Iedereen zorgt voor iedereen?

Vroeger was het in de kerk dat men ons blaaskes wijsmaakte en ons de hemel beloofd werd, nu is dat op televisie met o.a. DE WARMSTE WEEK en de slogan IEDEREEN ZORGT VOOR IEDEREEN.

Illustration shows the 2016 edition (the 11th edition) of the Music For Life campaign ‘De Warmste Week’, organized by Flemish VRT radio station Studio Brussels, Sunday 18 December 2016, in Boom. To support various charitable organization, three radio presenters will live outside in a tent at De Schorre in Boom from 18 to 24 December, playing only songs requested by listeners, who pay to hear their favorite songs on the radio.
BELGA PHOTO NICOLAS MAETERLINCK

Is niet waar, want ik hoor door mijn verpleegsters en de mensen rondom mij heel andere verhalen vertellen. Wat vroeger misschien normaal was, is dat al lang niet meer. Zorgbehoevend zijn is niet langer een normaal aspect van het leven, maar eerder het grote kwaad, het abnormale, het hoort er niet langer bij.
Iedereen heeft het ontzettend druk, en na al die drukte en stress wil men het vooral plezant houden, zelfs dokters geven hieraan toe.
De tijd voor de patiënt is beperkt, want ze zijn met teveel, en alles gebeurt tegenwoordig op afspraak. Ga als zieke ook maar zoveel mogelijk naar de praktijk, en plan vooral wanneer je ziek wilt worden, en maak twee weken op voorhand een afspraak zodat de dokter je kan ontvangen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar die bevestigen dan wel de regel.

 

Vrijwilligerswerk

Vandaag is het de Internationale Dag van de Vrijwilliger.

Ik heb gedurende meer dan dertig jaar verschillende soorten vrijwilligerswerk gedaan, maar veel vrienden heb ik daar blijkbaar niet aan over gehouden, en dat gezegde “wat je geeft krijg je ooit terug”, is blijkbaar ook totaal verouderd.
Op die veertien dagen dat ik mij nu al thuis zit te vervelen door die gebroken arm, heb ik hooguit één telefoontje gehad, en dan was het nog wel om iets te vragen en de eigen miserie te vertellen.
Klinkt dit bitter en wrang? Wel ja, en dat is ook de bedoeling, want daarbij is dan ook meteen duidelijk dat vrijwilligerswerk niet loont, ook al willen ze er dan nu ook nog een vergoeding voor betalen. Door vrijwilligerswerk te doen, wil je vooral iets veranderen in de wereld, maar dat lijkt dus van langs om meer, niet te lukken.
Ongezond egoïsme roei je niet uit door goede daden te stellen. Door wat dan? Ik weet het niet, maar ik vrees dat je er je enkel kan tegen beschermen, door een gezond egoïsme, en door altijd en overal jezelf op de eerste plaats te stellen.

De vrijwilligers die mij ooit geholpen hebben, ben ik wel ontzettend dankbaar!

Eindejaarsdagen

Aanvaardt onze maatschappij moedige mensen?

Mensen met een uitgesproken mening, mensen die tegen de stroom in varen? Personen die niet alleen opkomen voor zichzelf, maar ook voor anderen, voor de underdogs, ja zelfs voor de stouteriken?

Dapperen, die de wantoestanden die ze op hun weg tegenkomen, aanklagen? Klokkenluiders, die hun eigen welzijn in gevaar brengen om anderen te helpen? Mensen, die hun tanden stukbijten op onrechtvaardigheden? Individuen, die de waarheid en eerlijkheid hoog in het vaandel dragen, rechtdoor gaan, geen omweg nemen, en er geen doekjes om winden, als het over discriminatie gaat?

Misschien worden ze wel aanvaard nu Kerstmis weer nadert, en alle mensen van goede wil zijn? En daarna?

Eindejaarsdagen

De eindejaarsdagen
dat is bladgoud aan de bomen,
de geur van mandarijntjes
en bloeiende hyacinten,
verse wafels met koffie,
een druppel uit een goeie fles,
en een nieuw kleed op tafel.

De eindejaarsdagen
is de ster die bleef stille staan,
de gezelligheid van een thuis
met een dak boven je hoofd,
en het afsluiten van de wintertuin.

De eindejaardagen
dat is een vrolijk feest
voor alle blije zielen,
die van goede wille zijn.

Micheline Baetens – 08.12.2017

Ieder zijn eigen miserie

Waarom denkt iedereen altijd dat anderen moeten geïnteresseerd zijn in hun miserie. Wat ben je ermee? Gaan zij het oplossen voor jou?
Van zodra anderen zich gaan moeien met je problemen is het negen kansen op tien zo, dat je probleem alleen maar groter wordt.
Beschouw het als een geschenk dat mensen zich niet moeien omdat ze je in staat achten dat je het wel zelf klaarspeelt, want van zodra je afhankelijk dreigt te worden van de hulp van anderen, verlies je je vrijheid, je zelfrespect, je zelfvertrouwen en de voldoening van de uitdaging tot een goed resultaat en eventueel einde te brengen.
Mensen kunnen je hierbij steunen door in je te geloven en je aan te moedigen, ook al begrijpen ze je niet en zouden ze het misschien zelf anders aanpakken.
Dat mensen je niet altijd begrijpen is trouwens ook heel normaal. Jij bent jij, en zij zijn zij, en vermits ieder van ons anders is, ontstaat er ook onbegrip en wat voor jou pijnlijk en verdrietig is, is het daarom nog niet voor je omgeving.

Ieder zijn eigen miserie, en misschien moeten we wat meer samen gezellig koffie drinken en wat vaker praten of koetjes en kalfjes, zodat we elkaars aanwezigheid voelen, ook als het wat minder goed gaat. Want mensen waar je het warm van krijgt en die je doen lachen, die kunnen ook samen met je wenen en treuren zonder dat ze je hoeven te begrijpen en je problemen te kennen.
Voor mij is het voldoende dat iemand zegt dat ze een probleem heeft waar ze liever niet over wilt praten, om te begrijpen en mee te voelen, want om het even welk probleem is vervelend en lastig. Vertrouw er op dat ze het kan verwerken en oplossen, en zeg dat ook, dat doet meer deugd dan medelijden en goed bedoelde raad.

Tuinadvies voor de laatste weken van het jaar

Tuinadvies voor de laatste weken van het jaar

‘Voelt november reeds koud aan, dan laat de tuinman… zijn baard al staan!’
De winter komt langzaam dichterbij na deze ietwat zachte novembermaand. De tuinen gaan in rust en dit jaar houden de voorjaarsbloeiers zich tijdig in.

Algemene tuintaken: een overzicht voor november:

In de siertuin of bloemenborders hebben we intussen alle zaden verzameld. Vaste planten zijn opgesplitst en verplant en hier en daar hebben we de border aangevuld met enkele nieuwe soorten. Deed je dit niet dan kan het nog steeds maar dit is nu echt wel de laatste week. Eenmaal het vriest is het alles behalve opportuun om nog planten aan te planten. Ook rozen met blote wortel, bomen en heesters kunnen nog steeds worden aangeplant! Je kan er voor kiezen de borders mooi en net op te ruimen en de grond met de drietand los te maken of je kan alles laten liggen tot in het voorjaar met als voordeel dat het bladafval en de restanten van vaste planten voor winterbescherming zorgen voor zowel plant als dier. Sommige vaste planten vormen bovendien prachtige wintersilhouetten.

Ook in de fruittuin loopt het seizoen op zijn einde. Alle oogst is normaalgezien binnen en wat er nog hangt of ligt laten we met rust voor de winterkost van vogels en zoogdieren. Egels zijn verzot op afgevallen fruit dus zij zullen de restanten opruimen om hun energiereserve voor de winterslaap op te krikken. Fruitbomen, zoals appels en peren, kunnen worden gesnoeid en ook kleinfruit mag nu nog worden gesnoeid en gestekt.Het gazon betreden we best niet al te vaak in extreem natte omstandigheden. Ook wanneer het heeft gevroren of wanneer er sneeuw ligt proberen we dit te vermijden.Door de koudere nachten is het intussen min of meer gestopt met groeien, dus hoeven we niet meer te maaien. Afgevallen bladeren van bomen en heesters halen we wel tijdig van het gazon, verwerk deze tot bodemverbeterende bladaarde.

In de groentetuin kunnen lege bedden worden afgedekt met allerhande tuinafval zoals grasmaaisel, stro of bladeren om de grond te beschermen tegen gure weersomstandigheden. Gebruik ook ruwe compost om uw grond te bedekken, de grove structuur zal door weer en wind verfijnen zodat je die in het voorjaar kan inwerken.

Ruim de moestuin op en plaats alles binnen wat binnen kan om de winter door te komen, ik denk dan vooral aan sproeisystemen, waterslangen en dergelijke. Bakken, kisten en materiaal kan je reinigen en wegzetten voor een mooie start in het voorjaar.

Over onze vijver hangt nog steeds een net dat er voor zorgt dat afgevallen bladeren niet in het water terecht komen. Haal het net regelmatig leeg en verwerk de bladeren samen met die van het gazon tot bodemverbeterende bladaarde.

Het zit er niet meteen aan te komen maar je weet het nooit, ontdoe de takken van heesters (vooral coniferen) van sneeuw bij hevige sneeuwval. Denk bij vorst en ijzel eens aan het milieu en gebruik scherp zand in de plaats van zout op uw tuinpaden, terras of oprit om het minder glad te maken.

De serre of kas staat er nu blinkend bij: alle benodigdheden zijn mooi proper gemaakt voor het aankomende voorjaar en de kas beschermt enkele vorstgevoelige planten tegen de aankomende winter. Op zonnige dagen wordt nog steeds verlucht, anders blijven de raampjes dicht. Er worden volop voorbereidingen gemaakt voor het nieuwe zaaiseizoen: schema’s en zaaicatalogi zorgen ervoor dat we er na de winter klaar voor zijn!

Met het oog op de eerste vorst denken wij vooraf eens aan:

Het afsluiten en isoleren van buitenkranen.
Het ijsvrij houden van drinkwater van verschillende neerhofdieren zoals duiven, kippen, schapen, geiten en konijntjes.
Het ijsvrij houden van een gedeelte van de vijver.
Onze vorstgevoelige (pot)planten: verplaatsen naar een vorstvrije ruimte of isolatie en bescherming van zowel pot als plant.
Het rooien of beschermen van verschillende knolgewassen zoals bijvoorbeeld dahlia’s.
Het voederen van onze geliefde tuinvogels: pindanoten, zonnebloempitten, voedercakes, voedermixen, mezenbollen, ongezouten pindakaas, meelwormen, fruit en drinkwater (let op: geen vogelbad!)
Beschuttingsplaatsen voor nuttige zoogdieren die onze tuin bezoeken voor een winterslaap zoals de egel.
Het reinigen en ophangen van oude of nieuwe nestkasten voor vogels.
Een slaapplaats voor vleermuizen, ook voor deze nuttige dieren zijn verschillende kasten in de handel verkrijgbaar.

Bron: http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p

Tweeënveertig jaar geleden

Vannacht, maar dan wel tweeënveertig jaar geleden, begon het grootste avontuur van mijn leven, dat pas na zesendertig uur een fantastisch eindresultaat zou opleveren.
Hij wou maar niet geboren worden, en dus moest er een operatie aan te pas komen. Om negen uur de operatiekamer in en twintig minuten later kreeg mijn man tot zijn verrassing te horen dat hij een zoon had, terwijl men ons gezegd had dat het een meisje zou worden.Toen de verpleegster aan mij kwam vragen hoe het kind moest heten, antwoordde ik dat ze dat aan mijn man moest vragen, want er was afgesproken dat indien het een meisje was ik de naam mocht kiezen, en bij een jongen mocht de vader de knoop door hakken, want ik hoorde graag Jan en hij liever David. Dus het werd David!
Ik kreeg mijn zoon pas na drie dagen te zien, omdat hij eventjes in de couveuse moest, wegens de zware bevalling waarbij hij blijkbaar wat zuurstofgebrek geleden had.
Een paar dagen later bleek dat hij ook een virus opgelopen had en moest ik na twee weken, zonder kind naar huis.Zijn eerste Sinterklaas heeft hij in het ziekenhuis doorgebracht, en het waren zware en onzekere dagen. Elke dag naar het ziekenhuis en elke dag hopen dat ik hem mee naar huis mocht nemen.Maar uiteindelijk is dan toch alles goed gekomen. De roze wolk waarop je dient te zitten als je pas moeder bent geworden, is niet altijd zo roze, maar het is wel het beste wat me ooit overkomen is.

 

De laatste tuinwerkjes

De bomen in de tuin hebben een gelaat gekregen, en de solitaire bijen een hotel. Ondanks de eerste koude, hebben we toch nog wat in de tuin kunnen werken. De grote striptease van de natuur is nu in volle gang, de bladeren laten de takken los en het gras wordt een kleurrijk tapijt.
De struiken en plantjes die ik kreeg van Marcelle, mijn tuinvriendin, hebben een plaatsje gevonden, en hier en daar heeft David nog wat gesnoeid, zodat er ruimte vrij komt en na de winter weer alles kan gaan groeien en bloeien.
Het enige wat nu nog dringend moet gebeuren is de potten op het terras wat bescherming geven. Maar dat zal voor volgende week zijn, als het weer het toelaat.

De greenman symboliseert de geest van de natuur. Een gezicht, omgeven door takken of bladeren dat in veel gelaatsuitdrukkingen terug te vinden is. De oorsprong dateert van duizenden jaren geleden. De Greenman komt voor in beeldhouwwerken over de gehele wereld, vooral in kathedralen en tempels. Over de echte betekenis van de Greenman tast men in het duister. Tegenwoordig wordt de beeltenis regelmatig gebruik als symbool voor verbondenheid en behoud van de natuur.



De solitaire bij is een zeer nuttig insect om in de tuin te hebben. In de categorie van de bijen is de gewone honingbij de meest gekende. Er zijn echter nog veel meer soorten solitaire bijen. Deze staan volledig zelf in voor hun onderhoud en kijken uit naar een geschikte nestplaats voor nakomelingen. Solitaire bijen zullen nooit steken aangezien ze geen kolonie of honingvoorraad hoeven te verdedigen. Vandaar dat het interessant is om solitaire bijen naar de tuin aan te trekken om er de bloemen te bestuiven.

Door een solitaire bijenkast in je tuin te plaatsen of te hangen geef je ze een ideale plaats om te overwinteren of om er te nestelen. Wanneer de nestkast gevonden is, gaat het vrouwtje op zoek naar stuifmeel dat ze in één van de gaatjes waar ze het nest wenst te maken bij een brengt. Bij het stuifmeel legt ze dan een eitje en vervolgens metst ze het gaatje dicht met een mengsel van modder en speeksel. Zo ontstaat er een kamer waarin het eitje kan groeien tot larve, die zich voedt met het stuifmeel en vervolgens verpopt tot volwassen bij. Per gaatje worden een aantal van deze kamers gebouwd. Zo overwinteren de poppen veilig en in het voorjaar bijten de verpopte bijen zich een weg naar buiten. De bijen die in deze nestkast worden geboren komen ook vaak naar deze kast terug om er zelf ook hun eitjes in onder te brengen en zo begint de cyclus opnieuw en kan je rekenen op een goede bestuiving van jouw bloemen en planten vanaf het vroege voorjaar.

Door het gebruik van sproeistoffen is de populatie van solitaire bijen de voorbije jaren drastisch afgenomen. Ze worden van nature aangetrokken door spleten en gaten in hout, maar door de aanleg van modernere tuinen en de intensievere landbouw zijn deze steeds moeilijker te vinden en zullen ze dankbaar gebruik maken van bijenkasten.

Bron: www.tuinadvies.be

Liefdadigheid

Liefdadigheid helpt niet.Voor alles wat wezenlijk belangrijk is voor het welzijn van de mens, wordt een beroep gedaan op liefdadigheid: gezondheidszorg, kinderwelzijn, ouderenzorg, armoedebestrijding, wetenschappelijk onderzoek, natuurbescherming, …
En zolang wij hier aan toegeven, zal er gebrek zijn en zullen er nooit voldoende middelen vrijgemaakt worden om de kwaliteit van ons welzijn te verhogen.
Ik ben gestopt met geven omdat ik hieraan niet wil toegeven, want als er genoeg geld is om de mens te vernielen, zal er ook wel genoeg zijn om hem te redden.
Van liefdadigheid wordt dus niemand beter, het is zelfs vernederend omdat het aantoont hoe onbelangrijk de mens, de natuur, onze hele leefwereld eigenlijk is, in tegenstelling tot datgene wat er eigenlijk veel minder toe doet en zelfs schadelijk is.
En het is weer bijna kerstmis…

Wees lief voor elkaar en geef om elkaar, en als het nodig is help dan elkaar, en als iedereen dat doet, zijn al die opgeklopte liefdadigheidsacties voor niets nodig.
Geld en middelen dat moet van de overheid komen, daar betalen we immers belastingen voor, en als die de juiste keuzes maakt waar ze dat willen aan besteden, hoeft niemand nog in de kou te staan.
Want er is overvloed, wees daar maar van overtuigd, er moet enkel duurzamer geïnvesteerd worden en eerder in welzijn dan in welvaart.Liefdadigheid is een doekje voor het bloeden, een pleister op een houten been, en voor sommigen onder ons bezigheidstherapie waar enkel de gever beter van wordt en niet de ontvanger, ook al lijkt het anders.
Voor mij geen warmste week met veel show en sentiment, maar een dagelijks welbevinden voor iedereen, en dat een gans leven lang.

Het kistje

Ik heb al gemerkt door te tuinieren, dat sommige planten moeten afgezien hebben om te kunnen bloeien en bloemen te krijgen. Sommigen moeten zelfs eerst bevroren gweest zijn. Anderen die gaan dan weer wel kapot aan teveel slecht weer of onvruchtbare grond.

Zo ook bij mensen. En waaraan dat ligt? Ik weet het niet, wellicht aan de aard van het beestje. Als je naast je beproevingen ook de juiste karaktertrekken meegekregen hebt, red je het misschien wel, en wanneer die ontbreken en je eerder de neiging hebt om negatieve oplossingen te zoeken, zal je waarschijnlijk van kwaad naar erger gaan.

Is het dan toch wel allemaal een kwestie van geluk en toeval? Misschien wel. Net zoals met plantgoed voor de tuin, moet je met veel dingen gewoon stom geluk hebben: het juiste moment, de beste omstandigheden, de positiefste voorgeschiedenis misschien ook, de gepaste omgeving waarin je terecht komt…

Waarom lukt het de ene wel, en de andere niet? Zoals men van een goede tuinier zegt dat hij groene vingers heeft, is het misschien wel zo, dat je voor alles waar je in het leven mee in aanraking komt, groene vingers moet hebben.

Ik ben vandaag een heel eenvoudig gedicht tegen gekomen, waarin duidelijk is, dat we het ons heel gemakkelijk kunnen maken. Ik ga het ter harte nemen.

Het kistje

Alles is gedaan,
niets helpt,
doe niets.

Overal komt narigheid van,
nergens is vrede,
wees nergens.

Iedereen heeft haast,
iedereen is ontevreden,
niemand heeft tijd,
niemand is gelukkig,
wees niemand.

Freek de Jonge

Geneeskunde in de oorlog

100 jaar na WO I: “Artsen hielden de oorlog mee in stand”
Honderd jaar na WO I: dat oorlog de geneeskunde vooruithelpt, is een fabeltje

De Morgen – 10-11-2018 – Cor Speksnijder

Veelgehoord: oorlogen zijn verschrikkelijk, maar zorgen wel voor medische doorbraken. Maar klopt dat wel? ‘Pijn moest ervoor zorgen dat soldaten banger werden voor het hospitaal dan voor het front.’

De Eerste Wereld­oorlog, op 11 november precies honderd jaar geleden beëindigd, gaf het menselijke lijden een industriële dimensie. Tientallen miljoenen soldaten, de meesten jongemannen, werden voor de eer en glorie van het vaderland op het slagveld blootgesteld aan eindeloze beschietingen met granaten en bommen, niets­ontziende vlammen­werpers en sluipend gifgas. Ze stierven als ratten, raakten ernstig verminkt of werden gek in de stinkende blubber van de loopgraven. Lijden dat zelden meer opleverde dan een paar zinloze meters terrein­winst.

De ‘Groote Oorlog’ was een oorlog van de grote getallen. Een slachting die de toon zette voor de barbaarse trekken van de twintigste eeuw. In de vier jaar die voorafging aan de ondertekening van de wapen­stilstand, sneuvelden naar schatting 10 miljoen militairen en zijn 20 tot 30 miljoen soldaten en officieren gewond geraakt of ziek geworden. Overal in Europa lagen nog jarenlang vele tienduizenden oorlogs­slacht­offers weg te kwijnen in ziekenhuizen en psychiatrische instellingen.

Hoe gruwelijk en absurd het bloedvergieten ook was, het heeft iets constructiefs, iets positiefs nagelaten: de Eerste Wereld­oorlog gaf de geneeskunde een belangrijke duw in de rug. Plastische chirurgie, bloed­transfusies, de behandeling van infectie­ziektes en de ontwikkeling van de psychiatrie werden gestimuleerd. Onder druk van de oorlog, die grootschalige hulpverlening noodzakelijk maakte, deed de medische wetenschap een flinke stap vooruit. Althans, zo wordt veelal aangenomen. Maar is dat ook echt zo?

Ja, er zijn uitvindingen gedaan in die tijd, zegt medisch historicus Leo van Bergen. Maar het is de vraag of die onlosmakelijk verband houden met de oorlog. “De geneeskunde heeft baat gehad bij de Eerste Wereld­oorlog, zoals zij baat heeft gehad bij elke periode van vier jaar sinds 1850. En voor zover er doorbraken zijn geweest, in hoeverre zijn die dan van nut buiten oorlogs­omstandig­heden? Een arts kan een kei zijn geworden in het behandelen van gas­gangreen (koudvuur), dat soldaten opliepen in de smerigheid van de loopgraven, maar na 1918 kwam dat nauwelijks meer voor.”

Experimenten

Van Bergen, auteur van het standaard­werk Zacht en eervol over het lijden en sterven in WO I, gelooft niet zo in het stimulerende effect van oorlog. In vredes­tijd zijn de omstandigheden voor medische vooruitgang veel gunstiger. Dan kan kennis worden uitgewisseld, kunnen experimenten worden herhaald, kunnen patiënten rustig worden onderzocht. “Echt grote vooruitgang, zoals de ontdekking van penicilline, de ontwikkeling van de bacteriële biologie, het ontrafelen van het DNA, is geboekt in vredes­tijd. Oorlogs­geneeskunde is conservatieve geneeskunde. Zij bouwt voort op wat al bekend is en is niet gericht op innovatie.”

De mythe van de medische vooruitgang ontstond al tijdens de oorlog. “De medische wetenschap was een doekje voor het bloeden voor het thuisfront. Het beeld werd gecreëerd dat het allemaal ellendig was, maar dat de geneeskunst zich kranig weerde. Het moreel moest hoog worden gehouden.”

Het moet gezegd: de medische stand deed zijn best. Er werden enorme aantallen artsen en verpleegkundigen op de been gebracht, maar hun mogelijkheden om het lot van de soldaten te verbeteren, waren beperkt. Van Bergen: “Een militaire arts zei: we hebben de oorlog van het militaire staal gewonnen met het medische staal. Onzin. Medici stonden machteloos.”

Militaire artsen en medici van het Rode Kruis worstelden met een dubbele loyaliteit: ze wilden hun patiënten zo goed mogelijk helpen, maar waren ook trouw aan de krijgs­macht. Die drong erop aan dat soldaten zo snel mogelijk werden opgelapt voor terugkeer naar het front. Ze stuurden gewonden en zieken terug naar de loopgraven terwijl die nog niet volledig genezen waren. Zo hielpen ze mee aan het in stand houden van de oorlog. “Artsen voelden wrijving tussen hun medische eed en hun militaire taak. De mythe van de medische vooruitgang hielp hun geweten te sussen. Achteraf konden ze zeggen: door onze oorlogs­ervaringen kunnen we nu veel mensen redden.”

Tegen het eind van de oorlog vroeg de verpleegkundige Jeanne van Lanschot Hubrecht in het neutrale Nederland zich publiekelijk af of medici wel moesten doorgaan met het helpen van gewonde militairen. In Duitsland werd 90 procent van de patiënten terug­gestuurd naar het front of naar wapen­fabrieken. Daardoor konden de gevechten langer duren en vielen er meer slachtoffers. “Medische zorg heeft niet alleen mensen gered, maar ook een verlengend effect gehad op de strijd.”

De vooruitgangs­mythe is hardnekkig, zegt Van Bergen. “Het is een aantrekkelijk verhaal. En natuurlijk kun je best wat medische verbeteringen aanwijzen. Dat neemt niet weg dat vrede beter is voor de ontwikkeling van geneeskunde en dat geneeskunde nuttig was voor de oorlog.”

Wat werd er nu wel en niet bereikt?

Plastische chirurgie

De Nederlandse chirurg Johannes Esser en de Britse keel-, neus- en oor­arts Harold Gillies probeerden het leven van front­soldaten met een verminkt gezicht draaglijker te maken met reconstructieve chirurgie. Zo goed en zo kwaad als het ging, herstelden ze neuzen, kaken, monden, wangen. Ze maakten met een soort pasta afdrukken van de verwondingen, zodat de nieuwe delen van het gezicht beter aansloten en het afstoten van weefsel werd tegen­gegaan. Ze gebruikten zoveel mogelijk de eigen huid van gewonden. Gillies en Esser opereerden in de oorlogs­jaren duizenden slachtoffers. Ze worden de vaders van de plastische chirurgie genoemd.

Van Bergen: “Wat deze artsen deden, had ook kunnen worden ontdekt onder andere omstandigheden, bijvoorbeeld voor slachtoffers van auto- of fabrieks­ongelukken. Al had het dan waarschijnlijk iets langer geduurd.”

Het resultaat van de chirurgische ingrepen in die tijd moet volgens de historicus niet worden overschat. Patiënten die soms tien of twintig operaties hadden ondergaan, zagen er nog steeds weinig toonbaar uit. “Velen die na een reeks pijnlijke ingrepen in de spiegel keken, zullen hebben gedacht: had me maar meteen dood­gemaakt. Verbetering en herstel waren relatieve begrippen.”

Bloedtransfusie

De Canadese leger­chirurg Lawrence ‘Bruce’ Robertson diende in 1915 als een van de eersten een bloed­transfusie toe. Vervolgens werd het indirect overdragen van bloed gangbaar aan de geallieerde zijde van het front. Afgenomen bloed werd opgevangen en bewaard zodat het op een andere plaats en op een ander tijdstip kon worden toegediend. Tot dan toe werd bloed alleen direct van donor op ontvanger overgedragen.

WO I heeft de bloed­transfusie ontegen­sprekelijk een boost gegeven, erkent Van Bergen. “Als Amerika zich niet in de strijd had gemengd, was het waarschijnlijk een stuk minder geweest. Door de Amerikaanse oorlogs­deelname werd de bloed­transfusie geëxporteerd naar de geallieerde landen. Dat heeft levens gered. Maar als in het begin van de 20ste eeuw het verschil in bloedgroepen niet was ontdekt, had je niets gehad aan bloed­transfusies.”

Anesthesie

De Britse arts Geoffrey Marshall, die aan het front op een trek­schuit met gewonden had gewerkt, ontwikkelde een apparaat waarmee een stabielere anesthesie kon worden toegepast, zodat de kans op overlijden tijdens een operatie kon worden beperkt. Met de inzet van zijn apparatuur, waarin lach­gas, zuurstof en ether werden gemengd, kon de sterfte bij been­amputaties worden terug­gebracht van 90 tot 25 procent.

De anesthesie is veel ouder dan de Eerste Wereld­oorlog, vertelt Van Bergen. Het apparaat van Marshall zou zonder de oorlog vermoedelijk ook zijn ontwikkeld. “In WO I is vaak zonder verdoving geopereerd. Toen de anesthesie rond 1850 werd ingevoerd, maakten veel artsen daar bezwaar tegen. Want pijn was voor hen een indicatie van de toestand van de patiënt.”

Psychiatrie

De Duitse psychiater Emil Kraepelin heeft voor en tijdens de Eerste Wereld­oorlog psychiatrische aandoeningen geclassificeerd. Hij wordt gezien als de grond­legger van het handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen (DSM). Dat verscheen voor het eerst in de jaren 50 en geldt sindsdien – in aangepaste versies – als de standaard in de psychiatrische diagnostiek.

Van Bergen: “Kraepelin was het school­voor­beeld van iemand die niet accepteerde dat een Duitse man gek kon worden van oorlog. De aandoening zat in de persoon. Hij leed aan karakter­zwakte of was politiek links, wat ongeveer hetzelfde was. Als je gedichten las, was je een watje, dat betekende dat je niet geschikt was als soldaat.

“Veel Duitse psychiaters zagen gek geworden soldaten als stakende arbeiders. Therapieën waren er vooral op gericht om soldaten weer gereed te maken voor oorlogs­inspanning, desnoods met medische marteling. Als je niet kon praten, werd er een elektrische staaf op je tong gelegd, net zolang tot je weer geluid ging maken. Er werden sigaretten op je huid uitgedrukt. Er werden radio­actieve buizen tegen je hoofd gehouden. Pijn moest ervoor zorgen dat soldaten banger werden voor het hospitaal dan voor het front. Als de symptomen maar weg waren, werd je genezen verklaard.”

Britse artsen zagen zich geconfronteerd met de zogenoemde shell­shock, ernstige lichamelijke problemen zonder lichamelijke verklaring waarmee veel soldaten in de loopgraven kampten. Ze keerden zich in zichzelf, hadden last van over­ge­voelig­heid voor geluid, duizeligheid, beven, slapeloosheid, hoofdpijn. De oorzaak van hun aandoening werd gezocht in de ‘vrouw geworden’ sol­daten zelf. Er mocht vooral geen verband worden gelegd met hun ervaringen aan het front.

Na de oorlog maakten artsen onderscheid tussen ‘shell­shock-gewond’ en ‘shell­shock-ziek’. Iemand die ziek was, had geen recht op oorlogs­pensioen, een ‘gewonde’ wel. “Het was de bedoeling dat de artsen zo veel mogelijk mensen ziek verklaarden. Aan het eind van de oorlog komt in Engeland zelfs een order van hogerhand: er worden geen soldaten meer ‘gewond’ verklaard. Punt.”

“De psychiatrie is niets opgeschoten met de Eerste Wereld­oorlog, zij is er eerder op achter­uit­gegaan. De oorlog heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd over ziekte­beelden. Patiënten met een psychose werden na de oorlog in een gekkenhuis opgesloten, net als vroeger. Een voor de oorlog al bestaande diagnose als traumatische neurose werd overboord gegooid omdat anders weer een verband met de oorlog kon worden gelegd.”

Bestrijding van infectieziekten

De Ierse arts Adrian Stokes ontdekte welke bacterie verantwoordelijk was voor de uitbraak van epidemische geelzucht (de ziekte van Weil) onder de manschappen in de loopgraven. Zo kon de ziekte worden ingedamd door de ratten te bestrijden die deze bacterie bij zich droegen. Nuttig, zegt Van Bergen. “Zonder oorlog was dit waarschijnlijk later ontdekt.”

De Oostenrijkse psychiater Julius Wagner-Jauregg veronderstelde een helende werking van koorts bij syfilis­patiënten. Hij bestreed de ernstigste symptomen van de geslachtsziekte – geestelijke aftakeling – door malaria­koortsen op te wekken. In 1927 kreeg hij hiervoor de Nobelprijs.

Van Bergen: “Wagner-Jauregg begon die therapie ook toe te passen op door­gedraaide Oostenrijkse soldaten. Daar zijn mensen bij overleden. Na de oorlog is hij aangeklaagd door een patiënt. In dat proces trad Sigmund Freud op als getuige. Hij sprak toen de beroemde woorden: ‘Psychiaters hebben zich in de oorlog gedragen als machine­geweren achter het front.’”

Voor dit verhaal is o.a. gebruikgemaakt van de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.