Het kistje

Ik heb al gemerkt door te tuinieren, dat sommige planten moeten afgezien hebben om te kunnen bloeien en bloemen te krijgen. Sommigen moeten zelfs eerst bevroren gweest zijn. Anderen die gaan dan weer wel kapot aan teveel slecht weer of onvruchtbare grond.

Zo ook bij mensen. En waaraan dat ligt? Ik weet het niet, wellicht aan de aard van het beestje. Als je naast je beproevingen ook de juiste karaktertrekken meegekregen hebt, red je het misschien wel, en wanneer die ontbreken en je eerder de neiging hebt om negatieve oplossingen te zoeken, zal je waarschijnlijk van kwaad naar erger gaan.

Is het dan toch wel allemaal een kwestie van geluk en toeval? Misschien wel. Net zoals met plantgoed voor de tuin, moet je met veel dingen gewoon stom geluk hebben: het juiste moment, de beste omstandigheden, de positiefste voorgeschiedenis misschien ook, de gepaste omgeving waarin je terecht komt…

Waarom lukt het de ene wel, en de andere niet? Zoals men van een goede tuinier zegt dat hij groene vingers heeft, is het misschien wel zo, dat je voor alles waar je in het leven mee in aanraking komt, groene vingers moet hebben.

Ik ben vandaag een heel eenvoudig gedicht tegen gekomen, waarin duidelijk is, dat we het ons heel gemakkelijk kunnen maken. Ik ga het ter harte nemen.

Het kistje

Alles is gedaan,
niets helpt,
doe niets.

Overal komt narigheid van,
nergens is vrede,
wees nergens.

Iedereen heeft haast,
iedereen is ontevreden,
niemand heeft tijd,
niemand is gelukkig,
wees niemand.

Freek de Jonge

Geneeskunde in de oorlog

100 jaar na WO I: “Artsen hielden de oorlog mee in stand”
Honderd jaar na WO I: dat oorlog de geneeskunde vooruithelpt, is een fabeltje

De Morgen – 10-11-2018 – Cor Speksnijder

Veelgehoord: oorlogen zijn verschrikkelijk, maar zorgen wel voor medische doorbraken. Maar klopt dat wel? ‘Pijn moest ervoor zorgen dat soldaten banger werden voor het hospitaal dan voor het front.’

De Eerste Wereld­oorlog, op 11 november precies honderd jaar geleden beëindigd, gaf het menselijke lijden een industriële dimensie. Tientallen miljoenen soldaten, de meesten jongemannen, werden voor de eer en glorie van het vaderland op het slagveld blootgesteld aan eindeloze beschietingen met granaten en bommen, niets­ontziende vlammen­werpers en sluipend gifgas. Ze stierven als ratten, raakten ernstig verminkt of werden gek in de stinkende blubber van de loopgraven. Lijden dat zelden meer opleverde dan een paar zinloze meters terrein­winst.

De ‘Groote Oorlog’ was een oorlog van de grote getallen. Een slachting die de toon zette voor de barbaarse trekken van de twintigste eeuw. In de vier jaar die voorafging aan de ondertekening van de wapen­stilstand, sneuvelden naar schatting 10 miljoen militairen en zijn 20 tot 30 miljoen soldaten en officieren gewond geraakt of ziek geworden. Overal in Europa lagen nog jarenlang vele tienduizenden oorlogs­slacht­offers weg te kwijnen in ziekenhuizen en psychiatrische instellingen.

Hoe gruwelijk en absurd het bloedvergieten ook was, het heeft iets constructiefs, iets positiefs nagelaten: de Eerste Wereld­oorlog gaf de geneeskunde een belangrijke duw in de rug. Plastische chirurgie, bloed­transfusies, de behandeling van infectie­ziektes en de ontwikkeling van de psychiatrie werden gestimuleerd. Onder druk van de oorlog, die grootschalige hulpverlening noodzakelijk maakte, deed de medische wetenschap een flinke stap vooruit. Althans, zo wordt veelal aangenomen. Maar is dat ook echt zo?

Ja, er zijn uitvindingen gedaan in die tijd, zegt medisch historicus Leo van Bergen. Maar het is de vraag of die onlosmakelijk verband houden met de oorlog. “De geneeskunde heeft baat gehad bij de Eerste Wereld­oorlog, zoals zij baat heeft gehad bij elke periode van vier jaar sinds 1850. En voor zover er doorbraken zijn geweest, in hoeverre zijn die dan van nut buiten oorlogs­omstandig­heden? Een arts kan een kei zijn geworden in het behandelen van gas­gangreen (koudvuur), dat soldaten opliepen in de smerigheid van de loopgraven, maar na 1918 kwam dat nauwelijks meer voor.”

Experimenten

Van Bergen, auteur van het standaard­werk Zacht en eervol over het lijden en sterven in WO I, gelooft niet zo in het stimulerende effect van oorlog. In vredes­tijd zijn de omstandigheden voor medische vooruitgang veel gunstiger. Dan kan kennis worden uitgewisseld, kunnen experimenten worden herhaald, kunnen patiënten rustig worden onderzocht. “Echt grote vooruitgang, zoals de ontdekking van penicilline, de ontwikkeling van de bacteriële biologie, het ontrafelen van het DNA, is geboekt in vredes­tijd. Oorlogs­geneeskunde is conservatieve geneeskunde. Zij bouwt voort op wat al bekend is en is niet gericht op innovatie.”

De mythe van de medische vooruitgang ontstond al tijdens de oorlog. “De medische wetenschap was een doekje voor het bloeden voor het thuisfront. Het beeld werd gecreëerd dat het allemaal ellendig was, maar dat de geneeskunst zich kranig weerde. Het moreel moest hoog worden gehouden.”

Het moet gezegd: de medische stand deed zijn best. Er werden enorme aantallen artsen en verpleegkundigen op de been gebracht, maar hun mogelijkheden om het lot van de soldaten te verbeteren, waren beperkt. Van Bergen: “Een militaire arts zei: we hebben de oorlog van het militaire staal gewonnen met het medische staal. Onzin. Medici stonden machteloos.”

Militaire artsen en medici van het Rode Kruis worstelden met een dubbele loyaliteit: ze wilden hun patiënten zo goed mogelijk helpen, maar waren ook trouw aan de krijgs­macht. Die drong erop aan dat soldaten zo snel mogelijk werden opgelapt voor terugkeer naar het front. Ze stuurden gewonden en zieken terug naar de loopgraven terwijl die nog niet volledig genezen waren. Zo hielpen ze mee aan het in stand houden van de oorlog. “Artsen voelden wrijving tussen hun medische eed en hun militaire taak. De mythe van de medische vooruitgang hielp hun geweten te sussen. Achteraf konden ze zeggen: door onze oorlogs­ervaringen kunnen we nu veel mensen redden.”

Tegen het eind van de oorlog vroeg de verpleegkundige Jeanne van Lanschot Hubrecht in het neutrale Nederland zich publiekelijk af of medici wel moesten doorgaan met het helpen van gewonde militairen. In Duitsland werd 90 procent van de patiënten terug­gestuurd naar het front of naar wapen­fabrieken. Daardoor konden de gevechten langer duren en vielen er meer slachtoffers. “Medische zorg heeft niet alleen mensen gered, maar ook een verlengend effect gehad op de strijd.”

De vooruitgangs­mythe is hardnekkig, zegt Van Bergen. “Het is een aantrekkelijk verhaal. En natuurlijk kun je best wat medische verbeteringen aanwijzen. Dat neemt niet weg dat vrede beter is voor de ontwikkeling van geneeskunde en dat geneeskunde nuttig was voor de oorlog.”

Wat werd er nu wel en niet bereikt?

Plastische chirurgie

De Nederlandse chirurg Johannes Esser en de Britse keel-, neus- en oor­arts Harold Gillies probeerden het leven van front­soldaten met een verminkt gezicht draaglijker te maken met reconstructieve chirurgie. Zo goed en zo kwaad als het ging, herstelden ze neuzen, kaken, monden, wangen. Ze maakten met een soort pasta afdrukken van de verwondingen, zodat de nieuwe delen van het gezicht beter aansloten en het afstoten van weefsel werd tegen­gegaan. Ze gebruikten zoveel mogelijk de eigen huid van gewonden. Gillies en Esser opereerden in de oorlogs­jaren duizenden slachtoffers. Ze worden de vaders van de plastische chirurgie genoemd.

Van Bergen: “Wat deze artsen deden, had ook kunnen worden ontdekt onder andere omstandigheden, bijvoorbeeld voor slachtoffers van auto- of fabrieks­ongelukken. Al had het dan waarschijnlijk iets langer geduurd.”

Het resultaat van de chirurgische ingrepen in die tijd moet volgens de historicus niet worden overschat. Patiënten die soms tien of twintig operaties hadden ondergaan, zagen er nog steeds weinig toonbaar uit. “Velen die na een reeks pijnlijke ingrepen in de spiegel keken, zullen hebben gedacht: had me maar meteen dood­gemaakt. Verbetering en herstel waren relatieve begrippen.”

Bloedtransfusie

De Canadese leger­chirurg Lawrence ‘Bruce’ Robertson diende in 1915 als een van de eersten een bloed­transfusie toe. Vervolgens werd het indirect overdragen van bloed gangbaar aan de geallieerde zijde van het front. Afgenomen bloed werd opgevangen en bewaard zodat het op een andere plaats en op een ander tijdstip kon worden toegediend. Tot dan toe werd bloed alleen direct van donor op ontvanger overgedragen.

WO I heeft de bloed­transfusie ontegen­sprekelijk een boost gegeven, erkent Van Bergen. “Als Amerika zich niet in de strijd had gemengd, was het waarschijnlijk een stuk minder geweest. Door de Amerikaanse oorlogs­deelname werd de bloed­transfusie geëxporteerd naar de geallieerde landen. Dat heeft levens gered. Maar als in het begin van de 20ste eeuw het verschil in bloedgroepen niet was ontdekt, had je niets gehad aan bloed­transfusies.”

Anesthesie

De Britse arts Geoffrey Marshall, die aan het front op een trek­schuit met gewonden had gewerkt, ontwikkelde een apparaat waarmee een stabielere anesthesie kon worden toegepast, zodat de kans op overlijden tijdens een operatie kon worden beperkt. Met de inzet van zijn apparatuur, waarin lach­gas, zuurstof en ether werden gemengd, kon de sterfte bij been­amputaties worden terug­gebracht van 90 tot 25 procent.

De anesthesie is veel ouder dan de Eerste Wereld­oorlog, vertelt Van Bergen. Het apparaat van Marshall zou zonder de oorlog vermoedelijk ook zijn ontwikkeld. “In WO I is vaak zonder verdoving geopereerd. Toen de anesthesie rond 1850 werd ingevoerd, maakten veel artsen daar bezwaar tegen. Want pijn was voor hen een indicatie van de toestand van de patiënt.”

Psychiatrie

De Duitse psychiater Emil Kraepelin heeft voor en tijdens de Eerste Wereld­oorlog psychiatrische aandoeningen geclassificeerd. Hij wordt gezien als de grond­legger van het handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen (DSM). Dat verscheen voor het eerst in de jaren 50 en geldt sindsdien – in aangepaste versies – als de standaard in de psychiatrische diagnostiek.

Van Bergen: “Kraepelin was het school­voor­beeld van iemand die niet accepteerde dat een Duitse man gek kon worden van oorlog. De aandoening zat in de persoon. Hij leed aan karakter­zwakte of was politiek links, wat ongeveer hetzelfde was. Als je gedichten las, was je een watje, dat betekende dat je niet geschikt was als soldaat.

“Veel Duitse psychiaters zagen gek geworden soldaten als stakende arbeiders. Therapieën waren er vooral op gericht om soldaten weer gereed te maken voor oorlogs­inspanning, desnoods met medische marteling. Als je niet kon praten, werd er een elektrische staaf op je tong gelegd, net zolang tot je weer geluid ging maken. Er werden sigaretten op je huid uitgedrukt. Er werden radio­actieve buizen tegen je hoofd gehouden. Pijn moest ervoor zorgen dat soldaten banger werden voor het hospitaal dan voor het front. Als de symptomen maar weg waren, werd je genezen verklaard.”

Britse artsen zagen zich geconfronteerd met de zogenoemde shell­shock, ernstige lichamelijke problemen zonder lichamelijke verklaring waarmee veel soldaten in de loopgraven kampten. Ze keerden zich in zichzelf, hadden last van over­ge­voelig­heid voor geluid, duizeligheid, beven, slapeloosheid, hoofdpijn. De oorzaak van hun aandoening werd gezocht in de ‘vrouw geworden’ sol­daten zelf. Er mocht vooral geen verband worden gelegd met hun ervaringen aan het front.

Na de oorlog maakten artsen onderscheid tussen ‘shell­shock-gewond’ en ‘shell­shock-ziek’. Iemand die ziek was, had geen recht op oorlogs­pensioen, een ‘gewonde’ wel. “Het was de bedoeling dat de artsen zo veel mogelijk mensen ziek verklaarden. Aan het eind van de oorlog komt in Engeland zelfs een order van hogerhand: er worden geen soldaten meer ‘gewond’ verklaard. Punt.”

“De psychiatrie is niets opgeschoten met de Eerste Wereld­oorlog, zij is er eerder op achter­uit­gegaan. De oorlog heeft geen nieuwe inzichten opgeleverd over ziekte­beelden. Patiënten met een psychose werden na de oorlog in een gekkenhuis opgesloten, net als vroeger. Een voor de oorlog al bestaande diagnose als traumatische neurose werd overboord gegooid omdat anders weer een verband met de oorlog kon worden gelegd.”

Bestrijding van infectieziekten

De Ierse arts Adrian Stokes ontdekte welke bacterie verantwoordelijk was voor de uitbraak van epidemische geelzucht (de ziekte van Weil) onder de manschappen in de loopgraven. Zo kon de ziekte worden ingedamd door de ratten te bestrijden die deze bacterie bij zich droegen. Nuttig, zegt Van Bergen. “Zonder oorlog was dit waarschijnlijk later ontdekt.”

De Oostenrijkse psychiater Julius Wagner-Jauregg veronderstelde een helende werking van koorts bij syfilis­patiënten. Hij bestreed de ernstigste symptomen van de geslachtsziekte – geestelijke aftakeling – door malaria­koortsen op te wekken. In 1927 kreeg hij hiervoor de Nobelprijs.

Van Bergen: “Wagner-Jauregg begon die therapie ook toe te passen op door­gedraaide Oostenrijkse soldaten. Daar zijn mensen bij overleden. Na de oorlog is hij aangeklaagd door een patiënt. In dat proces trad Sigmund Freud op als getuige. Hij sprak toen de beroemde woorden: ‘Psychiaters hebben zich in de oorlog gedragen als machine­geweren achter het front.’”

Voor dit verhaal is o.a. gebruikgemaakt van de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Nationale Vrouwendag 2018

Onwetend, maar overspel

Hoe zij zich voorbereidt op de thuiskomst van haar man:
zij schuift een stoel tegen de zon,
wrijft haar lichaam soepel,
stemt haar inwendig orkest,
legt onder haar korte zomerjurk
een geur van naaktheid uit.
Zij schudt haar hormonen op.
Diep in zichzelf kijkt zij of de tijd
haar niet teveel heeft aangetast.
Zij droomt zich een pose, een opgetild
worden, een hunkering, die in haar lichaam
slaat, zij laat een kreet ontsnappen
om de hangende galm te beproeven.

Hoe zij zich invouwt in afwachting.

Thomas Lieske

Vandaag 11 november 2018 is het Nationale Vrouwendag in België. Ik moet drieëntwintig geweest zijn, toen die dag de eerste keer plaats vond in 1972.


http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/03/08/waarom-de-vrouwendag-in-belgie-op-11-november-valt

Elk jaar wordt Nationale Vrouwendag georganiseerd op een andere locatie, en dit jaar is het Schaarbeek geworden, dus hartje Brussel.


Zelf ben ik er een paar keer naartoe geweest, ik herinner me namelijk die van Antwerpen nog, maar meer uit nieuwsgierigheid, dan uit overtuiging, want ik vind het maar een eenzijdig gedoe.
Bovendien was ik in die tijd thuiswerkende ouder en dat was “not done” voor die hele feministische beweging, want dan was je financieel afhankelijk van je man, en dus niet geëmancipeerd.Ik denk dat mijn man eerder afhankelijk was van mij, en mijn goede zorgen – hij was namelijk diabetespatiënt – en zeker later toen hij nog ernstiger ziek werd en zelfs gehandicapt. Emancipatie en onafhankelijkheid zitten immers niet in je portemonnee, maar in je hoofd.

Het vallen van de bladeren…

Petitie tegen overlast door esdoorns
Als er te veel bladeren vallen

Eén straat in Nieuwerkerken is de herfst nu al beu. Met een petitie hopen de inwoners af te raken van de vele bladeren van de esdoorns voor hun deur.

De Standaard – 06.11.2018 – Sofie Buekenhoudt

De herfst is nog maar net begonnen, maar het vriest al in de Louis Callebautstraat in het Oost-Vlaamse Nieuwerkerken. Voor de inwoners staat het seizoen gelijk aan eindeloos bladeren opvegen, van het rioolputje tot de dakgoot. Allemaal afkomstig van de boompjes die de stad 18 jaar geleden als verrassing voor elke deur plantte. Intussen zijn ze uitgegroeid tot voluptueuze Noorse esdoorns. Het afgelopen weekend ondertekenden de inwoners massaal een petitie.

‘De helft van de bewoners hier is ouder dan 70 en toch moeten ze wekelijks zakken vol bladeren naar een korf sleuren’, zegt Emmy Vertongen (70), hoofdauteur van de petitie. ‘Wij hebben al genoeg groen in onze tuin, waarom moet er nog extra zijn op het voetpad? Dat de groendienst dan tenminste een paar keer zelf komt opruimen. Wij hebben nooit gekozen voor die bomen.’

Ook Hugo Van Den Bremt (70) heeft getekend. ‘Pas op, ik heb niks tegen de herfst. Het zijn magnifieke bomen. Maar ineens stonden ze voor onze deur, en nu moeten de mensen het maar oplossen. Met een beetje wind ben je elke dag opnieuw bezig.’

De bomen zijn nooit populair geweest: in het voorjaar van 2015 diende de stad Aalst nog een klacht in tegen enkele buurtbewoners die de bomen zelf te lijf waren gegaan met een houtzaag. ‘Terwijl bomen zo’n lust zijn’, zegt schepen van Openbare Werken Ann Van de Steen. ‘Ik wil graag ingaan op mogelijke problemen, maar tegelijk is dit de meest hilarische petitie die ik ooit heb gezien. Zes keer per jaar wordt de straat geruimd. Als ik nog eens extra momenten moet voorzien voor elke straat, heb ik duizend man nodig. Ik ga ook uit van een beetje solidariteit tussen de buren. Desnoods ga ik daar zelf eens op een ladder staan om een dakgoot uit te kuisen.’
——————————————————————————————————————–

Zijn de mensen nu helemaal zot geworden, vroeg ik mij af toen ik dit artikel las, dit is toch echt niet meer normaal. Beseffen die mensen wel welk een weldaad dat is, een boom langs de straatkant, die de lucht zuivert die bezoedeld wordt door de uitlaatgassen van HUN auto’s?!
“Het vallen van de bladeren”, luidt het oude gezegde wanneer iemand gek of depressief begint te doen, en blijkbaar werkt dat nog altijd…Het mens-dom verdient de aarde niet, jaag ze er van af, want ze worden met de dag ondankbaarder!

Een koningskind

In september 2014 daagde Delphine Boël haar natuurlijke vader, de vroegere koning Albert II van België voor het gerecht, omdat hij haar weigerde te herkennen als zijn dochter, geboren uit een buitenechtelijke relatie. In oktober 2016 werd Albert ten persoonlijke titel opnieuw gedagvaard, en nu in 2018 heeft het gerecht hem verplicht van een DNA staal af te staan, waaruit moet blijken of Delphine al dan niet zijn kind is.

Velen denken dat Delphine dit doet voor de erfenis. Maar ook al is dat zo, dan nog sympathiseer ik met haar, en hoop ik dat ze uiteindelijk haar gelijk haalt en dat krijgt waar ze recht op heeft, en dat is tenminste de waarheid.

De meeste mensen beseffen niet welk een impact dergelijke situaties op het leven van een kind hebben. Ik heb tot mijn twaalfde de naam van mijn moeder gedragen, omdat ze nog niet getrouwd was met mijn vader toen ik geboren werd, en ik kreeg dus het etiket bastaardkind mee. In 1949 waren de wetten anders dan nu, en het is pas een tiental jaar later dat mijn vader mij zijn naam heeft mogen geven, door mij te adopteren. Mijn ganse lagere schooltijd heb ik moeten uitleggen waarom ik de naam van mijn moeder droeg en iedereen er van moeten overtuigen dat mijn vader wel degelijk mijn vader was. Zoiets “vormt” je als kind, en wel voor de rest van je leven. Een outsider was je, en blijf je. Gelukkig maar, kan ik nu relativerend zeggen.

Ik heb dus tot mijn twaalfde jaar Micheline Caron gegeten, en sommige mensen in mijn familie of oud-leerlingen van de school vergissen zich nog altijd, en noemen mij nu nog altijd verkeerdelijk zo. Ik heb ooit, toen ik al lang getrouwd was, nog correspondentie gekregen op die naam.

Op de trouwboek van mijn ouders stond ik als een geadopteerd kind, zodat je je uitleg moest blijven doen. Misschien dat ik daardoor zo mondig geworden ben, omdat ik het altijd moest uitleggen, willen of niet!

Hoe de vork juist in de steel zat gingen mijn ouders mij pas vertellen na mijn plechtige communie. Dus toen ik anderen moest overtuigen, zat ik zelf nog met veel vragen en dat maakte het des te moeilijker en waarschijnlijk werd ik daardoor ook niet altijd geloofd. In school ik werd wel heel goed opgevangen door de leerkrachten.

Een outsider, een buitenbeentje, een beetje anders, een vechtertje… is ideaal om af en toe eens op te vallen tussen de grote hoop, want wie wil er nu immers niet graag af en toe een speciaal kind gevonden worden, en het hoeft daarom niet eens een koningskind zijn?!

Een ‘oude’ vriendin

Ik ben op bezoek geweest bij een ‘oude’ vriendin. We kennen mekaar al twintig jaar en ik heb ook haar man gekend, die destijds als kind polio kreeg, en op latere leeftijd verlamd raakte, omdat er ook nog eens de ouderdom bovenop kwam.

Ondanks zijn beperking heeft hij wel altijd gewerkt als zelfstandige en o.a. zijn eigen woning zelf gerenoveerd toen dat nodig bleek.

Voor hij overleed heeft hij mij gevraagd om af en toe voor zijn vrouw te zorgen opdat die graag eens ergens naartoe ging, maar daar alleen geen mogelijkheid meer voor zou hebben, wegens geen vervoer.

Zolang mijn man nog leefde hebben we dat dan ook gedaan, maar vermits ik zelf niet per auto kan rijden, is dat mettertijd heel moeilijk geworden.

Ze is nu vooraan in tachtig, blind aan één oog, en de kanker vreet haar langzaam op, maar de moed en het doorzettingsvermogen heeft ze behouden.

Ondanks het feit dat ze ook een inwonende zoon heeft, zorgt ze zelf en alleen voor haar tuin en huis. En dat revolteert mij, en daar word ik zelfs een beetje depressief van, maar het zijn mijn zaken niet. Gelukkig heeft ze een goedkope tuinman gevonden, die de klusjes opknapt die een vrouw niet kan doen, maar vermits ze het niet breed heeft, kan ze die ook niet alles laten doen.

Haar tuin is haar therapie heeft ze altijd gezegd, daar wordt ze gelukkig van, en ze blijft het dus doen, ook al lijkt het mij in haar toestand een bijna onmogelijke opdracht.

Het meest is ze bang dat ze de functie over haar handen zou verliezen, daarom heb ik haar een doos knutselmateriaal en haakgaren gebracht, zodat ze ook in de winter die handen in beweging kan houden. In ruil heb ik dan weer een paar mooie planten gekregen, zowel voor binnen als voor buiten.

Mensen zoals mijn vriendin willen hun leven in eigen handen houden, en daar heb ik een immens respect voor! En ook al lijkt het soms onmenselijk, het blijft toch wel het allerbelangrijkste, dat je nog elke dag zelf kan beslissen hoe je het leven en de problemen aanpakt. Je gezondheid moet je meestal mettertijd afgeven, maar je vrijheid die wil je nooit kwijt!

Egels in de tuin

Snoeitips

In november mag je beginnen met het snoeien van uw bessenstruiken. Bij kruisbessen en rode bessen snoei je 2/3 van de groei van het voorbije jaar in. Bij braam- en frambozenstruiken snoei je de takken waar vruchten aan hebben gehangen tot aan de grond af. De jonge, nieuwe scheuten laat je staan en mag je langs draden leiden en binden.
Dode takken kun je nu gemakkelijk uit struiken en bomen verwijderen. Je kan ze versnipperen en de houtsnippers kunnen dan terug onder bomen worden aangebracht. Indien gesnoeide takken in een uithoek van de tuin op een hoop worden gelegd zullen deze dienst doen als egelhuisje.

Bron: www.tuinadvies.be

Voor deze winter heb ik een egelhuisje besteld, want vroeger zaten hier altijd egels, zelfs met jongen, maar de laatste jaren zie ik ze niet meer. Hebben de treinwerken hen weggejaagd, of is het een algemeen probleem, ik weet het niet?Ik heb meteen ook het stevigste en dus ook duurste gepakt. Ze krijgen dus een chique villa met een grote tuin, als ze willen!Je kan natuurlijk ook gaan improviseren, zoals hierboven uitgelegd, en tegelijktijdig voor wat beschutting zorgen, zodat ze er ook hun jongen veilig kunnen werpen en opvoeden.Egels zijn fascinerende dieren en in de tuin zijn ze een weldaad, vooral omdat ze de bladluizen consumeren. In de winter moeten ze wel wat bijgevoederd worden, zodat ze een vetreserve kunnen aanleggen om de winter door te komen, en dat ga ik dan ook doen.

 

Brief aan Sinterklaas

Mijn brief aan Sinterklaas ligt weer klaar. Ik vraag hem elk jaar hetzelfde, maar dit jaar wordt het extra moeilijk, want de post staakt, en ik weet niet of de Sint mijn brief ooit zal krijgen. Misschien verstuur ik hem maar beter via email…

Er is hier in België en Nederland ook al een hele tijd een ganse heisa aan de gang rond de figuur van Zwarte Piet, die zou niet meer zwart mogen zijn, want dat is racistisch.

Wat was het leven vroeger toch veel simpeler, en toen was een kinderfeest nog een feest, nu is het enkel veel gekibbel en gezeur.

In het derde leerjaar, ik was toen negen ben ik te weten gekomen wie Sinterklaas uiteindelijk was, en ik heb het ook meteen aan mijn jongere zus verteld, die daar niet blij mee was. Ja, ik ben altijd al een slecht vel geweest!

Tot mijn twaalfde is de Sint blijven komen, zowel bij mijn ouders als bij mijn grootouders. Van mijn grootmoeder kreeg ik trouwens elk jaar een pop, die allemaal nog als nieuw waren, toen ik ophield met er mee te spelen. Mijn moeder heeft er een deel van aan de kinderen van mijn zus kunnen geven.

Op school was Louis Dewilder met zijn mooie stem en uitspraak onze Sinterklaas, en was er ook altijd een sinterklaasfeest bij “Kezze”, één van de danszalen van Overijse, en dan kregen we warme chocolademelk, met een eierkoek van bij Danhieux. Ik vraag mij trouwens af, of ze die nog altijd bakken?!Op de vooravond van Sinterklaas moeten kinderen altijd hun schoentje zetten, met wat lekkers in voor het paard van de Sint, maar dat hebben wij thuis nooit gedaan. Brieven heb ik wel geschreven, maar veel haalde dat niet uit, de poppen bleven maar komen!Brief aan Sinterklaas

Alleenstaande vrouw zoekt een lief,
Liefst eentje met het hart op de tong
En het verstand op de juiste plaats.

Lieve Sint, het hoeft geen nieuwe man te zijn,
Maar wel een open geest
En met veel gevoel voor humor.

Soms moet hij wel tegen een stootje kunnen,
Én hij moet zeker van katten houden,
En natuurlijk heel veel van mij!

Dank u Sinterklaas,
De groetjes,
Ook aan Zwarte Piet.

Micheline Baetens – 17 november 2014

Respect

Mensen beseffen niet dat je als alleenstaande vrouw heel andere dingen tegenkomt dan zij, en daardoor de wereld op een heel andere manier leert kennen. Je moet soms namelijk serieus hard en cynisch uit de hoek durven komen, om de strontvliegen van je af te kunnen slaan.

Een alleenstaande vrouw is zo een beetje als loslopend wild: je mag daar op schieten en je mag die neerhalen! En als ze dan ook nog open van geest en een openhartige babbel heeft, ben je al helemaal een gemakkelijke binnen te halen prooi, denken ze.

Ze mispakken zich wel heel erg, die strontvliegen, want zo gewillig is degene waar ze het op gemunt hebben niet, en een vrouw wordt steeds handiger, alerter en directer in het neermeppen van mannen wiens verstand zich op een zeventig centimeter van de grond bevindt.

Toen ik jong was, en met jongens flirtte, of op tijd en stond op één van hen verliefd werd, heb ik nooit een gebrek aan respect ondervonden. Nu zijn het mannen van boven de vijftig en veel ouder, en blijkbaar hebben die in de loop van hun opgroeien alle wijsheid, respect en genegenheid achter zich gelaten en zijn ze verworden tot empathieloze, vulgaire en domme klootzakken.

Natuurlijk mag ik niet veralgemenen, maar ze maken mij het wel heel erg lastig. Moet ik dan alle mannen, nu ik bijna zeventig ben, gaan wantrouwen? Ik denk het niet, en ik zou er ook niet in slagen, want er zitten wel hier en daar een paar leuke, grappige, wreed wijze, en natuurlijk ook knappe tussen.

Mag ik dan nog wel flirten, gekscheren en lief zijn met mannen? Ik denk het wel, maar het probleem is dat degenen met wie je dat op een respectvolle wijze kunt, met heel weinigen lijken te zijn. Jammer, maar dat zal zo ook wel bij vrouwen zijn, dat zijn ook niet allemaal zuivere zieltjes en oprechte, eerlijke dametjes.

Misschien hebben we wel de mannen en vrouwen die we verdienen in een maatschappij waar banaliteiten meer succes hebben, dan doorleefde authentieke gevoelens, ervaringen en verlangens.

Bewaarwafeltjes bakken

Recept bewaarwafeltjes

Ingrediënten
250 g zachte boter
250 g kristalsuiker
1 zakje vanillesuiker
3 eieren
1 koffielepel arachide-olie
150 ml melk
500 g zelfrijzende bloem

Recept
Splits de eieren.
Meng de zachte boter met de suiker en vanillesuiker. Voeg de eidooiers, olie en melk toe. Meng er geleidelijk de gezeefde bloem onder en meng tot een mooi, glad beslag.
Klop het eiwit stijf en spatel het voorzichtig onder het beslag.
Laat het wafelijzer heet worden, smeer het in met wat olie en bak de wafels goudbruin. Laat afkoelen op een taartrooster.

Bron: www.lekkervanbijons.be

Eerst dacht ik het recept van mijn grootmoeder te maken, maar ik vind niet meer alle ingrediënten, zoals o.a. alcali , dat toen per gram verkocht werd bij de apotheker. Naar het schijnt mogen de apothekers dat niet meer doen. Dit recept lijkt erop, ik moet enkel de gewone bloem vervangen door zelfrijzende bloem, wegens gebrek aan alcali.

Het recept van mijn grootmoeder:

1 kg patisseriebloem
6 eieren
1/2 kg kristalsuiker
1/2 kg solo margarine
10 gr alcali
1 snuifje zout

Het deeg een dag op voorhand maken en op een koele plaats zetten.Morgen dus bakken en hopelijk bewaren ze ook goed!