Vandaag de dag 20.07.2018 (3)

Ik kan dezer dagen heel moeilijk naar muziek luisteren zonder sentimenteel te worden, en zeker als er dan ook nog tekst aan te pas komt.
Voortaan is elk liefdeslied verbonden met die ene persoon en het gemis. Onherroepelijk verbonden!
Ik hoop dat dat over is tegen den trouw van David, want anders gaat dat daar een schoon spel worden. Gelukkig gebruik ik geen make-up!
Hoe vlug een mens toch iets opslaat in zijn brein en dat een invloed heeft op de dingen van elke dag. Sponsen zijn we, die alles opzuigen wat op ons afkomt, en dat ook nog eens opslaan.
Ik heb vannacht heel slecht geslapen, en dit keer niet door de spoorwegwerken. Ik ga het bijna spijtig vinden!
Onzekerheid is een machtig wapen, en maakt ons het meest kwetsbaar, omdat er geen houvast is, al proberen we dat wel hardnekkig te zoeken. Er mee kunnen leven, het zijn straffe gasten die daarin slagen, maar uiteindelijk is dat de enige manier om er niet door gegijzeld te worden en ’s nachts te kunnen slapen.

 

Vandaag de dag 20.07.2018 (2)

Een heerlijke en eerlijke bekentenis. “Zin” of “goesting” zoals ik het nog liever hoor, je kunt het niet genoeg hebben, want het is een teken dat je goed in je vel zit!

Zin

Ik voel een grote drang om me seksueel te bevrijden. Jammer genoeg gaat deze drang gepaard met een diepe angst voor soa’s. Het is nu mijn derde test van het jaar en we zijn nog maar juli.

Boodschap van algemeen nut: gebruik altijd een condoom. Heb er altijd een op zak. Zelf gebruik ik ook bijna altijd een condoom. De dokter probeert het medische profiel van mijn partner te achterhalen.
‘Hij is mijn partner niet.’
‘Wie is hij dan?’
‘Een onbekende.’

Je ligt een weekend lang samen in bed, je slaapt verstrengeld in zijn naakte lijf, je wast elkaar, maar als je hem de volgende morgen bij een café frappé vraagt of hij veilig is, zegt hij dat er ‘weinig risico’ is. Meer wil hij niet kwijt over zijn privacy.
Weinig risico?

Oké. Het is zover. Ik ga dood.
De dokter vraagt:
‘Heeft hij onbeschermd seks gehad met andere vrouwen?’
‘Waarschijnlijk.’
‘Met hoeveel vrouwen?’
’Ik weet het niet.’
Er volgt een ongecontroleerde huilbui.

Ze zegt dat ik voorzichtiger moet zijn, dat als ik later kinderen wil, ik beter geen ziektes kan oplopen. Ze vraagt me niet of ik kinderen wil, ze zegt me dat ik kinderen wil en dat ik moet stoppen met die wisselende contacten. Ze geeft me advies over hoe ik een vaste relatie kan bemachtigen. Ze zegt: ‘Als je een man leert kennen, moet je minimaal een maand wachten om met hem naar bed te gaan.’

Vrouwen die te snel seks hebben met een man, zijn niet te vertrouwen. Vrouwen moeten doen alsof ze pas na een maand zin hebben, misschien zelfs een beetje tegenzin, zodat de man hen kan veroveren. Daar worden mannen geil van. Mannen hebben zin. De man verovert.

Bij mij zit het zo: ik heb ook zin. En als ik zin heb, heb ik ook écht zin. Meer zelfs, dan communiceer ik dat. Dat doe ik zo: ik kleed hem uit, nog voor hij de woonkamer betreedt. Op de hoek van de straat heb ik zijn hemd al losgeknoopt omdat ik zoveel zin heb. Ik heb geen zin om te doen alsof dat niet zo is.

