Snel leven

Snel leven

Wie snel loopt, loopt aan alles voorbij.
Wie snel leeft, leeft helemaal niet.
Hij verslindt het leven,
maar het leven verrijkt hem niet.

Elk mensenleven is een reis,
en reizen is een kunst.
Men moet de dingen de tijd gunnen
zich aan ons voor te stellen,
en dingen zijn nooit gehaast.
Wie veel wil zien op korte tijd,
ziet niets meer:
alle dingen die te vlug bekeken worden,
beginnen op elkaar te gelijken.
Ze smelten in elkaar weg,
zoals de struiken langs een sneltrein
versmelten tot de eentonigheid
van een groene streep.

Wie zich de tijd gunt
voor aandachtige beschouwing
ontdekt tot zijn verwondering
hoe het geringste “alles” bevatten kan,
een wereld op zich.

Libert Vander Kerken

Behoeft geen uitleg, want wie dit ter harte neemt herkent dit, en wie het niet ter harte neemt, zal dit gedicht waarschijnlijk ook niet lezen, en zeker ook niet begrijpen.

Halfoogst

Halfoogst vandaag, en dan denk ik altijd eens extra aan mijn grootmoeder, de belangrijkste vrouw in mijn leven, want zij legde mijn fundament. Ze heette Maria en ze stierf op haar feestdag, en als er iemand verdiende van in de hemel opgenomen te worden, is zij het wel, al kon ze vloeken als een ketellapper.
Foto: Op de binnenkoer bij mijn grootmoeder.
De foto is getrokken door mijn nonkel Robert, het veertiende kind van mijn grootmoeder, en het enige kind dat nog in leven is. Zes kinderen zijn volwassen geworden, de anderen zijn gestorven toen het nog baby’s waren.
Mijn grootmoeder was in tegenstelling tot mijn grootvader, een vrouw van weinig woorden, maar vloeken kon ze als de beste. Ze geraakte wees toen ze nog klein was, haar moeder stierf in het kraambed, en haar vader die achterbleef met twee kleine kindjes, maakte een einde aan zijn leven.
Ze klaagde of zaagde nooit, maar dat laatste kind dat ze kreeg op haar vijfenveertigste, was er teveel aan en werd grotendeels opgevoed door zijn oudste zus.
Mij nam ze er dan wel weer bij tot mijn zes jaar, tot mijn grootvader stierf, en de familie vond dat ik terug naar mijn ouders moest. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor haar onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding.
Ik was er niet bij toen ze stierf en ook niet op haar begrafenis, want ik logeerde bij een correspondentievriend in Duitsland. We hadden elkaar leren kennen via een ballonwedstrijd georganiseerd door de school, in het vijfde leerjaar. Mijn ballon was geland in Neuss, en via de school waren we met elkaar in contact gekomen.
Voor ik vertrok naar Duitsland had mijn moeder gezegd: “Ga je grootmoeder nog eens bezoeken, ze is oud en wie weet, het kan de laatste keer zijn”.
Maar ik was een overmoedige tiener en dacht niet aan sterven. Wist ik toen veel dat het leven, net als een ballonnetje, aan een zijden draadje hangt…
Op sommige plaatsen, vooral in Antwerpen vieren ze vandaag ook Moederdag. Aan hen draag ik dit gedicht op, van boer en dichter Hubert van Herreweghen, om al die tranen die moeders wenen, opdat wij zouden kunnen opgroeien tot schone mensen.

Tranen

De tranen die de moeders schreien
als noodlots onweer loeit,
daarvan groenen de weien
waarop hun nakroost stoeit.

Op dat gras, met zout gedrenkt,
grazen de beste schapen.
Meisjes en knapen,
gedenkt.

Hubert van Herreweghen

David en Audrey vieren vandaag hun kartonnen jubileum van vijf jaar samen zijn, en exact binnen een maand is dan het huwelijk om hun relatie nog hechter te maken.

Een paar foto’s van de vorige verjaardagen.Eén jaar samenDrie jaar samen.Altijd samen!

Zot van elkaar, en op naar 15 september!!!

De levenslessen van ‘liefdesfilosoof’ Jan Drost

De levenslessen van ‘liefdesfilosoof’ Jan Drost: ‘Samensmelten klinkt mooier dan het is’

Trouw
Suzanne Rethans – 5 november 2017

Sinds zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ wordt Jan Drost (42) beschouwd als liefdesfilosoof. Zijn eigen relatie wist hij er niet mee heel te houden. Over dat liefdesverdriet schreef hij ‘Als de liefde voorbij is’, dat onlangs verscheen.

Les 1: Duik onder in je liefdesverdriet

“Toen mijn vriendin onze relatie na tien jaar plotseling verbrak en ik daar behoorlijk ondersteboven van was – je neemt niet alleen afscheid van elkaar, maar ook van een gedeeld verleden, een gedeelde toekomst, toekomstige kinderen – merkte ik weinig ruimte en erkenning voor mijn liefdesverdriet. Er heerste, ook bij mijzelf, een strengheid: er is toch niemand dood, dat een puber van slag is à la, maar als je volwassen bent moet je niet zeuren. Terwijl: je bent verdrietig, en dat wordt zwaarder door te vinden dat het niet mag.
Het is een rouwproces, misschien ingewikkelder nog dan na een sterfgeval, want de dood is in elk geval duidelijk. Nu rouw je om iemand die nog leeft en die je kunt tegenkomen. Rouw verloopt in een aantal fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Niet per se in die volgorde, je hebt ook weleens een terugval of voelt er een aantal tegelijk, maar je moet ze allemaal door en je kunt er geen een overslaan. De meeste mensen vinden dat ze niet boos mogen zijn, maar dat gênante telefoontje hoort erbij. In die zin is het ook altijd goed je te realiseren in welke fase je ex zit.”

Les 2: Woede hoort erbij

“In onze cultuur leren we niet met woede omgaan. We zijn er trots op als we niet boos worden, je moeder is ook ‘niet boos, maar teleurgesteld’. Maar woede heeft ook iets aandoenlijks: het is een verzet tegen machteloosheid. Eigenlijk roep en schreeuw je met je hele lichaam: ik wil dit niet. Het is destructief, je loopt het risico dat je iets stukmaakt, maar er zit ook schoonheid in.”

Les 3: Romantische beelden kloppen niet

“Ik vind filosofie het mooist op gebieden waar zij traditioneel niet thuishoort. Als je kijkt naar de momenten in het leven waar je veel hoopt en verwacht van je denkvermogen, dan is dat tijdens eenzaamheid, verdriet en ziekte. Ik probeer juist het ‘irrationele’ te doordenken.
Zo ben ik erachter gekomen dat je geen ruk hebt aan romantische beelden, zoals de ander die jou compleet maakt en met wie je versmelt. Dat heeft niks te maken met wat het betekent om met iemand samen te zijn. Integendeel. Je probeert de andersheid van de ander weg te poetsen en de ander in te lijven. Het lijkt alsof je op zoek bent naar die ander, maar je bent op zoek naar jouw droom. Romantiek is hermetisch. Samensmelten klinkt heel mooi, maar is pure eenzaamheid. Want wiens eenheid wordt het? Als twee romantische zielen willen versmelten, krijg je twee intolerante idealisten die in hun verlangen naar eenheid het eigen ideaal van de liefde aan de ander opleggen. De minst sterke zal zichzelf moeten uitwissen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van liefde?”

Les 4: De ander blijft de ander

“In intieme relaties is de valkuil dat je dusdanig met elkaar vergroeit dat je vergeet dat de ander een ander is en altijd een ander blijft. En dat veel botsingen en conflicten voortkomen uit het feit dat jouw ideaal en de ander niet overeenkomen. Nietzsche zegt dat heel mooi: ‘Wat heb ik lief in de ander? Mijn verwachtingen.’ Als je je bewust wordt van je eigen verwachtingen zie je de ander daarvan loskomen. Dat vind ik het ultieme samenzijn. Het is niet per se makkelijker, maar honderd keer echter en mooier dan versmelting.”

Les 5: De romantische cultuur laat ons in de steek

“Romantische films zijn een grote boosdoener in het romantisch misverstand. Het gaat vooral over wat er gebeurt voordat twee mensen elkaar vinden. Je hebt de zoektocht, er zijn obstakels, er is wat gedoe met een andere liefde, het wordt even spannend en dan krijgen ze elkaar. En daar stopt de film. Daarmee wordt de verwachting gecreëerd dat als je maar eenmaal de juiste persoon ontmoet, je daarna klaar bent. Het suggereert ook dat het welslagen van de relatie alleen afhangt van de juiste combinatie. Dat leidt tot rare ideeën over wat liefde hoort te zijn. Dat als je ruzie hebt, of het gevoel even weg is, je meteen een probleem hebt.
Terwijl je ook naar jezelf kunt kijken. Kun jij bijvoorbeeld wel luisteren? Misschien moet je constateren dat je totaal niet geïnteresseerd bent in anderen. Dan kun je wel doorzoeken tot je iemand vindt die beter lijkt te passen, maar die persoon zal ook een keer huilend thuiskomen en dan moet je toch luisteren. Of ga je dan weg omdat ze niet sterk is? Liefde is juist heel sociaal. Veel complexer dan de zoektocht en een happy end. Wat overigens een deprimerende woordencombinatie is. Hoe gaat het verder? Daarin laat de romantische cultuur je in de steek. Het blijkt overigens dat kinderen uit gebroken gezinnen vatbaarder zijn voor romantische idealen dan kinderen uit een liefdevol gezin.”

Les 6: Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde

“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zes was. Destijds vond ik het verschrikkelijk, ik was de enige jongen en had vier zussen boven me. Ik ben er redelijk goed uit gekomen omdat mijn vader zijn best deed ons te zien. Op mijn zeventiende had ik een mooi gesprek met mijn vader. Ik was naar hem toegegaan, een stoere puber die rookt. Ondanks zijn afkeer van roken zette hij een asbak voor me neer, omdat hij doorhad: het gesprek is aangebroken. We hebben tot diep in de nacht gepraat.
Er is een zinnetje van Nietzsche dat ik aanhaal in mijn eerste boek: ‘Waar je niet meer kunt liefhebben, moet je weggaan.’ Elke keer als ik daaraan denk, denk ik aan mijn vader en valt alles op z’n plek. Het was echt beter, je kunt niet met iedereen een relatie hebben.
Ik ben opgegroeid in het streng gereformeerde Spakenburg en daar was je na een scheiding afgeschreven, damaged good. Zo hard. Je krijgt één kans in de liefde en als je het verprutst is het afgelopen. We zijn niet lang daarna verhuisd. Hoewel je niet in een mislukking moet blijven hangen, vind ik ook dat er soms te snel wordt opgegeven. Niet omdat ik calvinistisch ben, maar als er nog liefde mogelijk is en je gaat samen de problemen aan, kan er iets moois openbreken. Maar als het echt niet lukt, moet je weggaan, en dan niet denken: mijn leven is afgelopen. Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde.”

Les 7: Stimuleer je leerlingen

“Twee docenten zijn bepalend geweest voor mijn ontwikkeling. De eerste was mijn leraar Nederlands die na het lezen van mijn puberale essay zei: ‘Ik heb zo’n idee dat we van meneer Drost nog wel gaan horen.’ De tweede was de professor die bij mijn afstuderen zei: ‘Wil je me beloven dat je blijft schrijven?’ Dit is een tip voor alle onderwijzers: Zeg dat soort dingen. Want het beklijft, het stuurt en stimuleert. Er wordt een bronnetje mee aangeboord.
Wij zijn zulke sociale wezens dat we erachter komen wie we graag willen zijn door de spiegeling van een ander. In die zin is onderwijs ook een vorm van liefde. Ik geef twee dagen per week les op een hbo-opleiding. De context is: je gelooft in ze, anders zou je daar niet staan en met ze filosoferen. Af en toe voel ik me in het klaslokaal zo’n klein Gallisch dorpje dat de neoliberale Romeinen dist.”

Les 8: (Her)waardeer je vriendschappen

“Ik heb mijn vrienden nog nooit zoveel gezien als toen mijn relatie voorbij was. Misschien was ik toch te gemakzuchtig geworden, iets te comfortabel in mijn liefdesrelatie. Ik probeer mijn vriendschappen nu beter te onderhouden.
Het is belangrijk een paar goede vrienden te hebben, het helpt je om niet alles van de ander te verwachten. Wie je bent, hangt zo nauw samen met de relaties die je hebt. Daarom is vriendschap ook belangrijk. Als alle mensen om je heen wegvallen, dan sterf je zelf ook. Iemand moet jou zien. Ik kan soms zoveel vriendschap voor iemand voelen dat het liefde lijkt. Dan is het liefde. Met sommige vrienden was het vriendschap op het eerste gezicht. Als mensen bij de relatietherapeut zeggen: ‘Het gaat niet goed, want we zijn alleen nog maar beste vrienden’ dan denk ik: hoeveel treden lager is dat dan in jouw beleving?”

Les 9: Ontroer me en ik ben je man

“Zoals de filosoof Levinas liefde en verantwoordelijkheid synoniem acht, hangen voor mij ook liefde en ontroering nauw samen. Ontroering zit altijd in iets onverwachts, waardoor je plotseling de ander ziet. Ik ben nu met iemand die me vaak ontroert. Het kan er soms fel aan toegaan en dan opeens heb ik door: ze is zo boos omdat ze zoveel om onze relatie geeft. Wat lief!
Dat vermogen kun je cultiveren door op zoek te gaan naar boeken en films die ontroeren. Die niet romantisch zijn, maar liefdevol. Een boek als ‘Revolutionary Road’ beschrijft een romantisch slagveld. Aan het eind zit een scène bij de buren waarbij de buurman ’s ochtends zijn vrouw ziet zitten, verfomfaaid, met een jus d’orange-vlek op haar duster, ze weten inmiddels welk drama zich in het huis ernaast heeft afgespeeld, en opeens beseft hij: maar ze is er wel. Bij mij. En dan moet hij heel erg huilen.”

Les 10: Fietsen is liefde

“Ik stond een keer achter een scooter te wachten bij een stoplicht en ik dacht: jemig, wat een stank! Ik ben gaan uitzoeken wat er allemaal in die uitstoot zit en het blijkt gelijk te staan aan meer dan honderd dieselbusjes. Het overschrijdt talloze keren de Europese norm van toegestane kankerverwekkende stoffen. Dat komt doordat het cheap ass-verbrandingsmotoren zijn, en dan is een groot deel ook nog opgevoerd. Officieel zijn ze dus verboden, want je maakt je medemens er letterlijk doodziek mee.
Het is een missie geworden: de scooter uit Amsterdam weren. Het is een bepaald type mens dat scooter rijdt, de neoliberale mens in optima forma. De complete onthechtheid: ik wil dit en wat er achter mij gebeurt, boeit me niets. In dat opzicht is een scooter een passend cadeau bij het lidmaatschap van de VVD.
Het heeft in de kern te maken met jouw opvatting van vrijheid. De negatieve opvatting is populair: ik heb niks met de ander te maken. Terwijl positieve vrijheid is: rekening houden met elkaar. Weten waar jij ophoudt en de ander begint.Fietsen is liefde, als je het cultuurfilosofisch bekijkt. Een fietser weet dat hij een knooppunt van relaties is. Met fietsen geef je antwoord aan je omgeving en breng je geen schade toe. Fietsers in Amsterdam zijn net een zwerm spreeuwen: het gaat bijna altijd goed. Toeristen kijken er vaak naar met een verbijsterde blik van: hoe wist-ie nou dat die naar rechts ging? Dat is samenleven, een dans, ballet. Relaties zitten in alles.”

Jan Drost
Filosoof Jan Drost (1975) groeide op in Spakenburg en Harderwijk. Hij studeerde filosofie en Nederlands in Amsterdam en uit zijn afstudeerscriptie kwam zijn boek ‘Het romantisch misverstand’ (2015) voort. Zijn tweede boek ‘Denken helpt, over geluk, liefde en de zin van het leven’ verscheen in datzelfde jaar, eveneens bij De Bezige Bij. Onlangs kwam zijn nieuwste uit: ‘Als de liefde voorbij is’. Drost heeft inmiddels een nieuwe relatie.

Liefdesverdriet voelt hetzelfde als rouw

“Liefdesverdriet voelt hetzelfde als rouw”

Filosoof Jan Drost wás al gefascineerd door de liefde, toen hij liefdesverdriet kreeg. En niet zo’n beetje ook.

Rinskje Koelewijn
13 oktober 2017

www.nrc.nl

Wat is erger, verlaten of verlaten worden? De vraag is van Jan Drost (42), filosoof, schrijver en spreker gespecialiseerd in het fenomeen liefde. Wat is erger?, vraag ik me af. De verlaten filosoof zijn? Of de filosoof verlaten? Na tien jaar samenzijn verbrak Jan Drosts vriendin hun relatie. En hij schreef daar vervolgens een boek over. Als de liefde voorbij is is een (zelf)onderzoek naar liefdesverdriet. Van de breuk, de rouw, de verwerking ervan, tot de liefde na de liefde.

Wie verlaten is, wil nog wel eens wrokkig omkijken. Dat doet Jan Drost niet. „De relatie is voorbij, maar de liefde niet.” Openhartig beschrijft hij hoe hij dacht in een uitstekende relatie te zitten, tot zij hem onverwacht verbrak. Maar het is natuurlijk wel zijn kant van het verhaal. „Het zijn mijn beelden van haar en onze liefdesgeschiedenis.” Een buitenkansje wil hij het niet noemen, dat hij die altijd de liefde bestudeerde, nu ook het verlies ervan aan den lijve ondervond. „Ik voelde wel een zekere urgentie om te begrijpen wat me overkwam.” Liefdesverdriet, zegt hij, wordt in onze cultuur afgedaan als onvolwassen zwakte. „Met een avondje Ben&Jerry’s op de bank moet je er wel overheen zijn. En dan swipe je jezelf weer een nieuwe liefde.”

We spreken af bij een filmhuis annex café in Amsterdam-Oost. Hij woont daar om de hoek, voorheen samen met Lisa, zoals hij haar noemt in zijn boek. We eten bruine boterhammen met pompoenspread. Hij is vegetariër sinds hij op z’n achttiende uit Harderwijk naar een studentenkamer in Amsterdam verhuisde. In het begin uit gemakzucht. Pas later is hij zich gaan realiseren welke „massaslachting en klimaat-ellende” er schuilgaan achter vleesconsumptie.

Net als hij in zijn boek, begin ik bij de breuk zelf. De scheidingsmelding, zoals hij het noemt. Op donderdagavond 20 februari 2014. Lisa zat op de groene bank, naast haar moeder. Waarom die erbij moest zijn, weet hij nog steeds niet en ook niet meer wat er precies is gezegd. Duidelijk was dit: zij wilde een „relatiepauze”, om na te denken.
En wat deed Jan Drost toen? Niets. Hij schrijft: „Ze bleef nog wel slapen.” Maar hoe ze die nacht in hetzelfde bed hebben doorgebracht, dat weet hij niet meer. „Wat had ik dan moeten doen?”, vraagt hij. „Had ik moeten zeggen: rot op? Had ik zelf weg moeten gaan?” Hij had zoveel kunnen doen, zeg ik. De boel bij mekaar brullen, smeken, passievolle seks. Iets! Hij knikt. In panieksituaties, zegt hij, heb je aan mij een goeie. „Ik blijf rustig en relaxed. De schrik komt altijd later.” Waarom deed ik niks, vraagt hij nu aan zichzelf. „Ik dacht vooral: ze is er nog. We zijn nog even samen.”

