Perfectionisme

‘Perfect is goed, maar goed is beter’

Niets is zo normaal als je best te willen doen. Maar wat als het een obsessie wordt die je leven overheerst? Wanneer wordt perfectie te perfect? Welkom in de wereld van trop is te veel.

De Standaard – Yasmina El Messaoudi – 08.03.2019

Mijn vroegere huisgenoot en ik hebben vaak ruzie gehad over uitstelgedrag. Dat lijkt niets met het streven naar perfectie te maken te hebben, en toch zijn de twee nauw met elkaar verbonden. Uitstelgedrag kan een symptoom zijn van perfectionisme. Dat zegt Linda Kleingeld, loopbaancoach en perfectionismecoach. ‘Niet alles wat uitgesteld wordt, komt door perfectionisme. Wel zien we dat het te maken heeft met té hoge kwaliteitseisen, controledrang, “wat zullen anderen denken” en faalangst. Je wil graag iets doen, iets dat je leuk lijkt, een project starten. Maar diep vanbinnen denk je dat je het niet kan, dat je het niet waard bent en het toch zal mislukken. Daarom vind je het moeilijk om eraan te beginnen. En alles wat je niet start, kan niet mislukken.’ En dus bleven mijn huisgenoot en ik maanden zoeken naar de perfecte plek om te wonen, bleven klusjes eindeloos liggen en werd er maar niet beslist over de nieuwe tv, gordijnen of automatische kattenbakvulling. Dat lijken maar kleine ergernissen, maar op termijn kunnen ze grote gevolgen hebben.

‘Perfectionisme remt, verkrampt en blokkeert’, zegt Kleingeld. Het leidt tot voortdurende stress. Dat put mensen uit en maakt ongelukkig. Het leidt vaak tot burn-out en zelfs depressiviteit; je voelt je op alle gebied mislukt, omdat je je constant bewust bent van alles wat niet perfect loopt. Perfectionisme kan zo je eigen geluk en ­mogelijkheden in de weg staan. Wat ­mensen vanuit een ontspannen situatie zouden kunnen, lukt niet door de druk die ze ­zichzelf vaak onbewust opleggen.’

Marokkaanse tegeltjes

Daar kan ook Philip Lecompte (29), werkzoekende uit Rixensart, over meespreken: ‘In mijn vlucht voor de angst om te ­falen gebruik ik al mijn talenten om telkens weer iets nieuws te beginnen, zonder het vorige af te werken. Erg frustrerend om het zoveelste project half afgewerkt te zien. Op den duur zie je alleen nog maar een to-dolijst. Wat je nog meer ontmoedigt. Het is een vicieuze cirkel.’

Een andere vorm van uitstelgedrag door perfectionisme is het uitvoeren van onbenullige taakjes. Tijdens de examens moest ik altijd wel eens plots mijn kleerkast uitmesten, boeken op kleur sorteren of vrienden bellen die ik in tijden niet meer had gehoord. Alles om maar niet te moeten blokken, in mijn geval.

Roland Michel (39) woont in het Brusselse en is IT’er. ‘Ik wil al jaren mijn tuin ommuren met Marokkaanse tegeltjes. Maar de klus schrikt me zo af dat ik het elke keer uitstel. In plaats van er echt werk te maken, hou ik me bezig met kleine klusjes. Bladeren bij elkaar rapen, takjes knippen, de moestuin nog eens water geven, zodat ik toch maar niet hoef te denken aan dat grote project. Dat moet zo perfect zijn dat ik er liever niet aan begin. Ik heb een tijdje wel geprobeerd. Maar dan zat ik maanden op websites kleuren en tinten te vergelijken. Al die keuzes verlammen me, en dus laat ik het voor wat het is.’

Dat gevoel kent ook Nathalie Bradt (40) uit Boom, moeder van twee kindjes en logopediste. ‘Onlangs vond ik een doos terug met halfgeschreven kaartjes. Die had ik ­allemaal met veel zorg uitgekozen, maar omdat ze niet perfect geschreven waren, heb ik ze nooit afgegeven. Zonde, want zo geef je mensen het gevoel dat je niet met ze bezig bent, terwijl dat net wél het geval was. Vanwaar dat perfectionisme komt? Geen idee. Maar misschien dateert het van toen ik nog heel klein was. Op de basisschool was er een zuster, Pia, die een dik boek had waar alle kindjes die mooi konden schrijven hun opstel in mochten noteren. Omdat ik een mooi handschrift had, kreeg ik dat schrift vaak mee naar huis. Maar ’s avonds ging ik helemaal in crisis. Mijn moeder moest me dan in bed stoppen omdat ik flipte. De dag erna haalde ze me dan vroeg uit bed om verder te schrijven. Wat een beloning moest zijn, was voor mij een nachtmerrie. Ik kon die druk gewoon niet aan.’

Gooien met de koptelefoon

Perfectionisme uit zich ook in het tegenovergestelde: alles zelf willen doen. Jeroen Guns (35) is een jonge vader van twee uit Meise. Hij is presentator van de ochtendshow op Radio 2 Vlaams-Brabant en Brussel. Een programma met veel taken en strakke deadlines. Toch vindt hij het moeilijk om werk uit handen te geven. ‘Het is niet dat ik andere mensen niet vertrouw, maar als ik een montage moet maken of snel wat klankjes moet selecteren, doe ik het liever zelf. Dan weet ik zeker dat het 100 procent zal zijn zoals in mijn hoofd. Dat kan ik moeilijk loslaten. Hetzelfde met ­fouten maken tijdens het programma. Vaak gaat het om kleine technische dingen, een verkeerde jingle die wordt gestart bijvoorbeeld. Vaak zit ik er dan nog een hele dag over te piekeren, terwijl de luisteraar het misschien zelfs niet heeft gemerkt.’

Zijn sidekick Jana Smeets (30) uit Leuven beaamt dat. ‘Soms kan hij een halfuur lastig zijn omdat er iets fout is gelopen. Het is goed dat hij het beste wil voor het programma, maar soms gaat het echt om ­kleine schoonheidsfoutjes.’ Guns: ‘Ik heb inderdaad al wel eens met mijn koptelefoon gegooid.’ (lachen allebei) Smeets: ‘Maar ik snap het wel. Als ik nog maar twee minuten tijd heb om snel een radiobericht te maken, sla ik helemaal tilt. Ik schrijf fouten en heb soms een black-out. Omdat ik het zo goed en perfect wil doen, blokkeert mijn hoofd.’

‘Als collega is het belangrijk dat niet ­persoonlijk te nemen’, zegt Kleingeld. ‘Perfectionisten vinden het moeilijk om te delegeren. Ze hebben angst om controle te verliezen of dat het zal mislukken. Alles wat je zelf doet, doe je beter, is de onderliggende overtuiging. Voor zowel de perfectionist als collega’s is het belangrijk om die symptomen te herkennen.’

Bijsturing kan

Ook heel lang werken kan een uiting van perfectionisme zijn. Daar weet Smeets alles over. ‘Op onze avonddienst moeten we het ochtendprogramma en het nieuws van de dag erna voorbereiden. Je werkt dan helemaal alleen, maar er rekenen wel een heleboel mensen op je. Omdat ik in het begin zo onzeker en perfectionistisch was, zat ik vaak tot half twaalf te werken terwijl de shift om half tien al eindigt. Dan schreef ik een nieuwsbericht, schrapte het en begon opnieuw omdat ik twijfelde of het wel goed genoeg was. Of ik knipte niet één klankje maar vier, zodat mijn collega’s konden kiezen. Ik durfde maar niet te vertrouwen op mijn eigen kunnen en gaf hen dus meerdere opties.’

Ook Bradt herkent die traagheid. ‘Mijn partner krijgt het soms op zijn zenuwen van me. Hij vindt het vervelend dat ik zo traag ben en maar geen beslissingen kan nemen, maar het is sterker dan mezelf. Als logopediste moet ik heel wat verslagen maken. De hel voor mij, zelfs na al die jaren. Alles wat ik op papier zet, moet perfect zijn. Daar ben ik nog altijd uren mee bezig. Ik blijf er onzeker over en lees alles honderd keer na. Of ik vraag mijn vriend om alles nog eens te controleren. Het zou na zoveel jaren beter moeten gaan, maar helaas.’

Maar wat kun je eraan doen? Kleingeld: ‘Perfect is goed, maar goed is beter. Je mag perfectie nastreven, maar vraag jezelf of het vanuit een moeten of willen is. En belangrijk, het definieert niet wie je bent. Het is een gedrag dat kan worden bijgestuurd.’ Goed is dus goed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.