondersteunen, preventief én wanneer we reeds het virus in ons lichaam hebben? Zeker en vast wel (zie verder in deze brief), maar waarom wordt hier geen aandacht aan besteed in de media, in de gezondheidszorg? Zijn we zo ver afgedwaald van de basis van gezondheid, die bij onszelf begint, het versterken van het “terrein” in plaats van het bestrijden van de “vijand”? Net zoals muggen het stilstaand, vertroebeld water zoeken en terug verdwijnen wanneer het water helder stroomt. Wanneer de vuilnisbelt opgeruimd is, gaan ook de ratten weg. Zijn zij de oorzaak van het probleem of het gevolg?

Reeds honderden, duizenden jaren hebben onze voorouders gebruik gemaakt van middelen uit de natuur om onszelf te beschermen tegen ziekte, onze afweer te versterken, onszelf te helen en te genezen. Wij zijn een onderdeel van een groter systeem. Waarom is daar in deze tijd zo weinig interesse voor? Een van de antwoorden is: “omdat er geen afdoende bewijs is dat deze middelen werken, onvoldoende studies….” Maar welke firma is geïnteresseerd in het investeren van miljarden euro’s in een studie over een plant of natuurlijk geneesmiddel, als daar achteraf geen patent op genomen kan worden, en de vruchten van die dure investeringen zomaar door anderen geplukt kunnen worden…. Kunnen we het ze verwijten? Het gevolg hiervan echter is dat er een ontzettend groot potentieel aan medicijnen en versterkende middelen gewoon aan de kant geschoven wordt, vergeten wordt…

Onze immuniteit ondersteunen

1. Huis-, tuin-, en keukenmiddeltjes ter ondersteuning van de immuniteit en ter bestrijding van infecties
Look
Tijm
Salie
Oregano
Basilicum
Oost-Indische kers
Paddenstoelen (shiitake, reishi, maitake, coriolus versicolor, maar ook de gewone champignon!)
Gember
Groene thee
Zwarte bessen (cassis)
Vlierbloesems en -bessen
Vitamine C-rijke groenten en fruit (citrusvruchten, kolen, rode en gele paprika’s, chilipepers, verse peterselie, tuinkers, kiwi, ananas, bieslook…) – liefst zo weinig mogelijk bewerkt en verhit. Hoe langer bewaard in de koelkast, hoe minder vitamines erin.

2. Doe zonlicht op!!! In dit seizoen is de UV- index nog zo laag dat je zonder schade kan zonnebaden. Stel ook je longen, buik…. bloot aan zonlicht, zonder zonnecrème. Zonlicht stimuleert de vitamine D-productie, onze melatonine-productie, maar herstelt ook de elektro-magnetische balans in onze cellen (zie het werk van Dr. Zane Kime en F.A. Popp).
Mensen die niet goed tegen de zon kunnen, hebben meestal een tekort aan goede vetzuren. Neem enkele soeplepels lijnzaad-, perilla- inca inchi- olie bij per dag (niet verhitten!) of neem een supplement bij van algenolie of spirulina. Ook noten, pitten en zaden leveren goede vetzuren.

3. Beweeg voldoende, wandelen stimuleert het lymfesysteem en de immuniteit.

4. Drink voldoende water. Koffie, alcoholische dranken en zwarte thee onttrekken water aan de lichaamscellen. Drink er altijd water bij.

5. Kruiden en supplementen ( ga voor kwaliteit: je gespecialiseerde apotheek of natuurwinkel kan je hierbij zeker helpen)
Echinacea
Cat’s Claw
Astralagus
Betaglucanen (o.a. uit paddestoelen)
Vitamine C (liefst in een natuurlijke vorm zoals uit rozebottels, acerola, camu camu, amlabessen…)
Vitamine D
Propolis (de natuurlijke lijm die bijen gebruiken)
Zink (in een goed opneembare vorm)
Selenium ( of eet elke dag 5-10 Braziliaanse of para-noten)
Colloidaal zilver
Kombucha (koop kombucha met levende bacteriën in!)
(Water)kefir
Spirulina
Etherische oliën verdampen in je huis en slaapkamer: tijm (thymol), salie, oregano, basilicum, jeneverbes, eucalyptus, tea tree…)

6. Zorg voor een gezonde darm (80 % van het immuunsysteem bevindt zich ter hoogte van de darmen!):
gebruik regelmatig gefermenteerde producten rijk aan lactobacillen ( zuurkool, gefermenteerde groenten, shoyu, tamari, tempeh, natto, miso, appelazijn, amandel- of cocosyoghurt, kombucha, waterkefir….).
Probeer voldoende vezels uit groenten te eten (voeding voor goede darmbacteriën) – langzaam opvoeren om winderigheid te vermijden
Beperk dierlijke producten (melk, kaas, vlees) en bewerkte voeding rijk aan additieven en met weinig voedingswaarde
Eet zoveel mogelijk vers en onbewerkt, zo mogelijks biologisch
Vul 70 – 80 % van je bord met groenten. Beperk brood.

7. Vermijd het gebruik van suiker – suiker verlaagt de weerstand

8. Vul je micronutriënten aan zodanig dat je lichaam al zijn stofwisselingsprocessen optimaal kan uitvoeren.
– Verse groentesappen (makkelijk verteerbaar!) of greens (in poedervorm – tarwegras – spirulina…) leveren zeer veel voedingsstoffen (vitamines, mineralen, enzymes…) en helpen ontgiften
– Kiemen (makkelijk zelf te kweken)

9. Neem regelmatig een koude douche – dit versterkt het immuunsysteem ( laat je lichaam geleidelijk wennen aan de koude, maak eerst je benen en borst nat – bouw op)

10. Doe frisse lucht op, ventileer je huis. Bepaalde ademhalingsoefeningen versterken het immuunsysteem (voor de durvers https://www.wimhofmethod.com/)

11. Zorg voor voldoende slaap en rust. Stel je bloot aan natuurlijke elektro-magnetische straling (wandelingen in de natuur, aarden, in de tuin werken…) ter compensatie van WIFI, DECT, 4G, electrosmog…

12. Koorts heeft een functie, stimuleert het immuunsysteem en helpt – door het verhogen van de lichaamstemperatuur – virussen en bacteriën te doden. Gebruik alleen koortswerende middelen wanneer de malaise te groot wordt. Neem bij voorkeur paracetamol (tot 2-3 g/dag), aangezien NSAID’s (ibuprofen, diclofenac….) mogelijks de kans op ernstige bijwerkingen tijdens een virale infectie vergroten.

13. Onderzoek heeft aangetoond dat emoties zoals dankbaarheid en vreugde het immuunsysteem positief beïnvloeden. Zoek redenen om dankbaar te zijn, kijk naar comedies, richt je focus op wat wel goed loopt….

14. Meditatie en relaxatie-oefeningen hebben een positief effect op het immuunsysteem.

15. Geniet van deze weken van “verplichte rust”. Wij zijn met ons allen al zo vele jaren gericht op de buitenwereld, op presteren, ons waarmaken naar anderen toe, onze vervulling buiten ons te zoeken, dat we vergeten zijn hoe goed het bij onszelf kan zijn, in onze intieme kring en familie…

“We zijn in oorlog”, zei de Franse president Macron. Als dat zo is, dan is het niet met deze onzichtbare, microscopische vijand, maar met onze huidige visie op ziekte en gezondheid, waarin weinig aandacht is voor de basis van gezondheid: voeding, natuurlijke medicijnen en levensstijl. In plaats van weerloze slachtoffers te zijn, wordt het tijd onze verantwoordelijkheid op te nemen, onze zelfredzaamheid te vergroten, ons terug te empoweren i.p.v. ons te laten beklemmen door angst. We zijn niet weerloos overgeleverd, laat ons focussen op wat we wél onder controle hebben.

