Iemand stelt de vraag

Tijdens deze coronacrisis stelt een gezond mens zich vele vragen, o.a. ook over de maatregelen die moeten gevolgd worden, en het nut en de gevolgen ervan. Daarbij kwam dit gedicht van Remco Campert mij weer heel goed van pas. Vooral 2 en 3 spreken mij al mijn ganse leven aan, of is het eigenlijk omgekeerd?

Vandaag reageerde iemand met de woorden: “Jij stelt een vraag, maar je beantwoord ze zelf.” Misschien is dat wel de essentie van vragen stellen, ze in alle eerlijkheid, zelf durven beantwoorden.

Iemand stelt de vraag

1.

Het was een geweldig feest
er stierven drie mensen
een van ouderdom
een door alcohol
een omdat hij vocht met de slang

O maar er werd gezongen
gedanst en gedronken!
De pijp ging rond en de pruim
oude verhalen werden nieuw
opa’s stonden in hoog aanzien
die zeiden dat het zo altijd was geweest
en altijd zo zou blijven
en de kinderen bleven erbij
tot ze niet meer konden.
O maar er werd gedanst
en gevrijd bij het leven
een dag een nacht en een dag!

Tot het zout op was
de kruiken leeg
en de schelpen door de kroegbaas
weer afgepakt
toen wankelden ze lachend de berghelling op
sliepen hun roes uit in het lange gras
een nacht en een lange dag

Terwijl ze sliepen
reden
beladen met het werk van hun handen
in kratten en balen verpakt
in bewaakte colonnes
de vrachtwagens naar de stad

de stad van de banken en congressen
de stad van de krotten en open riolen
de stad van de mooie dames met chauffeur
de stad van de hoeren voor een knaak
de stad waar iedereen verdient het zout in de pap
iedereen die een vinger in de pap heeft
de stad waar ze altijd van droomden
de stad die ze nooit zouden zien.

2.

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

3.

Iemand weigert de schelp
iemand houdt op met dansen
iemand smijt de kroegbaas de kruik in ’t gezicht
iemand zegt opa de pest met je oude verhalen

iemand wil het alfabet leren
iemand pakt de opzichter z’n zweep af
iemand steelt een geweer
iemand zegt dit is mijn grond

iemand staat zijn dochter niet af aan de landheer
iemand antwoordt niet met twee woorden
iemand houdt zijn graan verborgen
iemand viert geen feest als de vrachtwagens komen

iemand spuugt op de grond als hij de soldaten ziet
iemand snijdt de banden door
iemand verschuilt zich in het woud
iemand droomt niet meer

iemand richt zich op
iemand is voor altijd wakker
iemand stelt de vraag
iemand verzet zich

en dan nog iemand
en nog iemand
en nog.

(‘Iemand stelt de vraag’ – Remco Campert, uit: Dichter, Amsterdam 2011)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *