Welkom bij ons thuis

Ik heb het al gezegd: ik leef nu niet veel anders dan vóór corona. Ik had weinig contact met andere mensen, tenminste niet tastbaar, ik deed al mijn boodschappen online, kwam haast nooit verder dan mijn tuin, en thuis was mijn favoriete verblijfplaats.

Dus heel erg vind ik deze quarantaine niet, buiten het feit dat ik niet mag ontvangen wie en wanneer ik het wil, is er niet veel dat mij hindert en mijn vrijheid beknot.

Ik ben en was volledig tevreden met het leven dat ik kon leiden voor corona, en de laatste hinderpaal om dat weer te kunnen doen, ruim ik ook wel uit de weg.

Ik heb genoeg zelfvertrouwen om dat te doen, en vermits mijn gezond verstand en intuïtie een goeie gids gebleken zijn in het verleden, zal ik dit nu ook wel klaarspelen. De meeste problemen in mijn leven kreeg ik immers door in de eerste plaats naar anderen te luisteren, in plaats van mijn eigen goesting te doen.

Het gaat om verantwoord gedrag, de zorg en bekommernis om het eigen en andermans welzijn. Geen mens wil toch zichzelf en zijn geliefden in gevaar brengen, vooral niet als het om ieders gezondheid gaat. Bovendien heb ik mezelf heel goed geïnformeerd, alle klokken laten luiden en geluisterd naar elk voor en tegen.

Het komt in orde, het komt allemaal dik in orde en dan heet ik jullie terug welkom bij ons thuis.

Burgerlijke ongehoorzaamheid?

En ik stel het omgekeerde voor: Familiebezoek wél, en winkelen niet. Tot zolang kopen we wel op internet, maar onze geliefden moeten missen wordt voor veel mensen écht te zwaar. Trouwens ons hoofd staat nu niet naar winkelen, wij hebben andere prioriteiten.

Ik ken er een paar die al serieus neerslachtig zijn, en moest ikzelf moeten kiezen tussen corona of tussen een depressie, koos ik voor het eerste, want corona overleef ik misschien nog, maar een depressie daar gaat iedereen aan kapot, ook de omgeving.

Het wordt dus hoog tijd dat wij, in samenspraak met onze huisdokter en eventuele psycholoog of psychiater, burgerlijk ongehoorzaam worden voor ons eigen geestelijk welzijn.

Ik vraag mij trouwens af wanneer men nu ook al die andere deskundigen eens aan het woord gaat laten en laten mee beslissen over de maatregelen, zoals sociologen en psychologen… En waar zitten de Ouderenverenigingen, de Gezinsbond en Kind en gezin?!

Is winkelen minder gevaarlijk dan samenkomen met familie en vrienden?

‘Geen wetenschappelijke, maar politieke keuze’

De Standaard – 27.04.2020

Houdt een winkelbezoek een kleiner risico in dan een bezoek aan familie of vrienden? Valt het daarom te verantwoorden de winkels eerst te heropenen?

De Nationale Veiligheidsraad is op twee punten afgeweken van het advies van de experts die hen bijstaan bij de exit-strategie (GEES). Alle winkels ­mogen de deuren openen op 11 mei, een week vroeger dan voorzien. ‘En sociaal is het minder dan wij voorstelden’, zegt Marc Van Ranst, lid van de GEES. ‘In onze tweede draft stelden we voor meerdere mensen te laten samenkomen vanaf 18 mei.’ Al stond dat er niet echt stellig: ‘wordt verder onderzocht’. Zo nam de regering dat vrijdag ook over in de Powerpoint-presentatie: ‘wordt bestudeerd’.

‘Als je alles tegelijk wil opendoen op 11 mei, dan heeft dat een belangrijk effect’, zegt Van Ranst. ‘Dat is het verschil tussen een halfvolle of een volle Meir.’ Een gelijktijdige opening creëert minder ruimte voor andere versoepelingen, zoals sociale maatregelen.
Is er ook wetenschappelijk bewijs dat het virus in winkels minder doorgegeven wordt dan bij een bijeenkomst in besloten kring? De WHO nam, in het licht van de verspreiding van de griep, alle maatregelen door voor de bestrijding van de griepepidemie. De conclusie: voor alle maatregelen is het bewijs erg karig, behalve voor het handen wassen, mondmaskers en – in mindere mate – het schoonmaken van oppervlaktes.

‘Een winkel is een publieke ruimte. Die kun je controleren’
Marc Van Ranst
Viroloog

Een studie van de universiteit van Oxford besluit op basis van de bestaande literatuur dat sars-CoV-2-besmetting via oppervlaktes waarschijnlijk niet zo vaak voorkomt. Dat klinkt als goed nieuws voor winkels, waar aanraken onvermijdelijk is, denk aan kledingwinkels. Maar de veronderstelling in de studie is niet gebaseerd op harde bewijzen.

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) geeft in zijn advies wel een antwoord op wat eerst afgebouwd moet worden, maar gaat niet op deze kwestie in. De eerste versoepelingen kunnen volgens het ECDC voor groepen die weinig getroffen worden, zoals kinderen jonger dan tien.
We kunnen ook wel iets van het buitenland leren, zegt Steven Van Gucht, voorzitter van het Wetenschappelijk Comité Corona. ­‘Nederland heeft de winkels niet gesloten, en heeft ook met succes de epidemie bestreden. Al zijn er wel winkels die vrijwillig sloten. Ik denk niet dat de virustransmissie in winkels echt uitgesproken is.’

Besloten ruimte

Volgens Van Ranst is de keuze om de winkels naar voren te trekken ‘geen wetenschappelijke, maar een politieke keuze’. Of winkel­openingen dan wel sociale contacten voor meer covid-19-verspreiding zorgen, hangt sterk af van hoe die contacten plaatsvinden. ‘Het hangt af van de dichtheid, de ­intensiteit en de duur van het contact. En of het in een besloten ruimte is, en met beschermingsmiddelen.’
Wat is het verschil tussen familie of vrienden thuis ontmoeten of in de winkel? ‘De controle. De winkel is een openbare ruimte, en dus controleerbaar. Als we elkaar thuis zien, is dat minder. Politici vinden vertrouwen goed, maar controle nog beter’, zegt Van Ranst. (dds)

Grootouders hebben ook rechten

Weinig perspectief voor grootouders: ‘Humane aspect is op lange baan geschoven’

De Standaard – 25.04.2020

De economie start langzaam op, maar grootouders kunnen hun (klein)kinderen nog steeds niet zien. Ouderverenigingen reageren teleurgesteld, maar zijn al blij dat er (nog) geen leeftijdsdiscriminatie aan te pas komt. ‘Als 65-plussers worden uitgesloten van sociale contacten na 18 mei, dan zullen heel wat grootouders alle perspectief verliezen.’

‘Ik ben voor de vierde keer grootvader geworden. Ik heb mijn kleinkind nog nooit kunnen vastpakken. Ik begrijp dit absoluut ten volle.’ Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) leek de grootouders een extra hart onder de riem te willen steken. Het vooruitzicht op sociaal contact is voor iedereen beperkt, maar ook grootouders zijn nog steeds afgesneden van kun (klein)kinderen.

Nochtans was er enige hoop ontstaan na eerdere opmerkingen van viroloog Marc Van Ranst (KU Leuven) en epidemioloog Pierre Van Damme (UAntwerpen). ‘Misschien is dit het moment om kinderen bij de grootouders te laten’, zei hij op de VRT. ‘De meeste kinderen zijn voor een lange periode niet naar school gegaan, een meerderheid was niet ziek en bleef vooral thuis. Binnenkort is dit kleine ‘window of opportunity’ voorbij, als enkele groepen opnieuw naar school gaan. Dat blijft een moeilijk evenwicht.’ Het lijkt er steeds meer op dat kinderen niet de ‘motor’ zijn van de epidemie, zoals bij de gewone griep wel het geval is.

Maar van de voorstellen kwam niets in huis. In de communicatie van de Nationale Veiligheidsraad werd de denkpiste zelf niet vermeld.

Vanaf vier mei mogen mensen wel in open lucht wandelen met maximum twee personen die niet onder jouw dak wonen. Grootouders kunnen op zich dus wel gaan wandelen met het kinderen en kleinkinderen, mits social distancing wordt gerespecteerd. Maar is het sociale aspect niet verwaarloosd gisteren? ‘Er is een zeer beperkte ruimte om de maatregelen te lossen als ik de cijfers van vandaag bekijk,’ zegt Van Ranst aan De Standaard. ‘We zitten nog steeds op een plateau. De daling verloopt traag, volgens mij is dat het effect van het paasweekend.’

Leeftijdsdiscriminatie

Ouderverenigingen zijn teleurgesteld. ‘Men geeft perspectief aan de economische sector, maar niet aan senioren,’ zegt Mark De Soete van ouderenvereniging Okra. ‘Wanneer kunnen wij onze kleinkinderen zien? Wanneer kunnen we terug contact hebben met familie?’

Martin De Loose van ouderenorganisatie Neos is al blij dat senioren niet als aparte groep werden gedefinieerd. ‘Wij waren ongerust dat er een communicatie zou zijn die op basis van leeftijd zou discrimineren. Dat is er niet en dus op zich al positief.’

Toch blijft het bang afwachten. Het is niet omdat er nu niet naar de leeftijden wordt gekeken, dat zoiets niet nog kan gebeuren. ‘We hopen dat ook de 65-plussers in de eventuele heropstart van sociale contacten vanaf 18 mei zit,’ zegt Nils Vandeweghe van de Vlaamse Ouderenraad. ‘Daar mag echt geen eenzijdige leeftijdsgrens op zitten.’ De Nationale Veiligheidsraad besliste dat er na 18 mei mogelijk bijeenkomsten thuis weer beperkt toegelaten worden. ‘Als 65-plussers daarvan worden uitgesloten, dan zullen heel wat grootouders alle perspectief verliezen.’

De Soete stoort zich aan het feit dat ouderen over dezelfde kam worden geschoren. ‘Als men over ouderen spreekt, gaat het eigenlijk over drie generaties. Daar mis ik echt nuance. Men maakt te weinig het onderscheid tussen jonge zestigplussers die net opa of oma zijn geworden en tachtigplussers die in een woonzorgcentrum verblijven.’

‘Het is een delicaat evenwicht, dat besef ik wel,’ zegt De Soete. ‘Maar misschien moet men in de adviescomités toch meer humane wetenschappers laten zetelen. Het humane aspect is op de lange baan geschoven. Geef ouderen toch een perspectief om naar uit kijken, om hun kinderen en kleinkinderen te zien, onder welke vorm dan ook.’
Indien geleidelijk meer sociaal contact wordt toegelaten, dan staan ouderen klaar om hun verantwoordelijkheid te nemen, benadrukt Frederic Fluyt van ouderenorganisatie Vief. ‘We merken dat er bij onze leden een grote voorzichtigheid heerst. Men beseft de risico’s. Eenmaal de maatregelen versoepelen dan kunnen ouderen een inschatting maken om henzelf en anderen te beschermen.’

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200423_04932919?fbclid=IwAR0-O-DNCykUVdcfDmOAF_u5qWABW-lTrMqZeZTuo8x2stwkByfDkuOSaEg

De tuin van Epicurus

Mijn tuin noem ik de tuin van Epicurus, de tuin van het goeie leven, waar het leven schoon is en de gedachten vrij.

Vandaag heb ik mij Dahlia’s geplant, twee soorten: Fire and Ice, en Pink Isa. Voorlopig steekt dus alles in de grond en nadat ik een uurtje zitten begieten heb, ziet de tuin er stralend groen uit.

Hoe en met wie solidair zijn?

‘Het virus zou niet discrimineren en iedereen treffen. Niets blijkt minder waar’

Knack – Saskia De Coster (auteur)

‘In een oorlog is iedereen slachtoffer, terwijl dit virus duidelijk bepaalde groepen viseert. Toch zet de overheid ieders leven on hold’, hekelt schrijfster Saskia De Coster in haar essay.

Als je middenin de gebeurtenissen zit, is het bijzonder moeilijk om die al correct in te schatten. Om als overheid maatregelen af te kondigen, te verlengen, af te bouwen maar ook om er als burger mee om te kunnen gaan, moet je een minimaal begrip hebben van wat er precies gaande is, waarop de samenleving de klemtoon legt en op basis waarvan keuzes worden gemaakt.

Wat is er aan de hand? Er waart een besmettelijk virus rond dat uitgegroeid is tot een pandemie. Het treft vooral oudere mensen en mensen met een verlaagde immuniteit. Hoeveel mensen effectief besmet zijn, is onduidelijk, simpelweg omdat we niet iedereen testen. Het is een nieuw virus waarover we weinig met zekerheid kunnen zeggen, we staan middenin de geschiedenis.

Psychiater, filosoof en angstexpert Damiaan Denys merkt in NRC (11/04) op dat onze grootouders hier totaal anders mee omgegaan zouden zijn. Ze zouden het – medisch onmachtig – laten passeren, terwijl wij alle hens aan dek roepen. Ilja Pfeijffer schrijft daarover in De Standaard (14/04) ‘Sinds we god, religie en zingeving hebben afgeschaft, staan we als kwetsbare mechaniekjes in de wereld. We zijn gereduceerd tot onze biologie. We offeren het volle leven om het vege lijf te redden, omdat het vege lijf het enige is dat ons nog kenmerkt. Zo hebben we deze gezondheidsdictatuur over onszelf afgeroepen.’

Het virus zou niet discrimineren en iedereen treffen. Niets blijkt minder waar.

De hedendaagse, mondiale aanpak gaat heel ver. De sluiting van landsgrenzen, de bijna-stilstand van de economie, technische werkloosheid voor miljoenen mensen, een groot deel van de wereldbevolking momenteel in zijn kot, we kiezen voor deze aanpak in de bestrijding van het virus. Wij vertrouwen ons lot niet meer toe aan een god of de goden die zullen beslissen of wij mogen leven of niet, maar wij willen zelf zo resoluut en daadkrachtig verzet bieden tegen het virus. In onze reacties zijn we sterk gedreven door controledwang en de keerzijde daarvan, angst voor het verlies van controle. Bart Nijman haalde in de Nieuwe Revu (18/03) het Thomas-theorema aan dat zegt: ‘If men define situations as real, they are real in their consequences.’ We zien de realiteit van het dodelijke virus en handelen accordingly. De gevolgen zijn bijzonder groot en ingrijpend in vele levens, want we beschouwen het virus als dé zeer echte en erge realiteit. Het lijkt nog de enige realiteit.

In Nederland en andere Angelsaksische landen wordt er in het publieke debat een aspect belicht dat hier (nog) niet aan bod komt: wat is de waarde van een mensenleven? Het lijkt een al Nederlands-directe, ja onethische vraag – de term fascistisch loert om de hoek. Toch wordt dit voor vele doeleinden berekend, omdat er een grens is aan de draagkracht van een economie. Hoogleraar Ira Helsloot berekende voor Nederland dat één jaar van een mensenleven boven de tachtig jaar daar nu honderd maal meer kost dan in niet-coronatijden. Dat is een keuze, en louter de financiële waarde van een verlengd mensenleven boven de tachtig is hiermee becijferd.

In België, dat het in vergelijking met andere Europese landen niet best doet op vlak van ouderenzorg, waar de zelfdodingscijfers de derde hoogste ter wereld zijn en waar de Witte Woede in de zorgsector een begrip is, lijkt de vraag naar de waardebepaling van een mensenleven ironisch genoeg goeddeels afwezig. #ikredlevens, onderdeel van de Vlaamse overheidscampagne rond corona, verwijst de facto nochtans naar het redden van levens van oude mensen en mensen met verlaagde immuniteit. #staysafe is daarentegen voor de meerderheid van de mensen geen doel maar een realiteit. We weten niet hoeveel besmette mensen er zijn. Velen krijgen misschien niet eens symptomen. De meeste mensen mét symptomen en zonder onderliggende ziektes, zijn na gemiddeld tien dagen hersteld dus zij blijven inderdaad safe. De meeste burgers zijn in semi-lockdown voor anderen. Uit solidariteit. Met een zekere vanzelfsprekendheid.

‘Het doel heiligt de middelen’, klinkt het wel vaker. Filosofe Marli Huijer stelt in een interview met De Volkskrant de vraag: wat is het doel eigenlijk? Zien we door de bomen het bos nog, door de maatregelen het doel? Zeker, zullen virologen zeggen. Vanuit hun standpunt is het doel glashelder: het aantal dodelijke slachtoffers zo laag mogelijk maken. ‘Veel maatregelen lijken voort te komen uit de gedachte: beter het zekere voor het onzekere nemen’, zegt Huijer nog. ‘Om te voorkomen dat je achteraf te horen krijgt dat je er niet alles aan hebt gedaan. De ruimte voor een afwijkend geluid wordt daardoor kleiner.’ Als sociale wezens worden we geacht voor een gemeenschappelijk goed te gaan. De vraag is alweer: wat is dat gemeenschappelijke goed? Is het antwoord: de levens van covid-19-kwetsbare mensen redden? Houdt het daar op?

Beter het zekere voor het onzekere nemen, om het virus te bestrijden. Tegen welke prijs?

In België zijn de keuzes voor maatregelen goeddeels gebaseerd op het advies van experts. Virologen hebben terecht veel vertrouwen gekregen. Hun adviezen wegen momenteel ongezien zwaar door op het beleid. Het doel van de viroloog is om het aantal besmettingen terug te brengen, het liefst tot nul, en om de levens van de medisch kwetsbaren te vrijwaren.

Als slechts een fractie van de mensen getest is op het virus en het best mogelijk is dat u en ik het dragen en verspreiden, dan zijn alle uitspraken sowieso bijzonder relatief. Cijfers hebben wel een grote macht en kunnen afschrikwekkend werken. In De Afspraak van 14/04 bleek tot ontsteltenis van velen dat alle doden in rusthuizen nu sowieso bij de covid-19-doden geteld worden. Wellicht daardoor heeft België op wereldvlak een enorm hoge score qua mortaliteit. De cijfers zo opdrijven is niets minder dan het voeden van angst. De obsessie met cijfers lijkt ook een buffer tegen het voeren van andere, essentiëlere discussies zoals de invulling van het begrip solidariteit en de loodzware hypotheek op de toekomstige generaties.

#ikredlevens. Hoe groot de groep is die solidair moet zijn, is heel duidelijk: honderd procent, iedereen. In een eerste grote paniek werden, begrijpelijk, radicale maatregelen afgekondigd, die de meeste burgers blindelings volgden. Uit solidariteit én uit angst voor het eigen vege lijf en dat van geliefden. De belangrijkste parameter was van meet af aan het aantal opnames op intensieve zorg en de capaciteit. Waarom zijn dadelijk ook niet andere parameters in kaart gebracht zodat we als samenleving de vraag kunnen beantwoorden met wie we solidair zijn? De dagelijkse cijferberichtgeving zou niet enkel mogen focussen op het aantal opnames op intensieve zorg, de capaciteit en de overlijdens door covid-19. Een dagelijkse update over de cijfers rond werkloosheid, overlijdens door uitgestelde operaties, partnergeweld, zelfdoding, armoede, verslaving … hoort er ook bij om een volledig beeld te geven van de situatie.

De vraag blijft: met wie zijn we op dit moment solidair? Er wordt gezegd: met de kwetsbaren uit de samenleving. Ouderen, kinderen, kansarmen? Werkelijk? De 91-jarige radiocoryfee Lutgart Simoens vindt het in elk geval onleefbaar om al een maand geen buitenlucht te ademen (Knack, 14/04). Vele bejaarden kwijnen nu kiemvrij weg in rusthuizen maar krijgen geen stem. Sommigen verkiezen misschien minder eenzaamheid en wél fysiek contact boven nog een paar jaar kiemvrij bestaan. Gemiddeld leven mensen in een rusthuis nog twee jaar. Nu zouden de gezonde bejaarden daar sowieso zeven maanden niemand mogen zien. Willen zij dat? Ik herhaal: met wie zijn we solidair?

#ikredlevens klinkt heroïsch en als een actieve daad. Hoeveel levens ondertussen zwaar bemoeilijkt of beëindigd worden, wordt niet in rekening gebracht. In IJsland vielen vorige week zes covid-19-doden maar werden ook twee vrouwen zo zwaar mishandeld door hun partner dat de dood erop volgde. In Frankrijk bericht Le Monde al op 30 maart over een stijging van het huiselijk geweld met maar liefst dertig procent.

De mortaliteitscijfers zo opdrijven is niets minder dan het voeden van angst.

We moeten de curve vlak houden en het is de bedoeling om mensen die dreigen te bezwijken onder het covid-19-virus medisch bij te staan. Maar is het niet de hoogste tijd om na te denken over hoe eng wij als samenleving aan het omgaan zijn met deze crisis? Een one-size-fits-all-aanpak van de coronacrisis zou perfect werken in een volledig egalitaire samenleving. De realiteit is anders, dat zal niemand kunnen ontkennen. Neem nu de kwetsbare, grote groep van de kinderen. Een viroloog kan zich laten ontvallen dat de scholen eigenlijk niet gesloten hoefden maar dat het een politieke beslissing was en dat de scholen nu zeker niet snel zullen opengaan. Beter het zekere voor het onzekere nemen, om het virus te bestrijden. Tegen welke prijs?

Kinderen worden meegetrokken in het solidariteitsbad maar de gevolgen van de coronamaatregelen gaan ongemeen groot zijn voor hen. Op korte termijn alleen al: sociale isolatie terwijl kinderen net volop aan het leren socialiseren zijn, leerachterstand, demotivatie …

Vorig jaar gingen grote aantallen jongeren de straten op om aan te klagen dat zij degenen zijn die de kosten van de klimaatverandering gaan dragen terwijl zij er amper schuld aan hebben. Toen kwam deze coronacrisis er bovenop: hun leventje is ongevraagd uit zijn hengsels gerukt, zij worden zelf niet door corona getroffen en hun toekomst is zwaar gehypothekeerd. De rekening van de economische catastrofe die nu wordt aangericht, wordt ook nog eens naar hen doorgeschoven. Dat er zelfs geen kinderexpert in het expertencomité zit is trouwens onbegrijpelijk, net zomin als een armoede-expert en een psycholoog overigens.

‘De grote gelijkmaker’ riep men eerst over het coronavirus. Het virus zou niet discrimineren en iedereen treffen. Niets blijkt minder waar. Het virus treft wel degelijk bepaalde groepen en hoezeer het ook een zwart gat lijkt waarin alle andere chaos aan wereldproblemen even verdwijnt en wordt opgeslokt, covid-19 is helaas net het brandpunt waar alle ongelijkheid samenkomt en de kans om die te ontkennen. In de New York Times (10/04) stond een belangwekkend stuk van moraalfilosoof Peter Singer over hoe de ongelijkheid nog scherper gesteld wordt: ‘the virus exists on top of the underlying vulnerabilities, and those exist without major outcry. That’s what troubles me: the way we accept in this country the death of 700 people a day from the effects of poverty, without the virus.’ Waarom aanvaarden we dagelijks doden in het verkeer? Omdat het doel nog altijd is ons te verplaatsen. Waarom aanvaarden we nu een kolossale randschade? We hebben het virus nu de realiteit gemaakt en het doel is nu door corona bedreigde levens redden. De rest hebben we blijkbaar te aanvaarden als solidaire, verantwoordelijke burgers. In deze uitzonderingssituatie is de blik gevaarlijk verengd, met als voordeel dat zo vele problemen weggeschoven zijn onder het probleem geheten corona.

Een gediversifieerde aanpak dringt zich op vele niveau’s op. Topeconoom Jan-Emmanuel De Neve haalde in De Tijd (11/04) al aan om de lockdown vroeger te lossen voor twintigers, in een kosten-batenanalyse die we op vele terreinen horen te maken. Qua leeftijd en geografie zijn er vele groepen die ieder een andere aanpak nodig hebben als we van solidariteit een waarachtig begrip willen maken, als we levens willen redden én tegelijk de leefbaarheid voor andere groepen willen maximaliseren.

Een gediversifieerde aanpak is dringend nodig, en ook een groter, meerstemmig debat over waar onze samenleving voor staat.

Dat kan van kleine ingrepen tot grotere plannen gaan. Laat oudere mensen of mensen met een fysieke beperking toch op banken zitten, met respect voor social distancing. Je kan niet van iedereen zonder onderscheid hetzelfde vragen als de settings totaal anders zijn.

Iemand met een grote tuin heeft niet meteen nood aan openbare ruimte en kan makkelijker ‘in zijn kot blijven’. Mensen zonder tuin in steden moeten niet meer binnenblijven, er moet gewoon meer openbare ruimte zijn, om te kunnen blijven bewegen zoals ons allemaal is opgedragen. In New York zijn een aantal straten verkeersvrij gemaakt, zodat de doorgaans krap behuisde New Yorkers wiens pre-coronaleven zich meestal buitenshuis afspeelde, meer plaats hebben om te wandelen en te fietsen, mét social distancing.

En wat met de allerkwetsbaarsten? Kansarme kinderen en kinderen in een precaire situatie in de jeugdzorg hebben nog altijd basisrechten wat betreft fysieke en emotionele veiligheid en daar mogen coronamaatregelen geen voorrang op krijgen. Wat met mensen die nog de gruwelijkste dood moeten sterven, helemaal alleen? Laat hen omringd door geliefden heengaan. Die zullen dan uiteraard twee weken in volledige quarantaine gaan na het overlijden.

Nu zie je hoe mensen elkaar steeds meer tot in het absurde de maat beginnen te nemen. De frustratie stapelt zich op en burgers worden elkaars opzichters, wat in een dictatuur ideaal is maar niet in een tijd die vraagt om solidariteit en niet doelloze wederzijdse hypercorrectie tegen de sterren op. Terwijl er in vele situaties oplossingen te bedenken zijn om solidair met meerdere groepen tegelijk te blijven.

We zouden in oorlog zijn met een onzichtbare vijand, er is sprake van de frontlinie, de helden, de taskforce. De oorlogsretoriek is in vele opzichten fout en zet net een rem op de solidariteit. In een oorlog is iedereen slachtoffer, terwijl dit virus duidelijk bepaalde groepen viseert. Toch zet de overheid ieders leven on hold.

Gelukkig komt ook in eigen land het debat de afgelopen dagen eindelijk op gang. Een gediversifieerde aanpak is dringend nodig, en ook een groter, meerstemmig debat over waar onze samenleving voor staat. Anders is de roep om solidariteit in en na coronatijden een holle kreet.

Saskia De Coster – auteur

https://www.standaard.be/cnt/dmf20200422_04931515