In de wachtzaal

Ik viel gisteren nogal op met mijne nieuwe plaaster. In de wachtzaal vol stille, zwijgzame mensen vroeg een oudere dame mij toch nieuwsgierig wat er letterlijk en figuurlijk aan de hand was.

Ze was tachtig, en op een half uur tijd heeft ze mij haar ganse leven verteld. Op haar veertigste was ze al weduwe, en haar man was maar achtenveertig toen hij stierf in zijn auto aan een hartaderbreuk. Ze had toen gelukkig al twee zoon, kwam uit een welstellend notaris gezin in Zottegem, en haar man zelf had een boerderij in het Pajottenland. Veel geërfd natuurlijk en haar zonen en zichzelf een financieel zorgeloze toekomst kunnen geven. Ondertussen heeft haar familie al de hele wereld bereisd en ingenomen, zo lijkt het, want één van de jongens heeft zelfs ons bier naar de Chinezen gebracht, onzen Duvel!

Talen vindt ze heel belangrijk, vooral en zeker voor de generaties die na ons komen. “En ook Nederlands, hoor!” Haar kleinkinderen, die in Bierges wonen, komen trouwens in Hoeilaart naar ’t school, om hun Nederlands te verbeteren.

Ik heb mij dus niet verveeld in het medisch centrum en ik heb zelfs mijn favoriete kleur mogen kiezen voor de nieuwe synthetische plaaster. De breuk zorgt gelukkig niet voor complicaties, nu nog enkel drie weken geduld, en dan zal het ergste leed wel weer geleden zijn.

Op vier januari weten we meer, en misschien zie ik mijn “gesprekspartner”, dan ook weer, al wens ik haar dat niet. Ze was zelf ook gevallen, maar had enkel een blauw oog, en dat stond haar heel stoer!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.