En de boer hij ploegde voort?

‘Omvolking’ van het platteland: boerderij wordt villa of feestzaal

Oude hoeves worden op grote schaal omgetoverd tot woningen of zonevreemde bedrijven. Zo wordt ons platteland geruisloos gekoloniseerd. ‘De boer wordt uit de markt geconcurreerd door de villabewoner. Laten we dat gebeuren in een van de vruchtbaarste gebieden van Europa?’

Binnenkort gaat de stal die dateert van de jaren 1700 tegen de vlakte. De eigenaars willen de plek teruggeven aan de open ruimte.

‘Hier willen we over twee jaar aardappelen planten’, wijst Stefaan Lippens. ‘Of maïs.’ We staan op zijn erf in Kaprijke, op een boogscheut van de Nederlandse grens. Een waterzonnetje vecht met een snoeiharde wind. Achter zijn hoeve reiken de velden tot de einder. Hij glimlacht. ‘Prachtig, toch?’

Waar straks aardappelen kiemen, staat nu nog een stal die dateert van de jaren 1700. Hij blijft moeizaam overeind, door het puntdak groeit een druivelaar. De laatste elf koeien kijken ons nieuwsgierig aan. ‘We bouwen af’, zegt zijn vrouw Denise. ‘En ondertussen beginnen we met de afbraak. Voor het einde van de maand worden de eerste delen ­gesloopt.’

Stefaan en Denise Lippens breken hun stal af uit liefde voor het platteland. Ze willen de plek teruggeven aan de open ruimte. Zij is 60, hij 62. Tot hun pensioen willen ze nog gewassen verbouwen. De opbrengst van de akker zal niet opwegen tegen de sloopkosten. Die worden geraamd op 125.000 euro. ‘Er moet asbest verwijderd worden uit het dak, de mestkelders moeten uitgebroken, het puin afgevoerd. Dat kunnen we niet allemaal zelf doen’, zegt Stefaan.

Witte raven

Zijn gedachten gingen tollen toen hij voormalig minister van Omgeving Joke Schauvliege (CD&V) op de radio hoorde vertellen over de proeftuinen ontharding. De Vlaamse overheid organiseerde de voorbije jaren twee subsidierondes om verharding uit te breken. Geselecteerde projecten konden tot 75 procent van de sloopkosten recupereren. Het boerenpaar uit Kaprijke greep er twee keer naast. Dat steekt. ‘Nu moeten wij dat geld zelf ophoesten. Hoewel onze beslissing de gemeenschap ten goede komt.’

Tegen 2050 moet een vijfde van de verharding in gebieden met bestemming landbouw, natuur en bos worden uitgebroken. Planners noemen dat een onrealistische opgave (DS 11 januari). Initiatieven als die van de Stefaan en Denise zijn dus meer dan welkom. Maar zij zijn witte raven. Ze verliezen twee keer: de sloopkosten, en de winst die de stal bij verhuur of verkoop zou genereren. Nog meer kunnen ze opstrijken wanneer ze ineens de hele boerderij op de markt gooien, met 5 hectare grond. ‘Als ik hier morgen een bord uithang, is onze hoeve zo verkocht’, zegt Stefaan. ‘Stedelingen die op de buiten willen wonen, leggen daar veel geld voor neer. Maar we denken er niet aan. Ik ben hier geboren. Aan de ene kant stond het ouderlijke huis van mijn moeder, aan de andere dat van mijn vader. Ik ben met deze grond vergroeid.’

De meeste landbouwers, of hun kinderen, gaan wel overstag. Ze zien het geld graag komen, het is hun pensioen of erfenis. Al doen ze het vaak met zwaar gemoed – ook zij worstelen met het besef dat het landbouwgebied stukje bij beetje wordt ingenomen door ­‘inwijkelingen’.

Haciënda’s en kubussen

Dat dilemma waar elke landbouwersfamilie vroeg of laat voor staat, is de motor achter de sluipende verstedelijking van het platteland. De voorbije twintig jaar stopten in Vlaanderen elk jaar gemiddeld duizend landbouwbedrijven, terwijl er maar een 150-tal nieuwe bij kwamen. Bijna 90 procent van die vrijgekomen hoeves verandert van functie, is te koop of staat leeg. Van de 20.000 boerderijen die sinds 1996 op non-actief gezet werden, kwamen er ongeveer 18.000 in handen van niet-landbouwers, of ze zullen dat binnen afzienbare tijd doen.

Ongeveer 40 procent daarvan wordt gekocht om in te wonen, zegt Anna Verhoeve, onderzoekster bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), die de zonevreemde invulling van het platteland bestudeerde. ‘Particulieren bouwen hoeves om tot plattelandsvilla’s. Vaak komen er hobbypaarden bij. En eventueel een praktijk, een architectenbureau of een verzekeringskantoor.’

In ruim 20 procent van de gevallen wordt de boerderij ingenomen door een nieuw bedrijf. ‘Doorgaans zijn dat grondwerkers, transportbedrijven, hout- of metaalbewerkers. In oude varkensstallen worden springkastelen of caravans ondergebracht. Er zijn de feest- en seminariezalen die overal in landbouwgebied opduiken. Of de yoga- en wellnessboerderijen, die dan parkings inrichten en de gebouwen uitbreiden tot duizend kubieke meter.’

‘Door de deur wijd open te zetten voor dat soort functiewijzigingen, maakte de Vlaamse overheid haar eigen doelstelling onhaalbaar’, zegt Tristan Claus, onderzoeker ruimtelijke planning aan de KU Leuven. Net als Verhoeve maakt hij deel uit van het project ‘Boer ruimt veld’ dat in opdracht van de Vlaamse overheid uitzoekt of de sloop van oude boerderijen ingezet kan worden voor landbouw en open ruimte. Ook de Boerenbond en het studiebureau voor ruimtelijke planning Voorland zitten mee aan tafel. ‘De lijst van wat je mag doen in een oude boerderij is met de jaren ruimer geïnterpreteerd. En er is amper handhaving van de wetgeving. In een hoeve mag je hout opslaan, maar niet bewerken. Maar dan komt er toch een zaagmachine, en niemand zegt daar wat van.’

‘Een opslagplaats van goederen evolueert naar een logistieke hub, waar bestelwagens af en aan rijden’, knikt Verhoeve. ‘Of de architect verhuist, en de hoeve wordt een groot architectenbureau. Zo is 85 procent van de bedrijfsvoering op het platteland eigenlijk niet vergunbaar op die plek. Dat wordt gedoogd. Hetzelfde voor de woningen. Vroeger moest je het karakter van de hoeve bewaren. Een dakraam steken was al te veel. Tegenwoordig kan alles. Vervallen boerderijtjes worden omgebouwd tot fermettes, haciënda’s of moderne woonkubussen.’

Stefaan: ’Ik heb geweigerd om het stukje groen aan de overkant te verkopen. Ik wilde vanuit mijn zetel mijn koeien zien staan’.

Klagende buren

Op die manier is 15 procent van het agrarisch gebied in Vlaanderen ingenomen door zonevreemde activiteiten. Dat is een gemiddelde. In Antwerpen en Vlaams-Brabant, waar de druk op de open ruimte het grootst is, palmen in sommige gemeenten de zonevreemde villa’s met hobbydieren en andere activiteiten tot de helft van het landbouwgebied in.

Is dat dan zo erg? Paarden zijn toch ook dieren? En kunnen we die hoeves niet beter recupereren als woning of yogaboerderij dan ze verloren te laten gaan? ‘Het probleem is dat die inwijkelingen gaan klagen’, zegt Vanessa Saenen van de Boerenbond. ‘Ze komen op het platteland wonen of werken voor de rust. Die wordt verstoord wanneer de boer zijn ding doet. Nieuwkomers maken landbouwers het leven zuur door verzet aan te tekenen tegen omgevingsvergunningen. Zo komt de agrarische activiteit in het gedrang.’

Stefaan en Denise kennen het probleem maar al te goed. ‘Mensen klagen omdat wij onze mest uitrijden net wanneer zij een barbecue gepland hebben. Omdat de koeien burlen. Omdat we ’s avonds laat nog maïs verhakselen. Eigenlijk zijn die nieuwe eigenaars geen plattelandsmensen. Ze willen landelijk wonen, maar hun leven speelt zich grotendeels elders af.’

Het schuurt tussen de oude en nieuwe plattelandsbewoners. Zonevreemde economische activiteiten genereren verkeer op kleine baantjes die er niet op voorzien zijn. Klanten parkeren hun wagens in de berm, waardoor tractors niet meer door kunnen. De ontsluiting voor die nieuwe activiteiten kost handenvol geld aan nutsvoorzieningen en onderhoud van wegen. Politici hebben de mond vol van het ‘valoriseren’ van het platteland. Maar is dit wel de goede manier?