Sinds een half jaar heb ik mijn praktijk als arts stopgezet om mij toe te leggen op het geven van cursussen over gezondheid en vitaliteit. Ik heb hiervoor alle Vlaamse ziekenfondsen gecontacteerd met de vraag tot een gedeeltelijke tegemoetkoming om de financiële drempel voor mensen te verlagen, maar hiervoor was weinig interesse noch budget. Ook van uit de overheid is er weinig interesse om te investeren in preventieve gezondheidszorg. Minder dan 3 % van het budget van de gezondheidszorg gaat naar preventie. Nochtans hebben studies aangetoond dat 1 euro geïnvesteerd in preventie, de staatskas 4 euro oplevert.

In tegenstelling hiermee, wat gaat deze pandemie ons land kosten, het opvangen van de ernstig zieken, en het herstellen van de economie die momenteel bijna volledig platligt, met een groot deel van de bevolking technisch werkloos?

Is het geen tijd om een aantal vragen te stellen? Om een mentaliteitsshift te overwegen?

Van angst naar vertrouwen? Van slachtofferschap naar zelfredzaamheid? Van afhankelijkheid van autoriteiten naar kennis om zelf toe te passen? Om in de opleiding van artsen meer aandacht te geven aan preventie, voeding, het ondersteunen van de biochemie met natuurlijke stoffen? Om geld te investeren in studies over voeding, kruiden en voedingssupplementen? Om de rol van de arts om te polen van “redder” naar gezondheidsbegeleider? Om te investeren in voorlichting in het onderwijs en in bedrijven, bij kwetsbare bevolkingsgroepen? De oriëntatie binnen de gezondheidszorg te verleggen en onze budgetten te herorganiseren?

Moge deze oproep als een vlinderslag in het Amazonewoud zijn, die misschien bijdraagt aan het ontstaan van een orkaan duizenden kilometers verderop….

Dank om deze brief door te sturen aan familie, vrienden of collega’s.

Hoopvolle groeten in onzekere tijden,

Hilde De Smet

In 2002 studeerde Hilde De Smet af als arts aan de KUL. Na één specialisatiejaar anesthesiologie, startte ze haar opleiding huisartsgeneeskunde aan de RUG. In haar praktijk in Meerbeek, Kortenberg, werkte ze vooral met natuurlijke en complementaire therapieën. Sinds september 2019 geeft ze seminaries over gezondheid en vitaliteit.

De gewone mens

Awel, ik begin terug
Een beetje te houden
Van de mensen.

Er zit dus toch
Nog stille goedheid
En rustige creativiteit in.

De gewone mens
Kan terug gewoon doen
En is gelukkig weer gezond.

Micheline Baetens – 21.03.2020

(Met dank aan corona voor de inspiratie)

 

Druiventeelt in de Druivenstreek

https://www.hoeilander.be/nieuws/olivier-vandersleyen-zet-documentaire-serre-effecten-nu-gratis-online-video

Wie zich in deze quarantainetijd verveelt en meer wil weten over de geschiedenis van Druiventeelt in de Druivenstreek kan naar deze video kijken. Warm aanbevolen!

Bron: Hoeilander.be

En helemaal dood is die druiventeelt niet, want dit zijn foto’s van de druiven in de serre van mijn zoon. Hij is ondertussen een volleerde serrist, niet als beroep, maar toch met hart en ziel!

De zwanenmoord van Hoeilaart

Vandaag kreeg ik enkele telefoons met vragen over de ‘zwanenmoord van Hoeilaart’, Geachte Lezers, Beste Vrienden. Het betrof voor de verandering eens niet jagers die op zwanen hadden geschoten, maar de ene zwaan die de andere afmaakte. Het dramatisch gebeuren schokte buurtbewoners, want zijn zwanen geen lieftallige dieren die hun leven lang in harmonie bij dezelfde partner blijven?

Nee, dat zijn zwanen niet, dat is een mythe die mensen op het zwanenleven hebben geënt. Mensen hebben van zwanen liefdevolle dieren gemaakt, die treuren en wegkwijnen als hun partner gestorven is. Die hun leven lang trouw blijven aan elkaar. Kortom, die het soort romantisch leven leiden waar veel mensen alleen maar van kunnen dromen, want er is natuurlijk altijd de ellende van het dagelijks bestaan.

In het ware zwanenleven gebeuren er vooral dingen die wij als mensen erg zouden vinden. Als een zwaan sterft, is de kans reëel dat de achtergebleven partner binnen de week een nieuw lief heeft. Als vooral zwanenvrouwen een kans zien om zich te verbeteren door van partner te wisselen, zullen ze die niet laten liggen. Dat zwanen agressief kunnen zijn, weet iedereen die eens dicht in de buurt van een vaderzwaan geweest is die nest of jongen moest verdedigen.

De zwanenmoord van Hoeilaart was daarenboven het gevolg van een speciale situatie. Een mannetjeszwaan zat al twee jaar lang alleen op een parkvijver. Buurtbewoners vonden dat erg en finaal zocht het gemeentebestuur een oplossing: een maand geleden werd er een vrouwtjeszwaan van een parkvijver in Brugge overgebracht naar de eenzame zwaan in Hoeilaart. Beide zwanen kregen een naam: Petoetje (de man) en Petatje (de vrouw).

Het leek daar allemaal rozengeur en maneschijn, tot gisteren (zondag), tevens Internationale Vrouwendag: Petoetje zag het blijkbaar niet zitten met Petatje en liquideerde haar in een combinatie van bruut geweld en verdrinking. Op een kwartiertje was Petatje dood, en dreef Petoetje weer moederziel alleen op zijn vijver. De buren spraken er schande van.

Veel te weinig mensen beseffen dat paarvorming ook in de vogelwereld geen kwestie is van gewoon een vent en een vrouw bij elkaar gooien. Vogels hebben ook hun voorkeuren. Als je zebravinken in een volière zelf een partner laat kiezen, brengen ze meer jongen groot dan wanneer ze door een mensenhand geforceerd met twee in een kooitje worden gestoken. De kans is dan groot dat ze niet matchen. Het kweekproject van monniksgieren in Planckendael kampte met de problematiek van gieren die elkaar straal negeerden, zodat er geen eieren bevrucht werden. Als de dieren een keuze konden maken uit een wat ruimer aanbod aan potentiële partners lukte het wel.

Vogels hebben hun persoonlijkheden. Veel mensen denken nog altijd dat dieren van een bepaalde soort gewoon een eindeloze reeks kopieën zijn die van dezelfde band rollen. Dat is niet het geval. Dat heeft de zwanentragedie van Hoeilaart nog eens duidelijk gemaakt.

De bevoegde Brugse schepen reageerde geschokt op het gebeuren. De Brugse zwanen blijven in het vervolg waar ze horen: op de Brugse vijvers. Als ze daar weg willen, zullen ze zelf wel andere oorden opzoeken.

De zwaan van Hoeilaart zoekt nu misschien ook best andere oorden op. Want hij dreigt het grote krediet dat hij in de omgeving had opgebouwd, op een kwartiertje te zijn kwijtgespeeld. Terwijl hij gewoon deed wat zijn zwanenbiologie hem deed doen: een ongewenste bezoeker liquideren.

Dirk Draulans – Facebook – 09.03.2020
——————————————————————————————————————–
Mensen vergeten dat de natuur haar eigen wetten heeft

Petatje is trouwens niet het eerste slachtoffer dat te betreuren valt in Hoeilaart. Hopelijk wel het laatste!

https://www.natuurhulpcentrum.be/brusselse-zwaan-/?fbclid=IwAR05zEhsctWzq9ztXNhnmbYqn5x8DoWu99hhC9uUpZIuvPlOEr3sHWO3NYE#.XmZ0RXdFyUl

https://www.hoeilander.be/content/zwanenzang-op-de-parkvijver-fotoalbum
https://www.hoeilander.be/content/zwaan-heeft-niet-gewacht
https://www.hoeilander.be/content/zwanenmysterie-opgelosthttps://www.hoeilander.be/nieuws/zwaan-verdronken-op-de-parkvijver

https://www.nieuwsblad.be/cnt/blmva_02397057

https://m.hln.be/in-de-buurt/hoeilaart/passioneel-drama-op-gemeentevijver-mannetjeszwaan-krijgt-na-twee-jaar-gezelschap-maar-doodt-vrouwtje-bij-ruzie~a0920e59/?fbclid=IwAR0Wh1ZDtaq9nD1Q4N2lv8MqxKLANTFYpQrCD02kE4oXSFYWiK2UlZkcW8

De zwanen in Hoeilaart waren gekortwiekt. Volgens mijn weten is dat verboden sinds 2015. Is dit zo, of is deze verminking nog altijd toegelaten? Wegvliegen zat er voor Petatje dus niet in!

Leewieken of kortwieken?

Leewieken is niet hetzelfde als kortwieken. Bij leewieken wordt bij een zeer jong dier een stuk van de vleugel verwijderd. Leewieken moet daardoor eigenlijk altijd door een dierenarts gebeuren.
Leewieken is een verminkende ingreep die wettelijk alleen is toegestaan als de mogelijkheid tot vliegen moet worden ingeperkt om te voorkomen dat een dier meer lijdt. Het mag alleen gebeuren door middel van een chirurgische methode of een thermocauterisatie. Bij eenden, ganzen en zwanen moet het gebeuren voor de leeftijd van 10 dagen en bij andere soorten voor de leeftijd van 72 uren (Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren; Koninklijk besluit van 17 mei 2001 betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op de beperking van de voortplanting van de diersoort).

Huisdierinfo. be

Blijkbaar is de wet interpreteerbaar en manipuleerbaar, en politici zijn daar straf in!

Petoetje

Bovendien zitten de zwanen op een park- visvijver die gelegen is aan het gevaarlijkste kruispunt van Hoeilaart, en dit is geen natuurlijke en veilige biotoop.

Overijse – DE IJSBROEKEN

Een natuurlijke biotoop, veilig en zonder menselijke inmenging!

A la gare de Groenendaal

Voorgoed verbonden met de spoorweg, alleen al door mijn voornaam, en wonende aan één van de treinstations van Hoeilaart, hou ik van dit lied en natuurlijk van Wannes van de Velde.

Gróenendaal
Tekst & muziek: André Bialek
Vertaling: Wannes Van de Velde
Bewerking: Walter Poppeliers

Verlicht deur planetaire schijne
stuive de nevels dun vörbij
in den depot slape de treine
lantêres wake zij on zij
dan rijsd de maan bove de boême
lak een orloge zonder tijd
ze peild de schaduw van ons droême
zonder plezier en zonder spijt

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Onder de koeppel zwart bestove
zit der e maske oep een baenk
zoe wit zoe bliêk zoe ingetoge
ik zeg “bon soir” mor zonder klaenk
z’ee-g-et gezicht ge zou et zwere
van d’iêste liefde d’iêste spijt
diê me bezwóer in La Louvière
je t’aimerai jusqu’à altijd

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Ik oêr et klage van de boême
de zwarte stemme van et woud
en soems een ert da’ der kwam woêne
z’n wilde vlucht in ’t kreupelout
e klokske zaaid z’n prille toêne
over de velde ginder vaer
ne joengen ond brengd meh’ z’n sproenge
de waker efkes in de war

Tout est désert tout est normal
dit l’homme en gare de Gróenendaal

En natuurlijk mag ook het origineel niet ontbreken: