Tien vragen over ons seksleven

“Hoeveel keer seks is in een relatie ‘normaal’?”, en 9 andere prangende vragen over ons seksleven

Seksuologen en onderzoekers over onze grootste kopzorgen in bed
De Morgen – Barbara Debusschere – 05.09.2018

Na bladen en zelfhulpboeken geven nu ook een resem tv-programma’s op verschillende zenders ‘seks- en relatielessen’. Wat zeggen onderzoekers en experts over deze tien prangende vragen?

1. Neemt het libido af met de leeftijd en met de duur van je relatie?

Net zoals smaak- en geurzin met de leeftijd afnemen, zwakt ook de ‘goesting’ om te vrijen gestaag af. Dat is puur fysiek en heeft niets te maken met minder liefde of aantrekking voor de ander.

Ook bevestigen talloze onderzoeken: naarmate je langer samen bent, heb je minder seks. Na 25 jaar neemt de frequentie per jaar met ongeveer 3 procent af. Daarnaast doen meestal meer geborgenheid, gewenning en praktische drukte door kinderen, werk en hobby’s de boel vaak verslappen.

Maar dat wil niet zeggen dat het automatisch een troosteloze woestijn wordt. De Amerikaanse National Health and Social Life Survey toont dat getrouwde koppels doorgaans meer bevredigende seks hebben dan singles met hun spannende bedavonturen. “Er zijn ook veel koppels die na verloop minder maar wel betere seks hebben omdat ze elkaar beter aanvoelen, vertrouwen”, legt seksuoloog Wim Slabbinck, die meewerkt aan het programma Koppels, uit.

2. Hoeveel keer seks is in een relatie ‘normaal’?

Die vraag krijgen seksuologen erg vaak. De meest recente studie komt uit Nederland en stelt vast: gemiddeld drie keer per maand. Wie daar onder duikt of boven piekt, heeft echter niet per se ‘een probleem.’ “Mensen vragen zich vaak af of hun seksleven tout court ‘wel normaal is’”, zegt Slabbinck. “Het antwoord is dat niets normaal is bij seks. Het is communicatie tussen twee mensen. En mensen zijn uniek en verschillend en complex. Een koppel dat één keer per maand seks heeft kan perfect gelukkig zijn en een koppel dat drie keer per week het bed in duikt kan in de rats zitten.”

Het enige antwoord op welke frequentie ‘goed’ is, is: wat beiden tevreden stelt. “Niet de boekjes maar jijzelf en je geliefde weten hoeveel ‘goed is’. Soms is het idee wegnemen dat er drie keer per maand gevreeën móét worden omdat dat in de boekjes staat al een grote opluchting”, zegt Slabbinck.

3. Hoe meer seks, hoe beter de relatie?

Ja en nee. Studies laten uitschijnen dat het klopt. Maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Hebben gelukkige koppels meer seks of maakt meer seks koppels gelukkiger? Geliefden die in het algemeen blij zijn met elkaar hebben misschien wat vaker seks, maar vaker de koffer induiken maakt je relatie niet per se beter.

Integendeel zelfs, zo zien onderzoekers van de Carnegie Mellon Universiteit: koppels die in naam van het onderzoek meer gingen vrijen, voelen zich na zo’n ‘bootcamp’ minder energiek en de kwaliteit van de seks was belabberder.

“Dat is waarom een programma als Alle dagen seks (dat in 2015 op VIJF werd uitgezonden, BDB) faalt”, zegt Slabbinck. Onderzoeker George Loewenstein : “Seks hebben om een andere reden dan dat je er zin in hebt, ondermijnt de kwaliteit en dus je humeur.”

Wat dan met de veel gehoorde tip voor slabakkende sekslevens: ‘Doe het dan gewoon (meer)?’ Meer tijd maken voor je seksleven werkt allicht bevorderend. Maar vanuit een ijzige periode je geliefde plots dagelijks naar de slaapkamer sleuren, riskeert een omgekeerd effect te hebben.

4. Waarom heeft de ene meer zin dan de andere?

Uiteenlopende verlangens is een van de meest gehoorde klachten. En er bestaan nogal wat misverstanden over. Zo klopt het niet dat mannen standaard meer zin in seks hebben dan vrouwen. Verschil in ‘goesting’ komt bijvoorbeeld ook vaak voor bij holebikoppels.

Ook klopt het niet dat zo’n verschil sowieso een probleem moet zijn. “Ik zie regelmatig hoe geliefden een zekere mate van verschil in zin kunnen aanvaarden, zeker wanneer de connectie en het vertrouwen goed zitten”, zegt Slabbinck.

Nog een misverstand is dat ‘zin’ uit de lucht komt vallen. Onderzoeken tonen dat ‘spontane’ zin nauwelijks bestaat en bijna alles te maken heeft met de ‘potgrond’ van een relatie: hoe loopt het buiten de slaapkamer? Is er voldoende tijd en aandacht voor elkaar?

5. Wat als een verschil in seksueel verlangen te groot is?

Dat is ook een van de meest gehoorde problemen. Een belangrijke instinker blijkt dat geliefden te vaak veronderstellingen maken over elkaar. ‘Mijn vrouw houdt niet van orale seks’, klaagt een man dan bijvoorbeeld. Of een vrouw klaagt: ‘Mijn man wil heel vaak snelle seks en niets anders.’

Slabbinck: “Dat is dan niet zelden gebaseerd op bijvoorbeeld één negatieve ervaring, waarna we het hoofdstuk angstvallig afsluiten. We checken niet bij elkaar wat we echt willen en niet willen. Jammer, want zeer geregeld zie je dan dat de verlangens dichter bij elkaar liggen dan gedacht. Een eerste stap is dus nagaan bij de ander of de verlangens nu echt zover uiteenliggen. Misschien wil je partner geen bdsm zoals jij, maar ziet hij of zij iets in die richting wel zitten, zoals bijvoorbeeld een blinddoek.”

6. Klopt het meest gehoorde advies: ‘Praat erover’?

Veel professionals raden dat aan. Slabbinck: “Seks is communicatie en je kunt frustraties en verlangens in je seksleven enkel oplossen als de ander daar iets over weet. Maar praten over seks is vreselijk moeilijk omdat we het al snel als kritiek zien die we erg persoonlijk nemen. Een artikel met ‘Tien tips voor een beter seksleven’ lezen is veel makkelijker dan zeggen wat je in bed wil.”

Maar ‘praten’ hoeft geen kruisverhoor te zijn. “In het programma Koppels bieden we koppels communicatiemanieren die niet zo zwaar zijn”, zegt Slabbinck. Positieve ervaringen benadrukken en complimenten geven kan zo’n gesprek al makkelijker maken. Ook open vragen stellen zoals ‘Wat zou jij graag willen?’ werkt beter dan ‘Ik vind dat jij te veel hijgt’, en er zijn spelletjes en zelfs apps die gêne en angst voor gekwetste gevoelens wegnemen.

Niet praten kan ook. Non-verbale communicatie is namelijk zeer doeltreffend. Heb je echt een hekel aan dat ene standje? Dan kun je dat ook zonder iets te zeggen maar met een blik, een zucht, een gebaar aangeven.

Seksuologe en relatietherapeute Rika Ponnet maakt wel een kanttekening. “Over zoiets kwetsbaar praten is heel erg moeilijk want we zijn bang voor afwijzing of om de ander weg te jagen. Het lukt alleen wanneer je je in je relatie echt veilig voelt. Koppels bij wie dat zo is, hebben die gesprekken meestal al. Zij die dat niet doen, zullen dat niet zomaar kunnen omdat ze dat advies krijgen. Waarom praten ze niet, is dan de vraag. Een machtsstrijd, een onevenwicht tussen de verbondenheid en de autonomie van beiden zijn typische oorzaken. Een spel of app kan dat niet aanpakken.”

7. Wat zijn de beste methodes om de sleur of een gebrek aan zin aan te pakken?

Pikante lingerie, samen porno kijken, erotische massages: iedereen kent het lijstje. Maar werkt dat? “Het kan, maar beschouw dat niet als gouden tips”, zegt Slabbinck. “In een ingedommelde relatie waarin nog nauwelijks intimiteit is met de kaarsen en de lingerie komen aanzetten, kan heel bizar overkomen op de ander.”

Het legt ook enorm veel druk: ‘Ik heb nu al die lingerie en die kaarsen gekocht, nu moet jij wel al mijn seksuele verlangens inlossen.’ “Die algemene tips zijn hoogstens inspiratie, maar seksueel floreren is een zeer persoonlijke zoektocht”, zegt Slabbinck.
Nog zo’n tip: ‘samen iets spannends en nieuws te doen’ – omdat dat allerlei stoffen doet vrijkomen die ook vrijkomen wanneer je verliefd wordt. Puur biologisch klopt dat. En gewoontes doorbreken, iets onverwachts doen of afstand inbouwen kan de nodige oppepper blijken, ook al zal samen bungeespringen geen relatie redden.

Slabbinck: “Wie de ander alleen nog als moeder of vader in het huishouden ziet, kan bijvoorbeeld weleens proberen te gaan kijken naar een muziekoptreden van hem of haar. Probeer je geliefde in een ander licht te zien. Daar hoef je niet per se avontuurlijke reizen voor te maken.”

Ponnet vindt wel dat er te veel met tips wordt gestrooid. “Daardoor riskeer je dat mensen hun relatie problematiseren. ‘Doen we het wel goed genoeg?’ Ik lees dan in bladen dingen als ‘Vrouwen moeten opkomen voor hun genot.’ Dat ‘moeten’ is zo belerend en dreigt mensen te vervreemden van zichzelf en te veel in hun hoofd bezig te houden met hun seksleven, terwijl het toch iets intuïtief en gevoelsmatig is. Bovendien kunnen die algemene tips alleen werken bij koppels die goed bollen en die geen fundamentele problemen hebben.”

8. Klopt het dat een kus van zes seconden je seksuele relatie oppept?

Het is maar één voorbeeld van heel concrete tips en een van de oefeningen in Koppels. “Het is geen garantie op een beter seksleven. Maar we weten wel dat aanraking cruciaal is om de sfeer en intimiteit te herstellen én om de stress die zo vaak ons seksleven aantast te verminderen”, zegt Slabbinck. “Zo je relatie voeden zonder dat het direct om seks gaat, kan een groot verschil maken. Langere omhelzingen, goeie gesprekken en attenties zijn ook goeie voorbeelden. We weten dat allemaal. Het gaat erom het ook te doen ondanks alle andere drukte.”

9. Wat met mislukte orgasmes, te vroeg klaarkomen, erectieproblemen?

Wie daaronder lijdt, kan best een arts of seksuoloog zien om oorzaken te zoeken. Zo kan het dat antidepressiva erectieproblemen veroorzaken. Maar pijn bij het vrijen, erectieproblemen of ‘vaginisme’ kunnen ook een psychologische oorzaak hebben. Een spanning in de relatie, bijvoorbeeld.

Daarnaast adviseert Slabbinck om ‘seks’ ruimer te bekijken. “Ga eens een maand alleen voor voorspel, dat niet per se een vervolg moet hebben. Dat kan minstens even bevredigend zijn. We zijn heel prestatiegericht en denken dat penetratie moet. Wie eens van dat cliché durft afwijken, kan spanningen en fysieke hindernissen doen verzachten én het kan je seksleven nieuw leven inblazen.”

10. Wat met overspel?

De grote meerderheid fantaseerde al over seks met een ander, maar dat zegt niets over daadwerkelijk een scheve schaats rijden. Cijfers wijzen op ongeveer een op de vijf partners die overstag gaat, al is dat erg lastig te onderzoeken.

Mannen die snel opgewonden zijn of met faalangst over hun seksuele prestaties zitten, zijn er het meest vatbaar voor. Bij vrouwen zijn ongelukkig zijn in de relatie of seksueel vervreemd zijn van de geliefde de belangrijkste aanleiding. Maar de grootste instinker ligt in de buitenwereld: hoe meer kansen op een vrijpartij met een ander, hoe vaker het ook gebeurt.

Na overspel strandt ongeveer de helft van de koppels. Wel benadrukt Slabbinck dat er ook redelijk wat zijn die na overspel net sterker worden. “Het kan de seksualiteit terug nieuw leven inblazen, moeilijke zaken eindelijk bespreekbaar maken. De veerkracht van koppels is niet te onderschatten.”

 

Te Gek!?