Fundamenteler nog dan de overlast is dat de boer in de verdrukking komt, zegt Marjolijn Claeys van Voorland. ‘Kapitaalkrachtige mensen op zoek naar een woning met uitzicht of paardenweide leggen bedragen neer die boeren onmogelijk kunnen betalen. Die hoeves zitten gevangen in een vastgoedlogica. Zo wordt de boer uit de markt geconcurreerd door de villabewoner.’

‘Startende landbouwers die geen hoeve kunnen overnemen van hun ouders, moeten soms jaren zoeken naar een boerderij’, zegt Verhoeve. ‘Meestal is het goedkoper een nieuwe te bouwen. Dat is een kiem van de verdere betonnering van het platteland. Die dynamiek moeten we stoppen.’

Omdat ze geen zin hadden in klagende buren, beslisten Stefaan en Denise 15 jaar geleden al om het ouderlijke huis van zijn moeder af te breken, in plaats van het te verkopen. Dat was behoorlijk ongezien. We staan aan de rand van het weiland dat in de plaats kwam. Dan wijst Stefaan naar de overkant van de straat. Daar staan zes grote fermettes in een lint, met in het midden een lapje groen. ‘Die grond is ook van ons. Tot voor kort stonden daar onze koeien. We hebben vaak de kans gehad om het te verkopen. Maar dat weigerden we. Ik wilde vanuit mijn zetel mijn koeien zien staan.’

‘Vrienden en kennissen hebben ons al vaak zot verklaard’, zegt Denise. We hadden behoorlijk wat geld kunnen opstrijken. Maar wat zouden we daarmee doen? Op reis gaan? Daar hebben we geen tijd voor.’ Ook de beslissing om de stal af te breken, stuit op ongeloof. Toch denkt Stefaan dat boeren zich achter het idee van een sloop kunnen scharen. ‘Dan moet er wel een financiële compensatie komen voor de sloopkosten, en een strikter verbod op functiewijzigingen en zonevreemd wonen. Als er zo betaalbare grond vrijkomt voor opvolgers, kun je landbouwers mee krijgen in het verhaal.’

Precies om het draagvlak hiervoor te verkennen, stapte de Boerenbond in het project ‘Boer ruimt veld’, zegt Saenen. ‘We willen het debat aanzwengelen. Het spanningsveld tussen individuele en collectieve belangen blijft groot. Je kunt een boer niet verwijten dat hij denkt aan zijn pensioen. Vaak zijn het ook de kinderen die het erf verkopen. Als zij zelf geen landbouwers zijn, hebben ze er minder problemen mee om aan een particulier of onderneming te verkopen.’

De sloopkosten van de stal worden geraamd op 125.000 euro, die Denise en Stefaan volledig zelf moeten ophoesten.

Onomkeerbaar

Het ILVO berekende dat in het volgende decennium meer dan de helft van de actieve landbouwgebouwen hun functie verliest en dus in overweging komt voor (gedeeltelijke) ontharding. Net als bij de afbraak van leegstaande fabriekshallen of slecht gelegen woningen (DS 11 december) blijft de vraag hoe we die sloop financieel kunnen compenseren. ‘De hele maatschappij zal moeten bijdragen’, zegt Claeys. ‘Bijvoorbeeld via een sloopfonds, gevoed met een percentage van de waarde van nieuwbouwprojecten. Voor wat we in kernen bijbouwen, kan op het platteland ruimte vrijkomen.’

Betekent dat dan het einde van de droom van veel Vlamingen om een oude hoeve te renoveren? ‘Het kan nog, maar beperkt’, zegt Claeys. ‘Sommige hoeves hebben een erfgoedwaarde of een goede ligging. Die moet je behouden, als de landbouw er zelf niet in geïnteresseerd is. In de meeste regio’s is dat een klein aandeel. De rest breken we beter af.’

Het probleem is de evidentie waarmee we onze poot op het landbouwgebied hebben gezet, vinden de trekkers van ‘Boer ruimt veld’. Als de ‘omvolking’ van het platteland aan dit tempo doorgaat, komen we in de problemen. ‘Iedereen denkt dat hij in een villa op de buiten mag gaan wonen. Zo wordt geknabbeld aan het landbouwareaal dat we nodig hebben voor onze voedselvoorziening’, zegt Verhoeve. ‘De toekomst is aan klimaatrobuuste landbouwbedrijven of bedrijven die werken voor de korte keten. Er zijn behoorlijk wat mensen die dat willen doen. Maar de grondprijs is te hoog, zeker in de buurt van de grote steden. Daar betalen paardenliefhebbers tot 100.000 euro voor een hectare landbouwgrond, twee tot vier keer meer dan de gangbare prijs.’

‘Wij wonen in een van de meest vruchtbare gebieden van Europa. Gaan we dat allemaal laten schieten? We moeten hier als maatschappij over nadenken. Je komt op een punt dat dingen onomkeerbaar worden.’

De Standaard – 18.01.2020

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/01/20/akker-en-weidevogels-in-limburg-bedreigd-nog-maar-een-broedpa/

4 thoughts on “En de boer hij ploegde voort?

  1. Dit artikel deed men denken aan een tekst, dat ik eens ergens had gelezen.
    Ik dacht dat het deze was:

    “De wereldgeschiedenis is geboren in de steden en volwassen geworden op het moment van de beslissende overwinning van de stad op het land. Marx beschouwt het als een van de grootste revolutionaire verdiensten van de bourgeoisie dat zij ‘het platteland heeft onderworpen aan de heerschappij van de stad’, waarvan de lucht vrij maakt. Maar als de geschiedenis van de stad de geschiedenis van de vrijheid is, is zij ook de geschiedenis van de dwingelandij, van het staatsbestuur dat het platteland en de stad zelf controleert. De stad kon alleen nog maar het gevechtsterrein zijn van de historische vrijheid, en niet haar inbezitneming. De stad is de omgeving van de geschiedenis, omdat zij tegelijk concentratie van de maatschappelijke macht is die de historische onderneming mogelijk maakt, en bewustzijn van het verleden. De huidige tendens tot vernietiging van de stad geeft dus slechts op een andere manier uitdrukking aan de achterstand in de onderwerping van de economie aan het historisch bewustzijn, in de vereniging van een maatschappij die weer greep krijgt op de machten die zich van haar hebben losgemaakt.

    ‘Het platteland laat precies het tegenovergestelde feit zien, het isolement en de scheiding.’ (Die deutsche Ideologie). Het urbanisme dat de steden verwoest, reconstrueert een schijnplatteland, waarop de natuurlijke betrekkingen van het vroegere platteland evenzeer verloren zijn gegaan als de directe maatschappelijke relaties van de historische stad, die direct problematisch zijn geworden. Er wordt een nieuwe kunstmatige boerenstand in het leven geroepen door de woonomstandigheden en de spectaculaire controle in de huidige ‘geordende ruimte’: de verstrooiing in de ruimte en de bekrompen mentaliteit, die de boeren steeds hebben verhinderd een zelfstandige actie te ondernemen en zich als scheppende historische kracht te doen gelden, verschijnen nu opnieuw als de kenmerken van de producenten — en de beweging van een door henzelf vervaardigde wereld blijft even volledig buiten hun bereik als het natuurlijke ritme van het werk onbereikbaar was voor de agrarische samenleving. Maar waar deze boerenstand, die de onwankelbare grondslag vormde voor het ‘Oosterse despotisme’ en waarvan de verbrokkeling juist de bureaucratische centralisering opriep, nu terugkeert als een product van de groeivoorwaarden van de moderne staatsbureaucratisering, moest zijn apathie nu historisch vervaardigd en in stand gehouden worden; de natuurlijke onwetendheid heeft plaatsgemaakt voor het georganiseerde spektakel van de dwaling. De ‘nieuwe steden’ van de technologische pseudo-boerenstand leggen de breuk met de historische tijd duidelijk in het landschap neer, waarin zij zijn gebouwd; hun devies zou kunnen zijn: ‘Hier zal nooit iets gebeuren en is nooit iets gebeurd.’ Omdat de geschiedenis, die in de steden bevrijd moet worden, daar nog niet is bevrijd, is het vanzelfsprekende gevolg dat de krachten van de afwezigheid van de geschiedenis hun eigen exclusieve landschap beginnen samen te stellen.”

    Bronvermelding: https://www.marxists.org/nederlands/debord/1967/1967spektakel.htm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *