Serristenwoning wordt kunstenaarsnest

Kunstenaarsnest tussen de serres

Binnen hebben ze er een gezellig en artistiek nest van gemaakt. Maar in hun tuin laten Natalie Schayes en Paulo Antunes Moreno de vergane glorie zegevieren. Je zou het eclectisch kunnen noemen, maar dan zou je de naturelle schoonheid van deze oude woonst alleen maar onderschatten.

De Standaard – Veerle Beirnaert – 09.06.2019

Serristen

Natalie Schayes en Paulo Antunes Moreno zijn creatieve ondernemers en dat zie je aan hun manier van wonen en decoreren. Tien jaar geleden viel hun oog op deze honderdjarige dorpswoning. Het verhaal van hun huis is verweven met de geschiedenis van het dorp: Overijse, het middelpunt van de druivenstreek. De vorige eigenaars waren serristen, oftewel druiventelers.

Eigenlijk is de druivenstiel nog ouder dan deze woning. De pioniers bouwden al rond 1865 de eerste serres in de streek, om hoge toppen te scheren in de jaren 1950. Tot er concurrerende druiven uit Zuid-Europa opdoken.

Tafeldruiven

Je voelt je hier meteen welkom. De voordeur is even oud als het huis en heeft een hedendaags likje rood gekregen. Natalie heeft ooit in Londen gewoond, sindsdien heeft ze een zwak voor rode voordeuren. Bovendien zorgt rood voor een mooi contrast met de begroeiing en met de klassieke gevelstenen. Ook in de hal springen de oude binnendeuren meteen in het oog. Zelfs de deurklinken zijn authentiek, weet Paulo er trots aan toe te voegen. De andere elementen in de inkomhal zijn wel nieuwe toevoegingen. Maar altijd met een knipoog naar 1906.

‘Nieuwe dingen, dat was hier een noodzakelijk kwaad’, vertelt Paulo. ‘Want we hebben dit huis in een krakkemikkige toestand gekocht.’

Op de vloer liggen schijnbaar oude tegels, maar ze zijn toch van recente makelij. ‘We hebben heel bewust voor een motief met wijnblaadjes gekozen’, gaat Paulo verder. ‘Helemaal in lijn met de geschiedenis van onze woning.’

‘Wijnboeren in Overijse? Nee nee, in de serres in onze tuin werden tafeldruiven geteeld, geen wijndruiven’, legt Natalie uit. ‘Maar je ziet geen verschil in de blaadjes. En cementtegels zijn sowieso typisch voor herenhuizen van rond 1900.’

Babouche-geel

Met de juiste kleuren bepaal je de uitstraling van je interieur. Dat behoort duidelijk tot de expertise van Natalie en Paulo. De okergele wanden in de gang doen de zon schijnen, op een plaats waar helemaal geen zon is, zo lijkt het wel. De tint van de verf is Babouche van Farrow & Ball, legt Natalie uit. De naam alleen al zorgt voor een exotische uitstraling, een beetje Moors. ‘En het schilderij dat hier hangt is van de Gentse kunstenaar Guido Legrand. Dat is alweer okergeel, maar toch vinden we dat het kan.’

En gelijk hebben ze. Er is hier géén overkill aan oker, je bent hier gewoon in een übergezellige inkomhal.

Verderop in de gang heb je de oude trap. Die is dan weer iets scherper afgebakend, door het zwart-witte patroon, ontworpen door Paulo. Alsof je via een piano naar boven loopt.

Het koppel houdt van zwart-wit. ‘Omdat het zo tijdloos is’, legt Paulo uit. Ze hebben deze elegante mix ook in de keuken doorgetrokken. Zo hebben ze een zwart fornuis in combinatie met een eiken vloer, maar dan wel wit geolied. Ook de tegelwand is in zwart-wit en daarnaast hebben ze nog vier decoratieve borden van Fornasetti op een rij gehangen. Dat geeft extra verfijning aan het zwart-witthema. ‘We hebben deze borden in de flagship store van Fornasetti in Milaan gekocht. We waren met vakantie in de buurt en het was de omweg meer dan waard.’

Klassiek en atypisch

Boven is hun woning vrij klassiek ingedeeld. Of dat zou je op het eerste gezicht denken. De trap leidt naar de nachtverdieping met een ruime badkamer en drie slaapkamers. Maar op de tweede verdieping heb je de thuiskantoren en ateliers van de bewoners. En dat is dan weer atypisch, dat mag ook wel in een maison des artistes. Natalie neemt daar het grootste deel van de oude ‘zolder’ in, terwijl Paulo genoegen neemt met een compacter kantoor. Als binnenhuisarchitect is hij vaak bij klanten en maakt hij zijn toer langs de verschillende werven. Op die manier is hij minder aan zijn bureau ‘gebonden’.
Natalie is juweelontwerpster en heeft daarvoor voldoende exporuimte nodig. ‘Voor mijn ontwerpen laat ik me inspireren door symbolen en archetypes, zoals de S-vorm die het oneindige symboliseert. Dat maakt dat mijn juwelen op een zeer organische manier groeien. En ze volgen de golvende lijnen van een vrouwenlichaam. Een strak interieur zou niet passen bij mijn juwelen.’

Je ziet inderdaad wel verrassende details in de zolderruimte. De ruimte zelf zit speels in mekaar. De muren zijn niet helemaal recht, omdat de voorgevel van de woning een hoek vormt. De dakramen zijn een beetje schuin, in alle richtingen. Ook dat geeft een mooie lichtinval en een uniek panorama op het groen buiten.

Vintage

‘Ik hou van de vintage-elementen in mijn atelier. Maar het is niet altijd makkelijk om de juiste stukken te vinden. Vintage vraagt om geduld: wachten tot je de juiste meubels toevallig in een tweedehandszaak vindt. Eigenlijk zouden we in de zithoek beneden ook graag meer vintage zetten. Het zal ooit lukken, hoor.’

We lopen de trap af en zien in de zitkamer een leuke mix van oud en nieuw én exotisch.

‘Op een bepaald moment zijn er mooie oude dingen uit Bali op ons pad gekomen. Zoals onze zitbank in verweerde teak. We weten niet hoe oud ze precies is. Ook met bijzettafeltjes kan je een leuke mix maken, vinden wij. Zo hebben we hier nog een Indiaas tafeltje. Maar het stuk waar we echt een crush voor voelen, is deze grote salontafel in natuursteen (‘Travertin’) met strakke poten in chroom. Dat heeft toch wel een vintage-uitstraling. Op termijn willen we dus graag meer van dat.’

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *