Er was eens…

Een paddestoeltje wou gaan groeien,
Groeien, huizen hoog.
Maar niemand wou zich met hem moeien
En hij werd niet groter dan een mensenoog.

Hij vroeg het aan de lieve vogeltjes,
Maar ze wisten geen enkele raad.
Hij moest tevreden zijn, spraken de diertjes,
Hij was klein, maar ’t was zijn maat.

Toen kwam de feeënkoningin.
Ze hoorde ’t paddestoeltje klagen.
“Wat scheelt er kleine lieveling,
Heb je soms iets te vragen?”

En de wijsneus deed zijn gewichtige wens.
De fee keek hem daarbij lachend aan.
“Zo, wil jij zo groot worden als een mens?”
“Ja, lieve fee”, en keek haar vragend aan.

“Jij bent goed en lief zoals je bent,
Iedereen houdt immers van jou.
Ik vind je een hele knappe vent!”
En de paddestoel bleef zoals de fee het wou.

Micheline Baetens

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *