Moeder zijn…

Moeder zijn is vast ontzettend zwaar, maar een lachertje in vergelijking met kattenmoeder zijn

Katrin Swartenbroux luistert gesprekken af op een Belgisch terras. Deze week: Caffenation PAKT, Antwerpen.

“Amai, ik voel mij zo brak.”

“Wacht maar tot je kinderen hebt.”

Het is de reden waarom we naar goede koffiebars gaan in plaats van thuis een snelle doorloper met een laag cafeïnegehalte achter de huig te gieten: vermoeidheid. Een universele plaag, te zien aan de hoeveelheid mensen die zich nog snel voor het werk op het terras van hun favoriete zaak nestelen terwijl de barista bonen weegt en met de zijkant van zijn hand de temperatuur voelt.

De twee vrouwen, van wie eentje niet écht brak kan zijn want ze is kinderloos, hebben hun koffie al gekregen en vouwen beiden hun handen in komvorm rond het kopje alsof ze zich willen warmen aan het porselein, ook al belooft het kwik vandaag ook weer boven de 25 graden te stijgen. Misschien wapenen ze zich tegen de ijzige stilte die valt na de kinderen-opmerking. Want wat kan je daar eigenlijk tegenin brengen als ‘PZK’ (persoon zonder kinderen – geen enge ziekte, althans niet volgens iedereen)?

‘Inderdaad, ik heb nooit kinderen op de wereld gezet om die vervolgens in leven te proberen te houden, dus al mijn angst, vermoeidheid en pijn valt in het niets bij jouw ervaring.’ Zoiets?

Meewarig
Het zal waarschijnlijk wel kloppen, dat kersverse vaders met weemoed terugdenken aan de ochtenden waarbij ze zichzelf na een veel te korte nacht uit bed pelden en enkel zichzelf moesten voeden en aankleden. Dat jonge moeders naar het toilet spurten om te proesten wanneer hun kinderloze collega klaagt over de krampen die haar maandstonden aankondigen. Dat koppels meewarig het hoofd schudden wanneer andere paartjes hun bezorgdheid over hun zieke ouders uitspreken.

Het is de reden waarom we naar goede koffiebars gaan in plaats van thuis een snelle doorloper met een laag cafeïnegehalte achter de huig te gieten: vermoeidheid. Een universele plaag.

Toch voelt het een beetje wrang aan als mensen klagen over een situatie waar ze zelf voor gekozen hebben. En vooral: dat ze daarmee anderen het recht ontnemen om over diezelfde symptomen te klagen. Het is een kwestie van perceptie. Ik zou ook nooit meer zeuren om een papercut als ik iets ter grootte van een fikse meloen uit mijn lichaam had moeten duwen. Maar een vrouw die als ooit gedwongen besneden werd, rolt allicht eens met de ogen als vriendinnen vertellen over hun veilige bevalling met medische professionals naast het bed.

Ik heb zin om op te staan, mijn zonnebril van mijn neus te halen en de twee te trakteren op de donkere kringen onder mijn ogen. Want moeder zijn is ongetwijfeld onzettend zwaar, maar een ­lachertje in vergelijking met kattenmoeder zijn. Ziet u, de reflux van uw baby is na twee jaar hopelijk een vervelende herinnering, mijn kat kotst na veertien jaar nog altijd op ieder nieuw paar schoenen dat mijn huis binnenkomt.

Wortelpuree
De balorigheid van uw peuter bezorgt u misschien wat spetters wortelpuree op uw favoriete T-shirt, mijn kat pist in bad wanneer iets haar niet aanstaat. En uw kind dat om half zeven om Bumba zeurt, wordt ooit een tiener die tot de noen blijft liggen, terwijl mijn kat vanaf de seconde dat het licht is (ook in de zomer, voorál in de zomer) naast mijn bed staat te zeuren om haar brokjes. Op een toonhoogte die nooit wordt getemperd door de puberteit.

Vermoeid? Wacht maar tot uw kinderen het huis uit zijn en u in uw eenzaamheid denkt: misschien moet ik een kat nemen.

Katrin Swartenbroux
De Morgen – 25.08.2019

Psychische problemen mogen geen taboe zijn

Psycholoog Filip Raes na het interview met Bart Schols: ‘Psychische problemen mogen geen taboe zijn’

De Morgen – Joël De Ceulaer – 25.08.2019

Zaterdag vertelde Bart Schols, presentator van De afspraak, in onze weekendbijlage ‘Zeno’ over zijn depressie en hoe hij hulp zocht om daaruit te geraken. Zelden waren de reacties op een interview zo talrijk en zo positief.

“Beeld u in dat kanker nog altijd een enorm taboe zou zijn”, zegt Filip Raes, hoogleraar psychologie aan de KU Leuven. “En dat twee op de drie kankerpatiënten geen hulp zouden zoeken, omdat ze er niet over durven praten, niet weten dat er een behandeling bestaat, of omdat de behandeling te veel kost. Dat zouden we onaanvaardbaar vinden. Welnu, zo is de situatie nog altijd voor mensen met psychische problemen. Daarom vond ik dat interview met Bart Schols ook erg mooi en belangrijk.”

Er werd massaal op gereageerd, dit weekend: het gesprek met Schols waarin de Canvas-presentator vertelt over zijn laatste depressie en hoe hij daaruit is geraakt met de hulp van medicatie en psychotherapie. Voor wie met vergelijkbare problemen kampt, voegde hij eraan toe: “Als je zit waar ik gezeten heb, zoek dan hulp.”

“Lieven Scheire heeft ook eens zo’n getuigenis afgelegd”, herinnert Raes zich. “Hij heeft lang geworsteld met een angststoornis en heeft zich ook door een psychotherapeut laten helpen. Zulke getuigenissen van bekende personen kunnen voor anderen de drempel naar psychotherapie verlagen. Te veel mensen weten nog altijd niet dat je behandeld kunt worden als je een depressie of een angststoornis hebt.”

Hoe komt dat?

Filip Raes: “Lichamelijke en geestelijke gezondheid worden niet op een gelijkwaardige manier bekeken. Wie zijn been breekt, gaat naar het ziekenhuis. Wie met psychische problemen te maken krijgt, loopt vaak verloren. De overheid geeft ook het verkeerde signaal: de behandeling van uw lijf wordt goed en vlot terugbetaald, de behandeling van uw geest nog altijd niet. Er is een begin gemaakt met terugbetaling van psychotherapie, maar voor veel mensen ligt ook de financiële drempel nog veel te hoog.”

Zowel Lieven Scheire als Bart Schols verwijst naar de zogeheten cognitieve gedragstherapie, die hen geholpen heeft. Dat is uw specialisatie. Wat doet zo’n therapie precies?

“Soms zijn het niet de dingen die gebeuren die ons in de problemen brengen, maar wat we daarbij denken. Een cognitieve gedragstherapeut probeert die overtuigingen op een nieuwsgierige manier te onderzoeken, en de patiënt dan te helpen bij het verkennen en uittesten van andere denkpatronen. Je helpt mensen om af te komen van hun negatieve gedachten. Bij een depressie kunnen ook andere vormen van therapie helpen. Maar bij een angststoornis is cognitieve gedragstherapie duidelijk de beste optie.”

Hoe kom je van zulke angsten af?

“Het probleem bij een angststoornis is het vermijdingsgedrag, wat heel normaal is: wie bang is voor iets, gaat dat uit de weg. Maar te veel vermijdingsgedrag maakt de angst alleen maar groter. Een therapeut kan de patiënt leren dat het toch kan meevallen, door hem aan het voorwerp van zijn angst bloot te stellen. Soms is dat relatief eenvoudig.”

Zijn elke patiënt en elke stoornis niet uniek?

“Dat is een vaak gehoorde opmerking. Mensen zijn uniek, maar heus niet zo uniek dat we elke keer het warm water moeten uitvinden. Soms is een eenvoudige behandeling echt wel beschikbaar. Vergelijk het opnieuw met kanker: het is niet omdat sommige kankers zeer complex en moeilijk te behandelen zijn, dat een paar specifieke vormen van kanker niet relatief eenvoudig te behandelen kunnen zijn.”

Politicoloog Cas Mudde, ervaringsdeskundige inzake depressie, reageerde ook op het interview met Schols. Volgens Mudde moet je aanvaarden dat zo’n depressie een ‘permanente conditie’ is, een ‘deel van jezelf’. Klopt dat?

“Dat vind ik te sterk uitgedrukt. Dan lijkt het alsof het echt iets is dat in je aard, in je karakter zit. Terwijl je een depressie beter kunt bekijken als een ziekte. Je kunt er een grotere gevoeligheid voor hebben, maar je kunt de ziekte wel degelijk aanpakken. Het is niet wie je bent, dus ik zou nooit zeggen dat het ‘een deel van jezelf’ is.”

Er was vorige week ook veel te doen over een interview met psychiater Damiaan Denys in Knack. Dat volgens hem Van Gogh zijn meesterwerken nooit geschilderd zou hebben als hij niet zoveel had geleden, vonden collega Katrin Swartenbroux en gastcolumniste Tinneke Beeckman een onverstandige uitspraak.

“Er zijn aanwijzingen dat zaken zoals depressie meer aanwezig zijn bij creatieve mensen dan bij minder creatieve mensen. Maar zo’n verband is nog geen oorzakelijk verband, laat staan dat we zouden weten wat dan de oorzaak zou zijn van wat. Uw collega Katrin Swartenbroux schreef dat zulke uitspraken mensen weghouden bij hulpverlening, en ze heeft gelijk: een recente review uit de Verenigde Staten toont dat aan.”

Omdat mensen denken dat ze niet meer zo creatief zullen zijn als ze iets aan hun psychische problemen doen?

“Precies. Dat is de romantisering van psychisch leed, en dat mogen we niet doen.”

Van Gogh zou misschien een veel machtiger oeuvre hebben geschilderd als hij goed in zijn vel had gezeten.

“Wie weet. Dat is evengoed mogelijk. Denys zegt trouwens wel meer rare dingen. Dat therapeuten zich moeten bezighouden met het extreme lijden, bijvoorbeeld, en dat de andere mensen maar moeten leren omgaan met stress.”

Hij lijkt een beetje op psychiater Dirk De Wachter, die ook zegt dat we moeten leren een beetje ongelukkig te zijn.

“En ik ga dat niet tegenspreken. Maar een aantal mensen moet daarbij geholpen worden, bij de aanvaarding dat tegenslagen en ongeluk bij het leven horen. Nog te veel mensen zitten met serieuze problemen en worden niet geholpen. Daar zou ik wat meer de aandacht op vestigen.”

Hoe maak je het onderscheid? Wanneer ben je als het ware gewoon een beetje ‘aanvaardbaar ongelukkig’ en wanneer moet je toch echt hulp zoeken?

“Als je niet meer goed kunt functioneren, moet je hulp zoeken. Als je niet meer voor de kinderen kunt zorgen, of als je job of je relatie eronder lijden. Iedereen heeft weleens te maken met stress en tegenslag, maar sommigen komen daardoor echt in de problemen. Dat lijkt mij toch nog altijd de belangrijkste boodschap: dat psychische problemen geen taboe mogen zijn. Je kunt geholpen worden.”

Wat kunnen we doen als een vriend in de problemen zit?

“Niet te snel gewoon ‘Kop op!’ zeggen. Gewoon eens luisteren is een begin. We moeten niet alleen leren praten over zulke problemen, we moeten er ook naar leren luisteren.”

Filip Raes
Geboren in 1977
Hoogleraar psychologie (KU Leuven)
Cognitieve gedragstherapeut

Extreme aanpassing

Charlie, een Aboriginal van de Yolngu-stam, leeft in het noorden van Australië. De culturele tradities van zijn gemeenschap worden echter alsmaar meer aan banden geegd door de regering.

Extreme aanpassing kan tot zelfvernietiging leiden. Net zoals dat met bepaalde bevolkingsgroepen gebeurd is, denk maar aan de Indianen in Amerika en de Aboriginals in Australië…

Vervang gemeenschap door kind, cultuur door persoonlijkheid en regering door je ouders, en hetzelfde kan gebeuren met jou.

Ik ben beginnen lezen in het boek “Leven in je leven. Leer de valkuilen in je leven herkennen”, en ik denk dat ik mijn grootste en voornaamste valkuil ontdekt heb, die zoals de meeste valkuilen gevormd werd in mijn jeugd en waar ik, ondanks mijn leeftijd, nog regelmatig intrap: extreme aanpassing.

Ik had niet verwacht dat extreme aanpassing mijn voornaamste valkuil zou zijn, omdat ik mij zo vaak als een rebel en dwarsligger gedraag. Maar juist dat is het teken aan de wand!

“Ik zal me nooit gewonnen geven”: de rebel

Extreme aanpassers voelen zich over het algemeen goed thuis in hun passieve rol. Sommige mensen met deze valkuil gaan echter in de tegenaanval. In plaats van zich te onderwerpen nemen ze de tegenovergestelde rol. Ze worden agressief en dominant. Door te rebelleren compenseren ze hun extreme aanpassing.

Op hen is eigenlijk dat grapje van toepassing: “Waarom hebben die pubers de weg overgestoken?” “Omdat iemand ze het had verboden.”

De eeuwige puber dus! Maar dat betekent meteen ook dat ik nu weet, dat ik mij niet al te zeer moet aanpassen aan de verlangens van anderen, en zelf wat meer aan mijn trekken moet trachten te komen, want dan word ik meteen ook een aangenamer mens, zowel voor mezelf als voor de rest van de wereld.

Bronnen van de valkuil van de extreme aanpassing

Je ouders probeerden je op ieder gebied onder de duim te houden.
Je ouders bestraften, dreigden je of ze werden kwaad als je dingen niet op hun manier deed.
Je ouders trokken zich emotioneel terug of keerden zich van je af als je het niet met ze eens was.
Je ouders stonden je als kind niet toe je eigen keuzen te maken.
Omdat je moeder/vader er niet genoeg was of daar niet toe in staat was, heb jij voor het gezin moeten zorgen.
Je ouders praatten met je over hun persoonlijke problemen, zodat je altijd in de rol  zat van degene die luistert.
Je ouders waren net martelaren of heiligen, ze zorgden onbaatzuchtig voor anderen en ze ontkenden hun eigen behoeften.
Je had niet het gevoel dat je rechten, behoeften of meningen als kind werden gerespecteerd.
Je moest voorzichtig zijn in wat je wel en niet zei als kind, omdat je bang was dat je moeder of vader anders depressief of bezorgd zou worden.
Je voelde je vaak kwaad op je ouders, omdat je niet die vrijheid kreeg die anderen kregen.

Ik denk dat veel kinderen van mijn generatie zich hierin zullen herkennen. Sommige valkuilen in je leven zijn maar kleine putjes, andere echte kraters. Dat hangt voornamelijk af van de jeugd die je gehad hebt, en met welke mensen je in aanraking bent gekomen.

Gelukkig heeft iedereen ook heel wat positieve ontmoetingen gehad, wat er voor gezorgd heeft dat we niet alleen valkuilen hebben, maar ook hefbomen om ons er terug uit te trekken. Voor mezelf denk ik hierbij aan mijn grootouders en aan de leerkrachten op school. Ik ben hen eeuwig dankbaar!

O ja, en nog dit: iedere ouder zal zijn kind wel valkuilen bezorgen, ook ik dus. Ik hoop alleen dat ze niet te diep zijn…

We shall not cease from exploration
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time.

Een citaat van T.S. Eliot, Little Gidding

1813

Parket Limburg slaat alarm na live zelfdoding op Facebook
‘Stel gerichte vragen, grijp in, bel desnoods de politie’

De Standaard – Pieter Huybrechts – 24.08.2019

Het Limburgse gerecht reageert erg bezorgd na een zelfdoding in Genk, live te volgen via Facebook. Ook specialisten pleiten voor assertiever optreden.

In Vlaanderen stappen jaarlijks meer dan duizend mensen uit het leven. Dat zijn er gemiddeld drie per dag. ‘Het cijfer daalt lichtjes, maar eigenlijk is het woord “stagnatie” beter op zijn plaats’, zegt Kirsten Pauwels van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie. ‘We zijn blij dat het cijfer niet stijgt, maar elke zelf­doding is er een te veel.’

De roep om meer preventie klinkt luider dan ooit na een voorval, donderdagavond, in Waterschei (Genk). Een man van 36 streamde zijn wanhoopsdaad live op sociale media. De man, een ­vader, was verwikkeld in een vechtscheiding, zijn zelfdoding was minutenlang live te volgen. Tal van vrienden waren getuige. Volgens het gerecht werd het filmpje snel offline gehaald om copycatgedrag te vermijden. Meer dan honderd mensen repten zich naar de woning van de man, maar hulp kon niet meer baten.

Niet langer taboe

Zowel Bruno Coppin, pers­magistraat van het parket Limburg, als experte Kirsten Pauwels spreekt van een bijzonder trau­matiserende ervaring voor alle ­betrokkenen. Ongezien in ons land ook. Enkele jaren geleden dook, toevallig ook in Limburg, een schokkend filmpje op van twee jongeren die besloten hadden om hun dodenrit tegen een boom live uit te zenden. Beiden overleefden de crash. Meer nog: de bestuurder staat binnenkort terecht wegens poging tot moord op zijn vriend. Ook gisteren, ook in Limburg: de urenlange zoektocht van de politie in Kuringen naar een vrouw die signalen had uit­gestuurd dat ze uit het leven wilde stappen. Over haar lot raakte vrijdag niets meer bekend.

 ‘‘Er bestaat
professionele hulp,
er kan tijdig ingegrepen worden. Iedereen moet
dat weten’
Kirsten Pauwels
Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie

Je zwarte gedachten delen op sociale media lijkt niet langer ­taboe. Wie eraan denkt uit het ­leven te stappen, kan dat kwijt op Facebook of Instagram en doet dat ook steeds vaker. Tot die verontrustende vaststelling komen experts suïcidepreventie.

‘Vroeger bestond de mogelijkheid niet, of toch minder, om die donkere gevoelens publiekelijk te uiten’, zegt Kirsten Pauwels. ­‘Kanalen als Facebook zijn relatief laagdrempelig, wat ze gevaarlijk maakt. Maar als je het positief ­bekijkt, bieden ze ook heel wat mogelijkheden voor preventie.’

‘Grijp altijd in’

‘We moeten ons de vraag durven te stellen of we als maatschappij genoeg doen om zulke drama’s te voorkomen’, zegt parketmagistraat Bruno Coppin. ‘Als gerecht streven we toch nog altijd naar een veilige, rechtvaardige en zorgzame samenleving. We willen ­benadrukken dat mensen met donkere gedachten altijd naar de Zelfmoordlijn 1813 kunnen bellen. ’, zegt Coppin. ‘Er bestaat professionele hulp, er kan tijdig ingegrepen worden. ­Iedereen moet dat weten.’

Suïcidepreventie-expert Pauwels beaamt dat. Ze pleit voor meer assertiviteit in zulke delicate gevallen. ‘Wees alert op sociale media. Wie depressieve wolken opmerkt: grijp in, spreek die persoon aan, stel directe vragen, desnoods via een privébericht. Reik concrete opties aan, hoe moeilijk ook. En komt er geen geruststellend antwoord, aarzel niet, sla alarm en bel de hulpdiensten. Facebook is voor ons een medium om heel hard in de gaten te houden. Maar het kan vaak ook een eerste opstap richting gerichte hulp zijn.’

Wie met vragen zit rond zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website www.zelfmoord1813.be.

De laatste maanden

De laatste maanden kreeg ik elke week een huisbezoek van de dokter, omdat ik angstig was en depressief, en omdat bij het nemen van antidepressiva in het begin bijwerkingen optreden die die gevoelens nog versterken.

Ondertussen is die periode voorbij en doen de medicijnen nog enkel wat ze moeten doen: mij beter maken.

De dokter komt nu elke maand en de laatste keer sprak hij, omdat ik zo een “zwaar” verleden heb, van in therapie gaan om dat gemakkelijker te kunnen verwerken, maar dat heb ik (voorlopig) afgewezen.

Ik ben al jaren bij een psychiater in therapie geweest en weet ondertussen wel hoe ik in elkaar zit en op welke signalen ik moet letten wanneer het dreigt verkeerd te gaan.

Bovendien heb ik de huisdokter gevraagd of het niet logischer zou zijn dat de mensen die ons al die ziekmakende dingen aandoen niet beter in therapie zouden gaan. “Ook waar,” antwoordde hij, “maar zo werkt het helaas niet”.

Dus voorlopig enkel medicijnen voor mij, een luisterend oor van de huisarts, eventueel een goed boek lezen waarvan ik wijzer word, in de tuin werken waar ik rustiger van word, en verder aan mezelf blijven werken zodat ik verleden en toekomst kan blijven aankunnen.

BOEK: Leven in je leven

Inhoud

Voortbouwend op de principes van de cognitieve therapie zijn de psychologen Jeffrey Young en Janet Klosko erin geslaagd om een uiterst bruikbare gids te schrijven voor een breed publiek. Het boek leert mensen hun negatieve gedachtepatronen, door de auteurs ‘valkuilen’ genoemd, te herkennen. Helder en aansprekend beschrijven Young en Klosko elf van de meest voorkomende valkuilen, waaronder problematische relaties, een irrationeel gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst, eenzaamheid. Problemen waar veel mensen mee kampen. Tegelijkertijd bieden zij uitgebreide diagnostische tests en vragenlijsten om elke valkuil te herkennen, en stapsgewijze suggesties om ze in de toekomst te omzeilen. In Amerika hebben al duizenden mensen geprofiteerd van deze directe methode. Het boek Leven in je leven laat niet alleen zien hoe mensen kunnen ontsnappen aan de vicieuze cirkel van negatieve gedachten, het werkt ook inspirerend voor eenieder die over zijn leven wil nadenken.
Een must have op het gebied van cognitieve gedragstherapie.

‘Young en Klosko hebben baanbrekend werk verricht door technieken te ontwikkelen die je kunnen helpen je leven, werk en relatie te veranderen zoals jij dat wilt. Het boek weerspiegelt de enorme betrokkenheid, de deskundigheid en het klinische inzicht van de auteurs.’
– Uit het voorwoord van Aaron Beck

Recensie

Als mensen steeds met dezelfde persoonlijke problemen te maken krijgen in hun leven, is er sprake van een chronisch patroon. Vanuit de cognitieve therapie bezien gaat het daarbij om ‘schema’s’ die in dit boek valkuilen worden genoemd. Elf van deze valkuilen worden door de auteurs behandeld door middel van inzichten en technieken uit verschillende psychotherapeutische disciplines. Na liefst vier voorwoorden opent het boek met een overzicht van de elf valkuilen (onder andere verlatingsangst, extreme aanpassing en emotionele verwaarlozing). Er zijn drie inleidende hoofdstukken over het ontstaan, de stijlen en de veranderbaarheid van valkuilen. Dan volgen elf hoofdstukken over even zovele valkuilen. Per hoofdstuk wordt beschreven hoe je uit een valkuil kunt komen en wat de obstakels kunnen zijn. Het boek sluit af met een korte beschouwing over hoe lastig het kan zijn voor mensen om te veranderen en hoe je een en ander kunt aanpakken. Een frisse, niet-dogmatische kijk op therapie.

Bart Schols – De morgen – 23.08.2018

“Schematherapie komt voort uit de cognitieve gedragstherapie en is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey E. Young. Ze legt de link tussen je gedrags- en relationele patronen vandaag, en wat er tussen je tweede en veertiende levensjaar met je gebeurd is: welke belangrijke gebeurtenissen hebben toen plaatsgevonden, hoe hebben je ouders zich toen tegenover jou verhouden, hoe hebben ze voldaan aan je basisbehoeften? Het gaat met andere woorden om diepgewortelde patronen die in je lijf zitten waardoor je altijd in dezelfde valkuilen trapt.”

https://www.demorgen.be/tv-cultuur/bart-schols-verdween-even-uit-de-afspraak-als-je-zit-waar-ik-gezeten-heb-zoek-dan-hulp~ba6c4afbb/?utm_source=demorgen&utm_medium=email&utm_campaign=newsletter&utm_content=ochtend&utm_userid=&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e

“Als ik vroeger over mijn jeugd sprak, ging het meestal over mijn moeder (die zelfmoord pleegde toen Schols dertien jaar was), maar het gaat veel verder dan dat. Ik ben opgegroeid in een gezin waar de grootste onvoorspelbaarheid heerste. Zou er die dag gedronken worden? Zouden er klappen worden uitgedeeld? En aan wie deze keer? (zwijgt even) Waar zou ik dus geleerd hebben dat ik van betekenis ben voor iemand anders? Want dat is net wat ik altijd gedaan heb: betekenis gezocht. In mijn werk, in het sporten, in relaties.”

https://media.standaardboekhandel.be/-/media/mdm/dante/product/5a812d75677e62.49960719.pdf

Leven in je leven 4e druk is een boek van J. Young uitgegeven bij Pearson Benelux B.V.. ISBN 9789026515699

Nonchalance

Nonchalance kan een vorm van egoisme zijn, niet altijd bewust, en ook niet altijd met het volle verstand, maar het kan wel zorgen voor problemen waar een ander en zelfs jijzelf slachtoffer van worden.

Het zorgt er ook voor dat anderen veel meer rekening moeten houden met jou, waardoor de lasten en zorgen slecht verdeeld worden, omdat jij onvoldoende aandacht geeft aan zaken, en die zelfs verwaarloost.

Synoniemen van nonchalance zijn: onverschilligheid, ongedwongenheid, nalatigheid, achteloosheid, onoplettendheid, zorgeloosheid, onachtzaamheid, slordigheid, verzuim, onzorgvuldigheid.

Natuurlijk is een zekere vorm van nonchalance ook gezond. Een lichte dosis is zeker welkom! Het zorgt voor evenwicht en relativering, en zolang je er niets of niemand mee schaadt kan het deugddoend zijn.

Maar voor alles is er een plaats en een tijd, en sommige dingen zijn nu eenmaal te belangrijk om er nonchalant mee om te springen: de mensen die van je houden, de natuur die ons zoveel schoonheid schenkt, het milieu dat ons gezond moet houden, de maatschappij waarin we leven en waarin voor ons gezorgd wordt, die ons kennis bijbrengt en welvaart en welzijn.

“Geef om elkaar”, klinkt wat melig, maar het zorgt er wel voor dat iedereen krijgt waar hij of zij recht op heeft. En wees gerust af en toe nonchalant, maar wel nooit met het begrip geven en nemen, want zolang dat in evenwicht is doen we noch onszelf, noch de andere tekort, en blijft het leven voor elk van ons de moeite waard.