Een nieuwe thuis!

Kuieren, dat moesten we meer doen dan al die belachelijke sporten en stunten. Tegenwoordig tellen ze zelfs hun stappen en ze maken er een wedstrijd van. Ze zouden beter een voorbeeld nemen aan mijn kippen, want die kunnen dat goed, kuieren,  als ze mogen los lopen in de tuin.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20190216_04181429

Vandaag hebben ze een nieuwe woonst gekregen, want het oude kippenhok was na een zestal jaren compleet versleten en niet meer veilig. David heeft het in een wip en een gauw in elkaar gestoken, en nu zitten ze weer proper en een stuk comfortabeler.

Drie kippen en een haan, en ze hebben mooie namen!

Kip de goede hoop, 50 tinten grijs en Peace.

Nelson en 50 tinten grijs

Vanaf dit jaar neemt mijn zoon ook de moestuin van mij over en door het kippenhok een andere plaats te geven, is die meteen ook vergroot.

Lente!

Daar is de lente, daar is de zon,
bijna – maar ik denk dat ze weldra zal komen -,
de fallus impudicus staat al in bloei
en de blaadjes krijgen bomen!

M’n vrouw en m’n kat zijn allebei krols,
het valt me moeilijk ze rustig te houden,
ik zal binnenkort weer een heleboel
nesten moeten bouwen, want

daar is de lente, daar is de zon,
bijna – maar ik denk dat ze weldra zal komen -,
de fallus impudicus staat al in bloei
en de blaadjes krijgen bomen!

De bloembotten barsten open met een
knal en meisjes ontbloten de kuiten
de bouwvakkers hebben na ’n nare tijd
weer iets om naar te fluiten,

want daar is de lente, daar is de zon,
bijna – maar ik denk dat ze weldra zal komen -,
de fallus impudicus staat al in bloei
en de klokken vertrekken naar Rome!

Zeventien graden vandaag, een vroege lente dus!

Zelfhulpgroep voor wie anders wil gaan leven

Eigenlijk zou er een zelfhulpgroep of praatgroep moeten bestaan voor mensen die iets serieus willen veranderen in hun leven, want die zijn met velen tegenwoordig. Maar vaak weten ze niet hoe ze eraan moeten beginnen, en in elk geval, gemakkelijk is het niet.

Als je je huis wilt renoveren ga je naar Batibouw en wanneer je een nieuw auto wilt kopen naar het Autosalon. Wil je je eetgewoontes veranderen, kan je naar een voedingsconsulente, en wie iets fitter en slanker wil worden kan naar de fitness. Maar wat als ik anders wil gaan leven? Naar een psychiater? Maar je bent toch niet ziek, waarom zou je dan naar een dokter gaan?

Een zelfhulpgroep of gewoon een praatgroep, waar mensen samen komen, die hun leven willen bijsturen, of ja zelfs serieus willen veranderen, omdat ze anders wél ziek worden en ongelukkig, zou een goede stimulans zijn om daar eens werk van te maken. Want meestal weet je wel waar je niet tevreden mee bent, en weet je ook wel wat je wilt, enkel wat steun en solidariteit ontbreekt, en die zou je in zo’n groep dan kunnen krijgen.

Je kan de mensen een lijst laten maken met punten waaraan ze willen werken, en telkens de groep samenkomt, kan een stand van zaken opgemaakt worden, en bekeken worden hoe daar de afgelopen tijd mee omgegaan werd, en wat het resultaat is. Ieder op zijn eigen ritme, stap voor stap, beetje bij beetje, want veranderen is meestal een werk van lange adem, dat doe je niet op één twee drie. Volhouden en volharden in wat je wilt, is de boodschap.

Makkelijk is dat niet, maar wel zeer zeker de moeite waard. Je zal tegen veel moeten opboksen, en de weerstand van je omgeving zal vaak niet gering zijn, want als jij verandert zal je omgeving mee moeten veranderen, willen of niet, en ze zullen  zich willens nillens moeten aanpassen, wat hen meteen ook uit hun comfortzone zal halen. Maar wanneer ze merken dat het je menens is en je eigenlijk het beste voorhebt met hun en jouw leven, valt dat na verloop van tijd wel mee. Trouwens, wie wil er nu ongelukkige of zieke mensen om zich heen, vooral als het de mensen zijn waarvan je houdt?

Een zelfhulpgroep voor wie anders wil gaan leven, ik zie dat wel zitten! En ik zou beginnen met hen het boek “Beter zorgen voor jezelf” te laten lezen, want dat heeft mij ook over veel dingen anders doen denken, en anders gaan denken, is het fundament om anders te gaan leven.

Valentijn

Op 14 februari wordt Valentijn gevierd, een feestdag voor de verliefden en een hoogdag voor de liefde. Blijkbaar is verliefd zijn enkel pure chemie, die ons in staat stelt de uiteindelijke liefde te vinden, of ook niet, want uiteindelijk is de roes maar tijdelijk… Wie verliefd is, geniet er dus van, want schone liedjes duren niet lang!

Waarom maakt liefde blind?
EOS Wetenschap

Als we verliefd zijn, gebeurt er een hoop in ons lichaam. Vreemd genoeg voelen we ons zowel gestrest als gelukkig. Verschillende hormonen en n­eurotransmitters zijn daarvan de oorzaak.
Zo komt er adrenaline in ons bloed. Het stresshormoon dat het lichaam prepareert om te vechten, vluchten of bevriezen. In een panieksituatie trekt het bloed uit onze maag weg, zodat onze ledematen een van deze reacties kunnen uitvoeren. Dat zorgt er ook voor dat we geen honger meer hebben. Precies: als je stapelverliefd bent, krijg je geen hap meer door je keel. Mogelijke bijwerkingen: vlinders in je buik, knikkende knieën, niet meer uit je woorden komen… Gedragingen die ook plaatsvinden vlak voor een sollicitatiegesprek.
Natuurlijk voelen we ons ook euforisch als we verliefd zijn. Zo komt het pijnstillende hormoon endorfine vrij. Samen met de neurotransmitter dopamine – belangrijk voor het ervaren van beloningen – zorgt dit voor het gevoel van euforie en geluk. Hersenscans van verliefde mensen laten zien dat er veranderingen in de hersenen optreden. Als zij een foto te zien krijgen van hun partner, activeert dat beloningsgevoelige gebieden: de nucleus accumbens en het ventrale tegmentum.
Tegelijk deactiveren de gebieden in de prefrontale cortex betrokken bij cognitie, ofwel het complexe denken. Zo kunnen we onze eigen emoties minder goed relativeren dan normaal. Ook adrenaline zorgt ervoor dat nadenken een stuk lastiger is.Die euforische hormonen en veranderingen in de hersenen zorgen ervoor dat liefde blind maakt. We kunnen minder goed nadenken, en zo neemt de verliefdheid de overhand. We wuiven negatieve gedachten snel weg en kunnen ons plots op maar één ding concentreren. De euforie zorgt ervoor dat we alle positieve kanten benadrukken en onze geliefde op een voetstuk plaatsen.
We zijn er nog niet, want ook serotonine speelt een rol. Normaal gezien zorgt deze neurotransmitter er in de prefrontale cortex voor dat we bepaald gedrag kunnen remmen. Bij verliefde mensen zijn er aanwijzingen dat de serotonineconcentratie erg laag ligt. Dat betekent dat we ons impulsiever en obsessief kunnen gedragen. Vergelijk het met een verslaving. Je richt je nog maar op één ding en verliest de andere zaken een beetje uit het oog.
Een cocktail van hormonen zorgt er dus voor dat we ons af en toe een beetje raar gedragen als we verliefd zijn. We worden blind voor iemands minpunten, maar eigenlijk ook voor de rest van ons leven. Onze wereld bestaat volledig uit één persoon. Toch is het waarschijnlijk nuttig om verliefd te zijn. Want zo vinden we een partner en zorgen we uiteindelijk voor nageslacht.
Uit de weinige onderzoeken die er zijn gedaan, blijkt dat we zo’n drie tot achttien maanden verliefd zijn. Gelukkig gedragen we ons dus maar voor een korte periode een beetje vreemd.

En zo maar

Ik zie hem zo graag,
en ook zo anders,
en zo heel veel,
zo oneindig,
helemaal,
volledig,
zo hem alleen,
voor altijd,
en zo maar.

Micheline Baetens – 26.01.2018

Slapen

Waarom is slaap vaak het beste medicijn?

EOS Wetenschap

Waarom kan slaap een infectie afweren? En waarom maakt chronische stress het lichaam vatbaarder voor ziekte?

T-cellen zijn een type witte bloedcellen die van groot belang zijn voor de immuunreactie van ons lichaam. Wanneer T-cellen een specifiek doel herkennen, zoals een cel die door een virus geïnfecteerd is, dan activeren ze kleverige eiwitten – integrines – die hen in staat stellen zich aan de geïnfecteerde cel vast te klikken en ze te vernietigen.
Wetenschappers weten al veel over de signalen die integrines activeren, maar veel minder over signalen die verhinderen dat T-cellen zich aan hun doel hechten.

Onderzoekers van de universiteit van Tübingen bekeken de effecten van een diverse groep van signaalmoleculen die vaak een rol spelen bij het onderdrukken van het immuunsysteem, maar waarvan tot nu toe niet bekend was of ze verhinderen dat T-cellen hun integrines activeren om zich aan hun doel te binden. Ze ontdekten dat hormonen zoals adrenaline en noradrenaline, hormoonachtige stoffen zoals prostaglandine E2 en D2, en de neuromodulator adenosine er T-cellen van weerhouden hun integrines te activeren nadat ze hun doel hebben herkend. De hoeveelheden van deze molecules die nodig zijn om de activatie van integrines te verhinderen, werden al geobserveerd bij tumorgroei, malaria-infecties, zuurstoftekort en stress.

De hoeveelheid adrenaline en prostaglandine daalt wanneer we slapen. De onderzoekers ontdekten bij gezonde vrijwilligers dat de integrine-activatie van de T-cellen veel hoger was wanneer de proefpersonen sliepen dan wanneer ze wakker waren. En dat dat lag aan de daling van de signaalmoleculen die ze onderzochten.
De resultaten zijn zeer relevant voor slaapstoornissen en andere aandoeningen die gepaard gaan met een verstoorde slaap, zoals depressie, chronische stress, veroudering en ploegenarbeid.

Sterven, dat doe je niet!

Sterven

Sterven
op een zondag,
dat doe je niet
en al zeker niet
onverwachts!

Sterven
op een dertiende,
dat doe je niet
en al zeker niet
in februari!

Sterven,
dat doe je niet!

Micheline Baetens – 13.02.2018

Oogopslag

Toen jij me vroeg waarom ik van je hou
Heb ik het antwoord veertig jaar verzwegen.
Veertig jaar ben ik bij jou gebleven
Om geen antwoord op je vraag te geven.
Het staat in kringen om ons heen geweven

Neergeschreven. Vrienden en vreemden weten
Wat ik veertig jaar niet heb begrepen,
Wat ik veertig jaar probeer te lezen
In een oogopslag en zijn vragende blauw.

Leonard Nolens

Bevrijd!

Op 11 februari 1991, 28 jaar geleden, kwam Nelson Mandela vrij, en ik werd 70 jaar geleden bevrijd, na een harde strijd en met veel getrek en gesleur. Mijn moeder noemde het een zware bevalling, en ik werd geboren met een dikke bult op mijn hoofd, van het harde duwen om verlost te geraken.

Het was bij mijn grootmoeder thuis, dat ik geboren werd, geholpen door Julie de vroedvrouw die in die tijd bijna alle baby’s van de druivenstreek op de wereld zette. Mijn moeder was er niet graag bij, en ik was ook niet de plezantste baby, naar het schijnt, want telkens als er iemand even de kamer uitging begon ik te wenen. Blijkbaar was ik niet graag alleen. Of zou zo een klein kind al voelen wanneer het niet gewenst is?

Het overgrote deel van die eerste kinderjaren verbleef ik dan ook bij mijn grootmoeder en grootvader, tot deze laatste overleed, en de familie niet langer wou dat ik mijn grootmoeder tot last was, en moest ik naar mijn ouders.

Ik heb dat al meermaals verteld, en ga er niet verder over uitwijden. Op je zeventigste moet je dat immers verwerkt hebben en een plaats gegeven, maar ik was dolgelukkig bij mijn grootouders en daarna heb ik mij als kind aangepast…

Later, veel later, ben ik dan terug de persoon geworden, die ik nu nog altijd ben en die mijn grootouders van mij gemaakt hadden. En dit keer voorgoed bevrijd!

Onder ons tapijt kijken

Ga aan de slag met je wonden, nu er nog tijd is

Brainwash – Griet Op de Beeck

In Brainwash Talks van Human delen invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers verrassende ideëen voor persoonlijke en maatschappelijke problemen. Deze keer schrijver Griet Op de Beeck.

Geluk dat niet meer wordt verwacht telt dubbel, heb ik gemerkt. En ik mag dat zeggen, want ik kom van ver. Ik heb 38 jaar oud moeten worden om eindelijk de moed eens bij elkaar te schrapen om dan toch maar dat debuut te schrijven. En dat heeft er alles mee te maken dat ik in het leven van nog veel verder kom.

Ik zat op m’n racefiets en ik dreigde uit mijn klikpedalen te schieten omdat ik problemen had met mijn versnellingen. En ik kan je verzekeren: dat heb je liever niet op een brug. Dus waar eigenlijk al mijn aandacht bij mijn voeten moest liggen, hoorde ik ondertussen iets in mijn oor – want ik luister dan naar podcasts, als ik fiets – waarvan ik dacht: al sla ik hier nu met mijn klikken en mijn klakken tegen de wereld, hier moet mijn aandacht liggen. Want er wordt echt iets heel belangrijks gezegd.

Aan het woord was Andrew Solomon, de vooraanstaande Amerikaanse journalist. En hij zei: ‘When we are ashamed, we can’t tell our stories. And stories are the foundation of our identity.’ Zolang we ons schamen, kunnen we onze verhalen niet vertellen. En verhalen vormen de basis van onze identiteit. Ik ben daar boven op die brug blijven stilstaan en dacht: ‘Godverdorie! Dat verklaart veel.’ Ik heb daar en dan beseft dat precies dat het juiste woord was. Schaamte.

Ik liep mij al heel mijn bewuste leven te schamen. Voor wie ik was. In het diepst van mijn gedachten. Ik had van mezelf iemand gemaakt die de goede dingen niet verdient en de moeilijke en de pijnlijke des te meer. En die vooral ook geen fractie voorstelt van wat de betere retoriek misschien wel eens een donkerbruin kwartier zou kunnen doen vermoeden. En het ergst van alles nog, ik aanvaarde dat gewoon. Dat dat het leven was, of toch alvast het mijne. En als ik nu terugkijk dan denk ik dat dat waarschijnlijk de allergrootste stommiteit is die ik heel mijn leven heb begaan. En in mijn geval wil dat wat zeggen.

Er is behoorlijk wat concurrentie mogelijk. Dat is toch waar we allemaal bewondering voor hebben? Voor de sterke, de dappere, de moedige, de doorbijters. Degenen die na elke val, bij voorkeur heroïsch, weer rechtop staan. En zo wil ik ook zijn. Niet het meisje dat daar ergens met een bibberlip in een hoek ging staan. Tot ik mij op een bepaald moment gerealiseerd heb hoe onnozel het eigenlijk is om altijd maar te blijven doorbanjeren. En op een soort automatische piloot te antwoorden ‘goed’ als iemand al eens de moeite neemt om te vragen hoe het gaat.Ik ben eens stil blijven staan. En ik heb eens onder mijn tapijt gekeken. Want ik denk dat we dat allemaal hebben, zo’n tapijt, ook jij, ook als je nu denkt dat dat niet zo is. We zijn geneigd om alles onder dat tapijt te vegen. Alles wat ons verontrust, alles wat ons ontregeld, alles waar we kwaad van dreigen te worden, of heel emotioneel. Dan gaan we er met onze twee voeten stevig bovenop staan, we blijven recht vooruit kijken en dan hopen we dat het eigenlijk niet echt bestaat.

We zijn bang om te kijken wat daaronder ligt, want we denken: ‘Als we dat doen, gaat het erger worden. Straks krijgen we nog een depressie, of een burn-out, of een andere modieuze ziekte.’ Terwijl het mijn diepste overtuiging is dat het net van die kramp is van het op dat tapijt staan dat je dat soort dingen kunt krijgen. Zoals ook alles zoveel minder eng is met het licht aan dan in het donker, zo is het ook zoveel interessanter om dat tapijt eens op te lichten en heel goed te kijken naar wat daar allemaal onder is gekropen.Want wat blijkt dan? Dat er wel degelijk antwoorden bestaan op vragen waarom je nu precies bent geworden wie je bent geworden. En wat je in de weg zit en waarom. En dat je daar wel degelijk iets mee kunt doen. Het is niet per se een gemakkelijke opdracht. Het heeft me jaren gekost om eindelijk eens onder ogen te zien wat ik gewoon niet wilde dat waar was. Namelijk dat ik ben misbruikt door mijn vader van m’n vijfde tot mijn negende. Dus onder mijn tapijt was het behoorlijk druk, kan ik je wel zeggen.

Maar drukte is eigenlijk niet erg. Als we het aangrijpen om onder ogen te zien wat is en vervolgens iets te doen met die inzichten. Ik geloof heilig in de maakbaarheid van de mens. Want zie mij hier staan. Niet langer als het slachtoffer dat ik misschien ooit ben geweest. Maar als degene die heeft gekeken en teruggevochten en die blijft vechten tot ze durft te beseffen dat haar leven van haar is. Een dochter die is opgehouden met haar vader te beschermen. Een schrijver die zichzelf de toestemming heeft gegeven, niet alleen om de schrijver te worden die ze nooit dacht dat ze mocht en kon zijn, maar zelfs om de grote wonden in te zetten voor iets beters.

Ik heb in mijn laatste roman Het beste wat we hebben niet anekdotisch, niet autobiografisch, maar wel ten diepste geschreven over mijn wonden. En die wonden hebben we allemaal, wat het ook moge zijn. Het is datgene wat je in de weg heeft gezeten of misschien nog zit. Datgene wat je foute keuzes heeft doen maken, of de goede net niet doet maken. Het is datgene wat zich tussen jou en de ander in zet. Tussen jou en jezelf in plaatst. Het is datgene waar je je overheen zet omdat je sterk en aimabel moet zijn. Het is dat onbestemde gevoel bij het ontwaken, dat je wijt aan het slechte weer of dat het overal wel wat is. Of die ene vervelende collega die weer wacht op het werk.

Maar daar moeten we iets mee doen. Misschien is dat wel het enige antwoord dat we hebben op het ongrijpbare tumult van de wereld en al wat ons is overkomen en aangedaan. Dat we moeten proberen om echt onszelf te worden. Om echte gesprekken te voeren waarin verdriet mag bestaan en echte blijheid. Waarin we ons durven kwaad maken en het niet weten en twijfelen. Waarin het ook niet leuk mag zijn. Niet wenselijk. Eindeloos complex. Weergaloos mooi. Brutaal eerlijk. Want dat zet deuren open. Dat geeft moed. Dat wapent tegen alle soorten eenzaamheid die daadkracht in de weg staat.Wie weet wie hij is, is ook in staat om te ontdekken hoe hij of zij terug kan geven, zoals niemand anders dat zou kunnen. Zoals in mijn geval bijvoorbeeld door te schrijven. En misschien, heb ik gedacht, is een roman wel het intiemste gesprek dat er bestaat. De schrijver schrijft en de lezer leest wat ‘ie kan of wil lezen. Herkent wat hij durft te herkennen. Die veiligheid van een lezer die zijn eigen grenzen mag bewaken stelt hem in staat verder te gaan dan in het alledaagse leven. Omdat het stil is, omdat het mag. Omdat niemand meeluistert verder. Omdat er geen oordeel worden geveld.

Misschien is dat de grote verdienste van kunst in deze rare, in crisis verkerende wereld. Nabijheid. De nabijheid van herkenning, van onverwacht gedeelde emoties of gedachten. Van toestemming om dieper te mogen gaan. Van vertrouwen dat het oké is om iets te ondernemen, of zelfs te veranderen. Misschien is alles wat we doen een poging om niet alleen te zijn. Misschien is niet alleen zijn… alles. In het licht van alle eindigheid.

Ik ben allener geweest dan eender wie ooit zou mogen zijn. Van mijn vijfde tot mijn negende en lang daarna. Mijn vader ook misschien. Dat kan. Ik heb hem laten sterven, mijn hand akelig ongemakkelijk op zijn hand, in de overtuiging dat het allemaal wel niet zo erg zal zijn geweest. Zo heeft hij het misbruik bij leven ongetwijfeld geklasseerd. Dat is wat daders doorgaans doen. Dat is wat hij deed toen mijn zus hem met haar feiten confronteerde. Daar was zelfs een getuige van. Ik kan je zeggen: het was wel erg. Maar evengoed: ik sta hier. Ik heb teruggevochten. En ik ben nu niet langer alleen.

Ik denk dat de wereld waar het niet goed mee gaat ons nodig heeft. Ons allemaal, om helemaal onszelf te worden. Van daaruit aansluiting te zoeken en wat we te bieden hebben ten volle te laten bestaan. Ga aan de slag met je wonden die dat nog in grote of kleine mate verhinderen. Doe het! Nu het nog kan. Nu er nog tijd is. Maak jezelf niet wijs dat je geen wonden hebt. We hebben ze allemaal. Gun jezelf dat betere. Geloof maar dat het mag, want het mag. Wees maar zeker dat het kan. Ik weet: het kan.