In iedereen schuilt een potentiële Boeddha

Reportage Natuurlijk heeft het 2.500 jaar oude boeddhisme geen officiële Belgische erkenning nodig om betekenis te hebben (DS 4 oktober). Vier boeddhisten vertellen hoe ze hun ‘leer’ in het dagelijkse leven in de praktijk brengen.

De Standaard – 07.10.2018 – Peter Vantyghem

In iedereen schuilt een potentiële Boeddha

‘Boeddha’ in Chinese kalligrafie.

VEERLE

Boeddhisme mag dan (nog) geen erkende religie zijn in België, in Hasselt wordt deze ‘niet-confessionele zedenleer’ wel degelijk onderwezen. Elke donderdag tussen halftwee en halfvier krijgt Nanouk (10) in de lokale Daltonschool yoga, geschiedenis en meditatie. De ‘lerares’ is haar moeder, Veerle Tokarek. Omdat het allemaal binnen het officiële lesrooster gebeurt, en in het school­gebouw aan het Vrijwilligersplein, is zij dus de enige leerkracht boeddhisme in Vlaanderen. Een beetje toch.

‘We hebben vorig jaar vrijstelling van levensbeschouwing gevraagd voor Nanouk’, legt Tokarek uit. ‘Zelf ben ik Grieks-katholiek opgevoed, maar we staan thuis open voor alles. Nanouk, die veel belang hecht aan tot rust komen, wilde graag boeddhistisch onderricht krijgen, maar dat bleek niet mogelijk. Het staat niet op de lijst van het Vlaamse onderwijs, en er zijn geen leerkrachten voor. Maar als ouder mag ik die vrijstelling zelf invullen met een ‘religie’ die thuis leeft, en dat doe ik dus. Nu het tweede jaar, binnen haar lesrooster.’

Het wekt wel nieuwsgierigheid op, weet ze. ‘Ouders komen me vragen of hun kinderen niet kunnen aansluiten. Maar dat kan niet, vanwege de verzekeringen en zo. Ik ben ook niet bezoldigd en kan dus alleen mijn eigen dochter onderwijzen.’

‘Nee, ik ben niet theoretisch vertrouwd met de theorie achter het boeddhisme. Thuis filosoferen we veel, proberen we de natuur te respecteren en zelf voedsel te oogsten, en helpen we altijd wie om hulp vraagt. Mijn kinderen beseffen dat achter boosheid en frustratie iets veel diepers zit en gaan ervan uit dat tegenslagen voorbijgaan. Ik heb meditatiecursussen gevolgd, ik lees boeken en pas de ideeën van het boeddhisme vooral praktisch toe in het dagelijkse leven.’

‘Ik zou het boeddhisme zeker verwelkomen in het onderwijs, maar nog liever een niet aan religie gebonden soort zedenleer voor alle leerlingen. We hebben van dat vak een opvulbak gemaakt, terwijl het gewoon vanuit een andere visie moet vertrekken: waar liggen de noden van het kind, waarin is het geïnteresseerd? Nanouk vertelde me onlangs dat ze iets graag deed en dat ze zich daar sterk in voelde, maar niet wist wat ze ermee kon doen. Daarom is meditatie zo goed voor leerlingen: ze leren hoe om te gaan met gevoelens. Het werkt schitterend voor haar.’

PETER

Op een appartement aan de Louis Schmidtlaan in Brussel reciteert Peter Koberwein de ‘zestiende kar­mapa-meditatie’ voor tien gasten. Twee keer per week vindt hier, gratis, een meditatiesessie plaats. De moederorganisatie The Diamond Way heeft zevenhonderd centra in de wereld. Hun grondidee is dat iedereen in zich een Boeddha heeft. ‘Alleen hebben de meesten zich dat niet gerealiseerd.’

In het boeddhisme zijn drie ‘doelgroepen’ met eigen instructies. Wie het lijden wil vermijden, kan de ‘kleine weg’ (theravada) volgen. Wie anderen wil helpen, zal de ‘grote weg’ (mahayana) nemen. Wie naar de bevrijding van zijn Boeddha-natuur zoekt, slaat de ‘diamantweg’ (vajrayana) in. Hier op de mat in Brussel wordt dat laatste beoogd. Drie keer wordt energie opgeroepen om lichaam, spraak en geest te verlichten.

‘In mijn dagelijkse leven focus ik na het opstaan allereerst op het doel’, zegt Koberwein. ‘Dan overloop ik een tekst over de verlichte natuur, zodat ik de hele dag goed kan kijken: ik zoek in iedereen een poten­tiële Boeddha. Dat vergt mededogen, geduld. Ik probeer niet te reageren op wat me stoort, omdat ik daarmee alleen de cirkel voed. En emoties zijn alleen een resultaat van onze onwetendheid. Ik probeer boosheid te vermijden en mijn opponent geluk te wensen.’

Wanneer een lange mantra wordt ingezet, een alsmaar herhaalde klank met helende eigenschappen, doet iedereen in de kamer dat naar eigen zin en ervaring. Het boeddhisme heeft veel van die technieken, die hier sinds de 19de eeuw zijn doorgesijpeld via kunst, politiek, geneeskunde, entertainment en wetenschappen. In het Westen beoefenen we boeddhisme veeleer als een praktische filosofie.

Dat is een grote vraag: is het boeddhisme een religie, een filosofie of een psychologie? Koberwein wil eerst duidelijk stellen dat volgens hem aspecten van alle drie aanwezig zijn, maar bekent zich toch tot een veeleer filosofische invulling, ‘die tegelijk mijn levensstijl inspireert’. Is een erkenning nodig? Daar wil hij niet veel over kwijt, behalve dat ‘in Oostenrijk het boeddhisme al sinds 1983 erkend is als staatsreligie, en dat het op vele scholen door leraars onderwezen wordt’.

HUBERT

In Kathmandu, hoofdstad van Nepal en een van de zetels van het Tibetaans boeddhisme, piekert Hubert Decleer over mijn gemailde vraag of het boeddhisme op (Vlaamse) scholen onderwezen moet worden. ­Decleer, die er neerstreek in 1980, roept spontaan zijn oude vriend Adriaan Peel in herinnering. Peel, in 1954 oprichter van het Centrum voor Boeddhistische studies in Antwerpen en in 2009 overleden, was ‘een soort boeddhistische aalmoezenier die gevangenissen bezocht, terwijl hij tegelijkertijd professor was aan de universiteiten van Antwerpen en Luik’.

‘De grote kwestie zou natuurlijk liggen in de bevoegdheid’, denkt hij. ‘Ik ben in staat academische ­essays te schrijven in verband met het boeddhisme, maar ik zou mezelf nooit als professioneel boeddhistisch leraar durven aanstellen.’

Decleer ziet in het boeddhisme een onderzoeks­methode, een ‘filosofie met argumentaties over de waarheid op verschillende niveaus’. Met een aantal proefondervindelijke methodes, om die argumentaties daadwerkelijk te leren inzien via meditatie­technieken. ‘Het is onmogelijk hierin op eigen houtje te improviseren. Voor de Tibetanen is het daarom prioritair om die technieken van leraar tot leerling door te geven.’

‘We zoeken naar een hoger niveau van energie en waakzaamheid, zegt hij. ‘Het grootste gevaar is dat men het boeddhisme in het Westen gelijkstelt met mindfulness, yoga en aromatherapie. Ik zeg niet dat dat oppervlakkig is, maar het gaat voorbij aan het ideaal om anderen te helpen.’

En hij voegt er een filosofische gedachte aan toe: ‘Ik kan voor een beeld van de Boeddha een bloem neerleggen, uit bewondering voor wat hij heeft onderwezen, maar met het bewustzijn dat degene die deze offerande brengt, de offerande zelf, en degene aan wie deze offerande gericht is niet echt bestaan. Op die manier draagt deze toepassing van de relatieve waarheid bij tot de groei in het beleven van de absolute waarheid.’

ERIK

Ook traumapsycholoog Erik De Soir vreest dat modieuze toepassingen van het boeddhisme – mindfulness in acht weken – tot een soort ‘boeddhisme zero’ leidt: ‘De oosterse geest- en lichaamsbeleving staan vaak haaks op de leefwijze van mensen in onze ratrace. Mindfulness wordt herleid tot een techniek waarbij het centrale element, de compassie voor jezelf en de andere, wegvalt.’

Hij begon zich vijftien jaar geleden te verdiepen in wat hij een ‘levenshouding’ noemt, omdat hij in zijn werk als militair psycholoog botste op veel rivaliteit en naijver enerzijds, en het aangrijpende lijden van slachtoffers anderzijds. Daarom ziet hij het boeddhisme niet als religie. ‘Daarin onderwerpen we ons aan een god en gaan medemensen in diens naam over tot vernedering, misbruik, marteling en moord.’

‘In de groet “namasté” zit de gedachte dat het stuk ‘god in jou’ het stuk ‘god in de andere’ groet. Dat stuk ‘god’ is het verlichte, onthechte deel in je, dat je wakker moet houden door oefening en meditatie. Ik ben veel bezig met meditatie en de beoefening van dana, vrijwillig geven. Geven als boeddhist is niet weggeven wat je kan missen, maar wat je liever zelf gehouden had.’

‘Boeddhisme heeft me als mens zachter, rustiger, geduldiger gemaakt. Ik kan de inzichten uitstekend gebruiken in de begeleiding van mensen, zeker waar het trauma en rouw betreft. Ik ben minder bezig met de ‘waarom’-vraag. Het zou niet gemakkelijk zijn om, zoals vroeger, militair in een gevechtseenheid en boeddhist te zijn. Gelukkig zit ik al een paar jaren op een academische post, waarbij het boeddhisme me helpt in mijn onderzoek naar de impact van oorlogstrauma en de oorzaken van normoverschrijdend gedrag in operaties.’

‘Erkenning voor boeddhisme? Geloof is een persoonlijke zaak. Als geen enkele overheid zich daarmee zou bemoeien, zou de wereld er veel beter uitzien en zou er misschien minder verkracht en gemoord worden in naam van een zogenaamde hogere macht.

3 gedachten over “In iedereen schuilt een potentiële Boeddha

  1. Beste Micheline Baetens,
    Ik kom op uw blog terecht, omdat ik momenteel beelden verzamel voor een boek over Oostende, geschreven door cultuurkenner Claude Blondeel en uitgegeven door Lannoo samen met Toerisme Oostende. De auteur zou daarin graag een foto opnemen van Hubert Decleer. Blijkbaar heeft hij nog les gegeven aan de beroemde Oostendenaar Arno. Vandaar. Mogen wij uw foto eventueel gebruiken? Hebt u hem in hoge resolutie (dus: zwaarder dan deze hier op uw website)? Zou superfijn zijn. Ik kijk alvast uit naar uw reactie.
    Als u liever belt ipv mailt: 09/2217148
    Dank bij voorbaat!
    Met vriendelijke groet,
    Ann Brokken
    voor
    Uitgeverij Lannoo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *