De lenteprins

Hij is gekomen
Met het botten van de bomen,
Op een gouden zonnestraal,
Tussen een geurige bloemen kraal.

Hij slentert langs de gele paden
En laat zijn schitterende ogen,
Opgewekt over zijn jeugdige daden
In het koele water baden.

Voortschrijdend in het woud,
Tussen een chaos van groen en zonnegoud,
Bereikt hij de portaaldeur
Van prinses Bloemengeur.

En in hun sporen,
Wordt de zomer geboren…

Micheline Baetens

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *