Waarom ik niet geloof in maskers en andere wondermiddelen.

Toen bij mijn man de gevolgen van diabetes zichtbaar begonnen te worden, hij was er namelijk mee geboren, was hij rond de vijftig.
Zich altijd heel goed verzorgd, niet roken, niet drinken, veel sport, gezond eten, een voorbeeldige patiënt dus.
Al die inspanningen en voorbeeldig gedrag hadden echter niet mogen baten, want diabetes is een onzichtbare sluipmoordenaar, die vooral je aderen naar de vaantjes helpt. En de kleinste aderen geraken het eerst verstopt, geen bloed en zuurstof meer, en dus krijg je last van voeten, handen en ogen.
Gelukkig waren het bij hem enkel de voeten, al is dat eigenlijk niet gelukkig te noemen. Eerst kreeg hij wonden die niet genazen en zo steriel mogelijk moesten verzorgd worden om infecties tegen te gaan, daarna verloor hij een paar tenen, omdat je infecties gewoon niet kan tegen houden, als het lichaam niet werkt zoals het zou moeten. Dan maar een halve voet amputeren, en hopen dat daarmee de kous af was.
Maar dan begon de andere voet op te spelen en moesten we die heel voorzichtig en zo goed goed mogelijk verzorgen.
Mijn man was er van overtuigd, als hij maar heel erg zijn best deed, en regelmatig naar het ziekenhuis ging (soms wekelijks), het dit keer wel in orde zou komen.
En ook de dokters gaven hem die indruk, maar infecties hou je niet tegen, hoe steriel mogelijk die ook verzorgd worden. Dagelijks! Eerst door de verpleegsters die langs kwamen daarna door mezelf, omdat mijn man man eigenlijk meer vertrouwen had in mijn oordeel (ik zag de wonden elke dag evolueren, de verpleegsters losten elkaar af).
Maar ik mag dan wel baetens heten, niets kon baten. Rond zijn zestigste werd zijn been geamputeerd. Wonden genezen niet zonder bloed en zuurstof, dat weet het kleinste kind.
Hadden ze dat echter maar eerder gedaan, dan had hij en ons gezin die lange lijdensweg van onzekerheid en verdriet niet moeten doorstaan. Want van dan af had mijn man terug een gezellig leven, zonder ziekenhuis in en ziekenhuis uit.
Hij heeft er nog zes jaar kunnen van genieten.
Eigenlijk is het je lichaam dat beslist of je al dan niet ziek wordt, en hoe erg het wordt. Ik vertrouw op mijn lichaam en ik ken ook mijn toestand en de situatie hoe ik leef. Dus zal ik wel beslissen of een vaccin al dan niet nodig is. Of zoals mijn huisdokter zei: “Het is jouw leven.”

Red het bos van Vosdelle!

In een tijd dat half België overstroomt bij gebrek aan natuur, en omdat alles volgebouwd en gebetonneerd is, gaat ons gemeentebestuur nog wat meer bomen kappen en ervoor zorgen dat het water nergens meer weg kan. Ook in de Vosdellestraat moet er weeral een natuurlijk ontstaan bos verdwijnen…

Dieren allerhande, zoals de vos en de marter lijken nog enkel de steden te hebben waar ze ’s nachts vrij kunnen rondlopen, en hier in de Vosdelle zie ik ze gelukkig ook nog af en toe.

De mens heeft hun territorium gestolen, en de recente ingrijpende spoorwegwerken hebben hen al heel wat bos en veld ontnomen, het is dus wel een beetje genoeg geweest. Laat hen aub de rest! Iedereen zal er beter van worden.

En beste leden van het gemeentebestuur, jullie wonen toch ook liever in een groen en natuurrijk Hoeilaart, of niet soms?!

De wereld van Reinaert

BINNEN


“Ik ben voor de tweede keer naar de kapper geweest, en zie er weer heel knap uit!”

“In de crèche heb ik een heel mooie vlinder gemaakt voor oma.”

“Oma heeft heel veel kleurpotloden, en ik ben al een echte Picasso.”


“Samen met papa heb ik een nieuwe Ikea speelgoedkast in elkaar gestoken, en we hadden geen vijsjes over…”

“Als oma op bezoek komt, kijk ik graag samen met mijn beste vriendje Elmo naar Sesamstraat.”

“En af en toe moet ik natuurlijk ook een dutje doen…”

BUITEN

“Joepie, samen met mama naar de speeltuin!”


“Ik heb ook nieuwe vriendjes gemaakt in de vakantie, en die hebben heel tof speelgoed.”

“Samen et mijn papa wat rusten op een bankje in het park van Solvay in La Hulpe.”

Zo beleeft Reinaert dus de tijd van mijn leven tijdens de vakantie van zijn papa en mama, en dat is natuurlijk ook zo wederzijds!