Psychose

‘Ik had een kop thee en een kalmerend gesprek nodig, geen politiecel’

De manier waarop de politie Jozef Chovanec heeft behandeld, is niet de juiste. Maar hoe het dan wel moet, is minder duidelijk. ‘Goedbedoelde preventie dreigt te ontaarden in agressie van een politiestaat.’

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200903_95633633

Door  Foto’s 

Zaterdag 5 september 2020

Politiecellen in Leuven. De locatie is willekeurig gekozen.

‘Verwarde Poolse man sterft in politiecel in Bree.’ ‘Brandstichtingen, aanrijdingen en doodslag. Familie vermoedt psychose bij kunstenaar.’ ‘Man met machete gaat als een gek te keer.’ ‘De Wever richt luchtkarabijn op verwarde man in tuin.’ ‘Naakt, maar ­coronaproof: bejaarde man draagt alleen mondmasker.’

Het is een snelle graai uit de kranten van de afgelopen weken. Het mag duidelijk zijn dat de politie zeer geregeld geconfronteerd wordt met verwarde, gedesoriënteerde personen.

Hoe gaan we om met mensen die in een psychose zitten, een paniekaanval hebben of zich om een andere reden apart, al dan niet agressief, gedragen? We plaatsten een oproep op Psychosenet.be om betrokkenen aan het woord te laten over hoe zij het contact met de politie hebben ervaren.

‘Het werkt contraproductief om ­iemand na te jagen. Als iemand geen bedreiging is voor anderen, probeer dan contact te maken, hoelang dat ook duurt’

Nadia Mahjoub

De reacties waren heel uiteenlopend. Van ‘de politie heeft me zowel fysiek als psychisch mishandeld bij mijn gedwongen opname, met blijvende schade’ tot ‘agenten haalden mijn ex met psychiatrische problemen ettelijke keren uit de kant van de weg, brachten hem thuis, stopten hem onder, belden de dokter. Steeds met respect, hoewel zij niet begrepen wat er juist met hem scheelde.’

De reacties tonen aan dat er geen ­gestandaardiseerde aanpak is. De kwetsbaarste medeburgers zijn overgeleverd aan de goodwill en de (mensen)kennis van betrokken politiemensen.

‘Dat ze dan eens zeggen wat we moeten doen.’ Vincent Houssin van de politievakbond VSOA vraagt al jaren aan de overheid een draaiboek voor politieagenten die te maken krijgen met mensen die een psychose of aandoeningen met gelijkaardige symptomen hebben. ‘In Nederland bestaan duidelijke richtlijnen over hoe om te gaan met opgefokte, weerspannige, verwarde figuren. Wij krijgen daar geen opleiding over. We voelen ons machteloos. Daags na de verstikkingsdood van Semira Adamu werd beslist dat er geen kussen meer mag worden gebruikt bij de uitzetting van asielzoekers. Het is tien jaar geleden dat Jonathan Jacob in een politiecel overleed terwijl hij aan het geagiteerd-­de­liri­um­syndroom (EDS) leed. We weten nog altijd niet wat te doen in zo’n geval.’

Rode lap

Verscheidene mensen die reageren via Psychosenet zeggen te gegeneerd of getraumatiseerd te zijn om te getuigen. Nadia Mahjoub is wel bereid haar verhaal met naam en toenaam te vertellen, omdat ze de vooroordelen over mensen met een psychose wil helpen te doorbreken. ‘Velen zijn er bang van, onterecht. Het is een misverstand dat wie een psychose doormaakt sowieso gevaarlijk is.’

Nadia Mahjoub woont met haar man en dochter in Evere. Ze werd al vijfmaal gedwongen opgenomen. Het kernwoord in de omgang met verwarde mensen is ‘vertrouwen’, weet ze. Dat was niet ­bepaald wat de politiemensen inboezemden toen ze haar kwamen halen om haar naar het ziekenhuis te brengen. ‘Een vriend was bezorgd nadat ik aan de telefoon had verteld dat ik onder de ­metro wou springen. Hij kon niet meer tot me doordringen en belde een ambulance.’

Mahjoub weigerde in te stappen en niet lang daarna kwam de politie aan: blauwe uniformen, wapenstokken, handboeien. Geen geruststellend beeld. ‘In totale paniek liep ik weg. Een basisreflex, vluchten. Ik sprong op een bus die toevallig stopte. Een drietal agenten stapte mee op de bus. Het raasde door mijn hoofd: ze willen me vangen. Dat werkte als een rode lap op een stier. De agenten hebben me toen vastgegrepen, uit de bus gesleurd en hardhandig tegen de grond gewerkt. Ik schreeuwde. Ze wrongen mijn schouder om – ik heb nog altijd pijn – en boeiden me op de rug, heel vernederend en bedreigend. Uiteindelijk heeft de ambulance me, begeleid door agenten, naar het ziekenhuis gebracht. Hoe ze het hebben gedaan, weet ik niet, maar het voelde alsof ik in een kist zat. Ik lag op mijn buik en kon alleen mijn hoofd nog een beetje bewegen.’

‘Nooit hebben ze geweld gebruikt. Ik ook niet, ik was altijd rustig of moest hard lachen en ging gewillig mee. Mijn ervaringen met agenten zijn vrij positief’

Bram Deschamps

‘Het werkt contraproductief om ­iemand na te jagen die verward is. Als iemand geen bedreiging is voor anderen, zoals in mijn geval, probeer dan contact te maken, hoelang dat ook duurt. Rustig spreken kan wonderen doen.’

Latere gedwongen opnames verliepen rustig. ‘Omdat ik meewerkte met de politie. Wellicht speelde het ook in mijn voordeel dat ik een vrouw ben. Maar dwang kan een helse beproeving zijn. Wat meer menselijkheid en luisterbereidheid had geholpen.’ Ze vergelijkt een psychose met een nachtmerrie, ­paniek incluis. ‘Een kind met een nachtmerrie sluit je toch ook niet op in de kelder.’

Brenda Froyen, die Psychosenet.be oprichtte, hekelt dat de politie(vakbond) haar paraplu opentrekt. ‘Wij bieden vormingen over hoe in gesprek te gaan met iemand in een psychose. In al die jaren tijd zijn er 0,0 aanvragen geweest van de politie. Nochtans wordt bij uitstek de politie met hen geconfronteerd.’ Mensen in een psychose zijn vaak angstig, maar volgens Froyen primeert de angst van de agenten of hulpverleners altijd op die van de patiënt. ‘Vreemd, want ze zijn met veel meer.’

E33

De politievakbond verwijst naar het ­Nederlandse model, ‘waar ze al veel verder staan met dit soort problematiek’.

E33 is een aparte politiecategorie in Nederland, ‘overlast door een verward persoon’. De term is zeer in zwang bij de overheid en de media. De gemeenten worden wettelijk verplicht een ‘meldpunt verwarde personen’ te hebben, waar buren, familie of passanten melding kunnen maken van personen met verward gedrag. Ook komt er een nationaal ‘Meldnummer niet-acuut’. In 2015 werd een Aanjaagteam Verwarde Personen opgericht. Intussen bestaat het team niet meer als dusdanig, maar worden zijn richtlijnen nog steeds gevolgd. De term ‘aanjaagteam’ verklapt al hoe er naar E33’s wordt gekeken.

Het hielp ook niet dat de Rotterdamse korpschef liet optekenen dat ‘verwarde mensen meer mensen doden dan terreur’. (Niemand vond cijfers om die stelling te onderbouwen.) De nationale korps­chef Erik Akerboom zei dan weer: ‘De politie is het nationaal opvangcentrum voor verwarde personen geworden.’

‘Een 80-jarige demente dame die krabt en bijt pak je anders aan dan een 25-jarige spierbundel van 125 kilo. Er is ook onze isoleerkamer, maar niet elke spoeddienst heeft die’

Marc Sabbe

Urgentiearts UZ Leuven

De media maken er gewag van een onrustwekkende stijging van het aantal E33-meldingen, alsof mensen met psychische problemen allemaal geweld plegen en het land teisteren. Steeds vaker moet de ‘psycholance’ uitrukken, een speciaal ingerichte, prikkelarme ambulance. Tachtig procent van de E33’s in Amsterdam wordt afgehandeld zonder politie, dankzij de psycholance, klinkt het. ‘Het gaat om patiënten, geen criminelen. Die horen niet in een politieauto.’ Daar valt iets voor te zeggen. Door de ­inzet van gespecialiseerd personeel zou slechts in 6 procent van de gevallen een vorm van fixatie nodig zijn. Het klinkt in elk geval minder repressief dan in de boeien worden geslagen en minder bedreigend dan een kille politiecel.

Maar wie zijn die verwarde personen? Volgens de – nogal vage – definitie van het toenmalige Aanjaagteam: ‘Mensen die grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen.’

Die definitie is nogal breed, met als gevolg dat het een vergaarbak is: mensen in een psychose, ruziënde buren, flamboyante excentriekelingen, door liefdesverdriet overmande mannen en verdwaalde dementerende vrouwtjes en dolgedraaide messentrekkers. Het overgrote deel van hen heeft geen strafbare feiten gepleegd, maar stelt afwijkend ­gedrag. Wat dat ook moge zijn.

‘De gemiddelde burger kan niet meer om met onvoorspelbaarheid. Dus belt die meteen een autoriteit, die moet die onvoorspelbaarheid maar komen oplossen’

Karlijn Roex

Of de Nederlandse aanpak een verbetering is, daarover lopen de meningen uiteen. Burgerrechtenorganisatie Controle Alt Delete wijst erop dat er in augustus in één week tijd drie mensen zijn overleden bij of na een arrestatie. ‘Telkens zogenaamde verwarde personen. In 2020 zijn nu 12 mensen overleden onder de verantwoordelijkheid van de politie. Negen van de twaalf vertoonden verward gedrag.

Buitengesloten

Karlijn Roex, een 19-jarige studente rechten, loopt wat achter met studeren. Ze neemt zich voor een dag keihard te blokken. Eerst wil ze nog een broodje halen om de hoek. Ze slaat de voordeur dicht en beseft dat ze de sleutel is vergeten. Ze vervloekt zichzelf. Roex stapt het eerste het beste gebouw binnen – een ouderenzorgcentrum – en vertelt de ­baliemedewerkster dat ze dringend een slotenmaker nodig heeft. Of ze even mag bellen? De schijnbaar ongeïnteresseerde blik van de receptioniste maakt haar extra onrustig. Ze ziet kostbare studie-uren verloren gaan, een mislukte ­opleiding in het verschiet. Paniek. De handen in het haar – letterlijk. Roex ­begint een heel paniekrelaas. De receptioniste ziet de paniekaanval en zegt dat ze een slotenmaker zal bellen. Roex kan weer ademen, kalmte overmeestert de paniek, ze gaat rustig op een stoel zitten wachten.

De slotenmaker komt niet. De vrouw achter de balie heeft de politie gebeld. Even later zit Roex in een politiecel.

Vandaag, twaalf jaar later, is Roex ­gepromoveerd in de sociologie. Ze werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. De voorbije jaren kwam ze zeven keer in aanraking met de politie, telkens omdat iemand vond dat ze zich verward gedroeg. ‘Nooit heb ik iemand bedreigd. Ik had paniekaanvallen of felle huilbuien waarbij ik riep dat ik het allemaal niet meer zag zitten. Op die momenten had ik gewoon een kop thee nodig en een kalmerend gesprek, geen politiecel of combi.’

Ze is stellig: voor haar was opgepakt worden een pak schadelijker dan het verwarde gedrag an sich. Het woord ‘disproportioneel’ valt. ‘Goedbedoelde preventie dreigt te ontaarden in agressie van een politiestaat.’

‘Zowel politie als politici hebben de groep verwarde personen weggezet als gevaarlijk, als tikkende tijdbommen’, vertelt Roex aan de telefoon. ‘De samenleving weet almaar minder goed hoe ze moet omgaan met mensen met afwijkend gedrag. Wie afwijkt van de norm is per definitie verdacht. De gemiddelde burger kan niet meer om met onvoorspelbaarheid. Dus belt die meteen een autoriteit, die moet die onvoorspelbaarheid maar komen oplossen.’

‘We dienen onze psychoses, het vrolijke anders-zijn, het in onszelf praten, onze paniekaanvallen, onze fantasieën (…) thuis te laten, te verbergen. Zodat anderen niet schrikken, zich veiliger voelen’, schrijft ze in haar boek In verwarde staat.

Haar ervaring met de politie heeft er stevig op ingehakt. Roex: ‘Zo’n cel is best heftig. Het is er helemaal stil. Je hebt geen idee hoeveel tijd voorbijgaat. Je weet dat er een psychiater zal komen die over je zal oordelen, maar je hebt geen idee wanneer en wat de gevolgen kunnen zijn. De enige manier om gehoord te worden, is gillen. Maar dat durf je niet, want dat zouden ze interpreteren als afwijkend gedrag. Als ik de beelden zie van Jozef Chovanec in de cel, herken ik de almaar groter wordende wanhoop die zo’n cel kan uitlokken.’

Wanneer de agenten oordeelden ‘je komt nu heel normaal over’, mocht ­Roex gaan. ‘Normaal overkomen is dus een criterium voor vrijheid. Dat zulke ongeschreven regels naast de strafwet bestaan, is gevaarlijk. Bovendien klonk het dan: “Je mag vrij gaan. Als er niet nog meer telefoontjes komen van buren.” Mijn vrijheid hangt dus af van mensen op straat.’ Sindsdien heeft ze vaak het gevoel dat ze geobserveerd en gecontroleerd wordt. ‘Je weet namelijk nooit wanneer iemand zal klikken dat je raar doet, je weet nooit wanneer je zult worden opgepakt.’

Ze wijst op een heersende denkfout: ‘Er zijn misdrijven gepleegd door verwarde personen, dus zijn verwarde personen misdadigers.’ Maar er zijn wel ­degelijk verwarde zielen die slachtoffers maken. Hoe pak je die dan het best aan? ‘Normale mensen zijn ook weleens agressief, voor hen geldt de strafwet, dat moet niet anders zijn voor verwarde mensen. Behandel iedereen in de ­samenleving gelijk. Geen enkel vreedzaam mens mag van zijn vrijheid worden beroofd.’

Kaakslag

Marc Sabbe, urgentiearts aan UZ Leuven, merkt op zijn spoeddienst een toename van mensen die verward en agressief zijn. ‘Gemiddeld één per dag. Niet alle collega’s op spoed zijn blij die hier te zien, sommige hebben al een stamp of een kaakslag gekregen. Toch zijn wij bij uitstek de plaats waar die verwarde mensen die de openbare orde verstoren naartoe moeten worden gebracht. De politie is getraind om criminelen te overmeesteren, niet om een weerspannige psychoticus op een ziekenhuisbed te praten. Laat staan om in te schatten wat aan de oorzaak ligt van iemands verwarde toestand. Die moet zo snel mogelijk worden gezocht – vaak is die medisch.’

Zijn collega aan het UZ, psychiater Joris Vandenberghe, stipt aan dat het in slechts de helft van de cases gaat om een psychiatrische problematiek. ‘De rest van de weerspannige, psychotische mensen is geïntoxiceerd, heeft een ­paniekaanval, is emotioneel zwaar over zijn toeren – het kan ons allemaal overkomen –, heeft een beroerte, lijdt aan een hersentumor of wordt plots agressief door een verstoorde bloedspiegel. Om maar enkele voorbeelden te geven.’

‘We vragen dat de politie ter plaatse blijft, tot een diagnose wordt gesteld’, legt Sabbe uit. ‘Luidt die dat er geen medische oorzaak is, dan is de politie verantwoordelijk voor het verdere verloop. Wanneer de arts oordeelt dat de geweldpleger een patiënt is, valt hij onder de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis.’

Maar hoe maak je dat niet het hele ziekenhuis op stelten wordt gezet? ­Sabbe: ‘Wij hebben geleerd hoe je tot een psychoticus kunt doordringen, in 70 procent van de gevallen lukt het ons om de persoon in kwestie te overtuigen zich te laten behandelen. Het help om hem in zijn waardigheid te laten, we ­behandelen niemand als uitschot. Maar soms ontbreekt elk ziekte-inzicht. Dan is het alle hens aan dek, wij benaderen die persoon met de nodige overmacht.’

‘Zes à zeven mensen staan rond het bed, de patiënt ligt altijd op zijn rug, nooit op de buik. We spuiten niet plat, we doen iemand gecontroleerd in slaap, zoals bij anesthesie. Altijd blijven we de vitale functies monitoren’, vult Vandenberghe aan.

‘Het gezond verstand primeert’, zegt Sabbe. ‘Een 80-jarige demente dame die krabt en bijt pak je anders aan dan een 25-jarige weerspannige spierbundel van 125 kilo. Indien nodig is er nog onze goed uitgeruste isoleerkamer, maar niet elke spoeddienst heeft die. Penibeler is het wanneer we bij mensen thuis moeten komen, dan weet je niet wat je zult aantreffen.’

Ziekelijk opgewekt

Sabbe wijst erop dat er in zijn regio een goede samenwerking is tussen de politie en de medische teams. Bij meldingen van verwarde mensen wordt doorgaans de politie én de mug opgeroepen. ‘Een agressieve man die met een wapen rondloopt, iemand die dreigt de boel in brand te steken of een razende die zich verschuilt achter zijn twee dobermanns. Ik som gewoon enkele ­casussen van de voorbije dagen op.’

Bram Deschamps is een jonge, knappe man met een vaste baan, een fijne vriend en een rooskleurige toekomst wanneer zijn vader in 2011 overlijdt. Kort daarop wordt zijn moeder zwaar ziek. Zijn relatie loopt op de klippen. Zijn moeder sterft. Zijn grootouders ook. Het is veel om te verwerken in vijf jaar tijd. Bram blijkt psychosegevoelig te zijn en belandt in een manie en een depressie, en weer terug naar een ziekelijke opgewektheid.

Vandaag is hij al vier jaar stabiel. Hij lacht wanneer hij begint aan zijn relaas. ‘Het zal nogal bizar klinken, wat ik zoal heb gedaan. De waan nam mijn geest over. Mijn zintuigen vingen elke prikkel op. Alles was een teken, een boodschap voor mij, niets was toeval.’

In die moeilijke periode werd de ­politie meermaals op hem afgestuurd. Er was die keer dat hij aan het dolen was in het dorp en in de auto van een onbekende ging zitten. Er was de nacht dat hij vier uur lang door de luchthaven liep te ijsberen. Of de avond dat hij een taxi nam zonder geld op zak. En de dag dat hij bij een vorige werkgever nogal luidruchtig binnenstapte en een pakje chips stal. Telkens met een onsamenhangend en verward klinkend verhaal.

‘Nooit hebben ze geweld gebruikt. Ik ook niet – ik was altijd rustig of moest hard lachen en ging gewillig mee.’ Toevallig paste het in zijn psychose dat de politie the good guys waren. ‘Mijn ervaringen met agenten zijn dus vrij positief.’

Maar eenvormig zijn ze niet. Telkens is hetzelfde met Deschamps aan de hand, maar de ene keer wordt hij ­geboeid naar de psychiatrische spoed­interventie gereden, een andere keer bellen de agenten een familielid op om hem te komen halen. Een volgende keer moet hij een nacht in de cel en wordt hij ’s morgens – even verward als de avond ervoor – gewoon weer buitengezet. Er wordt niemand gebeld, er komt geen dokter aan te pas. ‘Ik ben dan maar van het politiekantoor in Zaventem terug naar Leuven gewandeld.’

98 procent hetzelfde

John* kwam in twee jaar tijd vijf keer in aanraking met de politie. Niet dat hij de wet had overtreden. Ja, hij had nogal veel lawaai gemaakt. En dat hij midden op straat zijn kleren uittrok, had de buren gealarmeerd. John zelf kreeg allerhande boodschappen binnen in zijn hoofd. Plots was hij beroemd geworden en in groot gevaar, daar was hij van overtuigd. Maar hij wist ook dat de redding nabij was: een stem had verteld dat de autoriteiten een auto zouden ­sturen om hem te bevrijden. ‘Toen de ­ambulance aankwam, ben ik er recht in gesprongen.’

Toch vond de opgeroepen politie het nodig om hem op zijn buik vast te binden op de brancard, de hele rit zat een agent boven op hem. Met de jaren werden de confrontaties met blauwe uniformen minder en minder gewelddadig voor John. Bij zijn laatste collocatie kreeg hij van de opgeroepen agenten nog de tijd om zijn koffer in te pakken. John was niet weerspannig, maar hij was wel razend en schreeuwde. De agenten bleven rustig en beheerst, wat hij ten zeerste apprecieert.

Hij heeft een tip voor de politie: ‘Spuwen, scheldwoorden … Neem het niet persoonlijk. Vaak bestaat de waan van iemand in een psychose uit een complottheorie, waarin de overheid, en dus ook de agenten, de vijand zijn.’ Hij geeft toe dat ‘omgaan met mensen die beginnen te flippen een kunst is’. ‘Maar het is wel mogelijk. Het is niet alsof we plots op een andere planeet zitten. Mensen in een psychose zijn nog altijd voor 98 procent hetzelfde als iedereen.’

Hij ervaart heel sterk hoe groot het stigma op psychiatrische problematiek nog altijd is. ‘Uit de reacties die ik krijg, blijkt dat mensen heel stereotiep over ons denken. Voor de enen zijn we marginalen, voor de anderen gevaarlijke monsters. Nog anderen zien ons als een makkelijke prooi of als een totaal andere mensensoort. Ik ken veel mensen die in een psychose geconfronteerd werden met de politie. En ik heb geen reden om te denken dat de politie meer verlicht is dan de rest van de bevolking.’

Voor John voelt de psychiatrie als een straf. ‘Een inbreuk op mijn vrijheid en op mijn leven. In Villa Voortman (het Gentse ontmoetingshuis verwelkomt mensen met een dubbeldiagnose van ­psychische moeilijkheden en middelenmisbruik, red.) krijg ik een kans op een ­leven zonder gedwongen opname. Hier is geen dwang.’

Joris Vandenberghe stipt aan dat het aantal gedwongen opnames in ons land zorgwekkend stijgt. ‘Dwang moet de allerlaatste optie zijn. Als de drempel voor gedwongen opname almaar lager wordt, kantelt de verhouding tussen de voor- en de nadelen. Dwang bemoeilijkt de behandeling. We zijn te veel aan het opschuiven.’

Ook hij vindt een deel van de verklaring in een maatschappij die intoleranter wordt voor afwijkend gedrag. ‘Mensen worden minder snel opgevangen door hun omgeving. Er is ook de medicalisering: overlast, kansarmoede, verslaving … We hebben de neiging medische oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen.’

En er is natuurlijk het stigma, dat bang maakt. ‘Mensen associëren psychische problemen al te snel met gevaar. Maar weet dat verwarde mensen veel vaker slachtoffer zijn dan dader.’

John wil anoniem blijven. Zijn naam en adres zijn bekend op de redactie.

Bron: De Standaard

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.