De ziel

Verkoop nooit je ziel, zeg ik dikwijls, en daarmee bedoel ik dan, blijf vooral altijd en overal jezelf, blijf trouw aan wat je doet en waarin je gelooft.

Ik vind je lichaam verkopen veel minder erg dan je ziel verkopen, en er zijn er veel meer van het laatste dan het eerste, en men stoort zich ook veel minder aan het laatste dan aan het eerste.

Daarom doe ik ook nooit mee aan wedstrijden al heeft men mij al dikwijls gezegd dat ik dat eens moet doen, met mijn poëzie. Maar wat betekent een prijs uiteindelijk? Vaak is die niet echt relevant voor wat je doet, en meestal zit er o.a. ook één of andere politieke of filosofische overtuiging aan vast, die je in een bepaald hoekje duwt. Dus neen, bedankt, van “mijn ziel” blijft iedereen af!

De ziel

De ziel is in diepste wezen zielig. Op ieders lip slaagt zij
er maar niet in substantie te verwerven.
Begrensd door ene begrip dat loos is, zonder materie
is zij niet meer dan het woord dat haar benoemt
zielsveel, met hart en ziel, zieltogend: niets dan taal.

Daarom raakt dit gedicht aan niets en
slaat bij iedere regel de plank steeds verder mis.
Toch wil ik haar niet missen: meer dan
de som der delen waaruit zij bestaat
verspreid in de oplichtende banen van het brein

Op de monitor van de intensive care
zien wij haar ten slotte wegvluchten in een punt.
Wat achterblijft: het zielloos lichaam
en de zekerheid dat iets verdwenen is
dat niet bestaan kon maar er toch was.

J.Bernlef 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.