Coachen

Gisteren vertelde mij iemand dat hij coach was voor volwassenen. Ik vroeg me daarbij af wat een coach eigenlijk is en wat hij voor je doet.

Is een coach iemand die zegt hoe jij moet leven? En hoe weet hij of zij dat dan? Heeft hij dat ergens geleerd, of heeft hij die ervaring, en hoe goed leeft hij of zij zelf?

Wel, ik heb het opgezocht en volgende uitleg gevonden:

Een coach richt zich op het vergroten van de effectiviteit van het individu en/of het team. De coach doet dit door bewustwording, het vergroten van zelfvertrouwen en het exploreren, ontwikkelen en toepassen van eigen mogelijkheden. Een coach richt zich vaak op een of meerdere deelgebieden zoals bijvoorbeeld leiderschap, loopbaan, persoonlijke ontwikkeling of ondernemerschap.

Synoniemen voor coach zijn: bus, leider, leidinggevende, voorman, autobus, touringcar, trainer, drilmeester, begeleider, oefenmeester, counselor.

Daarbij vroeg ik mij af in welke mate een therapeut of een psychiater, de dokter, ja zelfs de leraar op school, en mijn ouders mij  gecoacht hebben, en wat ik daar aan gehad en meegedragen heb?

Moet je het uiteindelijk allemaal zelf niet uitzoeken en kiezen hoe je wilt leven en wat je belangrijk vindt, of gaan we eenheidsworst worden, en allemaal hetzelfde denken en doen?

In elk geval , alles in mij rebelleert als ik er maar aan denk dat iemand mij gaat opleggen hoe ik moet leven.

Uiteindelijk heeft iedereen zijn eigen gebruiksaanwijzing en hopelijk de nodige zelfkennis om te weten wat hij of zij wilt, en indien niet, kan het nooit de bedoeling zijn dat een ander dat in zijn of haar plaats oplegt. We zoeken het zelf wel uit, met vallen en opstaan!

Nog één week!

Nog één week!

Vermits die kleine pagadder nog altijd in stuit ligt, zal hij komende woensdag 25 september naar alle waarschijnlijkheid, net als zijn vader destijds, verlost worden met een keizersnede.

Zo vader, zo zoon dus, al was er bij mij een andere reden waarom David niet langs de meest natuurlijke weg kon komen.

Een keizersnede – meer dan tweeënveertig jaar geleden – werd toen wel helemaal anders aangepakt en uitgevoerd dan tegenwoordig.

De mama zal enkel epiduraal verdoofd worden, en zal de bevalling dus kunnen meemaken, en ook de vader mag (moet!) aanwezig zijn. Het wordt dus voor ouders en kind een heel intense belevenis, die hopelijk zo comfortabel mogelijk verloopt.

Een paar dagen geleden, op 15 september waren Audrey en David een jaar getrouwd, en nu dus wordt hun eerste kindje geboren, dat is werkelijk een perfecte timing.

Ik ben er in elk geval klaar voor om grootmoeder te worden!

Meisje

“Meisje,
Wat wil jij later worden?”

“Een wijze vrouw,
Met grijze haren wil ik zijn,
En met rimpels rond de ogen.

Een vrouw
Van weinig woorden wil ik zijn,
En zonder onvervulde verlangens.

Een vrouw
Met veel ervaringen wil ik zijn,
En met losgelaten herinneringen.

Mijn grootmoeder
Wil ik later zijn.”

Micheline Baetens, 3 juli 2012

In de Vosdellestraat

Wat de NMBS niet doet, doen we zelf, en vermits de beplanting die ons beloofd werd er maar niet komt, verfraaien we zelf onze straat.

In de Vosdellestraat moeten de buurtbewoners van de spoorweg zelf creatief zijn, en ook de vos is alom tegenwoordig in het straatbeeld. Af en toe komt Reintje trouwens zelf eens kijken, in levende lijve!

STRAATKUNST

De kunstenares is Monique De Cooman, mijn buurvrouw.

Spelen

In het kinderdagverblijf hoort uw peuter sinds kort veel minder ‘pas op’ en ‘niet doen’.

‘Spel zonder enig risico is oersaai.’

Peuters mogen weer wilder spelen

De Standaard – Veerle Beel – 16.09.2019

Tot voor een paar jaar organiseerden ze in het kinderdagverblijf Het Elfenbankje in Gent elke vrijdag een ‘turnhalfuurtje’: van negen tot halftien ’s ochtends. ‘We creëerden dan een klimparcours, waarbij we zo opgesteld stonden dat we elk kind bij de hand konden nemen’, zegt kinderbegeleidster Elisabeth Vandevoorde. ‘Als een kind onder de tafel wilde kruipen, in plaats van erboven zoals wij hadden voorzien, zeiden we: nee, niet doen!’

‘Nu laten we de kinderen zelf kiezen hoe ze de stoelen bijeen willen schuiven, en hoe ze erover willen klauteren. Of springen, als ze dat durven. We blijven in de buurt, maar we nemen bijna nooit meer een kind bij de hand.’

Lange tijd stond in kinderdagverblijven de absolute veiligheid voorop. Elk risico moest worden uitgesloten, want kinderbegeleiders vonden het niet leuk om ’s avonds tegen een ouder te moeten zeggen dat hun peuter een bluts of een schram had. Bovendien kijkt Kind en Gezin mee over hun schouder, en die organisatie heeft de naam streng in de leer te zijn.

Durfals en bange hartjes

Nu waait er een nieuwe wind, die wordt aangestoken door de Arteveldehogeschool. Twee jaar lang werkte het RePLAY-onderzoeksteam van de hogeschool samen met tientallen kinderdagverblijven, om er risicovol spelen te introduceren.

‘Het gaat uiteraard om aanvaardbare risico’s’, beklemtoont docente Helena Sienaert. ‘We willen kinderen niet in gevaar brengen. Een spijker die uitsteekt aan een speeltuig, moet verwijderd worden. Die dient nergens toe en kan kinderen verwonden. Een muurtje in de tuin kan ook gevaarlijk zijn, maar biedt toch kansen om erop of erover te klimmen. Onder toezicht kan dat leuk en leerrijk zijn.’

‘Kinderen moeten in staat zijn om het risico in te schatten en te nemen. Ze moeten beseffen dat de kans bestaat dat ze zich even pijn zullen doen, maar dat het ook goed kan gaan. Er is vaak twijfel aan verbonden, en onzekerheid: kan ik dit wel? Het verhoogt hun competenties en hun zelfvertrouwen, en biedt spanning en spelplezier. Spel zonder enig risico is alleen maar oersaai.’

‘In de praktijk zien we dat kinderen heel goed voor zichzelf kunnen uitmaken hoe ver ze willen gaan. Het ene kind zoekt al meer risico op dan het andere. Je hebt nu eenmaal durfals en bange hartjes.’

‘Een peuter van tien maanden die nog niet kan stappen, was gisteren bij ons op de glijbaan geklommen. Vroeger zou ik meteen ingegrepen hebben’, zegt Kristien Lievens, kinderbegeleidster bij De Bubbels in Gent. ‘Nu heb ik gekeken hoe hij naar boven klom. Toen moest ik wel helpen, omdat hij niet wist hoe hij er weer af kon. Over een week of twee, als we hem nog een paar keer tonen hoe het lukt, zal hij het wel alleen kunnen.’
Lievens geeft toe: ‘In het begin waren we ons houvast kwijt. We lieten alle vroegere regels los. De kinderen voelden dat, en er ontstonden conflicten. We hebben geleerd dat je niet alles moet toelaten. Nu mogen ze niet meer op de eettafel klauteren. Dat mag alleen op de tafel in de speelhoek.’Groenten snijden

Voor ouders die zich nieuw aanmelden, is het verhaal van het risicovolle spelen wel even schrikken. ‘Op de wendag voor nieuwe ouders maken we altijd soep klaar. Peuters krijgen dan een mesje om groenten te snijden’. zegt coördinator Marijke Prieels. ‘Als je dan nog maar pas een baby hebt, kijk je daar wel even van op. Maar het welbevinden van onze kinderen is sinds de samenwerking met dit onderzoeksproject alleen verhoogd.’

Het onderzoeksproject RePLAY Toddler wordt afgerond met de publicatie van een toolbox en een draaikalender met 52 uitgewerkte tips voor risicovol spelen: handig om wekelijks een nieuwe manier van spelen te proberen. Het wordt voortgezet onder de noemer RePLAY 3-6 en mikt dan op de kleuterscholen.

Info: arteveldehogeschool.be/risicovolspelen

Steun van Kind en Gezin
Kind en Gezin steunt het pleidooi voor risicovol spelen in de kinderopvang, zegt Veerle De Vliegher, beleidsmedewerker voor alles wat met veiligheid te maken heeft.

‘We hebben de naam dat we op alle slakken zout leggen: o wee als het gras te lang is of als je peuters laat knutselen met wc-rolletjes. Soms is dat een makkelijk excuus en zegt men: ‘‘Jamaar, dat mag niet van Kind en Gezin’’. We bestaan honderd jaar, maar zijn een organisatie die mee evolueert met de tijd. Dat willen we ook hier doen. We hebben uit dit project geleerd dat we niet moeten gaan voor zoveel mogelijk veiligheid. Wel voor zoveel veiligheid als nodig.’

De Vlieger belooft daarbij dat Kind en Gezin al zijn communicatie over veiligheid zal herzien: ‘We zullen alles navlooien en aanpassen, zodat risicovol spelen erin aangemoedigd wordt – en zeker niet afgeremd.’

Acht keer risicovol spelen

● op hoogte: op een stoel of tafel klimmen, of in een boom
● met snelheid: lopen, fietsen
● met een gevaarlijk voorwerp: een stok, schaar, mesje
● op een gevaarlijke plek: bv. die niet omheind is
● stoeispelen: worstelen en over elkaar heen klauteren
● met impact: met fietsje tegen muur botsen, spullen op de grond gooien
● uit het zicht: bv. verstopt onder tafel
● plaatsvervangend: kijken naar ouder kind dat risico neemt (en daar ook plezier aan beleven en misschien ook iets uit leren)

SOS BOS!

Elk jaar wordt acht keer België omgehakt. Daarmee is de boskap met 43 procent gestegen. In 2014 sprak de wereld nog af de ontbossing tegen 2020 te halveren.

Wereld moet boskap halveren, maar hakt steeds sneller

De Standaard – Dominique Minten – 13.09.2019

De branden in het Amazonewoud hebben de wereld weer wakkergeschud. In het Brazilië van Jair Bolsonaro is ontbossing niet langer taboe. Integendeel, de nieuwe president heeft de landbouwers opnieuw de vrije hand gegeven. De gevolgen van dat beleid voor de klimaatverandering zijn groot. Bossen zijn opslagplaatsen van CO2.

Ongeveer een derde van de jaarlijkse uitstoot wordt opgevangen door bomen.

Daarom werd vijf jaar geleden op VN-niveau de ‘Verklaring van New York’ ondertekend. Meer dan 200 landen, regio’s, ngo’s en bedrijven beloofden dat ze er alles aan zouden doen om de ontbossing een halt toe te roepen. Tegen 2020 moest die gehalveerd worden, tegen 2030 helemaal gestopt.

De verklaring blijkt een lege doos. Een coalitie van 25 milieu­organisaties, waaronder het WWF en het World Resources Institute, heeft een – wetenschappelijk nagekeken – rapport gepubliceerd dat aangeeft dat de ontbossing alleen maar toeneemt. Sinds 2015 verdwijnt elk jaar ongeveer 260.000 vierkante kilometer bos. Dat is acht keer de oppervlakte van België. In vergelijking met de periode 2001-2013 is de ontbossingsgraad met 43 procent gestegen.

En dan is er nog geen rekening gehouden met de recente, aangestoken branden in het Amazonewoud. Dat de toestand in Brazilië stilaan catastrofaal dreigt te worden, is niet overdreven. In juni van dit jaar lag de ontbossingsgraad er 88 procent hoger dan in juni 2018.

De aandacht van de wereld is dezer dagen gericht op het Amazonewoud, maar eigenlijk is het regenwoud in het Congobekken nog meer bedreigd. De ontbossing daar was historisch lager dan in het Amazonewoud, maar er wordt in snel tempo een ‘inhaalbeweging’ gemaakt. In Congo, bijvoorbeeld, is het ontbossingsniveau de jongste vier jaar verdubbeld in vergelijking met de periode 2001-2013. De milieuorganisaties wijzen met de beschuldigende vinger naar China. Het gros van het tropisch woud dat daar gekapt wordt, gaat naar China.

Het rapport komt op een gevoelig moment. Over twee weken heeft in New York een belangrijke klimaattop plaats. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft de regeringsleiders samengeroepen om ze nogmaals op hun plichten te wijzen. Hun toezeggingen zijn lang niet voldoende om de doelstellingen van het klimaat­akkoord van Parijs te halen. Iedereen moet dringend een tandje bijsteken. Ook de bossen staan er hoog op de agenda.

Charlotte Streck, directrice van Climate Focus dat het rapport coördineerde, wordt er stilaan cynisch van. ‘We hebben geen behoefte aan belangrijke mannen die plechtige beloftes doen. De beloftes die gemaakt zijn, moeten gewoon uitgevoerd worden.’

Bosplanters

Ondertussen wordt ook bos aangeplant. In Europa, maar ook in Mexico en Ethiopië wordt daar ernstig werk van gemaakt. Ook Indonesië krijgt goede punten. Twee jaar geleden vaardigde president Joko Widodo een verbod uit op de ontwikkeling van de veenlanden en de kap van ongerept regenwoud. Sindsdien is de ontbossing met een derde gedaald.

Op wereldschaal blijven het druppels op een hete plaat. De belofte was om tegen volgend jaar 1,5 miljoen vierkante kilometer extra aan te planten. De voorbije twee decennia bleef het bij 270.000 vierkante kilometer. Dat is nauwelijks meer dan de oppervlakte die elk jaar gekapt wordt.

SOS Mezen!

36 verschillende pesticiden in dode mezen

Een grootschalig onderzoek naar de oorzaak van de massale mezensterfte door Velt en Vogelbescherming Vlaanderen levert een schokkend resultaat op: maar liefst 36 verschillende pesticiden werden teruggevonden in de dode meesjes. Erger nog, vooral DDT werd gevonden, nochtans verboden sinds 1974 in België.

Velt en Vogelbescherming Vlaanderen zijn verrast door het hoge aantal pesticiden in lichamen van dode mezen. “In totaal troffen we 36 verschillende pesticiden in 95 mezennesten aan’, zegt Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt. ‘Dat is zorgwekkend. Vooral omdat de mezen hoogstens 2 weken oud waren en nog nooit buiten de nestkast waren geweest.”

DDT massaal aanwezig

“We vonden zowel fungiciden (tegen schimmels), herbiciden (tegen onkruid), insecticiden (tegen insecten) als biociden terug. Opmerkelijk is dat we in 89 van de 95 onderzochte nesten DDT ontdekten.Het gebruik van dit insecticide is sinds 1974 officieel verboden in België. ‘Dat DDT na al die tijd nog steeds in onze omgeving aanwezig is, is zorgwekkend.”

Weinig nesten zonder pesticiden

“We worden niet blij van deze resultaten”, gaat Geert Gommers verder. “Vooral omdat in bijna alle nesten één of meerdere pesticiden aanwezig zijn.’ In amper 4 van de 95 onderzochte nesten vonden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen geen pesticiden terug. ‘In één nest vonden we een mix van 2 insecticiden en 6 fungiciden terug.”

Invloed van de buxusmot?

Via dit onderzoek wilden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen onder meer nagaan of er residuen van pesticiden terug te vinden zijn in gestorven mezenjongen. ‘Of de bestrijding tegen de buxusmot invloed heeft op mezensterfte is met deze cijfers moeilijk te zeggen. Hiervoor is verder onderzoek nodig. Wel vonden we in de mezenlichamen stoffen terug die gebruikt worden in de bestrijding tegen de buxusmot. Ook pesticiden waarbij voor vogels het risico als ‘Hoog’ beoordeeld wordt (cf. Pesticides Properties DataBase – PPDB) vinden we terug in de dode mezen,’ zegt Inge Buntinx, bioloog bij Vogelbescherming Vlaanderen.

Waarom dit onderzoek?

In 2018 kregen Velt en Vogelbescherming Vlaanderen beduidend meer meldingen van ongeruste burgers. Jongen van kool- en pimpelmezen lagen dood in de nestkast. Terzelfdertijd veroorzaakten rupsen van de buxusmot veel schade in tuinen, waarop bestrijdingsmiddelen werden ingezet om dit probleem aan te pakken. Is er een link tussen beide? Velt en Vogelbescherming Vlaanderen besloten om in het voorjaar 2019 dode mezenjongen te laten testen op de aanwezigheid van pesticiden.

Met de financiële steun van honderden mensen startten Velt en Vogelbescherming Vlaanderen een citizen science project op. 1101 mensen die een nestkast of nestje met dode mezenjongen in zijn tuin aantroffen, melden dit via deze website www.sosmezen.be. De dode meesjes werden vervolgens opgehaald en bezorgd aan een gespecialiseerd labo waar de mogelijke aanwezigheid van pesticiden onderzocht werd.

Met de steun van duizenden burgers

Het onderzoek SOS Mezen was niet mogelijk geweest zonder de steun van honderden bezorgde burgers. We bedanken alle 1101 mensen die via www.sosmezen.be dode jongen van kool- en pimpelmezen meldden. Onze dank gaat ook uit naar de vele vrijwilligers voor het overbrengen van de dode mezenjongen naar het labo. Tot slot was dit onderzoek enkel mogelijk dankzij de financiële steun van vele, vele donateurs. Bedankt!

Bron: Velt – 12.09.2019

Ik had deze zomer twee nesten in mijn tuinen: pimpelmezen en koolmezen. Van beiden zijn de jongen uitgevlogen.

Momenteel zitten er pimpelmezen, koolmezen en kuifmeesjes in de tuin en vandaag heb ik ook, nu de zomer voorbij lijkt, het eerste roodborstje gespot.

 

Vandaag de dag: Kind en Gezin

Kind en Gezin bestaat honderd jaar
“Vergiftigt uw kind niet door het eene fopspeen te geven”

De Standaard – 12.09.2019

Honderd jaar geleden werd de voorloper van Kind en Gezin opgericht. Andere tijden, andere raadgevingen, blijkt uit een vergelijking van een kindboekje uit 1930 met de tips die vandaag worden gegeven. Al blijven enkele heilige huisjes overeind.

Toen: Vergiftigt uw kind niet door het eene ­fopspeen te geven
Nu: Gebruik een fopspeen bij voorkeur alleen voor het slaap- en bedritueel
Kind en Gezin is nog altijd niet de grootste voorstander van fopspenen, maar ziet ze niet langer louter als vergif. ‘Een fopspeen wordt bij borstvoeding eerder afgeraden tot de melkproductie goed op gang is en de borstvoeding goed verloopt.’
‘Kinderen jonger dan één jaar die fopspeenzuigen, hebben meer kans op middenoorontstekingen’, is het ­advies. Maar ook: ‘Fopspeenzuigen is sowieso een betere optie dan duimzuigen.’

Toen: Te veel gespannen kleederen zijn ­nadeelig voor den groei van het kind
Nu : Kies voor losse, ­comfortabele kledij. Die ­belemmert de ­bewegingsvrijheid van een kind niet en maakt het aan- en ­uitkleden makkelijker
Kind en Gezin is nog altijd geen fan van een te strakke outfit voor een baby. ‘Wij ­raden nog altijd ruimzittende kleertjes aan. Bij voorkeur body’s met een grote halsopening. We vragen ook erop te letten dat sokjes niet te hard spannen rond de voeten’, zegt woordvoerder Marie De Clercq.
De organisatie heeft nu nog heel wat adviezen. Zo raadt ze aan geen synthetische kleertjes te kopen. En kleertjes met grote prints bevatten vaak een gevaar­lijke kunststof.

Toen: Geeft het kind ­iedere dag een bad
Nu: Geef een baby regel­matig een bad
‘Je hoeft het kindje niet ­dagelijks van kop tot teen met zeep te wassen. Dat kan de huid uitdrogen en irritatie veroorzaken’, klinkt het. Maar dat wil niet zeggen dat je je baby niet dagelijks mag wassen. ‘Gebruik bij voorkeur water en reinigende ­babyolie, dat houdt de huid soepel.’

Toen: Weest altijd zeer zindelijk. Vervangt ­dadelijk de natte luiers door drooge
Nu: Ververs de luier bij ­elke voeding – zowel overdag als ’s nachts – en zeker na iedere ontlasting
Hét verschil met honderd jaar ­geleden: de uitvinding van de wegwerp­luier. Al raadt Kind en Gezin ook nog altijd herbruikbare luiers aan.

Toen: Wiegt uw kind nooit
Nu: Wiegen, het kind in de armen ­nemen, is een goede methode om het kind te troosten
‘Toch als dat wiegen zachtjes gebeurt’, klinkt het. ‘Want schudden is schade. Een tip: maak het kindje niet gewoon aan het wiegen. Want als het daar te afhankelijk van wordt, zal het misschien onrustiger zijn als het niet gewiegd wordt of wordt troosten door te wiegen moeilijker.’

Toen: De beste melk is de moedermelk. ­Trouwens, het moederlijk zoogen is tevens ­voordeelig voor uzelf
Nu: We raden exclusieve borstvoeding gedurende de eerste 4 à 6 maanden aan. Bijvoeding met (suiker)­water of kunstvoeding wordt afgeraden, ook tijdens de eerste levensdagen
‘Ook nu kiezen we voor moedermelk boven kunstmelk. Hoe langer borstvoeding gegeven wordt, hoe ­groter het gezondheidsvoordeel voor moeder en kind.’

 

Leve de herfst!

De dokter is vanmorgen nog eens komen poolshoogte nemen om te zien hoe ik het nu naar een maand antidepressiva stelde, en hij is als een tevreden man buiten gegaan. De dokter tevreden, iedereen tevreden!

De roze paniekpilletjes heb ik heel gemakkelijk kunnen afbouwen en de lichte dosis antidepressiva doet nu wat ze moet doen: mij in staat stellen om het leven terug aan te kunnen.

Therapie blijkt niet nodig want blijkbaar heb ik genoeg inzicht in mijn problemen om te weten waar het schoentje ditmaal weer eens gewrongen heeft. Een paar goeie boeken lezen en af en toe alles op eens op een rijtje zetten, en vooral goed weten wat je wilt en niet wilt en wat kan en niet kan.

Mijn bloeddruk was dit keer ook dik in orde en ik heb felicitaties gekregen voor mijn verstandige aanpak van de medicatie en de problemen die zich hebben voorgedaan.

Dit is écht de eerste keer dat ik zo goed begeleid werd door een gewone huisarts en dat voor psychische gezondheidsproblemen. En dan is de jonge man nog niet eens afgestudeerd, dat belooft dus voor de toekomst! Ik ben hem heel erg dankbaar en heb hem dat ook gezegd.

Eindelijk is de zomer voorbij en meteen ook mijn zomerdepressie, of hoe dat ding ook heet. In elk geval, leve de herfst! Laat die bladeren nu maar vallen!!!

https://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=1064&utm_source=gezondheid&utm_medium=email&utm_campaign=newsletter&utm_content=email_nieuwsbrief_NB20190916&par=93679&utm_term=linkje

Be-hagen

Meer haag, graag!

Wallonië wil meer haag. Neen, niet de huis-tuin-beukenhagen die jaarlijks als een poedel worden kortgeschoren, maar échte hagen. Vier­duizend kilometer, om precies te zijn. Waarom wil het dat? En zou zo’n plan ook Vlaanderen behagen?

De Standaard – Sarah Vankersschaever – 11.09.2019

Voor een correctie op de middeleeuwen is het nooit te laat. In het Waalse regeerakkoord 2019-2024 staat namelijk de ambitie neer­gepend om 4.000 kilometer haag aan te planten.

Haag? Haag. Bron van bio­diversiteit, smoel van ons landschap, oplossing voor ­bodemkwalen zoals erosie. Maar vandaag bepaald geen plaag: tijdens de middeleeuwen werden ze massaal gerooid. A disaster for hedges, omschrijft de Britse ­natuurkundige John Wright die periode in zijn geestige boek over hedgerows. De reden voor de kaalslag was weinig complex: ze stonden in de weg.

Ruim acht eeuwen later missen we ze, omdat ze dan toch nuttig blijken. En karakteristiek. Inzicht komt beter laat dan nooit, heet dat dan.

Ferrariskaarten

De kleine geschiedenis van de haag is best boeiend – tenzij je thrillers ­gewoon bent. Omdat het wel en wee van de haag iets vertelt over de controlefreak genaamd ‘mens’. Er altijd voor te vinden om het landschap naar z’n hand te zetten, nooit te beroerd om pragmatiek te verkiezen boven schoonheid.

De Ferrariskaart (1771-1778) van onze regio toont een lappendeken van omzoomde akkers en weilanden. Vergeleken met de toenmalige weelde aan lijnen, lijkt het Britse landschap vandaag een slecht nagemaakte postkaart. ‘Akkers waren in die tijd zo groot als wat een boer op een dag aan veldwerk gedaan kreeg’, zegt Jelle Van den Berghe, docent natuurbeheer aan Hogeschool PXL. ‘Dat was helaas niet zoveel.’

Toch niet in vergelijking met de hectares die we vandaag met landbouwmachines bewerkt krijgen. Schaalvergroting, rationalisering, ­mechanisering … Grote woorden die tot grotere akkers en weilanden hebben geleid. ‘Je kunt het landbouwers niet kwalijk nemen dat ze voor effi­ciëntie kiezen’, zegt Van den Berghe.

Of dat ze dus kiezen voor een akker zonder haagkant, die voor hen kostbare vierkante meters landbouwgrond inneemt. En het licht afneemt van een lange strook gewassen, wat tot productie­verlies leidt. ‘Dat laatste hoeft nochtans niet waar te zijn’, zegt Wouter Demey (Regionaal Landschap Houtkant). ‘Er zijn studies die tonen dat houtkanten dat verlies op langere termijn compenseren. Doordat ze de wind tegenhouden en de grond beter doen vasthouden, komen ze de ­totale productie per hectare ten goede.’

Strak

Het plan van Wallonië past in de ambitie om de landbouw in te zetten in de strijd tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Toch aarzelt ­Rémar Erens (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek). ‘Hagen kunnen goed zijn voor de biodiversiteit’, zegt hij, ‘denk aan alle insecten en vogels die er een broed- en schuilplaats vinden. Maar dan moeten ze wel op de juiste plek staan.’ Want hagen nemen licht af van de strook ernaast en als net dáár veel biodiversiteit aanwezig is, bijvoorbeeld in de beplanting, dan gaat die verloren.

Een haag plant je bovendien niet in een vingerknip. ‘Ze worden pas waardevol als ze de kans krijgen op z’n minst een paar decennia te rijpen’, zegt Erens. ‘Ook het beheer is belangrijk: hou je de haag strak en dun, dan zal die biodiversiteit dik tegenvallen.’ Laat je ze hun gang gaan, dan kunnen ze tot acht meter breed worden.

Niet elke landbouwer zit te wachten op een haag die onderhouden moet worden: er zijn wel dringender dingen te doen. Om toch een stimulans te geven, voorzien heel wat steden en gemeenten in subsidies voor ‘kleine landschapselementen’ zoals een ­bomenrij of haagkant.

Landbouwers kunnen ook een ­beheersovereenkomst afsluiten voor het onderhoud van een haagkant. Dat gebeurt met de Vlaamse Landmaatschappij: op dit moment gaat het over 33,5 hectare houtkant (een bredere rij struiken of bomen) in Vlaanderen en 72 kilometer kaphaag (een haag van knotboompjes). Daarnaast onderhouden landbouwers in Vlaanderen via zo’n overeenkomst ongeveer 412 kilometer hagen en 18 kilometer heggen.

Bovendien kan er bij gebrek aan tijd, materiaal of ­goesting ook gebeld worden naar vzw ’t Boerenlandschap: ruim 500 burgers en boeren staan klaar om haagkanten te snoeien. Sinds Europa hen subsidieerde, scheren ze erop los. Jaarlijks planten ze bovendien gemiddeld zo’n 40 kilometer nieuwe stroken aan.

Hagen vlechten

‘Er is veel argwaan tegenover houtkanten’, zegt Dirk Cuvelier van de vzw. ‘Te veel werk, te duur … Dat hoeft niet zo te zijn en we merken gelukkig dat het bewustzijn over het nut ervan groeit. De hagen, meestal type meidoorn en sleedoorn, worden ingezet tegen bodemerosie, ze voorzien vogels en insecten van voedsel, slaan koolstof op … We merken dat het niet zo moeilijk is om landbouwers ervan te overtuigen om mee te werken aan de schoonheid van het landschap. Zeker als hun koeien daardoor tijdens een hittegolf in de schaduw kunnen liggen.’

Cuvelier beheerst de kunst om hagen te vlechten, ‘ondoordringbaar voor mens en dier’, en beseft als geen ander dat die arbeid het nooit zal ­winnen van de goedkopere prikkeldraad. Dat zegt ook Wouter ­Demey, medewerker van Regionaal Landschap Houtland. ‘Het is fout beginnen te lopen in de geschiedenis toen de houtkanten geen economische waarde meer hadden. Omdat prikkeldraad goedkoper was en omdat het hout niet meer als brandstof werd ­gebruikt.’

Al ligt ook daar een heropflakkering in het verschiet: volgens Wouter Demey zijn er plannen bij verschillende Regionale Landschappen om verhakselde houtkanten aan te bieden als pellets of als korte-omloophout. ‘De grote vraag is of zoiets rendabel kan’, zegt Demey. ‘Als de haagkanten te verspreid staan en we het land moeten rondrijden, wordt het lastig.’ En gratis last is nu eenmaal weinig in trek.

Allez, les Flamands?

Meidoorn, sleedoorn, hazelaar. Ooit stonden er tienduizenden kilometers in België, vandaag organiseren we er fietsroutes langs om ons te vergapen aan de restanten van wat ooit een adembenemend landschap was.

‘Ik ben dus een grote voorstander van het plan om een stuk van dat historische erfgoed te herstellen’, zegt Jelle Van den Berghe van PXL. ‘Hopelijk pikt na Wallonië ook Vlaanderen de ambitie op. Het is tenslotte toch Vlaamse historiek?’

‘Haagkanten zijn geen wonder­oplossing’, zegt Rémar Erens (INBO), ‘maar ze kunnen een stukje van de puzzel zijn. Een bescheiden stukje, weliswaar. In de strijd voor meer biodiversiteit en tegen klimaatopwarming moeten we ook kijken naar hoe we aan landbouw doen, bijvoorbeeld.’

Erens hoopt vooral dat het in ­Wallonië niet bij een belofte blijft, ­zoals de duizenden hectare extra ­bomen en natuur uit eerdere regeer­akkoorden. Ambities waar niemand nog op durft te wachten, bang om zelf in een Ferrariskaart te veranderen.

Partnergeweld

Waarom zoveel vrouwen vermoord worden door hun man
‘Een dominante partner verlaten is zeer gevaarlijk’

De Standaard – Kim Clemens – 11.09.2019

Waarom bekopen vrouwen een relatiebreuk met hun leven? Volgens experts gaan er altijd eerst alarmbellen af. Maar we moeten ze willen en leren zien.

Weer is een vrouw gedood door haar man. In Oekene deze keer, nadat deze zomer ook al in Maasmechelen, Sint-Niklaas en Kaprijke vrouwen door hun partner of hun ex vermoord zijn. Ellen D. (37) uit Oekene had haar partner gezegd dat ze hem zou verlaten. Ze moest het dit weekend met haar leven bekopen. Nadien probeerde haar partner zichzelf van het leven te beroven. (DS 9 september)

Dat een brave ziel zich plots ontpopt tot geweldenaar, is veeleer uitzonderlijk. Bijna altijd gaan er eerder al alarmbellen af, zeggen criminologen Anne Groenen (UCLL en KU Leuven) en Marijke Roosen (UCLL): ‘Aan bijna alle ­gevallen van dodelijk partner­geweld gaat een heel proces vooraf: stalking, fysiek of psychisch ­geweld. Tot het fatale ogenblik.’

Het onderzoeksteam van Groenen en Roosen analyseerde een paar honderd gerechtelijke dossiers, keek naar buitenlandse studies en werkte samen met politie en justitie om uit te zoeken wanneer iemand overgaat tot partnergeweld. ‘Drie elementen spelen mee: de persoonlijkheid van de dader en het slachtoffer, de dynamiek van hun relatie en de concrete situatie vlak voor de feiten.’

Zowel de persoonlijkheid van de dader als die van het slachtoffer – meestal een vrouw – speelt een rol. ‘We gaan ook na of ze vroeger al met geweld in aanraking kwamen, in deze relatie of in een vorige. Het gaat dan om zowel psychisch als fysiek geweld. Is er alcohol of drugs in het spel? Soms hebben mensen een duidelijke psychiatrische stoornis. Een afhankelijkheidsstoornis, of een narcistische persoonlijkheid die in combinatie met de risicofactoren de kans op escalatie sterk verhoogt. Voor alle duidelijkheid: er zijn ook vrouwelijke plegers, maar meestal zijn het mannen.’

Cirkel van geweld

Even cruciaal is de relatie tussen de partners. Groenen: ‘Een machtsonevenwicht is vaak heel subtiel en van buitenaf niet altijd even zichtbaar. Het bouwt zich op door de jaren heen.’

‘Vaak zien we een cirkel van ­geweld. Het begint met wrevel. De man is boos omdat de aardappelen koud zijn, of omdat hij niet blij is met wat de pot schaft. De vrouw doet extra haar best, de man gaat overdreven compenseren, met ­excuses of bloemen. Tot er weer een uitbarsting komt. De vrouw wordt onderdaniger, tot ze beslist dat het gedaan moet zijn. Hij verliest zijn macht, waarop de stoppen doorslaan.’

‘Daarom is een relatiebreuk zo’n gevaarlijk moment, net als de periode die meteen daarop volgt. Na een breuk is er altijd een vorm van psychisch geweld. Als dat na verloop van tijd niet neutraliseert, en er zijn nog andere risicofactoren, dan is dat een zeer ernstig signaal dat het verkeerd kan aflopen.’

Checklist

Groenen wijst op het belang van blijvende sensibilisering en opleiding van hulpverleners, omdat ingrijpen erg complex is. Dat zegt ook Liesbet Stevens van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM). ‘Uit cijfers van politie en parket blijkt dat elk jaar zo’n 150 gevallen van familiaal geweld fataal aflopen of fataal hadden kunnen aflopen. Dat is waarschijnlijk nog een ­onderschatting.’

Nu wordt er vaak ingegrepen als het te laat is. ‘Mensen kijken altijd naar het slachtoffer: waarom is ze toch bij hem gebleven? Omdat weggaan van een dominante partner zeer gevaarlijk is. De samenleving helpt die vrouwen dikwijls ook niet om aan het geweld te ontsnappen.’

Het onderzoeksteam van Anne Groenen en Marije Roosen ontwikkelde een tool die bij incidenten in een relatie moet helpen ­in te schatten hoe groot het risico is dat ze zich zullen herhalen. De laatste drie jaar is de tool uitvoerig getest in de praktijk. ‘De resultaten zijn goed. Vooral de politie heeft baat bij een snelle screening aan de hand van de checklist.’