Vandaag de dag 02.06.2018

Uitstapje en verblijf aan en naar zee, valt in duiken, de eigenares van het appartement had dubbel gereserveerd, maar we gaan waarschijnlijk wel een dagje naar Damme. En misschien in juli of augustus voor wat langer naar Middelkerke.
Tegenwoordig moet een mens alles zelf doen, of het deugt niet. Draaien de mensen zot? Teveel aan hun hoofd door teveel te willen? Ik denk het soms.
In elk geval je kunt maar best alleen op jezelf rekenen, en bij de les blijven als het op  afspraken met anderen aankomt.
Voor jezelf geldt de boodschap: doseren! Stress is niet alleen een modewoord, maar ook een algemene plaag, die menig ziek maakt, doordat het zich van buiten naar binnen begeeft. Je hele lichaam wordt er door aangetast.
Maar blijkbaar willen de mensen het zo. Rustige weekends zijn uit den boze, rustige avonden ook, we willen actie, en daarvoor moeten we naar buiten, en ook nog eens in het drukke verkeer gaan zitten, tussen drukke mensen, die elkaar voorbij en omver lopen.
Donderdag ben ik met David van Hoeilaart naar Overijse gereden. Het was rond zes uur ’s avonds, volle spits dus, en ik had het gevoel dat ik in een grootstad zat, in plaats van in een dorp. Ik was blij dat ik na een halfuurtje terug thuis was, en aan mijn spoorweg vertoefde. En dat ondanks de werken!
Wat ben ik opgelucht dat ik destijds, toen David zijn appartement leeg stond, toch niet verhuisd ben naar de dorpskern, want ik denk dat ik daar nooit had kunnen aarden, net zomin als David dat gekund heeft. 
Wij zijn geen mensen om tussen de drukte te gaan zitten, was ook zo in Blankenberge destijds. De massa, de drukte, het onnatuurlijke van een omgeving, daar voelen we ons opgejaagd bij en ik word er zelfs depressief van.
Gek dat word je tegenwoordig niet door alleen te zijn, maar door een teveel aan gezelschap en door teveel prikkels. Ik toch, en de rest die denken dat ze niet gek zijn… Laat mij maar praten tegen  de bloemen!

Conversatie met mijn bloemen

Ik weet het bloemen,
gij die aan mijn venster staat
en luistert naar de houten stemmen in de straat,
langer dan mijn naam zult gij bestaan
en luisteren naar de straat,
die mij ’s morgens als een vogel
loslaat in de tuinen van de dag
en die me ’s avonds,
als de bloemen aan hun venster slapen,
vraagt of ik gelukkig was.

Gij weet het bloemen,
gij die aan de kleuren namen geeft
en luistert
naar mijn klein gebeuren in de straat,
dat ik een wezen ben
dat tussen mensen staat
en dat alleen is, meer alleen
dan aan mijn venster in zijn kleine kooi
de blinde vogel die zijn meester haat.

Wij weten bloemen
dat er in de droefheid
vreugde en wat kleur bestaat
en daarom bloemen
zijn wij soms gelukkig,
gij en ik.

Paul Snoek – dichter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.