Verkiezingen in de Druivenstreek

Het is misschien goed om weten, dat wanneer ik commentaar geef op de politieke actualiteit, dat niet wil zeggen dat ik tot één of andere partij behoor. Ik probeer enkel objectief en rationeel te denken en daarbij speelt mijn politieke voorkeur zeker geen rol.

De verkiezingen komen eraan en dan wordt elke burger opeens weer belangrijk. Maar ze zijn allemaal zo voorspelbaar, onze politici, en eigenlijk aapt de ene de andere gewoon na.

Rij nu bijvoorbeeld maar eens rond in de Druivenstreek. In elke gemeente liggen er wel een aantal straten open, komen er nieuwe pleinen en gebouwen. “Openbare werken” lijkt het middel om de kiezer over de juiste streep te trekken.

Daarom wat een verademing, om ten gevolge van de vele omleidingen, nog eens in Overijse door Terlanenveld en Maleizenveld te rijden. Hopelijk blijven de boeren nog heel lang voort ploegen, want anders vrees ik dat ook onze laatste groene open ruimtes uiteindelijk zullen veranderen in beton en asfalt.

De verstedelijking van onze Druivenstreekdorpen heeft zich al lang geleden ingezet, en ik vrees dat er geen houden meer aan is. Bovendien wordt ook de jeugd hier slachtoffer van, want probeer maar eens genoeg te sparen om hier nog een huis of appartement te kopen. Ondoenbaar! Een woning die elders 350.000 euro kost, betaal je hier ruim tweehonderduizend euro duurder. Begin er maar aan, om dat afbetaald te krijgen. En we willen onze kinderen en kleinkinderen wel het liefst dicht bij ons in de buurt houden. Toch worden ze hier het dorp uitgejaagd!

Politici die hier oor en hart naar hebben, maar dan werkelijk heel dringend en daadwerkelijk, daar wil ik wel eens voor kiezen, maar ik vrees dat het kalf al lang verdronken is…

Respect voor de treinbegeleider

‘Vroeg of laat word je met een zelfdoding geconfronteerd’
Wat de treinbegeleider echt denkt

De Standaard – 24.09.2018 – Joke Van Caesbroeck

‘Toen ik 23 was, hopte ik al een tijdje van interim- naar interimjob. Ik had het gevoel dat mijn leven niet van de grond kwam. Ik wilde heel graag vast werk, alleen al om een woning te kunnen huren. Toen ik solliciteerde om treinbegeleider te worden, intussen vijftien jaar geleden, was ik niet de kerel die als jongetje met treintjes speelde of er al heel zijn leven van droomde om treinbegeleider of -bestuurder te worden. Maar ik mocht met de opleiding beginnen: in amper zes maanden tijd, tegenwoordig zelfs in vier maanden, word je heel intensief opgeleid. Mensen denken dat de conducteur louter een kaartjesknipper is, maar vervoersbewijzen controleren is maar een klein deel van onze job.’

Water en wafels

‘Weinigen weten dat wij een uitgebreide commerciële en technische kennis hebben. Alleen al de spoorwegenaardrijkskunde, alle verschillende vervoersbedrijven, de honderden soorten kortingen, de vele types treinen: we moeten ze van elkaar weten te onderscheiden. Een deur buiten dienst zetten zodat ze dicht blijft bijvoorbeeld, dat vereist een andere aanpak naargelang van het soort trein. De hoofdtaak van een treinbegeleider is mensen veilig van punt A naar punt B te brengen. Het vertrek in een station is het belangrijkste moment. Als de deuren sluiten kijken we na of ze ook echt allemaal gesloten zijn, geven dan bevel tot vertrek, stappen in en sluiten de laatste deur. Je moet geconcentreerd zijn, het zou niet de eerste keer zijn dat er nog iemand snel-snel de trein wil halen en tussen de deuren dreigt terecht te komen. Ook als er onderweg iets gebeurt, is het aan de treinbegeleider om alles in goede banen te leiden. Is er een defect, of een aanrijding van een persoon, dan moeten wij communiceren met de reizigers, maar ook in contact staan met hulpdiensten, mensen evacueren, hen begeleiden naar een vervangbus of een weide in de buurt.’

‘Zelf heb ik in die vijftien jaar nog nooit op een trein gezeten waarmee een persoonsongeval gebeurde. Als je het aantal zelfdodingen op het spoor bekijkt, ben ik een statistische uitzondering. En ik ben er me van bewust: vroeg of laat gebeurt het. Wel maakte ik het al mee dat er een lijk op het spoor lag. Er was nog geen tentje geplaatst. Ik zag reizigers heel bleek worden. Ik moest toen omroepen dat de mensen niet mochten kijken. Omdat we de plek al gepasseerd waren, was het niet meer relevant, maar anders zou ik het ook niet gedaan hebben. Want wat doen mensen als je zegt dat ze niet mogen kijken? Kijken, natuurlijk.’

‘Wel maakte ik eens een aanrijding mee met een wagen op een overweg. Ik voelde en hoorde iets, zag een stofwolk en brokstukken rondvliegen. Mijn eerste gedachte: toch geen fietsertje. Dat is mijn grootste angst. Ik ben toen meteen naar de machinist gelopen, die in shock was. Ik praatte even met hem, maar eigenlijk moet ik dan meteen in actie schieten: de hulpdiensten bellen, de reizigers op hun gemak stellen en indien nodig water en wafeltjes laten komen. Want je weet nooit hoe lang precies de trein zal stilstaan. Voor de bestuurder komt er zo snel mogelijk een buddy: iemand die hem opvangt, want hij zag alles natuurlijk gebeuren. Dat was een vreselijke dag, het is met die autobestuurder niet goed afgelopen. Om eerlijk te zijn: ik houd bijna dagelijks mijn hart vast. Je kunt je niet voorstellen hoeveel spoorlopers we zien. In stations lopen mensen nog snel over om een trein te halen, en op overwegen negeren ze nog altijd de gesloten slagbomen. Ongelooflijk.’

Analfabeten

‘Ik werk in shifts. In principe begint de eerste shift om drie uur ’s nachts en eindigt de laatste om halftwee ’s nachts. Ergens daartussen werk ik ongeveer negen uur per dag, maximaal. Het is geen nine-to-fivejob. Ik ken twaalf weken lang perfect mijn schema, gevolgd door vier weken waarin alles pas de dag voordien bekend is. Drie keer per jaar is er dus een periode van een maand waarin je eigenlijk niks kan plannen. Ik heb collega’s die het nooit op voorhand weten, dat is heel zwaar. Combineer dat eens met een gezin met jonge kinderen: onmogelijk. Sommigen haken af. Dat we soms het werk neerleggen is uiteraard vervelend voor pendelaars, maar we hebben wel redenen. Ik kan me ergeren aan hoe de media daarover verslag doen. Zelden hoor je eens van een machinist of treinbegeleider waarom ze precies staken. Wel moet er in een tv-verslag altijd een ontevreden reiziger aan het woord komen.’

‘Elke werkdag begint en eindigt in je vaste depot. Ik zit in een vrij groot depot. Ik doorkruis dagelijks het hele land, zie alle soorten mensen, hoor alle accenten en tongvallen. Collega’s die op kleinere lijnen werken, die bij wijze van spreken van kerktoren naar kerktoren rijden, zien heel vaak dezelfde pendelaars. Op grote lijnen is meer variatie. Weekends zijn vaak fijner, mensen maken dan een uitje, of ze keren ’s morgens met de eerste trein terug van een feest. Er is een wat meer ontspannen sfeer. Dan maak ik ook weleens een praatje met een reiziger, als die daar zin in heeft.’

‘Je komt ook de raarste dingen tegen. Een man in maatpak die midden in de wagon stond te plassen, met zijn portefeuille zwaaide en zei: “Zeg maar hoeveel de boete is!” Of een meisje dat me vertelde dat ze op het perron werd lastiggevallen door een jongen die zich daarna had verschanst in het toilet. Hij slaakte een soort oerkreet toen ik vroeg om de deur te openen. Toen ik de deur dan maar zelf opende nadat ik hem gewaarschuwd had, lag zijn broek op zijn enkels en weigerde hij ze op te trekken. Ook toen de politie aankwam. Maar er zijn ook leuke verhalen. Ik vond eens een gsm op de trein en belde naar de contactpersoon “mama”. Die vrouw bedankte me en vroeg me of ik misschien ook haar zoon gezien had. Toen ze hem beschreef zei ik dat ik hem in Gent-Sint-Pieters op een bankje had zien liggen.’

Wat me ook opvalt, is dat er nog altijd veel analfabetisme is in ons land. Soms ben je het als conducteur beu dat mensen vragen: is dit de trein naar Brussel? Ik zei dan: kijk eens op het bordje. Mensen vertelden me soms dat ze niet konden lezen. Of ze kwamen me vragen hun railpas in te vullen, omdat ze niet kunnen schrijven. Sindsdien reageer ik veel vriendelijker.’

Neuzen tegen elkaar

‘Stiptheid is een groot probleem bij het spoor. Wij treinbegeleiders vinden dat ook frustrerend. We krijgen de volle lading, maar kunnen het ook niet helpen dat een spoor bezet is en we daarom een station niet kunnen binnenrijden omdat het sein op rood staat. Het is niet onze schuld dat mensen een aansluiting missen. Maar reizigers zien dat uniform en denken: daar moeten we zijn om te klagen, om ons af te reageren. De agressie is de laatste tijd enorm toegenomen. Het is alsof mensen met de tijd minder geduld hebben. Een vrouw op mijn trein, die vertraging had, vroeg me eens of deze trein ook terugkeerde. Ik begreep niet waarom ze meteen rechtsomkeer wilde maken. Die vrouw zei: als wij te laat zijn op het werk, zijn we verplicht om een halve dag verlof te nemen. In zulke gevallen snap ik de frustratie van mensen heel goed. Een andere bron van ergernis zijn de aansluitingen. Door de splitsing tussen NMBS en Infrabel kunnen wij niet meer rechtstreeks naar seingevers bellen. Vroeger lieten we weten: “Hey, hier zitten nog een paar mensen op de trein die mee moeten, wachten jullie nog even?” Omdat het nu om twee bedrijven gaat en we niet rechtstreeks meer mogen bellen, gaat er veel tijd verloren en is een aansluitingstrein vaak al vertrokken.’

‘Ook over vervoersbewijzen ontstaat soms discussie. Als mensen geen ticket hebben, of het verkeerde, dan is het aan mij om hen daarop te wijzen. Ik heb al neus aan neus met een reiziger gestaan. Ik heb al vuistslagen ontweken.’

‘Ik word uitgescholden. Ik word bedreigd. Je moet kalm blijven, maar dat is niet altijd gemakkelijk. In onze opleiding komt conflictmanagement amper aan bod. Je moet wel twee dagen een opleiding “professionele houding” volgen, maar dat kan na drie jaar zijn of pas na twintig jaar. Ik hoorde dat er nu een extra opleiding komt om risicovolle situaties te leren herkennen, en dat is nodig. In de realiteit leren we het al doende. Want als ieder potentieel conflict ook tot een ruzie komt, dan is het onhoudbaar.’

‘Treinbegeleiders zien elkaar niet vaak, door de wisselende uren. Eigenlijk is de machinist door de dag je enige collega. En ook met hem of haar praat je maximaal een paar minuten. Toch heerst er collegialiteit. Die agressieproblemen bijvoorbeeld worden vaak besproken via sociale media. Ventileren is nodig. En daar, online, merk ik dat we toch veel aan elkaar hebben’

De raadselen van passie en affectie

“We konden niet onder ogen zien dat we op een einde afstevenden”
Corine Koole interviewt over de raadselen van passie en affectie

Het Laatste Nieuws – Corine Koole – 23 september 2018

Carol, 39, telde dagelijks haar zegeningen – mooie man, fijn gezin, groot huis – maar gelukkig werd ze er niet van. Pas toen ze verliefd werd op een man die ze op een schoolplein had ontmoet, zag ze het onder ogen: haar huwelijk was voorbij.
Vaak dekte ik de tafel en zei mijn man: ‘Waarom heb je de kaasschaaf niet gepakt?’ Hij zei ook regelmatig dingen als: ‘Restjes pasta moet je niet onder aluminiumfolie bewaren, want dan droogt alles uit.’ Dan verweerde ik mezelf en antwoordde: ‘Ik ben geen kind.’ Waarop hij zei: ‘Je gedraagt je als een kind.’

“Deze dialoog of een variant daarop draaiden we samen een paar keer per week af. Beiden hielden we ons voor dat die gesprekken werkelijk gingen over de manier waarop het huishouden gerund diende te worden: hij die zich zorgen maakte over de restjes in de koelkast en ik die er een punt van maakte dat iets minder orde ook wel kon. Als hij thuiskwam van zijn werk, en ik mijn best had gedaan om alles op te ruimen, wees hij beschuldigend naar de Lego-bouwwerken die nog op de grond stonden.“Hij was geen vervelende man. Hij was zorgzaam en kon geweldig koken. Een man die een arm om me heen sloeg, die vond dat nare dingen niet bestonden, als je ze gewoon ontkende. ‘Denk aan wat je allemaal hebt’, zei hij als ik hem vertelde dat ik me soms zo somber voelde. En na weer zo’n dialoog die klonk als een refrein zonder woorden, dronken we gewoon samen een glas wijn en aten er een kaasje bij. We konden niet onder ogen zien dat we op een einde afstevenden, elk vochten we intuïtief voor onze eigen plek. Het was of we niet gelijktijdig in een kamer, een keuken konden zijn zonder dat dit ten koste ging van de bewegingsvrijheid van de ander. Dat was waar het gekibbel echt over ging, maar dat inzicht is er nooit geweest. Ons huwelijk spoelde langzaam weg.

“Toen hij de helft van de week in het buitenland ging werken, voelde ik me vrijer. Ik had verwacht dat het zwaar zou zijn, in mijn eentje met de kinderen en mijn baan, maar in plaats daarvan ging alles me makkelijker af. Ik smeerde wat boterhammen en gaf die de kinderen in hun handen, dat scheelde weer dekken en afruimen, en het speelgoed kon ’s avonds zonder schuldgevoel blijven staan.’Zo raar, hoe ik zonder me ervan bewust te zijn in een diep karrenspoor terechtkwam. Ik zag mijn zegeningen en telde ze: de grote mooie man, de kinderen, het grote huis in de straat waar alle vaders in het weekend met alle kinderen barbecueden, mijn werk. Maar het welbevinden dat doorgaans met zulke zegeningen gepaard gaat, was weg. Ik werd nog somberder, begon steeds meer op mijn tenen te lopen en nadat mijn man een tijd ziek was geweest, leek het of we samen een wedstrijd deden in wie het vermoeidst was. Weer dat vechten om die ruimte dus, weer zonder het te benoemen. We waren kansloos.

“Op het schoolplein liet een vader blijken dat hij belangstelling voor me had. Ik was niet van plan daarop in te gaan. Mijn moeder had met haar affaire haar huwelijk verwoest, en boven mijn bureau had altijd een denkbeeldig bordje gehangen: Gij zult niet scheiden. Maar het volslagen idiote van verliefdheid en vreemdgaan is: je weet dat je een cliché leeft en dat je nooit naar die andere man had omgekeken als het lekkerder had gelopen met je eigen man, maar dat helpt niet. Ik was me ervan bewust dat het vooral aantrekkingskracht was die mij naar hem dreef, dat ik afleiding vond en een gedeelde verontwaardiging over het feit dat we allebei onbegrepen waren door onze geliefden, en dat dit nieuwe ‘wij’ niets met liefde te maken had, toch gleed ik steeds verder weg in deze affaire.“Toen deze man liet weten verliefd op me te zijn, was het of de wereld zich voor me opende. Niet in de betekenis van wilde hartstocht, maar als verstrooiing, avontuur, nieuwtje. Die woorden wilde ik hem nog eens horen zeggen. Nog een keer die zin, misschien wat zoenen en dan weer wegwezen. Zo zag ik het toen hij mij op een avond via de achterdeur binnenliet. Zijn vrouw was uit met vriendinnen. Hij omhelsde me, en intussen zeiden we tegen elkaar dat we hier niet mee door moesten gaan omdat we onze gezinnen op het spel zetten. Ik stond al bij de deur, toen ik ineens zei: ‘Ach, nu ik hier ben, kan ik net zo goed een biertje drinken’.

“Hij was het tegendeel van mijn man: zijn riem matchte niet met zijn schoenen, zijn warrige haar had geen scheiding en hij droeg een jeans in plaats van een pak. De geur van zijn goedkope aftershave wond me eigenaardig genoeg op. We zoenden. Zo werd ik verliefd. En toen hij ook nog naar me bleek te luisteren en mijn schrijfambities serieus nam, werd ik nog verliefder. Maar, zoals hij het verwoordde: ‘Tijdens die eerste kus werd er iemand geboren en ging er iemand dood’. De hervonden vrijheid was tijdelijk en een mijn onder onze huwelijken. Een halfjaar later ben ik gescheiden. Hij inmiddels ook.“Toch zien we elkaar niet meer. Toen ik aarzelde met hem een nieuw gezin te stichten, vond hij onmiddellijk een andere vrouw die dat wel wilde. En midden in de verwarring, de turbulentie en het verdriet vind ik nu in mijn eentje eindelijk de kalmte. Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat niet liefde maar vriendschap de omgangsvorm is waarbij ik mij het prettigst voel. Niet alleen kan ik het als ex-partner weer veel beter met mijn ex-man vinden, maar sowieso uit ik me makkelijker binnen het kader van vriendschap dan binnen de liefde die altijd verbonden is aan maar één persoon en aan onverenigbare verwachtingen. Vriendschap is misschien wel onvoorwaardelijker dan liefde. In mijn geval althans, omdat vriendschap losser is, kan ik me er makkelijker aan verbinden.”

Tegenslag is nodig

“Volgens cultureel antropoloog Anton Blok kun je intelligent zijn, rijk zijn, tot een bevoorrechte klasse behoren, talent hebben, over eruditie beschikken en een hoge opleiding hebben gehad, dat is nog niet genoeg om voor echt vernieuwende ideeën in wetenschap of kunst te zorgen. Wat er aan ontbreekt zijn de zegeningen van de tegenslag. Zelfs de zonderlinge enkeling komt tot niets bijzonders wanneer hij niet met een of meer geduchte tegenslagen te maken heeft.”

Volledig mee eens. Als het te gemakkelijk gaat, als er geen tegenslag en mislukking is, ga je niet verder zoeken, en kom je dus ook niets nieuws en anders tegen.

https://www.canvas.be/video/genre/educatief-spiritueel/peter-de-graef-word-je-sterker-van-tegenslag

“Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.” Jean-Paul Sartre, Le diable et le bon Dieu, 1951.

Ook weer waar! De grootste vrijheid heb je als je alleen leeft, en wie kiest voor een relatie dient daar rekening mee te houden, en dit te aanvaarden. Jammer misschien, maar men kan nu eenmaal niet alles hebben in het leven.

Wie vrij wil zijn, moet ook alleen kunnen zijn. Een gedicht dat daar enigszins bij past:

Soms

Soms, als een soort vleugelslag,
kan je me nog wel eens verschijnen.

Als een rimpeltje over ’t water,
een vlindertje door het lover.

Prachtig, maar zo klein,
dat je wel weer snel verdwenen moet zijn.

Jij in jouw hoekje,
en ik in ’t mijn.

Jacob Groot

Lijsterbessentijd

Vandaag begint de herfst.

http://www.stemderbomen.nl/pages/artikelen/art_lijsterbes.htm

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

Rutger Kopland

Samen met de lente vind ik de herfst het mooiste en kleurrijkste seizoen. Er gebeurt nog van alles, de natuur is nog bezig met afscheid nemen en zich voor te bereiden op de winter.
Geen herfstblues voor mij, maar een rustig uitbollen van een turbulente zomer, waarin weer van alles gebeurd is, en waarin de temperaturen letterlijk en figuurlijk soms iets te fel waren.Maar ik ben hersteld nu, ik voel mij net een zonnepaneel dat alle warmte van de zon opgeslagen heeft, en nu volop energie te veel heeft, ondanks een pijnlijk lichaam en een hardnekkige hoest.
Het zit allemaal in het kopje, nietwaar, daar klopt ons hart, in ons hoofd, en als daarin de rust is weergekeerd, geneest dat arme, afgezien hart van zelf. En genezen is het! Ik kan weer geven en omarmen, en dat voelt zalig!Laat de bladeren nu maar vallen, en de wind maar waaien. De donkere avonden alleen schrikken mij niet meer af. Er staat niet alleen de winter voor de deur, maar eveneens een hele rits uitdagingen, toevallen en verrassingen, dat weet ik zeker, want het is al altijd zo geweest.Het leven blijft een uitdaging, en ik ontvang ze opnieuw met open armen!

Maar de lijsters, waar zijn die gebleven, want die zie ik nooit meer in de tuin?!

Met de bus zou u er al zijn

Op 14 oktober zijn er o.a. gemeenteraadsverkiezingen en natuurlijk krijgt een mens dan verkiezingspropaganda van de verschillende politieke partijen in de brievenbus.
Wel, dit keer is het krantje van Open VLD Hoeilaart er eentje om in te kaderen, en wel om de volgende reden:

En vermits belofte schuld maakt, hoop ik binnenkort terug tot in het centrum van het dorp te geraken. Te voet lukt dat niet, zeker niet met boodschappen, en autorijden kan ik niet.
Ik heb al een paar jaar zitten zagen voor een bus, maar blijkbaar is er nu door ons gemeentebestuur ook al eens over nagedacht.
Afwachten nu maar, of ik het werkelijk nog mag beleven, en misschien kan dit wat sneller gerealiseerd worden dan de plannen van de NMBS om de trein hier in Hoeilaart op vier sporen te laten passeren, want dat zou pas voor het jaar 2027 zijn!

Week van de duurzame gemeente (Hoeilaart)

Dit zijn ze dus allemaal, de twintig Hoeilaartse Duurzame Helden voor de Week van de Duurzame Gemeente.

 https://www.duurzamegemeente.be/gemeenten/hoeilaart

De allereerste Week van de Duurzame Gemeente: meer dan 80 Vlaamse gemeenten doen mee!

Meer dan 80 Vlaamse gemeenten zetten hun Duurzame Helden in de kijker tijdens de Week van de Duurzame Gemeente, van 18 tot 25 september. Leer alle helden kennen op www.duurzamegemeente.be!

​​​Op 25 september 2018 viert de hele wereld de derde verjaardag van de ondertekening van Agenda 2030 van de Verenigde Naties: een langetermijnagenda met 17 doelstellingen die van de aarde een meer duurzame plaats moet maken tegen 2030.

Niet minder dan 81 Vlaamse steden en gemeenten vieren die verjaardag een hele week lang: Van 18 tot 25 september hangen ze de SDG-vlag uit en zetten ze hun eigen ‘Duurzame Helden’ in de kijker. Deze helden zijn burgers, scholen, organisaties, bedrijven of andere groepen die op hun manier bezig zijn met duurzame ontwikkeling. Zij worden de lokale gezichten van de 17 mondiale doelstellingen.

De gemeentes Aalst, Aarschot, Anzegem, As, Balen, Beerse, Berlaar, Bierbeek, Bilzen, Boom, Buggenhout, Diksmuide, Edegem, Essen, Etterbeek, Evergem, De Pinte, Kontich, Geel, Genk, Gent, Glabbeek, Grobbendonk, Haacht, Halle, Harelbeke, Herentals, Herenthout, Herzele, Heusden-Zolder, Hoeilaart, Hoeselt, Hoogstraten, Houthulst, Kalmthout, Kapellen, Kasterlee, Kortrijk, Landen, Langemark-Poelkapelle, Leopoldsburg, Lommel, Lubbeek, Lummen, Maldegem, Malle, Mechelen, Meeuwen-Gruitrode, Merelbeke, Middelkerke, Mortsel, Nazareth, Nijlen, Oostkamp, Opglabbeek, Oud-Turnhout, Putte, Ranst, Roeselare, Schelle, Schilde, Sint-Katelijne-Waver, Sint-Lievens-Houtem, Sint-Niklaas, Sint-Truiden, Temse, Tielt, Tienen, Torhout, Turnhout, Vilvoorde, Vosselaar, Westerlo, Wevelgem, Willebroek, Zelzate, Zemst, Zoersel, Zonhoven, Zulte en Zwalm ​schreven zich in en zullen tijdens de campagneweek van 18 tot 25 september hun duurzame helden in de kijker zetten! Vanaf 8 september kan je alle helden leren kennen op www.duurzamegemeente.be.

❓‍ Heb je een vraag over de campagne? Contacteer Heleen Voeten van de dienst Internationaal van VVSG via heleen.voeten@vvsg.be of 02/211.56.14.
De Week van de Duurzame Gemeente is een initiatief van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, met de steun van het Federaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling, van de Directie Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp van de federale overheid en van de Vlaamse Overheid.

Micheline Baetens werkt aan 1 SDG (Sustainable Development Goals )

Met mijn weblog www.michelinebaetens.be probeer ik mensen duidelijk te maken dat zelfzorg heel belangrijk is voor ons algemeen welzijn. Dat doe ik zowel via de rubriek zelfzorg, alsook door mijn poëzie en dagelijkse ervaringen te delen.
Voor alles streven we naar kwaliteit in onze dagelijkse routine, maar daarbij verwaarlozen we helaas vaak onszelf. We zorgen ons leven lang voor anderen, maar zorgen we ook voldoende voor onszelf?
Door dagelijks te bloggen wil ik anderen motiveren om dat dus zeker te doen, waardoor we tot een zinvoller, gelukkiger en duurzamer leven kunnen komen.

https://www.duurzamegemeente.be/sdgs#sdg-03

SDG 3 wil tegen 2030 voor alle leeftijden een goede gezondheid verzekeren en welzijn promoten.
Binnen deze doelstelling is er aandacht voor zowel fysiek als mentaal welzijn. Daarnaast moet actie resulteren in minder verkeersdoden en minder overmatig drank- en druggebruik. VVSG wil bovendien een integrale benadering van gezondheidsbeleid stimuleren. Je kan dit thema immers niet los zien van hoe je beleid voert rond energie, armoede, klimaat, jeugd, onderwijs, vrije tijd en ongelijkheid. Voor een duurzaam resultaat is het daarom erg belangrijk om vakoverschrijdend te werken.

Wist je dat?

Het alcoholgebruik van 540.315 Vlamingen problematisch te noemen is. De meesten van hen situeren zich in de leeftijdsgroep 55-64 jaar (13%).
Er in 2017 op de Vlaamse wegen 290 verkeersdoden vielen? Dat zijn er 30 minder dan het jaar ervoor. Het streefcijfer voor 2020 is maximum 200 verkeersdoden.https://www.hoeilaart.be/nieuws/duurzame-helden

Een kuise tuin met appeltjes voor de vogeltjes

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Sommige namen van planten spreken echt tot mijn verbeelding, en dan wil ik die wel eens in de tuin planten.
Deze struik noemt monnikspeper of kuisheidsstruik. Prachtig toch?! Bovendien lijkt hij door de vorm van het blad een beetje op een wietplantje, en misschien krijg ik hierdoor binnenkort de politie aan de deur, want ik heb negen plantjes besteld.
Het is ook het moment om al aan de winter te denken en daarbij zeker aan eten voor de tuinvogeltjes.De sierappeltjes in de tuin staan zonnig te blozen, en misschien lusten sommige grotere vogels die wel, want eigenlijk zijn ze voor de mens totaal oneetbaar. Wel mooi, nu al de rest uitgebloeid is, en den hof wat kleur kan gebruiken.
We hebben trouwens nog altijd zomerse temperaturen, het is vandaag zo’n 27 graden, dus nog echt warm.En toch zit ik met een verkoudheid, en lijkt het of ik een hond heb ingeslikt, zo “bassen” dat ik doe. Een slechte nacht gehad hierdoor, en nu een hese stem, maar gelukkig moet ik die niet veel gebruiken, en ik hoop dat af en toe een lepeltje honing in de koffie helpt om de kriebel te verzachten. Zou rozenbottelthee daar ook niet goed voor zijn?

Begin oktober komt de tuinman alles snoeien, en daarna zal de rust totaal zijn in de tuin. Iris die geniet er al van!

De eerste kus

Niemand gaat dit geloven, ik geloofde het bijna zelf niet, maar dit is een foto van de plek waar ik mijn eerste echte kus gekregen heb.

Ik ben de foto toevallig tegengekomen op Google, toen ik op zoek was naar afbeeldingen van vroeger. Dit is nog een vrij recente foto, en ik wist niet dat de weg nog bestond en ben ook verbaast dat die brug er nog altijd is.

De weg is een holleweg, zoals er vroeger zoveel waren, en de brug verbindt de twee delen van het Bisdombos. Dit is de benedenkant van de weg die uitkomt op de Huldenbergse dreef, nu gewoon Dreef genoemd, en de weg loopt nog een dikke kilometer verderop om uit te komen op de Bisdom zoals dat daar vroeger heette, en waarschijnlijk nu nog.

Ik sloeg deze weg vaak in toen ik van school kwam, want heel in het begin is een smal wegeltje dat parallel loopt met de Dreef, maar waar dus geen verkeer is, en op die manier kon ik dus ook door het bos naar huis wandelen, zo’n twee kilometer verderop, tot waar wij destijds woonden en wat de Veeweide noemde en noemt.

David gaat trouwens nu langs daar vaak joggen. Ik geloof dat het die kleine weg de Asselenberg noemt…

Bisdombos kwam dus boven op de Bisdom uit, waar een grote boerderij stond en nog staat, en waar ook een mooi groot huis stond waar rijke mensen in woonden. Mijn grootmoeder zou er trouwens nog bij gediend hebben, heeft men mij ooit verteld, en ze woonde er ook in want mijn grootmoeder was jong wees.

Haar moeder is overleden in het kraambed toen haar zusje geboren werd, en mijn grootvader heeft zich van wanhoop verhangen, omdat hij er alleen voorstond met twee kleine kinderen.

Maar nu nog vertellen over die eerste kus.

Ik was dertien en wandelde samen met zijn zus naar huis, toen er onderweg een drietal fietsende jongens bij ons halt hielden. Ze vertelden dat ze van Brussel waren, en vermits wij van plan waren om langs het boswegje naar huis te wandelen, gingen ze met ons mee.

In die tijd kon dat blijkbaar zonder dat je bang hoefde te zijn dat er iets ergs ging gebeuren met jou. Ik was in elk geval niet bang, en één van die jongens vond ik zelfs heel lief, en die heeft mij dan ook mijn eerste tongzoen mogen geven.

Daarna zijn ze terug op hun fiets gesprongen met de belofte dat ze de volgende dag zouden terugkomen.

Mijn zus, die al wat was doorgelopen, moet redelijk gechoqueerd geweest zijn door mijn gedrag, want ze noemde mij een paar dagen daarna een hoer. Ik weet niet of ze wist wat dat precies was “een hoer”, maar ik heb er mij toen toch niets van aangetrokken.

De volgende dag hebben we wel niemand van die jongens teruggezien, ze zijn niet komen opdagen. Maar dat was eigenlijk wel een beetje te verwachten…

Mijn ouders hebben hier nooit iets van geweten, en mijn zus heeft gelukkig kunnen zwijgen. Maar ik ben die eerste echte zoen mij blijven herinneren, en ik hoor één van die jongens, die toch al wel een stuk ouder waren dan wij, nog altijd zeggen tegen zijn vriend dat hij voorzichtig moest zijn, want dat ik nog jong en onervaren leek.

Mooi toch en lief, net zoals een eerste zoen moet zijn!

Honderdentien jaar geleden…

Op 19 december 2018 zouden mijn man en ik 50 jaar getrouwd zijn geweest, en zo’n honderdentien jaar geleden trouwden in hetzelfde gemeentehuis van Overijse ook de ouders van mijn moeder en dus mijn grootmoeder met mijn grootvader.
David en Audrey kregen tergelegenheid van hun huwelijk dit kaartje toegestuurd, vanwege een neef van mij.

Inderdaad mijn grootmoeder zei niet veel, maar vloeken kon ze als de beste, en dat talent gaf ze ook aan mij door. David is wat rustiger daarin, maar wat niet is kan nog komen, en weet wie wat zijn kinderen gaan doen, want als het in de genen zit…
Ik zelf ben ook heel blij met het kaartje, vooral omdat ik niet meer precies wist wanneer zowel mijn grootvader “Tiske” Caron als mijn grootmoeder Maria Deleers overleden waren.

Ook de namen van de ouders van mijn grootouders kende ik niet, en nu weet ik dus ook wanneer mijn peter en meter getrouwd zijn: 27 juni 1908.

Ik lees ook op het kaartje dat hun toenmalige huisdokter Poot hun getuige was. Dat was de vader van dokter Poot die later onze huisdokter werd en mij destijds het heugelijke nieuws kon meedelen dat ik zwanger was.

Bedankt Marc en Marylene voor dit kaartje!