Aan de spoorbaan

De spoorbaan ligt mijlen verder daarbuiten.
De kamer is vol vrolijk gepraat.
En toch hoor ik die ene trein die er slechts staat
minstens tien keer per dag fluiten.

De hele nacht komt er geen trein voorbij.
De hele nacht is stil van slapen en van kreunen.
En toch zie ik de rode gensters uit zijn schouw
en hoor ik zijn machines steunen.

Mijn hart is vol van vrienden en van jou.
Beter gezelschap vind ik nooit meer in dit leven.
En toch is er geen trein die ik niet nemen zou,
waarheen is mij om het even.

Herman de Coninck

Hier ligt de spoorbaan niet mijlen verder, maar vlak aan de deur, en ik woon er al meer dan mijn halve leven. Maar de drang om die trein te nemen, om het even waarheen, die ken ik niet.
Toch is er een ik gevoel van verbonden, zelfs mijn voornaam heb ik er aan te danken. Het is een haat liefde verhouding, maar sowieso een verhouding. Hier hoor ik thuis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *