Samen of alleen?

Mijn eigenwijs nest

De Standaard – 05.08.2019 – Eva Berghmans

Geen gezanik over de dop van de tandpasta, alle ruimte om uit te gaan en te reizen: de vrijheid van de single kan verleidelijk zijn, en toch verlangen de meeste mensen ernaar om samen te wonen. Kun je ook het beste van twee werelden hebben?

‘Juist omdat mijn man en ik elkaar zo graag zien, zijn we opnieuw apart gaan wonen.’ Helen B., ontwerpster van vrolijke dingen allerhande, is geen vrouw van de conventionele oplossingen. Na de scheiding van de vader van haar dochter was ze vast van plan om nooit meer te gaan samenwonen. De routine, de verwachtingen, de discussies over de taakverdeling: ze had het ermee gehad. En meer nog: ze was perfect gelukkig in het tweevrouwshuishouden met haar dochter. Toch ging ze na een jaar van daten en grote verliefdheid samenwonen met haar huidige man – die net als zij gescheiden was en een jonge dochter had.

Toen het nieuw samengestelde gezin van het platteland naar centrum-Gent verhuisde, werd het kot letterlijk te klein. ‘Meer en meer kreeg ik het gevoel dat ik in een situatie zat waarin ik niet wilde zitten, zeker toen we weer kleiner gingen wonen om dichter bij mijn winkel te zijn. Ik moet me mentaal kunnen afsluiten om te ontwerpen. En mijn dochter vroeg ook wanneer we nog eens met zijn tweeën iets gingen doen, zoals vroeger – je hebt meer aandacht voor elkaar als je met zijn tweeën bent. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik durfde toe te geven dat ik meer ruimte wilde. Veel mensen begrijpen het niet – dat je vrijwillig niet samenwoont met de man van je leven. Maar mensen die me goed genoeg kennen, zien het wel: dat het niet is omdat ik hem niet graag zie, maar omdat ik mezelf verlies als ik die ruimte niet heb. Het is net omdat ik de liefde tussen ons te mooi vind om ze te verkwanselen in dagelijksheid en wrevel, dat we opnieuw apart zijn gaan wonen. En ja, ik mis hem als hij er niet is. Maar ik ben ook telkens blij als ik hem zie.’

Balanceren tussen verbondenheid en afstand

‘Liefde is altijd een beetje lijden’, zegt relatietherapeute Rika Ponnet. ‘Het is een eeuwige zoektocht naar een goede balans tussen het verlangen om samen te zijn en je noden als individu. In elke relatie, of je nu samenwoont of niet, staat er spanning op de verhouding tussen verbondenheid en afstand.’

In haar praktijk komt Ponnet ze geregeld tegen: de mensen die ervan overtuigd zijn dat ze beter af zijn in hun eentje. ‘Dat is heel logisch als mensen een trauma opliepen, zoals door zwaar bedrog of mishandeling. Dan heb je een paar jaar rust nodig om te herstellen. Maar het beeld van de happy single, met al die witte wijn en citytrips, klopt niet met de realiteit. Single zijn is zelden een lifestylekeuze. De mens kan wel alleen zijn, maar we voelen ons het best als we in verbondenheid met een levend wezen samenleven. Dat hoeft niet per se een geliefde te zijn. Het kunnen ook je kinderen zijn, een huisgenoot die je niet zo goed kent, zelfs een hond maakt al een verschil voor je stressniveau. We zijn een sociale soort, we hebben de groep nodig om moeilijkheden mee te delen. Singles rapporteren in onderzoek de laagste levenskwaliteit. Je bent beter af met een middelmatig huwelijk dan zonder, tenzij het héél slecht is. De meeste mensen die op zoek zijn naar een partner, zijn vooral op zoek naar een warm nest, waarin ze tot op hoge leeftijd veilig zullen zijn. De meeste mensen op de datingmarkt zouden die hele fase van daten, verliefdheid en onzekerheid het liefst overslaan.’

Koppelvorming als overlevingsinstinct: is het dat wat mensen ertoe aanzet om met een nieuwe geliefde onder één dak te nestelen, en desnoods elkaars kinderen te omarmen?

‘Geliefden die niet toegeven aan het verlangen om hun leven te delen, laten zich vaak tegenhouden door hun angst’, zegt Anja Pairoux, plusouderconsulent en erkend bemiddelaar. ‘Mensen die scheiden, voelen zich schuldig, en willen voor hun kinderen alles zo rustig mogelijk houden. Op lange termijn is dat niet zo slim. Als je je eigen verlangens ondergeschikt maakt aan het belang van je kinderen, geef je hen de boodschap dat je niet voor je eigen geluk mag kiezen. Je verliefdheid opzijzetten, is dus niet in het belang van het kind. Het is wel in zijn belang dat ouders hun issues oplossen – met elkaar, en met zichzelf.’

Makkelijk is het niet altijd, het leven als nieuw samengesteld gezin, bevestigt Pairoux. De balans tussen verbondenheid en afstand is vaak nog moeilijker te vinden dan in een relatie tussen twee geliefden zonder al te veel voorgeschiedenis. ‘Je moet vooral niet proberen om het klassieke kerngezin te imiteren, je moet een andere manier van samenleven vinden’, zegt Pairoux. ‘Vaak helpt het als je net minder doet. Als je partner moeilijk grenzen kan stellen aan zijn of haar kinderen, hoef je dat vooral niet in zijn of haar plaats te doen. Als je partner ruzie heeft met zijn ex, moet je daar niet in willen tussenkomen. Niet reageren is vaak productiever. Je hoeft niet mee te stappen in negativiteit. Je moet elkaar meer afstand laten, en over verschillen en ongemakken moet je praten. Dat is lastig, maar eigenlijk is een nieuw samengesteld gezin een cadeautje vol leerkansen.’

Een mozaïek van mensen

‘Als ik op mezelf woon, zit ik in mijn eigen wereld. Daar is alles perfect, maar ik voel dat er patronen in mijn denken sluipen. Mijn denken is uit zichzelf weinig mobiel. Als je op jezelf woont, beperk je je al snel tot je eigen leefwereld.’ Sinta Wibowo, consulente in de artistieke sector, heeft zo haar eigen manier gevonden om haar leermomenten te creëren, zonder dat ze permanent samenwoont met haar vriendin uit Phnom Penh, die ze in Jakarta leerde kennen. Haar huis, in de schaduw van het Atomium, is een open huis. Het is er een komen en gaan van vrienden, kennissen, artiesten op doorreis, via via aangewaaide toeristen, nieuwkomers in Brussel en mensen die tijdelijk een plek zoeken omdat hun leven op zijn kop staat. Sommige passanten blijven een paar dagen, andere een paar maanden. Dat klinkt altruïstisch, maar zo is het niet bedoeld. ‘Ik wil zo goed mogelijk leren hoe ik met anderen moet samenleven. Ik zoek niet per se mensen die hetzelfde levensritme of dezelfde interesses hebben. Mensen mogen best ver van mijn manier van leven af staan. Iedereen heeft zijn eigen rituelen en gewoontes, zijn manieren om met mensen en moeilijkheden om te gaan. Ik zie mensen als wandelende bibliotheken van gedachten, gevoelens en gedragingen. Als ik vast zit in mijn eigen patroon, kan ik ook eens andere manieren van reageren uitproberen. Ik hoef bijvoorbeeldt niet altijd meteen te reageren als iemand iets zegt of doet, ik mag ook afwachten, zwijgen, observeren. Een andere stijl van reageren creëert een andere situatie – niet per se beter of slechter, maar anders dan gewoonlijk. De anderen halen me uit mijn hoofd, dat altijd productief wil zijn. Zo verword ik tot een eclectische mozaïek van stukjes en beetjes van alle mensen, situaties en omgevingen die voorbijkomen, waartussen ik slechts als lijm fungeer.’

helenb.be
duetrelatiebemiddeling.be
www.plusouderconsulenten.be

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *