Het was op een zomerdag

Ik zat aan de rand van het koele bos,
In het donzige, groene mos,
Naast jou mijn minnende engel,
Mijn stoere, blonde bengel.

Hand in hand zaten wij daar,
En onze harten werden stralen gewaar,
Stralen van ontluikende volwassenheid,
Stralen van kinderlijke verliefdheid.

Wij waren jong en onbestoven,
En dachten nog niet aan verloven,
Maar wel aan de betovering van die dag,
Die in de zon te blinken lag.

Micheline Baetens

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *