11 juli

Op 11 juli 2008 om tien uur ’s morgens overleed mijn moeder zachtjes in haar slaap, moe van het leven.

Moeder

De nachten dat wij waakten
en je angst in tederheid
probeerden te verjagen,
zijn lang voorbij, mijn moeder.

De uren die wij telden
en telkens weer je hijgend vragen:
‘Hoe laat is ’t kinderen?’,
helaas, het komt niet weer.

Nu ben jij tijdeloos geworden,
en wij, verbijsterd, niet begrijpend,
staren naar de klok.

En in ons hoofd de blijde dagen,
je altijd zorgend vragen.
En in ons hart
de weemoed der herinnering.

Gust Adriaensen

Op 11 juli, een paar jaar voordien, werd mijn man zijn been geamputeerd, en kreeg ik mijn zoveelste depressie.

En vandaag is het weer 11 juli, de Vlaamse Feestdag, en hopelijk blijft het dat ook. Ik ga hem in elk geval vieren in de hoop dat het eindelijk eens gaat regenen. Laat die “depressie” maar komen, want de natuur zit er op te wachten!!!

‘Vanuit het standpunt van de jeugd is het leven een oneindig lange toekomst; vanuit het standpunt van de ouderdom een zeer kort verleden.’ Schopenhauer – filosoof

Allemaal beestjes

Af en toe staat er eens een zinnig artikel inde krant. Dit is van verleden zomer, maar zal ook dit jaar wel nog een natuurlijk gebeuren zijn.

“Het is de tijd van het jaar waarin er her en der in Vlaanderen plots grote zwermen vliegende mieren opduiken. Een fenomeen dat meestal maar enkele uren duurt, want nadien verdwijnen de insecten opnieuw. Volgens kenners is daar een goede reden voor.

Op heel wat plekken in Vlaanderen komen ze rond deze tijd plots tevoorschijn: vliegende mieren. Ze zitten op terrassen, vliegen rond in winkelstraten en soms komen ze zelfs in je huis een kijkje nemen.

‘Er is zeker geen reden tot paniek’, zegt Wim Veraghtert van Natuurpunt. Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen bij de mieren. Op hetzelfde moment verlaten de vliegende mieren hun nest en gaan dan proberen te paren met de koningin. ‘Dat gebeurt heel hoog in de lucht, vandaar dat je soms grote zwermen in de lucht ziet. Wij noemen het de zogenaamde bruidsvluchten.’

Opvallend is dat de mieren van verschillende nesten op hetzelfde moment uit de grond komen gevlogen. Alsof ze onderling gecommuniceerd hebben dat de tijd rijp is. ‘Op die manier kan de koningin van het ene nest paren met mannetjes van een ander nest. Wat genetisch veel interessanter is en inteelt voorkomt.’

Het moment waarop de mieren hun nesten verlaten wordt bepaald door de temperatuur in het voorjaar. ‘Bij een warm voorjaar zien we dat het moment van de bruidsvluchten vroeger in de zomer valt, bij een koud voorjaar is het soms zelfs eind juli.’

Na de paring bijt de koningin haar vleugels af en gaat dan op zoek naar een plaats om er een nieuw nest te bouwen. De mannelijke exemplaren sterven na de bruidsvlucht.
Het is best mogelijk dat het fenomeen zich de komende weken nog voordoet want elke miersoort heeft haar eigen moment om uit te vliegen en te paren.”

Dit is toch geniaal! Dus vanaf nu zeg niet zomaar mier tegen een mier, want misschien is het hare majesteit zelf !

Mijn zoon stuurde mij vandaag ook een foto door van een vliegend hert, de grootste keversoort in ons land. Ze waren bijna uitgestorven ,maar dank zij een reddingsactie van natuurliefhebbers, vind je ze nu terug in onze tuinen en parken.Roodborst

Een beestje als een speeltje
Blozend van zijn buik tot aan zijn keeltje.
De beentjes recht en lang
Dun als een ijzerdraadje,
De boezem fier omhoog
Zonder behaatje.
Hij zingt een oerontroerend liedje.
Is het een hij, is het een zij,
Of is het een sierlijk travestietje.

Leonie Kooiker

Je innerlijke criticus

Te dom, te lelijk of te oud? Zo sluit je vrede met je innerlijke criticus

Brainwash – John-Paul Flintoff – 04.07.2019

Ik heb altijd iemand bij me. Hij gaat overal met me mee. Mijn innerlijke criticus. Hij fluistert me aldoor vreselijke dingen in. Soms zegt ‘ie: ‘Dat heb je helemaal verknald.’ Of: ‘Niemand vindt je aardig.’ Of: ‘Wie zit daar nu op te wachten?’ Allemaal vreselijke dingen. Het is verleidelijk om te denken dat ik van hem af kan komen. Maar dat kan ik niet. Jij ook niet. We hebben allemaal zo’n innerlijke criticus. Je doet net of ‘ie niet bestaat, maar je kunt die eindeloze stroom negatieve gedachten niet intomen.

Zo noemen cognitieve therapeuten het. Negatieve gedachten die je overvallen als inbrekers, die een grote puinhoop achterlaten. We hebben allemaal onze persoonlijke vorm van negatieve gedachten. Een vriendin van me wijt alles aan zichzelf, zelfs het weer. Een andere vriendin verzeilt heel snel in doemdenken. Als haar dochter te laat thuiskomt, dan moet ze wel dood zijn. Er zijn veel verschillende vormen van negatief denken. Het is er altijd en altijd al geweest. Hoe je het ook ziet – als een uiting van sociale krachten of als ‘de duivel’, of je moeder – dat stemmetje is er altijd. En ik raad je aan om het juist dichtbij jezelf te houden. Om je er juist meer van bewust te zijn. Je moet het niet negeren. ‘Weg met dat vreselijke ding.’ Of: ‘Alles gaat prima.’ Dat werkt niet, want niet alles gaat altijd prima.

Hou dat stemmetje dichtbij je en onderzoek wat het zegt. Hopelijk leer je zo je innerlijke criticus goed kennen. Dan kun je hem goed leren opmerken als ‘ie weer om de hoek komt kijken. Je herkent hem, zoals iedereen instinctmatig weet dat roze en oranje vloeken. Of dat als een luguber muziekje begint te spelen in een horrorfilm, er iets ergs staat te gebeuren. Zo herken je je innerlijke criticus, net zoals we die klanken in de muziek herkennen. Je herkent hem ook aan je lichaamstaal. Soms ben ik opgetogen. Bijvoorbeeld als ik me voorneem om een boek te gaan schrijven. Maar dan krimp ik ineen en denk ik: ‘Daar zit niemand op te wachten.’ Als je jezelf klein maakt, kun je jezelf daarop betrappen. Waarom buig je je hoofd en schouders naar beneden? Je kunt je rug ook recht houden. Zo betrap je jezelf en ondervraag je je innerlijke criticus.
Misschien kun je er op een andere manier tegenaan kijken.

Ik zal een geheim verklappen. Iedereen denkt dat wat zijn innerlijke criticus zegt, echt waar is. Maar dat idee kun je ontgroeien. Iemand zei tegen me: ‘Ik heb korte benen.’ Maar met wie vergelijk je dat? Mannen, vrouwen, kinderen? Wat is er feitelijk van waar? Soms hangt het van het publiek af met wat voor zelfkritiek we komen. Als ik omringd ben door jonge mensen, zegt mijn stemmetje: ‘Je bent te oud.’ Als ik omringd word door vrouwen, ben ik bang dat ik niet aantrekkelijk voor hen ben. Daar begin ik dan over te malen. Bedenk dat het stemmetje ook maar een mening is, geen feit. Oud? Kijk eens naar Mick Jagger. Hij gaat nog als een speer.

Er is een gedachtexperiment dat je kunt doen om je innerlijke criticus te ondervragen. Dat doe je, door zoals ik in mijn Brainwash Talk een aantal mensen op een rij te zetten. Stel, je innerlijke criticus gaat over je uiterlijk tekeer. Het stemmetje zegt dat je onaantrekkelijk bent. Door de mensen van links naar rechts te vragen om de meest aardige tot de meest hatelijke dingen te zeggen die ze over jouw uiterlijk kunnen bedenken, kun je inzien dat kritiek niet zwart-wit is. Er zijn allerlei mogelijkheden, je kunt niet alleen maar oerlelijk of superknap zijn.

Daarom zet ik die mensen op een rij en vraag ze om op mijn uiterlijk te reageren. De eerste zegt het alleraardigste over mijn uiterlijk wat ze kan bedenken. ‘Ik zou je dolgraag als schoonzoon willen. Je bent zo’n aantrekkelijke man. Zo knap en gespierd’, zegt ze. De volgende maakt het me al wat moeilijker. ‘Je hebt mooie ogen.’ Van de vleiende dingen die ik te horen krijg, ga ik naar het midden, voor iets neutraals over m’n uiterlijk. Wat kan dat zijn? ‘Je kan ermee door.’ Dan ga ik naar de negatieve kant. Als ‘je kan ermee door’ het neutrale midden is, wat is dan net iets erger? ‘Je ene oor is lelijk, het andere gaat wel’, zegt hij. Daar ben ik niet zo blij mee. Dan kom ik bij de laatste. Wat is het alleronaardigste – ik vraag er zelf naar – dat je over me kan zeggen? ‘Je bent de lelijkste man aller tijden, blijf maar beter binnen.’

Het toont aan dat er een spectrum van meningen is. En niet alleen over uiterlijk, maar ook over de vraag of je wel genoeg verdient, niet te oud bent. Anders dan klakkeloos af te gaan op je innerlijke criticus, kun je zelf besluiten bij welke mening je je aansluit. Meestal kom je dan ergens halverwege uit. Ik zou nooit de allerergste of de allermooiste dingen geloven. Onze levens bevinden zich ergens in het midden. Soms iets meer aan de positieve kant, soms iets meer aan de negatieve kant. Dit lijkt een makkelijke oefening, maar het is juist gigantisch moeilijk als we verteerd worden door negatieve gevoelens. En die negatieve gevoelens ook gaan geloven. Dan moet je dus even pauzeren en beseffen dat het je innerlijke criticus is. Je herkent zijn of haar stemmetje.

Maak dan dus even een pas op de plaats en wees niet te hard voor jezelf. Je hoeft die gevoelens niet te ontkennen. Sta jezelf toe om te zeggen: ‘Ik voel me shit.’ Dan kom je tot rust en kun je het stemmetje in breder perspectief plaatsen. Er zijn niet maar een paar meningen, maar een oneindig aantal mogelijke standpunten over bijvoorbeeld ons uiterlijk. Het is goed om dat spectrum uit te tekenen en dan zelf te bedenken wat voor jou geldt. Hou je innerlijke criticus dus dichtbij je. Accepteer de ruis. Gun jezelf wat tijd en sta jezelf toe om een andere mening te vormen. Dan heb je daarna een veel leukere dag.

John-Paul Flintoff – Schrijver

Het tijdperk van de tip

Het tijdperk van de tip
Een kleine ode aan het postmoderne levensgevoel

Facebook – Johan Sanctorum – 3 juli 2019

Elke dag krijgen u en ik er wel een paar, via familie, vrienden, de cafébaas, Facebook, kranten en magazines: nuttige tips die het leven vergemakkelijken en/of veraangenamen. Do’s of don’ts die niet teveel moeite kosten maar toch vrij snel effect oogsten waarna u die raad natuurlijk doorgeeft om deze wereld tot een betere plek te maken. Tips om te vermageren, te verdikken, onkruid biologisch weg te houden, alcoholvrije cocktails, voorzorgen bij hittegolf, hoe je partner of jezelf een orgasme te bezorgen, zo weinig mogelijk belastingen betalen. Ook wel negatieve suggesties zoals: nooit bier met wijn mengen of ga niet naar Bagdad op vakantie.

De tip is een openbaar geheim dat steeds meer openbaar wordt en toch zijn discreet karakter behoudt, hij wordt in een fluistertoon doorgegeven, zelfs indien gedrukt in een oplage van honderdduizend. Zo’n mysterie valt verder niet uit te leggen en dat is ook niet nodig want iedereen begrijpt het perfect.

Essentieel is de non-profit-dimensie, zeg maar het altruïstisch karakter. De tipgever is iemand die meer weet, dikwijls uit eigen ervaring, en die wetenschap ook onbaatzuchtig wil delen zonder er voor- of nadeel van te willen ondervinden, behalve enig aanzien en dankbaarheid. Daarom vind ik een reclamebord een absolute ontaarding van het tipisme: ‘Drink Coca Cola’ of ‘Stem voor X’ behoren tot het soort doe-boodschappen met maar één doeleinde, namelijk het profijt van de auteur. Dat staat voor mij op hetzelfde niveau als iemand anoniem een brief met een kogel opsturen om hem het zwijgen op te leggen. De reclame heeft de tip verkloot en gepornificeerd. Opzettelijk foute tips, om iemand schade te berokkenen, vind ik overigens al even goor.

Alleszins is, naast de onbaatzuchtigheid van de gever, ook de vrijheid van de ontvanger essentieel: een tip kan men vrijelijk negeren zonder dat men daarop wordt aangesproken. Zet oesters vijf minuten voor het opendoen in de diepvries, dan blijven ze fris in de schelp. Of doe het niet. Recepten vormen zowat de maximumstructuur: een tip met een stappenplan. En ook daar zijn afwijkingen toegestaan, zelfs aan te bevelen. Het is de stenen tafel van Mozes, vergruisd tot kiezeltjes en bevrijd van alle dwang: geen geboden of verboden meer, geen voorschriften of wetten, niet eens een reglement, maar nuttige aanbevelingen, veelal in Youtube-filmpjes aanschouwelijk gemaakt, die het leven aangenamer of minder onaangenaam maken. Het internet is eigenlijk één grote vergaarbak vol tips. Pure levenskunst is dat, informatie die onder gelijken wordt uitgewisseld, los van alle rangorde en geheel vrijblijvend.

In se betreft het dus een zeer Epicureïsch fenomeen, Epicurus was overigens dé filosoof van de losse tips, zeer in tegenstelling tot systeemfanatici als bijvoorbeeld Plato. Op een echte leer heeft men E. nooit kunnen betrappen, want dat zag hij, zeer terecht, als een bron van ellende. Het intrinsieke amateurisme van de doe-het-zelver heeft tenslotte gemaakt dat de professionele coach, in de gedaante van de tovenaar, priester, medicus, leraar, adviseur, TV-kok, etc. heeft plaats gemaakt voor de huis-, tuin- en keukenexpert die we allemaal zijn. Laat je gazon eens twee weken doorgroeien en maai hem dan op een tandje lager: alle onkruid weg. Niet doen bij droog weer.

Burreken

Maar pas op. Het merkwaardige aan vele tips is dat ze zelfdovend zijn als ze massaal worden opgevolgd. Tips over een mooi plekje bijvoorbeeld, ‘nog niet platgelopen door toeristen’, of een lekker én goedkoop restaurantje. Of een alternatieve route zonder files. Wie dat soort gelegenheden promoot is een domoor, want als iedereen naar die niet-platgelopen oorden holt of de alternatieve route gebruikt, kan men het effect raden.

Jaren aan een stuk gingen wij naar de Zeeuwse kust op vakantie, en raadden al onze vrienden aan dat ook eens te doen: zo rustig, ongerept, gastvrij. Het resultaat is dat sommige van die stranddorpen steeds meer op Blankenberge zijn gaan lijken, met prijzen op de menukaart die meer aan Knokke doen denken. Moraal van dit verhaal: zwijg als vermoord over die betere plek. Tips moeten ook af en toe niét gegeven worden.

Het bijvoegsel van Knack, Weekend-Knack geheten, staat vol van die zelfdovende aanbevelingen. Zo worden ons deze week Tien wandelingen in prachtige Belgische natuurgebieden aangeboden. Dat is gewoon obsceen, ik wik mijn woorden maar zo’n artikels verdienen van gecensureerd te worden. ‘Geprangd tussen de heuvels van de Vlaamse Ardennen ligt een van Vlaanderens mooiste bos- en natuurgebieden verstopt: het Burreken’, zo begint dat. En ik maak het nu nog erger door het artikel ook nog eens te citeren: allen op naar het maagdelijke Burreken waar straks een kuisploeg de her en der slingerende plastic flessen, sigarettenpeuken en condooms zal bijeen rijven, wat ons naadloos bij het onderwerp van mijn vorige column brengt: de files op de Mount Everest, vol gelegenheidsalpinisten die een tip kregen. Zie ook het ecotoerisme op de Galapagos-eilanden, nu omver gelopen door rijke groenen: had Darwin er maar niet over gerept. Niet alles moet gecommuniceerd worden, geheimhouding is soms de beste strategie om dingen niet kapot te maken.

Afgezien van deze valkuilen blijf ik een enorme aanhanger van de vrijblijvende aanbevelingen en vind ik elk gebod of verbod een zwaktebod. Wat alu-folie rond het punt waar bananen aan mekaar zitten, dan worden ze minder rap bruin, meer moet dat niet zijn. Is dit echt het einde van de geschiedenis, of komt er nog een tijdperk na dat van de tip? Ja, als ooit eens iemand al die nuttige tips weet te verzamelen en weer tot één grote Tip herleidt. Zo’n morele Einstein verschijnt elke duizend jaar, ik hoop de volgende niet te hoeven meemaken. De Tip met hoofdletter, verpakt in een systeem, is pure terreur, de verkondiger een kwelling voor de mensheid, ik ga geen namen noemen, u kent ze ook.

Laten we de Grote Boodschap dus zo lang mogelijk uitstellen door de banaan als maatstaf van alle dingen te nemen. Strooi ze kwistig rond, de tips, en pik ze ook op. Interpreteer ze naar goeddunken, varieer en pas ze aan, geef ze door en vind vooral ook nieuwe uit. Laat geen veralgemeningen of grote wijsheden toe, blijf op de begane grond. Weer elke zweem van eigenbelang bij de tipgever, denk alleen aan het uwe. Ik laat u, voor dit zelf een grote boodschap wordt.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent, uitgever/hoofdredacteur van het filosofisch tijdschrift «O», theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever.
Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen.
www.visionair-belgie.be

Maurice

Rechtszaak rond Franse haan Maurice van start onder massale persbelangstelling

Het Laatste Nieuws – 04.07.2019

In de Franse stad Rochefort ten noorden van Bordeaux is vanmorgen de rechtszaak begonnen rond de haan Maurice. Het ‘proces van de eeuw’ zoals het schertsend wordt genoemd beroert in deze nieuwsluwe tijden heel Frankrijk. Maurice is ondertussen niet langer een gewone haan, maar het symbool van het Franse platteland dat opkomt voor zijn rechten tegen de stedelijke elites uit Parijs.

Maurice is een fiere inwoner van het dorpje Saint-Pierre-d’Oléron op het eiland Oléron voor de Franse westkust, en laat dat ook graag horen. Want Maurice doet wat wel meer hanen doen: kraaien. Maar misschien net dat tikkeltje vroeger en luider dan zijn soortgenoten. Of dat vinden althans de buren van eigenares Corinne Fesseau, een gepensioneerd koppel dat een vakantiehuis bezit naast de tuin van Corinne.

De twee liggen ondertussen al twee jaar in conflict met hun buurvrouw, omdat ze vinden dat Maurice te vroeg en te veel lawaai maakt. Ze willen liefst dat de haan ‘s nachts opgesloten zit, maar daar denkt Corinne in de verste verte niet aan. Volgens haar horen geluiden nu eenmaal bij het leven op het platteland en hoeven stedelingen haar niet te komen vertellen wat zij, die er al heel haar leven woont, mag en niet mag doen. “Mijn haan is hier geboren en hij zal hier blijven’, zei ze eerder. “Er is geen sprake van dat iemand me van hem zal scheiden. Ik ga niet buigen voor die mensen die hier voor twee weken met vakantie komen.”

Rechtszaak

De kwestie beroert ondertussen het hele land, nu in Rochefort een rechter zich vandaag over Maurice en de vraag of hij nu echt te luid is of niet heeft gebogen. Elke Fransman en Française heeft er wel een mening over, en vooral de inwoners van het platteland roeren zich. Want Maurice staat voor meer dan gewoon een haan, sowieso al het symbool van Frankrijk. Ondertussen is hij uitgegroeid tot de mascotte van het landelijke Frankrijk, dat veraf staat van de elites in de steden en van de ‘politici die alles boven de hoofden van de inwoners beslissen’ en nu ook nog eens zouden gaan bepalen hoe luid een haan mag kraaien.

Eigenares Corinne zag zich vanmorgen bij de rechtbank gesteund door een heus steuncomité van andere haneneigenaars en hun dieren. Aan de verzamelde pers verklaarde ze opnieuw de klacht van haar buren niet te begrijpen. “Op het platteland heb je geluid, minder dan in de steden, maar ze zijn er wel, dat is normaal. Die moet je verdragen. Als wij naar hen gaan, naar Parijs bijvoorbeeld, daar heb je de metro’s, de bussen, de treinen, het verkeer. Als we daar niet tegen kunnen, gaan we weg.”


De burgemeester van Saint-Pierre-d’Oléron steunt Corinne en heeft al een besluit genomen om “de manier van leven op het platteland te beschermen, met name rond de aanwezigheid van dieren op het erf”. Een andere politicus beloofde Corinne dan weer in Parijs te strijden om de geluiden van het platteland te laten klasseren als ‘nationaal patrionium’.

De zitting in de rechtbank ging vandaag specifiek over de vraag of het huis van Corinne in een stedelijk of een landelijk gebied ligt en hoe hard Maurice dan mag kraaien. De rechters zullen op 5 september een uitspraak doen.

De balans

Toen mijn man in 2011 overleed hebben de familie en de vrienden van weleer mij beloftes gedaan die ze niet hebben kunnen houden; je weet hoe dat gaat… Niks meer van gehoord en gezien en degene die af en toe nog een poging wagen om mij gelukkig te maken met een dode mus, hou daar mee op, want het is vernederend en pijnlijk. Ik red het wel zonder jullie, want er is Facebook nietwaar, en er zijn de vrienden van nu, nieuwe vrienden en zelfs betere. Op een dag overkomt iedereen hetzelfde, alleen-achter-blijven zoals dat heet.

Maar zo is het niet hoor, er zijn nog de anderen, de ontdekkingen, de kracht in jezelf, de nieuwe uitdagingen, kortom de wereld om je heen, en er is vooral de vriendschap voor jezelf, en de moed om de balans af en toe op te maken van al wat je overkomt en het leven te aanvaarden zoals het is, ook het verlies ervan.

Wie mij heden ten dage nog valse beloftes doet, die vliegt na een tijdje uit mijn leven. En er zijn er nog veel die zeggen dat ze “eens afkomen” en die je uiteindelijk nooit ziet opdagen.

Niemand hoeft mij per se gezelschap te houden, maar zwijg dan, en toon wat meer respect voor andermans gevoelens. Een mens is immers geen hond die af en toe moet uitgelaten worden!

In elk menselijk hart bevinden zich een tijger, een varken, een ezel en een nachtegaal. Het verschil in karakter is het gevolg van hun ongelijke activiteit.

Dixit: Ambrose Bierce