Hij vergelijkt de doffe verdoving die hij voelde na haar aanzegging met een elleboogbreuk die hij ooit opliep. Pas een uur na de val werd hij de pijn gewaar. Een jaar na de relatiebreuk hield hij bij filosofiecentrum The School of Life een lezing over liefdesverdriet. „Na afloop zakte ik door mijn hoeven.” Zo erg greep het onderwerp hem nog aan. In de zaal zaten verlatenen die zich schaamden voor hun smart. „Onze tijd en cultuur duwt mensen met een gebroken hart dieper de eenzaamheid en ellende in.” Wie te lang om een verloren liefde grient, geeft blijk van een „ziekelijke afhankelijkheid” van de ander. „Een mens hoort autonoom te zijn. Zelfstandig. Mensen die daten, zeggen: ik zoek iemand die me wil, niet iemand die me nodig heeft. Afhankelijkheid wordt gezien als iets slechts.”

Maar daar was Jan Drost het al mee oneens ver voor hij verlaten werd. In zijn boek Het romantisch misverstand uit 2011 stelt hij dat liefde geen solistische bezigheid is. Geen romantisch ideaal van „samensmelten tot één geheel”. Liefde is een relatie, zegt hij. De Een kan niet zonder de Ander.

Hij vindt het niet overdreven om de pijn van liefdesverdriet te vergelijking met rouw. Of de geliefde dood is of opgestapt, de verwerking van het verlies verloopt volgens dezelfde fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Twee jaar na de breuk is hij gaan opschrijven hoe zijn rouwproces verliep.

‘Medine’?

.Wacht even. Op internet zag ik een filmpje van de presentatie van een ander boek van hem uit 2015. Naast hem zit, stralend, een meisje met een witte bloem in donkere krullen. Blader nu naar het dankwoord van zijn liefdesverdriet-boek, waarin hij ene Medine bedankt voor haar liefde. Is zij toevallig hetzelfde meisje aan wie hij de lezer in het laatste hoofdstuk voorstelt? Jazz-zangeres. Ontmoet op een kerstfeestje van de uitgeverij. Ja? Even snel rekenen … In februari 2014 ging het uit met Lisa. December, Kerst … Dus hij had … Hij knikt. Hij is alweer 2,5 jaar samen met zijn nieuwe liefde. Een tikje teleurgesteld stel ik vast dat hij tijdens het schrijven van zijn liefdesverdriet-boek dus helemaal niet zo eenzaam en ellendig was als ik dacht.

Niet eenzaam misschien, bevestigt hij. Maar ellendig wel, bij vlagen. „Het is een misverstand dat geluk niet samengaat met verdriet.” Maar rouwen om een ex, is dat niet heel pijnlijk voor de nieuwe liefde? „Je hoort in een nieuwe relatie niet al te veel te praten over je ex.” Eigenlijk is de verwachting dat je je vorige liefde zwart maakt, de negatieve kanten belicht. „Alsof je alleen zo kunt bewijzen dat deze relatie véél beter is.” Hij vindt dat stom. „Er bestaat geen wrokverplichting.” Een liefdesrelatie, zegt hij, is zo intens. „Je verklaart iemand tot die Ene.” Beetje lastig als daarvoor andere Enen waren. Hij heeft daar een alternatief voor bedacht, als tegenhanger van het tabula rasa-idee. Een nieuwe liefde begint niet op een schone lei, maar komt als het ware over alle vorigen te liggen. Zoals bij een palimpsest: een vel perkament waarvan de bovenste handschriftlaag voorzichtig wordt afgeschraapt, om opnieuw te worden beschreven. „Waarom zou je elkaars verleden wissen, zoals in de film Eternal sunshine of the spotless mind ieders geheugen wordt gewist. Iedereen met wie je een deel van je leven deelt, is onderdeel van je identiteit. Als je geacht wordt je vorige liefdesrelaties te verloochenen, verloochen je een deel van jezelf.”

Hij schrijft over de keer dat hij met Lisa afsprak om nog eens van haar te horen waarom ze hun relatie verbrak. Terloops noteert hij dat ze weer is gaan roken, en weer vlees eet. Afknapper? „Het vergrootte het gevoel van vervreemding.” En weet hij nu waarom ze het had uitgemaakt? „Ze zei wel dat ze het lastig vond om voor mij springplank én luchtkussen te zijn. Ze voelde zich te verantwoordelijk voor mijn geluk.”

Hij is gaan inzien dat de manier waarop hij is opgegroeid, als jongste met vier zussen, invloed heeft op zijn latere relaties. „Ik was zes toen mijn ouders scheidden.” Zijn vader ging weg. „Mijn moeder lag maanden overmand door verdriet op een stretcher in de zitkamer. Zij verliet ons ook.” Wat had hij graag eerder geweten van de hechtingstheorie van de Britse psychiater Bowlby. „Dan had ik beter begrepen dat een onveilig gehecht kind als volwassene een vermijdende of angstige hechtingsstijl heeft.”

En wat doet hij anders nu hij dat weet? „Van huis uit ben ik gewend sores in m’n uppie op te lossen. Ik beschouwde het als relationele hygiëne om de ander daarmee niet lastig te vallen. Daar ben ik van teruggekomen. Kleine verwijten kunnen gaan etteren en voor je het weet worden breukjes relatiekwetsuren.” Hij heeft zich na Lisa niet „als een eekhoorn in z’n holletje teruggetrokken”. Hij zocht troost bij vrienden en familie.
Hij drinkt gemberthee, om in de sfeer van zijn boek te blijven. De combinatie gemberthee, een schaaltje M&M’s, en de serie Lost werd een vast ritueel na de breuk. „Maandenlang leed ik onder een enorme hoest, zo erg dat ik mijn ribben kneusde.” Dat waren de maanden dat hij elk nieuw paar schoenen dat hij aanschafte zag als metafoor voor „op eigen benen staan”, bij elk paar nieuwe maandlenzen vaststelde dat hij door deze Lisa niet meer zou zien, en bij elke maaltijd heel voorzichtig kauwde, uit angst zich te verslikken, met niemand in de buurt om te voorkomen dat hij zou stikken.

Niet echt geuit

Dat, gecombineerd met de vele uren die hij in eenzaamheid heeft zitten schrijven, wekt niet echt de indruk dat hij zijn liefdesverdriet heeft geuit. „Mijn vriendin zegt dat ik door te schrijven het leven beter begrijp. Zo is het. Door woorden te geven aan mijn gevoel, werd de pijn minder erg.” Dat klinkt toch rationeel? „Over denken bestaat een misvatting. Denken is geen tegenpool van voelen. „Kant beweert dat. Echt zo’n filosoof die met z’n knokige hand een schroef in je hersenen draait.” Zelf is hij van de school van Nietzsche, Levinas, Aristoteles. De filosofen die „met bloed schreven” en „dachten met gevoel”. Hij zegt: „Ik heb een rijk gevoelsleven, dus moet ik veel denken.”
Net toen hij dacht dat het liefdesverdriet voorbij was, een jaar geleden, ging hij „onderuit”. „Ik had alle rouwfases doorlopen, dacht ik. Sommige woede wel vijf keer. Maar depressie had ik blijkbaar overgeslagen.” Hoe wist hij dat de liefdesbreuk uit 2014 de oorzaak was, en niet de wintertijd? „Pas toen ik over Lisa sprak, gingen de sluizen open.”

Jan Drost in het kort:

Geboren Vroomshoop, 12 september 1975
Burgerlijke staat ongehuwd
Woont in Amsterdam
Opleiding wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam
Eerste baan boekverkoper
Vervoermiddel fiets („Fietsen is liefde!”)
Sport hardlopen
Boek Stilte in oktober, van Jens Christian Grøndahl
Film Her, De Rouille et d’Os
Muziek Mozart, Bach, Ron Sexsmith, Sufjan Stevens
Onmisbaar de aarde, welwillendheid

Eerste hulp bij liefdesverdriet: ‘Maak van je pijn een onderdeel van het geluk’
Dinsdag 7 november 2017
HUMO

In zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ ontmaskerde Jan Drost met behulp van Plato, Schopenhauer en Nietzsche romantische idealen die ware liefde in de weg staan. In ‘Als de liefde voorbij is’ staat Drost nu stil bij wat er gebeurt wanneer de liefde ophoudt. Zoals hem zelf overkwam, toen zijn relatie na tien jaar onverwacht eindigde.

JAN DROST “Ik dacht toen niet meteen: ‘Jippie, ik kan hier een boek over schrijven.’ (lacht) Maar in zekere zin is het de pijnlijke consequentie van een stelling in mijn eerste boek. Liefde is een soort afhankelijkheidsverklaring: je begint een relatie met iemand die los van jou staat. En de uiterste consequentie is dat die ander ook weg kan gaan.”
Als je verliefd bent, heb je de neiging om de ander de hemel in te prijzen. Op de één of andere rare manier doe je dat ook wanneer die bij je weggaat. Plots ben je weer doordrongen van het allesomvattende belang van hem of haar en ga je opnieuw idealiseren, alsof je geest alleen maar de mooie dingen heeft onthouden. Romantiek in de achteruitkijkspiegel is een vorm van zelfbedrog.»

HUMO Sommige psychologen vinden dat liefdesverdriet in psychiatrische handboeken hoort, net als rouwen.

DROST «Ik weet niet of het überhaupt in een boek met stoornissen moet, maar de vraag stellen is ook een manier om het serieus te nemen, want het is even ingrijpend als rouwen.»

HUMO Het kan in het ergste geval ook depressies veroorzaken.

DROST «Zo’n depressie is een noodzakelijke fase in het verwerkingsproces. Maar mijn interpretatie is anders dan de puur biologische visie. Bijna alle vormen van verdriet en depressie hebben te maken met een relatie. De wetenschap lijkt dat wel te vergeten.»

HUMO U schrijft ook dat de samenleving weinig mild is voor liefdesverdriet.

DROST «Er was een moment dat ik mezelf ook zwak vond, maar gelukkig ga je als cultuurfilosoof snel denken: het is de maatschappij die me dat aanpraat (lacht).
»De tendens is dat je wel even liefdesverdriet mag hebben, maar dat je niet mag vergeten dat je volwassen bent. Het wordt niet aanvaard dat je totaal gevloerd bent en even niets meer kunt.»

HUMO U overdenkt ook een aantal strategieën waarmee we liefdesverdriet kunnen temperen.

DROST «Ik pleit niet voor alcohol op doktersvoorschrift, maar het is wel een goed idee om je door een vriend op sleeptouw te laten nemen naar de kroeg. Wat voor mij hielp, was het besef dat je geen strikt onderscheid moet maken tussen verdriet en geluk. Ik heb geprobeerd om een manier van denken te ontwikkelen waarin verdriet een onderdeel van de schoonheid wordt. Op den duur wordt verdriet dan een onderdeel van het geluk.»

 

Woorden in de nacht

Woorden in de nacht

Voel je hoe ik naar je toe kom?
Je bent naakt in den nacht.

Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.

Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te strelen
In ’t donker, mij ziet.

Zullen wij spelen,
Dat wie ’t eerste lacht,
Moet ondergaan
Wat de ander bedacht?

O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.

Neem mij weer, wacht nog even.

Jan Jacob Slauerhoff

J. Slauerhoff Biografie

De arts Jan Slauerhoff is één van de belangrijkste dichters van het Interbellum. Zijn verzen worden gekenmerkt door Weltschmerz en eeuwig verlangen. Zijn verhalen en romans spelen zich af in exotische oorden, die hij als scheepsarts bezoekt. In zijn korte leven heeft Slauerhoff de nodige literaire contacten en publiceert hij veel. Slauerhoff, die vanaf zijn geboorte ziekelijk is, sterft jong aan tuberculose.

Jeugd

Jan Jacob Slauerhoff wordt in een zich snel opwerkend middenstandsgezin geboren als vijfde van zes kinderen. Zijn vader is behanger en stoffeerder. Al vroeg heeft Slauerhoff last van astmatische aanvallen. De zomers brengt hij niet in zijn geboorteplaats Leeuwarden door, maar op het eiland Vlieland, waar zijn moeder Cornelia Pronker geboren is. Hij volgt in Leeuwarden de HBS en gaat daarna in Amsterdam medicijnen studeren. Zijn eerste gedichten verschijnen in Propria Cures. Hij laaft zich aan het werk en de levensstijl van Franse symbolistische dichters als Baudelaire en Verlaine. Hij is een tijdlang verloofd met Truus de Ruyter, een studente Nederlands, in 1923 wordt de verloving verbroken. Vanaf 1921 werkt hij mee aan Het Getij en De Vrije Bladen. Hij raakt bevriend met de Groningse dichter Hendrik de Vries en H. Marsman. In 1923 verschijnt zijn debuut: de dichtbundel Archipel. In datzelfde jaar studeert hij af. In het Friese Jorwerd komt hij in die tijd veel over de vloer bij de familie Hille Ris Lambers. Hij vat een sterke affectie op voor hun dochter Heleen. Zijn hele leven blijft Slauerhoff licht ontvlambaar voor vrouwelijk schoon.

Scheepsarts

Slauerhoff is geen gemakkelijk man: hij zoekt bescherming, maar zet zich daar ook weer tegen af. Tijdens zijn studie heeft hij veel vijanden gemaakt in de medische wereld. Zijn ouders zien hem het liefst als gevestigd huisarts in een stadje in de buurt, maar hij wordt scheepsarts bij een rederij die op Nederlands-Indië vaart. Zijn zwakke gezondheid speelt hem meteen parten: hij krijgt een maagbloeding en heeft veel last van zijn astma. Terug in Nederland werkt hij een tijd als waarnemer in een aantal praktijken. Daarna monstert hij aan bij de Java – China – Japanlijn en maakt reizen naar China, Hongkong en Japan. Voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd gaat hij naar Zuid-Amerika. Met zijn gezondheid gaat het iets beter. Slauerhoff is enorm productief en publiceert een aantal dichtbundels op rij: Clair-obscur (1926), Oost-Azië (1928, onder het pseudoniem John Ravenswood), Eldorado (1928), Saturnus (1930), Yoeng Poe Tsjoe (1930) en Serenade (1930). Belangrijk is zijn vriendschap met Eddy du Perron, die hem helpt met het sorteren en bundelen van zijn grote productie.

Huwelijk

Terug aan de wal is Slauerhoff enige tijd werkzaam in de dermatologische kliniek van de Universiteit van Utrecht. In 1930 trouwt hij met de danseres en balletschoolhoudster Darja Collin. Soms woont hij bij haar in Den Haag, dan weer maakt hij korte reizen, intussen werkend aan zijn verhalen, gebundeld in Het lente-eiland (1930) Schuim en asch (1930), of de klassiek geworden romans Het verboden rijk (1932) of Leven op aarde (1934). Zijn gezondheid dwingt hem telkens weer het kalmer aan te doen. In 1932 gaat hij kuren in het Italiaanse Merano, gevolgd door zijn zwangere vrouw. Darja bevalt van een dode zoon, beide ouders zijn vervuld van verdriet en Slauerhoff raakt in een diepe depressie. In de jaren daarna verslechtert de relatie, ook door de hoge financiële druk van Darja’s school, waar Slauerhoff weinig aan kan doen. In 1935 wordt de scheiding uitgesproken.

Laatste jaren

In 1932 wordt Slauerhoff scheepsarts van de Holland-West-Afrikalijn, hij reist vijf keer op en neer naar de Afrikaanse Goudkust, hij blijft kwakkelen met zijn gezondheid. In 1934 vestigt hij zich voor een half jaar als arts in het nu Marokkaanse Tanger, waar het klimaat gunstig is en hij goed kan werken. Voor zijn dichtbundel Soleares (1933) krijgt hij in 1934 de Van der Hoogtprijs. Tijdens zijn laatste reis wordt hij heel ernstig ziek: hij krijgt malaria en heeft tuberculose opgelopen. Kuren in Merano baat niet meer, hij keert terug naar Nederland waar hij in Hilversum op 5 oktober sterft, kort na zijn 38e verjaardag en de publicatie van zijn laatste dichtbundel Een eerlijk zeemansgraf. Hij is gecremeerd en bijgezet op Driehuis-Westerveld.

Werk

In dertien jaar publiceert Slauerhoff een oeuvre van dichtbundels, verhalen en romans. Hij is bij uitstek een romantisch dichter, zijn gedichten getuigen van rusteloosheid, onvrede met het bestaan, heimwee naar het onbereikbare en een sterke vereenzelviging met outcasts, met mensen die niet met de maatschappelijke stroom meezwemmen. Ook zijn romans en verhalen zijn sterk geïnspireerd door de diverse werelddelen die Slauerhoff als scheepsarts tijdens ontschepingen heeft bezocht. Slauerhoff is, zeker als dichter, altijd populair gebleven, ook onder de jeugd. Tijdens zijn leven wordt hij door generatiegenoten als Du Perron, Vestdijk en Roland Holst bewonderd, maar er zijn ook critici die minder met zijn werk ophebben. Zijn gedichten zijn verzameld uitgegeven in 1947, zijn proza in 1961. Een aantal romans en verhalen is vertaald, in het Duitse taalgebied bevatten deze uitgaven een nawoord van Cees Nooteboom, een auteur die zich als een geestverwant van de dichter/ schrijver Slauerhoff beschouwt. Voor Slauerhoff. Een biografie (1995) heeft biograaf Wim Hazeu hij zich onder meer kunnen verlaten op herinneringen van Slauerhoffs jongste zus, die kort voor de verschijning overlijdt.

Op muziek

De Portugese fadozangeres Cristina Branco heeft een cd uitgebracht met vertalingen van Slauerhoffs gedichten. Zij wordt nagevolgd door de Friese fadozangeres Nynke Laverman die een cd maakt met Friese versies van de poëzie.

Bron: Bibliotheek.nl

 

 

 

Uiteindelijk

Is ieder boek dat je schrijft, en ieder gedicht, autobiografisch? Uiteindelijk wel, en nog straffer alles wat je doet doe je uiteindelijk voor jezelf.
En wat met de dingen die je overkomen? Inderdaad daar kies je niet voor, maar je kan er wel voor kiezen wat je er uiteindelijk mee doet.
Behalve natuurlijk als je chemisch brein het van je overneemt, dan ben je overgeleverd aan willekeur. Dan heb je het niet meer in de hand
Vandaar ook dat psychische gezondheid zo belangrijk is, en mij hoef je daarvan niet te overtuigen.

En wat met verliefdheid dan? Heeft je hart en hebben je gevoelens (uiteindelijk vanuit je brein!) het dan niet van je overgenomen? Voorzeker, maar wel met jouw toestemming. Je hebt je er voor open gesteld, en ik ben maar wat blij dat ik daartoe in staat ben, want het is een feest!
Verliefd zijn maakt je sterk, veerkrachtig, positief, zelfzeker, en natuurlijk zielsgelukkig. Opeens ben je geen grijze mus meer, maar een paradijsvogel die onbevangen de vleugels durft uitslaan en hoge toppen gaat scheren, want je wordt onoverwinnelijk en ongenaakbaar.
Overmoedig? Toch niet, maar wel vollediger, scherper en feller. Alles is nu zoveel duidelijker!
Is dat dan ook liefde? Ja natuurlijk, liefde voor jezelf, liefde voor de ander, maar uiteindelijk vooral voor jezelf, want jij hebt hiervoor gekozen jij hebt hieraan toegegeven, jij wou dit. Je hebt het enkel en alleen aan jezelf te danken, en dankbaar mag je er voor zijn, want het overkomt je niet elke dag, en zelfs niet iedereen.
En wat als het over is? Verliefdheid gaat niet over! Misschien denk je dat, omdat het lijkt of het bij de ander over is gegaan. Maar wellicht komt dat, omdat het noch verliefdheid, noch liefde was, maar enkel lust en zelfbevrediging, zonder rekening te houden met de ander.
En wat met liefdesverdriet? Wel ja, dat zal je er moeten bijnemen. En dat gaat dus wel over, uiteindelijk…
Maar verliefdheid, neen nooit, in nog geen duizend jaar! Want wie verliefd is, is dat uiteindelijk op de liefde en het leven, zoals dat uiteindelijk zou moeten zijn.