Grootmoeders

Zoals ik al meermaals verteld heb, was en is mijn grootmoeder de belangrijkste vrouw in mijn leven geweest.

Bij het lezen van dit stukje van Lieven Joris, gingen ook bij mij in deze paasperiode oude herinneringen “verrijzen”, want ik heb vergelijkbare situaties en emoties gekend.

Mijn grootmoeder

Mijn grootmoeder
was een vrouw
van weinig woorden
en van veel vloeken,
gewapend
met de stille kracht
om te aanvaarden,
zonder anders
te verlangen.

Mijn grootmoeder
was mijn redding.

Micheline Baetens – 08.04.2020

Op mijn beurt ben in nu zelf grootmoeder en ik hoop dat Reinaert later ook dergelijke kostbare herinneringen zal hebben.

——————————————————————————————————————–

De verrijzenis

Mijn bomma en ik, wiegend in de nacht
Door Lieven Joris

Cecilia Houben met Lieve Joris.

Soms droom ik dat ik haar huis binnenloop. In de achterkeuken komt de geur van koffie me al tegemoet. Het is een complexe, intieme geur die door de jaren heen in het gebloemde behang is getrokken, maar die herrijst als ze bonen maalt in haar houten koffiemolen. Zwarte Kat-koffie, geserveerd in gele kopjes.

In de voorkamer zit ze in haar stoel bij de Leuvense stoof te bidden voor de doden. Als ze daar niet is, neem ik het trapje naar de opkamer en tref haar in het halfdonker, verzonken in de fauteuil, een paternoster tussen haar knokige vingers. Het godslampje op de schoorsteen brandt, de kachel ronkt, het schilderijtje dat haar broer meebracht uit Congo, verspreidt zijn gele schittering. Achter haar staat mijn pick-up, waarop ik het singeltje ‘Zwei kleine Italiener’ van Conny Froboess draai, telkens weer.

Ik strijk neer op de sofa tegenover haar. Alles is goed. Hier is het rustig, niet als in het ouderlijk huis aan de overkant, waar mijn acht broers en zussen allemaal om aandacht schreeuwen.

Ik ben nog te jong om haar dramatische levensverhaal te bevatten, dat zal ik pas veel later doen. Ze is 32 als ze trouwt met een man die met zwakke longen uit de loopgraven aan de IJzer is teruggekomen. Nog geen anderhalf jaar later geeft hij op een nacht piepend en fluitend de geest. Vanaf die tijd is ze weduwe – een halve eeuw lang. Ze zorgt voor mijn vader. En daarna, met bijzondere toewijding, voor mij.

Ik maak mijn huiswerk en deel mijn schoolverdrietjes met haar, heb een geheime spaarpot achter haar snoepdoos in de hoge kast, slaap in het bed aan haar voeteinde en soms, in de winter, bij haar. Tot ik haar op mijn vijftiende voor het eerst tegenspreek. Als ze vindt dat ik niet goed schoonmaak, moet ze het zelf maar doen! Vanaf dat moment is niets nog vanzelfsprekend, luister ik minder aandachtig naar haar verhalen, groei ik langzaam van haar weg.

Op mijn negentiende vertrek ik als au pair naar de Verenigde Staten. Vijf maanden later valt een brief op de deurmat. Ik scheur hem open, zijg al lezend neer op de trap en blijf daar zitten, als verdoofd.

Sindsdien zijn de draden waarmee ze aan mijn leven vastzit in de war. Zelfverwijt, spijt, verdriet – ze kunnen op elk moment onverhoeds de kop opsteken.

Ik droom dat het feest is in haar huis, al haar eerwaarde broers-in-soutanes zijn gekomen: heeroom van Congo, heeroom van Brazilië, nonk Phiel, zelfs nonk Gerard zaliger, die allang dood is. Ze heeft haar haren opgestoken, haar konen zijn rood van de opwinding. Een jaar of zeven ben ik, ik ren naar haar toe, omklem haar benen met mijn armen, duw mijn gezicht in haar schoot en huil.

Nog één keer zou ik bij haar willen zijn. Een middag, een avond, of misschien een nacht. Wij samen in haar hoge bed, haar warme flank in de flanellen nachtpon tegen de mijne, de wekker met zijn fluorescerende wijzers en zijn geruststellende cadans op het nachtkastje.

Ik leg mijn arm om haar middel en luister naar haar verhalen. Ik bedank haar voor de beschutting die ze me jarenlang bood tegen het grote, woelige nest aan de overkant.

Dat heeft me gered, daardoor kon ik me later makkelijker losmaken. Ik vertel haar van de wroeging die me verteert over mijn jeugdige opstandigheid, over alle malen dat ik niet naar haar luisterde, over die laatste, fatale keer dat ik wegging en haar achterliet. Kan ze me vergeven? Ze zwijgt. Dan voel ik haar hand over mijn haren strijken, net als vroeger.

Wij samen, bomma en ik, wiegend in de nacht als op een schilderij van Marc Chagall.

Lieve Joris is schrijfster

De Standaard – 06.04.2020

Mijn coolste schat!

Al meer dan een maand heb ik hem niet meer kunnen knuffelen, en al meer dan een maand mis ik dat enorm!

Gelukkig houden zijn ouders mij op de hoogte van elke verandering, gebeurtenis en toestand.

Reinaert heeft ondertussen leren fruit, groenten en vlees eten, en het smaakt hem, en hij heeft zijn eerste twee tandjes gekregen. Het is een held en mijn coolste schat!

Beter

Ik weet het zeker,
morgen wordt het beter,
of in elk geval
toch niet slechter,
maar misschien
enkel hetzelfde
dan vandaag,
dat kan ook,
al weet ik
het allemaal
niet zo zeker
toch wordt het beter.

Micheline Baetens – 06.04.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

Handen

Ik vind onhandig een heel vertederend woord, veel gevoeliger en veelzijdiger dan handig. De onhandige zal ons blijven verrassen terwijl we het van de handige na één keer wel gezien en geweten hebben.

Ik ben een onhandige schrijver, al gebruik ik beiden handen om dit te schrijven, dus helemaal onhandig kan wat ik schrijf niet zijn, noch letterlijk, noch figuurlijk. En imperfectie heeft tenslotte ook zijn, of is het haar (?), charme. Je stijl is en blijft tenslotte altijd persoonlijk en kan je door niemand opgelegd krijgen.

Mijn moeder zei altijd dat ik twee linker handen had, maar wat zou daar nu mis mee kunnen zijn? Uiteindelijk is wel gebleken dat ik zowel links als rechtshandig heel handig kan zijn, en dat komt door een gebroken linkse arm in het eerste leerjaar, want ja, ik was linkshandig.

Al vlug ben ik overgeschakeld op rechts en wat ik in die tijd rechts geleerd heb kan ik nu nog altijd, de rest doe ik links. Mijn hersenen hebben zich dus heel snel aangepast, of het zou misschien ook kunnen dat ze er eerder een warboel van gemaakt hebben, want ik kan heel moeilijk rechts en links uit elkaar houden. Vraag mij dus nooit de weg!

In elk geval mijn voeten zou ik misschien kunnen missen, maar mijn handen niet, want daarmee doe ik gouden zaken, al dan niet onhandig. Mijn hersenen die heb ik verder niet nodig, want ik ga toch nooit weg!

Om niet besmet te geraken met het coronavirus moeten we momenteel heel vaak onze handen wassen. In de zorgsector zijn er ook helpende handen tekort en worden er ook vrijwillige handen gevraagd om hier en daar bij te springen. Handen zijn dus een heel kostbaar bezit en handig of niet, er is altijd wel iets waarvoor ze nuttig zijn.

Ik moet nu plotseling denken aan een oud liedje vanuit mijn jeugd, dat nu zeker heel toepasselijk is!

Nu!

Tijdens deze coronacrisis hebben mensen, als ze dat zelf willen inzien, nu meer tijd om te leven en hun goesting te doen, ondanks de beperkende maatregelen die er zijn.

Vrijheid zit in het hoofd, dat wist ook Nelson Mandela al, en in onze bewegingsvrijheid beperkt, kunnen we ons dezer dagen toch vrijer voelen om te doen wat we willen, en wat we al lang eens van plan waren te doen.

De zon schijnt, het is tweeëntwintig graden buiten, en de lente springt als het ware uit al haar knoppen. De natuur is op haar mooist nu met al dat jonge, bloeiende leven, in vrolijke en tedere kleuren.

De narcissen, de bonte tulpen, de fruitbomen met hun trouwjurken aan, de pissebloemen die de weiden innemen, de bomen die blaadjes krijgen, de eerste groenten die mogen geplant worden. De natuur ontploft!

Dat uitbundige gevoel wil een mens kunnen delen, en dat kan ook, ondanks dat we met zijn allen niet langer de wijde wereld mogen intrekken, want er is altijd iemand die bereikbaar is, en aan wie je dat blije, heerlijke gevoel kan doorgeven, al was het maar in een geschreven woord.

Bij mij stromen de woorden bij zo’n stralend weer los uit de pen, of moet ik zeggen uit het toetsenbord, en ik geloof als ik daar niet zou kunnen op tokkelen, het kot te klein zou zijn!

Ieder van ons heeft zo’n uitlaatklep, al was het maar eens heel hard gaan schreeuwen van op je balkon, of in je tuin. Of meezingen met Moustaki en het leven omarmen zoals het is. Ondanks corona, ja zelfs met corona…

We leven nu, en nu is het enige wat we hebben!

HOOP

Gooi
Jullie hoop
Op een hoop
Zodat we
Allemaal?
En mettertijd?
Een mooie
En hoge
Hoop krijgen.

Micheline Baetens – 05.04.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)

https://www.growfunding.be/nl/bxl/dichtersvanwacht?fbclid=IwAR0veZdrxZP0a6bcN8Mcl7m9YIGBgSbVDYS1L3fe3kqc0vclyjomgEaBoYU