BOEKEN: Vincent van Gogh

Onder Van Goghs vernis

Drie nieuwe publicaties buigen zich over de man en de mythe: Van Gogh als boekenwurm, als brievenschrijver en als eeuwig raadsel waar speurneuzen een kluif aan hebben.

Zaterdag 21 november 2020

Vincent van Gogh, Zelfportret, uit 1886-1887. rijksmuseum

Over Vincent van Gogh raken we niet uitgepraat. Met regelmaat komen nieuwe bevindingen boven water en ­worden minder bekende facetten van zijn oeuvre belicht. De feiten en de gissingen blijven biografen, filmmakers en onderzoekers bezighouden. Recent ­psychiatrisch onderzoek zette de mentale problemen op een rijtje waarmee Van Gogh aan het eind van zijn leven worstelde: stemmingsstoornis in combinatie met een persoonlijkheidsstoornis, waarschijnlijk borderline, versterkt door afkickverschijnselen van alcohol. Breed uitgesmeerd was ook de vondst van de locatie voor zijn laatste schilderij, Boomwortels. Het bijzondere bosgezicht, ‘vol zon en leven’ zoals hij in een brief aan zijn broer Theo formuleerde, viel na 130 jaar nog te traceren.

We weten steeds meer, denkt Teio Meedendorp, senior onderzoeker van het Van Gogh Museum. ‘Geavanceerd fotografisch onderzoek leerde ons meer over zijn kleurgebruik, over hoe de werken zijn opgezet en gestructureerd. ­Behoud en beheer van zijn oeuvre blijven een ­delicaat punt. Daarnaast zijn ook steeds meer harde gegevens beschikbaar. ­Archieven worden ontsloten en zijn makkelijk doorzoekbaar, onder meer van kranten en tijdschriften. Dan blijkt weleens dat we dingen voor waar aannemen die onvoldoende geverifieerd zijn. Naar het vroege onderzoek, dat sterk documentair was, hebben we lang gekeken alsof het de absolute waarheid was.’

Aha-moment

Een van de spectaculairste correcties kwam er in 2018. Van Vincent van Gogh bleven slechts twee portretfoto’s ­bewaard, dacht men lang. Maar van de vroegste en bekendste, die van een dromerige knaap met krullen, zijn nu afdoende argumenten beschikbaar dat hij niet Vincent, maar Theo voorstelt.

Boeken waren voor Van Gogh met­gezellen in zijn ontwikkeling, een spiritueel kompas, een venster op de wereld, maar ook een mentaal archief van illustraties en afbeeldingen

De ontdekking is op naam te schrijven van de Belgische journalist en ­cultuurmanager Yves Vasseur. Die zet al zijn bevindingen op een rijtje in De zaak-Van Gogh, een boek dat leest als een thriller. Vasseur was intendant van het Europese cultuurjaar in Bergen, dat in 2015 opende met een expo over Van Gogh in de Borinage. Eerder was hij al in de ban geraakt van de kunstenaar die een nieuw leven probeerde op te bouwen als lekenpredikant tussen de mijnwerkers. Dat mislukte, maar het moment was wel cruciaal. Van Gogh trok zich een jaar terug in Cuesmes, deel­gemeente van Bergen, en besloot kunstenaar te worden.

Vasseur beleefde zijn aha-moment toen hij van de portretfoto niet de gebruikelijke close-up zag, maar het volledige plaatje, met goed leesbaar de naam van de fotograaf: B. Schwarz, Passage St. Hubert, Brussel. Zo ging de bal aan het rollen. Waarom zou een 13-jarige ­jongen die school liep in Tilburg naar Brussel reizen voor een foto? De sporen leidden naar de twee jaar oudere Theo, die op zijn broer leek maar een lichtere blik had, en die in 1873 al bij de kunsthandel Goupil & Co. in Brussel werkte.

De auteur noemt zich bescheiden een ‘amateur’, maar we leren hem ­kennen als een onderzoeksjournalist met vlotte pen. Zijn historische kritiek is snedig. Vasseur peutert graag ‘onder het laagje vernis van de feiten’, die we tot onze verbazing al lang voor waar aannemen. Zijn verhaal voert ons ook naar het echtpaar Georges Delsaut en Elisa ­Decrucq, dat de aankomende kunstenaar in Cuesmes onderdak bood. Volgens de legende gebruikte de vrouw des huizes zijn ‘krabbels’ en schetsen om de haard aan te steken. Twee tekeningen van ­arbeidersstulpjes bleven bewaard, ze werden in 1958 op een zolder gevonden en later geveild voor veel geld. ­Intussen zijn ze in het bezit van de National Gallery of Art in Washington D.C., maar Vasseur ontkracht met verve het hele verhaal van de toeschrijving ervan.

Bloeiende amandeltak in een glas met een boek, 1888. bridgeman

Hij trekt ook naar Auvers-sur-Oise, waar Van Gogh tijdens zijn laatste maanden verzorgd werd door dokter Paul Gachet. Diens zoon bleef als een kluizenaar in de dokterswoning wonen, omringd door herinneringen. Hij schilderde zelfs op eigen houtje een portret van zijn zus, Marguerite Gachet aan het harmonium, waar Van Gogh ooit een aanzet voor gaf, en schonk het instrument aan Bergen.

Spiritueel kompas

Voor de biografische gegevens zijn Van Goghs brieven hét referentiepunt. Hij schreef er 820 en vaak bieden ze een ­intieme blik in zijn gevoelens en ­gedachtewereld. Zopas verscheen een nieuwe, luxueuze selectie.

‘Van Gogh was een fijne schrijver en causeur’, zegt Meedendorp. ‘Het is waardevol dat we zijn onzekerheden kennen en weten hoe hij zelf naar zijn werk keek. Maar hij had ook zo zijn strate­gieën. En evengoed interpreteerde hij later anders, toen schilderijen een andere plek kregen in zijn oeuvre. De brieven zijn dus geen evangelie, wel een toetssteen.’

Ook Mariella Guzzoni, een onafhankelijke onderzoekster uit Bergamo, hanteert ze veelvuldig in haar boek over Van Goghs leeswoede. De mooiste quote duikt op in de inleiding: ‘Ik heb een min of meer onweerstaanbare passie voor boeken’, schreef Van Gogh. ‘En ik heb de behoefte me voortdurend te vormen, te studeren zo je wilt, net zoals de behoefte om brood te eten.’

Boeken waren voor Van Gogh met­gezellen in zijn ontwikkeling, een spiritueel kompas toen hij aan de grond zat, een venster op de wereld, maar ook een mentaal ­archief van illustraties en afbeeldingen. Met favoriete schrijvers als Dickens, Zola, Hugo en Michelet voelde hij zich diep verbonden. Ze hadden het over het eenvoudige leven en sterkten zijn geloof in ‘iets echts en levendigs’. In zijn brieven verwijst hij naar 200 boeken, in 18 schilderijen duiken beduimelde, stukgelezen exemplaren op.

Guzzoni wil in haar ruim geïllustreerde studie Van Goghs kunstpraktijk koppelen aan de boeken die hij las, maar slaagt daar niet altijd in. Ze laat wel zien hoe het klassieke absorberen van stichtelijke lectuur bij Van Gogh kantelde in lezen als passie. Elders laat ze hem Guy de Maupassant citeren. Diens uitspraak dat de kunstenaar moet zoeken naar intense waarneming, maar de vrijheid heeft om te overdrijven: het moet een eyeopener geweest zijn.

De jongen op de foto, blijkt uit recent onderzoek, is niet Vincent maar zijn broer Theo van Gogh. 

Uitdagingen genoeg voor verder ­onderzoek, overigens. Zowel Vasseur als Guzzoni neemt het beroemde Portret van Dr. Gachet op. Dat werd in 1990 ­gekocht door de Japanse zakenman ­Ryoei Saito en is sindsdien spoorloos. Werk aan de winkel voor de club van Vincent-speurneuzen.