Eline De Munck zingt en vertelt voor Te Gek!?
De Standaard – Veerle Beel – 05.09.2018

In de nieuwe voorstelling van Te Gek!? zingt en vertelt Eline De Munck over kwetsbaarheid. Ze leest ook een brief aan haar oma voor, die door zelfdoding om het leven kwam. ‘Ik denk dat je jezelf altijd ergens schuldig voelt.’

‘Iedereen moddert zomaar wat aan, toch?

Ze is groot, blond, slank en succesvol: de mooie bril op haar neus is het uithangbord van haar eigen bedrijf, Odette Lunettes. Op haar Instagram-account zien we haar in al haar perfectie. Toch gaat Eline De Munck, ook bekend van programma’s op VTM, de uitdaging aan om de nieuwe muziekvoorstelling van Te Gek!? te dragen, samen met muzikant Wouter Berlaen. Thema: zelfdoding.

Wat heeft ze met dat onderwerp? Een tragisch familieverhaal: ‘Mijn moeder was vijftien jaar. Haar vader was tien jaar eerder al overleden. Toen kwam mijn oma door zelfdoding om het leven. Ik zeg nu wel oma, maar ik heb haar eigenlijk nooit zo genoemd. Ik heb haar niet gekend. Ik weet niet wie ze was, welke mopjes ze vertelde, welke liedjes ze zong, welke gerechten ze klaarmaakte. De mama van mijn mama heeft helaas geen rol kunnen spelen in mijn leven.’

In de voorstelling, die een tour zal maken langs psychiatrische centra, leest De Munck straks een brief voor aan haar grootmoeder. ‘Ik vind het bijzonder moeilijk om die brief te schrijven. Het is meer een brief aan mijn eigen moeder, en ik weet dat zij in de zaal zal zitten … Dat maakt het extra lastig. Ik wil vertellen welke gevolgen de zelfdoding voor haar heeft gehad, en hoe wij dat tot in de volgende generatie hebben ervaren. Ik word al emotioneel als ik er nog maar aan dénk. Terwijl ik echt niet emotioneel wil worden tijdens de voorstelling, want ik zie mezelf als verteller. Ik wil de aandacht allerminst op mijzelf vestigen.’

Vervlogen woede

Een andere brief die Eline zal voor­lezen, is die van Judith Schepens (22) aan haar vader, die vorig jaar door zelfdoding om het leven kwam. Dat was voor Judith geen complete verrassing: ‘Mijn vader heeft jarenlang gekampt met een alcoholverslaving en met psychische problemen. Hij had al geregeld pogingen gedaan, sinds mijn ouders uit elkaar waren. Ik heb een tijdlang afstand van hem genomen, omdat het allemaal te veel werd.’

‘De jongste tijd was onze relatie weer aan het helen. We hebben veel met elkaar gepraat. Hij gaf aan dat het beter ging. We kregen weer hoop, omdat hij een nieuwe behandelplek had gevonden. Hij zei dat hij erin geloofde.’

‘En tegelijk speelde het altijd door mijn gedachten dat ik hem toch nog kon verliezen. Daarom heb ik elke keer gezegd dat ik hem graag zag. Ik denk wel dat hij begrepen heeft waarom ik eerder afstand van hem had genomen. Het had hem pijn gedaan, maar hij begreep het.’

Eline: ‘Wat een moeilijke situatie! Als je in relatie staat tot iemand die voor zelfdoding kiest, denk ik dat je je altijd ergens schuldig voelt.’

Judith: ‘De mensen zeggen dat ik me niet schuldig hoef te voelen, maar zo zwart-wit is het niet. De werkelijkheid is veel grijzer. Je denkt altijd dat je dit of dat nog had kunnen doen. We probeerden hem te helpen. Maar hij liet dat niet toe. Hij had het sowieso moeilijk om hulp te aanvaarden.’

Eline: ‘Je kwetsbaar opstellen is niet zwak. Het kan pijnlijk zijn, maar doorgaans helpt het je om stappen vooruit te zetten. Daarom toeren we met deze voorstelling in psychiatrische centra. We willen het taboe openbreken en laten zien hoe het er daar aan toe gaat, want de psychiatrie wordt nog te vaak gezien als een gekkenhuis. Dat woord alleen al klinkt afschuwelijk.’

Judith: ‘Terwijl je het moet zien als een kuuroord, waar je geestelijk tot rust kunt komen en jezelf terug kan vinden.’

Is ze boos geweest op haar vader? Ze glimlacht: ‘Vroeger ben ik vaak kwaad op hem geweest, zeker wel. In zijn laatste jaren niet meer. Nu rest er alleen nog liefde. Sinds hij uit het leven is gestapt, is alle woede en alle gif vervlogen. Er is niet langer de constante bezorgdheid over het feit dat hij alleen en ongelukkig is.’

De brief die ze haar vader heeft geschreven, en die door Eline zal worden voorgelezen, zit in dezelfde sfeer: ‘Hoe ik naar hem kijk, hoe ik nooit meer kwaad op hem zal zijn. Eén en al liefde.’

En er is ook de song die ze voor hem heeft geschreven, en die Eline zal zingen: ‘Er zijn altijd dingen in jezelf die de moeite waard zijn, ook al besef je het zelf niet. Mijn vader was muzikant en communiceerde vaak via muziek. Ik bewonder hem erom. Hij blijft mijn idool.’

Pijnlijke plek

Herkent Eline iets van dit verhaal in haar moeder, die toch ook nog maar 15 was toen haar moeder uit het leven stapte?

Ze zegt: ‘Ik denk dat de liefde altijd wint. Maar hoewel het onderwerp bij ons thuis geen taboe is, weet ik niet zoveel over wat er aan de dood van mijn moeders moeder voorafging. Het gesprek spitst zich meestal toe op wat er fout is gegaan – en wat daarna kwam. Hoe ze bij haar oudere zussen en broers is gaan wonen, die ook nog maar pas getrouwd waren en hun weg nog aan het zoeken waren in het leven.’
Judith: ‘Misschien beperkt ze zich daartoe omdat wat voorafging te emotioneel is?’
Eline: ‘Ja, misschien. Maar ze was pas 15. Ik denk dat ze veel vergeten is van wat voorafging. Om verder te kunnen, heeft zij dat trauma moeten afsluiten – denk ik. Het is ook de reden waarom ik zo weinig over haar moeder weet.’

Judith: ‘Je weet dus niets over de emotionele pijn van je grootmoeder?’

Eline: ‘Ik sta achter mijn mama. Ik kaart geen zaken aan die zij te moeilijk vindt. Ik voel geen behoefte om op zoek te gaan naar wat niet mijn pijn is. Maar ik weet wel dat mijn moeder altijd min of meer op zoek is gebleven naar haar roots, haar kern. Toen ik zelf 15 werd, heb ik dat erg gevoeld. Zij zat op een dwaalspoor … Ze kon de vragen die ik haar als tienermeisje stelde, niet beantwoorden, bij gebrek aan voorbeeld. Ze dacht vaak dat ze geen goede moeder was. Terwijl iedereen zomaar wat aanmoddert in het leven, toch?’

‘Daar tegenover staat dat onze opvoeding hier ook positief door gekleurd is. Mijn tweelingbroer en ik hebben een erg open en vrije opvoeding gekregen. We hebben veel liefde en warmte gevoeld en veel begrip ervaren. Alles was bespreekbaar. Ook is de familieband, met ooms en tantes en neven en nichten, heel hecht gebleven. Ze komen altijd naar mijn voorstellingen. Iedereen helpt iedereen. Dat zie ik ook als een gevolg van het familiedrama.’

‘Toch blijft het een pijnlijke plek. Dat merkte ik toen ik op zoek was naar een liedje dat mijn grootmoeder graag hoorde. Mijn moeder gooide de vraag in de Whatsappgroep van de familie, en meteen moesten twee tantes huilen. Niet vergeten: veertig jaar geleden was er nog geen hulp voor nabestaanden. Gelukkig vonden ze steun bij elkaar.’

Te Gek!? Open Geest 3 is een muziektheatertournee binnen de sector welzijn en geestelijke gezondheid, bedoeld voor het brede publiek. Vanaf 19 september 2018 met Eline De Munck en Wouter Berlaen. Alle info op www.tegek.be
Bij vragen over zelfdoding: www.zelfmoord1813.be