Inzicht: de meeste soa’s – de mééste, het best altijd een condoom gebruiken! – genees je gewoon met een pil of een zalfje. Dus, beste dokter, sta mij toe om, in al mijn geilheid, te genieten van zijn lijf, zijn speeksel en zijn zweet. Wie experimenteert, gaat niet dood, wie experimenteert, lééft. (Althans dat hoop ik toch. Rustig blijven ademen.)
Ik zit nu in mijn ondergoed op de dokterstafel. Ze trekt mijn bloed en zegt: ‘Ik snap niet dat je je zomaar aanbiedt aan al die mannen, je bent zo’n mooie, jonge vrouw.’
Ik zeg: ‘Ik bied me niet aan, ik verover.’

Julie Cafmeyer – De Standaard 19.07.2018

Vandaag de dag 20.07.2018

Vermits ik zogezegd bezig ben met “mijn memoires”  te schrijven, moet ik hier zeker rekening mee houden. Weer een interessant artikel uit de krant. Leve de komkommertijd, want dan krijgen we tenminste nog iets deftigs te lezen!

Dat koddige peuterverhaal? Vaak onbewust bedrog.

Herinner je nog levendig je eerste stapjes? Dan bedriegt je geheugen je: voor de leeftijd van drie jaar sla je geen herinneringen op.

‘Mijn neef en ik. Bij gebrek aan een bad staan we samen in de gootsteen van mijn ouderlijk huis. Ik ben amper zes maanden’, zegt Wouter Duyck, professor cognitieve psychologie aan de UGent. ‘Ik heb lang gedacht dat dit mijn vroegste herinnering was. Tot ik besefte dat het neurologisch en biologisch volstrekt onmogelijk is. Door kinderamnesie, geheugenverlies op jonge leeftijd, kunnen we herinneringen van voor 3 jaar niet ophalen uit ons geheugen.’

Herinneringen inplanten

Volgens nieuw Brits onderzoek van de Universiteit van Londen hebben vier mensen op de tien een fictieve eerste herinnering. Volgens de wetenschappers baseren de mensen zich daarvoor op kennis die ze later verzamelden. ‘Ons geheugen werkt niet als een camera en een microfoon die alle geregistreerde data netjes op een harde schijf opslaat. Het geheugen werkt reconstructief’, zegt Duyck. ‘Het legt puzzelstukjes samen die we op verschillende plaatsen in onze hersenen opslaan.’

Volgens Duyck is zijn herinnering aan het bad met zijn neef een samenraapsel van puzzelstukjes die hij verzamelde omdat zijn ouders erover vertelden of door een foto van het schattige tafereel. ‘Op die manier kun je bij een derde van de bevolking zelfs valse herinneringen inplanten.’

Duyck ziet nog een reden waarom baby’s en peuters zich niks kunnen herinneren. ‘Onze hersenen leggen verbindingen op basis van structuren en de kennis van de wereld rond ons, om iets te herinneren. Bij kleine kinderen ontbreekt het aan die structuren.’

Volgens neuroloog Steven Laureys is er nog een reden waarom we op jonge leeftijd niets kunnen herinneren: het brein is nog onderontwikkeld. ‘Tijdens de zwangerschap ontwikkelt het brein van het kind zich maar gedeeltelijk. Na de geboorte gaat dat proces voort. Pas vanaf drie jaar is de hippocampus, een hersendeel dat instaat voor ons langetermijngeheugen, voldoende ontwikkeld om herinneringen op te slaan.’

Zowel de psycholoog als de neuroloog waarschuwt dat het niet is omdat we niks kunnen herinneren dat de periode voor drie jaar onbelangrijk is. ‘We onthouden ervaringen niet, maar ze laten wel sporen achter. Bovendien werken andere delen van ons geheugen wel. Zo leer je ook eten, stappen en praten.’

De Standaard – 19.07.2018

(PS: Steven Laureys is neuroloog in Luik, en een geboren Hoeilander. MB)

Vandaag de dag 19.07.2018 (3)

De liefde, we willen zoveel, maar er is zo weinig dat kan.
Weer een interessant artikel uit De Standaard, de liefde is blijkbaar populair dezer dagen.
Boeiend blijft ze in elk geval, pijnlijk boeiend soms…

‘Mijn vrouw en haar lief gingen skiën met mijn firmawagen’

Timo (46) was twintig jaar getrouwd, waarvan tien jaar polyamoureus – zowel zijn vrouw als hij had andere geliefden, met elkaars goedkeuring. En toch: ‘Hoe goed het ook klonk, het heeft ons huwelijk emotioneel uitgehold.’

‘Mijn vrouw was de vrouw die me ontmaagd heeft. Ze was mijn eerste serieuze lief, van in onze studententijd, en we hadden het best goed samen. Samenwonen, een huis kopen, kinderen krijgen, de boel runnen: het ging ons allemaal goed af. We waren een goed team.’
‘Bij mij knaagde het idee wel dat ze de enige was met wie ik ooit in mijn leven seks zou hebben, zeker toen ons seksleven in de periode met kleine kinderen door een dip ging. Ik had haar dat ook gezegd, dat ik voor mijn dood nog weleens met een andere vrouw de lakens wou delen. De eerste keren dat ik erover begon, wou ze er niet van weten. Maanden later belde ze me plots op – ik zat in een vergadering – om te zeggen dat ze een man was tegengekomen met wie ze graag seks wou. Ik heb haar toen gevraagd om eerst eens samen met mij seks te hebben met een ander koppel, om te zien of we het aankonden. De vrienden aan wie we van ons plan vertelden, zijn ons toen nog komen waarschuwen dat we ons huwelijk gingen kapotmaken.’

Vuilniszak

‘We deden het de eerste keer met een koppel dat we op internet hadden gevonden, dat was best spannend. Ons eigen seksleven kreeg er ook een behoorlijke boost door. Vanaf daar zijn we onze grenzen beginnen te verleggen. We leerden een koppel kennen met wie het goed klikte. Met hen hadden we seks zonder dat we elkaar zagen. Het werd vervelend toen het beter bleek te klikken tussen mij en de vrouw dan tussen mijn vrouw en de tweede man. Misschien is daar onze verwijdering al begonnen. Ik voelde ook al snel dat seks om de seks me niet bijster interesseerde. Ik heb een gevoelsband nodig voor ik er ten volle van kan genieten.’
‘Het is absurd als je vanop gezinsvakantie foto’s doorstuurt naar je geliefde, met als boodschap dat je dat uitzicht liever met haar beleefd had’
‘We hadden duidelijke afspraken in het begin – seks kon, verliefdheid niet. Maar emoties laten zich niet tegenhouden door afspraken. Toen we dat inzagen, hebben we elkaar beloofd dat we open en eerlijk zouden zijn over alles wat we voelden. We trokken één duidelijke grens: wat we buiten ons huwelijk zouden beleven, moest een relatie in de rand blijven. Als een van ons tweeën het moeilijk zou krijgen met een relatie die de ander had, zou die relatie moeten wijken.’
‘We deden rare dingen, achteraf bekeken. Mijn vrouw is bijvoorbeeld nog met haar lief gaan skiën met mijn bedrijfswagen. Ze was al een jaar of vijf met die man toen ik het daar lastig mee kreeg – misschien omdat ik zelf in die periode niemand had, en ik vaak ’s avonds thuiszat met de kinderen terwijl zij zich amuseerde. Ik heb haar toen gevraagd om die relatie stop te zetten. Ze weigerde. Ze zei dat ze haar geliefde niet kon buitenzetten als een vuilniszak.’
‘Daar had ze natuurlijk een punt: je moet niet alleen als basiskoppel een balans vinden, je moet ook rekening houden met de gevoelens van de andere partijen. Zelfs als je van bij het begin duidelijk bent over wat de constellatie is, ontstaan er soms verwachtingen waaraan je niet kunt voldoen.’

Lege doos

‘De vrouw die nu mijn vriendin is, leerde ik kennen op Second love, een datingsite voor mensen die seks willen buiten hun huwelijk. Haar huwelijk liep al slecht toen ik haar leerde kennen. Zij en ik hadden al snel een intense band. Maar hoe diep de gevoelens ook gingen, ik overwoog niet om mijn huwelijk op te geven. Dat zat vast in mijn hoofd: ik had gekozen voor een huwelijk en kinderen, die verplichtingen zou ik onder geen beding laten varen. Het idee van een leven met mijn vriendin blokte ik af. Ik smoorde het onder rationaliseringen: dat het nog pril was, en weg van de sleur, dat het normaal was dat het voelde alsof zij de vrouw van mijn leven was. Zij wist ook dat ik mijn gezin niet zou opgeven, en ze respecteerde dat. Ze heeft er nooit op aangedrongen.’
‘Toen we een jaar of twee samen waren, is ze gescheiden. Toen kwam ze mij vertellen dat ze ook stilaan afscheid van mij moest nemen, omdat ze een nieuw leven wilde opbouwen met een man die ze niet zou moeten delen. Ze heeft me niet onder druk gezet. Toen ik bij haar kwam om te zeggen dat ik bij mijn vrouw wegging, geloofde ze me niet.’
‘Het besef dat ik haar zou verliezen, heeft me doen inzien dat zij het type vrouw was dat ik aan mijn zijde wou. Dat ik de intensiteit van onze relatie verkoos boven de meer zakelijke inslag die mijn huwelijk had. Dat mijn vrouw en ik nog weinig tegen elkaar te zeggen zouden hebben zodra de kinderen het huis uit zijn.’
‘Zodra ik het als een optie zag om mijn huwelijk op te geven, ging het snel. Een goede vriendin vergeleek me met een stier die uit zijn weide breekt – na de eerste barst in het hek is er geen houden meer aan. Mijn ex-vrouw drong er nog op aan om naar een relatietherapeut te gaan. Na het eerste gesprek zei hij: “Ga uit elkaar, hier is niks meer te redden, dit huwelijk is een lege doos.” Dat lag natuurlijk niet alleen aan de andere geliefden die we allebei hadden. Misschien waren we te jong toen we trouwden, of misschien lagen onze interesses toch te ver uit elkaar. Maar dat we ons huwelijk hadden opengesteld, heeft zeker niet geholpen. We investeerden niet meer emotioneel in elkaar. Af en toe gingen we op citytrip, dat wel, maar we waren bijvoorbeeld nooit een weekend samen thuis zonder dat er volk over de vloer kwam. Mijn ex-vrouw ziet nog altijd niet in dat we een groot risico genomen hebben. Ze vindt nog altijd dat het een goed systeem was: zowel gezellig en stabiel als spannend. Misschien is de ene mens beter in het combineren van relaties dan de andere.’

