Door de mand

‘Worstelen met jezelf is geen schande’

De Standaard –  Ellen Meulemans – 28.08.2018

Voormalig danser en choreograaf, theatermaker, auteur, presentator, filmmaker. Ish Ait Hamou is het allemaal. Maar dat wil niet zeggen dat hij niet aan zichzelf twijfelt. ‘Eigenlijk heb ik nog niks bereikt.’

De grote meerderheid van ons – tot 70 procent zelfs – wordt wel eens overvallen door het gevoel een oplichter te zijn. Het succes dat we hebben, verdienen we eigenlijk niet. Blijken van succes zijn louter geluk. Meer nog: vroeg of laat zullen we door de mand vallen en zal iedereen ons zien zoals we eigenlijk zijn: bedriegers. De Standaard spreekt met Vlaamse toppers over het imposter syndrome (oplichterssyndroom), de twijfel en de kritiek. Vandaag: Ish Ait Hamou, cultureel veelgezicht.

‘Ik herken mij wel in het imposter syndrome, maar het zou me verbazen als niet iedereen zich daarin zou herkennen. Anderen komen vaak sterker en beter over dan je jezelf voelt. Als ik twijfel, kijk ik naar wat anderen doen, en dan lijkt het alsof alles met iedereen goed gaat, alsof iedereen precies weet waar ze naartoe willen. Terwijl ik denk dat we allemaal dezelfde ervaring hebben. Die twijfels zijn er bij iedereen.’

‘Toen ik als choreograaf werkte, heb ik vaak moeten faken dat ik wist wat ik aan het doen was. Dan doe je alsof je jaren ervaring hebt, zodat je even in alle rust kan twijfelen. Als ik zeg dat ik twintig jaar ervaring heb en je ziet me twijfelen, dan denk je dat ik even aan het nadenken ben. Als ik zeg dat ik dit nog nooit gedaan heb en je ziet me twijfelen, dan raak je in paniek en denk je dat het slecht gaat aflopen. Fake it ‘til you make it.’

‘Worstelen met jezelf is geen schande. Ik heb nu voor de eerste keer een echt writer’s block. Heel frustrerend, maar ik ben ook blij, want ik moet nu echt een weg zoeken. Ik zat net voor mijn computer te zuchten en ik dacht: “wauw, I suck”. (lacht) Interessant.’

Ging je altijd op die manier om met tegenslag?
‘Nee, je groeit daarin. Als ik die instelling nu niet zou hebben, zou dat een hele zware last zijn, want ik kan mij dingen erg aantrekken. Ik heb moeten leren loslaten, want dat begon zijn tol te eisen. Dansen, en vooral hiphop, is een competitieve wereld. Je moet constant de beste zijn. Maar er is altijd iemand die beter is dan jij.’

‘Dan begin je te twijfelen aan jezelf en je denkt dat je niet goed genoeg bent, dat je beter iets anders kan gaan doen. Als je naar anderen kijkt, lijkt het alsof voor hen alles zo gemakkelijk en snel gaat, maar mensen evolueren op andere snelheden. Vergelijken met anderen is tricky: je mag jezelf niet vergeten in de vergelijking. Ik vind dat zelf ook moeilijk.’

‘Ik volg sinds een paar maanden niemand meer op Instagram, buiten drie accounts. Ik merkte dat ik soms op goede momenten Instagram checkte en dan jaloers werd op wat andere mensen aan het doen waren. Dan voelde ik mij slecht en ik dacht: zo ben ik niet, dit heb ik niet nodig.’

‘Je moet daar een balans in vinden en eerlijk zijn. Ik zou kunnen zeggen dat ik gestopt ben met mensen te volgen omdat ik geen tijd heb. Of ik kan oprecht antwoorden: als ik elke dag het parcours van anderen volg, dan belemmert dat mij om van mijn eigen parcours te genieten. Ik ben ook maar een mens, met een ego, soms jaloers op andermans prestaties die mij niet gelukt zijn. Maar ik ben nu over het algemeen veel minder bezig met sociale media, omdat ik even weinig te vertellen heb op bepaalde platformen.’

Je hebt een heel diverse carrière: danser, choreograaf, schrijver, theatermaker, filmmaker … Door zo vaak van stiel te veranderen, neem je toch telkens een risico?
‘Ik vraag me af of dat niet alleen in de perceptie van anderen een risico is. Ik zie dat niet zo. Een risico nemen is voor mij alles inzetten op iets waar ik geen controle over heb. Maar ik heb altijd controle gehad, omdat ik wist dat ik er alles aan zou doen opdat het eindresultaat goed zou zijn.’

‘Het was wel altijd een enorme uitdaging, maar dat heb ik ook graag. Ik beschouw dat niet als risico’s, en eigenlijk zou dat normaal moeten zijn. Verschillende dingen uitproberen, uit je comfortzone treden. Je comfortzone wordt op die manier steeds groter, tot je je bijna overal comfortabel voelt. Dat idee spreekt mij aan.’

Dat lijkt goed te lukken.
‘Ik ga niet zeggen dat ik niet tevreden ben, maar het is nooit genoeg voor mij. Ik denk dat weinig mensen stilstaan en denken: “wauw, kijk hoe ver ik het geschopt heb”. Ik denk niet aan wat ik al gedaan heb, ik denk aan wat ik nog niet gedaan heb. Dan denk ik: “ik ben nog nergens”.’‘Dat is een typisch menselijke trek, maar ook jammer. Je moet jezelf aanleren tevreden te zijn, maar je bent altijd bezig met dingen die je nog moet doen. Je hebt een eerste boek geschreven, maar je viert niet omdat je een tweede moet schrijven.’

Heb je het gevoel dat je veel succes aan geluk te danken hebt?
‘Ik weet het niet. Ik weet dat ik altijd hard gewerkt heb. Ik weet ook dat ik veel mensen heb ontmoet die mij geholpen hebben. De vraag is: heb je geluk gehad om hen te ontmoeten? Of heb je hen aangetrokken? Als je een open, positieve energie hebt, trek je meer mensen aan, waardoor je meer kans loopt om leuke dingen mee te maken.’
‘Ik geloof niet dat mensen losstaan van hun omgeving. We zijn allemaal verbonden, ook al zie je de kabels niet. Zeker in het begin zijn er bepaalde elementen die niets te maken hebben met je hard werk en je persoonlijkheid. Mijn grootste geluk begint bij mijn geboorte. Hier, bij mijn familie. Daar heb ik niet voor gekozen, dat heb ik niet verdiend.’

‘Mijn ouders hebben ons gestimuleerd door ons vrijheid te gunnen. Veel jonge mensen met een droom komen naar mij omdat hun ouders niet willen dat ze iets met kunst doen. Het eerste dat ik zeg is altijd: “neem het hen niet te kwalijk”. Onze ouders zijn van een andere generatie, soms van een andere cultuur. In de kunstwereld werken, is nieuw voor hen, dus ze moeten nog groeien, leren en aanvaarden. Ouders weten ook niet alles.’

Je werkte mee aan een campagne voor Te Gek, waarin je vertelt dat het belangrijk is te praten over moeilijke momenten.
‘Het is een algemeen gegeven dat wij graag praten over onze successen, maar dat we het niet willen zeggen als niet goed gaat. Het probleem is dat je op die manier heel wat ervaringen in je eentje moet verwerken. Je kan veel zelf verwerken, maar op een bepaald punt is er iemand nodig die je helpt, die luistert en inspireert. Te Gek probeert die taboes te doorbreken.’

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.