Posttraumatische stress

Ze staan in bloei! Neen het is geen lavendel maar het zijn distels een veld vol, naast mijn tuin. En straks staan die allemaal in zaad, en vliegt dat zelfs tot onder mijn bed, hangt de gevel vol en groeit dat tussen mijn patatten.

Wat hier aan de spoorweg gebeurt is tekenend voor hoe men in dit land de burger behandelt en in de kou laat staan.

Als burger ben ik van goede wil en correct, doe soms nog meer dan van mij verlangd wordt (vrijwilligerswerk), maar burgerzin wordt blijkbaar niet met hetzelfde respect en dezelfde empathie beantwoordt door de overheid en de politiek.

Wij worden aan ons lot en aan de spoorweg overgelaten, en dat een groot deel van ons leven. Nu al tien jaar!!!

Onlangs postte ik op onze Klaagmuur op Facebook onderstaande oproep, gericht aan Eva De Bleeker onze eerste schepen en vervangend burgemeester van Hoeilaart (omdat onze burgemeester het veel te druk heeft in het parlement en met zijn politieke carrière).

Beste mevrouw,
Kan u aub aan de spoorweg vragen om de distels die op hun taluds en gronden  groeien te komen afdoen?
Gezien mijn leeftijd kan ik nog met moeite mijn eigen tuin onderhouden en straks krijg ik er ook nog eens al het distelzaad van de omgeving bij.
De distels staan momenteel in bloem, dus ze wachten best niet te lang!
Mijn buren en ik zullen u eeuwig dankbaar zijn,
Micheline

Goed om weten is dat men verleden jaar het onkruid tweemaal is komen wieden en dat de onderaannemer van Infrabel mij toen verteld heeft dat dit elk jaar minstens tweemaal moest gebeuren en dat in opdracht van de spoorweg. Dit jaar zijn ze nog niet geweest, en ze zouden dus in het voorjaar en in de zomer moeten komen.

Binnenkort zijn er terug nachtelijke werken en rekent Infrabel weer eens op ons begrip voor de hinder. Het is zomer, en dus zullen we maar weer eens een tijdje met de ramen dicht moeten slapen, ondanks de warme temperaturen.

En altijd weer proberen we er het beste van te maken. Maar ook altijd weer is het een strijd om begrip van de andere zijde te krijgen en om correct behandeld te worden. Je zou voor minder al eens onder de trein springen, dan zijn die eeuwigdurende werken toch nog voor iets goed geweest…

Tien jaar geleden. Weet je wat je hier aan overhoudt? Posttraumatische stress. En het stopt nooit meer!

Mijn straat (Vosdellestraat)

Mijn straat
is geen gewone straat,
maar de Vosdelle,
waar de vos
koning is
en de bewoners
zijn onderdanen.

Mijn straat
is waarlangs
spoorlijn 161 loopt,
en waar de trein rijdt
of niet rijdt,
en waar spoorwegwerken
eeuwig duren.

Mijn straat
aanvaardt geen sluipverkeer
en sluikstorten,
maar wel honden en katten,
ratten en muizen,
en schapen en bokken
uit verre landen.

Mijn straat
is een internationale
en creatieve straat,
met schilders en dichters,
met mensen van hier
en steeds meer
uit verre landen.

Mijn straat
is waar onze kinderen
zijn opgegroeid en uitgeweken,
en waar de eerstelingen
elke dag
een beetje ouder worden,
en uiteindelijk zullen sterven.

Micheline Baetens – 18.10.2019

 

 

Het leven gaat verder…

Toekomstige generaties: zij hebben ons net zo hard nodig als wij hen

Brainwash – Ruben Jacobs – 26.06.2020

Mijn oud-docent sociologie Bart van Heerikhuizen is ongeneeslijk ziek. In een mooi en ontroerend interview in de podcast Brainwash sprak hij hier eerder dit jaar over. Het werd een gesprek over zijn carrière als docent, de sociologische structuur van de samenleving, maar vooral ook over zijn angst voor de dood. Of eerder: zijn angst voor het ‘er niet meer zijn’.

Om in het reine te komen met dit onvermijdelijke feit zoekt hij al jaren naar filosofische of spirituele aanknopingspunten: inzichten en wijsheden die hem troost kunnen bieden. Aan het eind van zijn carrière als docent kwam hij tot de conclusie dat zijn grootste troost simpelweg was te vinden in het vak waar hij altijd les in heeft gegeven: de sociologie.

Voor Van Heerikhuizen verschaft de sociologie ons het inzicht in de toenemende ‘interdependenties’, oftewel onze onderlinge afhankelijkheden. Niet alleen tussen mensen, natiestaten en werelddelen, maar ook tussen generaties:

Het is voor mij een troostrijk idee dat er al netwerken van interdependenties waren, nog voordat ik geboren werd. Daarin werd ik geparachuteerd. Ik ben er een tijdlang onderdeel van geweest, en na mijn dood blijven die netwerken bestaan. Als individu zal ik daar niet meer bij zijn, maar ik vind het een troostrijke gedachte dat er nog enige tijd mensen zullen zijn die zich mij herinneren. Ook als dat uitdooft, gaat de mensheid door. Daar zit een element van troost in.

Het is een mooie gedachte. Ik moest er weer aan denken bij het lezen van het essay Death & the Afterlife (2013) van de Amerikaanse analytische filosoof Samuel Scheffler. Hij plaatst de troost, die Van Heerikhuizen vindt in de wetenschap dat het leven na hem doorgaat, in een interessant filosofisch daglicht. Scheffler noemt dit het ‘collectieve hiernamaals’. Niet het hiernamaals in de hemel, maar heel letterlijk: het bestaan van andere mensen na onze eigen dood. Welke rol speelt de impliciete aanname dat er menselijk leven is na onze dood in ons huidige leven? Dat is de boeiende en originele filosofische vraag die Scheffler ons stelt.

“‘Life goes on’ is niet voor niets een gevleugelde uitspraak. We gaan ervan uit dat dit, zelfs na onze eigen dood, ook echt zo is.”Om deze vraag te onderzoeken zet Scheffler twee gedachte-experimenten op. In het eerste, het zogenaamde Doomsday scenario, leef je een normaal en volledig leven, maar sterft iedereen dertig dagen na je dood. Het tweede, ‘onvruchtbaarheids-scenario’ schetst een realiteit waarin geen baby’s meer worden geboren, zoals in de film Children of Men uit 2006. De mens sterft dus binnen een paar generaties uit.

Droevige scenario’s. Maar waarom eigenlijk? In het eerste scenario ga je niet vroegtijdig dood en in het tweede sterft in ieder geval niemand die je lief is, er komt alleen niemand meer bij. Kortom: iedereen kan in beide van deze scenario’s zijn leven gewoon leven en oud worden. Wat maakt deze scenario’s dan toch zo deprimerend?

Scheffler’s korte antwoord: omdat deze scenario’s het einde van de mensheid betekenen, het uitblijven van ‘nieuwe vreemden’ op deze aarde. We gaan er zo vanzelfsprekend vanuit dat het na ons allemaal zal doorgaan, dat we niet goed doorhebben hoeveel emotioneel belang we daar eigenlijk aan hechten. Want, zo redeneert Scheffler, veel van wat wij hier nu op aarde doen verliest aan betekenis als we weten dat alles snel vergaat nadat wij er niet meer zijn.

De zoektocht naar een medicijn voor kanker, de lange strijd voor sociale of raciale rechtvaardigheid, kunst, geschiedenis, filosofie, lange termijn infrastructurele plannen of publieke werken, maar ook lokale (sport)gemeenschappen, instituties, en tradities: veel activiteiten waarin we als mens in participeren, hebben als doel onze eigen leven te overstijgen en overleven. Ze zijn het resultaat van cumulatieve inspanning en maken een ‘keten van levens en generaties’.

Niets is voor eeuwig, en de mensheid zal ooit uitsterven. Dat weten we. Toch gaan we er volgens Scheffler impliciet vanuit dat het leven zich nog lange tijd zal voortzetten. Als het vooruitzicht van het uitsterven van de mensheid dichtbij komt, vormt dit een bedreiging voor diegenen die nu leven om een ​​goed en bevredigend leven te leiden. Dit heeft volgens Scheffler gevolgen voor de manier waarop we denken over klimaatverandering, nucleaire oorlog en andere existentiële bedreigingen.

1592917822.jpg

Jongeren tijdens een klimaatprotest in Nuremberg (foto: Markus Spiske).

Met name in het geval van klimaatverandering is dat zichtbaar. De hevige emoties die het oproept, zowel gedreven door activisme als door ontkenning, onthullen het feit dat het voortbestaan van de mensheid ons zeer dierbaar is. Zelfs zo dierbaar dat we de gedachte dat we binnenkort zouden ophouden te bestaan bijna ondragelijk vinden. Meer nog dan de angst voor onze eigen dood, is het uitsterven van de mensheid een bedreiging voor het hebben van een leven dat we de moeite waard vinden.

‘Society is a partnership of the dead, the living and the unborn’, luidt een beroemde uitspraak van ‘aartsvader van het conservatisme’ Edmund Burke. Voor Burke moest de relatie tussen de staat en samenleving worden gezien als een tuinman tot zijn tuin: de tuinman behoort de tuin te onderhouden, met als doel deze door te geven aan de volgende tuinman. Voor Burke betekende dit echter niet dat alles bij hetzelfde moet blijven, maar dat moet worden voortgebouwd op het best bestaande, en worden hervormd waar nodig. ‘A state without the means of some change, is without the means of its own conservation’, aldus Burke.

In die zin deelt de klimaatbeweging iets essentieels met het klassieke conservatisme (niet te verwarren met de huidige reactionaire vormen daarvan): beiden hechten veel waarde aan intergenerationele continuïteit; ze vragen van huidige generaties om over de horizon van hun eigen leven heen te kijken. Ze staan een estafette-cultuur voor, in plaats van een sprintcultuur waarin de korte termijn regeert.

Toekomstige generaties zijn niet alleen afhankelijk van ons en de keuzes die wij nu maken, maar wij zijn in zekere zin ook van hen afhankelijk: hun bestaan geeft ons leven diepgang en betekenis. Het plaatst ons in een groter plaatje, een eeuwenlang project; en verlengt ons eigen eindige leven in de cultuur, de geest en het vlees van anderen. ‘Life goes on’ is niet voor niets een gevleugelde uitspraak. We gaan ervan uit dat dit, zelfs na onze eigen dood, ook echt zo is.

Bezoek aan mijn biotoop

In het huis achterin op de foto ben ik opgegroeid.

Morgen ga ik terug

Ik ga morgen
terug naar
mijn biotoop,
die aan
de IJse ligt,
en waar
al mijn schone
meisjesdromen
werkelijkheid
werden.

Waar de lelijkheid
van mij bestaan
zich verstopte
in het hoge riet
en de schoonheid
van de IJsebroeken
bij valavond
net niet verzonk
in het diepe,
donkere water.

Morgen
ga ik terug,
en dan wordt
het leven,
met zekerheid,
weer een sprookje.

Micheline Baetens – 22.06.2020

Op stap met David.

De IJse