Boeken: Vincent van Gogh, Troost voor bedroefde harten, Prometheus.Mariella Guzzoni, Vincent’s boeken, Lecturis.Yves Vasseur, De zaak-Van Gogh. Identeitskwesties, Mercatorfonds

Boomwortels (1890), het laatste schilderij van Van Gogh. Dit jaar werd in het Franse Auvers-sur-Oise de exacte locatie gevonden waar hij het doek schilderde. © belga

BOEK: Duimbreed geluk. Avontuur in een rolstoel

Zwaar gehandicapt, na een slecht afgelopen afdaling uit een helikopter, gevolgd door een jarenlange revalidatie, stond hij er weer: praktisch veroordeeld tot een leven in een rolstoel. Dat vond hij veel te beperkend en hij besloot de wijde wereld in te trekken, ondanks zijn handicap… Op avontuur met een rolstoel. Liftend of op eigen krachten. Kriskras door België en ook tot voorbij de poolcirkel in Finland. Ruim een kwarteeuw na het levensbedreigende ongeval vertelt hij zijn avontuur, tot in zeer aangrijpende details. Over hoop en wanhoop en over doorzettingsvermogen. Een leven vaak afhankelijk van Duimbreed Geluk.

BOEK : Duimbreed geluk door Milo Derdeyn – 222 pagina’s | Boekscout | 2015 | € 18,95

Fragment:
Ik weet natuurlijk niet meteen wat de gevolgen van mijn val zijn. Langzaam dringt het tot me door dat een en ander in mijn leven definitief is afgelopen. Ik slaap slechts een paar uur per nacht. Steeds weer word ik wakker met pijn. In het ziekenhuis verlies je bovendien bijna elke notie van tijd. Het ritme van dag en nacht is alleen nog te herkennen aan het ontiegelijk vroege tijdstip waarop men de deur van de kamer opengooit, een thermometer onder je oksel steekt en een half uur later ontbijt en medicijnen op de tafel neerkwakt. Je kunt niet meteen beginnen met eten. Het moet je namelijk aangereikt worden. Na een paar weken weet ik instinctief dat het ‘amen en uit’ is met mij. Op sterven na dood?
 
Helemaal in het begin krijg ik vaak bezoek van collega’s en vrienden. Die praten over het moment dat ik terugkom en zal kunnen deelnemen aan de winterstage voor bergbeklimmers in het Franse Chamonix. Misschien kan ik, in afwachting dat het opnieuw helemaal goed wordt met mij, als instructeur beneden aan de rotswand staan en zo richtlijnen geven aan beginnende klimmers. Nogal naïef natuurlijk, maar weet je veel als je na een zwaar ongeval op een ongemakkelijk ziekenhuisbed vastgesjord ligt.
 
Nog later blijkt inderdaad dat ik zeer veel dingen in het leven – die ik zo verschrikkelijk graag deed tot op de dag van het ongeval – niet meer zal kunnen doen. Ik lig hier als een hulpeloos wezen dat praktisch niets meer alleen kan of mag. Door die gebroken ruggenwervel is ook de band met ‘normale’ mensen gebroken. Die normale mensen, dat zijn voortaan de anderen.

BOEK: De kracht van breien

In een wereld vol ongelijkheid, waarin veel mensen bang of eenzaam zijn, kan breien een bevrijdende bezigheid zijn. Terrorisme- expert Loretta Napoleoni breit al haar hele leven. Breien is troostrijk en zorgt voor rust in je hoofd. Meer dan dat: het is een prachtige metafoor van het leven.

Napoleoni laat in dit boek zien dat de breikunst de mens hielp overleven, hoe vrouwen er geschiedenis mee schreven en elkaar daarbij van generatie op generatie kennis en levenslessen doorgaven.

Met het breien als leidraad verbindt zij sociale, economische en politieke veranderingen in het oude Egypte en Peru met het moderne Mongolië. Van de spinning bees in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de breispionnen in de Tweede Wereldoorlog komt zij via het antimaterialisme van de hippies terecht bij het wildbreien tegen klimaatverandering.

Aan de hand van recente neurowetenschappelijke ontdekkingen belicht Napoleoni daarnaast de effecten van breien op lichaam en geest. In dit unieke boek ligt ook een persoonlijke ontdekkingsreis besloten. Napoleoni deelt ruimhartig de wijze lessen en onweerstaanbare adviezen van haar grootmoeder, die haar als kind het ambacht leerde, evenals een tiental eenvoudige succespatronen om meteen de draad op te pakken.

https://www.humo.be/nieuws/van-terrorisme-naar-brei-expert-het-gaf-me-de-kracht-om-de-pijn-te-verdragen~b01319ec/