Vandaag de dag

Vanmorgen rond half acht plots wakker geschrokken en samen met mijn katten vliegensvlug uit bed gesprongen (allee, ik iets minder snel) door een fel licht dat in mijn slaapkamer scheen, en telkens ik mannekes in fluoriderende pakjes over mijn erf zie stappen, slaat de schrik mij rond het hart, uit angst dat Infrabel – ge weet wel die brokkenmakers van het spoor – hier weer massaal geland zijn.
Zoals ik al geschreven heb, zijn hier in de Vosdelle en dus aan het treinstation van Hoeilaart, tussen 2011 en 2015 heel ingrijpende spoorwegwerken gebeurd, die heel wat vernielingen en andere miserie hebben teweeg gebracht voor de buurtbewoners. Maar gelukkig het was Infrabel niet, maar VolkerWessels Telecom, een onderaannemer van Telenet.
Gisteren had ik namelijk een brief gekregen om mij te verwittigen dat men de week van 22/1/2018 tot 26/1/2018 met graafwerken zou starten ter hoogte van mijn  huis, en dat er kans zou zijn op hinder en ik dus mijn voorzorgen moest nemen en daar dus de komende week rekening moest mee houden.
Het zijn toch krakken nietwaar die aannemers, ofwel komen ze veel te laat, ofwel veel te vroeg, ofwel helemaal niet. Wel, deze keer was het dus veel te vroeg.
Voorzorgen heb ik dus niet moeten nemen en om elf uur lag de kabel van Telenet netjes onder het voetpad, was het voetpad terug hersteld, hadden ze ook hun rommel opvallend zichtbaar achtergelaten en gratis een stuk gazon omgeploegd.
Zou kennen we die mannen weer, er altijd voor zorgend dat hun doortocht nooit ongemerkt voorbijgaat en dat er altijd genoeg herstelwerk voor mij overschiet, zodat ik fit en gezond blijf. Merci mannen!

Vandaag de dag

Gisteren hoorde ik zeggen: “Zolang mensen elkaar onderling niet vertrouwen, is iedereen alleen op deze wereld.”
Wel ja, dat zal dan wel zo zijn, en betrouwbaarheid is heel erg belangrijk bij intermenselijk contact, en ik heb inderdaad de indruk, dat het best heel moeilijk is om iemand ten volle te vertrouwen.
Maar wat is het alternatief? Dan maar alleen blijven? En waardoor komt het dat mensen elkaar steeds meer gaan wantrouwen? Zijn we te slim en te sluw geworden, waardoor we elkaar meer en beter kunnen manipuleren? Is de spontaniteit uit de samenleving verdwenen? Veel vragen en weinig antwoorden.
Ik vind wantrouwen heel erg moeilijk, en misschien zou ik mijzelf beter af en toe wat minder open stellen voor mensen die ik niet ken. Mijn zoon heeft mij al dikwijls “verweten”, dat ik denk dat iedereen is zoals ik, en dat ik daar beter niet van uitga. Waarschijnlijk heeft hij gelijk. Maar weerom is de vraag, wat is het alternatief?
Heel af en toe, en dat is de reden dat ik het zo moeilijk heb om wantrouwig te zijn, kom je toch wel iemand tegen die de moeite waard is om te vertrouwen, die  niet met je gevoelens speelt, en die er niet op uit is om je te misbruiken. Iemand die je waardeert om wie je bent, en niet omdat je op dat moment in zijn of haar kraam past.
Ik blijf daarbij zoveel mogelijk met beide voeten op de grond, en als ik wantrouwig word, heb ik het vaak bij het rechte eind, en laat ik dat ook voelen.
Maar het is meteen ook zo dat ik mensen altijd een tweede kans geef, want fouten maakt iedereen, en elk mens heeft het recht om die te maken en te herstellen, net zo goed als ik het recht heb om mij te vergissen in mensen en gekwetst te worden, want daar word je toch alleen maar sterker van.

Vandaag de dag

Het is heus niet nodig om op te kijken naar kunstenaars, sportkampioenen, zangers, filmsterren, en nog wat ander glitter en glamour, zij hebben en doen wat ze willen, in tegenstelling tot anderen die niet hebben kunnen kiezen om te doen waarvoor zij in de wieg gelegd werden, en elke dag om den noodzakelijke brode moeten gaan werken, en elke dag de dagelijkse sleur moeten trotseren.

https://www.youtube.com/watch?v=oxHnRfhDmrk&feature=share

En toch zitten tussen die groep van mensen vaak de mooiste parels, het ruwe goud, de zuivere diamant, want zij zullen nooit hun ziel moeten verkopen om roem en geld te vergaren. En op een dag zal er wel uitkomen wat erin zit, al moeten zij daarvoor eerst honderd worden.
Ik heb ook dikwijls het gevoel gehad dat ik in het verkeerde leven zat, en een tante heeft mij eens gezegd dat ik nooit had mogen trouwen. Op het moment zelf heb ik haar eens vies bekeken, maar nu begrijp ik wat ze toen bedoelde. Sommige mensen moeten inderdaad afwijken van het pad, dat voor hen uitgestippeld werd, om volledig tot hun recht te komen.
Maar dat is allemaal zo simpel niet, en om het met Elsschot te zeggen “want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”.
Zo is dat, het leven is wat het is, en daar zal je het moeten mee doen. Alhoewel…

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

Willem Elsschot

 

Vandaag de dag

Ik had van een vriend een filmtip gekregen, en heb dus nu naar de film gekeken. En “Paterson” is inderdaad een heerlijke film!
Dit schreef de krant De Morgen destijds over de film:

“Elke dag van zijn leven lijkt een herhaling van de vorige. Elke morgen wordt hij wakker naast een vrouw die te mooi is om naast een buschauffeur te liggen. Elke dag wandelt hij langs dezelfde weg naar zijn werk. En elke dag zit hij aan het stuur van bus 23 en legt hij hetzelfde parcours af in de stad in New Jersey waar hij naar genoemd is. Terwijl hij gaat werken richt zijn veel te mooie vrouw zijn huis weer op een andere manier in het zwart-wit in en als het donker is gaat hij wandelen met zijn Engelse buldog en drinkt hij enkele biertjes in zijn stamkroeg. Een café zonder tv, maar met een schaakbord en een wall of fame. En tussendoor schrijft hij gedichten. De humor zit hem in de toon, in de herhaling, in de zuinigheid.
Jim Jarmusch heeft al eerder aangetoond dat minder meer kan zijn. Zijn film is tegelijk een ode aan de poëzie van William Carlos Williams, een kinderarts uit Paterson die na de werkuren gedichten schreef, zoals Paterson.”

Ikzelf zou de film geen humoristische film durven noemen, maar eerder een  tedere ode aan de poëzie, die vooral in alle gewone gedingen en in alle gewone mensen zit. In een lucifer bijvoorbeeld, of in pruimen, of in de regen… en in een buschauffeur, of een schoolmeisje…
Na de film ging ik dan natuurlijk ook op zoek naar de gedichten van William Carlos Williams, want ik was er van overtuigd dat zijn gedichten mij gingen beroeren, omdat ook voor mij gedichten over alledaagse dingen moeten gaan, en ook voor mij is het niet nodig om die dingen te sublimeren en te onttrekken aan de realiteit, om er de schoonheid van in te zien. Eenvoud kan nog altijd niet verbeterd worden, ook niet door de dichter.
Poëzie schrijf je met beide voeten op de grond en moet gaan over de wonderbaarlijke alledaagsheid, en die alledaagsheid liefst beschreven in de meest toegankelijke taal, zodat iedereen ze met andere ogen kan bekijken.

De handeling
Daar stonden de rozen, in de regen.
Snij ze toch niet af, vroeg ik.
Ze blijven niet, zei ze.
Maar ze zijn zo mooi
waar ze zijn.
Ach, mooi waren we allemaal eens,
zei ze
en sneed ze af en gaf ze me
in de hand.

The Act
There were the roses, in the rain.
Don’t cut them, I pleaded.
They won’t last, she said.
But they’re so beautiful
where they are.
Agh, we were all beautiful once, she
said,
and cut them and gave them to me
in my hand.

William Carlos Williams

Vandaag de dag

Vannacht op het kruispunt in de “Leegheid” te Overijse een zwaar verkeersongeval. Een grote plas bloed, twee hoofden afgerukt, die door de hulpdiensten gevoelloos opgeruimd werden, net toen ik daar met mijn man en zoontje kwam aangewandeld. Ik heb David zijn ogen heel de tijd afgedekt gehouden tot we voorbij het slagveld waren.
Gelukkig maar een nachtmerrie, waarschijnlijk ten gevolge van de tv-uitzending “Mij overkomt dit niet”, waarin een vrachtwagenchauffeur getuigde over een dodelijk ongeval, dat hij ongewild veroorzaakte.
Mijn inlevingsvermogen speelt mij soms parten en ons brein lijkt een spons die alles wat overdag gebeurt lijkt op te zuigen!
Ik had heel erg te doen met die vrachtwagenchauffeur, meer eigenlijk dan met de familie van het slachtoffer. Die man was getekend voor zijn leven, en dat verdiende hij niet. Ik hoop dat hij ooit over dat schuldgevoel heen komt, en mededogen met zichzelf krijgt.
Schuldgevoelens zijn trouwens compleet nutteloze gevoelens, je kan er niets mee aanvangen, en ze maken je volledig immobiel. Veel beter is van je af te vragen, hoe kan ik dit op één of andere manier herstellen en hoe word ik hierdoor een beter mens?!

Vandaag de dag

Als mensen tegen jou zeggen dat je te gevoelig bent, is dat misschien omdat zij te hard zijn. En als ze zeggen dat je zo hard niet mag zijn, is dat waarschijnlijk omdat je eerlijk bent, waar zij dat niet durven. En wanneer je uitgemaakt wordt voor egoïst, betekent dat misschien dat hun manipulatie niet gelukt is.
Probeer mensen ook nooit op andere gedachten te brengen, want dat moeten zij zelf doen, en waarschijnlijk zijn zij daartoe niet in staat, omdat zij niet de nodige mentale bagage hebben.
Mensen proberen overtuigen dat ze het bij het verkeerde eind hebben, of mensen proberen veranderen is onbegonnen werk, want mensen leren wat ze willen leren. Daarom is het ook onbegonnen werk om dergelijke mensen met hun problemen naar de psychiater te sturen, want hij zal in hun ogen altijd een slechte psychiater zijn, en daarom ook dat elke preventiecampagne gedoemd is om te mislukken, want het zijn alleen degene die al overtuigd zijn die er akkoord mee zullen gaan.
Het is niet de psychiater die je problemen zal oplossen, maar dat zal je zelf moeten doen. Een psychiater, als het een goeie is, zal je spiegel zijn, die je toelaat jezelf te observeren en jezelf te leren kennen. Het is dus ook nodig dat je heel eerlijk bent, want anders verlies je niet alleen zijn tijd, maar ook de jouwe.


Je psychiater zal je geen goede raad geven, hij zal je enkel wat bijsturen als je dreigt af te dwalen en weer in je oude gewoontes hervalt, want die zijn soms hardnekkiger dan je goede wil om te veranderen.
En iedereen kan veranderen, maar enkel als hij of zij het zelf wil – het is hard werken aan jezelf – en het is heel bewonderenswaardig als dat proces uiteindelijk lukt.
Nog een pluspunt is, dat als jij verandert, je omgeving automatisch zal mee veranderen, omdat dit nu eenmaal niet anders kan, of de relatie stopt. Jij zal immers niet anders meer kunnen zijn, dan wie je bent, of je komt terug in je oude problemen terecht.
Omdat je geleerd heb wat goed en slecht voor je is, zal je in de eerste plaats heel goed voor jezelf zorgen, en dat zou eigenlijk iedereen moet doen, want wie goed voor zichzelf zorgt, weet ook hoe hij goed voor een ander kan zorgen. Op jouw beurt zal jij een spiegel kunnen zijn voor die andere.

Vandaag de dag

Ik heb op internet een oude liefde ontdekt:

http://www.binnendemuren.be/penvrienden/437-pennevrienden-of-vriendinnen-gezocht#addcomments

Ik heb in mijn jongere jaren gecorrespondeerd met gedetineerden, en dat kwam eigenlijk doordat ik persoonlijk geconfronteerd werd met de mogelijkheid dat ieder van ons een potentiële misdadiger is.
Op een dag had ik de krant genomen om mijn aardappelen op te schillen – ja, zo banaal kan toeval zijn – toen ik een foto zag van een jonge man waar ik als tienermeisje een tijdje mee opgetrokken was. We waren toen beiden zestien, en hadden beiden een eerste job, en beiden in een winkel in Overijse, hij bij Taymans en ik in de Over.
Eigenlijk heb ik maar drie serieuze liefdes gehad in mijn leven, al had ik dan wel de naam een jongenszot te zijn, omdat ik altijd tussen de jongen zat. Maar dat kwam omdat die ook zoveel meer mochten, En ja, ik viel nu eenmaal op jongens!
Maar nu terug naar de krant en de schillen. Ik kon niet geloven wat ik zag en las. Deze zachte, lieve jongen, die voor zijn gehandicapte ouders zorgde en gedroomd had van een ander leven dan alleen maar in een winkel te werken, zou zijn vrouw hebben vermoord?!
Ik kon dit niet geloven, maar een tijdje later kreeg ik twee rechercheurs over de vloer, die kwamen polsen naar het verleden, het karakter, en gedragingen , “of hij ooit gewelddadig was geweest”, van mijn toenmalig lief, en kon ik niet anders dan geloven dat het waar was, wat destijds in de krant stond.
Ik dacht toen onmiddellijk aan zijn ouders, die ik ook goed gekend had, en waar ik altijd welkom was geweest, en ik dacht vooral aan zijn moeder. Ik heb haar toen opgebeld en ze zijn ook thuis geweest, en ze hebben mijn ook meegenomen naar de gevangenis, bij hun zoon, die in de Begijnenstraat in Antwerpen in voorarrest zat.
Een middeleeuws gebouw die gevangenis. Zijn handen voelden ijskoud aan. We hebben niets gezegd tegen elkaar, alleen maar zo een tijdje gezeten met de handen en ogen in elkaar. Hij was nog altijd dezelfde.
Hij heeft levenslang gekregen, en dankzij het feit dat hij goed voor zijn ouders gezorgd had, niet de doodstraf. Ik ben hem blijven bezoeken in Leuven Centraal en we zijn blijven corresponderen tot hij vrijkwam.
En meer wil ik hierover niet kwijt, de rest is alleen voor mezelf. Ik hoop dat het hem goed gaat.

Vandaag de dag

Het is een zonnige zondag geweest, en toch had ik het gevoel dat ik met mijn hoofd in de mist liep, en alsof ik moest kiezen tussen hangen of wurgen.
Ken je dat? Blij zijn, en toch weer niet, rustig en toch rusteloos, zeker, en toch niet helemaal, willen wegkruipen en er toch er willen bijhoren?
Neen, de voorbije dag ging mij niet goed af, het was niet van harte. Niet het lachen, en ook niet het treuren, en misschien was ik beter in mijn bed gebleven, dan had ik die mooie droom die ik vannacht had, misschien verder kunnen beleven, al kwamen ook daarin al de eerste problemen en twijfels opdagen.
Ik ben nog maar eens mijn antidepressiva af aan het bouwen, en het lijkt nu toch dat de nachtmerries minder worden, vermits ik voorbije nacht heerlijk vond. Misschien is het ook het besef dat ik zoveel tijd ben kwijtgespeeld aan alle nare dingen die mij overkomen zijn, dat ik er de voorbije dag wat mistroostig bijliep. Volgende maand zal het wel weer beter gaan, want dan ben ik terug een jaartje ouder!

Het leven is inderdaad kort, en als je er dan ook nog de helft van tijd ongelukkig bijgelopen hebt, hakt dat af en toe in op je goede voornemens en je herwonnen levenslust.
Maar we gaan ons niet laten doen en een goed teken daarvan is dat ik mij al terug boos kan maken op de vanzelfsprekendheid  en  de manier waarop mensen naar sommige wantoestanden kijken, en nog altijd niet door hebben dat schijn bedriegt, en haast niets is, wat het is.
Mensen denken van mij trouwens ook ,dat ik altijd blij en sterk ben, en kunnen nauwelijks geloven dat ik aanleg heb – wat een uitdrukking trouwens, alsof het één van je talenten is – om depressief te worden. Een vriend bekende mij eens, dat ik de laatste persoon was, van wie hij ooit had kunnen denken dat die een depressie doorgemaakt had.
Wel vriend, ik ben ervaringsdeskundige! Zoals ik al zei: schijnt bedriegt…soms.

Vandaag de dag

Ik begin stilaan te denken dat we dit jaar Mei ’18 gaan kennen, net zoals in 1968. Er wordt in het nieuws over niets anders meer gepraat dan het overtreden van mensenrechten, beperkte vrijmeningsuiting, en foute seks. Vooral dat laatste loopt in de picture, met al dat aangeklaagd grensoverschrijdend gedrag, zowel in het gewone leven, als in de showbizz, filmwereld, sportwereld, modewereld, en ja zelfs in de politieke wereld.
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180112_03296612
Wetenschappers,  komen met het ene onderzoek na het andere, en journalisten, filosofen en al wie maar een pen kan vasthouden, wijden er ellenlange artikels aan. Tegenwoordig komt seks meer in het nieuws dan sport, of het zou moeten zijn dat één of andere sportman of sportvrouw ook die vervelende “vliegen” van zich af heeft moeten schudden.
Ergens is er wel iets aan het veranderen, vijftig jaar na Mei ’68, en ik hoop ten goede. Want meer vrijheid voor iedereen betekent meteen ook meer verantwoordelijkheid, en daar wringt het schoentje soms wel een beetje.
We willen soms meer, waar minder beter is, en er eerder voor wat meer zin en kwaliteit moet worden gekozen, dan overvloed. Er is voldoende wijsheid voor nodig om met meer vrijheid te kunnen omgaan, en als vrijheid alleen maar meer onzekerheid en een alles-kan-maar-niets-moet, mentaliteit met zich meebrengt, zijn we nog lang niet aan een nieuwe Mei ’68 toe.

https://visionairbelgie.wordpress.com/2017/08/20/mei-68-een-halve-eeuw-later-terugblik-en-balans/

Er zijn toen fouten begaan, en die zou ik nu toch liever niet terug zien begaan. We hebben geen idealisten, feministen, en socialisten nodig, zoals toen, maar realisten die weten dat alles en iedereen beperkingen heeft, en dat we nooit mogen vergeten dat een mentaliteitsverandering duurzaam moet zijn, in plaats van een eendaags vuurtje.

Vandaag de dag

Voorbije nacht gedroomd van school en van mijn allergrootste liefde, mijn Richard Leeuwenhart.
Ik beken, ik was er vroeg bij, maar ik was dan ook gepresseerd om van huis weg te zijn, en dat was destijds de enige mogelijkheid, een lief zoeken, en zo vlug mogelijk trouwen. Maar zestien was toch wel heel erg jong, en het heeft niet mogen zijn, want daar heeft zijn moeder een stokje voor gestoken. Hoe dat zo gekomen is, heb ik pas veel later vernomen, en weer via Facebook.
Ik vond er zijn zus terug en zij legde mij uit waarom hij het destijds uit gemaakt heeft, van de ene dag op de andere, want dat is voor mij altijd een groot vraagteken gebleven. Blijkbaar vond zijn moeder me wat te vrijgevochten en dus niet serieus genoeg voor haar zoon. Zijn zus vertelde me ook, dat hijzelf daar heel veel spijt van had, want dat hij zot was van mij. Na al die jaren, was ik blij te vernemen dat dat de reden was, en het dus niet echt aan mij lag.
Toen ik hem op een dag hand in hand zag wandelen met zijn niet lief, die later zijn vrouw werd, wist ik pas écht wat liefdesverdriet was. Ik had mijzelf iets kunnen aandoen, maar zo gemakkelijk gaat dat allemaal niet.
Eens getrouwd bleven we elkaar tegenkomen, want hij woonde in Huldenberg en dus maar tien kilometer van elkaar. Op elke kermis liepen we mekaar tegen het lijf, ik wat minder slank, en hij wat kaler en ook wat minder slank. Maar onze ogen waren dezelfde gebleven en spraken nog altijd boekdelen, samen met af en toe een schuwe glimlach.
Hij is een jaar na mijn man overleden, longkanker door in de asbest te werken. Hij was vooraan in de zestig.
Het was, even maar, mijn Richard Leeuwenhart, blond, knap, stoer en