Spelen

In het kinderdagverblijf hoort uw peuter sinds kort veel minder ‘pas op’ en ‘niet doen’.

‘Spel zonder enig risico is oersaai.’

Peuters mogen weer wilder spelen

De Standaard – Veerle Beel – 16.09.2019

Tot voor een paar jaar organiseerden ze in het kinderdagverblijf Het Elfenbankje in Gent elke vrijdag een ‘turnhalfuurtje’: van negen tot halftien ’s ochtends. ‘We creëerden dan een klimparcours, waarbij we zo opgesteld stonden dat we elk kind bij de hand konden nemen’, zegt kinderbegeleidster Elisabeth Vandevoorde. ‘Als een kind onder de tafel wilde kruipen, in plaats van erboven zoals wij hadden voorzien, zeiden we: nee, niet doen!’

‘Nu laten we de kinderen zelf kiezen hoe ze de stoelen bijeen willen schuiven, en hoe ze erover willen klauteren. Of springen, als ze dat durven. We blijven in de buurt, maar we nemen bijna nooit meer een kind bij de hand.’

Lange tijd stond in kinderdagverblijven de absolute veiligheid voorop. Elk risico moest worden uitgesloten, want kinderbegeleiders vonden het niet leuk om ’s avonds tegen een ouder te moeten zeggen dat hun peuter een bluts of een schram had. Bovendien kijkt Kind en Gezin mee over hun schouder, en die organisatie heeft de naam streng in de leer te zijn.

Durfals en bange hartjes

Nu waait er een nieuwe wind, die wordt aangestoken door de Arteveldehogeschool. Twee jaar lang werkte het RePLAY-onderzoeksteam van de hogeschool samen met tientallen kinderdagverblijven, om er risicovol spelen te introduceren.

‘Het gaat uiteraard om aanvaardbare risico’s’, beklemtoont docente Helena Sienaert. ‘We willen kinderen niet in gevaar brengen. Een spijker die uitsteekt aan een speeltuig, moet verwijderd worden. Die dient nergens toe en kan kinderen verwonden. Een muurtje in de tuin kan ook gevaarlijk zijn, maar biedt toch kansen om erop of erover te klimmen. Onder toezicht kan dat leuk en leerrijk zijn.’

‘Kinderen moeten in staat zijn om het risico in te schatten en te nemen. Ze moeten beseffen dat de kans bestaat dat ze zich even pijn zullen doen, maar dat het ook goed kan gaan. Er is vaak twijfel aan verbonden, en onzekerheid: kan ik dit wel? Het verhoogt hun competenties en hun zelfvertrouwen, en biedt spanning en spelplezier. Spel zonder enig risico is alleen maar oersaai.’

‘In de praktijk zien we dat kinderen heel goed voor zichzelf kunnen uitmaken hoe ver ze willen gaan. Het ene kind zoekt al meer risico op dan het andere. Je hebt nu eenmaal durfals en bange hartjes.’

‘Een peuter van tien maanden die nog niet kan stappen, was gisteren bij ons op de glijbaan geklommen. Vroeger zou ik meteen ingegrepen hebben’, zegt Kristien Lievens, kinderbegeleidster bij De Bubbels in Gent. ‘Nu heb ik gekeken hoe hij naar boven klom. Toen moest ik wel helpen, omdat hij niet wist hoe hij er weer af kon. Over een week of twee, als we hem nog een paar keer tonen hoe het lukt, zal hij het wel alleen kunnen.’
Lievens geeft toe: ‘In het begin waren we ons houvast kwijt. We lieten alle vroegere regels los. De kinderen voelden dat, en er ontstonden conflicten. We hebben geleerd dat je niet alles moet toelaten. Nu mogen ze niet meer op de eettafel klauteren. Dat mag alleen op de tafel in de speelhoek.’Groenten snijden

Voor ouders die zich nieuw aanmelden, is het verhaal van het risicovolle spelen wel even schrikken. ‘Op de wendag voor nieuwe ouders maken we altijd soep klaar. Peuters krijgen dan een mesje om groenten te snijden’. zegt coördinator Marijke Prieels. ‘Als je dan nog maar pas een baby hebt, kijk je daar wel even van op. Maar het welbevinden van onze kinderen is sinds de samenwerking met dit onderzoeksproject alleen verhoogd.’

Het onderzoeksproject RePLAY Toddler wordt afgerond met de publicatie van een toolbox en een draaikalender met 52 uitgewerkte tips voor risicovol spelen: handig om wekelijks een nieuwe manier van spelen te proberen. Het wordt voortgezet onder de noemer RePLAY 3-6 en mikt dan op de kleuterscholen.

Info: arteveldehogeschool.be/risicovolspelen

Steun van Kind en Gezin
Kind en Gezin steunt het pleidooi voor risicovol spelen in de kinderopvang, zegt Veerle De Vliegher, beleidsmedewerker voor alles wat met veiligheid te maken heeft.

‘We hebben de naam dat we op alle slakken zout leggen: o wee als het gras te lang is of als je peuters laat knutselen met wc-rolletjes. Soms is dat een makkelijk excuus en zegt men: ‘‘Jamaar, dat mag niet van Kind en Gezin’’. We bestaan honderd jaar, maar zijn een organisatie die mee evolueert met de tijd. Dat willen we ook hier doen. We hebben uit dit project geleerd dat we niet moeten gaan voor zoveel mogelijk veiligheid. Wel voor zoveel veiligheid als nodig.’

De Vlieger belooft daarbij dat Kind en Gezin al zijn communicatie over veiligheid zal herzien: ‘We zullen alles navlooien en aanpassen, zodat risicovol spelen erin aangemoedigd wordt – en zeker niet afgeremd.’

Acht keer risicovol spelen

● op hoogte: op een stoel of tafel klimmen, of in een boom
● met snelheid: lopen, fietsen
● met een gevaarlijk voorwerp: een stok, schaar, mesje
● op een gevaarlijke plek: bv. die niet omheind is
● stoeispelen: worstelen en over elkaar heen klauteren
● met impact: met fietsje tegen muur botsen, spullen op de grond gooien
● uit het zicht: bv. verstopt onder tafel
● plaatsvervangend: kijken naar ouder kind dat risico neemt (en daar ook plezier aan beleven en misschien ook iets uit leren)

FILM: The Square

Claes Bang speelt de curator van een prestigieus museum in Stockholm die uitpakt met een nieuwe installatie: ‘The Square’ is letterlijk een vierkant op de grond, waarin mensen kunnen staan en alleen maar altruïstische dingen mogen doen. Alleen is hij er met zijn gedachten niet bij omdat zijn gsm is gestolen.

Östlund spot met het milieu waarvan hij zelf deel uitmaakt, in een afstandelijk geregistreerde opeenvolging van scènes, waaronder de meest trieste onenightstand ooit. En een werkelijk onvergetelijke finale, waarin een acteur plots een aap begint uit te beelden, midden in een chique soirée. De moraal: zelfs kunst met een grote K kan je niet helpen als je rondloopt met een leegte in je ziel.

Een op en top surrealistisch meesterwerk waarin Östlund (‘Turist’) gretig de draak steekt met het politiek correcte kunstwereldje en het decadente circus daarrónd. Verdiende winnaar van de Gouden Palm.

The Square won verrassend de Gouden Palm in Cannes en zal ook de Zweedse inzending zijn voor de Oscars. Zweeds regisseur Ruben östlund (Turist) is een meester in de sociale gêne en het subtiel afbrokkelen van het imago van herkenbare personages. Door het briljante script is het verhaal van de geliefde Christian die langzaam wegzakt in een moreel moeras pijnlijk ongemakkelijk, maar ook een verfrissende spiegel van onze eigen vooroordelen. En met de meest gedenkwaardige scène van het filmjaar 2017 is The Square een absolute must-see.

Ondanks het feit dat ik bijna mijn halve leven vrijwilligerswerk heb gedaan heb ik het , net als de filosofe Ayn Rand niet zo voor altruïsme, en zou er zeker niet graag afhankelijk van zijn.

Ayn Rand: Altruïsme betekent dat de mens geen recht heeft om te bestaan voor zichzelf, dat dienst voor anderen de enige rechtvaardiging is van zijn bestaan en dat zelf-opoffering zijn hoogste morele plicht, deugd en waarde is.
Dit heeft niets te maken met vriendelijkheid, goodwill, respect, weldadigheid.
Niet het geven van een aalmoes aan een bedelaar is essentieel. Essentieel is of je zelf wel of niet het recht hebt om te bestaan zonder hem die aalmoes te geven.
Ayn Rand, geboren als Али́са Зино́вьевна Розенба́ум, was een Russisch-Amerikaans romanschrijfster en filosofe. Ze was de grondlegster van het Objectivisme, een filosofische stroming. Ze groeide op in Rusland en emigreerde in 1926 naar de VS.

In onze maatschappij moeten ouderen, kinderen, zieken, gehandicapten, thuislozen, armen, ja zelfs de natuur, en andere behoeftigen, beroep doen op liefdadigheid en vrijwilligerswerk en waarom worden bijvoorbeeld banken en bedrijven wanneer die in nood zijn geholpen met overheidsgeld, ons geld dus?!

Ik heb op internet heel verschillende uitleg en houding tegenover altruïsme gevonden, en ik heb een voorkeur voor de eerste.

1. Altruïsme, wat is het werkelijk?

Altruïsme, wat is het eigenlijk?
Volgens de kerk is dit het grootste morele goed wat men maar kan uiten.
Volgens de Staat is het een noodzakelijkheid voor mensen om met elkaar te kunnen leven.

Maar wat is het nu werkelijk, en bestaat het wel als een op zichzelf staande doctrine, of is het een eufemisme voor iets anders.

Deze vraag heeft mij enkele weken bezig gehouden, en trek hier mijn conclusie

Naar mijn mening is altruïsme een term die gebruikt is om te misleiden, het wijkt af van de basis beginselen voor een bepaalde situatie en komt uit de bus als iets goed, wanneer mensen het woord horen.

Echter zit er een bepaalde verwarring in het begrip altruïsme, wat er voor zorgt dat mensen er niet zo hard mogelijk van weg rennen of schrikken. Het begrip krijgt echter een hele andere betekenis waneer we emotionele waarde beter kunnen omschrijven.
Er zijn enkele zaken die ik moet bespreken en toelichten voor ik op altruïsme in kan gaan, dus lees rustig verder.

Persoonlijke waardering

Een mens handelt naar mijn mening, naar de hand van zijn eigen morele en emotionele waarde. Deze waarde zal deze persoon altijd voor zichzelf zo aantrekkelijk mogelijk maken, voor zichzelf en in de directe omgeving.

Wanneer iemand bijvoorbeeld enorm veel waarde hecht aan het welzijn van zijn echtgenoot is dit begrijpelijk, en zal deze persoon er ook naar handelen om deze persoonlijke waardering van een emotie te versterken of te uiten. Of iemand hecht bijvoorbeeld waarde aan een bepaalde diersoort, waar hij/zij een bepaalde waardering voor heeft. Zo heb ik zelf een positieve waardering voor honden, en zou hondenleed mij ook kunnen overtuigen om te geven aan een goed doel met als doelstelling, het beëindigen van hondenmishandeling.

De waardering van een mens kan zowel positief als negatief zijn, zo ben ik verzot op honden maar ziet iemand anders het liefst al die beesten verdwijnen uit zijn omgeving. Een verbod op honden zou deze persoon dan ook steunen, wat ook zou kunnen is dat deze persoon een “ goed doel” steunt wat mensen afraadt honden te bezitten en deze met geld afkoopt om er vanaf te zien.

Noem het een soort anti-honden subsidie.

Zoals je ziet in simpele voorbeelden die op iedereen van toepassing zijn, heeft een mens een bepaalde waarde voor diverse zaken, en deze zijn per persoon verschillend.
De handelingen die ik gebruik zijn uitingen van die waarde of correcties op negatieve waarden, die we positief willen maken naar onze eigen persoonlijke waardering van zaken, zoals de honden hater dat deed.

Zo hecht ik een negatieve emotionele waarde aan het leed van andere mensen, daarom zou ik iemand ook helpen bij een auto ongeluk, niet alleen voor de persoon, maar ook omdat ik leed iets negatiefs vind. Zou een tamelijk ziek persoon het beeld van een auto ongeluk emotioneel positief vinden, zal deze er ook niets aan doen tenzij hij/zij hier in gedwongen wordt.

Als we nog een situatie schetsen, waarin ik als hondenliefhebber onder dwang een honden mishandelaar moet steunen in het uitvoeren van zijn positieve waardering (namelijk het mishandelen van honden) terwijl dit tegen mijn eigen positieve emotie is tegenover honden, dan kan men spreken van altruïsme.

Eigen belang.

Ayn Rand omschrijft in dit youtube filmpje(skip naar 6:28)een bepaalde vorm van wat velen altruïsme noemen, als het uitwisselen van kerst cadeaus, echter kan hier geen spraken zijn van altruïsme. Het is een daad die verricht wordt met de verwachting dat deze persoon iets terug doet voor deze daad.

Dit is geen altruïsme, maar een duur etentje met je leverancier in de hoop dat hij je vervolgens een flinke korting geeft in de toekomst.

Dit is een onderhandeling op emotionele en ook zakelijke basis, die de een bij de ander in het krijt zet.

Of zoals Publilius Syrus eens zei: “ Beneficium accipere, libertatem est vendere / Wie een gunst accepteert, verkoopt hiervoor zijn vrijheid”. Het is een daad die iets terug verwacht in het belang van de gever van de eerste gunst. Dit staat geheel los van altruïsme gezien het met eigen belang is dat men “ goed doet”. Daarbij kan de ontvanger van die gunst ook nog eens onder sociale druk worden gezet wanneer hij/zij niet een gunst terug wenst te doen die deze persoon zelf als negatief waardeert.

Het verkrijgen van status, eer of aanzien

Enkele voorbeelden hiervan zijn;
– Kijk eens hoe goed ik voor mijn moeder zorg.
– Dankzij mij hebben die zwervers te eten/onderdak
– Ik heb 50 euro gegeven aan Haïti, hoeveel heb jij gegeven? Ik ben de weldoener
Een daad die gedaan is, in de eerste instantie als “ goede wil”, waar men zichzelf een bepaalde status, eer of aanzien mee toekent. Iedereen maakt zich hier schuldig aan vroeg of laat.

Het kan simpel zijn als een gesprek onder familieleden bij een reünie, waar men opschept over hoeveel men gegeven heeft aan een goed doel, en hier een bepaald aanzien van verwacht. Of het kan groots zijn als een politicus die stemmen en status verwacht omdat hij/zij zoveel mensen aan een baan heeft geholpen.

Ook hier kan geen spraken zijn van altruïsme omdat de persoon zelf handelt volgens een waardering die in zijn ogen positief is en daarbij ook nog eens, dit kan persoonlijk zijn of van anderen, status of eer verwacht. Op persoonlijk vlak uit dit zich in het geven van een persoonlijk schouder klopje in de zin van “ dat heb ik toch maar mooi geflikt”. Dit gaat natuurlijk gepaard met de persoonlijke waardering voor de daad die gedaan is, iemand beloont zichzelf niet op emotioneel vlak voor het doen van iets wat tegen de persoonlijke waardering in gaat.

Altruïsme is…

Zoals ik in een eerder artikelal duidelijk heb proberen te maken, helpen mensen elkaar nooit zonder eigenbelang of eigen beloning. Onze hersenen handelen op een manier zodat we een beloning krijgen wanneer we iets nastreven wat voor ons een positieve waardering heeft.

Of dit nu andere mensen helpen is, of een daad verrichten die een persoon beter over zichzelf laat voelen. Alle voorbeelden die ik hier boven noemde zijn niet te koppelen aan de letterlijke definitie van altruïsme, het mist namelijk altijd het stukje “ onzelfzuchtigheid”. Gezien onze hersenen ons zelfs belonen wanneer wij een goede daad verrichten of handelen op een manier tegen een ander zoals wij zelf ook behandeld zouden willen worden, is er altijd een persoonlijk aspect aanwezig om in overweging te nemen alvorens het als een altruïstische daad te zien.

Vandaar dat naar mijn mening een mens onmogelijk altruïstisch kan zijn, tenzij er een vorm van dwang aanwezig is. Een mens zal namelijk nooit handelen tegen zijn waardering voor de daad in, zonder zichzelf emotioneel te belonen, of eer of status toe te kennen. De enige situaties waarin zich dit echter wel voor doet is wanneer er een vorm van dwang aanwezig is.

Dit kan sociale dwang zijn in de vorm van angst, bijvoorbeeld om buitengesloten te worden door de gemeenschap, of dwang van een staat of iemand die van jou verlangt deze daad te verrichten.

En dan komen we op een definitie die ik voor mijzelf gemaakt heb, waar het sterk mee overeen komt.

Slavernij: Onder dwang of dreiging, onvrijwillig zonder wederzijdse overeenstemming, het afstaan van goederen en/of vrijheid ten behoeve van een ander.

Onder dwang of dreiging handelen naar de wil van een ander die de persoon die de handeling verricht als eigendom bezit.

Conclusie:

Ik concludeer dat altruïsme een onnatuurlijk fenomeen is wat enkel en alleen afgedwongen kan worden op een manier zoals slaven gedwongen worden te handelen ten dienste van hun meester of anderen. Het woord op zich lijkt sterker op een eufemisme voor dwang en slavernij dan dat het in de buurt komt van een daad uit goede wil.

Het liefst zie ik daarom ook het woord geschrapt als begrip in het handelen van mensen, omdat de basis er van altijd neer komt op dwang of een vorm als slavernij wanneer een staat of kerk van je verlangt dat jij jezelf ten dienste stelt van en ander zonder enige vorm van zelfzuchtigheid.

Dus hoe kunnen we de lading beter dekken met wat vele mensen nu kennen als altruïsme?

Naar mijn mening is dat simpelweg “goede wil tonen”, maar heb geen illusies dat deze onzelfzuchtig zal zijn, gezien de daad anders nooit verricht zou worden.

En laten we het eufemisme van dwang, altruïsme genaamd, alstublieft nooit en te nimmer als iets goeds beschouwen.

Het begrip wat wij nu zien als altruïsme, komt eigenlijk neer op een goede daad die zijn basis vindt in egoïsme, you scratch my back, i’ll scratch yours.
De rest is slechts een uiting van de persoonlijke waardering, zowel emotioneel als materieel, voor deze daad, situatie, persoon of wat dan ook in kwestie.

Bron: Vrijspreker.nl
De Vrijspreker streeft naar een maatschappij waarin ieder mens soeverein is: ieder mens heeft het recht zijn leven te leiden zoals hij zelf wil, zolang hij datzelfde recht van ieder ander respecteert.


2. Altruïsme
betekenis & definitie

Gedrag dat iemand uitvoert ten gunste van een ander en ten koste van zichzelf
Altruïstisch gedrag komt veel voor in de menselijke maatschappij. Mensen zijn vaak bereid om zonder eigenbelang of zelfs met aanzienlijke risico’s voor hun eigen veiligheid anderen te helpen, denk aan het redden van een drenkeling, het opkomen voor een vriend in een gevecht, het verzorgen van hulpbehoevenden, of het doneren van geld aan noodfondsen. Het prototype van de altruïst is de Barmhartige Samaritaan uit de Bijbel (Lucas 10).

Altruïstisch gedrag komt ook veel voor bij dieren, vooral als ze in groepen leven (apen, olifanten, bijen en wespen). In de evolutiebiologie wordt de vraag gesteld hoe altruïsme zich in een populatie kan handhaven, immers het verlaagt de fitness van de altruïst en het bevordert de fitness van iemand anders. Door natuurlijke selectie zou zulk gedrag uit de populatie moeten verdwijnen. Er zijn verschillende verklaringen die elkaar niet uitsluiten. Bij dieren is altruïsme vaak wederkerig (ik ben goed voor jou als jij straks goed bent voor mij), of gericht op verwanten. Altruïstisch gedrag naar verwanten zoals kinderen, broers of neven, kan voordelig zijn voor de altruïst omdat daarmee de verspreiding van de eigen genen bevorderd wordt; men noemt dit verwantenselectie.

Bij de mens gaat altruïstisch gedrag echter verder dan wederkerigheid of verwantenselectie. Evolutiebiologen zoeken de verklaring in de zeer sterke sociale oriëntatie van menselijk gedrag. De fitness van elk individu wordt verhoogd bij deelname aan een groep omdat een groep effectiever om kan gaan met moeilijke omstandigheden. Altruïsme is te zien als een aanpassing die het effectief functioneren in een groep verzekert.

Bestel nu het nieuwste boek van Ensie, de “Encyclopedie van de Evolutiebiologie” door prof. dr. Nico M. van Straalen.

BOEKEN

Van de film heb ik genoten!

 

Lust en liefde

Lust en liefde

‘Iemand die op haar 79ste weet dat ze aantrekkelijk wordt gevonden, beleeft seks op een andere manier’

In een huwelijk dat al 58 jaar duurt, is er voor seks vaak geen plaats meer. Maar bij Paul (83) en zijn vrouw flakkert het verlangen naar lichamelijk genot heel soms nog op.

De Morgen – Corine Koole – 15 september 2019

“Het was nieuwjaarsdag 2019. Mijn vrouw zat op de bank en keek naar het nieuwjaarsconcert. De avond ervoor waren we laat thuis gekomen van de nieuwjaarsviering bij onze kleinzoon, vermoeid en futloos hadden we een laat ontbijt gemaakt, en nu deed mijn vrouw zich tegoed aan de polkaklanken uit Wenen. Wij zijn bijna 58 jaar getrouwd. Ik ging naast haar zitten en droomde een beetje weg en dacht hoe fijn het zou zijn als we nu, hier, op deze comfortabele muziek konden klaarkomen. Een verrassende gedachte, die ik meteen weer wegduwde. In de slaapkamer was het overdag behoorlijk koud en bovendien stond daar geen tv.

En toch, naarmate ik langer naar de muziek bleef luisteren, groeide het verlangen. Ik liep naar boven, pakte twee matrasjes waar de kleinkinderen soms op slapen en nam ze mee naar beneden. Ik zette het beeld van de tv uit en de thermostaat flink hoger. Ik moest denken aan die andere keer dat ik iets dergelijks in mijn hoofd had gehaald, dat was nog in de tijd van de kolenkachel. We hadden strippoker gespeeld, mijn vrouw en ik, maar het was een fiasco geworden. De kachel was uitgegaan en wij zaten bibberend tegen elkaar aan. Dit keer zou het anders gaan. Ik deed de gordijnen dicht. Mijn vrouw moest zo langzamerhand wel een idee hebben van mijn bedoeling, maar ze vertrok geen spier. Er zijn vrouwen van 79 die nooit van hun leven op een nieuwjaarsdag op een matrasje in de woonkamer zouden gaan liggen, maar zo’n vrouw heb ik niet. Ik wist allang dat ze mee zou doen. Dat is het leuke aan haar, altijd in voor iets nieuws. Zonder commentaar sloeg ze me gade. Ze was benieuwd naar wat er komen ging, zag ik, ze had er vertrouwen in.


Toen alles klaar lag, trok ik mijn kleren uit en ging poedelnaakt liggen. Het was jaren geleden dat ik met zoveel aandacht seks gepland had. Nu was het zaak ook de rest van mijn plan zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen.

Meestal gaat het bij ons zo: de een vraagt aan de ander: zullen we gezellig klaarkomen? En dan gaan we, meestal aan het einde van de middag, bij elkaar liggen en pakken de vibrator. Ik heb al heel lang geen erecties meer, ook viagra helpt niet meer. Maar orgasmen zijn er nog wel. En die zijn altijd heel plezierig. Mijn vrouw heeft gelukkig na al die jaren niets aan aantrekkelijkheid ingeboet. Haar gezicht is met het ouder worden misschien iets strenger geworden, maar haar billen, haar krullen en haar spiermassa lijken die van een jong meisje. Een half jaar geleden heb ik haar eens gevraagd of ik haar voldoende liet merken dat ze begeerlijk was. Ze aarzelde geen moment. ‘Ja, dat vind ik wel’, zei ze. Haar antwoord maakte me blij. Iemand die op haar 79ste weet dat ze aantrekkelijk wordt gevonden, beleeft seks op een andere manier dan iemand die daarover twijfelt. Hoe aantrekkelijker we elkaar vinden, hoe vaker we seks hebben en hoe vaker we seks hebben, hoe aantrekkelijker we zijn voor elkaar. Laatst zei ze in het voorbijgaan: ik heb voor jou mijn haar in een staartje gedaan, en dankbaar wierp ik een blik op haar onveranderd mooie hals.

Zachte verlangen

Nu begon ook mijn vrouw zich uit te kleden en kwam ze naast me liggen. Spanning was er niet. Wij hebben twee kinderen samen opgevoed, ­crisissen doorstaan, carrières opgebouwd en weer afgebouwd. Nu waren we vooral nieuwsgierig wat er zou volgen. Zij zal gedacht hebben, dit is jouw project, verras me maar.
­
En ik was me ervan bewust dat ik met grover geschut moest komen dan op andere dagen.

Met meer aandacht.

Ze houdt ervan als ik haar oorlelletjes kus, dat doe ik lang niet altijd, maar dit keer wel. Ik streelde haar lichaam en gaf haar kleine kusjes, ook daar was het al een tijdje niet van gekomen. Ze heeft weleens gezegd – nooit geklaagd – je moet iets romantischer zijn, dat vind ik fijn. Nu kuste ze mij terug en kneep in mijn ballen en raakte mijn tepels aan.

En opeens gebeurde het en werd ik weer die jongen van vroeger die een meisje versiert zonder de afloop te kennen, een jongen die ­probeert zijn vage verlangen om te zetten in een concreet plan, en zijn geluk beproeft. We mogen dan soms over van alles discussiëren, over hoe vaak er gestofzuigd moest worden ­bijvoorbeeld, maar nu was er pure harmonie. Niets verkeerds zeggen, niet nu iets te hard ­aanraken. In haar ogen kijken en peilen.
Na een paar minuten zo te hebben samen gelegen, zei mijn vrouw, zullen we de vibrator erbij pakken? En dat deden we. Acht minuten van begin tot eind duurde deze innige ervaring, langer niet. Na afloop waren de matrasjes ineens te hard. We pakten onze kleding van de bank, trokken die aan, ik gaf de muziek het beeld weer terug en samen luisterden we naar het slot van het concert. Toen zei mijn vrouw: ik ga maar eens koken.

In de maanden erop hebben we er nooit over gesproken. Niet uit preutsheid of schaamte, maar omdat vragen overbodig zijn na achtenvijftig jaar. Ook zonder woorden weet ik dat zij er evenveel plezier aan heeft beleefd als ik. Toch is het bij die ene keer gebleven. Het sublieme onverwachte laat zich niet herhalen. Niks erg. Het was al mooi om te merken dat ­resten van het zachte verlangen van vroeger er op mijn 83ste nog steeds zijn.”

Paul

Religieuze waanzin

Hoe en waar we kinderen kunnen inenten tegen religieuze waanzin

De Morgen – 14.09.2019
Door Nick de Clippel is filosoof en werkt als leerkracht.

Onderzoeksjournalistiek van de Nederlandse media NRC en Nieuwsuur bracht deze week een beeld van salafistische organisaties die via moskeescholen hun extreme leer verspreiden bij kinderen. “Dit is een wake-upcall, ook voor Vlaanderen”, klonk het in De Morgen (DM 12/9). Een paar papegaaiende nepprofeten — pardon my French — uit wier monden niets dan fanatisme, segregatie en onzin klinkt, waren zo oorzaak van nog maar eens een stortvloed aan goede ideeën om religieuze radicalisering in te dijken.

Een van die suggesties was om toch zeker de twee wekelijkse uren godsdienstonderwijs niet te halveren, wat de volgende regering misschien in haar programma zet. Een suggestie die overigens niet alleen van de moslims komt, maar ook van een aantal katholieke commentatoren die niet kunnen begrijpen dat er zelfs bij de CD&V mensen rondlopen die accepteren dat minder dan 10 procent van de bevolking nog echt katholiek is.

Allicht spelen verschillende (eigen)belangen een rol bij die stelling. Elke aanbieder van godsdienstonderwijs is immers tegelijk een organisatie die mensen jobs geeft, de eigen overtuigingen wil veiligstellen en geldstromen beheert. Maar laten we dat even terzijde houden.

Wie zich de vraag stelt hoe en waar we kinderen kunnen inenten tegen religieuze waanzin, moet nochtans niet ver zoeken naar een antwoord: de school. Een plichtvak waarin jongeren leren nadenken over de eigen religie, de andere overtuigingen en de plaats daarvan in de maatschappij is uiteraard geen garantie op wat dan ook, maar het is onmiskenbaar een stap in de goede richting. Dat vak komt dan best in de plaats van het bestaande levensbeschouwelijke onderwijs. Godsdienstonderwijs kan dan nog altijd facultatief aangeboden worden, buiten de schooluren.

Een tweede antwoord is controle. In de liberale democratie is vrijheid hoofdbekommernis, maar geen enkele vrijheid is absoluut. Vrijheid van vereniging wil niet zeggen dat men bij Schild en Vrienden om het even wat mag rondbazuinen, of dat in de sportclubs de lichamelijke integriteit van jongeren niet gegarandeerd moet zijn. We kunnen best een voorstel van bij de Nederlanders volgen en controle opleggen aan alle verenigingen die zich met onze kinderen bezighouden. Al onze kinderen. Geloof en het religieuze middenveld hebben niet zomaar een absoluut recht op de toekomst van de jongeren.

Garagemoskeeën

De salafisten zijn – begrijpelijk – de kop van Jut, maar het is een inschattingsfout dat problemen zich beperken tot een marginaal groepje van die strekking. Er is ook dat wat uit vrees voor beschuldiging van islamofobie vergeten lijkt: er was in het recente verleden al meermaals heisa rond wat verteld werd in islamlessen. Niet alleen in obscurantistische garagemoskeeën, maar ook in het reguliere onderwijs. Ik twijfel er niet aan dat veel islamleerkrachten alleen maar van goede wil kunnen beticht worden, maar het is een publiek geheim dat de gelijkheid van man en vrouw, de evolutieleer, homoseksualiteit en dergelijke meer op gespannen voet staan met de heilige boeken.

Hetzelfde geldt overigens ook voor de joodse scholen, terwijl de christelijke obediënties (katholieken, protestanten en anglicanen) – een zeldzame pilaarbijter niet meegerekend – wél bij de tijd zijn. Het punt is echter dat de overheid geen inspraak heeft in wat wel en niet verteld mag worden tijdens de levenbeschouwelijke lessen. Dat is een privilege van de vrijheid van onderwijs. Een garantie tegen onaanvaardbare religieuze indoctrinatie kan dus alleen gegeven worden tijdens een door de overheid ingericht plichtvak, zoals hierboven al aangegeven.

En neen, we worden niet overspoeld door horden kromzwaarden en de islamisering van de samenleving is een kwakkel, maar het is wel zo dat meer en meer kinderen koranschool lopen en dat een orthodoxe lezing van de Koran in opmars is en dat een minderheid altijd ‘the power to disrupt’ heeft. Bovendien willen we jonge moslims zoveel als mogelijk gelijke kansen bieden. Verplicht godsdienstonderwijs is daar sowieso niet het beste middel voor.

Nick de Clippel

BOEK: Vogelgids

Vogelgidsen kan je grosso modo in twee groepen verdelen: enerzijds zijn er de gidsen voor de diehards, waarin de ongeveer 530 vogelsoorten van Europa worden beschreven aan de hand van tekeningen, anderzijds die voor beginners, meestal geïllustreerd met foto’s.

Debuterende vogelkijkers hebben vaak moeite om in hun gids de vogelsoort terug te vinden die ze tijdens hun wandeling gespot hebben. Deze veldgids is anders. Aan de hand van schitterende foto’s behandelt hij de 192 regelmatige broedvogelsoorten van België en Nederland, gerangschikt volgens lichaamsgrootte.

Dankzij fijne pijltjes vind je in één oogopslag de karakteristieke kenmerken terug van elke vogel. De ideale compagnon de route dus voor elke vogelkijker, wandelaar en doorsnee natuurliefhebber.

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190910_04601410?_section=60190892&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=krantenkoppen&adh_i=dddb289286a3ccee862a43b152eba115&imai=&M_BT=37861881530

Tuin: Appelen en peren

“Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd”, luidt het spreekwoord. Zowel de appelboom als het perenboompje staan er nu twee jaar en dit is de opbrengst, net genoeg om eens van te proeven wat de perenboom betreft en een kilootje appels (Elstar).

Ook voor de vogels is er bijna een oogst, want de sierappeltjes beginnen te blozen.

Zelfmoordgedachten

Omgaan met zelfmoordgedachten

Bron: gezondheid.be – 13 augustus 2019

Do’s

Let op voor signalen

Wanneer je aan zelfmoord denkt, heeft dit vaak ook een impact op je gedrag. Wees daarom alert voor veranderingen in je gedrag die kunnen wijzen op zelfmoordgedachten, zoals bijvoorbeeld slecht slapen, minder onder de mensen komen, niet kunnen concentreren op werk of school, veel piekeren ook over zelfmoord, meer alcohol drinken en/of roken of geen zin meer hebben in dingen die je anders leuk vindt.

Zoek afleiding

Soms kan het helpen om je gedachten proberen te verzetten en te vermijden dat je begint te piekeren. Bijvoorbeeld door elke avond een wandelingetje te maken met de hond, naar een film te kijken, een uitgebreid bad te nemen, te sporten of ontspanningsoefeningen te doen. Je kan ook met anderen dingen gaan doen zonder dat je hoeft te spreken over je gevoelens. Bijvoorbeeld met Jan tegen een balletje gaan trappen op het pleintje, met Mia een terrasje doen, met Jef naar de voetbalmatch of met mama op bezoek gaan bij oma.

Praat erover

Hoewel het erg moeilijk kan lijken om met iemand te praten over zelfmoordgedachten, kan dit wel het verschil maken. Je kan praten met iemand uit je omgeving, zoals een vriend, familielid, leerkracht, collega of je huisarts. Als je niet durft praten met een bekende, kan je ook contact opnemen met de anonieme hulplijn Zelfmoordlijn 1813.

1813 is het noodnummer dat je dag en nacht kunt bellen, 7 dagen op 7, om te praten over je zelfmoordgedachten. Je gesprek is volledig gratis en anoniem, of je nu met je gsm, vaste telefoon of vanuit een telefooncel belt. Het nummer verschijnt zelfs niet op je telefoonrekening.

Iedere avond kunt u ook online chatten van 19u tot 21u30.

Zoek hulp

Alleen met je zelfmoordgedachten blijven zitten is geen goed idee. Weet dat je altijd hulp kan inschakelen, zowel in je omgeving als bij professionele hulpverleners.

Zelfmoordlijn 1813
Jouw huisarts of huisarts van wacht: www.huisarts.be
Noodnummer: 112
Antigifcentrum: 070/245245

Maak een houvast-kaartje Soms lijkt een situatie zo uitzichtloos dat je niet weet wat je nog kan doen. Op zo’n moment kan een houvast-kaartje steun geven. Op dit kaartje kan je schrijven wat je tot rust kan brengen in een crisissituatie en wie je eventueel kan contacteren in geval van nood.

Don’ts

Vermijd alcohol en drugs

Stimulerende en verdovende middelen kunnen de drempel tot zelfmoord verlagen omdat ze je relativeringsvermogen aantasten en je impulsiever of agressiever kunnen maken.

Zoek geen gevaarlijke plaatsen op

Beperk zo veel mogelijk je toegang tot plaatsen waar je zelfmoord kan plegen. Zorg dat je zo weinig mogelijk alleen bent en zoek afleiding.

Sluit jezelf niet op

Zorg dat de nooddiensten of andere hulpverleners makkelijk bij jou kunnen geraken als het nodig is.

“Ik dacht aan zelfmoord. Ik belde jullie. Ik kreeg een vrouw aan de lijn. Dezelfde vrouw die mijn leven gered had een tijdje terug. Ik bedankte haar. Omdat ik nog leef. Op dat moment leek er niemand te zijn, en zij … was er. Ze luisterde. Ze moedigde me aan. En ik …. heb mijn leven in handen genomen en sta nu op een punt van een heleboel positieve veranderingen. Ik koos voor het leven.”

SOS BOS!

Elk jaar wordt acht keer België omgehakt. Daarmee is de boskap met 43 procent gestegen. In 2014 sprak de wereld nog af de ontbossing tegen 2020 te halveren.

Wereld moet boskap halveren, maar hakt steeds sneller

De Standaard – Dominique Minten – 13.09.2019

De branden in het Amazonewoud hebben de wereld weer wakkergeschud. In het Brazilië van Jair Bolsonaro is ontbossing niet langer taboe. Integendeel, de nieuwe president heeft de landbouwers opnieuw de vrije hand gegeven. De gevolgen van dat beleid voor de klimaatverandering zijn groot. Bossen zijn opslagplaatsen van CO2.

Ongeveer een derde van de jaarlijkse uitstoot wordt opgevangen door bomen.

Daarom werd vijf jaar geleden op VN-niveau de ‘Verklaring van New York’ ondertekend. Meer dan 200 landen, regio’s, ngo’s en bedrijven beloofden dat ze er alles aan zouden doen om de ontbossing een halt toe te roepen. Tegen 2020 moest die gehalveerd worden, tegen 2030 helemaal gestopt.

De verklaring blijkt een lege doos. Een coalitie van 25 milieu­organisaties, waaronder het WWF en het World Resources Institute, heeft een – wetenschappelijk nagekeken – rapport gepubliceerd dat aangeeft dat de ontbossing alleen maar toeneemt. Sinds 2015 verdwijnt elk jaar ongeveer 260.000 vierkante kilometer bos. Dat is acht keer de oppervlakte van België. In vergelijking met de periode 2001-2013 is de ontbossingsgraad met 43 procent gestegen.

En dan is er nog geen rekening gehouden met de recente, aangestoken branden in het Amazonewoud. Dat de toestand in Brazilië stilaan catastrofaal dreigt te worden, is niet overdreven. In juni van dit jaar lag de ontbossingsgraad er 88 procent hoger dan in juni 2018.

De aandacht van de wereld is dezer dagen gericht op het Amazonewoud, maar eigenlijk is het regenwoud in het Congobekken nog meer bedreigd. De ontbossing daar was historisch lager dan in het Amazonewoud, maar er wordt in snel tempo een ‘inhaalbeweging’ gemaakt. In Congo, bijvoorbeeld, is het ontbossingsniveau de jongste vier jaar verdubbeld in vergelijking met de periode 2001-2013. De milieuorganisaties wijzen met de beschuldigende vinger naar China. Het gros van het tropisch woud dat daar gekapt wordt, gaat naar China.

Het rapport komt op een gevoelig moment. Over twee weken heeft in New York een belangrijke klimaattop plaats. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft de regeringsleiders samengeroepen om ze nogmaals op hun plichten te wijzen. Hun toezeggingen zijn lang niet voldoende om de doelstellingen van het klimaat­akkoord van Parijs te halen. Iedereen moet dringend een tandje bijsteken. Ook de bossen staan er hoog op de agenda.

Charlotte Streck, directrice van Climate Focus dat het rapport coördineerde, wordt er stilaan cynisch van. ‘We hebben geen behoefte aan belangrijke mannen die plechtige beloftes doen. De beloftes die gemaakt zijn, moeten gewoon uitgevoerd worden.’

Bosplanters

Ondertussen wordt ook bos aangeplant. In Europa, maar ook in Mexico en Ethiopië wordt daar ernstig werk van gemaakt. Ook Indonesië krijgt goede punten. Twee jaar geleden vaardigde president Joko Widodo een verbod uit op de ontwikkeling van de veenlanden en de kap van ongerept regenwoud. Sindsdien is de ontbossing met een derde gedaald.

Op wereldschaal blijven het druppels op een hete plaat. De belofte was om tegen volgend jaar 1,5 miljoen vierkante kilometer extra aan te planten. De voorbije twee decennia bleef het bij 270.000 vierkante kilometer. Dat is nauwelijks meer dan de oppervlakte die elk jaar gekapt wordt.