ZIJ (voor G.)

Zij is het gat in de muur,
de ladder tegen de boom,
en de boot op het meer.

Zij is de vlucht vooruit,
het hoogste goed,
en de redder in nood.

Water en vuur,
aarde en lucht,
zon en maan.

Zij is vrij en samen,
los en vast,
zoveel en weinig.

Zij is man en vrouw,
maar vooral,
zij is alles voor mij.

Micheline Baetens – 09.01.2018

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.