Sociale media en ethiek

Onderstaand verhaal is één van de redenen waarom ik, zeker voorlopig, Facebook links laat liggen.

https://www.canvas.be/facebook-en-ik?fbclid=IwAR3Mkn8R0Ol6bS753IxT0u6txNdxkGkh5rbasFRh7VBq5mVR01dlIxA4BGA

Mensen, en dan spreek ik niet alleen van de media, maar ook op de sociale media, willen mekaar per se psychisch klein krijgen. En ze beseffen niet welke schade ze daarmee aanrichten en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.

Of het nu een politieker is, een beroemdheid, of een gewone burger, dat doe je dus niet. Mensen maken fouten en moeten daarvoor hun verantwoordelijkheid nemen, maar daarbij mag dan zeker de waarheid geen geweld aangedaan worden, en moet iedereen met respect behandeld worden.

Ik heb het aan de stok gehad met een gefrustreerde zelfstandige, die mij nogal gortig beledigde om iets wat ik met recht en rede aanklaagde. En dergelijke zaken pik ik niet langer, en zeker niet op Facebook. Bovendien komt het steeds meer en meer voor dat mensen mekaar zitten uit te maken, gewoon omdat ze een andere mening hebben.

Facebook is vooral fakebook, zeker wat het sociale betreft, het is verworden tot een vuil gazet waarop je je aardappelen schilt die je daarna bij het vuilnis gooit.

P-Magazine gaat ethisch zijn boekje te buiten

LIBERALES – Opiniestuk – 14.07.2019

Er is de laatste dagen heel wat te doen rond het ontslag van Kris Van Dijck als Vlaams parlementsvoorzitter. Tijdens zijn eerste officiële speech naar aanleiding van de Vlaamse feestdag in het Brusselse stadhuis, kregen de aanwezige journalisten berichten die verwezen naar een artikel in P-Magazine.

Het blad maakte melding van fraude die Van Dijck samen met een prostituee zou hebben gepleegd. “Vlaams parlementslid betaalde meisje van plezier met uw centen”, kopte het magazine in het groot. Nadat verschillende andere media het verhaal verder onderzochten, bleek dit veel genuanceerder te zijn en ontstond er gegronde twijfel over de vermeende fraude. Evenmin waren er harde aanwijzingen voor Van Dijcks betrokkenheid bij het faillissement van de vennootschap waarvoor de betrokken vrouw werkte.

De manier waarop P-Magazine het nieuws naar buiten bracht, doet bij veel mensen de wenkbrauwen fronsen. Enerzijds is er het tijdstip waarop de journalisten de link naar het artikel ontvingen, anderzijds blijkt het magazine ook de journalistieke deontologie niet te hebben gerespecteerd.

De journalistiek speelt als vierde macht een essentiële rol in de goede werking van een gezonde democratie. Journalisten toetsen onafhankelijk de werking van het land, zijn overheden, zijn instellingen en vertegenwoordigers. In autoritaire of autoritaristische regimes zijn het meestal dan ook de media die als eerste aan banden worden gelegd.

Media hebben niet alleen een enorme verantwoordelijkheid bij het beschermen van onze democratie, maar hebben ook veel potentiële macht. Zo stapte in dit geval de parlementsvoorzitter op na de publicatie van gevoelige beschuldigingen.

Om te vermijden dat de journalistiek zichzelf uitholt en de liberale democratie zou ondergraven, hanteert de Raad voor Journalistiek in België een deontologische en ethische code. Die bepaalt door middel van 27 artikels de rechten en plichten van journalisten. Wanneer we de werkwijze van P-Magazine toetsen aan deze ethische code, vallen er meteen enkele belangrijke inbreuken op:

Artikel 20 bepaalt dat een journalist de betrokkene moet contacteren en hem de kans moet geven te reageren voor hij in zijn berichtgeving ernstige beschuldigingen uit, met name wanneer die de eer en de goede naam betreffen. Er bestaat een uitzondering op deze regel wanneer het maatschappelijk belang dit vereist of het nieuws niet op een andere manier kan worden gebracht.

In het geval van Van Dijck is er echter geen enkele reden om aan artikel 20 te verzaken, aangezien diens kennisneming niets aan de grond van de zaak zou hebben veranderd.

Door Van Dijck geen kans te geven om te reageren op de beschuldigingen is het principe van ‘hoor en wederhoor’ ernstig geschonden.

Artikel 24 legt de nadruk op menselijke waardigheid en vraagt deze niet verder aan te tasten dan noodzakelijk is voor het maatschappelijk belang van de berichtgeving. “De journalist vermijdt overdrijving bij het vrijgeven van beelden en/of details, ook wanneer de feiten de publieke opinie sterk beroeren.”

De manier waarop P-magazine zowel Van Dijck als de vrouw afbeeldt, zijn daarom bedenkelijk. Van Dijck draagt in de fotomontage een scheve zonnebril terwijl hij naar de poserende prostituee kijkt. Veel erger zijn de foto’s waarop de vrouw, die in het artikel voorwerp uitmaakt van een ernstige beschuldiging, drie keer herkenbaar en schaars gekleed wordt afgebeeld in een uitdagende houding.

Het afbeelden van de vrouw is eveneens in strijd met artikel 23 dat bepaalt dat omzichtigheid vereist is bij personen in een kwetsbare situatie. Aangezien de mail van Kris Van Dijck aan Kris Peeters uitwijst dat de vrouw een alleenstaande moeder is in een precaire financiële situatie, is de publicatie van drie herkenbare foto’s ongeoorloofd. Bovendien schendt P-Magazine hiermee zeer indringend haar privacy.

Het is niet mijn bedoeling om de verdediging van de betrokkenen op te nemen, maar wel een pleidooi te voeren voor gezonde en onderbouwde journalistiek. Dat is een van de belangrijkste pijlers van onze democratie. Journalisten en media hebben er alle belang bij zich niet te laten uithollen door collega’s die elke vorm van ethiek of deontologie met de voeten treden.

Ik heb als kernlid van Liberales een klacht ingediend en een officiële vraag gesteld over het artikel bij de Raad voor de Journalistiek. Integere journalistiek is immers in het belang van elke burger en daar dienen we allemaal over te waken.

David Van Turnhout
Kernlid Liberales

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.