Gewoon een kus

‘Ik kon het niet, mijn balans klopte niet meer. Het is lastig als je vrijt met de ene vrouw terwijl je aan de andere denkt. En het is absurd als je vanop vakantie foto’s doorstuurt naar je geliefde, met als boodschap dat je dat uitzicht liever met haar beleefd had.’
‘Voor mijn vriendin was het ook niet altijd makkelijk. Als ik zo’n bericht stuurde, wist ze dat het iets was wat we niet samen konden beleven. Ik heb haar ook niet kunnen steunen zoals het hoort toen ze door haar scheiding ging. Ze kon me bijvoorbeeld niet continu bereiken, ik ging niet met haar zitten telefoneren terwijl ik met mijn gezin rond de tafel zat. Achteraf bekeken vind ik het jammer dat we onze relatie niet op een normale manier begonnen zijn, dat we niet konden toegeven aan de drang van verliefden om zoveel mogelijk samen te zijn en volledig in elkaar op te gaan. Als je focust op één relatie, kun je er alles uit halen wat erin zit.’
‘Ik heb er mijn lessen uit getrokken. Ik ben weer monogaam – dit keer niet omdat het zo hoort, maar omdat ik ervoor kies. Het kost me ook geen moeite. In de vijf jaar dat we samen zijn, ben ik nog niet eens een andere vrouw tegengekomen die mijn interesse prikkelde. Ook op andere vlakken pak ik het nu helemaal anders aan. We wonen maar deeltijds samen – om praktische redenen, we hebben allebei kinderen. Maar we letten erop dat we elkaar niet uit het oog verliezen. De week dat we niet samen zijn, wisselen we berichten uit, soms niet meer dan een kus, gewoon als teken dat je aan elkaar denkt. We houden onze vriendenkring beperkt om tijd genoeg voor elkaar te hebben. En als we elk een boek lezen, zitten we dicht bij elkaar, niet elk in een uithoek van de sofa. We koesteren onze emotionele hechting.’

Eva Berghmans – De Standaard 19.07.2018

 

Vandaag de dag 19.07.2018 (2)

De kogel is door de kerk, ik ga niet mee naar zee. Met dit weer kan ik moeilijk mijn tuin en de dieren alleen laten, en bovendien het spreekt mij ook niet echt aan, en die twee jonge mensen kunnen veel beter tegen de hitte dan ik, en dus blijf ik thuis zodat zij hun gang kunnen gaan.
In plaats daarvan word ik nog eens uitgebreid verwend in mijn favoriet Catalaans restaurant in Waterloo, en daar zal ik zeker meer van genieten, dan van de kust in volle toeristisch seizoen en met dertig graden in de schaduw. Wel spijtig dat Puigdemont ondertussen naar Duitsland verhuisd is, kan hem dus jammer genoeg en met zekerheid niet meer tegen het lijf lopen…
Hoelang heeft het nu al niet meer geregend? Zes weken? En bovendien beginnen morgen de “hondsdagen”.
“Hondsdagen” is de periode die er nu aankomt van omstreeks 20 juli tot rond 20 augustus. Het is – of zou – een periode moeten zijn van heel zwoel weer en waarin regelmatig onweer mogelijk is.
De hondsdagen ontlenen hun naam aan het weer zichtbaar worden van Sirius in het ochtendgloren. Sirius is de heldere ster van het sterrenbeeld de Hond.
Ik heb ze nog niet gezien, want ik sta altijd veel te laat op, maar vanaf morgen, ga ik toch een inspanning doen om te zoeken of ik ze kan ontdekken, want blijkbaar inspireren ze ook schrijvers en dichters. We zullen daarna wel verder slapen.
http://www.fabjerennt.nl/2014/08/14/hondsdagen/

‘Zijn prachtige poëtische en plastische stijl heeft Hugo Claus niet verloren in zijn tweede roman, De hondsdagen. Het verhaal speelt zich af op meerdere evenwijdige vlakken tegelijkertijd. De feiten van het verhaal wisselen af met onthutsende dromen of beklemmende herinneringen die dan weer een bijzonder licht werpen op de feiten – en die mengeling van droom en werkelijkheid, van bewustzijn en onderbewustzijn, geeft aan het boek een ongewoon magisch reliëf. (…) In een milieu van verlopen artiesten en vrouwtjes van “liefde”, is Claus erin geslaagd de innerlijke leegheid en vermoeiende opgejaagdheid van enkele figuren tragisch te doen aanvoelen.’ – Walter Korun, Galerie Zuid

Ik heb denk ik nooit een boek gelezen van Claus, in elk geval toch nooit helemaal uitgelezen. Ze lagen mij niet, of ik was er te dom voor, ik weet het niet. Maar misschien moet je boeken ook op het juiste moment lezen, zoals nu De hondsdagen, tijdens de hondsdagen…