Vandaag de dag 17.02.2018

Vandaag eindelijk de verzamelde gedichten van Herman de Coninck in huis gehaald. Alle gedichten zijn heel toegankelijk en toch pure poëzie voor de fanatieke gedichtenlezer.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_de_Coninck
Hij is een virtuoos in het schrijven van liefdesgedichten, maar hij heeft dan ook zijn dosis aan persoonlijke drama’s meegemaakt, en de grootste liefde van zijn leven veel te vroeg verloren.

Ik zie je nog altijd liggen

Ik zie je nog altijd liggen, je vingers
smal en paars als asperges
deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn
die je altijd al wel had
een streepje gestold bloed uit je mond:
niks-zeggen was ook vroeger jouw manier
van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar
je ogen, kom, ik zal je helpen –

dit is al wat ik nog kan doen:
dit niet-meer-weten-wat-zeggen
en het zeggen.

Herman probeert ook voortdurend uit te leggen wat dichten voor hem betekent en wat poëzie in ons leven kan betekenen. Een voorbeeld daarvan is volgend gedicht, dat ik de beste beschrijving vind van wat poëzie voor ons kan doen.

Poëzie

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie.

Nog een laatste gedicht, om mezelf te troosten met mijn leeftijd, en om elke oudere liefde op te waarderen.

Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast.

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om te doen.

Zelfs nietsdoen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in ’t café om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.

 

 

De toverhazelaar

Een toverhazelaar
geplant in de tuin
om een toverstafje
van de maken
dat alle
slechte geesten
en vieze beesten
verjaagd,
en morgen
als de narcissen
pronken
zoals alleen
narcissen
dat kunnen doen,
en het krokusjes
zoent,
zal je zien,
dat geen enkel
vogeltje
het nog stil kan houden,
door die ene
toverhazelaar
die met zijn
toverstokje zwaait.

Micheline Baetens – 16.02.2018

Vandaag de dag 16.02.2018

Een vriendin zei mij onlangs: “Micheline, als ge zo verder doet, gaat ge nooit iemand vinden, ge jaagt al die mannen de schrik op het lijf, met uw zotte gedachten.”
Vandaag geloof ik wel dat ik mezelf stokken in de wielen steek, en tegen mijn eigen kar rij, want blijkbaar snapt niet iedereen mijn goede bedoelingen.
Zopas op Facebook nog een boze reactie gekregen op een gedicht van Rutger Kopland, De dode hond, dat eigenlijk bedoeld was als woorden van troost bij het overlijden van een hond. Zelfs een gedicht kan soms het slechtste in een mens naar boven brengen, vooral als het om verbitterde mensen gaat, die schadelijk zijn voor hun omgeving.
Natuurlijk heeft mijn spontaniteit en openheid mij al vaak parten gespeeld maar toch ook heel wat schoonheid en menselijkheid geschonken. Maar vanmorgen was ik er toch niet goed van, en ik zal er blijven ondersteboven van geraken dat mensen je door hun “ongevoelens” te tonen bewust proberen te kwetsen.
Gisteren was het dus een vrolijke dag, met leuke verrassingen, vandaag dan weer een droeve door een nare verrassing. Maar het is zoals mijn zoon zegt er: er worden elke dag 350.000 mensen geboren, dus keuze genoeg, en reden genoeg om je niet van slag te laten brengen door één disfunctioneel individu.
We herpakken ons dus, blijven geloven in de mensheid, schrijven een gedicht om ons te troosten, en kijken de februarizon recht in de ogen!

https://www.youtube.com/watch?v=9ckv6-yhnIY

De dode hond

Ik heb de hond laten sterven – daar lag ze
en ik dacht: waar gaat ze nu heen waar
zal ze blijven. Om de dood te begrijpen.

Het lichaam wordt wel gezien als een nest
het tijdelijk verblijf van een onzichtbare
vogel – een afgezant van de eeuwigheid.

Zo zie ik het niet. En toch toen de hond stierf
wat gebeurde en toch dat ik wist dat ze stierf
alsof haar lichaam door iets werd verlaten.

Ik kan niet anders zien dan dat die dode hond
nog leeft en om mij vraagt, zo sterk is
de herinnering, sterker dan ik.

Maar wat van mij hield is weg, ik graaf een gat
leg wat er overbleef daarin en gooi het dicht.

De hond is nergens meer, iedere dag.

Rutger Kopland

Mensen denken (voor G.D.S.)

Mensen denken
dat ik naïef ben
en niet goed
bij mijn hoofd,
maar ze
mispakken zich,
want het zijn zij
die hun hersens
niet gebruiken
en slechts
een klein deeltje
van hun geest
ontginnen,
namelijk dat deel
dat anderen
al voor hen
bedacht hebben
en niet waarvoor
dat brein
van ons
uiteindelijk dient,
namelijk
zelf ontdekken
en zelf denken.

Micheline Baetens – 15.02.2018

Vandaag de dag 15.02.2018

Zojuist gelezen dat 50 percent van de bevolking niet in staat is om monogaam door het leven te gaan, vandaar dus al die gebroken relaties en echtscheidingen.
Maar dan stel ik mij toch de vraag, en ik weet dat ik nu een gevaarlijke uitspraak doe, of we polygamie toch niet wat meer moeten toelaten in onze relaties?
De bangelijke kwestie daarbij is natuurlijk, zijn we daartoe in staat, want we beschouwen elkaar toch als ons enig bezit, van ons en alleen van ons?
Zware discussie, maar toch iets om over na te denken, na al dat zeemzoete gedoe van Valentijn.
Als we kunnen afstappen van het idee dat we elkaars bezit zijn, en dat vooral ook ons gevoel daartoe ook in staat is, zouden er misschien toch heel wat drama’s kunnen vermeden worden, zowel wat de volwassenen betreft, als wat het de kinderen aangaat.
Maar zolang we daar geestelijk niet toe in staat zijn, zullen we elkaars hart blijven breken, en elkaar het hoofd blijven inslaan bij één of andere vechtscheiding.
Relaties zijn al ontzettend veranderd tegenover vroeger, toen het, ondanks het feit dat mensen langdurig samen bleven, meestal tot de dood, eigenlijk ook vaak kommer en kwel was. En vermits alles evolueert, en de ene verandering de andere meebrengt, kan ik mij heel goed voorstellen dat naast monogamie, ook polygamie een aanvaarde levensvorm kan worden, maar waarschijnlijk niet meer gedurende mijn aanwezigheid hier op aarde, al zijn er wel altijd mensen die niet wachten op de anderen om hun eigen regels te maken.
Tot slot: ik ben poly-amoureus, want zolang ik single ben mag ik zo vaak en op zoveel verliefd zijn als ik dat zelf wil!!!

Onverwachts moet ik hier toch nog iets aan toevoegen, want vanmorgen stonden er twee cadeautjes aan mijn voordeur, waarschijnlijk nog voor mijn verjaardag. Straks eens rondbellen, want ik denk dat het van een vriendin moet zijn. In elk geval een heel leuke verrassing, het is plots terug Valentijn!
En zopas ook nog een heel mooi kaartje uit de brievenbus gehaald, gericht aan een kattenmadame, en getekend Annemarie, waardoor ook dat raadsel weer opgelost is.

Vandaag de dag

Ziezo het is mij weer niet gelukt met Valentijn een lief te vinden en om van ’t straat te geraken, maar toch heel veel liefde gevoeld, dus neen, ik word toch maar geen non, zoals ik eerder op de dag van plan was, want in gedachten ben ik heel onkuis en te ondeugend om ooit een habijt met waardigheid te kunnen dragen.
Ik heb ondertussen wel een bende toffe vrienden op Facebook, en ze zeggen altijd als je je wensen loslaat, je het meeste kans hebt dat ze ooit in vervulling gaan. Dus we laten het los, we genieten van wat we hebben, en wie weet welke verrassingen het leven nog in petto heeft.
Het mooiste liefdeslied over de liefde vind ik het L’ Hymne à L’ Amour van Edith Piaf, en het mooiste liefdesgedicht een gedicht van Hans Andreus.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus

En ook mooi is:

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland

Mannen schrijven eigenlijk de mooiste liefdesgedichten, vind ik, of misschien komt dat omdat ik een vrouw ben, en liever een gedicht van een man lees. Wie zal het zeggen, onze verlangens zijn soms zo ondoorgrondelijk als het de liefde betreft…