Het klimaatprobleem

Alles begint bij jezelf! Zo ook het klimaatprobleem oplossen.

Het milieu is voor de meeste mensen van geen tel, en het zijn dus wij die de natuur om zeep helpen, niet de politici, zoals tegenwoordig heel hard geroepen wordt.

Vroegere generaties hebben voor welvaart gezorgd, waar de huidige jonge generatie nu volop van kan genieten. Problemen van klimaat en milieu waren toen nog niet aan de orde, wel twee wereldoorlogen en veel miserie.

Daarna kwam de welvaartstaat en die moet nu bijgestuurd worden en dan vooral door ons, de mensen, en wel wereldwijd, opdat we onszelf niet naar de verdoemenis verhelpen met al onze luxe en overdaad.

Ik ben het dan ook helemaal eens met Jan Rotmans die stelt dat het klimaatprobleem oplossen, in de eerste en belangrijkste plaats, het probleem in onszelf oplossen is.

Het klimaatprobleem oplossen, is het probleem in onszelf oplossen

Jan Rotmans

In Brainwash Talks van Human delen invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers verrassende ideeën voor persoonlijke en maatschappelijke problemen. Deze keer hoogleraar Transitiekunde Jan Rotmans, die we de vraag voorleggen welk probleem er over vijftien jaar de wereld uit moet zijn.

“Als we het probleem van klimaatverandering willen oplossen, moeten we het probleem in onszelf oplossen. 34 jaar geleden begon ik onderzoek te doen naar klimaatverandering. Ik ben wiskundige. Toen ik als kleine jongen hardop droomde, wilde ik twee dingen. Ik wilde professor worden. Het liefst in de wiskunde. Iets met rekenen. En ik wilde de wereld een beetje mooier kleuren.

Ik ging wiskunde doen. Prachtig vak. Aan de TU Delft. Maar het was heel theoretisch. Het heette ‘toegepaste wiskunde’, maar ik zag jarenlang alleen maar gamma’s, xi’s en psi’s. Totdat ik ging afstuderen. En ik kon twee dingen doen. Ik kon vliegtuigbewegingen simuleren, of simuleren hoe de ijskappen aan het smelten waren. In 1985. Ik wist er helemaal niets van, maar het leek me wel boeiend.

Ik ging werken bij een keurig instituut, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, waar ik eigenlijk helemaal niet paste. Want ik ben nogal ondeugend, om niet te zeggen recalcitrant. Ik begon daar met een leeg vel. Ik vroeg: ‘Wat is er allemaal aan onderzoek op dit gebied?’ En ik kreeg één boek. Dat was een gezaghebbend boek. Er waren een paar mensen in Nederland onderzoek naar aan het doen, die heb ik toen bezocht. Ik zei: ‘Ik wil eigenlijk één computersimulatiemodel maken waar alles in zit: de oorzaken en de effecten, maar ook het hele biologisch-fysisch mechanisme.’

Al die onderzoekers zeiden dat ik daar niet aan moest beginnen, omdat het te onzeker was. En als mensen mij iets afraden om te doen, dan ga ik er meestal mee door. Dat is een goede tip: als je een vernieuwend idee hebt en mensen zeggen: ‘Niet doen’, dan zou ik ervoor gaan. Maar als mensen zeggen: ‘Ja, ga ermee door’, dan zou ik gaan twijfelen. Dus ik ging ermee door. En na een jaar had ik iets gemaakt, waren er een paar mensen enthousiast. Een groot aantal mensen schudde het hoofd. ‘Mag dat wel, als je al die onzekerheden opstapelt?’

Dit was een tijd waarin we het probleem anders benoemden. Het heette het CO2-probleem. Later werd het het broeikasprobleem en toen pas het klimaatprobleem. Ik ben erop afgestudeerd. En ik werd gevraagd om erop te promoveren. In de tussentijd mocht ik er presentaties over geven, onder andere in de Tweede Kamer. En ik stond daar, en ik zie nog de verbaasde blikken van de Tweede Kamerleden. CO2-probleem?

Ed Nijpels was milieuminister en die had het per ongeluk over het CO-probleem. Ik zei: ‘Minister, het is CO2.’ Hij zei: ‘Ja, dat ene atoom… Wat maakt het uit?’

Die tijd. Ik promoveerde in 1990 en ik kreeg geen cum laude. Ik was wel een beetje verontwaardigd. Maar ik was ook wel onzeker, want het was ook allemaal onzeker. Wat ik gemaakt had, bleek het eerste integrale klimaatmodel ter wereld te zijn. Er zaten guldens in en moleculen. Eén van mijn commissieleden zei: ‘U heeft fascinerend onderzoek gedaan naar een probleem wat misschien over 25 jaar wel niet blijkt te bestaan.’ Toen heb ik daar een fles whisky op gezet. En die heb ik een aantal jaren geleden geïnd. Ik heb inmiddels zeventig flessen whisky staan in mijn kelder. Allemaal gewonnen met weddenschappen. Ik verlies ze ook weleens, maar niet zo heel veel.

Ik ben met dat model doorgegaan. En ik ben er ook wel trots op dat dat na al die jaren nog wordt doorontwikkeld. Er hebben honderden mensen aan gewerkt. Ook weer anderen zijn erop gepromoveerd. Het is actief gebruikt bij de klimaatonderhandelingen de afgelopen decennia. Dus: een mooi inzicht: dat je toch je eigen weg volgt als iedereen het je afraadt. Er zijn nu hartstochtelijke aanhangers die mij destijds afraadden om ermee door te gaan. Ik zal ze niet met naam en toenaam noemen. Maar het is een mooi levenspad.

En toen dacht ik: tien jaar onderzoek, wij weten nu genoeg. Dus laat ik eens kijken naar het hoe. Hoe gaan we dit probleem nou oplossen? Ik dook diep in de systemen: het economische, maatschappelijke en ecologische systeem. We hebben systeemtransities nodig. Dat is evident. Toen heb ik een heel transitie-onderzoeksprogramma opgezet, Samen met andere hoogleraren als Johan Schot en John Grin. We hebben, dat is wel ironisch, 10 miljoen euro gekregen uit de aardgasbaten om dat te doen. En we moesten zelf ook dat bedrag binnenbrengen. Dat hebben we gedaan.

Eén week voordat ik zou beginnen met het onderzoek maakte ik een fietstocht in de Franse Pyreneeën, want ik wil ook in mijn vrije tijd die toppen bereiken. Ik was een verwoed amateurracefietser. Ik had eerder al beklimmingen gedaan als de Mont Ventoux, maar ik wilde dolgraag naar de Pyreneeën. De eerste dag beklommen we de Marie Blanque en de Aubisque. De dag erna zouden we mijn droom gaan doen: de Tourmalet. Aan het einde van de eerste dag ging ik onderuit. Ik moest uitwijken voor een auto, kwam op slecht wegdek terecht, sloeg over de kop en viel plat op mijn gezicht. Mijn vrouw fietste voor mij. Die heeft het nooit zien gebeuren. Mijn vriend fietste achter mij, zonder helm. Ik had een helm op. Voor het eerst. Cadeautje van mijn moeder. Een paar weken voor ik vertrok van haar gekregen.

Ik werd wakker in het ziekenhuis van Lourdes. Nou ben ik niet rooms-katholiek opgevoed, maar ik dacht: ‘Hier komt de zegen van boven.’ Helaas, ik was een te gecompliceerd geval, want ik had alles gebroken wat je kunt breken: onder- en bovenkaak. Kaakbot weggeslagen. Groot deel van het gebit. Jukbeenderen. Oogkas. Neus. Alles. Voor de rest van mijn leven ben ik ‘een interessante casus’. Dat vonden die specialisten namelijk. De eerste was echt een vakman. Want ik was onherkenbaar. Aan de hand van foto’s heeft hij mijn gezicht moeten reconstrueren. En dank u wel, het is best goed gelukt. Vanbuiten. Vanbinnen voelt het anders.

Ik was zo kwetsbaar en weerloos. Maar al die specialisten die me hielpen zeiden: ‘Jij komt er sterker uit.’ Nou, zo voelde dat niet, maar ik kon niks zeggen natuurlijk. Drie maanden lang had ik een kaakfixatie. Bij de eerste specialist schreef ik op een briefje: ‘Wilt u wel opschieten, want volgende week begint mijn transitie-onderzoek.’ Toen zei hij: ‘Misschien kunt u wel nooit meer werken. Waarschijnlijk heeft u hersenschade.’ En mijn brein, dat is ongeveer mijn grootste bezit. Gelukkig bleek na uitgebreid onderzoek dat mijn hersens goed functioneerden. Ik kon een paar weken later naar Nederland worden vervoerd. Daar ging mijn revalidatie verder.

Terwijl mijn onderzoeksinstituut werd gestart door Marjan Minnesma en Derk Loorbach, die ik had aangetrokken, lag ik in het ziekenhuis en daarna thuis te revalideren. Ik kon maandenlang niks doen. Aan de ene kant een kwelling, maar aan de andere kant een opluchting. Voor het eerst van mijn leven viel alle druk van me af. Toen ging ik diep in mezelf kijken. Ik stelde mezelf één vraag: ‘Doe je nou werkelijk wat je wilt, of wil je wat je doet?’ Ik dacht: ‘Natuurlijk doe ik wat ik wil. Ik ben succesvol wetenschapper. Ik ben een pionier op het gebied van klimaatverandering, duurzaamheid en transities.’

Toch ging het knagen. Ik dacht: ‘Eigenlijk doe ik niet wat ik wil. Mijn kennis bereikt een paar duizend wetenschappers. De samenleving profiteert daar niet van.’ Toen dacht ik, ik moet activist worden. Ik moet zorgen dat de samenleving iets kan doen met die kennis. Dus ik werd scientivist. Scientist en activist. In Nederland zeggen ze soms: wetenschopper. En dan ben je in Nederland aan de beurt. Want ja, een wetenschapper moet objectief zijn. Hij mag geen partij trekken. Maar objectieve wetenschap bestaat niet. Er is intrinsieke subjectiviteit.

Toen ik dit pad koos, transformeerde ik als mens. Ik werd kwetsbaarder. Je verliest wat aan wetenschappelijke autoriteit, maar je wint wat aan maatschappelijke autoriteit. Er gebeurde heel wat vanbinnen en vanbuiten. Toen besloot ik om Urgenda op te richten, samen met Marjan Minnesma. Urgenda betekent urgente agenda. Agenda: de dingen die gedaan moeten worden. Urgenda betekent: nu, urgent. Want we hadden een schatkamer aan transitiekennis, die niemand gebruikte. Ik heb toen een stuk geschreven met veertig doelstellingen voor de komende veertig jaar. Een stuk dat integraal werd geplaatst in NRC. We kregen duizenden reacties. Eindelijk een inspirerend stuk over de duurzame toekomst.

Het leuke was dat we het in de kroeg hebben bedacht, dus het staat op twee bierviltjes. En tot op de dag van vandaag draagt Marjan Minnesma die twee bierviltjes in haar tas. Daar stonden de uitgangspunten op. Iedereen om ons heen raadde het ons af. Niet weer zo’n milieuclubje! Daar zijn er al zoveel van. En opnieuw, als mensen je afraden om iets te doen moet je het juist doen. We gingen ermee door. En we werden bekend, zelfs wereldberoemd. Marjan heeft dat uitstekend gedaan. Na verloop van tijd liet ik het los. Ik ben iemand die dingen opzet en ze overdraagt aan anderen. Ik kan dingen niet beheren of managen, daar ben ik niet goed in. Maar ik kan wel dingen opzetten en verzinnen. En toen gingen we, je raadt het al, een rechtszaak aanspannen tegen de staat. En wat zei iedereen? Dat moet je niet doen.

We deden dat wel, en we wonnen. En toen dacht ik: ‘Als we dit probleem van klimaatverandering nou willen oplossen, wat moet er dan gebeuren?’ Eigenlijk moeten we dan een probleem in onszelf oplossen. Ik heb dertig jaar geworsteld met systemen, maar eigenlijk zijn wij het systeem dat een oplossing in de weg zit. Ik droom van een economie en een samenleving die wel schoon en duurzaam zijn. Ik zie windmolenparken op zee, zonnepanelen op daken en velden. Ik zie dat we schoon rijden. Ik zie ook dat we zuiver en schoon eten. Ik zie dat we zelf zuiver worden.

Want dat is mijn grootste inzicht. We wijzen naar technologie, naar de economie, maar de markt, naar de overheid. Maar we duwen het allemaal buiten onszelf. We moeten het probleem in onszelf oplossen. Als wíj werkelijk willen, wíj onze leefstijl aanpassen, dan kunnen we dit probleem oplossen. Maar we leggen het te vaak buiten onszelf neer. Dus dat is mijn hele pleidooi: vandaag beginnen met een duurzame leefstijl, een paar keer per week minder vlees eten, minder gaan vliegen en uiteindelijk helemaal niet meer, en elektrisch vervoer nemen. Een elektrische fiets spaart heel veel autokilometers uit. Je kunt heel veel doen, nu al.

Als we het werkelijk nu doen, kunnen we dit probleem over 15 jaar oplossen. En al 34 jaar hoor ik: ‘Het kan niet, het mag niet.’ En heel soms komt er iemand langs die daar niet in gelooft en daar maling aan heeft. En dat was ik.”

Bron: Brainwash

Water in de tuin

De laatste aanwinst in de tuin! Ik heb van een teil in oud zink een vijvertje gemaakt, in de hoop dat de tuin ook nog andere diertjes aantrekt en ik hoop natuurlijk heel erg op kikkers of padden, maar daar is eigenlijk weinig kans voor, of ze zouden met de trein moeten komen!

Ik heb nu in totaal drie waterpartijen in de tuin en libellen die heb ik al wel gezien. Bovendien hebben de vogeltjes zo altijd water en ze wassen er zich ook heel graag in.

De plantjes die ik er in gezet heb zijn pinksterbloemen, vederkruid en waterranonkel en ik heb hiervoor speciale vijvergrond gebruikt en natuurlijk regenwater.

Bezige bij of ADHD?

Leonardo da Vinci had ADHD

Een neuroloog verklaart de vele onafgewerkte kunstwerken en enorme creativiteit van Leonardo da Vinci.
De meest moderne van de grote kunstenaars had ook een erg ‘moderne’ ziekte. Neuropsychiater Marco Catani (King’s College London) komt met bewijs dat Leonardo da Vinci ADHD had. ‘Hopelijk helpt die ontdekking om het stigma weg te werken.’

“De meester van het onvoltooide”, zo wordt schilder, beeldhouwer en uitvinder Da Vinci ook wel genoemd. Want hoewel briljant, liet de maker van Mona Lisa ongeveer een kwart van zijn schilderijen onaf, tot woede van zijn opdrachtgevers, onder wie paus Leo X. Aan het schilderij Aanbidding der wijzen werkte Da Vinci bijvoorbeeld zeven maanden, waarna hij ermee ophield.

Vijf eeuwen na zijn dood schrijft neuroloog en psychiater Catani nu in vakblad BRAIN dat Da Vinci’s permanente uitstelgedrag en uitzonderlijke creativiteit zeer wellicht te wijten zijn aan ADHD. “Hoewel je onmogelijk een hersenscan kan maken van iemand die 500 jaar geleden leefde, weet ik zeker dat ADHD de meest overtuigende en plausibele verklaring is voor Leonardo’s problemen met werk afmaken”, zegt Catani.

Slechte reputatie

Hij hanteert drie soorten bewijsmateriaal: Da Vinci’s eigen schrijfsels, materiaal van biografen en getuigenissen van tijdgenoten. Uit biografische gegevens blijkt bijvoorbeeld dat de Italiaanse meester als kind al steeds bezig was, van de ene naar de andere activiteit sprong en erg weinig sliep. Tegen het einde van zijn leven had hij zo’n slechte reputatie in Italië omdat hij zo weinig afwerkte, dat hij naar Frankrijk verkaste.

“Hij klaagde ook zelf over zijn onrust”, zegt Catani. “Aan het einde van zijn leven zei hij dat hij had gefaald omdat hij zoveel niet afgemaakt had. Dat lage zelfvertrouwen doet me aan mijn ADHD-patiënten denken”, zegt Catani. Er zijn ook neurologische aanwijzingen. “Uit zijn manuscripten leren we dat hij zeer wellicht linkshandig en dyslectisch was en dat taal dominant was in zijn rechterhersenhelft, allemaal kenmerken die typisch zijn voor ADHD.”

Beroerte

Dat van die hersenhelft concludeert Catani uit het feit dat de kunstenaar zijn rechterhand niet meer goed kon gebruiken na een beroerte. “Dat wijst op een beroerte in de linkerhersenhelft en normaal gezien raakt dan je taalvermogen aangetast, maar dat was bij hem niet zo. Dat wijst op dominante taligheid rechts”, stelt de expert.

Catani benadrukt dat ook de combinatie van die eeuwige rusteloosheid en de gulzige nieuwsgierigheid voor zeer veel onderwerpen typerend is. “Zo’n dwalende geest leidt ook tot grote creativiteit. Hij was erg goed in feestjes organiseren omdat je dat niet kunt uitstellen. Ik zie in hem het bewijs dat het een grote misvatting is dat ADHD iets te maken zou hebben met mindere intelligentie. Eigenlijk leek hij erg op de mens nu: altijd op zoek naar nieuwe inspiratie, niet in staat ergens lang de aandacht bij te houden. Maar ook dat kan dus schitterend en baanbrekend werk opleveren.”

Bron: DE MORGEN – 24.05.2019

Ik herken mezelf in dit artikel. Op school noemde men mij een bezige bij. Werd ik nu geboren zou men mij misschien een ADHD etiket opplakken.

Ik ben ook linkshandig en vaak rusteloos. Wat creativiteit betreft heb ik mezelf opgelegd om elke tien jaar van “hobby” te veranderen. Of taal nu in mijn linker of rechter hersenhelft zit dat weet ik niet, maar taal is wel dominant  aanwezig in mijn leven. En wat die onafgewerkte werken betreft, in het leven is nooit iets helemaal af…

En zo tuinieren ze in Overijse

Dit zijn foto’s van de tuinactiviteiten van mijn zoon, die na een jaar al een volleerde tuinier blijkt te zijn. De eerste foto is van de Nicola aardappelen die hij hier in de moestuin gezet heeft, maar de rest heeft hij mij doorgestuurd vanuit Overijse.

Hieronder een selectie van de prachtige resultaten volleerd tuinieren!


 

Fantastisch hé, ronduit fantastisch! Zoals ik al zij: volleerd!!!
En dan is er koffie!


Niet in de stemming

Vijf jaar geleden, waren het op 25 mei 2014 verkiezingen. Dit jaar zijn er op 26 mei verkiezingen. Veel is er op die vijf jaar niet veranderd of verbeterd. Niets nieuws onder zon, enkel nog allemaal wat ingewikkelder en chaotischer.

Vijf jaar geleden postte ik dit op Facebook naar aanleiding van de GEN-werken die hier al jaren bezig zijn:

NIET IN DE STEMMING

Na de gebeurtenissen en toestanden van de afgelopen dagen, weken, maanden en jaren, in en rond mijn omgeving, ben ik niet in de stemming om op 25 mei 2014 te gaan stemmen, en dat omdat ik niet langer medeplichtig wil zijn aan de wandaden van anderen, waar ik dan ook nog eens slachtoffer van kan worden. Geen enkele partij of politieker kan mij namelijk de garantie bieden dat er geen misbruik gemaakt gaat worden van mijn stem…

Op 20 juni 2014 zouden de spoorwegwerken in de stations Hoeilaart en Groenendaal (voorlopig!) gedaan zijn. Het 3de en 4de spoor liggen er nog wel niet en o.a. de aanplanting van groen op de taluds en geluidsmuren moet ook nog gebeuren. Het groen zou voor oktober 2014 zijn en de sporen pas in 2017. Dus het zal nog een tijdje duren voor er om het half uur een trein stopt in Groenendaal en Hoeilaart, als die dan al stopt, want de NMBS is bezig met treinen af te schaffen. En de treinen die dan nog zullen rijden, zullen dat pas op vier sporen kunnen doen in 2025.

Dan denkt een logisch denkend mens toch, waarom die werken en kosten toch, met alle gevolgen voor de omgeving?!  Aan mij, die men wijsgemaakt heeft dat het voor het milieu was, zegt men nu ‘dat is politiek’. Ja, en met de jaren ben ik meer inzicht gaan krijgen en ik geloof inderdaad dat het politiek is, maar niet voor de mensen, niet voor de kiezers dus.

En daarom ga ik zondag niet stemmen. Ik heb weinig medestanders in dit verhaal en integendeel veel tegenstanders, maar dat geeft niet. Het leven heeft mij immers geleerd dat enkel door goed voor zichzelf te zorgen men de problemen kan aanpakken en in het gunstigste geval ook kan oplossen. Ik kies zondag 25 mei 2014 dus voor mezelf!

Volgende zondag zijn het dus verkiezingen, en wat het openbaar vervoer betreft en meer bepaald wat de NMBS betreft, gebeuren er nog elke dag “rampen”, en is er noch voor de reiziger, noch voor wie in de omgeving van de spoorweg woont veel beterschap in zicht. Er valt nog altijd regelmatig een brief met een foldertje in de bus, dat ons bedankt voor ons geduld…

2025 is ondertussen 2027 geworden, de files op de weg worden elke dag langer en intenser, en het milieu wordt nog steeds niet gespaart. Het enige wat niet gelogen is en waar men woord gehouden heeft, is dat het allemaal politiek is en wel van de hardnekkigste soort.

Ik heb gelukkig wel een jaar geleden een muur gekregen om mij af te schermen en mijn tuin de beschermen tegen al het onkruid van hun achtergelaten werven.


Ze kunnen wel als ze willen, maar dan moet je er wel zelf voor zorgen dat je lang genoeg zaagt en aandringt, en vooral de juiste man op de juiste plaats vindt.

Lievevrouwebedstro en zo…

De voorbije week samen met David naarstig in de tuin gewerkt, en eindelijk steekt alles in de grond wat ik gekocht had in Beervelde en via internet.

Ik heb o.a. Lievevrouwebedstro geplant, een onkruid dat eigenlijk een kruid is waar men een lekker drankje van kan brouwen, en nog een paar andere verdiensten heeft. In de Arlon, in de provincie Luxemburg, is Maitranck (meidrank) een streekproduct en zoet aperitief.

https://wereldsmaken.com/maitrank/

Lievevrouwebedstro is een in onze streken winterharde vaste plant. Het is een laagblijvend kruid (15 centimeter), dat zich via zijn dunne wortelstokken langzaam kan uitbreiden, zonder dat het echt gaat woekeren. Aan de rechtopstaande, vierkante stengeltjes staan kransen van een achttal blaadjes, die elk ongeveer een halve centimeter breed en ongeveer drie centimeter lang zijn.

TEELTTIPS:
Lievevrouwebedstro is een meerjarige plant die de voorkeur geeft aan een plaatsje in de zon of halfschaduw. We planten hem het best op een losse, vochtige, voedselrijke grond. Bij perioden van droogte is water geven noodzakelijk. De takken en blaadjes oogsten we tijdens de bloei.

GEBRUIK:
Lievevrouwebedstro wordt gebruikt voor de bereiding van de zogenaamde meibowl. Die maken we door 1 klein bosje lievevrouwebedstro te bestrooien met 1 eetlepel suiker, hieraan voegen we 2 dl cognac en 1/2 l droge witte wijn toe. We laten het geheel een nachtje trekken. ’s Anderendaags verwijderen we onze lievevrouwebedstro en voegen nog 2 l wijn en een 1/2 l champagne (kan vervangen worden door spuitwater) toe. Koel geserveerd is dit de ideale drank om het begin van de zomer te vieren. Andere dranken kunnen we ook aromatiseren door een bosje van dit kruid enkele uren in de vloeistof te laten trekken.


Lievevrouwebedstro wordt ook gebruikt voor het op smaak brengen van jams, thee en ijs.

Thee helpt bij slapeloosheid en nervositeit. Verder heeft het kruid een bloedzuiverende werking en ook bij indigestie, darm- en maagkrampen kan het kruid verlichting bieden.

OPGEPAST: het kruid bevat veel cumarine en mag doordoor slechts met mate gebruikt worden, bij een te hoge dosering kan misselijkheid en hoofdpijn optreden. Ook geeft cumarine interacties met bloedverdunnende medicijnen. Neem je zulke medicijnen dan mag lievevrouwebedstro enkel gebruikt worden in overleg met een arts.

Geurzakjes met het kruid in onze kleerkast hangen verjaagt de motten.

Bron: www.hermie.euDe Latijnse naam van Lievevrouwebedstro is Galium Odoratum.

Bij de Germanen was het Lievevrouwebedstro waarschijnlijk een cultusplant gewijd aan Freya, zuster van oppergod Wodan / Odin en godin van de geboorte. Het plantje werd vermoedelijk als wiegenkruid gebruikt.

Volgens de latere christelijke legende zou Lievevrouwebedstro het kruid zijn waarmee Maria’s bed was opgemaakt. Dat wordt ook beweerd van het echte walstro (Galium verum). In heel wat legenden is het Lievevrouwebedstro echter het wiegenstro van het kindje Jezus.

22.000 bezoekers!

Verleden zondag ben ik dank zij David naar de tuindagen van Beervelde geweest. Het was een uitstapje voor mijn Moederdag.

Het was de moeite waard, teveel om op één dag te bekijken, en veel teveel volk om dat rustig te kunnen doen, en ook te weinig rustplaatsen. Hier en daar wat meer ruimte en een bankje om te zitten, ware welkom geweest. Maar de kasteeleigenaar wil er waarschijnlijk het maximum uithalen, en hoe meer standhouders, hoe meer inkomsten.

Dit is zijn een paar foto’s, van wat voor mij de mooiste stand was. Ik ben namelijk zot van wilde sleutelbloemen, en sleutelbloemen zijn geel, maar deze standhouder had ze in alle kleuren van de regenboog. En vanaf nu staan die dus ook in mijn tuin!
De standhouder en verkoper van deze planten heeft ook een website en je kan dus ook zaad en plantjes online bestellen.

https://www.barnhaven.com/fr

Ik heb enkel bloemenplantjes gekocht, maar David die heeft eerder plantjes voor de moestuin gezocht, en dan vooral ongewone, die je niet zo vaak tegenkomt in de tuinencentra.

Naar het schijnt ware er dit 22.000 bezoekers in Beervelde gedurende die drie dagen. Tuinieren is blijkbaar de nieuwe passie van de Vlaming en de baksteen heeft denkelijk plaats geruimd voor wat meer natuur rond het huis en de eigen groentjes kweken.

“Moet je talent hebben om te moestuinieren? Nee, het is iets dat iedereen in zich heeft. Het is een soort collectieve herinnering die in ons brein zit opgeslagen door duizenden jaren selectie, van generatie op generatie.” Wim Lybaert

Moederdag

Mijn grootmoeder zette veertien kinderen op de wereld waarvan er maar zes zijn blijven leven en volwassen geworden. Mijn moeder had er twee, tegen wil en dank, want die had al die miserie thuis gezien en wou kinderloos blijven.

Op haar vijfenveertigste kreeg mijn grootmoeder nog een zoon, de slimste van den hoop, maar voor haar was het genoeg geweest, en hij werd opgevoed door zijn oudste zus die op haar zestiende ook al moeder was geworden, en dat heel goed gedaan heeft.

Moeders, het is allemaal niet zo evident. Omdat mijn moeder er niet klaar voor was, bleef ik de eerste zes jaar bij mijn grootmoeder, die mij nog wél wilde opvoeden. Aan haar heb ik te danken dat ik ben wie ik nu ben. Aan mijn moeder heb ik te danken dat ik een opstandige dwarsligger gebleven ben, waarop ze later wel fier was en ook wel graag zag.

Wat ik vooral spijtig vind, is dat deze vrouwen, die moeders, geen plezant leven hebben gehad. Desondanks hebben zij er het beste van willen maken en waren zij in de eerste plaats moeders.

Met dank en veel moederliefde!

Moeders

Moeders,
het zijn soms loeders,
en ze laten
je niet los,
tegen wil en dank,
maar altijd weer
zijn ze onmisbaar,
en als ze weg zijn
mis je ze levenslang.

Micheline Baetens – 11.05.2019

Seksueel geweld

Waarom vooral mannen seksuele geweldenaars zijn

De Morgen – 10.05.2019

Griet Vandermassen is filosofe en auteur van Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie

Seksueel geweld treft veel vrouwen en heeft een vernietigende impact. Feministische verklaringen ervan schieten helaas vaak tekort. Als we willen inzetten op preventie, is inzicht in de oorzaken nochtans cruciaal.

Is seksueel geweld een product van “machtsstructuren en maatschappelijke ordening”, zoals Bieke Purnelle en anderen in deze krant suggereren? Heeft verkrachting niets te maken met seksuele drang en spelen leeftijd en uiterlijk geen rol in het risico op verkrachting, zoals gesteld op www.seksueelgeweld.be, een initiatief van onder meer het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen? Deze verhalen gaan al lang mee in feministische kringen, maar ze worden weerlegd door de feiten. Zo zijn de slachtoffers overwegend jonge vrouwen, tussen de vijftien en vijfentwintig jaar. Ook de grootste groep daders is jong. De meesten staken dit gedrag na de jongvolwassenheid, ondanks de “machtsstructuren” waarbinnen ze zijn gesocialiseerd. Inzetten op preventie moet meer behelzen dan “met jonge mensen in gesprek gaan over seks, macht en gender”, want meestal gaat het niet om macht. Het gaat in eerste instantie om seks.

Een goede theorie over seksueel geweld moet kunnen verklaren waarom seksuele agressie ook in het dierenrijk wijdverspreid is, waarom ook daar mannetjes de agressors zijn, waarom daders en slachtoffers overwegend jong zijn en waarom sommige mannen verkrachten, maar de meesten niet. Evolutionair bekeken is mannelijke seksuele agressie het product van de verschillende seksuele psychologie van beide seksen. Net als in veel andere soorten zijn de vrouwen van onze soort seksueel kieskeuriger dan mannen, een gevolg van hun grotere investering in voortplanting. Mannen hebben gemiddeld een lagere drempel voor seks en meer interesse in losse seks, met een focus op jonge (en dus vruchtbare) vrouwen. Dat kan botsen. Sommige mannen grijpen naar geweld om de seks te krijgen die ze willen. Dat is, in de kern, waarom mannen verkrachten.

Antisocialiteit

Welke mannen zijn dat? Onderzoek toont dat de meeste daders hoog scoren op antisocialiteit. Ze houden weinig rekening met anderen en vertonen daardoor vaak ook ander delinquent gedrag. Zo gaat verkrachting binnen een relatie vaak gepaard met niet-seksueel geweld. Veel daders zijn bovendien erg promiscue ingesteld. Omdat ze weinig empathie hebben en veel meer seks verlangen dan ze krijgen, zien ze vrouwen vooral als een te overwinnen obstakel. Over alle tijden en culturen heen scoren jonge mannen het hoogst op antisocialiteit, wat meteen verklaart waarom de meeste daders jonge mannen zijn. Meestal is dat een voorbijgaande fase, maar sommigen blijven levenslang delinquent. Zij waren als kind al antisociaal en blijven dat, door genetische kwetsbaarheid, ontwikkelingsstoornissen en een traumatische jeugd. Daarnaast heb je de kleine maar erg gevaarlijke groep van psychopaten. Zij kiezen vaker een onbekende als slachtoffer en gebruiken vaker extreem geweld. Steve Bakelmans (moordenaar van Julie Van Espen, red.) behoort duidelijk tot een van die twee laatste groepen.

https://www.demorgen.be/nieuws/het-predicaat-van-psychopaat-waarom-voorzichtigheid-bij-diagnose-steve-bakelmans-geboden-is~b25786f4/

Als antisocialiteit een belangrijke voedingsbodem is voor seksuele agressie, moeten we inzetten op de preventie of reductie ervan. Hoe zorgen we ervoor dat het risicogedrag en de zoektocht naar seks die de mannelijke jongvolwassenheid kenmerkt zich niet vertaalt in seksueel geweld? Educatie is hier belangrijk, maar dan niet over macht, wel over de verschillende seksuele psychologie van beide seksen, zodat jongens leren zich in meisjes te verplaatsen. Ze moeten ook leren over het recht op fysieke integriteit. Mannelijke rolmodellen zijn belangrijk, die jongens tonen hoe een prosociale mannelijkheid eruitziet, en mannelijke mentoren, die jongens leren hun agressieve impulsen op een constructieve manier te kanaliseren. Kansarmoede moet op alle mogelijke manieren worden bestreden. Wie weinig perspectieven heeft in het leven, zet immers sneller in op een delinquente levensstijl. Veroordeelde daders moeten een aangepaste behandeling krijgen. Niemand wordt beter van alleen maar een verblijf in de gevangenis. Zelfs psychopathie blijkt, anders dan lang gedacht, in bepaalde mate behandelbaar. Er zijn veel manieren waarop we antisociale neigingen, en daarmee ook seksuele agressie, kunnen indijken. Een bredere kijk op seksueel geweld brengt ons verder dan de klassiek-feministische verklaring in termen van macht. Voor zover macht een rol speelt, is dat meestal als middel tot seks, niet als doel.

Druivenfeeesten Overijse weleer

Deze week ga ik samen met David in De Bosuil in Jezus-Eik naar een reportage kijken over de Druivenstoet in Overijse van 1957 tot 1970 ongeveer.

Het zou wel eens kunnen dat ik mezelf tegenkom, want ik heb er een paar maal aan mee gedaan. Ik zal in ieder geval heel wat bekende gezichten terugzien, al dan niet nog in leven, en al dan niet op doek of in levende lijve.

Ik herinner mij nog dat ik een paar maal op een praalwagen gezeten heb die getrokken werd door de tractor van boer Verhulst uit de Huldenbergse dreef, en ook dat ik het jaar dat ik mijn Plechtige communie gedaan heb, er in meegelopen heb met mijn communiekleed. Of was dat in een processie? In elk geval dat laatste was dik tegen mijn goesting.

Ook heb ik ooit met mijn kantwerk mogen deelnemen aan de Druivententoonstelling en heb ik toen een vijftigtal druiventrosjes geklost voor de druiventelers.

En natuurlijk ben ik ook veel gaan dansen in de Markthalle en heb er ondermeer een optreden van Miel Cools en Adamo bijgewoond.

Nu is er nog enkel de marktdag waar is soms nog naartoe trek, en dan de gezelligheid van een terrasje opzoek, en een babbelgat als ik vind wel altijd wel iemand om haar gezelschap te houden.

https://www.facebook.com/163425350366412/videos/835547200112067/UzpfSTExODE3NDc4NDg2MzgzNDoyNTUwMjQyNjUxNjU3MDIz/