Schuld en schaamte

Zelfs peuters zitten in met wat anderen denken

Het belangrijke en soms overheersende besef dat anderen oordelen over ons gedrag, blijkt al aanwezig te zijn voor we twee zijn.

De Standaard – Lotte Alsteens – 28.08.2018

Het is des mensen om erg in te zitten met wat anderen over ons denken. Angst om voor een publiek te spreken komt vaker voor dan angst voor de dood, bleek al uit onderzoek. Maar wanneer precies ontwikkelen we het besef dat we beoordeeld worden? Al voor we twee worden, konden wetenschappers van de Amerikaanse Emory University voor het eerst aantonen. Hun studie staat in het vakblad Developmental Psychology. Ze ­onderwierpen 144 peuters tussen de 14 en 24 maanden aan een reeks experimenten.

Dat we al vroeg verlegen kunnen zijn, was al langer bekend en toonden de onderzoekers nog eens aan in een eerste proef. Een volwassene demonstreerde aan een kind hoe een robot kon bewegen door op een knop te drukken. Vervolgens keek de vrouw weg of keek ze op neutrale wijze toe. Het resultaat: de peuters drukten minder vaak op de knop wanneer ze bekeken werden. Bovendien vertoonden ze meer schaamte door bijvoorbeeld blikken te vermijden of te blozen.

Maar verlegen zijn wil nog niet zeggen dat de kinderen inzitten met een oordeel van de andere. Ze vinden het misschien gewoon niet fijn om het middelpunt van de aandacht te zijn. Om uit te testen of er toch enige sprake is van zogenaamde ‘perceptie van een evaluatief publiek’, werd het experiment ingewikkelder gemaakt, met twee knoppen, en voor elke knop een andere beweging.

De volwassene gaf deze keer feedback: ‘Wauw, is dat niet geweldig?’ (robot draait rond) en ‘Oh-oh! Oeps, oh nee!’ (robot rijdt een eindje weg). Opnieuw zou de volwassene ofwel wegkijken ofwel toekijken. Wat bleek? De peuters drukten vaker op de ‘positieve’ knop wanneer de volwassene keek en beduidend vaker op de ‘negatieve’ knop wanneer die niet keek. Met andere woorden: de peuters gingen strategisch te werk en probeerden ook negatieve dingen uit wanneer ze niet bekeken werden. Dat is dan strategisch denken.

‘Het is een belangrijke eigenschap om onszelf vanuit een derde persoon – vanuit helikopterzicht – te zien’, zegt professor Bart Soenens van de vakgroep ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Gent. ‘Onder meer schuld en schaamte vloeien daaruit voort. Die hebben we nodig voor onze morele opvoeding. Doen we iets verkeerds, dan moeten we daaruit leren.’

Schuld en schaamte

Hoe we die gevoelens ontwikkelen, is cruciaal, beaamt Soenens. Het kan in beide richtingen verkeerd lopen. ‘Voelen we te weinig schuld of schaamte, dan dreigen we moreel slecht te handelen. Maar ontwikkelen we een te sterk schaamtegevoel, dan berokkent dat emotionele schade. Er is een belangrijk verschil tussen schuld en schaamte. Het eerste krijg je wanneer je beseft dat je gedrag niet oké was. Dat valt doorgaans te herstellen. Maar schaamte is een meer algemene negatieve evaluatie. Dan denk je slecht over je persoon. Als schaamte de belangrijkste motivator wordt van ons gedrag, dan ga je niet meer handelen naar wat je zelf wil, maar naar wat anderen verwachten. Dat kan je onder meer zien bij perfectionisten.’

Ouders kunnen het verschil maken. ‘Het is beter om aan je kind specifieke feedback te geven, zowel positief als negatief. Beter “die rekensom heb je goed opgelost” dan “je bent slim”. Want kinderen die te veel in algemene termen over zichzelf denken, dreigen hun waardegevoel sneller te verliezen wanneer ze in een opdracht falen.’

Volgens Soenens kun je die technieken al meteen na het eerste levensjaar van je kind toepassen. ‘Daar verandert deze studie niet veel aan. We wisten al langer dat kinderen rond hun tweede verjaardag zelfbewust zijn. Het is ook in het tweede levensjaar dat je regels kan beginnen invoeren.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.