Mythes over voedsel en beweging

Hoe mythes over voedsel en beweging counteren?
Expertisecentrum tegen fake voedingsnieuws

Niets hardnekkiger dan fabeltjes over voedsel en beweging. In tijden van fake news en een lawine aan informatie willen de experts vastberaden de strijd met mythevorming aangaan.

De Standaard – Simon Grymonprez – 07.09.2018

Hoe kunnen we mythes over voeding en beweging de wereld uit helpen? Over die vraag, gesteld door het kenniscentrum Eetexpert, bogen honderd diëtisten en artsen zich gisteren. Een vraag die steeds pregnanter wordt, want vooral jonge mensen zijn fervente gebruikers van ‘dokter Google’. Dat bleek eerder uit een bevraging van de Christelijke Mutualiteiten. Vooral hoogopgeleide jonge mensen blijken kwetsbaar voor het amalgaam aan digitale gezondheidstips, terwijl net het internet de broeihaard is van voedings- en bewegingsmythes.

Het is niet alleen de lawine aan tegenstrijdige ‘tips’ die de burger verwart, maar ook de onkritische zwart-wit-berichtgeving over gezondheid in de media, oordelen de diëtisten. Om journalisten te helpen pleit Tim Smits, hoofddocent marketingcommunicatie aan de KU Leuven, voor een eenduidig expertisecentrum dat als aanspreekpunt kan dienen voor de media in gezondheidskwesties. Volgens Smits werken experts aan zo’n aanspreekpunt, maar moeten verscheidene beleidsdomeinen nog mee het bad ingetrokken worden. Volgens Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) voorzien enkele door de overheid gesubsidieerde organisaties voor de meeste gezondheidskwesties al in een netwerk aan experts bestemd voor journalisten.
De meerwaarde van een eenduidig centrum is volgens Smits dat het expertisecentrum bij een gezondheidsnieuwtje telkens zou kunnen terugvallen op een basisverhaal van vuistregels, waar ‘voldoende consensus over bestaat’. Zo’n centrum zou de mythevorming over voedsel en bewegen moeten tegengaan.

Dat mensen vatbaar zijn voor mythes rond voeding, is niet alleen de schuld van de media, zegt Smits. ‘Belangrijk is te beseffen dat iedereen zich ervaringsdeskundige voelt: iedereen eet meerdere keren per dag en gezondheidsadvies gaat soms in tegen onze intuïtie.’ Dat bepaald voedsel, zoals spek, bij veelvuldig gebruik meer gezondheidsrisico’s oplevert, wordt dan gecounterd met: ‘Ja maar, mijn grootvader at elke dag spek met eieren!’ Smits: ‘Een standaard­antwoord zou dan moeten zijn: mensen leefden toen ook veel minder lang!’

Niet alleen gewone burgers vallen ten prooi aan mythes, ook professionals gaan er soms in mee of zijn door een gebrek aan bijscholing niet op de hoogte van ontkrachte theorieën. Een van de mythbusters is professor Dominique Hansen van de UHasselt. Hij geeft lezingen over bewegings­mythes voor bijvoorbeeld diëtisten. Of hij soms op weerstand stuit? ‘Nee, wel verbazing,’ zegt hij. Maar, zo vat Hansen samen, ‘als je met solide argumenten komt, accepteren ze je boodschap wel’.

ACHT hardnekkige mythes

1

‘Iedere vorm van inspanning leidt tot gewichtsverlies’
‘Uiteraard is dat niet zo’, zegt professor Dominique Hansen (UHasselt). ‘De huidige Europese richtlijnen zijn heel generiek, maar er is eigenlijk een veel groter volume aan inspanningen nodig om tot gewichtsverlies te komen. Je moet dus veel meer sporten om te vermageren dan de huidige richtlijnen doen geloven.’

2

‘Sporten heeft nauwelijks effect op mijn gewicht, dus kies ik alleen voor diëten’
Het andere uiterste van mythe 1. ‘Het klopt dat, door inspanningen toe te voegen aan een dieet, je niet spectaculair veel afvalt’, zegt Hansen. ‘Maar sporten heeft iets tot gevolg dat eigenlijk nog belangrijk is dan gewichtsverlies: een betere gezondheid. De impact daarvan op bloeddruk, cholesterol of de kans op suikerziekte is enorm. Dus ook op de levensverwachting of de opnames in het ziekenhuis.’

3

‘Er is een ideale inspanningsgraad waarbij ik vet verbrand en dat is een lage intensiteit’
‘Het is niet omdat je oefent binnen je vetbrandingszone dat je meer gewicht verliest’, vertelt Hansen. ‘Het tegendeel is eigenlijk waar. Een lage intensiteit is níét beter om af te vallen. Googel maar eens: heel vaak zullen websites aanraden om te trainen met een lage hartslag. Je mag dit gewoon negeren.’

4

‘Door krachttraining val ik veel sneller af’
‘Ja,’ zegt Hansen, ‘krachttraining is nodig. Maar niet om af te vallen. Krachttraining zal ertoe leiden dat je spiermassa toeneemt, wat je bijvoorbeeld beter beschermt tegen suikerziekte. Maar een grotere vetmassa zul je er niet door verliezen.’
Hansen geeft aan dat de reden onbekend is. ‘Krachttraining genereert wel een groter calorieverbruik, maar toch vallen we niet meer af. Het is een enigma.’

5

‘Je valt ’s ochtends sneller af door te sporten met een lege maag’
Dit idee komt volgens Hansen overgewaaid van atleten, die sporten op een nuchtere maag. ‘Maar ze doen dat niet om af te vallen, wel om prestaties te bevorderen. Maar voor de bestrijding van obesitas maakt het niet uit. Er is niets mis mee, maar je valt er niet sneller door af.’

6

‘Door al die gefotoshopte, dunne modellen krijgen onze jongeren eetstoornissen’
Klopt niet, zegt Nele De Schryver, psychiater aan het UZ Gent en gespecialiseerd in eetstoornissen. ‘Het is genuanceerder. We weten dat die slanke modellen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van mensen die sowieso minder zelfvertrouwen hebben, perfectionistisch of angstig zijn. Dat kán bijdragen tot een eetstoornis, maar er zijn veel meer relevante factoren, zoals genetische eigenschappen, ervaringen in het leven of temperament.’

7

‘Om van je eetstoornis af te raken, is een portie wilskracht alles wat je nodig hebt’
‘Ondergewicht laat je meer nadenken en meer obsessief bezig zijn met eten. Als je dan bijkomt, is het niet zo dat het probleem rond je zelfvertrouwen of perfectionisme plots is opgelost’, zegt De Schryver. ‘Wilskracht is belangrijk om tegen een eetstoornis te vechten, maar het is geen garantie op succes, of je nu bent bijgekomen of niet.’

8

‘Een eetstoornis wordt heel vaak veroorzaakt door conflicten binnen het gezin’
‘Nee,’ zegt De Schryver, ‘we zien dat gezinsconflicten heel vaak níét aan de oorsprong liggen van de eetstoornis. Die zet de gezins­relaties wel op scherp, met meer conflicten als gevolg. Maar de stoornis volgt niet uit het conflict.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *